Verwarde personen zijn het probleem niet

Als tegenhanger van vermaatschappelijking van de psychiatrie, had het gastvrij maken van de ‘gewone’ samenleving moeten plaatsvinden.

vakblad Participatie en herstel 03/2016 en https://www.movisie.nl/artikel/verwarde-personen-zijn-probleem-niet

De afgelopen honderd jaar is verschillende malen een proces van vermaatschappelijking van de psychiatrie in gang gezet. Om humanitaire redenen, zoals mensen met een ernstige psychiatrische aandoening niet buiten de samenleving plaatsen. Of willen voorkomen dat patiënten door hospitalisering hun mens-zijn verliezen. Maar ook om financiële redenen, want zelfstandig wonen (tegenwoordig zelfredzaam zijn) is goedkoper dan verzorging in een instelling. Geëngageerde cliënten, idealisten en betrokken professionals trokken de kar van die vermaatschappelijking. Zij eisten voorzieningen als beschermd wonen, ambulante zorg, plekken ter verwelkoming en steunsystemen. Deze moeten het leven van de vrijgemaakte kwetsbare burgers in de stad mogelijk en draaglijk maken. Een brede maatschappelijke discussie met de ontvangende kant, kwam er echter niet. Als tegenhanger van de vermaatschappelijking had misschien een proces van gastvrij maken van de ‘gewone’ samenleving moeten plaatsvinden. Om zieke en gezonde, kwetsbare en sterkere mensen naar elkaar toe te laten groeien en met elkaar om te leren gaan. Dat proces was ook goed geweest om verdraagzaamheid te kweken jegens het anders-zijn van mensen met psychische problemen. Die kunnen ons immers allemaal overkomen.
Piet-Hein Peeters schreef een boek over wat hij noemt ‘de échte vragen in de ambulante Ggz’, met als titel Verwarde mensen zijn het probleem niet. Mannen à la Bart van U., die wordt verdacht van de moord op Els Borst en op z’n zus, zijn slechts een deel van de grote en diverse groep mensen met ernstige psychische problematiek. Verwarde mensen maken zichtbaar dat de ambulante zorg en maatschappelijke integratie onvoldoende zijn. Maar de meeste mensen met een ernstige psychische aandoening zorgt niet voor overlast. Zij lijden onzichtbaar en in stilte onder de afgenomen hulp en voorzieningen, de eenzaamheid en het gebrek aan perspectief.

Grijstint
Piet-Hein Peeters laat zien dat Nederland in de omgang met ernstige psychische problematiek nog altijd de juiste grijstint niet heeft gevonden. Gelukkig komt hij niet met een nieuwe zwart/witte blauwdruk. Nee, cliënten gaan niet terug naar de bossen omdat de vermaatschappelijking is mislukt. En nee, we wachten niet af tot de samenleving zich wel gaat bekommeren om kwetsbare ‘gekken en gestoorden’. Piet-Hein Peeters neemt ons mee de praktijk van Ggz, zelfzorg en ketensamenwerking in. Hij praatte voor zijn boek met cliënten die een zelfstandig bestaan opbouwden, hoe gemankeerd soms ook. Hij sprak psychiaters, zorgverzekeraars, RIBW-bestuurders, politiemensen, onderzoekers en vele anderen. Professionals in het veld zijn het onderling niet eens over wat hun cliënten wel/niet (zouden moeten) kunnen. Wat de een de goede kant op vindt gaan, is bij de ander juist aanleiding de noodklok te luiden. Een voorbeeld is de vraag of zelfstandig wonen nu wel of niet kan.
De auteur onderzoekt of de Ggz écht de stap naar ambulante eropaf zorg wil maken. Wil de Ggz wel samenwerken met andere aanbieders om cliënten thuis te ondersteunen? Andere vragen zijn of de nieuw opgetuigde sociale wijkteams voldoende expertise in huis hebben om mensen te begeleiden en calamiteiten te voorkomen. En of de wijze van financiering van zorg en welzijn tot extra problemen leidt.

Zere plekken
Piet-Hein Peeters legt de vinger op zere plekken. De Ggz lijkt zich vanwege haar (beperkte?) budget alleen verantwoordelijk te voelen voor zorg en niet voor het maatschappelijk functioneren van hun klanten. Gemeenten hebben onvoldoende oog voor de behoefte aan professionele zorg. En cliënten mijden zorg omdat het eigen risico en de eigen bijdrage te hoog zijn; zij kunnen dan in problemen komen. Hij constateert, met z’n gesprekspartners, dat gemeenten verschillen in hun zorg- en ondersteuningsaanbod en in mogelijkheden voor arbeidsre-integratie. Peeters meent dat daarom landelijke regie van zorg en ondersteuning nodig is. Zorgminister Schippers installeerde dit jaar een Aanjaagteam Verwarde personen, om ‘een sluitende aanpak van ondersteuning en zorg’ in te richten. Zij laat in oktober 2015 juist weten dat dit ‘urgente probleem’ zich ‘niet vanuit Den Haag laat regisseren en regelen’.

Een lokale opgave
Het veld en ‘de basis’ moeten het doen dus. Daarvoor zijn maatwerk, goede afstemming en aansluiting van zorg en ondersteuning op lokaal niveau nodig. Voor cliënten is ook continuïteit van (ambulante) psychiatrische zorg belangrijk, aldus de auteur. Bestaande voorzieningen kunnen pas verdwijnen als er goed functionerende ambulante zorg en ondersteuning zijn. Piet-Hein Peeters: Je laat geen mensen met ernstige psychische problematiek tussen de wal en het schip vallen als ze niet (goed) kunnen zwemmen. Een financieringssysteem dat het tegenovergestelde effect sorteert dan wat beleidsmakers beogen, dat deugt niet. Utrecht, waar gemeente en zorgverzekeraars bijvoorbeeld samen FACT-teams financieren, kan model staan voor goede ketenzorg.
Het aantal incidenten met verwarde mensen is geen maatstaf voor het welslagen van ambulantisering, waarschuwt Peeters nog. Daarvoor worden momenteel teveel stille mensen met ernstig psychisch lijden aan hun lot overgelaten. Dit prettig leesbare boek vraagt ook aandacht voor hen.

Verwarde personen zijn het probleem niet. Over de echte vragen in de ambulante ggz, Piet-Hein Peeters, Uitgeverij Pepijn Eindhoven, 2015

http://www.uitgeverijpepijn.nl/item-15197-Verwarde-personen-zijn-het-probleem-niet