Welzijn of niet zijn in Oost

Het welzijnswerk heeft zijn langste tijd allang gehad. Het vak van buurtwerker, jongerenwerker, ouderenwerker, sociaal-cultureel werker, opbouwwerker, etc. verandert. Hij/zij biedt minder activiteiten aan, maar helpt vragende burgers hun eigen plannen uit te voeren. Dat moet op een concurrerende en zo goedkoop mogelijke manier, want welzijnswerk wordt op de markt aanbesteed, zoals dat heet. Buurthuizen zijn nu productiehuizen, opbouwwerkers vrijwilligersmakelaars en menig welzijnsdenker vindt dat er ook een andere naam voor de hele sector nodig is.

Wettelijk bestaat de werksoort trouwens al niet meer, sinds het verdwijnen van de welzijnswet in 2007. Als woord zal ‘welzijnswerk’ echter voorlopig wel blijven, net als de ingeburgerde ‘woningbouwvereniging’, die officieel al lang geleden woningcorporatie werd, marktwerking of niet. Er zijn nog welzijnsstichtingen en ook in de politiek wordt nog gewoon van welzijn gesproken, al komt er tegenwoordig meestal wonen en zorg achteraan.

In stadsdeel Oost (een samenvoeging van Oost/Watergraafsmeer en Zeeburg) is onlangs een nieuw stadsdeelbestuur aangetreden, van PvdA, GroenLinks en D66. Zij sloten een programma akkoord op hoofdlijnen. De hoofdlijn rond welzijn en zorg is dat zorgend sociaal beleid emanciperend sociaal beleid wordt. Niet passief genieten van welzijnsvoorzieningen, maar actief burgerschap. Van mensen met wie het goed gaat verwacht het stadsdeel dat ze huis- of buurt- en wijkgenoten die het minder hebben getroffen (mantel)zorgend terzijde staan. En burgers die iets willen doen of leren, of dat nu sport en ontspanning is of nuttige vaardigheden als budgetteren en EHBO, stappen af op een organisatie als Civic, Oost’s partner in het sociale domein, zoals dat heet. Maar juist de burgers die dat níet doen, omdat ze niet willen of niet kunnen, vormden decennialang het werkterrein van (onder andere) welzijnswerkers.

Nu is er natuurlijk niemand tegen dat een stadsdeelbestuur bewoners stimuleert op eigen kracht te vertrouwen, in beweging te komen en te emanciperen. In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die in de plaats is gekomen van de welzijnswet, staat dat mensen zoveel mogelijk zelfredzaam moeten zijn. Maar in die wet staat ook dat gemeenten de beperkingen waar burgers mee kampen zoveel mogelijk moeten compenseren. Dat wil zeggen dat eenzame ouderen en kwetsbare mensen met psychische problemen, die zelf geen vriendschappen aangaan of onderhouden, gesteund worden bij het organiseren van sociale contacten. En dat bewoners met een lichamelijke handicap beschikken over voorzieningen om zichzelf te kunnen redden, te reizen, etc.

U en ik weten dat er landelijk en in de centrale stad (gemeente Amsterdam) bezuinigd gaat worden, veel bezuinigd. Vergoedingen uit de AWBZ worden al enige jaren afgebouwd, omdat het beroep op die wet te groot was geworden. Ouderen, gehandicapten, psychiatrische cliënten, daklozen en verslaafden met ‘lichte problematiek’ kunnen geen aanspraak meer maken op activerende of ondersteunende begeleiding naar activiteiten in de wijk, dagbesteding wordt niet meer vergoed. In sommige gevallen springen mantelzorgers of vrijwilligers in de bres, maar in veel situaties ook niet. En dan moeten de bezuinigingen vanwege de financiële en bankencrisis nog beginnen.

Tegenover bewoners die praktische hulp nodig hebben of een beperking hebben zal het stadsdeel zich ‘faciliterend’ opstellen, staat in het akkoord op hoofdlijnen van Oost. Voor werklozen, uitkeringsgerechtigden met een arbeidsplicht en mensen met schulden, die vanzelf boven komen drijven omdat ze zich moeten melden of hun huur en rekeningen niet betalen, spant het stadsdeel een ‘sociaal vangnet’. Maar de niet-melders, de eenzamen, chronisch zieken en depressieven zonder arbeidsplicht, die tot voor kort naar de dagbesteding of soos gingen, wie ziet hen nog of wie zien zij? De vrijwilligersmakelaar kan lang op hen wachten, in het productiehuis voelen ze zich waarschijnlijk niet thuis en bemoeizorg is geen hoofdlijn. Wachten we tot de wal het schip keert en ook zij ‘vanzelf’ te voorschijn komen, nu met zware problematiek, of maken we een Deltaplan?