Nieuwkomers, armoede en financiële zelfredzaamheid

Hoe kunnen overheden en betrokken partijen nieuwkomers ondersteunen op weg naar economische zelfstandigheid?

Movisie – december 2018

Vluchtelingen, arbeidsmigranten en andere nieuwkomers moeten net als Nederlanders (duurzaam) economisch zelfstandig zijn. Hoe kunnen overheden en betrokken partijen nieuwkomers op hun weg daar naartoe ondersteunen? Vluchtelingen beginnen vaak met een uitkering. Zij, maar ook andere nieuwkomers, blijken kwetsbaar te zijn voor schulden en armoede. Financieel de eigen broek ophouden is niet alleen een kwestie van werk en geld hebben. Bestaanszekerheid heeft ook te maken met huisvesting, gezondheid en sociale contacten. Bij het bevorderen van participatie en financiële redzaamheid is het betrekken van deze aanpalende leefgebieden aanbevolen.

In 2015 veroorzaakte vooral de oorlog in Syrië tijdelijk een groot aantal extra asielaanvragen in Nederland. Een deel van de asielzoekers van toen heeft inmiddels een verblijfsvergunning asiel. Zij zijn nu vluchtelingen of statushouders.

Sinds de toetreding van nieuwe EU-lidstaten in 2004 en 2007 kwamen ook extra EU-arbeidsmigranten naar Nederland, onder wie 340.000 Midden- en Oost-Europeanen. Een derde groep nieuwkomers wordt gevormd door gezinsvormers, huwelijksmigranten die, anders dan gezinsherenigers, een nieuw gezinsverband vormen met iemand die zijn/haar hoofdverblijf in Nederland heeft.

Voor alle drie groepen nieuwkomers geldt dat zij moeite hebben financieel zelfredzaam te zijn. Veel nieuwkomers verdienen een laag inkomen of leven van een uitkering en maken schulden (Van Rooijen et al., 2018, Szepietowska et al., 2011; Jennissen & Nicolaas, 2014; Sterckx et al., 2014, Europees Migratie Netwerk, IND Onderzoek & Analyse, 2017). Laagopgeleid zijn, niet beschikken over een bruikbaar sociaal netwerk en gezondheidsproblemen, kunnen het risico op armoede vergroten. Met de huidige arbeidsmarkt, gekenmerkt door flexibele, tijdelijke contracten, verdringing en vooroordelen over afkomst of beperking onder werkgevers, is het niet eenvoudig een goed bestaan op te bouwen.

Wat is voor nieuwkomers de kortste en meest succesvolle route naar economische zelfstandigheid? Welke belemmeringen ondervinden zij op weg naar financiële zelfredzaamheid? Hoe kunnen gemeenten en betrokken partijen hen stimuleren mee te doen en hen ondersteunen bij het slechten van obstakels?

Medewerker Voedselbank Amersfoort: ‘Momenteel is meer dan 50% van de hulpvragers van niet-Nederlandse afkomst.’

Van helpen naar activeren

Door verschillende beleidsdecentralisaties kregen gemeenten nieuwe verantwoordelijkheden voor de begeleiding van nieuwkomers (Vereniging Nederlandse Gemeenten, 2015). Gemeenten zorgen voor de opvang van asielzoekers en voor de huisvestiging en integratie van statushouders. Aanvankelijk was de lokale integratie van nieuwkomers vooral gericht op wonen, kinderen naar school, Nederlands leren, gezondheid, opleiding en arbeidstoeleiding (Razenberg et al., 2017). De laatste jaren heeft een verschuiving plaatsgevonden naar het activeren van nieuwkomers, gericht op maatschappelijke en arbeidsparticipatie. De nadruk is komen te liggen bij de eigen verantwoordelijkheid van mensen (Van Geuns, 2013). Ook kreeg de overheid meer aandacht voor de zelfredzaamheid van burgers (Nationale Ombudsman, 2016). Van hen wordt verwacht dat zij hun eigen financiën regelen en daar de verantwoordelijkheid voor blijven dragen (Van der Werf et al., 2016). In het armoedebeleid en de schuldhulpverlening kwam expliciet aandacht voor preventie, door vergroting van kennis, vaardigheden en motivatie (Bureau Bartels, 2014). Toch gaat het onder nieuwkomers vaak mis wat betreft het zelfredzaam zijn. Dat kan komen door een combinatie van het nog niet beheersen van de Nederlandse taal, stress en de complexiteit van de wet- en regelgeving in Nederland. Dat er bovendien schulden en armoede ontstaan, staat vrijwel nooit op zichzelf. Meestal spelen ook geestelijke en/of lichamelijke gezondheidsproblemen, sociaal isolement en geen aansluiting vinden bij de Nederlandse arbeidsmarkt een rol.

Is zelfredzaamheid soms te veel gevraagd?

WRR-onderzoeker Will Tiemeijer wijst op beperkingen in cognitieve capaciteiten en persoonlijkheid als oorzaak voor het gebrek aan financiële zelfredzaamheid onder nieuwkomers. Door stress en een gebrek aan mentale veerkracht hebben mensen moeite zaken op orde te krijgen en overzicht te houden. Achterliggend probleem is vaak het bovendien niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen (Stichting Lezen & Schrijven, 2017). Het begrijpen van complexe documenten is een uitdaging voor migranten die de Nederlandse taal nog niet machtig zijn (De Matteis, 2015; Van Rooijen et al., 2018). Naarmate het taalniveau hoger is, is ook het persoonlijk inkomen hoger en de kans op armoede kleiner (Christoffels et al. in 2016). Is sprake van een krappe beurs én problemen rond huisvesting, opleiding, werk, huiselijk geweld of andere trauma’s, dan raakt financiële zelfstandigheid uit beeld. In multiproblemsituaties kunnen zelfs de mentale vermogens van mensen afnemen. De focus op acute problemen leidt tot verwaarlozing van doelen op langere termijn en tot onverstandige beslissingen. Mullainathan en Shafir spreken hier van ‘psychologie van schaarste’ (Mullainathan, S., Shafir E., 2013).

Het land van herkomst kan eveneens invloed hebben op de zelfredzaamheid van nieuwkomers, zoals de mate van economische ontwikkeling. Als financiële instituties in herkomstlanden niet goed zijn ontwikkeld, is Nederlandse wet- en regelgeving rond bijvoorbeeld belasting en sociale zekerheid al snel acabadabra.

Uit recent onderzoek van het Kennisplatform Integratie & Samenleving (Van Rooijen et al., 2018) blijkt dat nieuwkomers geen goed inzicht hebben in hun inkomsten en uitgaven. Het Nederlandse financiële systeem, met z’n zorgtoeslagen, naheffingen, eigen risico, DigiD, etc. is ingewikkeld. Lastig zijn ook de verrekeningen, die doorgaans digitaal worden afgehandeld. Nieuwkomers zijn, ten slotte, meestal onbekend met de vraag gestuurde hulp in Nederland. Het vergt veel van hen om in korte tijd zowel voldoende kennis van het Nederlandse systeem te vergaren als erachter te komen waar zij met welke problemen aan de bel kunnen trekken.

‘Niet-westerse allochtonen (tweede generatie, arbeidsmigranten Oost-Europa) vormen een van de groepen met een verhoogd armoederisico.’

uit: Dossier Wat werkt bij…. De aanpak van armoede, Movisie, 2016

Multiproblemsituaties herkennen en empowerment

Gesprekspartners bij de gemeente of in de wijk moeten in staat worden gesteld multiproblemsituaties te signaleren. Die staan integratie en financiële redzaamheid immers in de weg. Om schulden, armoede en sociale problematiek het hoofd te bieden, moeten mensen volgens De Beer beschikken over psychologisch, sociaal en maatschappelijk kapitaal. De ondersteuning van maatschappelijk kwetsbare groepen als nieuwkomers zou gericht moeten zijn op empowerment. Daarbij kunnen mensen, al dan niet met professionele hulp, eigenschappen als wilskracht, veerkracht en creativiteit versterken, een sociaal netwerk opbouwen en, als groep, zeggenschap of macht proberen te verwerven om verbetering van hun situatie te realiseren (De Beer, 2013).

Ook investeren in opleiding en werk helpt om uit de armoede te komen en financieel zelfredzaam te worden. Betaald of vrijwilligerswerk vergroot bovendien het sociale netwerk en versnelt het leren spreken van Nederlands. Het merendeel van gezinsvormers is vrouw. Het stimuleren van activiteiten buitenshuis als een opleiding of werk kunnen sociaal isolement en economische onzelfstandigheid van vrouwen helpen voorkomen.

‘Informele vormen van cliëntenparticipatie zijn het meest effectief bij kwetsbare groepen.’ uit: Dossier Wat werkt bij…. De aanpak van armoede, Movisie, 2016

https://www.movisie.nl/artikel/nieuwkomers-armoede-financiele-zelfredzaamheid

Tips & suggesties om financiële en sociale zelfredzaamheid nieuwkomers te bevorderen

 

  • Verbeter de interne communicatie en kennisdeling binnen de gemeente. Decentralisaties zorgden voor extra taken voor gemeenten, de benodigde kennis bereikt vaak nog niet alle betrokkenen binnen de gemeente.
  • Focus op preventie van financiële, sociale en gezondheidsproblemen. Door het complexe financiële systeem in Nederland hebben nieuwkomers meer uitleg en aandacht nodig om hen voor armoede te hoeden en zelfredzaamheid te bevorderen. Neem daarvoor bijvoorbeeld de tijd bij contact- en inschrijfmomenten of klantgesprekken.
  • Ontwikkel een actief opleidings-, werkgelegenheids-, welzijns- en zorgbeleid gericht op de integratie, empowerment en financiële zelfredzaamheid van nieuwkomers.
  • Investeer in samenwerking met sleutelfiguren en migrantenorganisaties. Door de verdwijning van het doelgroepenbeleid is de dialoog met zelforganisaties in Nederland afgebouwd. Zij kunnen echter een grote bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en empowerment van nieuwkomers.
  • Gebruik sociale media als Facebook om doelgroepen vaker en beter te bereiken.
  • Bied maatwerk en ondersteuning bij het zoeken naar een opleiding, werk, zorg, huisvesting, etc. passend bij de wensen, achtergronden en talenten van nieuwkomers.
  • Besteed aandacht aan of zorg voor hulp in verband met traumatische gebeurtenissen die vluchtelingen in Nederland kunnen opbreken. De verwerking van trauma’s kan zorgen voor gezondere mensen, waardoor ook de zelfredzaamheid toeneemt.

(zie ook: Kennisplatform Integratie en Samenleving, 2018)

‘Sommige mensen hebben een handelsgeest en willen een winkel beginnen. Dat wordt nu nog wel eens tegengewerkt. In plaats van Nee zeggen, kunnen gemeenten die mensen beter helpen . Dan hebben ze wat te doen en kunnen ze geld verdienen.’

 

 Voor meer kennis, informatie en ondersteuning zie www.kis.nl/zelfredzaamheid, www.movisie.nl/publicatie/wat-werkt-aanpak-armoede, www.divosa.nl en www.vluchtelingenwerk.nl

 Feiten en cijfers

Vluchtelingen

  • Vooral door de oorlog in Syrië steeg het aantal asielaanvragen in Nederland in 2015 tijdelijk tot 58.880. Dat was een verdubbeling vergeleken met 2014 (29.890) en een verdriedubbeling ten opzichte van 2013 (16.724) (IND, 2015). Na 2015 nam het aantal asielaanvragen weer af, tot 36.600 in 2016-2017.
  • Onderzoeken tonen aan dat veel vluchtelingen niet economisch zelfstandig zijn en slecht zicht hebben op hun inkomsten en uitgaven (Van Rooijen et al., 2018). 84 procent van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen, was in 2017 nog afhankelijk van een bijstandsuitkering (CBS, 2017)
  • Ruim de helft van de huishoudens van nieuwkomers uit vluchtelinglanden leefde in 2016 van een inkomen onder de lage-inkomensgrens (CBS, 2018).

 EU-arbeidsmigranten

  • Sinds de toetreding van nieuwe EU-lidstaten in 2004 en 2007 kwamen er 340.000 Midden- en Oost-Europeanen naar Nederland om te werken.
  • In 2015 kwam 35 procent van alle migranten in Nederland uit Midden- en Oost-Europa, waarvan het grootste deel uit Polen kwam en een kleiner deel uit Bulgarije en Roemenië.
  • Onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek laat zien dat huishoudens met een Oost-Europese afkomst een bovengemiddeld armoederisico hebben. Huishoudens met een Duitse, Belgische of Britse origine hebben minder vaak een laag inkomen dan huishoudens met een Poolse, Bulgaarse of Roemeense achtergrond. Huishoudens van Bulgaarse en Roemeense afkomst kampen betrekkelijk vaak met langdurige armoede (CBS, 2018).

Gezinsvormers

  • Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP, 2014) blijkt dat in de periode van 2007-2011 40.000 migranten voor gezinsvorming naar Nederland zijn gekomen, vooral uit Turkije en Marokko. Dat is 8 procent van het totaal aantal migranten. In deze periode daalde het aantal partners uit herkomstlanden overigens drastisch. Trouwde in 2001 nog ruim de helft van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders met een migrant uit het land van herkomst (van hun ouders), in 2012 was het aantal migratiehuwelijken teruggelopen naar één op zes. Tussen 2007-2011 kwamen meer vrouwelijke dan mannelijke huwelijksmigranten naar Nederland: 28.000 vrouwen en 11.000 mannen, ook uit landen als Rusland, Brazilië en Thailand (Sterckx et al., 2014). Uiteenlopende verwachtingen – bijvoorbeeld man verwacht huiselijke, gehoorzame importbruid, vrouw verwacht in Nederland meer kans op ontplooiing dan met macho-echtgenoot in land van herkomst – eisen soms hun tol in de vorm van huiselijk geweld. De integratie en arbeidsparticipatie van gezinsvormers in Nederland verloopt moeizaam. Daarbij spelen ook factoren als een afhankelijkheidsrelatie met de referent, een daling in status en teleurstelling een rol.

  

Euro-Wijzer VluchtelingenWerk
Het project Euro-Wijzer van VluchtelingenWerk Nederland helpt vluchtelingen financieel zelfredzaam te worden en (verdere) schulden te voorkomen. http://www.vluchtelingenwerk.nl/wat-wij-doen/onze-projecten/project-euro-wijzer   

Vrijwilligers schuldhulpverlening Vluchtelingenwerk Nijmegen
Gemeente Nijmegen zet in samenwerking met VluchtelingenWerk vrijwilligers in om een beter vangnet voor vluchtelingen met armoedeproblematiek te realiseren. Zo helpen zij onder meer met het opzetten en bijhouden van de administratie en het maken van een bespaarplan.

Migrantenkerken participeren in Schuldhulpmaatje Rotterdam
In Rotterdam is SchuldHulpMaatje geadopteerd door Kerkelijk Sociale Arbeid/Gereformeerd Centrum voor Welzijnsbehartiging.  Ook SKIN-Rotterdam, de overkoepelende organisatie van de internationale en migrantenkerken in de stad, is hier bij betrokken. De schuldhulp valt binnen het reguliere pakket aan de ondersteuning aan de gemeenschap.
http://www.schuldhulpmaatje.nl/overons/15-nieuws/753-skinrotterdam.html