Kerstening

In Nederland liggen niet alleen (vreselijke) gebruiken als vrouwenbesnijdenis en uithuwelijking onder vuur, de islam is ook als godsdienst omstreden. Dat geloof zou niet thuishoren en niet passen in Nederland. Ik ben atheïst en vind de nadelen van godsdienst, of het nu om het christendom, het joodse geloof of de islam gaat, groter dan de voordelen. Maar het is in dit verband goed in herinnering te brengen dat Nederland, met ‘ons’ Indië, nog maar enkele generaties geleden een koninkrijk was met miljoenen moslims, toen vooral islamieten of mohammedanen genoemd. In plaats van zich aan te passen aan de tradities en identiteit van het gekoloniseerde land, hebben Nederlanders (en Portugezen) in Indië/Indonesia vroeger juist veel zendings- en missiewerk verricht, daar het christendom gebracht. Vanaf halverwege de 19de eeuw werd een deel van de archipel gekerstend, werden protestantse en katholieke kerkgenootschappen gesticht en overal kerken gebouwd. Niet alleen zogenoemde ‘heidense’ bevolkingsgroepen en gebieden kwamen voor kerstening in aanmerking, ook islamitische. In 1913 verkondigden christelijke volksvertegenwoordigers in het Nederlandse parlement dat ‘Javanen geen Islamieten waren maar heidenen die louter een paar Arabische formules konden herhalen’ (uit: dr. L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 11a). Toen deze uitlating in Indië/Indonesia bekend werd, deden volgens De Jong ‘de zotste geruchten’ de ronde, als zouden de Hollandse regenten de gehele bevolking dwingen het christendom te aanvaarden en bijvoorbeeld de bedevaart naar Mekka willen verbieden.

Is de angst voor christelijke overheersing van Ind/ones/iërs toen te vergelijken met de angst voor islamisering in Nederland nu? De angst misschien wel, maar één doorslaggevend verschil moeten we niet over het hoofd zien. Nederlanders brachten het christendom destijds vanuit een positie als koloniale machthebbers, het ‘gouvernement’ had het voor het zeggen in Indië/Indonesia. Nederlandse christenen wilden ‘heidenen’ bekeren. De spraakmakende moslims in Nederland nu zijn, overwegend, een zich emanciperende onderklasse, die hun eigen – en naar hun overtuiging ‘enig ware’ – geloof hebben meegebracht en gestalte willen geven. Imams en schriftgeleerden kunnen Nederlanders in preken ‘ongelovigen’ noemen, maar er zijn geen aanwijzingen dat moslims de Nederlandse bevolking willen islamiseren, hun geloof willen opdringen. Ze zijn ook niet in de positie om dat te doen. Nederlandse moslims vormen geen eenheid, ze zijn net zo divers als Nederlandse christenen. Moslimpartijen hebben nauwelijks aanhang, de Nederlandse Moslim Omroep is juist failliet gegaan, etc. Waarschijnlijker is dat zich steeds meer Hollands-islamitische varianten uitkristalliseren, die zich hier, mét hun kerkgebouwen, nestelen naast en tussen de vele andere kerkgenootschappen die Nederland telt. Daar zal (dus) ook de secularisering en ontzuiling toeslaan en de aanhang afkalven.

Ondanks vier generaties kerstening bleef het Christendom volgens historicus Lou de Jong in Nederlands-Indië ‘een randverschijnsel’: rond 1940 waren er 1,5 miljoen christenen, op een bevolking van 68 miljoen. ‘De Islam kon zich handhaven.’ Het Nederlandse christendom is, ook nu nog, verweven met het vorstenhuis en beschermd door de grondwet. Of het zich als organisatie en gemeenschap handhaaft, zal niet afhangen van de omvang van andere godsdiensten, maar van de eigen overtuigingskracht (en het zelfreinigend vermogen van de katholieke loot).