Werkende armen in de sociale werkvoorziening

Armoede, daar praat je niet over!? Bedrijven reageren afhoudend als ik hen benader voor interviews over dit onderwerp. ‘Wij beschermen de privacy van onze medewerkers.’ De werknemers, op hun beurt, schamen zich. Een enkele werknemer in de sociale werkvoorziening is bereid haar verhaal te doen.

SW-Journaal – mei 2014

Vrijwel ieder bedrijf in de sociale werkvoorziening heeft te maken met loonbeslagen, verzuim en afnemende productiviteit door geldzorgen van het personeel. Cijfers zijn er nauwelijks en landelijk beleid ontbreekt. Aanzetten zijn er wel, net als een enkele werknemer die bereid is haar verhaal te doen. Diane: ‘Ik ben de pauper op het werk, terwijl anderen ver op vakantie kunnen. Daar heb ik het best moeilijk mee.’ Diane (48) werkt sinds twee jaar in een SW-bedrijf. Ze is gedetacheerd. ‘Ik werkte eerst in een kringloopwinkel en nu bij Albert Heijn. Schoonmaken en vakken vullen. Het is leuk om een reguliere baan te hebben, maar jammer dat het werk onder m’n opleidingsniveau is.’ Vroeger werkte Diane op kantoor. Door ernstige persoonlijke en gezondheidsproblemen was ze jaren uit de running. Ze is weer aan de slag, zorgt als alleenstaand ouder voor haar drie kinderen en studeert in haar vrije tijd rechten. Ze werkt drie dagdelen per week. Diane: ‘Ik ben beperkt belastbaar. Ik wil heel veel, maar kan weinig.’ Haar SW-loon wordt aangevuld tot het niveau van een gezinsuitkering. ‘Ik ben onder de collega’s een van de weinigen op bijstandsniveau. Ik ben de pauper, terwijl anderen ver op vakantie kunnen. Daar heb ik het best moeilijk mee.’  

De begeleiding vanuit het SW-bedrijf valt haar tegen. Diane: ‘Ik heb een indicatie voor begeleid werken, maar daar merk ik niet veel van.’ Ze wil vooral dat iemand haar tempert wanneer ze weer teveel hooi op haar vork neemt. ‘Nu zie ik pas iemand als het misgaat en ik het niet meer aan kan. Dat is te laat. Dan kun je net zo goed in een normaal bedrijf werken.’

Ongezond eten

Linda van Leest is verzuimcoördinator bij SW-bedrijf BaanStede in Purmerend. Zij heeft vrijwel dagelijks te maken met financiële problemen van werknemers en de gevolgen ervan. ‘Je ziet steeds meer loonbeslag en betalingsachterstanden,’ zegt Linda van Leest. ‘Meer dan 10% van het personeel heeft inkomensbeheer. Zij hebben €50 of €60 euro leefgeld per week te besteden. De rekeningen van de woningcorporatie, het waterbedrijf en het energiebedrijf bleven liggen. Ze zijn collectief verzekerd; de werkgever betaalt de premies direct aan de zorgverzekeraar. Maar als ze niet aanvullend verzekerd zijn, gaan ze niet meer naar de tandarts en de fysiotherapeut of voor controle naar het ziekenhuis. Ook halen en nemen mensen hun medicijnen niet meer. Van het Eigen Risico voor zorgkosten worden ze wanhopig.’

Een aantal medewerkers is zelfs aangewezen op de voedselbank. Linda van Leest vindt dat schrijnend. ‘Ze werken 32 uur per week en moeten toch naar de voedselbank. Het eten daar is niet van de Schijf van Vijf. Als mensen dik zijn is dat omdat ze ongezond eten, niet door teveel eten.’

Helaas trekken medewerkers van BaanStede pas laat aan de bel, eigenlijk te laat. Linda van Leest: ‘Bijvoorbeeld de dag voordat zij worden ontruimd. Dan willen ze een voorschot. Ze proberen hun geldproblemen zolang mogelijk zelf op te lossen; ze schamen zich voor hun betalingsachterstanden en schulden. Soms kom ik bij hen thuis. Geen tv, internet, krant, mobiel, telefoon, niets in de koelkast en af en toe een kale vloer.’

Volgens Linda van Leest zijn er twee groepen onder de werkende armen in haar bedrijf. Mensen die slecht met geld kunnen omgaan, omdat ze dat nooit hebben geleerd. En mensen die moeite hebben om rond te komen met steeds minder geld. ‘De inkomens stijgen niet meer in de sociale werkvoorziening, maar de vaste lasten wel.’

Schulden

Sinds 2009 is het aantal huishoudens in Nederland dat risico loopt op problematische schulden met 12% gegroeid. In 2012 deden Divosa en Nibud een onderzoek naar schulden en schuldhulpverlening in Nederlandse bedrijven. SW-brancheorganisatie Cedris zette dit onderzoek uit onder werkgevers in de sociale werkvoorziening. SW-bedrijven blijken vaker dan gemiddeld te maken hebben met financiële problemen en geldzorgen van werknemers. 79% van de werkgevers van reguliere bedrijven gaf in 2012 aan dat een deel van de medewerkers kampt met financiële problematiek; onder SW-bedrijven was (en hoogstwaarschijnlijk is) dat 100%. Als oorzaak wezen de SW-werkgevers op de beperkingen van hun personeel. Veel medewerkers begrijpen bijvoorbeeld de brieven niet die zij van instanties krijgen. Zij betalen hun rekeningen of boetes niet. Ook doen ze geen beroep op kwijtscheldingen of tegemoetkomingen van de gemeente. Onbetaalde rekeningen lopen snel op en betalingsachterstanden worden schulden.

Divosa stelde in 2012 ook een handreiking voor werkgevers op. Met onder andere informatie over samenwerking tussen bedrijven en gemeenten bij het voorkomen, signaleren en aanpakken van schulden van werknemers (1). De handreiking biedt ook SW-bedrijven handvatten voor hun rol als werkgevers in de keten van signalering en hulpverlening bij schulden van hun personeel. Het al dan niet hebben van schulden zou dan ook een aandachtspunt moeten zijn bij detachering en uitstroom naar regulier werk.

Inkomensbeheer

Diane heeft weinig te besteden, maar geen schulden. Haar ex-man had die wel. ‘Wij hadden jarenlang loonbeslag.’ Het moeilijkste van arm zijn vindt zij het ontbreken van reserves. ‘Kinderen hebben veel nodig, er is eigenlijk nooit geld voor vakantie, de energierekening is hoog, etc. Het is altijd stressen.’

Linda van Leest heeft inmiddels de opleiding tot gecertificeerd schuldhulpverlener gedaan, ook om haar eigen kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Zij, en de bedrijfsmaatschappelijk werker met wie zij samenwerkt, adviseert werknemers van BaanStede met financiële problemen. ‘We leggen ‘noodverbandjes’ aan, melden hen aan voor inkomensbeheer of beschermingsbewind en verwijzen hen door,’ zegt Linda van Leest. ‘Onder bewind komen is een schrikbeeld voor de medewerkers die hun financiële problemen niet meer zelf kunnen oplossen. Zij moeten dan van leefgeld van €50 tot €70 in de week rondkomen. Ik stel daar tegenover dat hun vaste lasten worden betaald, er geen deurwaarders meer aan de deur komen en ze ’s nachts niet wakker hoeven liggen.’ Ook willen schuldeisers eerder aan een minnelijk traject meewerken als de schuldenaren onder bescherming staan.

Inkomensbeheer is niet alleen goed voor het personeel, ook voor het bedrijf. Mensen die door ernstige financiële problemen geen slaapmedicatie meer nemen of hun rugklachten niet laten behandelen, presteren immers slechter en melden zich vaker ziek. Het verzuim bij BaanStede ligt weliswaar onder het landelijk SW-gemiddelde, maar is nog altijd ruim 11%.

Linda van Leest houdt de hand aan de afspraken die zij maakt met medewerkers met ernstige financiële problemen. ‘Wij helpen hen waar mogelijk, bijvoorbeeld met het op orde brengen van hun administratie. Ik vraag van hen zich niet ziek te melden vanwege hun financiële problemen. Er samen naar kijken lost meer op dan thuis zitten piekeren. Ook met voorschotten zijn we streng.’

BaanStede of de bewindvoerder kunnen overigens alleen helpen bij een beperkt aantal betalingsachterstanden. Gaat het om grote, problematische schulden, dan verwijst men door naar de gemeente. ‘Schuldsanering doen we niet,’ aldus Linda van Leest, ‘dat is een gemeentelijke taak.’

Op de agenda

Als vervolg op het onderzoek naar schulden van werknemers organiseerden Divosa, Nibud en Cedris in april 2013 een landelijke bijeenkomst voor werkgevers: Werknemers uit de schulden. Daar stelde men vast dat het bij veel werkgevers ontbreekt aan ‘probleembesef’, zoals het in jargon heet. Grotere bedrijven hebben niet altijd zicht op schulden van het personeel. Loonbeslagen en verzuim vallen soms onder verschillende afdelingen en worden niet met elkaar in verband gebracht. Ook bij minder presterende werknemers denkt men niet aan schulden. Werkgevers die wel oog hebben voor financiële problemen van hun medewerkers, worstelen met de vraag of zij zich er wel mee kunnen bemoeien. Geldzorgen beschouwen zij als een privéaangelegenheid.

De deelnemers vonden dat bedrijven meer inzicht in het probleem moeten krijgen. De aanpak moet vervolgens niet alleen reactief zijn, maar ook gericht zijn op preventie en vroegtijdig onderkennen. Schuldenproblematiek van de werknemer zijn ook het probleem van de werkgever, zo concludeerde men. Het ‘probleembesef’ moet tevens het taboe en de schaamte rond schulden doorbreken.

Aanbevelingen waren dan ook het bespreekbaar maken van financiële problemen, de omvang ervan onderzoeken, informatie uitwisselen, voorlichting geven, werken aan preventie en laagdrempelige schulddienstverlening aanbieden²).

Geld overhouden

Een aantal SW-bedrijven ontwikkelde zelf al beleid in verband met financiële problemen van het personeel. Zo heeft het bedrijf waar Diane werkt een solidariteitsfonds. Daar kunnen medewerkers bij onverwachte geldproblemen een beroep op doen. Diane: ‘Het is niet verplicht om mee te doen, maar ik tekende ervoor toen ik in dienst kwam. Ik betaal €1 per maand aan het fonds.’ Ook zag zij ‘een cursusje budgetteren voorbijkomen’. En bij de arboarts ligt informatie over schuldpreventie, zo weet ze.

BaanStede uit Purmerend voert bij frequent kort verzuim een gesprek met medewerkers waar eventuele schuldenproblematiek expliciet aan de orde wordt gesteld. WWB’s die via een activeringstraject vanuit de bijstand instromen (zonder in dienst te komen bij BaanStede) krijgen in een workshop uitgelegd hoe ze geldproblemen kunnen voorkomen. Ook liet het bedrijf al tientallen werknemers de cursus Hoe kan ik geld overhouden? volgen; deze maakte BaanStede samen met MEE en het Regiocollege. ‘Ze leren er bijvoorbeeld hoe je de verleiding van reclame kunt weerstaan,’ zegt Linda van Leest. ‘De medewerkers brachten trouwens zelf ook veel ideeën voor besparingen in (zie kader). De cursus blijkt een goede manier om mensen sterker te maken.’

Sinds midden 2013 is landelijk weinig meer gebeurd om in de hele SW-branche invulling te geven aan de aanbevelingen over bespreekbaar maken, preventie en laagdrempelige dienstverlening. Linda van Leest vindt verdere aandacht voor armoede- en schuldenproblematiek belangrijk. ‘Ook voor de bewustwording van leidinggevenden. Zij realiseren zich niet dat er onder onze werknemers mensen zijn die naar de voedselbank gaan.’


1) Zie http://www.divosa.nl/publicaties/schuldhulpverlening-in-bedrijf-handreiking-en-onderzoek-over-werknemers-met-schulden

²) Op de site http://www.nibud.nl/kennis-diensten/schuldpreventie/werknemers.html staat voorlichtingsmateriaal, geschikt voor zowel P&O-professionals als werknemers.