Geen selfies maar soupes en open sources

Ze zijn jong, werkloos of vluchteling. Ze wachten niet tot werkgevers hen in dienst nemen of de overheid hen subsidie verstrekt, maar beginnen gewoon. In het geval van de voedselactivisten van het Parijse Freegan Pony is dat met een restaurant. Sinds november 2015 toveren hobbykoks afgekeurd en weggegooid voedsel om tot een heerlijk driegangenmenu of maaltijden à la carte. Gasten betalen wat ze het eten waard vinden of ervoor over hebben; drankjes hebben een vaste prijs. Plaats van handeling: een gekraakte donkere ruimte onder de Parijse ringweg, Boulevard Périphérique. ‘Het is voor de groothandel goedkoper onverkochte waar weg te gooien, dan het voor een lage prijs van de hand te doen of aan de voedselbank te schenken,’ zegt medeoprichter en vrijwilliger Véronique verontwaardigd.

Het is vrijdag 11 maart 2016, het resto van de dumpster divers ligt aan de rand van de stad, een gebied dat doorgaat voor een no go area. Binnen is het ijskoud, Freegan Pony zit echter bomvol. Alle tafels, gekregen van Emmaus, zijn bezet, vooral met hipsters en bobo’s (bourgeois-bohémiens) zo te zien, die hun comfortzones en terrassen in centrum Parijs voor deze nieuwigheid hebben verlaten. Het verdrijft de kou geenszins, maar de ruimte is warm ingericht met Perzische tapijten op de betonnen vloeren, een aftandse piano langs de wand en overal waxinelichtjes.

Freegan Pony heeft geen vergunning en het lokale gezag begon gewoon een uitzettingsprocedure tegen hen. Maar zolang de rechter geen uitspraak heeft gedaan, wordt deze coldspot gedoogd. Alleen de groep vluchtelingen die een paar weken bivakkeerde in een even donkere en koude ruimte naast het restaurantgedeelte, ‘vooral Afghanen,’ zegt  Véronique, werd niet gedoogd. De matrassen waar zij op sliepen staan nu op hun kant.

Eigenlijk doen de pony’s precies wat de gemeente Parijs wil: actie ondernemen tegen voedselverspilling, meubels en ander huisraad hergebruiken en participeren. Het gemeentebestuur stelde onder leiding van Anne Hidalgo, burgemeester sinds 2014, 5% van het lokale budget ter beschikking aan burgers en hun initiatieven. De gedreven types van Freegan Pony hebben er niet om gevraagd en maken daar geen gebruik van. Maar de politieke en morele steun van de burgemeester is mooi meegenomen als het zo uitkomt.

Hun vitaliteit is fascinerend. De (jeugd)werkloosheid is torenhoog, Parijs is getroffen door gruwelijke terroristische aanslagen, Front National wordt alsmaar groter en Marine le Pen mogelijk president. Maar deze jonge mensen van de selfie-generatie creëren hun eigen werk en een voorziening die ze zinvol en leuk vinden. Zij zijn creatief, ondernemend en maatschappelijk betrokken; kritisch zonder tot een politieke of ideologische stroming te behoren. Vakbondsstrijd voor betaald werk? Weinig mee te maken. Milieubeweging? Zal wel. Maar ze zijn faliekant tegen de wegwerpcultuur.

IMAG1130

 

 

 

 

 

 

Zij framen zichzelf niet. Anderen doen dat wel en duiden hen bijvoorbeeld als stadmakers, city makers in goed Frans. Freegan Pony is een van de ruim 500 projecten die (zelfbenoemde) stadsambassade Cap ou pas cap? identificeert als bottom-up initiatieven die Parijs omvormen tot duurzaam en sociaal inclusief. Cap ou pas cap? is een partnerorganisatie van het Amsterdamse Pakhuis de Zwijger. Beide zitten in een Europees netwerk van steden in transitie. ‘Transitie’ is het tweede frame. Pakhuis de Zwijger en Cap ou pas cap? (Cap is de afkorting van welzijnskoepel Carrefour des Associations Parisiennes, Cap ou pas cap? het meer activistische broertje) organiseerden in maart een excursie langs een groot aantal burgerinitiatieven en communities. Van consumentencoöperatief en stadsboomgaard tot kunstbroedplaatsen, startups en FabLab’s. Gaat het hier om vrijplaatsen, om alternatieve leefstijlen die bestaan naast dominante trends van caffee latte, pop-ups en events of zijn het nieuwe vormen van economie en democratie?

 

Open source

Een opmerkelijke loot aan de stam van Parijse city makers is La Paillasse, hoewel zij zichzelf liever als ‘bio-hackers’ profileren. La Paillasse is een biotechnisch doe-het-zelf laboratorium met tweedehands of afgedankte instrumenten, apparatuur en machines. Burgers, onderzoekers, designers: iedereen kan, zonder onderscheid des persoons, wetenschap beoefenen en experimenten uitvoeren. ‘Kennisverwerving moet toegankelijk zijn voor iedereen,’ zegt Marc Fournier, een van de oprichters. Er komen veel studenten en universitair onderzoekers in het lab. Wetenschappelijke meerwaarde is de vrije wetenschapsbeoefening, zonder strenge kaders. Er is kruisbestuiving tussen verschillende disciplines die hier van gedachten komen wisselen. ‘Multidisciplinair vind je sneller oplossingen voor problemen. Ontdekkingen worden bovendien niet afgeschermd, gebruikers en bezoekers kunnen vrij beschikken over data en onderzoeksresultaten. Wij werken met open sources.’

La Paillasse begon in 2011 in een kraakpand in een banlieue van Parijs. Sinds 2014 opereert men vanuit een groot, oud klooster in hartje Parijs. Je kunt er behalve proeven doen, ook een werkplek huren (geen vaste plekken, maar postes nomades meldt de website) of een evenement organiseren. ‘ZeroEuroLab’, noemt Marc Fournier de ruimte voor gratis activiteiten; software heet ‘wetware’. Wil je testen of er paard in rundvlees zit, dan kan dat bij La Paillasse voor €2 in plaats van een veelvoud van dat bedrag bij laboratoria met winstoogmerk. Microbiologen hebben in de verschillende labruimtes licht met bacteriën geproduceerd, ‘levende inkt’ voor pennen en printers gemaakt en cellulose gebruiksvoorwerpen. Kinderen leren er werken met plankton uit de oceaan en drones maken. In een van de ondergrondse werkplaatsen kun je in (eigenlijk óp) een zoutbad liggen, dat de uitbaatster zelf heeft ontwikkeld. In een andere werkplaats ontwerpt men onbrandbare kleding voor toekomstige ruimtevaarders naar Mars. La Paillasse doet zelfs aan kanker- en ander gezondheidsonderzoek. Het Lab kreeg eenmaal bezoek van de Franse geheime dienst, om te checken of er bioterroristische activiteiten plaatsvonden. Verder hebben de whizz kids de belangstelling gewekt van grote bedrijven. Marc Fournier: ‘L’Oreal is langs geweest, Orange en ook de overheid is geïnteresseerd.’ Op de site http://lapaillasse.org/ blijkt dat de gemeente Parijs (en regio L’Île de France) haar naam aan deze bio-hackers heeft verbonden.

Kleinschalig, circulair denken, geen winstoogmerk en dienstbaar aan de gemeenschap. Dat zijn zomaar wat kenmerken van wat de jonge honden m/v van La Paillasse doen. Het proces van samenwerken (ook in Frankrijk zo lelijk co-working genoemd) is net zo belangrijk als het eindproduct. Deze Yes, we can! types vestigen hun hoop niet op verlossers van buiten, ze gaan zelf aan de slag.

Deel dit artikel via: