Met armoede uit de kast…én uit de sores

Armoede is niet alleen een geldkwestie, ook sociale uitsluiting en isolement. Welke oplossingen dragen armen zelf aan voor armoedebestrijding?

Aan de slag – november 2012

Armoede is een veelkoppig monster. Het is niet alleen een geldkwestie, armoede is ook sociale uitsluiting en isolement. Belangenorganisaties, dienst- en hulpverleners en gemeenten proberen het monster op allerlei manieren te overmeesteren. Maar welke aanpak staan mensen in een armoedesituatie zelf voor? Zijn de oplossingen die zij aandragen effectiever? In steeds meer gemeenten zijn het ervaringsdeskundigen zelf die hun lotgenoten stimuleren in beweging te komen. Radar, bureau voor sociale vraagstukken, en partners als de Sociale Alliantie, Stimulansz en Divosa faciliteren nu het project Met armoede uit de kast.

Binnenkort komen verspreid over Nederland teams ervaringsdeskundigen in actie om zelf armoede in beeld te brengen, vanuit hun perspectief. En om mensen te vragen welke wegen zij zelf zien om weer mee te doen in de samenleving. Al acht gemeenten doen mee met deze vorm van actieonderzoek om armoede en langs de kant staan van onderop aan te pakken, waaronder Groningen, Zwolle, Leeuwarden, Apeldoorn, Amsterdam en Harderwijk.

Zo start men in de wijk Nijlân in Leeuwarden binnenkort met een Buurtbox, een initiatief van welzijnsorganisatie Welzijn Centraal. Sytske en Sander Veenstra zijn de vrijwilligers achter de Buurtbox. Sytske gaat de site beheren: ‘De Buurtbox is een digitaal ruilsysteem voor klusjes en wensen, die buurtbewoners met gesloten beurs met elkaar kunnen uitwisselen. Ze kunnen aangeven op te kunnen passen of samen te willen fietsen. Een ander kan daar dan op reageren. Dat is niet alleen praktisch, het zorgt er ook voor dat mensen die geïsoleerd leven met anderen in contact komen.’ Sytske is zelf om medische redenen voor 100% afgekeurd. Maar langsgaan bij mensen zonder computer, om hen in de Buurtbox te laten kijken, kan wel. ‘Ik vind het leuk om iets om handen te hebben.’

Mensen die in armoede leven laten al langer van zich horen. Meestal om hun problematiek over het voetlicht te brengen. Anderen komen met ‘oplossingen’. Uitkeringsinstanties verplichten mensen mee te doen in trajecten, organisaties bieden talloze projecten om hen te activeren of te laten re-integreren. Hoe effectief veel methoden om mensen weer mee te laten doen ook zijn, het is aanbodgericht werken, topdown. Met mensen aan de arme kant van Nederland als lijdend voorwerp. Dat kantelt. De overtuiging groeit dat mensen op eigen kracht beter in staat zijn tot maatwerk: zij kunnen precies aangeven wat voor hen zal werken en wat niet.

 

Gelijkwaardigheid

Initiatieven als Overschie voor elkaar, Speelgoedbank de Grabbelton, Samen Tegen Armoede en Mankracht werken al volgens dit procedé. Frank Schenk van Overschie voor elkaar heeft een uitkering en houdt als vrijwilliger, in dienst van Sociale Zaken Rotterdam, spreekuur voor andere uitkeringsgerechtigden. Frank Schenk: ‘Als je lang werkloos bent, raak je het contact met de wereld kwijt. Je cirkel wordt kleiner. En als je een paar keer bent afgewezen omdat je de taal onvoldoende spreekt of er niet representatief uitziet, raak je ongemotiveerd.’ Bij Overschie voor elkaar vinden één op één gesprekken plaats op basis van gelijkwaardigheid: klant en coach zitten in hetzelfde schuitje.

De bestaande zelfhulpgroepen krijgen nu dus gezelschap van actieonderzoekers, die aan de slag gaan onder het motto Met armoede uit de kast. Actieonderzoek en ondervraagd worden door lotgenoten zijn, net als het vrijwilligerswerk van Overschie voor elkaar, op zichzelf al activerende bezigheden.

 

Zelfbeeldvorming

Het verbeelden van armoede door ervaringsdeskundigen zal ook een extra dimensie geven aan wat armoede ís. De gangbare definitie van armoede is het aantal huishoudens onder de lage inkomensgrens. Het CBS en het SCP voorzien dat het aantal arme huishoudens in 2012 oploopt tot 8,5 procent van het totale aantal huishoudens in Nederland. Vooral eenoudergezinnen, alleenstaanden tot 65 jaar en mensen met een bijstandsuitkering leven in armoede. Van recente datum zijn het groeiend aantal werkende armen, onder wie zelfstandigen. Ook de groeiende toeloop naar de Voedsel- en Kledingbanken is een aanwijzing voor toenemende armoede.

In beleidsstukken zijn cijfers en doelgroepen maatgevend. Voor betrokkenen gaat het vooral om zaken als negatieve eigenwaarde, eenzaamheid, angst, schaamte en gêne. Zij geven aan niet te willen bedelen bij de gemeente en het vernederend te vinden telkens hun hele hebben en houwen op tafel te moeten leggen. Ze blijven thuis om anderen niet te hoeven laten merken dat ze niks hebben om uit te geven.

Dat is een ander beeld dan wat stemmingmakers van de Nederlandse VVD (met verkiezingsposter ‘Handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden.’) en de Conservatieven in de Verenigde Staten van Amerika (presidentskandidaat Mitt Romney: ‘47% van de Amerikanen heeft een slachtofferrol, is afhankelijk van de overheid en vindt dat ze recht heeft op voedsel, onderdak en zorgverzekering.’) ons voorhouden.

Zelfbeeldvorming en actieonderzoek kunnen leiden tot precies die handvatten om de deur uit te gaan en samen met anderen iets te ondernemen, al is het in kleine stappen.

Overschie voor elkaar is daar een goed voorbeeld van. ‘Mensen hebben vaak meerdere problemen en weten de weg niet naar alle voorzieningen die er zijn,’ zegt Frank Schenk. Overschie voor elkaar wijst hen bijvoorbeeld op Dress for Success, waar zij gratis kleding en advies kunnen krijgen als voorbereiding op een sollicitatiegesprek. Van de honderd klantcontacten, heeft de zelforganisatie 25 mensen aan een vrijwilligerscontract geholpen. Schenk: ‘De meeste mensen die bij ons komen, staan ver van de arbeidsmarkt. Onze aanpak is wat menselijker en minder prestatiegericht dan die van officiële klantmanagers.’ Toch bemiddelde Overschie voor elkaar, dankzij de vele contacten die de vrijwilligersorganisatie heeft in de deelgemeente, ook bij het vinden van een betaalde baan voor acht mensen met een uitkering.

 

Hoezo armoede?

Tijdens de internationale armoedeweek Why Poverty?, van 25 november tot 2 december, besteedt de televisie veel aandacht aan het thema armoede. De Nederlandse Publieke Omroep portretteert onder de noemer Helden van Nederland enkele mensen die op eigen kracht een weg uit de armoede hebben gevonden. Wereldwijd zenden omroepen documentaires uit over armoede, waar ook ter wereld, om aandacht te vragen voor armoedebestrijding. In Nederland coördineert de VPRO dat. Er zullen die week dagelijks uitzendingen over dit onderwerp te zien zijn.

De week Hoezo armoede? wordt ludiek geopend op culturele zondag in Utrecht. Op dertig locaties in de stad kan de mens met de niet of ongevulde beurs terecht voor een geestverruimend programma en onorthodoxe oplossingen voor armoede. Zo is er een reisbureau Armoe troef, worden tv-programma’s uitgezonden vanuit het Geldmuseum en staat het stadhuis open voor een gratis huwelijk. De publieke creativiteit is een verbeelding van wat eigen kracht, met ruggensteun vanuit de samenleving, vermag.

De filmpjes die ervaringsdeskundigen met hulp van Radar en de Sociale Alliantie zelf maken, komen op lokale, regionale of landelijke zenders. Op 29 november presenteren helden uit Amsterdam, Harderwijk, Groningen, Leeuwarden en Zwolle hun eerste ervaringen, vanaf 15:30u bij Radar in Amsterdam.

Met armoede uit de kast is overigens een aanpak van lange adem. Ook na de armoedeweek (en zonder media-aandacht) blijft een aantal gemeenten mensen in een armoedesituatie stimuleren hun eigen kracht aan te spreken om daaruit te komen.

 

Armoedepact

Het aanbodgericht werken laat zich op deze wijze slecht op een laag pitje zetten. Want behalve omroepen en gemeenten zijn ook bedrijven nog altijd bereid te hulp te schieten. Maar niet meer alleen met geld. De focus is gericht op het bevorderen en ondersteunen van zelfredzaamheid en op het wegnemen van achterliggende oorzaken.

In Almelo heeft een coalitie van 22 partners, onder andere woningcorporaties, hulporganisaties en voedselbanken een Armoedepact gesloten. Doel is de armoedeovererving in de regio te doorbreken. Ook in Amsterdam, dat een lokale armoederegisseur heeft, is een pact gesloten tussen de gemeente, bedrijven en organisaties. Tevens is er een netwerk van zogenoemde armoedeambassadeurs uit het bedrijfsleven die zich de armoedeproblematiek aantrekken.