Samenwerken tegen schooluitval in Amsterdam

Contrast – 2006

“Het is onze laatste kans,” zeggen Richi, Dennise en Roos (allen 15 jaar) niet zonder gevoel voor drama. Zij zijn van school getrapt, omdat “die ons niet moet”. Ze verdragen geen gezag boven zich en voegen zich niet in klassikaal onderwijs. Ze zitten op een transferium: tijdelijk onderdak voor moeilijke jongeren zonder school. Het heeft hen voor het onderwijs behouden. Roos: “Als je nu niet iets doet, word je niks.”
De Amsterdamse Rekenkamer vindt dat de hoofdstad onvoldoende greep heeft op schooluitvallers, zo stond onlangs in de krant. Wat het VMBO betreft is de kritiek inmiddels achterhaald. Nieuwe programma’s lijken het tij te kunnen keren.

Alle volwassenen in het gebouw zijn uitgerust met een grote sleutelbos. Deuren in de gang, van lokalen en kantoortjes worden geopend en na doorgang weer gesloten. “We kanaliseren het leerlingenverkeer, van binnen naar buiten en weer terug. Geen gespook in de gangen,” zegt Marcel Paragsingh. Hij is teamleider. Niet in een jeugdgevangenis, maar van het Altra College in Amsterdam Oost, een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Het College biedt onderdak aan twee klassen met ieder twaalf leerlingen van Transferium Oost/Zuidoost, de eigenlijke reden van ons bezoek. Ze volgen niet alleen onderwijs in kleine groepen, met veel extra aandacht en begeleiding. Er komen ook hulpverleners in de klas.
“Ik kan me hier beter concentreren,” zegt Dennise, “de klas is klein en je krijgt veel aandacht.” Na verschillende scholen te hebben afgewerkt komt ze hier tot rust. Ze doet dit jaar examen VMBO en wil volgend jaar op het ROC een opleiding sociaal-pedagogisch werk volgen. Als we de drie leerlingen vragen hoe ze kunnen voorkomen dat het op de volgende en ‘normale’ school weer misgaat, halen ze hun schouders op. Wel weten ze dat de motivatie uit henzelf moet komen. Richi: “Je doet het voor jezelf.”

“Scholen schuiven leerlingen met ernstige gedragsproblemen niet meer af op leerplichtambtenaren. Zij blijven verantwoordelijk voor het goed terechtkomen ervan. Eerst voor tijdelijke opvang in een transferium. Daarna voor een plek op een andere school of in een leerwerkproject,” zegt Hans Kruijssen van de samenwerkende scholen. Het moet voorkomen dat de jongeren binnen de kortste keren opnieuw in de problemen raken. Hans Kruijssen: “De jongeren komen hier in een warm bad. Sommige kinderen staan zelfs tijdens de vakantie voor de deur! We moeten zorgen dat ze daarna niet onder een koude douche komen.” Daarom krijgen de jongeren, als ze op een andere school zitten, nazorg om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.
Maar het vinden van een plek ná het transferium is niet altijd eenvoudig. Marcel Paragsingh: “De leerlingen maken weinig kans tijdens het schooljaar nog toegelaten te worden op een andere school. De meeste leerlingen (en hun ouders) willen graag terug naar het regulier onderwijs. Het Speciaal Onderwijs (SO) vinden zij niks. Toch maken veel van school verwijderde jongeren daar de meeste kans.”
Daarnaast hebben Amsterdamse MBO scholen enkele tientallen plekken voor leerlingen tot 23 jaar die niet in het gewone onderwijs passen.

Schooluitval is een veelkoppig monster. Dat vraagt erom van meerdere kanten te worden getackeld. Het zijn ook niet alleen jongeren met problemen, die het onderwijs zonder diploma vaarwel zeggen. De grootste groep jongeren die school voortijdig (dreigen te) verlaten, zijn niet moeilijker dan anderen. De redenen waarom zij struikelen hebben meer te maken met de vorm en de inhoud van het onderwijs zelf. Hoofdproblemen zijn dat het als te theoretisch wordt ervaren. Ook sluiten VMBO en MBO slecht op elkaar aan.
“Bij de overstap van VMBO naar MBO verliezen we veel leerlingen,” zegt Oda de Graaf van het Onderwijs Schakelloket (OSL). “Tot 15 jaar staat de school nog als een muur om de leerling. Daarna vallen er stenen uit. Bij 18 jaar valt bij velen de muur om. Hét antwoord op vroegtijdig schoolverlaten is praktijkleren: leren in combinatie met werken.” Daar zijn scholen in Amsterdam volop mee bezig. Bijvoorbeeld door de praktijk in huis te halen. Of door het meer theoretische VMBO en het praktijkgerichte MBO in elkaar te schuiven. Zo ontstaan vele kansrijke tussenoplossingen, die al honderden VMBO-leerlingen voor afhaken hebben behoed.
Een voorbeeld. Leerlingen waarvan na twee jaar VMBO duidelijk is dat ze de school niet met een diploma zullen kunnen afsluiten, krijgen een apart vakken- en vaardighedenpakket. Dat komt overeen met het laagste MBO-niveau. De leerlingen doen twee jaar over de eenjarige opleiding en sluiten af met een certificaat.

Het Wellantcollege in Amsterdam Watergraafsmeer heeft zo’n alternatieve route voor 30 tot 40 leerlingen tussen 14-17 jaar. Naast Nederlands, Engels, gym en biologieles staat leren werken op het programma.
In een groot lokaal is een bedrijfssituatie nagebootst. De docent is bedrijfsleider en scholieren vormen het personeel. Het Meeting Point – de naam van het bedrijf – is ingericht met kleine zitjes, een vergadertafel en een kantoor unit. Op schoolborden staan tientallen projecten, waarmee leerlingen sociale vaardigheden en werkervaring opdoen. Bedrijven en instellingen als KPN en Woningbedrijf Amsterdam melden bij de juf of via internet klussen aan, zoals planten verzorgen, reprowerk en administratie. Eén of meerdere leerlingen van het Wellantcollege voeren die onder begeleiding uit. Sommige bedrijven, zoals Albert Heijn uit de buurt, komen naar de school toe. Zij geven een presentatie over hun branche in het Meeting Point. Eén jongen hield er een baantje bij Albert Heijn aan over.
Ook doen de scholieren leerzame ervaringen op door de organisatie van bijeenkomsten. Jessica organiseerde bijvoorbeeld een huisdiercafé. “Ik vroeg de Dierenambulance en een blinde mevrouw met geleidehond om iets over honden te komen vertellen. Met flyers nodigden we buurtbewoners mét hun honden uit. We haalden koek en drinken in huis en ontvingen de mensen beleefd: jas aannemen, een drankje aanbieden etc. Het ging heel goed, voor de organisatie van het café gaven ze me een 8,” zegt ze trots.
Later dit jaar staan budgetteren, factureren en een begroting maken op het programma. Deelname aan taken in het Meeting Point is niet verplicht. Maar leerlingen die wél meedoen zijn zo enthousiast, dat zij anderen aansteken. Veel leerlingen zijn gemotiveerd, stoppen met school is er nauwelijks meer bij.
De Diensten Desk Amsterdam werkt met een vergelijkbare formule. Het verzamelt klussen en opdrachten voor scholieren en brengt vraag (bedrijven) en aanbod (scholen) bij elkaar.
Er zijn ook VMBO-scholen die bepaalde groepen leerlingen al middelbaar beroepsonderwijs tot niveau 2 aanbieden. Zij doen dat in goede samenwerking met het MBO. Zo wordt voorkomen dat er een gat valt tussen VMBO en MBO en leerlingen met school stoppen.
Omdat ook het MBO aangepast onderwijs heeft voor mogelijke spijbelaars en schooluitvallers, groeien VMBO en MBO steeds verder naar elkaar toe.

VMBO en MBO groeien naar elkaar toe. Scholen halen leuke en praktische opdrachten in huis. Scholen en meewerkende bedrijven hebben vele tientallen manieren bedacht om leerlingen in het beroepsonderwijs vast te houden. En met succes. Zij bieden op creatieve wijze het hoofd aan het in de publiciteit zo loodzware onderwerp schooluitval. Dat belooft wat voor de toekomst.

Scholen voor voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs (VMBO en MBO) sloten drie jaar geleden een overeenkomst met onder andere de gemeente en jeugdzorg. Zij willen onder andere dat meer jongeren hun school afmaken. Voortijdig schoolverlaten is een groot probleem in Amsterdam. Door samenwerking en onderwijsvernieuwing moeten VMBO en MBO beter op elkaar én op de arbeidsmarkt aansluiten. Ook komt er meer hulp op school voor leerlingen met ernstige problemen.
Contrast nam een kijkje en liet zich voorlichten over enkele resultaten.
Leerplichtige leerlingen die van school zijn gestuurd of, bijvoorbeeld na gevangenisstraf, geen school hebben, hoeven niet langer thuis te zitten. Er zijn voor hen speciale tijdelijke klassen ingericht. Die worden, net als parkeerdekken waar je kunt overstappen op openbaar vervoer, transferia genoemd. De jongeren krijgen er maximaal zes maanden aangepast onderwijs én hulp totdat ze elders terechtkunnen.
In Amsterdam zijn op vier plekken van die tijdelijke klassen ingericht. De eerste ging in september 2005 van start, de laatste in maart 2006. Er is plaats voor 108 leerlingen. Op 1 maart 2006 zijn 98 plaatsen bezet.
Er doen 35 VMBO-scholen mee. Als zij leerlingen niet meer kunnen handhaven, melden zij dat aan een centrale: het Onderwijs Schakelloket (OSL). Dat zorgt voor plaatsing in een tijdelijke klas.
Voor leerlingen die niet goed mee kunnen komen en daarom school dreigen te verlaten, zijn er andere oplossingen. Voor hen zijn er aparte klassen op hun eigen school. Zij volgen niet de gewone lessen, maar een lichter, meer praktijkgericht programma. Zo leggen zij toch een basis voor een beroepskwalificatie.
Op verschillende VMBO-scholen zijn Meeting Points ingericht, waar school, jongeren, bedrijven en instellingen elkaar treffen. Een zogeheten Diensten Desk verzamelt grote en kleine klussen aan, waarmee leerlingen werkervaring opdoen.
Mede door deze aanpak zitten er minder leerplichtige (tot 16 jaar) leerlingen thuis. Afgelopen jaar waren het er nog 80, nu 11: een daling van 85%.
Voor 16-tot 23 jarigen die zonder diploma van school gaan, beschikt het centrale loket OSL over 60 plaatsen in het MBO. Ze zijn bedoeld voor jongeren met complexe problemen. Met een speciaal programma wordt hen alsnog een kans geboden een diploma te halen. Dan komen ze makkelijker aan een baan.
Jongeren zijn vanaf hun 16e niet meer volledig leerplichtig. Het zijn daarom niet alleen scholen die schooluitvallers aanmelden, maar bijvoorbeeld ook leerplichtambtenaren, justitie en het Jongerenloket van de Dienst Werk en Inkomen.