Dolle rederijkers

Wil (populistisch) ‘rechts’ uiting geven aan z’n afkeer, hekel, minachting, ja zelfs haat ten opzichte van ‘links’, dan zijn termen als ‘grachtengordel’ en ‘linkse kerk’ voldoende om de toehoorder duidelijk te maken hóe groot de hekel is en hóe erg links. De Amsterdamse grachten waren van oorsprong het domein van kooplieden, bankiers, notabelen en andere rijke Amsterdammers. En worden, gezien de huizenprijzen en huren, nog altijd voornamelijk bevolkt door beter betaalde medemensen en bedrijven. Hoewel er progressieve christenen zijn, heeft de kerk als instituut ook niet bepaald een links imago. Eerder het tegendeel. ‘Grachtengordel’ en ‘linkse kerk’ zijn bedoeld als dodelijke treffers. Ze wekken de suggestie dat ‘de vijand’ van weleer nu bij links aan het roer staat. Links zou van woordvoerder van underdogs en verworpenen der aarde tot elite en heersende bovenlaag zijn geworden. Niet langer vertolkt links het maatschappelijk ongenoegen, maar rechts.

Het is vooral retoriek.

Als je naar politieke voorkeur kijkt, stemmen de meeste Amsterdamse binnenstadsbewoners inderdaad links. Maar hoelang nog? De PvdA verbeterde bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen het resultaat van 25% in 2006 tot 31,9% in 2010, mede door ‘het burgemeesterseffect’ van voorman Job Cohen. Maar GroenLinks en de VVD wisselden stuivertje. De eerste liep in Amsterdam Centrum (wat meer is dan de grachtengordel alleen) terug van 18,2% naar 16,8%. De VVD groeide van 16,5% naar 18,5%. De SP verloor substantieel, van 17,3% naar 6,4% en de PVV verdubbelde haar stemmenpercentage van 2,6% naar 5,1%. Een echte klapper maakte alleen D66, dat haar steun bijna verdrievoudigde (van 6% naar 15,9%), maar die partij hoort nauwelijks tot de vermaledijde ‘linkse kerk’. Het is ook retoriek omdat de grachtengordel net zozeer staat voor popcorn, patat, bontmantels en kerstmarkt als voor boekhandels, musea en restaurants voor de linkse intelligentsia.

Waar is wel dat de ‘grachtengordel’ symbool kan staan voor democratisering van de cultuur, hier en daar aarzelend weer ‘beschaving’ genoemd. De (mede) door links bevochten emancipatie van arbeiders en kleine luyden, vrouwen, homo’s en mensen afkomstig uit armere streken op de wereld, heeft de maatschappij drastisch veranderd. Gelijke onderwijskansen, gelijke behandeling, stadsvernieuwing, arbeidsparticipatie en minimuminkomens leidden tot goede woningen, enorme groei van het aantal studenten en politieke en culturele vertegenwoordiging van jan met de pet, vrouwen en minderheden. Hoewel veel linkse idealen zijn verwezenlijkt, is Nederland nog verre van de gedroomde maatschappij. De verschillen tussen rijk en arm, tussen mannen en vrouwen, tussen Nederlanders en nieuwkomers, etc. zijn nog altijd groot of nemen zelfs weer toe. Er waren en zijn daarnaast genoeg andere zaken waar links zich om bekommert,  zoals milieu, vrede, veiligheid, mensenrechten en internationale samenwerking.

De vrijzinnig/progressieve denktank de Waterlandstichting verlegde de aandacht geografisch al van de grachtengordel naar de meer landschappelijke periferie. Voor de ‘linkse kerk’ moeten ook verleidelijker termen te bedenken zijn. De fluwelen kopstoot, breed smakelijk, de dolle rederijkers?