Sociaal doe-het-zelven in Rotterdam loont

Lokale ondernemers, thuiskoks, naaisters, taartenbakkers, jongeren en ontwerpers werken samen aan nieuwe producten en diensten. Ook ontstaan nieuwe sociale verbanden.

e-zine Waterstof, mei 2012

Hebben wijken met relatief veel huishoudens met een laag inkomen een weerwoord of buffer tegen problemen die mensen, individueel en als gemeenschap, krijgen door de huidige extra ontslagen, het wegvallen van voorzieningen, hogere eigen bijdragen en bezuinigingen? Sociale doe-het-zelvers in Rotterdam wel.

In grote steden staan niet alleen veel kantoren leeg, maar ook gebouwen met (voorheen) een sociale functie, zogeheten ‘maatschappelijk vastgoed’. Menig welzijnsgebouw en talloze collectieve voorzieningen als bibliotheken zijn, of worden, gesloten. Een verlies voor de buurt, maar een kans voor burgerinitiatieven om er iets mooiers van te maken. In het Oude Westen in Rotterdam, dat al een lange geschiedenis kent van ‘voor en door de buurt’, kwamen actieve bewoners onlangs bij elkaar om te praten over een nieuwe bestemming voor een wijkgebouw met sporthal dat de deelgemeente binnenkort sluit. Mogelijk kunnen ze het voor weinig geld verwerven. In overleg met de huidige gebruikers – onder wie enkele migrantenkerkgenootschappen – wordt gekeken waar belangstelling voor is en voor welke activiteiten mensen zich in willen zetten. ‘Bewoners hebben ideeën genoeg, de wijk heeft veel kwaliteit,’ zegt Joke van der Zwaard, onderzoeker en publiciste (‘etnografe’, zoals ze zelf zegt) en onvermoeibare gangmaker in de Rotterdamse wijk. ‘Er zijn ideeën voor een theaterzaal met eigenwijze muziekprogrammering plus ruimte voor lokaal talent, het aktiegroepcafé wil uitbreiden en de keuken kan gebruikt worden door cateraars uit de buurt. Ook duiken voortdurend nieuwe groepen op die onderdak voor hun activiteiten zoeken. Op het ogenblik zijn dat Somalische vrouwen. Zij kunnen een plek krijgen in het gebouw, net als de Marokkaanse vrouwen die nu van het ene naar het andere buurthuis trekken.’ Instellingen die zich met hen willen bemoeien, bijvoorbeeld voor opvoedondersteuning, zouden nieuwkomers in ruil moeten helpen met hun boekhouding, het afsluiten van een verzekering, etc., vindt Joke van der Zwaard. De inzet van de overheid kan beperkt blijven tot het onderhoud of beheer van het multifunctionele gebouw.

Tactische verwantschappen

Nieuwe gebruikersgroepen en voorzieningen kunnen van het wijkgebouw zelfs méér maken dan het was. Van der Zwaard: ‘Na jarenlang beknibbelen op de wijkvoorziening, kunnen initiatieven van bewoners de buurt een boost geven en kwaliteitsverhogend werken. Het wijkgebouw nodigt nu niet uit tot bezoek. Er zijn al ideeën het aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Ook is iemand al de inrichting aan het tekenen en spraken we over de kwaliteit van het gastvrouw/heerschap. Zo’n groep bewoners is kritischer, heeft meer ambities en uiteenlopende deskundigheden in huis dan die drieënhalve professional die het gebouw nu min of meer draaiende houden. Dat zagen we eerder ook bij de inrichting van een tuin plus podium met bijzondere muziekprogrammering op een sloopplek in de wijk (www.detussentuin.eu).’

Volgens haar slagen projecten vooral als mensen iets doen wat ze goed kunnen en leuk vinden, rond kwesties waar ze zich bij betrokken voelen en ideeën over hebben. ‘Tactische verwantschappen’ noemt Van der Zwaard deze vormen van samenwerking en betrokkenheid bij de buurt. ‘Dat is verwantschap gebaseerd op een gemeenschappelijk belang of fascinatie, soms ook een enigszins vergelijkbare levenswijze, en gericht op verbeteringen in de eigen omgeving. Zoals de mensen van de Tussentuingroep, die elkaar vonden in het plezier van tuinieren, maar ook in deskundigheid op tuin- en muziekgebied. De skaters die twee straten verderop zorgden voor het grootste skatepark van Nederland vormen ook een tactisch verwantschap. Of de vrouwen zonder betaald werk die de laatste stukjes buurthuizen als ontmoetingsplek opeisen.’

De sociale infrastructuur van een wijk bestaat een wirwar van tactische verwantschappen, stelt Joke van der Zwaard, die etnische groepen, opleidingsniveaugroepen, leeftijdsgroepen en andere sociale eenheden kunnen doorkruisen. De politiek en beleidsmakers spreken van sociale samenhang in een ‘gemeenschap’. Van der Zwaard wil het lichter, eigentijdser en praktischer maken. ‘Mensen kunnen enkele idealen gemeenschappelijk hebben en uit praktisch eigenbelang mee willen doen aan een activiteit, zonder een ‘gemeenschap’ te vormen of te willen worden.’

Flexibel

Net als het wijkgebouw is ook de bibliotheek in haar deelgemeente een ‘sterfhuis’ geworden. Van der Zwaard: ‘Minder openingstijden, geen boeken voor volwassenen meer en de meeste abonnementen op tijdschriften zijn opgezegd. Terwijl juist kranten en tijdschriften van een bibliotheek een aantrekkelijke publieke ruimte maken.’ Op 1 januari 2013 sluit de tent helemaal en moet een gebied met tussen zestig en zeventigduizend bewoners het zonder bibliotheek stellen. Een aantal mensen wil dat voorkomen en belegt op 8 mei een buurtvergadering over een alternatief. ‘Misschien kunnen we de leeszaal op een andere plek nieuw leven inblazen, voor een deel gerund door vrijwilligers die hier warm voor lopen. De leeszaal kunnen we combineren met andere functies, zoals een studieruimte, een digitale helpdesk, een schaakhoek, lees- en conversatiegroepjes en lezingen. Daarnaast blijft het een plek waar boeken geleend worden, maar dan zonder administratie. Over de hele wereld zijn dit soort nieuwe public libraries ontstaan. De officiële, gesubsidieerde bibliotheek laat een dergelijke kans liggen,’ aldus Joke van der Zwaard.

Op een vergelijkbare manier willen kunstenaar Jeanne van Heeswijk en zij samen een servicepunt voor de wijk opzetten, in een voormalig postkantoor. Joke van der Zwaard: ‘Het kan dienen als aflever/ophaalpunt voor internetbestellingen, een plek waar mensen een brief laten opstellen of kopieën maken en waar jongeren elkaars beats en samples beluisteren. Mogelijk wordt het een nieuwe, vanzelfsprekende ontmoetingsplek, voor een heterogeen publiek. Een plek waar publieke vertrouwdheid kan ontstaan tussen verschillende groepen bewoners, zodat mensen zich meer op hun gemak voelen in de wijk en benaderbaar voor elkaar worden. Om zaken te veranderen moet je bij sommige buurtgenoten wel door een gebrek aan vertrouwen heen. Daarbij helpt verbeeldingskracht, laten zien dat en hoe het anders kan. Bijvoorbeeld door opwekkende teksten en fotocollages te maken. In het Rotterdamse Oude Westen gebeurt dat onder andere met de Buurtkrant.’

Geld maken

De voorzieningen die bewoners zelf creëren zouden ook een economische dimensie moeten hebben: zzp’ers die er een deel van hun brood verdienen, werklozen en kunstenaars die er met behoud van uitkering kunnen werken, etc. Dan is medewerking nodig van de (deel)gemeente en/of uitkeringsinstanties. En daar schort het vaak aan. Hoewel de overheid de eigen kracht hoog in het vaandel heeft, ontbreekt de flexibiliteit om dergelijke initiatieven te faciliteren. De bijverdienregeling is te beperkt, de regels voor het starten van een eigen bedrijf te strikt en de bemoeienis te groot. De omslag naar eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid die burgers maken, móeten maken, hebben professionals en gemeenten zelf nog niet altijd gemaakt. Zo kauwen ambtenaren burgers vaak voor hoe ze een ‘eigen initiatief’ moeten nemen.

Maar soms is een lokaal initiatief zo prikkelend dat het op eigen kracht groeit en zelfs lonend wordt. Freehouse in Rotterdam van kunstenaar Jeanne van Heeswijk is zo’n initiatief, oorspronkelijk bedacht voor Rotterdam-West en, in 2009, met architect Dennis Kaspori, doorontwikkeld voor Rotterdam-Zuid. Freehouse is een vrijplaats voor sociale en culturele ‘buitenstaanders’, zegt Jeanne van Heeswijk. ‘Zij beschikken niet over de gangbare middelen om deel te nemen aan het politieke en sociale leven, maar zijn met hun vaardigheden, kennis en kwaliteiten actief binnen alternatieve economieën.’ Freehouse brengt onder andere lokale ondernemers, thuiskoks, naaisters, borduursters, taartenbakkers, jongeren en kunstenaars/ontwerpers samen om kennis, ervaring en ideeën uit te wisselen. Dat leidt tot economische activiteiten in coöperatieve werkruimtes, zoals het Wijkatelier op Zuid, de Wijkkeuken van Zuid en de Wijkwinkel van Zuid. Van Heeswijk: ‘We willen de vaardigheden en kwaliteiten die er in de wijk zijn zichtbaar maken, productie stimuleren en cultureel ondernemerschap bevorderen. Door mensen aan elkaar te koppelen ontstaan nieuwe producten en diensten, maar ook sociale verbanden.’

Het Wijkatelier breide, haakte, weefde en borduurde bijvoorbeeld in twee weken tijd een compleet interieur bij elkaar voor een nieuwe hotelkamer van Kus & Sloop. Vaklieden die, onzichtbaar achter voordeuren in de Afrikaanderwijk, hun ambacht nog uitoefenen, voorzagen oude meubels van nieuwe bekleding. Het hotel nodigde gasten uit te komen kijken hoe diverse handwerktechnieken op een nieuwe manier zijn toegepast.

Ook de reguliere wijkeconomie heeft de aandacht van Freehouse. Sinds 2009 werken marktkooplieden samen met kunstenaars, ontwerpers en wijkbewoners aan De Markt van Morgen op het Afrikaanderplein. Daar zullen unieke verkoopwagens, naast standaardproducten, kleding, diensten, biologische en gezonde voeding aanbieden; stoffenkramen zullen nieuwe ontwerpen tonen. Jeanne van Heeswijk: ‘De Markt moet weer het kloppend hart van de wijk worden, met producten, diensten, presentaties en demonstraties, een hedendaags Agora.’ (zie ook: www.freehouse.nl)

Ondergrens

Het bedenken en vormgeven aan alternatieve voorzieningen en nieuwe bedrijvigheid kun je aan bewoners overlaten. Maar er is wel een ondergrens, waarschuwt Joke van der Zwaard. ‘Als mensen te arm zijn en het te slecht met hen gaat, ondersteunen ze elkaar niet meer.’ Junks die geleend geld niet terugbetalen, schoolverlaters die frauderen met andermans pinpas of een auto lenen en eventuele boetes laten bezorgen op het adres van een ander, maken ruzie in plaats van plannen voor een wijkvoorziening. Joke van der Zwaard: ‘Het niveau van overleven is te laag voor een prettig sociaal netwerk. Bij overlevers is de rek eruit.’ De samenleving moet daarom op z’n minst het sociaal minimum blijven garanderen, het eenvoudiger maken stage te lopen, te werken met begeleiding of behoud van een uitkering én mensen aanspreken op hun kennis en talent.