Van zorg naar werk

Hoe voorkom je dat kwetsbare jongeren uitvallen door schotten tussen (jeugd)zorg, werk en inkomen?

in Sprank, 2020

Gemeenten willen voorkomen dat kwetsbare jonge mensen uitvallen omdat zij ontmoedigd raken door schotten tussen (jeugd)zorg, werk en inkomen. Sociale ondernemingen laten zien dat creatieve overgangen van zorg naar werk mogelijk zijn. Doetinchem, Alkmaar en Oss vertellen hoe je dit als gemeente kunt oppakken.

Ot (18) zat als 15-jarige in een gesloten jeugdinrichting, waar school volgens hem ‘meer bezighouden’ was dan onderwijs. Hij vertrok er met een Entreediploma en vond als leerplichtige geen aansluiting in het regulier onderwijs. ‘Ik had havoniveau maar kwam terecht op een mbo2 vervolgopleiding. Daar verveelde ik me. M’n ambulant begeleider wees me op WerkRaat in Doetinchem. Ik wilde graag een ICT-opleiding doen en sinds april 2019 volg ik bij hen een mbo4 opleiding als programmeur, applicatie en media.”

WerkRaat is een ontwikkelcentrum met onderwijs, zorg en werktoeleiding onder één dak. Een vanuit het ROC gedetacheerde docent bereidt er deelnemers voor op een mbo-examen, leermeesters geven er praktijklessen horeca, radio maken, ICT, fashion en fietsreparatie.

Onderwijs met Wmo-geld in Doetinchem

Het viel oprichter van WerkRaat Henk Knipping in vorige banen op dat veel jonge mensen uit beeld verdwijnen of uitvallen wanneer zij te snel werk moeten accepteren dat ze niet willen. “Voor jongeren onder toezicht van Jeugdzorg stoppen indicatie en middelen als ze 18 worden, voor ex-gedetineerden als ze klaar zijn met reclassering en schoolverlaters moeten twee maanden wachten op een Wmo-indicatie voor begeleiding. Om kwetsbare (jong)volwassenen vast te houden moeten zorg, school en voorbereiding op werk soepel in elkaar overlopen. Van de gemeente krijgen jongeren als Ot óf ondersteuning bekostigd uit de Wmo óf begeleiding uit de Participatiewet, bijvoorbeeld om werkfit te worden. Terwijl juist maatschappelijke ondersteuning én begeleiding naar werk tegelijkertijd essentieel kunnen zijn. Bij WerkRaat kunnen zij beginnen zonder indicatie en budget, wij investeren zelf in hen.”

Voor Ot betekende dat de inkoop van een LOI-opleiding. “Zijn wens een beroepsopleiding te volgen liep aanvankelijk vast op de financiering. Wie moest de LOI-opleiding betalen? WerkRaat wachtte het antwoord niet af en financierde voor. Uiteindelijk overtuigden we gemeente Doetinchem dat Ot dankzij die opleiding de stap naar werk zal zetten en betaalden we de opleiding met Wmo-geld (omdat Ot bij de gemeente in het zogenoemde ‘granieten bestand’ zit, komt hij alleen in aanmerking voor Wmo-ondersteuning, AO). Duw mensen niet in een baan die niet passend is, dan vallen ze geheid weer uit en is alle inspanning om zich te ontwikkelen voor niets.”

Het in 2018 gestarte WerkRaat begeleidde tot eind 2019 ruim tachtig mensen. Dertig van hen – “behoorlijk beschadigd” – ontvangen nog alleen zorg en begeleiding, dertig mensen zijn in opleiding, twintig stroomden door naar regulier werk.

Avontuur in structuur
Gemeente Doetinchem heeft zelf een werkacademie met leerwerktrajecten voor bijstandsgerechtigden, ondergebracht bij Laborijn, uitvoerder van de Participatiewet. Dit bedrijf was begin 2019 negatief in het nieuws nadat uit een onderzoeksrapport van adviesbureau Berenschot bleek dat Laborijn klanten wantrouwig bejegende en te hard tegen hen optrad . De gemeente trok zich de kritiek aan. Consulenten worden nu getraind op klantvriendelijkheid, de als dreigend ervaren brieven zijn aangepast. “Als gemeente hoop je dat bijstandsgerechtigden richting arbeidsmarkt gaan, maar op mensen voor wie dat moeilijk is zetten we geen druk,” zegt wethouder Jorik Huizinga (Werk & Inkomen, Participatiewet). “We gaan met iedereen in gesprek. Economische zelfstandigheid blijft het doel, maar of iemand zich ontwikkelt vanuit de Wmo of Participatiewet maakt de gemeente niet uit. Omdat de budgetten voor Jeugdzorg en Wmo beperkt zijn, heeft arbeidsmatig participeren met jobcoaching weliswaar de voorkeur boven dure zorg, maar ondersteuning vanuit de Wmo in combinatie met gelijktijdige re-integratie vanuit de Participatiewet kán wel. We hebben dat in 2018 zelf laten zien met ‘Avontuur in de structuur’, een samenwerkingsproject van de gemeente met zorgorganisaties en UWV, waarbij mensen met psychische problematiek zorg ontvingen én aan werk begonnen. Maar als dubbeling niet nodig is, dan liever niet. Door duurdere zorgtrajecten is het budget immers sneller op. Tegelijkertijd hebben we ook gezien dat de groep die langer begeleiding nodig heeft, groot is. We dachten dat meer mensen sneller zouden participeren.”

Doorlopende ontwikkellijn in Oss

In Noord-Brabant experimenteren de gemeente Oss, regiogemeenten en zorgaanbieders met een doorlopende ontwikkellijn van dagbesteding naar werk. Van Zorg naar Werk, heet dat traject. Pablo (29) is een van de 53 deelnemers aan de pilot. “Pablo is psychisch kwetsbaar en zeer intelligent”, schetst Carin Boeijen van Partners in Zorg haar cliënt. “Hij stopte na het vwo met school, vond werk bij een ICT-bedrijf, viel uit door stress, had een WIA-uitkering en woont beschermd, met ondersteuning bij zijn dagelijkse verrichtingen. Pablo wilde graag meedoen in de maatschappij en in zijn eigen levensonderhoud voorzien.”
Om zijn zelfvertrouwen te vergroten, begon zijn activering met pianospelen en meedoen aan groepsactiviteiten. Boeijen: “Omdat wij geen passend werkaanbod voor hem hebben, meldde ik hem aan voor Van Zorg naar Werk. Daar kreeg hij de tijd zich te ontwikkelen zonder zijn Wmo-indicatie te verliezen.” Die terugvaloptie gaf Pablo vertrouwen en hij startte een ontwikkeltraject.

“Om van zorg naar werk te gaan is samenwerking met zorgaanbieders hard nodig”, weet Ellen Peters, arbeidsdeskundige bij gemeente Oss. “Zij kennen de persoon goed en kunnen inschatten wat nodig is voor zijn/haar ontwikkeling. Zo sloot de optie van een ICT-opleiding bij sociaal werkbedrijf IBN, met aansluitend een gegarandeerde beschutte werkplek goed aan bij Pablo’s interesse en intelligentie, een belangrijke voorwaarde voor een succesvol traject. IBN houdt rekening met zijn kwetsbaarheid en stressfactoren als op tijd komen en verzorgt de planning van zijn werkzaamheden.”

Pablo ging akkoord en begon bij IBN met behoud van uitkering, terwijl anderen zich achter de schermen bogen over conflicterende regelingen. Peters: “Hij had een volledige WIA-uitkering en geen ‘benutbare mogelijkheden’, dus verschafte UWV geen re-integratiebudget voor het werkfit-traject en de intensieve begeleiding door IBN. Zijn mogelijkheden moesten opnieuw worden beoordeeld, waarvoor we met medewerking van UWV de lange wachtlijst voor de verzekeringsarts konden omzeilen.” Het lukte een passende beschutte werkplek met loonkostensubsidie bij IBN te realiseren. Inmiddels werkt Pablo 25 uur per week, hij programmeert en maakt apps. Hij verdient een inkomen op het sociaal minimum en ontvangt geen aanvullende uitkering meer, wel behoudt hij zijn Wmo-indicatie. “Het organiseren en bespreken van z’n werkweek behoeft intensieve ondersteuning”, verklaart Boeijen. “Zonder extra inspanningen van gemeente, IBN, UWV en Partners in Zorg was Pablo allang afgehaakt. Te ingewikkeld, te onzeker.”

Uitvallers met talent aan de slag in Alkmaar

Sjaak (28) heeft een angststoornis en zat thuis van z’n 19de tot 25ste. Na lange tijd moed verzamelen meldde hij zich bij het Jongerenloket van Halte Werk in Alkmaar, waar men hem naar zijn contactpersoon bij de gemeente vroeg. Omdat hij dat niet wist, vertrok hij weer schielijk en het duurde jaren voor hij weer uit z’n schulp kroop. “In de wijk wist niemand van m’n problemen, omdat ik die camoufleerde. Met angst loop je niet te koop. Dus werd ik met rust gelaten.”

Tot hij vanuit z’n therapie twee dagen vrijwilligerswerk moest doen, hij voor ICT koos en in contact kwam met ICT vanaf Morgen, een sociale onderneming die afgeschreven apparatuur een nieuw leven wil geven en haar ideale werknemers vindt in uitkeringsgerechtigden die lang thuis hebben gezeten en veel gameden. “Ik moest een enorme drempel over, maar ben uiteindelijk gewoon gegaan. De gemeente gaf me de ruimte m’n re-integratie op míjn manier in te vullen. In m’n baan bouw ik eigenwaarde op. De veiligheid van je uitkering loslaten is lastig, kun je dat echter in je eigen tempo  doen, dan kun je komen waar je wilt. Ik ben als vrijwilliger doorgestroomd naar werk, heb nog altijd angsten en regelmatig overleg met coaches en ambulant begeleiders, maar ik ben een totaal ander mens geworden.”

Sjaak bleef jaren uit beeld van gemeente Alkmaar. Het beleid is dat jongerenwerkers er op straat contact leggen met jonge mensen die (ogenschijnlijk) niets om handen hebben en proberen hen verder te helpen met opleiding, assessment of werkervaringsplek, legt wethouder Paul Verbruggen (Participatiewet) uit. “Iedereen die zich meldt bij het Jongerenloket van onze gemeente moet geholpen worden. Daarbij is de vraag ‘wat kun je, wat wil je en wat heb je daarbij nodig?’ belangrijker dan regelgeving. We proberen in complexe situaties ondersteuning op maat te bieden door integraal casusoverleg tussen Jeugdzorg, onderwijs en werk en inkomen. Zo hebben Halte Werk en de Wmo-consulent een tiental keer per jaar overleg over mensen in de dagbesteding die mogelijk kunnen werken of over mensen die bij Halte Werk binnenkomen maar eigenlijk zorg nodig hebben. Onze budgetten Jeugdzorg en Wmo zijn ontoereikend, maar mensen die voorzieningen nodig hebben, kunnen er altijd een beroep op doen. Voor zorgvragen die de budgetten te boven gaan, leggen we reserves aan.”

Werken met zorg

“Maar we zijn er nog niet”, haast ze zich te zeggen. “Aan de voorwaardenkant kunnen nieuwe problemen opduiken: een samenwerkingspartner vertrekt, de wachttijden in de Wmo lopen op of de omstandigheden bij de werkgever veranderen. Heb je een terugval of word je ziek, dan krijg je te maken met ingewikkelde procedures, denk aan de Wet poortwachter en de Ziektewet. De Participatiewet kent zelfs helemaal geen terugvaloptie. Bij het switchen tussen verschillende wetten en uitkeringen kom je nog schotten tegen.” (zie ook het kader Simpel switchen)

Doorbraak

Ot woont zelfstandig, heeft een Wmo-indicatie voor begeleiding en een bijstandsuitkering. Het gaat goed met hem, vertelt hij. “De manier waarop WerkRaat met me omgaat, motiveert me. Ik heb ADD en ben snel afgeleid. Als ik een slechte week heb en niet kom opdagen, snapt men dat hier. M’n leermeester en trajectbegeleider zijn er voor me, ik kan op hen teruggevallen als er iets is. Voordat ik in een bedrijf kan werken, moet ik nog veel leren, maar door het vertrouwen dat ik hier krijg, gaat dat zeker lukken.”

Ook de gemeente Doetinchem waardeert de manier van werken van WerkRaat, dat een plan kan uitwerken voor financiering van trajecten waar zowel zorg, opleiding als werktoeleiding bij komen kijken. Wethouder Huizinga: “De ontwikkeling van de klant staat centraal, bouw het systeem om hem of haar heen.” WerkRaat-oprichter Knipping: “Dit is echt een doorbraak.”

 

 

Eindevaluatie Participatiewet

Het SCP noemt de Participatiewet in z’n Eindevaluatie ‘mislukt’ omdat invoering van de wet nauwelijks heeft geleid tot verhoging van de baankansen voor de meest kwetsbare mensen. Voor klassieke bijstandsgerechtigden is er amper verschil en voor mensen die vroeger naar de sociale werkvoorziening konden, daalde de kans op werk. Voor jonggehandicapten met arbeidsvermogen stegen de baankansen, maar hun inkomenspositie verslechterde en zij werken vaak tijdelijk. scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2019/Eindevaluatie_van_de_Participatiewet

 Simpel Switchen

In het project Simpel Switchen in de participatieketen van het ministerie van SZW werken Divosa, Cedris, VNG en UWV samen om de overgangen tussen de verschillende vormen van meedoen voor mensen met een beperking te versoepelen. Simpel Switchen verwijdert drempels tussen wetten en regelingen en versoepelt overgangen tussen dagbesteding en (beschut) werk (en eventueel terug), zodat het makkelijker en veiliger voor hen wordt om stappen in hun loopbaan te zetten. Simpel Switchen zet in op 4 sporen:

  1. mensen moeten makkelijker vanuit de uitkering kunnen gaan werken en weer terug kunnen vallen als het werken toch (even) niet lukt
  2. beter inzicht in financiële gevolgen van aan het werk gaan
  3. meedoen op de best passende plek
  4. continuïteit in begeleiding en meer integrale ondersteuning.

samenvoordeklant.nl/dienstverlening/landelijke-programmas/simpel-switchen

 

Wat werkt in Doetinchem, Alkmaar en Oss?

  • stem het systeem af op de vraag (en dus niet: de vraag op het systeem)
  • kijk naar wat klanten wél kunnen in plaats van naar problemen of beperking
  • luister naar klant en sluit aan bij zijn/haar mogelijkheden, wensen en talenten
  • vertrouwen geven en waardering uitspreken zorgen voor motivatie
  • doel is in beweging komen, niet de grootte van de stap (kleine stappen op de participatieladder zijn ook ontwikkeling)
  • doe wat nodig is, niet wat móet volgens regels, wetten en protocollen
  • voorkom uitval door begeleiding zolang als nodig is en door een passend traject
  • richt je niet te snel op uitstroom en betaald werk, ook tussenstappen als stage of vrijwilligerswerk tellen
  • zorgprofessionals, ambtenaren Wmo/Werk & Inkomen en arbeidsdeskundigen kennen elkaar en werken nauw samen
  • experimenteer met lumpsumfinanciering van het hele ontwikkeltraject