Toekomst Pantar is ongewis

Eind 2016 verschenen alarmerende krantenberichten over Pantar, zoals ‘Sluiting SW-bedrijf dreigt. Hoe is het bedrijf het nieuwe jaar ingegaan?

in SW-Journaal februari 2017

De berichten over Pantar die eind vorig jaar in de kranten verschenen, veroorzaakten veel onrust bij het bedrijf, zegt directeur Rutger van Krimpen. ‘SW’ers kwamen vragen of ze op maandag 28 november nog wel moesten komen werken, als Pantar bankroet zou zijn. Zo ver was het helemaal niet.’ Van Krimpen organiseerde een personeelsbijeenkomst, samen met wethouder Arjan Vliegenthart; SW-medewerkers zijn tenslotte in dienst van Re-integratiebedrijf Amsterdam. De wethouder drukte de medewerkers op het hart dat hij hun werk garandeerde. ‘U kunt op mij rekenen.’

Harde woorden

Het Amsterdamse bedrijf Pantar is de uitvoeringsorganisatie van de WSW en van (een deel van) de Participatiewet. In de aanloop naar de nieuwe wet moest Pantar, net als elk ander SW-bedrijf, nieuwe markten aanboren en een nieuw businessmodel ontwikkelen. De gemeente Amsterdam deed voor de periode 2013-2016 een extra investering, maar ook in 2017 zijn er nog tekorten en verliezen. Het bedrijf is verzelfstandigd, is een stichting en heeft een eigen Raad van Toezicht; over doorgaan of stoppen met Pantar beslist echter de gemeenteraad.

SW-Journaal legde zijn oor te luisteren bij de raadscommissie die de financiële stand van zaken en toekomst van Pantar besprak met wethouder Vliegenthart en Lodewijk de Waal, toezichthouder bij Pantar. Het gaat er hard aan toe in het Amsterdamse stadhuis. ‘Pantar anticipeerde onvoldoende op de Participatiewet,’ zegt de VVD. De PvdA meent dat het bedrijf in zwaar weer zit door onder andere ‘slechte bedrijfsvoering’ en ‘onvoldoende slagkracht’. Het CDA stelt dat ‘gewekte verwachtingen niet zijn waargemaakt’. Zo was de prognose voor 2016 een tekort van 1,5 miljoen, maar de realiteit is een tekort van 2,3 miljoen. Voor 2017 houdt de gemeente rekening met een tekort van 7 miljoen.

Landelijke trend

Begin 2017 blikken we met Rutger van Krimpen terug op de roerige periode. ‘In de bedrijfsvoering kunnen we nog wel iets verbeteren. Maar Pantar mist een substantieel deel aan inkomsten die andere SW-bedrijven wel hebben,’ verklaart de directeur een deel van de tekorten. ‘In 2013 gingen individueel detacheren en begeleid werken over naar de gemeente. Amsterdam heeft eigenlijk twee SW-bedrijven: de afdeling Werk en re-integratie, die rechtstreeks bemiddelt, en wij. Pantar heeft het minst renderende deel van de medewerkers. Daarom kun je ons niet één op één vergelijken met andere SW-bedrijven.’

Vergelijken we Pantar toch even met andere SW-bedrijven, dan zien we dat het bedrijf past in het landelijke plaatje. In 2014 hadden de SW-bedrijven in Nederland een gezamenlijk tekort van 81 miljoen euro. Het lukt veel bedrijven wel de kosten terug te dringen, de opbrengsten te verhogen en het financiële resultaat te verbeteren, schrijft brancheorganisatie Cedris op www.cedris.nl. Maar dat betere bedrijfsresultaat wordt teniet gedaan door overheidsbezuinigingen. Het verschil tussen loonkosten en subsidies wordt tot 2020 alleen maar groter, stelt Cedris, omdat de bezuinigingen doorgaan. De organisatie verwacht dat de tekorten in 2020 uitkomen op 220 miljoen euro. Willen SW-bedrijven renderende opdrachten binnenhalen en een stevige marktpositie behouden cq. veroveren, dan moeten ze continuïteit kunnen bieden aan afnemers. Dat is lastig als medewerkers uitstromen of worden gedetacheerd en er geen nieuwe doelgroepen binnenkomen.

Niet dynamisch

Amsterdamse gemeenteraadsfracties vinden dat Pantar niet dynamisch is ingesprongen op de veranderende verhoudingen om een plek op de markt te behouden of te veroveren. Toezichthouder Lodewijk de Waal stelt echter dat het voor SW-bedrijven bijna onmogelijk is om zwarte cijfers te schrijven. ‘Pantar heeft met moeilijke doelgroepen te maken. De uurtarieven voor SW’ers gaan omlaag, maar de benodigde begeleiding neemt niet af.’ Het wordt steeds moeilijker om een organisatie die steeds kleiner wordt winstgevend te maken, zegt ook Danny Knecht. Hij is SW’er en OR-lid bij Pantar.

Progressieve partijen in de gemeenteraad zijn het met hen eens: een SW-bedrijf financieel gezond runnen zonder dat de overheid flink bijspringt, is onmogelijk. Zij vragen de wethouder de gemeentelijke orderportefeuille van Pantar te verhogen tot 16 miljoen euro (nu 12,5 miljoen). Werk door mensen met een arbeidsbeperking mag wat kosten, vinden zij, mits het bedrijf zijn zaakjes op orde heeft. De VVD wil echter af van ‘het ongezonde businessmodel’ dat Pantar volgens de liberalen voor een groot deel afhankelijk maakt van de gemeente. Het bedrijf moet meer voor de markt gaan produceren. De VVD verbindt aan financiële dekking van de tekorten de voorwaarde dat Pantar zo snel mogelijk met plannen komt om de tekorten te verminderen. Het CDA ziet het liefst een nieuwe werkorganisatie verrijzen.

Het laatste woord is nog lang niet gezegd. In 2017 moet duidelijk worden wat de rol van Pantar wordt in de keten van zorg tot regulier werk, en of het bedrijf een gemeentelijke dienst wordt of dat het zelfstandig blijft.

Trots

Danny Knecht is trots op zijn bedrijf en vindt het logisch dat de gemeente meer controle krijgt als die structureel meer geld in Pantar moet stoppen. Wat Rutger van Krimpen betreft, blijft Pantar doen wat het doet: SW’ers zinvol aan het werk houden tegen zo laag mogelijke kosten, aangevuld met nieuwe taken als het creëren van werkplekken voor de groep ‘nieuw beschut’. Hij stelt onomwonden: ‘SW-bedrijven gaan niet meer renderen, of je ze nu weer bij de gemeente trekt of niet.’

Pantar als bedrijf is ‘niet heilig’, zeggen politieke partijen. Mensen met een arbeidsbeperking zijn dat wel. ‘Amsterdam heeft voor hen een zorgplicht,’ zegt wethouder Vliegenthart. ‘Zij hebben een bijzondere plek in de stad.’ De toekomst van Pantar blijft echter ongewis. Danny Knecht: ‘Hoe het allemaal afloopt, is voor ons heel spannend.’

Deel dit artikel via: