“Oost-Europese vrouwen alternatief voor verpleeghuis”

Oost-Europese vrouwen bieden 24-uurs hulp in huis in Nederland. Krijgt na de bouw en de tuinbouw ook de thuiszorg te maken met Oost-Europese concurrentie?

Het Financieele Dagblad – 6 augustus 2010

‘Bulgaarse vrouwen zijn vriendelijk en netjes. Ze hebben ook veel meer familiezin dan wij,’ zegt Loes Schuyt uit Vogelenzang. Ze heeft goede ervaring met de Bulgaarse Tessa, die sinds acht maanden voor haar moeder van 93 zorgt. De moeder van Loes hoeft nu niet naar een verzorgingshuis. Tessa is 58 jaar. Haar echtgenoot en kinderen wonen in Bulgarije. Gek is de oude mevrouw Schuyt op Tessa. Ze vindt haar ‘een supervrouw’.

Zonder haar twee Bulgaarse hulpen zat de moeder van Angèle Ricardo nu nog steeds in een verpleeghuis. Sinds ze een jaar geleden een herseninfarct kreeg, is Ricardo’s moeder aan één kant verlamd. In het verpleeghuis werd maar weinig naar haar omgekeken. ‘De verzorgsters zeiden: “Plas maar in de mat (luier, red.)”,’ zegt Ricardo. ‘Ik vind het belangrijk dat er mensen bij m’n moeder zijn. Mentaal is ze goed, ze kan nog best het een en ander.’ Toen Ricardo het bedrijfje Seniorcare24 ontdekte, was de keuze voor inwonende verzorgers snel gemaakt. ‘M’n moeder is blij met de twee lieverds in haar buurt.’

Bedrijven als Seniorcare24 en WWA&N halen de thuishulpen uit Oost-Europa . Na de Oost-Europese seizoenarbeiders in de bouw en tuinbouw hebben de thuishulpen vrij geruisloos hun intrede gedaan. Het gaat vooralsnog om naar schatting om enkele honderden mensen, vooral vrouwen, die huishoudelijk werk doen voor bejaarde Nederlanders bij wie ze ook in huis wonen. Dat laatste is ook handig, in geval van nood.

De klanten zijn tevreden, maar de juridische status van de thuishulp is onduidelijk. Hoewel Bulgarije sinds 1 januari 2007 lid is van de EU, mogen Bulgaren (en dat geldt ook voor Roemenen) nog niet vrij werken in Nederland.

De Bulgaars-Nederlandse oprichter en eigenaar van bemiddelingsclub Seniorcare24, Silvia Muller, kent de matige reputatie van bijvoorbeeld Bulgaarse koppelbazen. ‘We hebben de schijn tegen, alsof we een malafide bedrijf zijn.’ Toen ze ruim een jaar geleden met Seniorcare24 begon, gingen de in Bulgarije geworven hulpen, allen ouder dan 45, hier aan de slag als zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Seniorcare24 schreef hen in bij de gemeente waar zij werkten. Muller: ‘Een werkvergunning was niet nodig.’

Maar helaas. Omdat de thuishulpen in principe op één adres werken en wonen moest Muller al snel omzien naar een andere constructie, omdat zzp’ers ten minste drie werkgevers horen te hebben om door de belastingdienst te worden erkend.

Nu zijn de thuishulpen in dienst bij een bedrijf in Bulgarije, Bauring. Dat betaalt hen salaris, verzekert hen voor ziekte en pensioen en doet de werving en selectie van nieuwe krachten. Bauring detacheert de vrouwen (en een enkele man) voor werk in Nederland, telkens voor een jaar, met een maximum van vijf jaar. Als bedrijf in een EU-land kan Bauring voor de verzekering van de vrouwen en sociale werkgeverslasten gebruikmaken van zogeheten E106- en E101-formulieren. De hulpen krijgen, na aanmelding, een zorgpas toegestuurd door het College voor Zorgverzekeringen, waarmee ze terechtkunnen in Nederlandse ziekenhuizen.

Detachering is in dit geval omstreden. De EU-regeling heeft betrekking op het vrije verkeer van diensten in de EU, niet op dat van werknemers. Demissionair minister Donner van Sociale zaken heeft er onlangs nog op gewezen dat Bulgaren (en Roemenen) hier een werkvergunning van het UWV Werkbedrijf nodig hebben.

‘Een werkgever moet vacatures bij ons melden,’ zegt een woordvoerder van het UWV Werkbedrijf desgevraagd. ‘Wij toetsen de aanvraag op twee punten. Kan het werk ook worden gedaan door werkzoekenden die bij het ons staan ingeschreven en is er sprake van goed werkgeverschap? Dat laatste toetsen we marginaal: wat is het dienstverband, salaris etc.? De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de uitvoering.’

Goedkoop

Dat de Bulgaarse hulpen van Seniorcare24 inwonen bij hun opdrachtgevers, betekent niet dat ze 24 uur per dag, zeven dagen per week dienst hebben. Tessa werkt 50 uur per week, de hulpen van de moeder van Angèle Ricardo iets minder. Ze ontvangen, behalve kost en inwoning, een maandsalaris rond € 1200,- netto, wat neerkomt op ongeveer € 6,- per uur. Dat is de helft van het huidige uurloon van € 12,20 van als zelfstandige werkende Nederlandse alphahulpen en minder dan het minimumloon. Ter vergelijking: bemiddelingsorganisatie Worldwide Assistents & Nurses (WWA&N) biedt Oost-Europese hulpen aan voor € 10,- p/u, de Nederlandse hulpen van Individuele Zorg Specialisten kosten € 38,50 p/u. Dit zijn bruto bedragen. Belangenorganisatie Stichting Alphatrots streeft voor zelfstandig werkende alphahulpen naar een netto vergoeding van € 14,50 per uur.

De thuishulpen worden betaald uit het persoonsgebonden budget (pgb) van de cliënten/gebruikers. Mevrouw Schuyt betaalt €1800,-, de moeder van Angèle Ricardo het dubbele voor haar twee hulpen. Een zorgadviesbureau verzorgt voor de laatste de verplichte administratie en afdracht werkgeverslasten. Of voor Tessa ook werkgeverslasten aan Nederland worden betaald is onduidelijk.

Silvia Muller is Seniorcare24 nog aan het opbouwen. Inwonende hulpen, in landen als Italië en Spanje tamelijk gewoon, zijn volgens haar een niche in de markt. ‘Op zorginstellingen wordt bezuinigd. Er is minder geld beschikbaar, terwijl de vergrijzing toeneemt. Ouderen willen bovendien langer thuis blijven wonen.’

Het gaat bij de Oost-Europese hulpen nog om relatief kleine aantallen. Of die toenemen, hangt mede af van de inpassing in de Nederlandse zorg en arbeidsvoorwaarden.

De namen van de geïnterviewden die anoniem willen blijven, zijn gefingeerd