Samenwerken levert meer op dan aparte zorg en arbeidsre-integratie

Gemeenten, UWV, GGZ en servicepunten voor werkgevers werken steeds meer samen om betaald werd mogelijk te maken voor uitkeringsgerechtigden met psychische problematiek.

in: Sociaal Bestek juni/juli 2018

Een derde van de uitkeringsgerechtigden krijgt psychische zorg. Velen willen werken, maar gemeenten of UWV beschouwen hen als onbemiddelbaar. De laatsten gaan, samen met de GGZ, werkgeversservicepunten en cliëntenorganisaties de arbeidsparticipatie van psychisch kwetsbaren vergroten, onder andere met Individuele Plaatsing Steun. Hoe overbruggen zij de afstand tussen zorg en arbeid?

Ruim een derde van alle uitkeringsgerechtigden in Nederland ontvangt psychische zorg, de meesten in de ziekte- en arbeidsongeschiktheidswet. Onder bijstandsgerechtigden gebruikt 30,9 procent in 2013 psychische zorg. [i] Veel mensen zouden graag betaald aan de slag gaan[ii], maar staan onvrijwillig aan de kant. Gemeenten vinden hun loonwaarde te laag en/of UWV-arbeidsdeskundigen beschouwen hen snel als onbemiddelbaar. Te snel, vinden jobcoaches die werknemers met ernstige psychische aandoeningen intensief begeleiden met de methodiek Individuele Plaatsing en Steun (IPS). Het kabinet Rutte II stak 3,5 miljoen in de samenwerking tussen GGZ, gemeenten en UWV. Arbeidsmarktregio’s hebben van dit geld plannen gemaakt om de participatie van psychisch kwetsbare mensen te vergroten. We kijken in Utrecht hoe de samenwerkingspartners de afstand tussen zorg en arbeid in de praktijk proberen te overbruggen.

In de stad Utrecht werkten GGZ-instellingen en gemeente al samen op het gebied van dagbesteding en vrijwilligerswerk door de (O)GGZ doelgroep. Drie GGZ instellingen, drie gemeenten en het UWV vonden elkaar ook gemakkelijk op regionaal niveau en stelden een plan van aanpak op: Werk herstelt. ‘De partners vinden het belangrijk dat er iets gebeurt. Bijstandsgerechtigden, Wajongers en arbeidsongeschikten met een ernstige psychische aandoening verrichten vaak geen betaald werk, terwijl zij (mogelijk) wel arbeidsvermogen hebben en graag willen werken. Zij vormen een grote groep,’ zegt Cris Bergmans, projectleider regionale samenwerking in Midden-Utrecht.

Geldstromen convergeren

De samenwerking van zorginstellingen, gemeenten en UWV moet werelden bij elkaar brengen die elkaars taal nog onvoldoende spreken, langs elkaar heen en soms zelfs tégen elkaar in werken. Zo kan een GGZ-instelling cliënten met een UWV-uitkering naar werk voor ten minste twaalf uur per week (norm UWV) toe leiden, terwijl de werkgever alleen loonkostensubsidie van de gemeente krijgt als het om een baan gaat van ten minste twintig uur (norm Participatiewet). Cris Bergmans: ‘Klantmanagers van Werk en Inkomen zijn gebonden aan de regels van de Participatiewet en die sluiten niet altijd aan bij de praktijk van beperkte belastbaarheid. Zo kan twintig uur werken voor re-integratiekandidaten moeilijk of onmogelijk zijn, bijvoorbeeld door medicatiegebruik of cognitieve problemen die na een psychose zijn ontstaan. Hen verplichten vijf dagdelen te werken kan in dat geval zelfs contraproductief werken. Daardoor is het bij deze doelgroep beter aan te sluiten bij de mogelijkheden van de persoon en niet altijd de wettelijke of gemeentelijke richtlijnen te volgen.’ Gemeenten hebben naar zijn mening bovendien soms beperkte specifieke kennis van de problemen van klanten met een psychische aandoening. ‘Zij hebben natuurlijk met veel verschillende doelgroepen te maken, stellen eigen prioriteiten en weten ook niet altijd of een klant bij de GGZ in behandeling is of begeleiding krijgt.’

Werkzoekenden en werknemers met ernstige psychische problematiek hebben vaak met een uitkering, werk én zorg én ondersteuning te maken. De geldstromen voor zorg, arbeid en welzijn zijn echter meestal gescheiden, zoals ook de afdelingen Wmo en Werk en Inkomen veelal los van elkaar opereren. ‘Zorggeld is niet bedoeld om arbeidsparticipatie te bevorderen en re-integratiegeld is niet bedoeld om de gezondheid te bevorderen, terwijl dat wel zou kunnen,’ aldus het Utrechtse regionale plan van aanpak voor een betere afstemming tussen GGZ, gemeenten en UWV. Betaald werk en verder herstel kunnen hand in hand gaan, zo stellen de samenwerkingspartners. ‘Het combineren van GGZ-behandeling of begeleiding en re-integratie leidt tot betere resultaten.’ In de methodiek Individuele Plaatsing en steun (IPS) komen zorg en arbeidsre-integratie samen.

 

Motivatie

Om kwetsbare werkzoekenden met bijvoorbeeld schizofrenie of psychosen naar een passende baan of opleiding toe te leiden en hen langere tijd te begeleiden, gebruiken steeds meer GGZ-instellingen en anderen het uit de Verenigde Staten afkomstige Individuele Plaatsing en Steun (IPS), een effectief gebleken methode. In Nederland werd de methodiek in 2004 geïmplementeerd bij vier GGZ-instellingen. Uit onderzoek naar de effectiviteit bleek dat 39 procent van de deelnemers in de IPS-groep binnen 18 maanden werk had gevonden, significant meer dan de 19% in de controlegroep die op reguliere wijze re-integreert. Uit het vervolgonderzoek bleek dat na 30 maanden 44 procent van de IPS-deelnemers regulier aan het werk was, tegenover 25 procent in de vergelijkingsgroep. [iii]

Jobcoaches zetten de methodiek ook in om werknemers met een ernstige psychische aandoening hun baan te laten behouden.

Essentieel is dat tijdens re-integratie en werk altijd GGZ-zorg achter de hand is. IPS-trajectbegeleiders zijn verbonden aan een GGZ-behandel of begeleidingsteam, zoals een  FACT-team[iv] of ambulante zorg vanuit begeleid wonen. Wat de plaatsing en financiering betreft sluiten IPS-trajecten niet altijd aan bij de gemeentelijke re-integratiepraktijk. Zo schalen gemeenten dat bijstandsklanten met een ernstige psychische aandoening (EPA) vaak in als ‘onbemiddelbaar’ en niet in staat om regulier werk te doen. Of zij bieden hen eerst een sollicitatietraining, dagbesteding of een werkervaringsplaats aan. Terwijl IPS-trajectbegeleiders gemotiveerde uitkeringsgerechtigden met een werkwens direct in een reguliere betaalde functie plaatsen en hen vervolgens intensief begeleiden on the job.

Als de voorgenomen loondispensatie geen roet in het eten gooit, betekent een baan niet alleen een beter inkomen voor mensen, betaald werk biedt ook eigenwaarde en kan de identiteit van kwetsbare klanten versterken. Zeker omdat bij de keuze van de werksoort en het werkverband de wens en motivatie van de klant voor IPS-jobcoaches leidend zijn. Dit element van (passend) werk naar wens kan schuren met het verplichtende karakter van de Participatiewet en lokale regels om een tegenprestatie voor de uitkering voor te schrijven. Maar arbeidstoeleiding en een baan met hulp van IPS passen feitelijk natuurlijk uitstekend bij het doel en de geest van de Participatiewet. Uitkeringsgerechtigden gaan tenslotte betaald aan de slag.

 

Mix&Match

In Utrecht starten de samenwerkingspartners met acht IPS-trajecten, voor zowel bijstands- als UWV-klanten die onder behandeling zijn en/of begeleid worden door de GGZ. Doel is de afstemming tussen zorg en arbeidsre-integratie lerend van de praktijk te verbeteren, knelpunten zoveel mogelijk weg te nemen en elkaar tegenwerkende regels en verschillende uitvoeringsprocessen op elkaar af te stemmen. In principe wordt, als de klant dat wil en gemotiveerd is, werk een optie vanaf het begin van de GGZ-behandeling, de contacten met UWV-arbeidsdeskundigen en klant/casemanagers van de gemeentelijke afdelingen Werk en Inkomen en Wmo. Het vervolgens onderling en met werkgeversservicepunten afstemmen van de verschillende werkprocessen moet de arbeidsparticipatie van mensen met EPA vergroten.

Behalve tussen genoemde stakeholders vindt in de regio Utrecht ook overleg plaats met cliëntenraden en -organisaties. Hun inbreng is van belang omdat onder cliënten slechte ervaringen kunnen hebben met betaald werk, omdat werk niet lonend was en zij er financieel op achteruitgingen. Daarom moet cliënten die een IPS-traject beginnen altijd duidelijk zijn wat de inkomensgevolgen zijn van arbeidsparticipatie, zodat mensen achteraf niet voor een financiële verrassing komen te staan.

Een van de activiteiten die het Utrechtse project Werk herstelt zal organiseren is een Mix & Match markt waar baanzoekers en werkgevers kennis met elkaar maken en, wie weet, zaken doen.

 

Kostendelen

Projectleider Cris Bergmans is tot midden 2019 in functie. Daarna gaan de Utrechtse stakeholders op eigen kracht verder. In een volgend stadium bekijkt men of ook zorgverzekeraars bij de financiering van de arbeidsre-integratie van GGZ-cliënten kunnen worden betrokken, zoals in Amsterdam al het geval is. Herstel tijdens en deels ook door betaald werk betekent immers een aanzienlijke afname van de zorgvraag en opnamekosten. IPS is een intensieve en langer lopende interventie.[v] Tegenover de investering staan, naast menselijke winst, inkomsten en inverdieneffecten. Onderzoek van het Erasmus Universitair Medisch Centrum naar zes re-integratietrajecten concludeert bijvoorbeeld dat die trajecten gemeenten uitkeringen besparen, zorgverzekeraars zorgkosten en cliënten/werknemers inkomsten opleveren.[vi]

 

Beren

Uit onderzoek en uit cliëntervaringen met werk zoeken en werken, blijkt dat zowel werkgevers als werk(zoek)enden beren kunnen zien op de weg van arbeidsparticipatie van mensen met EPA. In 2017 zei bijvoorbeeld de helft van de werkgevers niet bereid te zijn extra mensen met een gezondheidsbeperking in dienst te nemen [vii] Zij zouden niet aan de verwachtingen voldoen en teveel aanpassingen nodig hebben. Cliënten zelf kunnen denken dat ze een baan niet (aan)kunnen of opzien tegen de stap van een zekere uitkering en fijn vrijwilligerswerk naar de stress, onzekere toekomst en mogelijk lagere inkomsten van betaald werk. De resultaten van re-integreren met de methode IPS, maar ook met re-integratie instrumenten als beschut werk, kunnen deze vooroordelen, angsten en zelfstigma wegnemen. Mensen met EPA zijn immers wél aan betaald werk te helpen en voor banen te behouden.

IPS-trajectbegeleiders die zelf passende werkplekken zoeken voor hun kandidaten hebben overigens vooral positieve ervaringen met werkgevers, die bereid zijn mensen met een psychische kwetsbaarheid in dienst te nemen. Zij onderhouden contact met werkgeversservicepunten, netwerken richting werkgevers, laten zich vacatures toesturen of gaan met hun vraag om passende banen persoonlijk langs kantoren en bedrijven.

 

Olievlek

Kenniscentrum Phrenos in Utrecht verzorgt de opleidingen tot IPS-trajectbegeleider. Dit jaar verscheen het eerste Nederlandse handboek over IPS: IPS werkt![viii] Daarin, maar ook en in het veld verkent men de mogelijkheden van IPS voor anderen dan uitkeringsontvangers met EPA en een participatiewens. IPS-trajectbegeleiders leiden nu al studenten die uitvielen vanwege een ernstige psychische aandoening tijdens hun studie na herstel terug naar hun opleiding. RIBW’s, waar de helft van de bewoners wordt begeleid door de GGZ, gebruiken de methode IPS ook, evenals enkele instellingen uit de verslavingszorg. De maatschappelijke opvang heeft belangstelling. Tegenwoordig komen bovendien doelgroepen als mensen met een lichte psychische aandoening, angststoornis of een bipolaire stoornis in het vizier. Werken met IPS breidt zich als een olievlek uit.

Kennis nemen van elkaars manier van werken, korte lijnen tussen GGZ-instellingen, gemeenten, UWV, werkgevers en cliëntenorganisaties en inzet van de methode IPS slaan bruggen tussen zorg en arbeidsmarkt. In Utrecht en daarbuiten. Verschillende en soms tegen elkaar in werkende praktijken, regels en wetten maken plaats voor afspraken om duurzame arbeidsparticipatie van uitkeringsontvangers en werkenden met EPA mogelijk te maken. Dit proces zal vooral winnaars kennen.

 

       IPS, de methodiek

  • iedereen met EPA en de wil betaald te werken kan meedoen
  • er wordt direct naar een reguliere baan voor de klant gezocht, zonder traject vooraf
  • de arbeidswensen van de klant staan centraal
  • arbeidsre-integratie, begeleiding en zorg worden geïntegreerd aangeboden, bijvoorbeeld vanuit een ambulant GGZ-team
  • de ondersteuning is langdurig, zowel aan de klant als, zo nodig, aan de werkomgeving

 

      Landelijk beleid

De Programmaraad, een bestuurlijk samenwerkingsverband tussen Divosa, VNG, UWV en Cedris, ondersteunt de 35 arbeidsmarktregio’s om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen. Om de arbeidsparticipatie van mensen met psychische problematiek te bevorderen, startte de arbeidsmarktregio’s met steun van de Programmaraad in 2016 met werkateliers. Doel was dat GGZ, gemeenten en UWV elkaar (beter) zouden leren kennen en de onderlinge samenwerking te verbeteren. Om die samenwerking structureel te maken, besloot het vorige kabinet tot een landelijke impulsregeling van 3,5 miljoen. De partners in de 31 arbeidsmarktregio’s dienden plannen in om hun inspanningen beter op elkaar af te stemmen en meer psychisch kwetsbare re-integratiekandidaten te ondersteunen richting werk. De plannen, die allemaal zijn goedgekeurd en worden gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn nu in uitvoering.

Enkele opvallende ontwikkelingen:

  • Veel arbeidsmarktregio’s betrekken ervaringsdeskundigen bij de uitvoering, als adviseur of als lid van de klankborggroep en in één regio als co-projectleider;
  • Verschillende regio’s willen zorgverzekeraars betrekken bij de financiering van (toeleiding naar) arbeidsre-integratie vanuit de GGZ. Arbeidsmarktregio Groot Amsterdam overlegt met een zorgverzekeraar, die men als een van de stakeholders wil inzetten bij het zoeken en mede bekostigen van factoren die arbeidsparticipatie bevorderen. In arbeidsmarktregio Drechtsteden is VGZ betrokken. Zo steunt verzekeraar VGZ al het initiatief ‘Werk als beste zorg’ van GGZ-organisatie Yulius en Sociale Dienst Drechtsteden.
  • Werkgeversservicepunten komen tot meer samenwerking met de GGZ die zij willen inzetten bij hun dienstverlening aan werkgevers;

De projectleider bij de Programmaraad is te bereiken via info@samenvoordeklant.nl

https://www.samenvoordeklant.nl/psychische-aandoening-en-werk

 

 

 

[i]               CBS, Harvard University, 2017

[ii]              Uit Factsheet Panel Psychisch Gezien blijkt dat rond 30 procent van de mensen met langdurige psychische problematiek zonder baan graag betaald aan de slag wil (Trimbos, 2014).

 

[iii] Effectiviteit van individuele plaatsing en steun in Nederland, Trimbos instituut en UMC Groningen, Scion I en II, 2011

 

[iv]                     FACT staat voor Flexible Assertive Community Treatment en wordt ingezet in multiproblemsituaties. In een FACT-team zitten onder andere een psychiater, psycholoog, maatschappelijk werker, ervaringsdeskundigen en een IPS-trajectbegeleider.

 

[v]                      Een driejarig traject kost ongeveer €8000

 

[vi]             Schuring, e.a. 2016

[vii]                    Arbeidsmarkt in kaart, werkgevers in 2017, SCP

 

[viii]                   IPS werkt! Handboek werken en leren met Individuele Plaatsing en Steun, onder redactie van Jaap van Weeghel, wetenschappelijk directeur Kenniscentrum Phrenos en Harry Michon, psycholoog en onderzoeker Trimbos-instituut, uitgeverij Coutinho, 2018

 

 

 

Deel dit artikel via: