‘Als ik geen brood heb, eet ik aardappels.’

Renate (61) ontvangt een uitkering van €880,- per maand, plus eenmaal per jaar een langdurigheidtoeslag. Ze is Duitse van geboorte en goed opgeleid. Vroeger deed ze administratief werk in een im- en exportbedrijf. Sinds 1976 woont ze in Nederland. Hier trouwde ze en kreeg drie kinderen. Rond haar 50ste was het huwelijk voorbij en ging Renate een relatie aan met een Antilliaanse man. ‘Na een paar jaar in Nederland, verhuisden we naar Curaçao om voor zijn zieke vader te zorgen. Hij raakte zwaar aan de cocaïne en begon me te mishandelen. Hij werd schizofreen en sloot me maandenlang op. Toen ik aangifte van mishandeling deed, belde de politie stiekem naar Nederland en zette me het land uit. M’n kinderen betaalden de reis.’

Na terugkomst in Nederland deed Renate korte tijd schoonmaakwerk. ‘Ik was echter zo ondervoed uit Curaçao teruggekomen, dat het werk te zwaar was. Ik protesteerde bovendien tegen de slechte werkomstandigheden – ik moest schoonmaken in de vrieskou, zonder warm water – en verloor m’n baan.’ Vijf maanden leefde ze van alleen haar zorgtoeslag, van €50,- per maand. Zo liep ze huurachterstand op. Ook bouwde ze een betalingsachterstand bij het energiebedrijf op en ze heeft een kleine belastingschuld, ‘voor een brommer die in de schuur staat,’ zegt ze verontwaardigd. ‘Met het CIJB kun je niets regelen.’ Bij elkaar heeft ze nog €2500,- aan schuld openstaan. Die betaalt ze zelf af. ‘Daarvoor houd ik €10,- per week apart. Omdat ik de schuldsanering zelf regel en niet aan de budgettering door de gemeente wil, krijg ik geen voedselpakket van de voedselbank.’

Van haar bijstandsuitkering voor een alleenstaande kan ze haar kapotte schoenen niet laten repareren. Maar ze zorgt wekelijks drie dagen voor een van haar kleinkinderen. Als dank betaalt haar dochter af en toe nieuwe schoenen. Ook betaalt zij de begrafenisverzekering voor Renate.

Renate moest deelnemen aan activering van de Sociale dienst, ‘om op eigen benen te staan’. Maar dat doet ze al, zegt ze. Gelukkig accepteert de gemeente de zorg voor haar kleinzoon als vrijwilligerswerk.

Ze leeft in armoede, zegt ze, maar geeft daar niet aan toe. ‘Ik blijf positief denken. Als ik negatief word, dan ga ik met een kromme rug, naar beneden kijkend over straat. Als ik geen brood heb, eet ik aardappels. En als ik geen koffie meer heb, ga ik een kopje koffie drinken bij de buren. We overleven wel.’