SW helpt statushouders integreren

Veel SW-bedrijven zijn betrokken bij het aan een baan helpen van vluchtelingen met een verblijfsstatus. Lukt dat? En wat zijn de do’s en don’ts?

in: SW-Journaal sept 2017

Eigenlijk houdt Ad Verpaalen zich bij WerkBedrijf Rijk van Nijmegen bezig met ‘social return on investment’. Maar integratie van vluchtelingen kwam erbij en sluit er goed bij aan. ‘Werkgevers kunnen met het in opleiding en dienst nemen van statushouders aan hun verplichting van social return voldoen,’ zegt Verpaalen.

De nieuwe invulling van het werk dat Ad Verpaalen doet (hij is nu ‘projectleider statushouders’), past in een trend: SW-bedrijven worden steeds meer betrokken bij de pogingen om asielzoekers met een verblijfsvergunning te begeleiden richting werk. Zij heten ‘vergunninghouders’ of ‘statushouders’ en ze vormen een van de doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt die ‘werkfit’ moeten worden. Dat gebeurt vanaf dag één nadat ze hun vergunning voor verblijf en vestiging hebben ontvangen. Voorkomen moet worden dat ze lange tijd van een uitkering afhankelijk zijn.

Hoe ziet de rol van SW-bedrijven er in de praktijk uit? SW-Journaal bezoekt WerkBedrijf Rijk van Nijmegen, praat er met de teammanager en de ‘projectleider statushouders’ én informeert naar de vorderingen in andere regio’s.

 

Taalvaardig en gezond?

In de regio Nijmegen moeten de komende twee jaar 450 statushouders een traject richting opleiding of werk doen. ‘Van hen moeten 75 mensen uitstromen naar een betaalde baan of een opleiding,’ zegt Judith Claassens. Zij is manager van een team van zeven mensen in het werkbedrijf dat zich sinds maart 2017 uitsluitend met deze doelgroep bezighoudt. ‘Wij werken voor zeven gemeenten in de omgeving. Klantmanagers van de gemeenten selecteren de statushouders die zij bij ons aanmelden. Zijn ze taalvaardig en qua gezondheid in staat om te werken of naar school te gaan? Intakeconsulenten van het werkbedrijf bepalen vervolgens aan de hand van een gesprek met de statushouders of zij het beste naar school of dat zij direct aan het werk kunnen. Vaak zijn eerst nog taal- en andere voorschakeltrajecten nodig, bij het werkbedrijf zelf of elders. Als de mensen bemiddelbaar zijn, verzorgen bedrijfsdienstverleners de matches met werkgevers.’ Dankzij de aantrekkende economie zijn er in en rond Nijmegen veel vacatures. ‘We worden vaak benaderd door bedrijven die ICT’ers zoeken, technische mensen en medewerkers voor de bouw en logistiek,’ aldus Judith Claassens.

 

Netwerk opbouwen

Behalve om toeleiding naar school, voorbereiding op en bemiddeling naar werk moet WerkBedrijf Rijk van Nijmegen zich bij deze doelgroep ook bekommeren om taal en begeleiding. Judith Claassens: ‘Ik werkte vroeger bij de afdeling Inburgering van de gemeente Nijmegen. We hadden een heel netwerk rond inburgering, van Vluchtelingenwerk tot taalmaatjes. Gemeenten kochten de inburgeringstrajecten in en bewaakten de voortgang ervan. Tegenwoordig hebben statushouders zelf de regie over hun inburgering. Als gevolg van de afschaffing van de gemeentelijke regie is het netwerk verwaterd. Dat netwerk zijn wij nu als werkbedrijf weer aan het opbouwen. Soms kopen we taaltrajecten in. Statushouders die bij ons een traject ingaan, hoeven hun inburgering nog niet afgerond te hebben. Maar zij moeten wel aanspreekbaar zijn in het Nederlands of Engels. Voor werkgevers is het belangrijk dat ze ten minste een van deze talen begrijpen, ook voor de veiligheid op de werkplek. Binnenkort gaan we werken met een assessment tool in iemands eigen taal. Daarmee gaan we competenties en het opleidings- en taalniveau vaststellen, maar ook de lichamelijke en mentale gezondheid van de statushouders.’

 

Syriërs en Eritreeërs

De grootste groepen vluchtelingen met verblijfsstatus die het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen aandoen, zijn Syriërs en Eritreeërs. De Eritrese statushouders zijn vooral minderjarige jongens die veel begeleiding nodig hebben. Zo gaf Ad Verpaalen de jongeren informatie en ondersteuning bij het inschrijven voor een opleiding en het aanvragen van studiefinanciering. ‘Ze hebben geen idee hoe het hier gaat,’ vertelt hij. ‘De jongens die op de vlucht zijn voor het militaire regime in Eritrea, hebben vaak minimale scholing gehad. Hun taal- en leerniveau is een stuk lager dan dat van de Syrische statushouders. Het is al een hele klus hen op tijd te laten komen. Het zijn eigenlijk nog kinderen, ze hebben nooit op tijd hoeven zijn. De Eritrese jongeren willen graag hun startkwalificatie halen. Werknemersvaardigheden moeten ze nog ontwikkelen.’

In september start een grote groep Eritrese jongens een Entree-opleiding (mbo 1) bij het ROC, mét studiefinanciering. Ad Verpaalen: ‘Dan zit onze taak er voorlopig op. Maar ik assisteer nog wel bij het regelen van bijvoorbeeld een budgettraining en bijbaantjes voor de jongens. De studiefinanciering is lager dan de toelage die ze eerst ontvingen, hun inkomen gaat achteruit. Ze krijgen gelukkig veel hulp van gastgezinnen, taalcoaches en sportclubs in Nijmegen, maar ze zijn nog niet zelfredzaam. Ik wil voorkomen dat ze schulden of andere problemen krijgen.’

 

Social return

De groep Syrische statushouders is divers. Ad Verpaalen: ‘Hun niveau loopt uiteen van hoogopgeleid tot analfabeet. De kansen die wij hen bieden, matchen niet altijd met de verwachtingen van de goed opgeleiden onder hen. Er is veel werk in de groenvoorziening, schoonmaak, beveiliging, bouw en elektrotechniek. Daar willen mensen niet altijd werken, maar die houding proberen we om te buigen. We organiseren groepsbijeenkomsten waar bedrijven zich presenteren en “Meet & Eat”-bijeenkomsten waar werkgevers en statushouders kennismaken met elkaar. Als werkgevers dringend mensen nodig hebben, zijn ze bereid personeel vanaf het laagste niveau zelf op te leiden.’

Ook mensen die in hun geboorteland tandarts of advocaat waren, moeten zich herscholen. ‘Nederland is streng met de erkenning van elders behaalde diploma’s en met opleidingseisen. Hoogopgeleide jonge vluchtelingen kunnen, als dat in Nederland arbeidsmarktrelevant is, met ondersteuning van het UAF (studie en werk voor hoger opgeleide vluchtelingen) een opleiding volgen. Maar wat kunnen wij een 56-jarige tandarts bieden? Een Syrische gynaecologe hebben we gelukkig wel kunnen inzetten, bij een GGD.’

 

Verwachtingen managen

‘Je moet werkgevers goed voorlichten over de personen met wie ze te maken krijgen,’ stelt Judith Claassens. ‘Verwachtingsmanagement is heel belangrijk. In het begin zijn er matches misgegaan. Bijvoorbeeld omdat werkgevers met een sociaal hart de nieuwkomers in dienst namen, maar hun personeel onvoldoende voorbereidden.’ Ad Verpaalen kent een voorbeeld: ‘Een Syrische jongen begon als kok in de keuken van een hotel. Steeds als hij een biefstuk moest bereiden, maakte iemand de grap: “Moet je weer een harammetje doen?”. (‘haram’ is ‘onrein’ en ‘verboden’ voor moslims, het tegenovergestelde van ‘halal’  is een term in de islam die daden of zaken aanduidt die niet door moslims begaan of gebruikt mogen worden, red.). Wederzijds respect is heel belangrijk voor succesvolle integratie.’

Om mismatches te voorkomen, wil Verpaalen een toolkit voor werkgevers maken. ‘Hoe ga je met Eritreeërs om? Bij hen moet je bijvoorbeeld naast elkaar gaan zitten, Want als mensen tegenover hen zitten, denken zij direct aan het autoritaire regime in Eritrea. Ook moet je hen persoonlijk aanspreken en niet in algemene zin regels stellen.’ Ook zou hij het goed vinden als er een landelijke ‘kenniskring statushouders’ komt, waar projectleiders en medewerkers kennis en ervaringen kunnen uitwisselen.

Judith Claassens: ‘Statushouders hebben extra aanbod nodig. We investeren graag in hen. Onder hen is veel “human capital”. Deze mensen hebben veel in hun mars. En vergeet niet dat de mannen en vrouwen hier zijn met hun gezin. Zij moeten een voorbeeld voor hun kinderen zijn.’ Ook Ad Verpaalen is zeer gemotiveerd: ‘Het is een uitdagende maar superleuke klus om statushouders te helpen integreren. Ik vind het fijn mijn geld te verdienen met zinvol werk. Mensen doen hun best en zijn zó blij als ze een baan vinden.’

 

Inburgeren on the job

Van Nijmegen naar Zeist, waar Biga Groep deze zomer een traject startte voor veertien statushouders. Het doel is om hen binnen een jaar klaar te stomen voor de Nederlandse arbeidsmarkt. ‘Het zijn vooral Syriërs en Eritreeërs,’ vertelt manager Yvonne Pot. ‘De meesten van hen zijn laag opgeleid, en de verdeling mannen-vrouwen is fiftyfifty. Wij richten ons vooral op de statushouders die vanwege hun relatief hoge leeftijd en gebrekkige leerbaarheid niet naar het ROC kunnen, maar die uitstromen naar werk, vaak ongeschoold. We bieden duale trajecten, wat betekent dat we samenwerken met NVA, een centrum voor inburgering. Het eerste half jaar hebben de mensen alleen inburgering en taalles, bij ons in huis verzorgd door NVA. Daarna breiden we dat uit en komt ook het voorbereiden op werk erbij. Daarvoor hebben we een extra trajectbegeleider aangenomen. Hij voert een “talentscan” uit in iemands eigen taal, mede om erachter te komen welk werk aansluit bij de persoon. Om taalvaardigheid op te doen, kunnen we mensen eerst op vrijwilligersbanen met talige activiteiten plaatsen. Vervolgens gaan de statushouders drie keer op werkstage, allemaal buiten Biga Groep. In de laatste fase trainen we hen in vaardigheden die nog ontbreken.’ Inburgeren, de taal leren spreken en integreren doe je on the job: dat is het motto bij Biga Groep.

 

Ernstig getraumatiseerd

De trajectbegeleiding is intensief. Yvonne Pot: ‘De Eritreeërs, allemaal jonge jongens, ogen werkfit, maar zijn vaak ernstig getraumatiseerd. Dat merk je pas op het werk. Zij kunnen ja knikken en nee doen. Wij vinden dat oneerlijk, maar het is overlevingsgedrag van kinderen die opgroeiden in een gezagsgetrouwe omgeving met een onbetrouwbare overheid. Omdat de groepscohesie onder Eritreeërs groot is, maken we het succes van de een zichtbaar en volgen de anderen. De trajectbegeleider zoekt samen met de statushouder een goede werkervaringsplek. Als er een klik is, gaan werkgevers graag met hen in zee. Als het nodig is, kunnen jobcoaches hen op de werkplek begeleiden. Het is de bedoeling dat ze na de inburgering werk vinden. Ze zullen niet meteen een volledige baan hebben. Dan moeten ze banen stapelen. Als ze maar economisch en sociaal zelfstandig worden, zelfredzaam. Een goede match, daar kunnen we met zijn allen nog veertig jaar plezier van hebben.’

 

Kennismaking met kassen

Laatste halte: het Westland in de provincie Zuid-Holland. ‘Het meest bekend is Westland om zijn glastuinbouw en de oranje gloed die er ‘s nachts de hemel verlicht, afkomstig van de assimilatieverlichting in de kassen,’ zegt Wikipedia. ‘Aan deze glazen warenhuizen dankt het Westland zijn bijnaam “glazen stad”.’

Hier startte Ondernemersplatform MVO Westland in 2016 het programma ‘Meetellen en Meedoen’. MVO wil in dit geval zeggen: het creëren van duurzame werkgelegenheid voor ten minste 75 vluchtelingen met een verblijfsstatus. SW-bedrijf Patijnenburg verzorgt de werkleertrajecten. De statushouders beginnen met eenvoudige werkzaamheden. In een assessment bekijken begeleiders wat de mensen kunnen en aankunnen. In dit stadium kunnen cultuurverschillen aan het licht komen, bijvoorbeeld rond arbeidstijden of productietempo.

Dat werkgevers hier moeilijk aan personeel voor bloemen-, planten- en groententeelt kunnen komen, is regelmatig in het nieuws. Vluchtelingen lijken wat dat betreft dus welkom. Wie ‘inburgeren in Westland’ zegt, zegt ‘kennismaking met kassen’. Inburgeren en integreren komen in Westland niet na elkaar, maar gaan gelijk op. Statushouders brengen drie weken nadat ze zich in Westland vestigen een bezoek aan een van de geïnteresseerde bedrijven. Ze zien welke banen er zijn en wat er van hen wordt verwacht als ze bij een Westlands bedrijf gaan werken. Omgekeerd leren werkgevers de nieuwe groep werknemers kennen.

 

Kunnen anderen van leren

In 2016 en 2017 gingen tientallen statushouders op bezoek bij verschillende bedrijven en instellingen in de regio. Zo gingen op dinsdag 13 september 2016 vijftien statushouders langs bij bloemenveiling Royal FloraHolland en Ter Laak Orchids. John Barendse, hoofd van het bedrijfsbureau van Ter Laak Orchids, was positief verrast, zo vertelde hij op de website www.bpnieuws.nl (dat staat voor ‘bloemen en planten nieuws’): ‘Deze mensen begrijpen de taal al goed en zijn heel enthousiast,’ zei Barendse. ‘Ze toonden veel belangstelling voor het werk, daar kunnen anderen nog wat van leren.’

Dankzij de bedrijfsbezoeken en de werkleertrajecten bij Patijnenburg komen statushouders in contact met Nederlanders en doen zij werknemersvaardigheden op. In het kader van Meetellen en Meedoen kunnen statushouders ook aanspraak maken op jobcoaching, het leren van vaktaal en taalmaatjes. De Meetellen en Meedoen-aanpak (minister Asscher noemde het tijdens een conferentie ‘de Westlandse integrale doe-aanpak’) is een vast onderdeel van MVO Westland en Patijnenburg Re-integratie.

Tussen 1 april 2016 en september 2016 werden volgens MVO Westland binnen ‘Meetellen en Meedoen’ 61 statushouders begeleid: 52 mensen waren bezig met interne werkleertrajecten; 8 statushouders gingen bij een externe werkgever aan de slag; 4 van hen deden betaald werk; 1 statushouder volgde een opleiding. Hoe de recente resultaten zijn, is helaas lastiger te achterhalen, want het programma wordt op dit moment geëvalueerd en MVO Westland en Patijnenburg laten weten de actuele stand van zaken niet te kunnen toelichten. Wordt vervolgd dus.

Deel dit artikel via: