Fixatie op ‘topvrouwen’ ontneemt het zicht op armoede

Feminisme is meer dan de top bereiken. De emancipatie van vrouwen (en mannen) is niet ‘voltooid’. Vrouwen verdienen minder, zitten vaker in de bijstand, zijn vaker werkloos en zijn vaker slachtoffer van seksueel geweld.

Bijdrage aan het F-boek, feminisme van nu in woord en beeld – maart 2015

De VVD won in 2012 de Tweede Kamerverkiezingen met onder andere slogans als Handen uit de mouwen in plaats van hand ophouden en Nederland is geen geluksmachine. Rechtstreekse sneren naar mensen die van een uitkering afhankelijk zijn. Heeft Charlene de Carvalho-Heineken haar (toen nog kop)positie op de Quote 500 lijst der rijkste Nederlanders te danken aan het feit dat ze ‘een hardwerkende Nederlander’ is of aan ‘dochter van’ te zijn? Is het stereotype van minima als klaplopers een manier om de weg te plaveien voor verdere verlaging van uitkeringen, als prikkel om aan de slag te gaan of is het echt zo bar gesteld met de arbeidsmoraal van uitkeringsontvangers in Nederland? Ik besloot het hen zelf te vragen en zag meer ruggengraat dan slappe knieën bij arm Nederland. In februari 2014 bracht ik magazine Qracht 500 over armoede in Nederland uit.

Vrouwenbevrijding is voor mij altijd verbonden geweest met emancipatie van andere groepen in de samenleving. In de hoogtijjaren van het feminisme waren, in het jargon van toen, seksen-, klassen- en antiracismestrijd en homobevrijding met elkaar verbonden en vervlochten. Ik was feminist in de CPN en links in de vrouwen- en homobeweging. De tegenwoordige focus op ‘topvrouwen’ en het doorbreken van glazen plafonds door het Top 100 feminisme van bijvoorbeeld Opzij is een fixatie geworden, die leidt tot een tunnelvisie. De emancipatie op het gebied van arbeid en inkomen zou ‘voltooid’ zijn, althans voor autochtone vrouwen. Het zou alleen nog gaan over vrouwen aan de top en, vooruit, aan fulltime werkende vrouwen.

De werkelijkheid is anders. In lagere regionen op de arbeidsmarkt, in het loongebouw en de sociale zekerheid zijn vrouwen oververtegenwoordigd. Sekseongelijkheid, discriminatie en uitsluitingsmechanismen die vrouwen, en overigens ook mannen, treffen, zijn verre van opgelost. Ook kleur en herkomst zijn bepalend; niet-westerse migrantenvrouwen hebben de minste kansen op werk. Door de blikvernauwing tot de top, verdwijnt dit allemaal uit het zicht.

Hoewel het verschil kleiner wordt, is er nog altijd een kloof tussen inkomens van mannen en vrouwen voor hetzelfde werk of werk van gelijke waarde. Als we de loonverschillen tussen mannen en vrouwen bij gelijk of gelijkwaardig werk corrigeren naar ervaring, contract, opleiding, e.d., dan zijn die met 7% verschil (overheid) en 8% (bedrijfsleven) in het nadeel van vrouwen. Verliezen vrouwen hun werk of gaan zij met pensioen, dan zijn ook hun uitkeringen en aanvullende pensioenen lager. Veel vrouwen werken bovendien onvrijwillig minder uren dan zij zouden wensen. Dat alles bemoeilijkt hun economische zelfstandigheid. In 2012 kan 53% van de vrouwen in Nederland zichzelf financieel bedruipen, tegenover 74% van de mannen. Daarnaast zitten er meer vrouwen dan mannen in de bijstand. Die is decennia lang niet mee gestegen met de lonen en daardoor relatief verlaagd.

Framing en blaming

Uitkeringsontvangers worden sinds jaar en dag door publiek en politiek geframed als bankzitters. In reactie op de stereotypering dat zij door eigen schuld in armoede terecht komen, maakte ik eenmalig magazine Qracht 500.

Ik interviewde 150 mannen en vrouwen in het hele land; chronisch zieken, werklozen, agrariërs, verslaafden, uitgeprocedeerde asielzoekers, ex-gedetineerden, tienermoeders, daklozen e.a. Armoede kan iedereen overkomen. Zij vertelden hoe zij in armoede terechtkwamen en wat zij doen om eruit te komen. Een deel van hen verloor baan en inkomen, velen ook hun woning, gezondheid en relatie. Hun veerkracht, doorzettingsvermogen en goede humeur verliezen zij echter zelden.

Ellen is doof en zit al 32 jaar in de bijstand. Ze wil niets liever dan een baan maar wordt nergens aangenomen. Als vrijwilliger kan ze echter wel aan de slag. De Poolse Barbara werkte 26 jaar in tijdelijke dienst. Omdat ze nooit een vast contract kreeg, ging ze aan zichzelf twijfelen. Nu zit ze ziek thuis. Sigrid (52) is opgevoed met niet zeuren, dóórgaan en begon op haar 12de al met werken. In 2006 verloor ze haar baan als commercieel verkoper. Zestien jaar had ze het als alleenstaand moeder gered, nu stortte ze in. ‘Ik kreeg een burn-out en werd depressief. Als ik geen kind had, was ik er niet meer geweest.’

Anders dan het frame misbruik maken van collectieve voorzieningen ons wil doen geloven, leven veel geportretteerden in Qracht 500 onvrijwillig van een uitkering. Zij willen graag werken, maar werkgevers willen hén niet of er zijn geen banen. Steeds meer arbeid verdwijnt immers. Enkele geportretteerden werken onbetaald als postbode of verzorgende, in het kader van verplichte arbeidsparticipatie als uitkeringsgerechtigde. Daardoor worden betaalde medewerkers verdrongen.

Armoede, onvrijwillige werkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid zijn niet bevorderlijk voor de gezondheid. Is deze situatie langdurig, dan komen mensen in de categorie grote afstand tot de arbeidsmarkt en/of moeilijk bemiddelbaar. Tegelijkertijd bouwt de overheid gesubsidieerde arbeid en sociale werkvoorziening af en stelt onbetaalde arbeidsparticipatie en mantelzorg verplicht.

Individualisering en gelijke rechten

Voor Qracht 500 sprak ik ook vrouwen die al twintig jaar of langer in de bijstand zitten. En mannen die arbeidsongeschikt zijn, aan lager wal raakten, verslaafd en/of dakloos zijn. De vrouwen zijn niet economisch zelfstandig, de mannen niet zorgzelfstandig. Zij weerspiegelen niet alleen het hardnekkige Nederlandse rollenpatroon van zorgende vrouwen en de kost verdienende mannen. Het is ook een (onbedoelde) wending van vrouwenemancipatie, ‘gecorrigeerd’ door christelijke politiek. De vrouwenbeweging heeft met succes gestreden voor een individueel recht op inkomen en afschaffing van kostwinnersprincipes in salariëring, belastingen, pensioenregelingen, etc. Het recht op zelfstandig inkomen voor vrouwen is er gekomen. Gecombineerd met individuele keuzevrijheid en de inzet van christelijke partijen om moeders van arbeidsplicht vrij te stellen omdat ze thuis bij de kinderen willen, c.q. zouden horen te zijn, leidde dit recht tot een relatief groot aantal vrouwen in de bijstand.

Door het groeiende anti-Europakamp in Nederland is het bijna niet meer voor te stellen, maar Europese wetgeving heeft een belangrijke rol gespeeld bij het realiseren van gelijke rechten van vrouwen op arbeid en inkomen. Vrouwen hebben veel baat gehad van de wettelijke Europese verplichting hen gelijk te behandelen, en succesvol geprocedeerd tot voor het Europese Hof van Justitie. Nederland was een van de landen die het langzaamst uitvoering gaven aan de verschillende richtlijnen gelijke behandeling uit de jaren 70.

Ik werkte van 1985-1992 bij het Europees parlement en vormde daar, samen met twee Duitse vrouwen, het Vrouwenbureau van de Groene fractie. Wij zetten ons niet alleen in voor gelijke werknemersrechten, maar bijvoorbeeld ook voor gelijke behandeling van migranten, prostituees en transgenders. Zo vond in 1986, op onze uitnodiging, het Tweede Wereldhoerencongres plaats in de zalen van het Europees parlement. Het was een ongekende happening (volgens christendemocraten een ongekend schandaal), waar prostituees – in de dominante beeldvorming eeuwig slachtoffer – een podium kregen om hun eisen voor veilig werk, goede arbeidsomstandigheden en een menswaardig bestaan kenbaar te maken. Op de persconferentie kwamen, van over de hele wereld, meer journalisten af dan ooit was vertoond in het Europees parlement. Een moment van power of the poor.

Delen = het nieuwe hebben

Gemarginaliseerde groepen mensen een stem en gezicht geven is nog steeds mijn drijfveer, ook bij het maken van Qracht 500 over armoede. Armen zijn in hun bestaanszekerheid bedreigd en armoede is zelden alleen hun eigen verantwoordelijkheid, waar zij zelfredzaam en op eigen kracht uit moeten komen. Mensen worden massaal werkloos, de verzorgingsstaat en collectieve voorzieningen worden afgebouwd, ongelijkheid en tweedeling groeien, arbeid, middenklasse en vakbondsmacht nemen af, werknemersrechten worden uitgehold en betaald werk steeds vaker vervangen door onbetaald vrijwilligerswerk en mantelzorg. Voldoen uitkeringsontvangers en werklozen  niet aan hun participatieplicht, dan gaat de uitkering desondanks omlaag. ‘Vroeger mócht ik niet werken van de Sociale dienst, nu móet ik,’ verwoordt een geportretteerde vrouw (en moeder) in Qracht 500 de verandering.

De belangenstrijd van gediscrimineerde en achtergestelde groepen is wel aan verandering toe.

In Qracht 500 werp ik op dat we banen zouden moeten delen, zoals we ook auto’s, gereedschap en boeken delen. En dat scharrelondernemers meer ruimte moeten krijgen. Want aan de ene kant zeggen dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor zorg, arbeid en inkomen, en aan de andere kant au pairs en snorders verbieden, dat wringt. Ook de discussie over een basisinkomen is terug van weggeweest. ‘Gratis geld’ maakt mensen niet per definitie lui en passief. Werken doe je ook voor je lol en zelfontplooiing. Dat tonen verhalen in Qracht 500, maar ook de doe-het-zelf beweging aan. Delen en ruilen is het nieuwe hebben en geeft solidariteit een andere invulling.

Kleine vrouwen, grote vrouwen

We vechten de strijd tegen ongelijkheid ook in de media uit. De manipulatie met beelden en taal is groot. Zet tegenover het stereotype beeld van werklozen met een foute arbeidsmoraal eens de betalingsmoraal van Nederlanders die het land ontvluchten om minder belasting te betalen, en we zien hoe eenzijdig de beeldvorming is. Hoe uitkeringsgerechtigden en werklozen worden neergezet is maar één voorbeeld. Beeldvorming over vrouwen een ander.

In plaats van het, abstract, bloedeloos en ongevaarlijk, te hebben over de ‘emancipatie van De Vrouw’ zou het moeten gaan over ‘gelijke rechten voor vrouwen’, dan gaat het tenminste ergens over. En dan is er nog het verkleinen van vrouwen. Noem Ionica Smeets niet wiskundemeisje, Maxima geen burgermeisje, succesvolle actrices geen ‘sterretjes’, maar sterke zelfbewuste vrouwen die hun stenen bijdragen. Laat die fixatie op ‘topvrouwen’ maar zitten. Waar die toe kan leiden, zagen we aan het begin van tv-seizoen 2014-2015 bij talkshowhouder Jeroen Pauw. Hij verklaarde dat vrouwen in zijn programma, en voorheen bij Pauw & Witteman, structureel ondervertegenwoordigd of zelfs afwezig zijn, omdat vrouwen ‘maatschappelijk geen rol van betekenis spelen’. Jeroen Pauw verkleint eerst het speelveld tot ‘de top’ in politiek, bestuur, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties en neemt vervolgens mensen de maat die er in die top ‘toe (zouden) doen’. Met Pauw’s blik blijven dan kennelijk weinig vrouwelijke gesprekspartners over. Dat dit zíjn probleem is, en niet dat van vrouwen bleek in de documentaire over de textielindustrie in Bangladesh die Jeroen Pauw maakte en begin september 2014 is uitgezonden. Hij trekt dagenlang op met minister Lilliane Ploumen; zij is daar in verband met de naleving van afspraken over veilige en goede arbeidsvoorwaarden voor textielarbeidsters (m/v). Pauw stelt haar vragen zonder Ploumen aan te kijken; hij tuurt al pratende straal langs en over haar heen. Zelfs vrouwen die de top wél bereiken, ziet Pauw, over het hoofd.

Tegenover de mannelijke ontwijkende blik, richten wij het vizier op vrouwen. Niet alleen op ‘grote’ vrouwen, op alle vrouwen. Om hen niet kleiner te maken dan ze zijn.