Standplaats Stadionweg

Z magazine, de straatkrant van Amsterdam – 2004

Hij staat met een netjes gekamde paardenstaart voor Albert Heijn aan de Stadionweg. Hij heeft zich goed voorbereid op het interview en steekt van wal nog voordat hem een vraag is gesteld: John. “Ik ben 4½ jaar Z-verkoper. Ik sta graag binnen. Mensen zien me als ze bij de kassa in de rij staan. Ik waardeer het zeer dat ik binnen mag staan. Daarom doe ik wat terug. Als de mandjes op zijn, haal ik een stapel bij de kassa. Ik hou het een beetje schoon bij de ingang en help oudere mensen hun zware tas uit het karretje tillen. Ook let ik een beetje op bij problemen. In deze buurt valt het mee. Op mijn vorige standplaats heb ik eens een fietsendief in zijn kraag gegrepen. Als dank mocht ik voor 30 gulden boodschappen doen bij Albert Heijn!”
John denkt net als de kruidenier aan de kleintjes. Als de nieuwe Z verschijnt, doet hij de oude nummers in de aanbieding. Mensen mogen Z dan meenemen voor € 0,50.
Hij spreekt Nederlands met een Engels accent. “Ik ben in Nieuw Zeeland geboren, maar mijn ouders komen hier vandaan. Nederlands is mijn moedertaal.. Tien jaar geleden arriveerde ik in Amsterdam, ik had een Nederlands paspoort. Ik ben nooit meer terug gegaan, maar ik ben trots op Nieuw Zeeland. Sinds het succes van Lord of the Rings is het een toeristische attractie. Laatst stond een 13-jarig meisje dat de film had gezien tegen een vriendinnetje over mij op te scheppen: ‘Híj komt uit Nieuw Zeeland!'”John begon in Nederland als verpleger. “Ik werkte via een uitzendbureau. De onregelmatige diensten en enorme werkdruk groeiden me boven het hoofd. Ik kreeg slaapstoornissen en kwam te laat op m’n werk. Na een tijdje was ik niet meer welkom.” Hij woonde bij een vriendin in huis maar kon al snel geen huur meer betalen. John werd dakloos. Via via kwam hij met Mustapha, die de Z-verkopers selecteert, in contact. Dit werk bevalt hem beter. “Het is een heel interessante baan. Je ontmoet zoveel verschillende mensen. Op zaterdag sta ik hier van 09.30u tot 18.30u ‘s avonds. Dan ben ik helemaal schor. Laatst kwam iemand mij vertellen dat ze kanker heeft! Je bent een praatpaal voor mensen.”
John is sinds kort lid van de verkopersraad. “Het is belangrijk dat de redactie naar verkopers luistert. “Wij weten wat lezers vinden van Z. En wat hen bezighoudt. Mensen vragen zich vaak af waarom we dakloos zijn. Ook vinden ze leuk te lezen wat verkopers van bepaalde onderwerpen vinden. Bijvoorbeeld wat de toetreding van Oost-Europese landen voor de EU betekent.”
John aarzelt of hij voor Z op de foto wil, maar hij houdt wel van aandacht voor zijn zaak. Met weemoed praat hij over het radio maken dat hij vroeger deed. Met zijn protestbeweging was hij voortdurend op de televisie. Nu zoekt hij de buis op voor zijn krant. “Binnenkort wordt de vijfmiljoenste Z verkocht. Daarom willen we op AT5 komen. Dat is gratis promotie voor Z.” Hij maakt mensen ook graag deelgenoot van zijn visie. Zo vindt hij het een schending van de mensenrechten dat je in Nederland een boete krijgt als je dakloos bent.
John is eigenlijk wereldverbeteraar. Hij brak zijn studie, eerst geneeskunde en later verpleging, af om beroepsactivist te worden. Hij sloot zich aan bij een militante werklozenbeweging. “Begin jaren ’90 was er een rechts bewind in Nieuw Zeeland. Wij protesteerden onder andere tegen de behandeling van uitkeringsgerechtigden door de Sociale Dienst. We deden – geweldloos – dingen als het bezetten van een regeringsgebouw of het omsingelen van een hotel waar ministers bij elkaar kwamen. Na één van die acties liep het uit de hand. Een knokploeg kwam verhaal halen en een man van de beweging werd zwaar gewond. Ik zat op dat moment met een makker in de kroeg. Dat zette kwaad bloed. Het was einde verhaal. Ik was 31 en wilde het land van mijn ouders zien.” Nederland dus.

Hij staat bijna twee jaar op de Stadionweg. John’s tijd nadert. Z-verkopers moeten na twee jaar verplicht van standplaats wisselen. Als het aan John ligt gaat dat systeem op de helling. Hij heeft -tig argumenten tegen de verplichte standplaatswisseling. “Mensen kennen me en geven geld, meer voor mij dan voor de krant. Een nieuwe verkoper zullen ze niet gauw wat geven. Ze krijgen het tenslotte steeds minder breed.”
Op straat leven doet hij liever niet meer. “De laatste keer was rond oud en nieuw. Ik sliep in auto’s en kreeg verschillende boetes.” Je zult hem niet romantisch horen doen over dakloos zijn. “Het is extreem ongezond. Het buiten leven leidt tot problemen als teveel zuipen.” Op het ogenblik heeft hij een kamertje bij een oude vriend, Nico. “We ontmoetten elkaar tien jaar geleden op het strand in Zandvoort. Tegenwoordig kook ik voor hem, hij is 81. Hij is leuk gezelschap.”

Wat ga je doen als je hier niet meer kunt staan?
“Ik wil iets anders interessants doen, bijvoorbeeld maatschappelijk werk. Het liefst help ik mensen met honderd tegelijk.”