Met Nederlands beginnen in Marokko

Trouw – 2003

Huwelijkspartners van buiten de EU die hier naartoe willen komen moeten zich in eigen land oriënteren op Nederland. Zij worden pas toegelaten wanneer zij slagen voor hun inburgeringstoets. Instituut Oranje begint binnenkort met het geven van lessen Nederlandse taal en cultuur in Marokko. Ongeletterde bruiden en bruidegoms maken bij het instituut weinig kans. ‘Wij richten ons op laag- en hoogopgeleiden. Wij gaan niet alfabetiseren.’Nieuwkomers moeten vóórdat zij hier worden toegelaten beschikken over basiskennis van het Nederlands, zo luidde het in de troonrede. Bij zijn aantreden had het kabinet Balkenende II al laten weten de inburgering op nieuwe leest te gaan schoeien. Ten eerste moet de inburgering van zogenoemde gezinsvormers in het land van herkomst beginnen. Met een beroep op de eigen verantwoordelijkheid komen de kosten die daar gemaakt bovendien voor rekening van de inburgeraars. Kosten die men in Nederland maakt worden deels vergoed, als de kandidaat tenminste voor het inburgeringsexamen slaagt. Het aanbod van inburgeringscursussen tenslotte wordt vrijgelaten. Aspirant nieuwkomers kunnen zelf kiezen bij wie zij hun cursus inkopen.
Minister Verdonk van Justitie riep particulieren onlangs op met voorstellen en initiatieven te komen om het nieuwe inburgeren gestalte te geven.
Hammadi Ajmidar en Maryann Jongens zijn het initiatiefstadium al voorbij. Vanaf maart 2004 kunnen de eerste 100 cursisten in de plaatsen Nador, Al-Hoceima en Tanger in het Marokkaanse Rifgebied terecht voor Nederlandse les. Hun Instituut Oranje (‘Oranje staat natuurlijk voor het Nederlands elftal maar is ook goed uit te spreken in het Arabisch’) richt zich in eerste instantie op mensen die naar Amsterdam willen emigreren.
Inburgeren nieuwe stijl wordt pas verplicht als de nieuwe Wet inburgering nieuwkomers er ligt. Dat is op z’n vroegst half 2004. Instituut Oranje wacht daar niet op. ‘Wij willen ons programma uitproberen.’ Het instituut stemt met ambtenaren op het ministerie van Justitie zijn aanbod af op de eisen die naar alle waarschijnlijkheid in de nieuwe wet worden opgenomen. Klanten werft men via internet en door (mond-op-mond) reclame in Marokko en de Marokkaanse gemeenschap in Nederland.

Inburgeringscursussen volgen migranten nu vooral bij de Regionale Opleidingscentra (ROC). Onderzoek van onder meer de Algemene Rekenkamer wees uit dat de resultaten te wensen overlaten. Een meerderheid van de cursisten heeft na afloop niet het beoogde taalniveau en kan in Nederland onvoldoende uit de voeten. Verwachten Ajmidar en Jongens betere cijfers? ‘Analfabeten, hoog- en laagopgeleiden zitten bij het ROC in dezelfde, grote groepen,’ zegt Maryann Jongens, ‘zodat niemand de taal snel leert. Bij ons komen laag- en hoogopgeleiden in aparte groepen van hooguit 15 mensen. In Marokko bieden we een deel van het programma aan. Mensen leren Nederlands spreken, lezen en verstaan. Schrijven komt later. Een opvoeder moet bij de dokter een gesprek kunnen voeren. Het tweede deel bieden we in Nederland aan, om in de praktijk te oefenen.’
Een opmerkelijk verschil met het ROC is dat Instituut Oranje geen cursisten neemt die niet kunnen lezen en schrijven. Hammadi Ajmidar: ‘Analfabetisme is al veel minder in Marokko dan vroeger. Het is echter niet ons probleem. Wij gaan niet alfabetiseren.’ Dat heeft mogelijk gevolgen voor wie Nederland binnen kan komen. Van de huidige nieuwkomers is ongeveer 10 % analfabeet. ‘Het managen van de instroom vind ik niet verkeerd. Nu is het dweilen met de kraan open: de achterstand van de een is nog niet ingelopen of je krijgt al weer een nieuwe ongeschoolde. Inburgering in Marokko vind ik goed. Mensen weten vaak helemaal niet waar ze naar toe gaan. Zij zien landgenoten die met mooie auto’s uit Nederland komen. Niemand die hen vertelt dat ze een uitkering hebben en in een tweekamerwoning wonen. Het is nuttig dat ze een realistisch beeld van de Nederlandse samenleving krijgen. Dat moeten de docenten hen geven.’
Ook in zijn omgeving heeft hij geen bezwaren gehoord tegen het in eigen land en op eigen kosten inburgeren. Ajmidar: ‘In mijn vriendenkring vinden ze het wel eens tijd worden, ze zijn het zat steeds te worden aangekeken op de mislukte integratie van Marokkanen.’

Vakantienederlands
Zelf is hij een voorbeeld van succesvolle integratie. Ajmidar is momenteel directeur van een Rotterdamse stichting die zorgt voor de inburgering van migranten die al langer in Nederland zijn, de zogenoemde oudkomers. Hij won onlangs een prijs voor het beste Intercultural Business Plan. Zijn compagnon Maryann Jongens is docent. Zij woonde en werkte jarenlang op Curaçao, waar ze een taleninstituut had.
De ondernemers achter Instituut Oranje werken met een commerciële instelling, de lat ligt hoog. Zij trekken de docenten – allen van Marokkaanse origine – in Nederland aan. De leerkrachten moeten minstens HBO-niveau hebben. En ook de cursisten hopen zij op zo hoog mogelijk niveau af te leveren. ‘Verdonk heeft het over vakantienederlands. Dat vinden wij niet genoeg.’