Stresssyndroom kan roze wolk donker kleuren

Het krijgen van een kind kan, behalve een blijde, ook een traumatische gebeurtenis zijn. Claire Stramrood onderzocht PTSS na de bevalling.

in Nataal – december 2013

Volgens gynaecoloog in opleiding Claire Stramrood durven veel vrouwen na een traumatisch ervaren bevalling nooit meer zwanger te worden. Voor haar reden verder onderzoek naar PTSS in de verloskundige en gynaecologische praktijk te doen. Jaarlijks blijken rond 2000 vrouwen na hun zwangerschap en bevalling een posttraumatische stressstoornis (PTSS) te krijgen. Stramrood pleit voor betere signalering van PTSS na de bevalling.

Claire Stramrood werkt in het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, haar onderzoek deed zij in het UMC Groningen. Daar promoveerde zij in juni 2013 op het onderwerp PTSS na de bevalling.[1] Nataal heeft een gesprek met haar over de resultaten van haar studie.

‘In het buitenland, vooral in Scandinavische landen en Engeland, is de laatste vijftien jaar steeds meer bekend geworden over PTSS, die ook na een bevalling kan ontstaan,’ zegt Stramrood. ‘Omdat er in Nederland relatief veel thuisbevallingen zijn, wilde ik weten hoe vaak PTSS na de bevalling hier voorkomt en of er verschil is tussen spontane zwangerschappen en zwangerschappen na een vruchtbaarheidsbehandeling. De focus van het tweede deel van het onderzoek lag op vrouwen met een zwangerschapsvergiftiging en vroeggeboortes. Hebben zij vaker psychische problemen na zwangerschap en bevalling dan vrouwen zonder complicaties?’ Ten slotte bestudeerde Stramrood het effect van behandeling met eye-movement desensitization and reprocessing (EMDR) op vrouwen met PTSS na de bevalling.

Screening

Aan het onderzoek van Claire Stramrood deden 428 ‘bevallen vrouwen’ mee. 9% van hen had de bevalling als traumatisch ervaren, bij 1,2% ontwikkelde zich PTSS. Hierbij was nauwelijks verschil tussen ziekenhuis- en thuisbevallingen. Het psychisch welbevinden van vrouwen die bevielen na een vruchtbaarheidsbehandeling week niet af van dat van de vrouwen die spontaan zwanger waren geworden. Vooral vrouwen met een ongeplande (spoed)keizersnede, vrouwen die hun kind tijdens de zwangerschap of baring verloren en vrouwen met aanleg voor psychische problematiek lopen risico op PTSS.

Omdat er geen landelijke richtlijnen zijn voor screening op PTSS na een bevalling, komt men het niet altijd op het spoor. Per ziekenhuis verschilt of en hoe men problemen signaleert. Claire Stramrood: ‘Er zijn wel ziekenhuizen die tijdens de zwangerschap checken op depressie, maar standaard is dat niet, ook niet in het ziekenhuis waar ik zelf werk. Na zes weken gaan jonge moeders nog één keer voor controle naar de gynaecoloog of verloskundige. Daarna zien we vrouwen niet meer, tot een eventuele volgende zwangerschap.’

Een van de belangrijkste conclusies van Stramrood is dan ook alle vrouwen na een ernstige vroeggeboorte van hun kind (beneden 32 wekengrens) op PTSS te screenen en hen langer te volgen. De aanbevelingen die zij doet zijn partners betrekken bij de screening, onderzoek te starten naar PTSS bij vrouwen die geen Nederlands spreken en in vervolgonderzoek de ontwikkeling van het kind mee te nemen. ‘Als vrouwen depressief zijn na de bevalling, heeft dat vaak effect op kinderen. Zij kunnen zelfs gedragsproblemen krijgen op latere leeftijd. De vraag is of ook PTSS bij de moeder effect heeft op de hechting en ontwikkeling van het kind.’

Ook verdient het volgens Stramrood aanbeveling onderzoek naar PTSS na de bevalling uit te breiden naar landen buiten West- en Noord-Europa.

 

Empathie

Praten over psychisch problemen in verband met het krijgen van een baby is geen huis, tuin en keukenonderwerp. Vrouwen komen er niet gemakkelijk voor uit. Stramrood: ‘Er rust een taboe op psychische aandoeningen bij zwangeren en kraamvrouwen, terwijl veel vrouwen hiermee te maken krijgen. Op een verjaardagsfeestje willen vrouwen nog wel vertellen dat ze slecht slapen en aambeien of verstopping hebben gehad, maar zeggen dat je je niet blij voelt is not done. Voor mijn onderzoek wilden vrouwen gelukkig wel over hun angstgevoelens praten.’ Er niet over (durven) praten en alles uit de weg gaan wat herinnert aan zwangerschap of bevalling kan op zichzelf een symptoom van PTSS zijn.

Daarom vindt Stramrood screening op PTSS en het langer volgen van vrouwen belangrijk, vooral na een vroeggeboorte of zwangerschapsvergiftiging. Zij veronderstelde dat vrouwen, zolang het bijvoorbeeld niet goed gaat met het kindje, niet meteen toekomen aan de verwerking van een trauma. Haar onderzoek bevestigde Stramrood in die veronderstelling. ‘PTSS kan ook later of tijdens een volgende zwangerschap nog ontstaan. Mijn advies is dat zorgverleners alert zijn of zelfs actief moeten vragen naar eventuele stress of angstgevoelens. Er zijn vrouwen die na een traumatisch ervaren bevalling hartkloppingen krijgen als ze langs het ziekenhuis fietsen, laat staan dat ze naar binnen willen. Ziekenhuizen en verloscentra moeten open staan voor een gesprek en dat vrouwen laten weten.’ Het liefst ziet Stramrood empatische specialisten en verloskundigen, die zich kunnen verplaatsen in vrouwen met angstgevoelens over bevallen. ‘Problemen helemaal voorkomen is misschien niet mogelijk. Sommige mensen zijn nu eenmaal vatbaarder voor stress dan anderen en er zíjn complicaties bij bevallingen. Maar wanneer je merkt dat vrouwen niet meer durven bevallen of ‘nooit meer’ zwanger willen zijn, kun je iets doen. Vooral qua welzijn valt winst te behalen. Krijgen vrouwen desondanks PTSS na de bevalling, dan is dat te behandelen.’

Ideaal zou zijn dat vrouwen die hun bevalling als naar hebben ervaren hun partner meenemen naar de nacontrole. ‘Als hij de bevalling anders heeft ervaren, kan dat tot relatieproblemen leiden,’ aldus Stramrood. ‘Zorg dat je eventuele problemen bij het samen verwerken van een gecompliceerde zwangerschap en/of bevalling niet over het hoofd ziet.’

Om te zorgen dat het krijgen van een kind door een PTSS check niet verder wordt  gemedicaliseerd, moeten artsen en verloskundigen voorzichtig polsen of er iets aan de hand is. ‘Je moet niet vragen “Ziet u er tegenop, u weet toch dat bevallen pijn doet?” Dan máák je een probleem. Laten merken dat je open staat voor een gesprek is voldoende. Naar mijn mening moet een ziekenhuis of verloskundige praktijk aandacht voor mogelijke PTSS hebben, zonder een aanbod te scheppen waar geen vraag naar is. Wij denken er in Meander MC over om vrouwen na een bevalling een kaart te sturen, vaag maar uitnodigend.’

Behandeling

Omdat behandeling met eye-movement desensitization and reprocessing (EMDR) effectief is bij PTSS van andere patiënten, onderzocht Stramrood ook het effect van EMDR op vrouwen met PTSS na de bevalling. ‘We lieten drie vrouwen met PTSS na hun eerste bevalling tijdens hun volgende zwangerschap behandelen met EMDR. Die behandeling resulteerde in minder posttraumatische stresssymptomen. Alle drie de vrouwen durfden de vaginale baring weer aan. Zelfs met opnieuw complicaties tijdens die bevalling keken zij alle drie positief terug op hun tweede bevalling. Groot voordeel van EMDR is dat de behandeling snel effect sorteert. Dat is belangrijk voor het net geboren kind en voor een eventuele volgende zwangerschap.’ EMDR helpt dus, hoewel het hier ging om slechts enkele mensen. ‘Om echt conclusies aan het succes van de interventie te verbinden, is een grotere onderzoeksgroep nodig,’ stelt Stramrood. Ook is het raadzaam EMDR zo nodig te combineren met cognitieve gedragstherapie.

Door haar onderzoek is Claire Stramrood een deskundige geworden op het gebied van PTSS na de bevalling. ‘Ik word veel gevraagd om te spreken op congressen. Collega’s en patiënten komen naar me toe voor advies, diagnostiek en behandeling. Tijdens het onderzoek zat ik vooral achter de pc. Nu kan ik m’n bevindingen zelf gaan toepassen in de praktijk.’


[1] De titel van het proefschrift van Claire A.I. Stramrood is Posttraumatic stress following pregnancy and childbirth.