‘Als je actief bent, ga je fijner in je vel zitten.’

Jan (44) zegt een aantal ‘slechte relaties’ achter de rug te hebben. ‘M’n partners maakten meer op dan er binnenkwam.’ In 2008 werd hij werkloos vanwege een reorganisatie bij het textielbedrijf waar hij werkte. Het bedrijf kreeg minder orders vanwege de crisis. Ik was een van de laatste die binnen was gekomen dus vloog eruit. Ik schreef zes of zeven brieven per maand om een andere baan te krijgen. Ik kreeg meestal niets eens een reactie. Na drie jaar WW kwam ik in de bijstand.’ Maar niet voor lang. Sinds 2012 heeft Jan weer werk via een payroll organisatie, als verkeersregelaar. ‘Een nuluren-contract: geen werk geen geld. In winters en vakanties heb ik geen werk, maar daarbuiten tussen 10-60u per week. De gemeente heeft honderd mensen op deze wijze aan een baan geholpen.’

Om z’n schulden af te lossen loopt Jan bij de Stadsbank in de budgetbeheer-regeling. ‘Ik heb €35,- per week om van te leven. De Stadsbank betaalt m’n vaste lasten. Nog drie of vier jaar, dan begin ik weer met een schone lei.’

Hij en z’n ex-vrouw hebben kinderen en gaan goed met elkaar om. ‘We hebben samen een abonnement op de dierentuin. In Duitsland, die is goedkoper. Via m’n baas spaar ik enkele euro’s per maand voor een leuke dingen met de kinderen.’

Jan doet veel vrijwilligerswerk: bij sportverenigingen (‘Ik volgde een EHBO- en een trainerscursus.’), bij huttenland, waar kinderen onder begeleiding hutten bouwen en bij Almelo Doe(t) Mee. Dat laatste drie dagen per week als z’n werk dat toelaat. Hij zette onder andere een wandelclub op. Nog dromen? ‘Ik hoop door te kunnen gaan als verkeersregelaar. Het liefst zou ik dat werk combineren met beveiligingswerk, bij bedrijven en festivals. Ik overleg met een bedrijf over een opleiding. Ik zat na m’n ontslag in de put en zocht iets om te doen. Nu kijk ik naar de horizon en zie lichtpuntjes. Je kunt wel bij de pakken neerzitten maar daar wordt je depressief van. Als je actief bent, ga je fijner in je vel zitten. Je hebt een steuntje in de rug nodig van een ander. Verder moet je het zelf doen.’