Vintage red

‘Weet je waarom ik tegen de Blairites was,’ zegt hij met ingehouden woede. Tony Blair en de zijnen hebben ‘de socialistische idealen verkwanseld’.

John Kotz, een nu 81-jarige socialist van de Engelse Labourpartij, heeft zijn politieke memoires geschreven om vast te leggen wat in de socialistische beweging verloren is gegaan wat behouden had moeten worden. ‘In plaats van terugdraaien van de maatregelen van Margaret Thatcher, die rampspoed voor gewone mensen betekenden, ging oud-Labourleider Blair de neoliberale weg.’ De mogelijkheden voor gemeenten om sociale politiek te voeren, werden verder afgeknepen. Veel huurwoningen werden koopwoningen en onttrokken aan het gemeentebestand. Er werd bezuinigd op lokale voorzieningen en eigen bijdragen gingen omhoog. Het ging en gaat John Kotz, lokale socialist vanaf de jaren 40, zeer aan het hart.

Anders dan in Nederland het geval zou zijn, is in zijn boek Vintage red, the story of a municipal socialist geen sprake van besmuiktheid over ‘links’. Eerder het omgekeerde. Het liefst zou hij het begrip ijken naar z’n oorsprong: zorgen voor goede levensomstandigheden, in de eerste plaats voor de working class. Rechts, kapitalisten en de conservatieve Tories: zij waren de vijand. Met z’n boek wil John Kotz het gedachtegoed, de strijd en de verworvenheden van Labour bewaren voor het nageslacht. ‘Socialisme betekende niet alleen rechtvaardige sociaaleconomische verhoudingen. Het was een leefstijl, een manier van harmonisch samenleven.’

John kreeg politiek met de paplepel ingegoten. Zijn Russische vader, Hirsch Kotz, was begin vorige eeuw actief in Lenins sociaaldemocratische partij. In 1909 vluchtte hij, samen met zijn broer, vanuit Riga voor het, ook antisemitische, tsaristisch regime.

Enkele decennia later liepen West-Europese fascisten tegen joden te hoop. Als klein jongetje in London hoorde John Kotz aanhangers van de Britisch Union of Fascists (BUF) leuzen scanderen als the yids, the yids, we’ve got to get rid of the yids. In 1936 was hij getuige van de Battle of the Cable Street. Zwarthemden wilden, onder leiding van BUF-voorman Oswald Mosley, door de straten van London East End marcheren. Socialisten, communisten en vakbondsleden verhinderden dat. Ze hielden hen in de Cablestreet tegen. Johns moeder hing uit het raam om de antifascisten aan te moedigen, onvergetelijk voor een zesjarig kind.

Op z’n vijftiende ging John werken en werd hij actief. Eerst in de socialistische jeugdbeweging, later in en voor Labour. Toen hij in 1948 werd opgeroepen voor militaire dienst, stond hij voor een keuze. Zijn Russische vader had in het Verenigd Koninkrijk nooit naturalisatie tot Engels staatsburger aangevraagd. John had daarom tot na de Tweede Wereldoorlog een dubbele nationaliteit. De jonge Kotz, betrokken als hij was bij de Engelse politiek, besloot volmondig Brits te worden en in dienst te gaan.

Gepassioneerd zette hij zich, onder en buiten werktijd, in voor de belangen van de arbeiders, voor goede arbeidsvoorwaarden, betaalbare woningen, gezondheidszorg en onderwijs. Hij was activist, vakbondsman, raadslid, kandidaat parlementariër en bestuurder. In 1963-64 was (gekozen) burgemeester van London Hackney. Strijders tegen racisme, tegen apartheid, voor vrede, emancipatie van vrouwen en homo’s en een beter milieu: allemaal konden ze rekenen op de steun en solidariteit van John Kotz’ Labour. Ook cultuur was vast onderdeel van het socialistische repertoire. Zelf speelde Kotz als amateur onder andere in toneelstukken van Shakespeare. Als er geld moest worden ingezameld, organiseerde Labour benefietconcerten met het London Philharmonic in de Royal Albert Hall. Verheffing van de arbeidersklasse, vroeger een betekenisvol doel van socialisten, betekende ook gezien en gehoord worden, politieke participatie. John Kotz, de arbeidersjongen, is trots op wat hij heeft gedaan en bereikt, onder andere tijdens 33 jaar raadslidmaatschap in London Hackney.

Met de komst van white collar workers in Labour had hij moeite. Middle class intellectuelen, modieuze Trotskisten en, wat hij noemt, ultra-left waren hem vaak een gruwel: partijkaders zonder discipline, standvastigheid en het geduld om veranderingen te realiseren bínnen de verafschuwde instituties, langs koninklijke weg. De omarming van de vrije markt, het verkopen van gemeentewoningen, het aanbesteden van collectieve voorzieningen en gezondheidszorg, ook door Labour: John Kotz was er faliekant tegen. Maar eenmaal besloten, bewandelde hij loyaal de gekozen route. Totdat partijleider en prime minister Tony Blair het te bont maakte. De interne partijdemocratie, naar Kotz’ mening, ringeloren en hand in hand met George Bush oorlog voeren in Irak en Afghanistan: het waren bruggen te ver. Blairites waren in Kotz’ ogen ‘rechts’.

Socialist zal John Kotz altijd blijven, maar sinds 2003, na decennia actief te zijn geweest, opteert hij niet langer voor vertegenwoordigende functies voor Labour. Zijn linkse dienstverband zit erop. Maar z’n verleden, én dat van socialistisch Labour, neemt niemand hem meer af. Daar mogen wij, met Vintage red, van meegenieten.

Behalve kwaliteitssocialist is John Kotz grootvader van mijn zoon.