Op het goede spoor houden

Het ministerie van Justitie koopt de zorg voor gedetineerden met een psychiatrische stoornis of verslaving, soms gecombineerd met een verstandelijke beperking, deels in bij reguliere aanbieders.

Zorgvisie – september 2012

Verspreid over het hele land zitten gedetineerden met een ernstige stoornis, verslaving of verstandelijke beperking in meer of minder beveiligde forensisch psychiatrische zorginstellingen, in justitiële inrichtingen of in de reguliere ggz. Voor mensen die daar, bijvoorbeeld vanwege agressie, (nog) niet terecht kunnen, heeft de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) vijf Penitentiair Psychiatrische Centra (PPC) ingericht. Zij bieden sinds 2,5 jaar de moeilijkste gedetineerden zowel zorg als adequate beveiliging. De centra moeten de ernstig gestoorde gedetineerden voorbereiden op verdere behandeling na detentie om recidive te voorkomen. De zorginkoper voor Justitie, de directie Forensische Zorg van DJI, beweegt zorgaanbieders daarom tot sluitende samenwerking en zorgcontinuïteit rond deze groep. Bijna 60 procent van de circa 30.000 gedetineerden die jaarlijks voor korte of langere tijd vastzitten in een van de justitiële inrichtingen, lijdt in enige mate aan een psychiatrische stoormis of verslaving. Van 10 procent staat vast dat behandeling nodig is, voor 4 procent is acute opname noodzakelijk. Een deel van de ‘gestoorde justitiabelen’ heeft (ook) een verstandelijke beperking. Zorg in tbs- en forensisch psychiatrische klinieken en nu dus ook in Penitentiair Psychiatrische Centra, koopt Justitie intern in; de klinieken en centra hebben eigen psychologen, verpleegkundigen en gespecialiseerde medewerkers. Andere zorg, bijvoorbeeld ambulante ggz, wordt extern ingekocht bij reguliere zorgaanbieders (zie kader). De dagelijkse medisch noodzakelijke zorg doen gevangenissen bij voorkeur met vast personeel. ‘We kopen diensten in, zoals therapieën, maar we kunnen niet alles inkopen,’ licht directeur Gevangeniswezen Jacco Groeneveld toe. ‘Voor de zorg en behandeling in bijvoorbeeld een PPC heb je de toewijding en het commitment nodig van medewerkers die zich verbonden voelen met de doelgroep en die zich verantwoordelijk voelen voor de zorg én de veiligheid van gedetineerden en personeel.’

 

Schakel in de zorgketen

Maar als samenwerkingspartners en aanbieders van behandeling in aansluiting op detentie zijn reguliere zorginstellingen voor Justitie van groot belang. De gemiddelde verblijfsduur in een PPC is ongeveer drie maanden. Gedetineerden met een ernstige psychiatrische stoornis of verstandelijke beperking komen er als patiënt binnen en zullen ook als patiënt vertrekken. Het PPC is niet meer dan een schakel in de zorgketen.

Groeneveld: ‘We willen zorgcontinuïteit garanderen en de verbinding maken met de periode vóór en na detentie. Om het risico op recidive te verminderen moeten de PPC’s hun  interventies vanaf dag 1 richten op doorbehandeling. Daarvoor halen we zorgaanbieders van buiten naar binnen. Die zorgprofessionals probeer je te interesseren voor de problematiek. De reguliere gezondheidszorg staat niet te springen om ‘onze’ multiproblematische jongens met een crimineel randje in behandeling te nemen. Maar als we niets doen, pleegt 70 procent van hen opnieuw een delict of misdrijf. Zorgcontinuïteit speelt een belangrijke rol in het veilig houden van de samenleving.’

 

Geld stuurt

PPC’s moeten gedetineerden motiveren voor en plaatsbaar maken in de ggz, de verslavingszorg of de verstandelijk gehandicaptenzorg (VG-zorg). De ontvangende zorgorganisaties moeten hen ‘willen hebben’. DForZo probeert de patiëntenstroom − het gaat hier om enkele duizenden delinquenten per jaar − met kwaliteitseisen aan zorgaanbieders in de gewenste richting te leiden. Goof van Gemert, directeur van DForZo: ‘De PPC’s – en dat geldt ook voor andere forensische zorg – zijn verplicht een gestandaardiseerde risicotaxatie te maken. De PPC’s moeten zorgcontinuïteit bevorderen door bijvoorbeeld een warme overdracht naar vervolgbehandeling. Doorlopende zorg en behandeling moeten het veiligheidsrisico van crimineel gedrag verminderen. Dat begint al door gedetineerde patiënten hun medicijnen te laten innemen. Output als het herstel van de gedetineerde patiënt of minder lijdensdruk zijn voor ons ook van belang. De ultieme outcome is echter vermindering van recidive.’

Ook met fi nanciële prikkels laat DForZo PPC’s en zorgaanbieders van buiten leveren wat Justitie wil. Van Gemert: ‘Bij het contracteren van zorg eisen wij dat de aanbieder een visie heeft op doorbehandeling en samenwerking. Die kunnen ze vormgeven in bijvoorbeeld de Veiligheidshuizen of door externe behandelaars binnen te halen, die na afloop van de detentie gewoon doorgaan met hun zorg. Als de gedetineerde al onder behandeling was, moet hij die in de gevangenis voort kunnen zetten.’ De zorginstellingen hebben financieel belang bij doorplaatsing. ‘Ggz-instellingen moeten zorgen dat ze patiënten krijgen, hen desnoods in gevangenissen ophalen, en als dat niet kan, hen daar opzoeken voor behandeling,’ aldus Van Gemert. ‘Met verslavings- en VG-zorg willen we dat ook bereiken.’

 

Stap voorwaarts

Palier, dat forensische en intensieve zorg in de Randstad biedt, is een ggz-aanbieder én samenwerkingspartner van justitiële inrichtingen in deze regio. Het zorgbedrijf (onderdeel van de Parnassia Bavo Groep) heeft veel ervaring met de vaak ingewikkelde patiënten die met justitie in aanraking (dreigen te) komen. ‘Wij beschouwen de PPC’s als een stap voorwaarts in de forensische keten. Veel patiënten in het gevangeniswezen krijgen nu betere zorg, op  gespecialiseerde en toegewijde zorgafdelingen. De bejegening lijkt steeds meer op die binnen de ggz,’ zegt psychiater Chris van der Meer, die onlangs afscheid nam als directeur Zorg van Palier. Dat vergemakkelijkt de doorstroom van patiënten. Van der Meer: ‘De ggz kent steeds minder drempels, 95 procent van het aanbod uit het gevangeniswezen wordt zonder meer opgenomen op de gecontracteerde afdelingen. Ik ben groot voorstander van doorlopende zorg en nauwe samenwerking rondom de patiënt. Bij voorkeur met een zogenoemde warme overdracht, waarbij niet alleen professionals onderling overleggen, maar we ook met de gedetineerde patiënt praten, hem motiveren.’ Hij pleit zelfs voor een kwaliteitsgemeenschap, waarin justitiële instellingen als de reclassering en het Nederlands Instituut voor Forensische psychiatrie en psychologie (NIFP) kennis en ervaringen uitwisselen met de ggz over forensische zorg en kansrijke interventies.

Het huidige indicatie- en plaatsingssysteem van Justitie, laat volgens hem echter te weinig ruimte voor intensieve samenwerking. Het systeem is ontwikkeld in de tijd dat Justitie, veel meer dan nu, moest ‘leuren’ om patiënten in de ggz geplaatst te krijgen. Van der Meer noemt DForZo ‘een verantwoordelijke inkoper’, maar vindt de bevoegdheden van Justitie ‘een punt van zorg’. Zo waarschuwt hij in verband met het medisch beroepsgeheim voor de voorgenomen verplichting dossiergegevens af te staan in het kader van forensische rapportage.

De psychiater vindt dat zorg (willen) sturen op afstand weinig kans van slagen heeft. ‘De inkoop van zorg kan vooral succesvol zijn als zorgverlener en zorginkoper samen bepalen wat een goede besteding van de financiële middelen is, het liefst op basis van gelijkwaardigheid. Forensisch psychiatrische zorg is geen sing and dance op afstand.’

Het inkoopmodel van DJI heeft al wel de eerste vruchten afgeworpen. Jacco Groeneveld: ‘In enkele PPC’s gaat niemand meer naar buiten zonder een behandelplan, dat in overleg met samenwerkingspartners tot stand is gekomen. Het verkeer tussen de voorheen gesloten werelden van het gevangeniswezen en de ggz is intensiever geworden. Dat maakt het makkelijker om zorgcontinuïteit te bewerkstelligen.’

AAN- EN INBESTEDING

Anders dan op de gewone zorgmarkt vervullen bij justitiële inrichtingen niet de zorgverzekeraars de rol van zorginkoper, maar de directie Forensische Zorg (DForZo) van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). DForZo is verantwoordelijk voor de inkoop van alle geïndiceerde psychosociale en psychiatrische zorg in een strafrechtelijk kader, dat wil zeggen: zorg voor gedetineerde patiënten op last van de rechter. Justitiële inrichtingen staan open voor alle zorgaanbieders. De zorginkoop voor het gevangeniswezen gaat volgens Europese aanbestedingsregels. Omdat DForZo de zorg inkoopt en niet de justitiële inrichtingen zelf, is sprake van ‘inbesteding’. Zij kunnen alleen zorg en diensten, zoals therapieën, arbeidsre-integratie en begeleiding, afnemen die door DForZo zijn ingekocht.

Bij externe inkoop gaat het om aanvullende ambulante zorg en expertise die de forensische klinieken, afdelingen en centra binnen het gevangeniswezen niet zelf in huis hebben. DForZo koopt zorg in bij ruim honderd ggz- en zorgaanbieders uit heel Nederland. Zij bieden een breed palet aan forensische zorg. De zorgaanbieders die DForZo voor 2012 heeft gecontracteerd, staan in het overzicht Gecontracteerde Zorgaanbieders 2012 en zijn in te zien op www.forensischezorg.nl.