Na de gevangenis

Als kwetsbare mensen vanuit de gevangenis terugkeren naar de maatschappij, is goede ondersteuning verre vanzelfsprekend. Maar wel zeer nodig.

in Zorg+Welzijn, 2016

Ongeveer de helft van de gedetineerden in Nederland heeft een ernstige psychiatrische aandoening, vaak in combinatie met verslaving en/of een verstandelijke beperking. Een deel van hen ontvangt zorg in de gevangenis, gericht op stabilisering, medicatie en motiveren voor behandeling. Je zou willen dat na de detentie reguliere Ggz, gemeente en hulporganisaties de begeleiding overnemen. Continuïteit van zorg kan dan terugval en nieuwe misdrijven voorkomen. Er zijn goede voorbeelden, maar standaard is het niet. ‘Het ontbreekt onder meer aan een juridisch kader om ex-delinquenten met psychische problematiek zonder vrijheidsbeperking door te behandelen.’ zegt psychiater Erik Masthoff, directeur Zorg en behandeling van Penitentiaire Inrichting (PI) Vught.

Volgens Masthoff beseffen publiek, politiek en zorgprofessionals onvoldoende hoeveel delinquenten een ernstige psychische stoornis hebben en dat zij relatief kort zitten opgesloten. Verdachte en veroordeelde gedetineerden, dus geen tbs´ers, zitten in Nederland gemiddeld 112 dagen vast, vijftig procent van hen komt binnen een maand vrij. ‘Burgers, gemeenten en zorginstellingen krijgen dus vroeg of laat te maken met deze groep ex-gedetineerden met psychische aandoeningen,’ aldus Masthoff. ‘Het gaat, alleen in Vught al, om enkele honderden gedetineerden per jaar. Zij zijn patiënt als ze bij ons komen en zullen dat ook na detentie zijn. Onze zorg is slechts een kleine schakel in het grotere geheel. Anderen moeten het na detentie overpakken.’ Dat lukt helaas maar matig, vertelt hij. ‘Op de Ggz is fors bezuinigd, een derde van de bedden verdwijnt. Patiënten kunnen de autonomie die de overheid van burgers verwacht niet aan en de maatschappij is weinig verdraagzaam tegenover deze groep.’ Daar komt bij dat ‘onze mannen’, zoals Masthoff zegt, de gevangenis clean verlaten, maar in vrijheid snel weer aan drugs komen. Jessica Wesselius, portefeuillehouder Zorg van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) deelt de zorgen van Masthoff. ‘Er is een tekort aan beschermd wonen en intensieve zorg die veel ex-gedetineerden nodig hebben, sommigen misschien wel hun hele leven,’ stelt zij. ‘Wil men hen na detentie ‘in de tang’ krijgen, dan is de inzet van veel mensen en organisaties vereist en zijn overkoepelende afspraken nodig. Het gaat om zorg in brede zin, van schuldhulp tot huisvesting en een steunsysteem.’

Brede zorg

GGZ Oost Brabant is één van de zorgverleners die met ex-gedetineerden te maken krijgen. Ruim 200 cliënten ontvangen momenteel forensische zorg van de FACT-teams en de Forensische Poli van GGZ Oost Brabant. Twee derde van hun cliënten in de forensische zorg heeft geen strafrechtelijke titel en kan dus niet verplicht behandeld worden. Wel staan zij bijvoorbeeld nog onder toezicht van de reclassering. Om mensen te motiveren zich te laten behandelen, investeert GGZ Oost Brabant veel in de relatie met hun patiënten. Psychiater Henk Morre: ‘Anders zijn we hen op voorhand al kwijt. Paranoïde patiënten krijg je makkelijker mee dan psychotische. Wat ook motiveert om door te zetten, is als ze merken dat medicijnen helpen.’ Toch is er weinig therapietrouw. ‘Als patiënten niet komen opdagen, bezoekt een SPV’er hen thuis. Of gaat onze Bemoeizorg eropaf.’ Cliënten die ook schulden en huisvestingsproblemen hebben, probeert men door te leiden naar de maatschappelijke opvang, RIBW of gemeente,’ zegt Henk Morre. ‘We hebben bovendien kort lijnen met de politie.’

Gemeente Helmond heeft een trajectregisseur bijzondere doelgroepen, Rob van Dijk. Hij coördineert onder andere de nazorg voor ex-gedetineerden en bewaakt de afstemming tussen verschillende zorgaanbieders. Precieze cijfers over het bereik van de doelgroep en over uitvallers tijdens het zorgtraject, heeft hij niet. Maar dat het zorgaanbod ‘niet sluitend’ is, staat voor Rob van Dijk vast. ‘Ik zie steeds meer mensen tussen de wal en het schip vallen, ook in een gemeente als Helmond. Nazorg voor ex-gedetineerden en ander Ggz-cliënten die mogelijk gevaar voor zichzelf of de omgeving opleveren, is op vrijwillige basis. Mensen hebben zelfbeschikkingsrecht, kunnen weigeren dat informatie over hen wordt gedeeld en moeten zolang mogelijk zelfstandig wonen. Binnen het huidige wettelijke kader kun je als zorgaanbieder soms weinig doen. Regelmatig zie je dat justitie en zorg naar elkaar (ver)wijzen. Vooral voor mensen met een antisociale of persoonlijkheidsstoornis is de zorg ontoereikend. Ook zijn er te weinig aangepaste woonvoorzieningen. Je kunt in Nederland heel lang rondlopen voordat je iets móet. Pas als iemand een misstap begaat, grijpt justitie in en ontstaat een kader voor behandeling of verplichte begeleiding.’

Stichting Maatschappelijke Opvang Helmond (SMO) is een van de zorgaanbieders in het ‘traject nazorg ex-gedetineerden’. Directeur Bart Hendriks bevestigt dat mensen uit de doelgroep die geen zorg willen, buiten beeld blijven. ‘Alleen als er zorgen over hen zijn of als zij overlast geven, krijgen we hen in het vizier. Dan zoekt Bemoeizorg contact of bespreken we hen in het overlastteam.’ Een deel van de cliënten met een detentieverleden heeft men wel ‘in de tang’. Zij zijn onderwerp van casusbesprekingen in het Veiligheidshuis Brabant Zuidoost en worden ‘warm’ overgedragen aan organisaties als SMO. Daar krijgen cliënten woonbegeleiding als zij niet zelfstandig kunnen wonen en arbeidsmatige dagbesteding of arbeidstraining. Uit jaarverslagen over 2014-2015 blijkt dat enkele cliënten na sociale activering uitstromen naar regulier en vrijwilligerswerk. De meeste cliënten vertrekken naar een volgende zorg/opvangvoorziening.

Zorgcontinuüm

Erik Masthoff van PI Vught vindt het zorgaanbod ná detentie belangrijker dan tijdens gevangenschap. ‘We zijn in de PI vanaf dag één bezig om vervolgzorg te regelen. Maar zelfs als die er is, gaat het in de vrije samenleving toch vaak weer mis, door drugs, werkloosheid of verkeerde vrienden. De meeste mannen zien we hier vaker, het merendeel is recidivist. De stoornis vormt een extra risico voor herhaald in de fout gaan. Mensen met bijvoorbeeld een psychose hebben weinig ziektebesef en staan niet open voor verdere behandeling, terwijl ze goed behandelbaar zijn. De enige manier om hen verder te behandelen is een wettelijk verplichte behandeling na detentie,’ meent Masthoff. ‘Ik ben terughoudend waar het drang en dwang betreft, maar voor sommige patiënten is het de enige manier om te zorgen dat ze niet in zeven sloten tegelijk lopen. Voor onze zieke mannen is een zorgcontinuüm nodig.’

http://www.ggzoostbrabant.nl/  http://www.smo-helmond.nl/ http://veiligheidshuisbrabantzuidoost.nl/

Deel dit artikel via: