<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Recente artikelen</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/recente-artikelen/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 29 Jul 2010 20:39:06 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Oost-Europese vrouwen in 24-uurszorg</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/07/29/oost-europese-vrouwen-in-24-uurszorg.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/07/29/oost-europese-vrouwen-in-24-uurszorg.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Jul 2010 11:53:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1530</guid>
		<description><![CDATA[Storten Oost-Europeanen zich nu ook op de zorgmarkt?
Het Financieele Dagblad &#8211; juli 2010
‘Bulgaarse vrouwen zijn vriendelijk en netjes. Ze hebben ook veel meer familiezin dan wij,’ zegt Loes Schuyt uit Vogelenzang. Ze heeft goede ervaring met de Bulgaarse Tessa, die sinds acht maanden voor haar moeder van 93 zorgt. De moeder van Loes hoeft nu [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Storten Oost-Europeanen zich nu ook op de zorgmarkt?<span id="more-1530"></span></p>
<p><strong>Het Financieele Dagblad &#8211; juli 2010</strong></p>
<p>‘Bulgaarse vrouwen zijn vriendelijk en netjes. Ze hebben ook veel meer familiezin dan wij,’ zegt Loes Schuyt uit Vogelenzang. Ze heeft goede ervaring met de Bulgaarse Tessa, die sinds acht maanden voor haar moeder van 93 zorgt. De moeder van Loes hoeft nu niet naar een verzorgingshuis. Tessa is 58 jaar. Haar echtgenoot en kinderen wonen in Bulgarije. Gek is de oude mevrouw Schuyt op Tessa. Ze vindt haar ‘een supervrouw’.</p>
<p>Zonder haar twee Bulgaarse hulpen zat de moeder van Astrid Punt nu nog steeds in een verpleeghuis. Sinds ze een jaar geleden een herseninfarct kreeg, is Punts moeder aan één kant verlamd. In het verpleeghuis werd maar weinig naar haar omgekeken. ‘De verzorgsters zeiden: “Plas maar in de mat (luier, red.)”,’ zegt Punt. ‘Ik vind het belangrijk dat er mensen bij m’n moeder zijn. Mentaal is ze goed, ze kan nog best het een en ander.’ Toen Punt het bedrijfje Seniorcare24 ontdekte, was de keuze voor inwonende verzorgers snel gemaakt. ‘M’n moeder is blij met de twee lieverds in haar buurt.’</p>
<p>Bedrijven als Seniorcare24 en WWA&amp;N halen de thuishulpen uit Oost-Europa . Na de Oost-Europese seizoenarbeiders in de bouw en tuinbouw hebben de thuishulpen vrij geruisloos hun intrede gedaan. Het gaat vooralsnog om naar schatting om enkele honderden mensen, vooral vrouwen, die huishoudelijk werk doen voor bejaarde Nederlanders bij wie ze ook in huis wonen. Dat laatste is ook handig, in geval van nood.</p>
<p>De klanten zijn tevreden, maar de juridische status van de thuishulp is onduidelijk. Hoewel Bulgarije sinds 1 januari 2007 lid is van de EU, mogen Bulgaren (en dat geldt ook voor Roemenen) nog niet vrij werken in Nederland.</p>
<p>De Bulgaars-Nederlandse oprichter en eigenaar van bemiddelingsclub Seniorcare24, Silvia Muller, kent de matige reputatie van bijvoorbeeld Bulgaarse koppelbazen. ‘We hebben de schijn tegen, alsof we een malafide bedrijf zijn.’ Toen ze ruim een jaar geleden met Seniorcare24 begon, gingen de in Bulgarije geworven hulpen, allen ouder dan 45, hier aan de slag als zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Seniorcare24 schreef hen in bij de gemeente waar zij werkten. Muller: ‘Een werkvergunning was niet nodig.’</p>
<p>Maar helaas. Omdat de thuishulpen in principe op één adres werken en wonen moest Muller al snel omzien naar een andere constructie, omdat zzp’ers ten minste drie werkgevers horen te hebben om door de belastingdienst te worden erkend.</p>
<p>Nu zijn de thuishulpen in dienst bij een bedrijf in Bulgarije, Bauring. Dat betaalt hen salaris, verzekert hen voor ziekte en pensioen en doet de werving en selectie van nieuwe krachten. Bauring detacheert de vrouwen (en een enkele man) voor werk in Nederland, telkens voor een jaar, met een maximum van vijf jaar. Als bedrijf in een EU-land kan Bauring voor de verzekering van de vrouwen en sociale werkgeverslasten gebruikmaken van zogeheten E106- en E101-formulieren. De hulpen krijgen, na aanmelding, een zorgpas toegestuurd door het College voor Zorgverzekeringen, waarmee ze terechtkunnen in Nederlandse ziekenhuizen.</p>
<p>Detachering is in dit geval omstreden. De EU-regeling heeft betrekking op het vrije verkeer van diensten in de EU, niet op dat van werknemers. Demissionair minister Donner van Sociale zaken heeft er onlangs nog op gewezen dat Bulgaren (en Roemenen) hier een werkvergunning van het UWV Werkbedrijf nodig hebben.</p>
<p>‘Een werkgever moet vacatures bij ons melden,’ zegt een woordvoerder van het UWV Werkbedrijf desgevraagd. ‘Wij toetsen de aanvraag op twee punten. Kan het werk ook worden gedaan door werkzoekenden die bij het ons staan ingeschreven en is er sprake van goed werkgeverschap? Dat laatste toetsen we marginaal: wat is het dienstverband, salaris etc.? De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de uitvoering.’</p>
<p><strong>Goedkoop</strong></p>
<p>Dat de Bulgaarse hulpen van Seniorcare24 inwonen bij hun opdrachtgevers, betekent niet dat ze 24 uur per dag, zeven dagen per week dienst hebben. Tessa werkt 50 uur per week, de hulpen van mevrouw Teuben iets minder. Ze ontvangen, behalve kost en inwoning, een maandsalaris rond € 1200,- netto, wat neerkomt op ongeveer € 6,- per uur. Dat is de helft van het huidige uurloon van € 12,20 van als zelfstandige werkende Nederlandse alphahulpen en minder dan het minimumloon. Ter vergelijking: bemiddelingsorganisatie Worldwide Assistents &amp; Nurses (WWA&amp;N) biedt Oost-Europese hulpen aan voor € 10,- p/u, de Nederlandse hulpen van Individuele Zorg Specialisten kosten € 38,50 p/u. Dit zijn bruto bedragen. Belangenorganisatie Stichting Alphatrots streeft voor zelfstandig werkende alphahulpen naar een netto vergoeding van € 14,50 per uur.</p>
<p>De thuishulpen worden betaald uit het persoonsgebonden budget (pgb) van de cliënten/gebruikers. Mevrouw Schuyt betaalt €1800,-, mevrouw Teuben het dubbele voor haar twee hulpen. Een zorgadviesbureau verzorgt voor de laatste de verplichte administratie en afdracht werkgeverslasten. Of voor Tessa ook werkgeverslasten aan Nederland worden betaald is onduidelijk.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>Silvia Muller is Seniorcare24 nog aan het opbouwen. Inwonende hulpen, in landen als Italië en Spanje tamelijk gewoon, zijn volgens haar een niche in de markt. ‘Op zorginstellingen wordt bezuinigd. Er is minder geld beschikbaar, terwijl de vergrijzing toeneemt. Ouderen willen bovendien langer thuis blijven wonen.’</p>
<p>Het gaat bij de Oost-Europese hulpen nog om relatief kleine aantallen. Of die toenemen, hangt mede af van de inpassing in de Nederlandse zorg en arbeidsvoorwaarden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/07/29/oost-europese-vrouwen-in-24-uurszorg.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Sociaal werker is geen garagehouder maar wegenwacht: ga op mensen af!’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jun 2010 08:57:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[eropaf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1490</guid>
		<description><![CDATA[Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. 
De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.
 Congres Wmo en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. <strong><span id="more-1490"></span></strong></p>
<p>De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.</p>
<p><em><strong> Congres Wmo en Welzijn Nieuwe Stijl 2010</strong></em></p>
<p><em> Zorg + Welzijn, platform voor sociale professionals, organiseerde  eind mei een                  tweede landelijk congres over Welzijn Nieuwe Stijl. Er  kwamen rond de 600 mensen op af, vooral professionals uit de sociale  sector en gemeenteambtenaren. Sinds de invoering van de Wet  maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 zijn enkele AWBZ-taken  overgeheveld naar gemeenten, zoals de thuiszorg en de ondersteunende en  activerende begeleiding van mensen met een beperking. Hoofdvraag op het  congres was ‘hoe effectief, betaalbaar en cliëntgericht’ de Wmo is en  hoe gemeenten zich kwijten aan hun nieuwe welzijnstaak.</em></p>
<p>‘De Wmo wérkt en gemeenten voeren de wet uit zoals die is bedoeld,’ stelde Bert Holman, Wmo-projectleider is op het ministerie voor Volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) en de eerste spreker op het congres, tevreden vast. Voor de zekerheid voegde hij toe wát de bedoeling is: het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een hulpvraag of beperking. ‘De Wmo is een participatiewet, geen zorgwet,’ aldus Holman.</p>
<p>Maar al snel werd duidelijk dat de Wmo nog niet voor iedereen werkt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed onderzoek naar ervaringen van gemeenten en cliënten met de Wmo de eerste drie jaar en presenteerde de resultaten daarvan. Een opmerkelijke bevinding is dat 50% van de geïnterviewden met een beperking geen hulp of voorziening uit de Wmo nodig zei te hebben, terwijl 12,5% van de ondervraagden zei juist meer ondersteuning of zorg nodig te hebben. Onderzoekster Mirjam de Klerk van het SCP tijdens het congres: ‘Daaronder vallen vooral mensen met psychische en vermoeidheidsklachten in de leeftijdsgroep van 18-55 jaar. Zij zijn op dit moment onvoldoende zelfredzaam.’ Even opmerkelijk is dat de SCP-onderzoekster nog geen effect van de Wmo op de maatschappelijke participatie van mensen heeft kunnen vaststellen; het meedoen in de wijk of het deelnemen aan activiteiten en (vrijwilligers)werk is niet toegenomen.</p>
<p>Wat deelname aan lokale Wmo Adviesraden en beleidsvorming betreft is bekend dat ouderen en mensen met een lichamelijke beperking goed zijn vertegenwoordigd, terwijl Ggz-cliënten zijn ondervertegenwoordigd in de Adviesraden. Ook bij politieke participatie vallen mensen met psychische problemen tot nu toe meestal buiten de boot. Het congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010 bood daar zelf ook een ‘aardig’ voorbeeld van. Een ervaringsdeskundige vrouw wilde het congres op 26 mei bezoeken om op de informatiemarkt boeken te verkopen over de gewenste gastvrije samenleving, die zich openstelt voor mensen met &#8216;psychiatrisch ongemak&#8217;, zoals zij het noemt. Ze had twee billboards gemaakt met teksten over hoe zij zich de toenadering tussen cliënt, buurtbewoner en sociaal werker voorstelt. Er was echter iets misgegaan met haar aanmelding en ze mocht niet naar binnen.</p>
<p>Het cliëntenperspectief werd ingebracht door een op het programma staande zaakwaarnemer, in dit geval Robbert Boersma, directeur van Zorgbelang Zuid-Holland. Om burger- en cliëntenparticipatie bij gemeentelijke beleidsvorming te bevorderen moeten gemeenten en Wmo-adviesraadsleden volgens hem actiever op de verschillende doelgroepen afgaan, in plaats van af te wachten wie zich meld voor deelname aan die adviesraad. ‘Zoek kwetsbare groepen op, betrek mensen met ervaringsdeskundigheid erbij, werk met hen samen en maak met hen een eigen agenda,’ hield hij zijn gehoor voor. Naar zijn mening wordt ervaringsdeskundigheid nog onvoldoende als kracht gezien.</p>
<p><strong>Eropaf</strong></p>
<p>Om die eigen kracht van mensen aan te spreken is er volgens publicist Jos van der Lans, een van de leukste sprekers op het congres, een ander soort professional nodig. De sociaal werker van de toekomst treedt niet bevoogdend op, maar houdt zich ook niet afzijdig. Hij of zij is &#8216;geen garagehouder die afwacht of iemand zich met panne meldt, maar wegenwacht,&#8217; zei Van der Lans. ‘De nieuwe sociaal werker gaat op mensen af en helpt hen met een klein zetje weer opgang.’</p>
<p>Misschien dat in wijken én op het volgende congres, Welzijn Nieuwe Stijl 2011, plekken  kunnen worden ingeruimd voor verdere toenadering tussen ervarings- en sociale professionals.</p>
<p><strong>Dit artikel verschijnt binnenkort in Deviant</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Psychiatrische patiënten komen bij gemeenten pas in beeld als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 17 Apr 2010 08:44:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[cliëntenparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[financiering Ggz]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1382</guid>
		<description><![CDATA[De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  
Zorgvisie   -  april 2010
&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  <span id="more-1382"></span></p>
<p><strong>Zorgvisie </strong><strong> </strong> <strong>-  april 2010</strong></p>
<p>&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in welke categorie past. Wij hebben bovendien veel deelnemers die niet in één hokje passen. Zij hebben meerdere problemen tegelijk.&#8217; Aan het woord is Rob van den Berg, directeur van Reakt Holding, organisatie voor dagbesteding en arbeidsreïntegratie in Zuid-Holland. Bij Reakt komen cliënten met psychiatrische of psychosociale problematiek. Zij kunnen bovendien verslaafd zijn, een justitiële achtergrond hebben, dakloos of werkloos zijn. Afhankelijk van wat een deelnemer heeft en kan, biedt Reakt ondersteuning bij het opbouwen van sociale contacten, verantwoordelijkheid nemen voor kleine of grotere taken en arbeidsmatige activiteiten.</p>
<p>In 2009 is de begeleiding van mensen met psychosociale problematiek uit de AWBZ gehaald. Met de komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is dat een welzijnstaak geworden en dus een verantwoordelijkheid van gemeenten. Sinds 1 januari van dit jaar moeten ook cliënten met ‘lichte’ psychiatrische problemen voor de begeleiding naar activiteiten aankloppen bij hun gemeente, of het nu gaat om dagbesteding of om een traject naar (vrijwilligers)werk. Verder is een aantal vergoedingen van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) gegaan. Voor voorzieningen die in de AWBZ blijven, geldt een strengere indicatiestelling.</p>
<p>Deze verschuivingen leiden in de praktijk tot verschillende problemen. Er is, om te beginnen, onduidelijkheid over de diagnose of definitie.</p>
<p>&#8216;Wat is bijvoorbeeld licht?&#8217;, zegt Wil Schilders, voorzitter van het landelijk Steunpunt dagbesteding en arbeid Ggz, dat als brancheorganisatie van de sector dagbesteding en arbeidsreïntegratie fungeert. &#8216;Bij zelfstandig wonende Ggz-cliënten die de dagbesteding bezoeken, gaat het meestal om mensen zonder baan, relaties en zinvolle dagtaken. Langdurig maatschappelijk uitgesloten zijn is geen lichte, maar zware problematiek.&#8217;</p>
<p><strong>Noodkreet uit een doolhof</strong></p>
<p>Is eenmaal vastgesteld wat iemand heeft, dan is door de huidige verscheidenheid aan financieringsregelingen vervolgens moeilijk vast te stellen welke problematiek en welke activiteit in welk budget thuishoort. Reakt moet voor de financiering van haar werk, behalve op de AWBZ en ZVW, nu ook een beroep doen op Wmo-geld, lokale participatie- en reïntegratiebudgetten, het persoonsgebonden budget (pgb) en/of speciale budgetten voor dak- en thuislozen in de vier grote steden.</p>
<p>Gemeenten voeren de regie over de Wmo-gelden, de participatie- en reïntegratiebudgetten en een deel van de pgb’s.  Maar volgens Van den Berg van Reakt weten vooral kleinere gemeenten niet precies wat ze, bijvoorbeeld, met  Wmo-geld moeten doen. &#8216;We worden van het kastje naar de muur gestuurd. De ene afdeling zegt dat onze cliënten passen in het budget voor maatschappelijke ondersteuning van dak- en thuislozen en de andere afdeling meent dat zij vallen onder het ‘granieten bestand’ van de Sociale dienst en dat we daar moeten aankloppen. Men gooit cliënten bij elkaar over de schutting. Wat dat betreft zijn er weer nieuwe schotten bijgekomen in plaats van neergehaald.&#8217;</p>
<p>En dan heeft Reakt ook nog deelnemers met wie op het oog weinig aan de hand lijkt. Van den Berg: &#8216;Zij kunnen wel wat, maar niet in een reguliere voorziening. In hun geval laten gemeenten zich helemaal moeilijk overtuigen van het nut of de noodzaak van begeleiding.&#8217;</p>
<p>Voor ongeveer 16 procent van haar cliënten kan Reakt momenteel moeilijk geld vinden voor de bekostiging van begeleiding en activiteiten.</p>
<p>Novadic Kentron, organisatie voor verslavingszorg in de provincie Brabant, helpt eveneens cliënten met complexe maatschappelijke, psychosociale of psychische problemen. Behalve (poli)klinische opvang en behandeling, biedt Novadic Kentron hulp bij arbeid, wonen en financiën, reclassering en werken op een zorgboerderij. &#8216;De problematiek van onze cliënten gaat dwars door de huidige financieringsstromen heen,&#8217; zegt Krijn in ’t Veld, voorzitter van de raad van bestuur. &#8216;Wij hebben met verschillende financieringssystemen te maken, ieder met hun eigen spelregels, indicatiestelling en verantwoordingsplicht.&#8217; Behalve met de verschillende wetten, regelingen en budgetten heeft Novadic Kentron, vanwege zijn forensische psychiatrie, te maken met het ministerie van Justitie. Net als Reakt stuit de organisatie op een gebrek aan kennis bij gemeenten. In ’t Veld: &#8216;Men weet nog niet goed welke problematiek waar thuishoort. Wat mensen met psychosociale, psychische en verslavingsproblematiek betreft, ligt de focus van gemeenten in veel gevallen op veiligheid en het terugdringen van overlast. Zij beseffen niet dat de activering en bevordering van maatschappelijke participatie van deze doelgroep nu ook hun taak is. Soms reageren gemeenten wantrouwend op ons contractvoorstel, omdat ze denken dat de verantwoordelijkheid voor financiering bij een zorgverzekeraar thuishoort.&#8217;</p>
<p>Wil Schilders van de brancheorganisatie dagbesteding en arbeid Ggz stelt het scherper: &#8216;Wmo-gelden gaan vooral naar andere doelgroepen, zoals ouderen. Ggz-cliënten komen pas in beeld bij gemeenten als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</p>
<p><strong>Apart overtuigen</strong></p>
<p>Een ander knelpunt is dat de organisaties ieder jaar opnieuw over hun aanbod moeten onderhandelen, terwijl de problemen van de cliënten meestal chronisch zijn.</p>
<p>In het dagelijks leven werkt Wil Schilders bij een regionale instelling voor begeleid wonen, werken en welzijn (RIBW) in Brabant. Ook haar werkgever moet iedere gemeente apart overtuigen van de begeleiding en diensten die de cliënten nodig hebben. Zowel de ervaring van de RIBW als van de andere organisaties die bij het Steunpunt zijn aangesloten, is dat als gemeenten een indicatie afgeven voor begeleiding, die vooral voor collectieve dagbesteding is. Schilders: &#8216;Daar zitten de verslaafde jongere, de psychotische moeder en de depressieve oudere bij elkaar. Om maatschappelijk te kunnen participeren, hebben Ggz-cliënten individuele begeleiding nodig, denk aan het aangaan van sociale relaties, aan studie of aan werk.&#8217; Zij zou daarom graag zien dat die individuele trajecten naar studie, werk en sociaal verkeer ook uit de Wmo worden vergoed.</p>
<p>Door de versnippering kost het aanvragen van financiering erg veel tijd. Het afsluiten van contracten en de afrekening van diensten en activiteiten die daarbij horen, leveren extra bureaucratie op. Konden Reakt, Novadic Kentron en collega-instellingen voor AWBZ-gefinancierde begeleiding voorheen terecht op één of enkele adressen, namelijk op het zorgkantoor en in centrumgemeenten, tegenwoordig dienen zij met iedere gemeente apart een contract af te sluiten. Novadic Kentron sluit nu jaarlijks aparte contracten af met alle 68 Brabantse gemeenten. Eerst was dat alleen met de zeven centrumgemeenten.</p>
<p>&#8216;Ook als er maar enkele cliënten uit een gemeente komen en het om minder dan duizend euro per jaar gaat, moeten we met die gemeente een contract afsluiten. Dat is een behoorlijke taakverzwaring,&#8217; zegt Van den Berg van Reakt. &#8216;Het zou al veel schelen als gemeenten in regionaal verband samenwerken en wij zaken kunnen afhandelen op het niveau van de centrumgemeente.&#8217; Reakt heeft medewerkers vrij moeten maken voor het samen met cliënten uitzoeken hoe de ondersteuning en activiteiten gefinancierd kunnen worden. Van den Berg: &#8216;Cliënten zelf komen er niet uit. Ze vragen het aan ons en wij zien het als onze verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar geld.&#8217;</p>
<p><strong>Uitsluiting</strong></p>
<p>Onzekerheid over de financiering van hun activiteiten leidt bij aanbieders tot afname van investeringen, het opzeggen van de huur van dagactiviteitencentra en het ontslaan van medewerkers. En natuurlijk tot minder begeleiding en participatiemogelijkheden van mensen met meervoudige problematiek. Krijn in ’t Veld vreest voor maatschappelijke uitsluiting van de meest kwetsbare burgers. Wil Schilders wijst op langere wachttijden voor de cliënten en het ontslag van medewerkers door Ggz-instellingen. &#8216;Het komt erop neer dat we met minder geld meer trajectbegeleiding moeten bieden. Ggz-cliënten met zogenaamde lichte problematiek, die we niet meer mogen begeleiden, ‘verdwijnen’ via de achterdeur. Zij zullen weer geïsoleerd raken, hun dag- en nachtritme verliezen en op termijn via de voordeur weer bij de Ggz binnenkomen. Dan zien ook de indicatiestellers dat het hier om zware problematiek gaat.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Apr 2010 13:00:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[gemeenschapstuin]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1256</guid>
		<description><![CDATA[In de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet wordt een kaal grasveld waar niets gebeurde omgetoverd in een mooie gemeenschapstuin. Wat zijn de mogelijkheden van sociaal groen in de wijk?
Sociaal Bestek &#8211; april 2010
Buurtbewoners en andere groepen gebruikers hebben van tevoren kunnen aangeven hoe ze de tuin graag ingericht wilden zien. Ook zijn zij betrokken bij de realisering ervan. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet wordt een kaal grasveld waar niets gebeurde omgetoverd in een mooie gemeenschapstuin. Wat zijn de mogelijkheden van sociaal groen in de wijk?<span id="more-1256"></span></p>
<p><strong>Sociaal Bestek &#8211; april 2010</strong></p>
<p>Buurtbewoners en andere groepen gebruikers hebben van tevoren kunnen aangeven hoe ze de tuin graag ingericht wilden zien. Ook zijn zij betrokken bij de realisering ervan. Na oplevering kunnen bezoekers er jeu de boules spelen, scholen biologieles geven. In deelgemeente Delfshaven komt ook een gemeenschapstuin. In beide tuinen gaan uitkeringsgerechtigden aan de slag om werkervaring op te doen. De dienst Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid draagt graag bij aan sociale cohesie. Directeur Mart Toet: ‘De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’</p>
<p>De Brabantse gemeente Rucphen doet al sinds 2007 ervaring op met gemeenschapstuinen. Eén van de twee tuinen ligt naast een woon/zorgcomplex voor ouderen. In het verzorgingsgedeelte kookt men eens per week met verse producten uit de moestuin. De kas dient onder andere als dagbestedingsruimte voor ouderen. Er staat een tafel waar bijvoorbeeld bloemstukken worden gemaakt.</p>
<p>De tuin is een publieke voorziening en trekt veel ‘gewone’ bezoekers uit het dorp. Er zijn dieren, fruitbomen, een kruidentuin en een jeu de boules baan. In het voorjaar komen kinderen van het kinderdagverblijf er paaseieren zoeken, in de zomer picknicken. Bij mooi weer maken groepen voor activiteiten gebruik van een grote tafel buiten.</p>
<p>De gemeenschapstuin is ook een miniwerkgelegenheidsproject. Medewerkers van de sociale werkvoorziening hebben de tuin aangelegd, uitkeringsgerechtigden met een indicatie voor de sociale werkvoorziening onderhouden het groen nu. De verzorging van de dieren, zeven dagen per week, is in handen van re-integratiekandidaten van de afdeling Werk en Inkomen. Annelies Goossens is één van hen. Het werk is haar lust en haar leven. ‘Ik doe het heel graag,’ zegt Annelies. ‘Ik zorg voor de konijnen, kippen en geiten. Als ze ziek zijn ga ik met ze naar de dierenarts. Inenten kan ik zelf, dat heb ik geleerd tijdens de cursus die we moesten volgen voordat we hier begonnen. Ik maak met veel bezoekers een praatje. Ze kennen me en waarderen m’n werk, dat vind ik heel fijn.’</p>
<p>De Rucphense tuin is een project van de gemeente, woningcorporatie en de aanpalende verzorgingsinstelling. Ook Provincie Noord-Brabant levert een financiële bijdrage.</p>
<p><strong>1+1=3</strong></p>
<p>Het idee voor de gemeenschapstuinen is van Jacqueline van der Lubbe, senior adviseur bij RadarAdvies, landelijk bureau voor sociale vraagstukken én tuinontwerper. Het ontstond vanuit een 1+1=3 gedachte. Van der Lubbe zag mogelijkheden om ‘saai’ openbaar groen te veranderen in letterlijk en figuurlijk bloeiende ontmoetings-, participatie-, leer- en werkplekken. ‘Openbare ruimte wordt uit kostenoverwegingen vaak weinig uitnodigend of helemaal niet ingericht. De opzet is die ruimte om te bouwen tot iets van meer maatschappelijke waarde, dat dient als sociaal bindmiddel van mensen aan de zijlijn en minder kwetsbare burgers, jong en oud. De gemeenschapstuin moet laagdrempelig en verleidelijk zijn.’</p>
<p>Het innovatieve concept is ondergebracht bij en verder ontwikkeld door RadarAdvies. In Rucphen werden de eerste gemeenschapstuinen aangelegd. Jacqueline van der Lubbe was er projectmanager en ontwierp de tuinen, in nauwe samenwerking met betrokken organisaties, gebruikers en omwonenden.</p>
<p>Min of meer bij toeval krijgt de dienst Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid (SoZaWe) van Rotterdam in 2008 lucht van de gemeenschapstuinen. De dienst toont direct interesse om de mogelijkheden van het concept te verkennen voor wijken en werklozen in de grote stad. ‘Wat ons het meeste aanspreekt is het bevorderen van sociale cohesie in de wijk en de samenwerking die nodig is om een gemeenschapstuin te realiseren,’ zegt Mart Toet, directeur SoZaWe in Rotterdam. ‘Zo’n tuin past naadloos in de wijkaanpak van grote gemeenten en sluit goed aan bij ons streven burgers te activeren en te betrekken bij de samenleving.’</p>
<p>Toet noemt de gemeenschapstuin ‘een uniek concept’, dat veel kansen biedt voor burgerparticipatie, integratie en ontmoeting.</p>
<p><strong>Ateliers</strong></p>
<p>SoZaWe van de gemeente trekt Jacqueline van der Lubbe van RadarAdvies aan ter ondersteuning van het project. Zij adviseert de projectleider van SoZaWe tijdens de opzet en fasering van het project, denkt mee tijdens de uitvoering en levert ook hier het tuinontwerp. RadarAdvies werkt met de zogenoemde <em>Voor-en-door</em> methodiek. Van der Lubbe: ‘Gemeenschapstuinen moeten van onderop gestalte krijgen, niet van boven naar beneden in wijken worden gedropt. Niet alleen het eindproduct, de uiteindelijke tuin, brengt organisaties en mensen bij elkaar en bindt hen aan de wijk, maar vooral ook het wordingsproces.’ Een gemeenschapstuin kent dan ook geen standaardformule. De inrichting wordt afgestemd op de situatie, wensen en problematiek in de betreffende wijk.</p>
<p>De Rotterdamse initiatiefnemers polsen de belangstelling voor een gemeenschapstuin bij enkele deelgemeenten. De aan te leggen tuin komt immers op hun grondgebied. Deelgemeenten Hoogvliet en Delfshaven reageren snel en enthousiast, daar komen dan ook de eerste gemeenschapstuinen in de Maasstad.</p>
<p>Het zwaartepunt van de organisatie wordt verlegd van stedelijk naar deelgemeentelijk niveau. De projectleider van SoZaWe blijft wel bij de tuinen betrokken, onder meer omdat cliënten op participatiebanen van de Sociale dienst er leer/werkervaring op zullen doen.</p>
<p>Hoogvliet en Delfshaven zoeken naar geschikte plekken voor de gemeenschapstuin. Als de locaties zijn aangewezen en goedgekeurd, betrekt men de verhuurder van de omliggende woningen en grootste woningcorporatie in de wijken erbij, Woonbron. Ook die is enthousiast. ‘Zo’n tuin stimuleert de bewonersbetrokkenheid bij de buurt en ontmoetingen,’ zegt adviseur Ronald Luiten van Woonbron. ‘De naastgelegen basisschool, Villa De Notenkraker, moet het kloppende hart van de wijk worden. De gemeenschapstuin is een mooie, aanvullende voorziening. Woonbron betaalt graag mee aan de aanleg en het onderhoud, ook als investering in de kwaliteit van de woonomgeving.’</p>
<p>De bepalende en betalende partijen (de deelgemeenten, SoZaWe, enkele stedelijke diensten en Woonbron) vormen samen een projectteam in beide wijken. Dat bepaalt op welke doelgroepen de gemeenschapstuin zich primair gaat richten en legt contact met het opbouw-,  jongeren- en sociaal-cultureel werk, bewoners- en ouderenorganisaties, de kinderopvang en scholen. In zogeheten projectateliers worden de mogelijke contouren van de tuin besproken. Het sociaal-cultureel werk neemt de bewonersparticipatie voor zijn rekening, ondersteund door de Radar-adviseur. Om bewoners en specifieke doelgroepen vanaf de ontwerpfase te betrekken bij het maken van de tuin, worden ontwerpateliers georganiseerd. In plaatselijke krantjes en nieuwsbrieven, op scholen en in multifunctionele accommodaties verschijnen oproepen om mee te denken. Sociaal-cultureel werkers en vrijwilligers uit de buurt gaan huis aan huis bij buurtbewoners langs om te vragen of ze naar het atelier willen komen en hun zegje willen doen. Bij direct omwonenden nemen ze een enquête af en wordt persoonlijk een uitnodiging overhandigd. Specifieke doelgroepen als kinderen, jongeren, buurtvaders, allochtone vrouwen en ouderen is apart naar hun mening gevraagd.</p>
<p>In de ateliers is vooral met foto’s en beeldmateriaal gewerkt. Mensen kunnen met plakkertjes aangeven wat ze waar willen hebben. In Hoogvliet geven jongeren bijvoorbeeld te kennen dat ze graag een (muziek)podium in de tuin willen.</p>
<p>Op basis van alle inbreng maakt Jacqueline van der Lubbe een schetsontwerp, dat weer wordt voorgelegd aan de toekomstige gebruikers. Waar nodig volgen aanpassingen. Zoals op de hierbij afgedrukte tekening is te zien, is de wens van een podium gehonoreerd. Dat kan basisschool Villa De Notenkraker bijvoorbeeld gebruiken voor buitenlessen.</p>
<p>Voorjaar 2010 worden de twee Rotterdamse gemeenschapstuinen opgeleverd en feestelijk geopend. Een stuurgroep, met wederom de deelgemeente, woningcorporatie en SoZaWe, neemt dan de taak van het projectteam over. De samenwerkingspartners hebben de financiering van de tuin voor vier jaar vastgelegd.</p>
<p>De tuinen gaan leer/werkgelegenheid bieden aan 10-20 mensen per jaar per tuin. De participatiebanen worden bekostigd met reguliere re-integratiegelden. De re-integratiekandidaten volgen een korte opleiding in groenonderhoud en zullen ook worden ingezet voor onderhoudswerkzaamheden in de wijk.</p>
<p><strong>Beheer</strong></p>
<p>‘De gemeenschapstuin is van en voor de gebruikers, het is hún pronkstuk,’ zegt Jacqueline van der Lubbe. ‘Uitgangspunt is dat de gemeenschapstuin multifunctioneel wordt gebruikt.’ In de praktijk kunnen de activiteiten in de tuin van uiteenlopende groepen tot botsingen leiden. Een bekend voorbeeld van tegenstrijdige belangen is geluid produceren door de ene en de behoefte aan rust en stilte van de andere groep. Van der Lubbe: ‘Daarom is het zo belangrijk om mensen vanaf het begin bij de tuin te betrekken, zeggenschap te geven en de wensen van verschillende gebruikersgroepen tijdens het ontwerpen mee te nemen. Bovendien kun je toekomstige gebruikers inzetten bij de aanleg. In Rucphen hebben leerlingen van een praktijkschool bijvoorbeeld de banken en de dierenhokken in de gemeenschapstuin gemaakt.’ Maar dan nog vallen de vruchten van een gemeenschapstuin niet vanzelf van de geplante bomen. Daarom zijn er heldere afspraken gemaakt over het onderhoud, het beheer en de programmering.</p>
<p>In Rucphen zorgen bewoners en professionals in zogenoemde tuincommissies voor de pr en programmering van activiteiten in de tuinen. Zij doen dat in overleg met de gebruikers. De sociale werkvoorziening doet het groenonderhoud.</p>
<p>In Rotterdam sluit men contracten af over het beheer, de veiligheid, de programmering en het onderhoud van de gemeenschapstuinen. Een beheerbedrijf zal dagelijks een ronde maken om troep op te ruimen en eventuele kleine reparaties te verrichten. Omdat de twee tuinen middenin de wijk liggen, zorgen omliggende woningen, buurtbewoners die hun hond uitlaten, etc. voor sociale controle buiten kantoortijd. Het is bovendien de bedoeling dat SoZaWe re-integratiekandidaten inzet die uit dezelfde wijk afkomstig zijn. Ook dat werkt mogelijk preventief. Mochten vandalen vernielingen aanrichten of voor overlast zorgen, dan zullen de leer/werkers in het geweer komen: blijf met je handen van onze tuin af! Iets dat van jezelf is, wil je heel houden, zo is de verwachting. Het sociaal-cultureel werk zal er, in samenspraak met de bezoekers, op toezien dat er voldoende activiteiten zijn.</p>
<p>Volgens verantwoordelijk portefeuillehouder Jacqueline Cornelissen in deelgemeente Hoogvliet loopt het zo’n vaart niet. ‘Jongeren zijn er vanaf het begin bij betrokken. Ze weten dat ze kunnen chillen in de tuin zonder overlast te veroorzaken.’</p>
<p><strong>Winst</strong></p>
<p>De gemeente Rucphen hoopte met de gemeenschapstuinen nieuwe, duurzame leer-, werk- en ontmoetingsplaatsen voor verschillende bevolkingsgroepen te creëren. Is dat gelukt? Volgens Annelies Goossens wel. ‘Het aantal bezoekers neemt toe, zowel van omwonende ouderen als van mensen uit het dorp.’ Ook Hoogvliets portefeuillehouder Cornelissen verwacht dat het gaat lukken. ‘Dit is een ontzettend leuk project’, zegt wethouder Jacqueline Cornelissen uit Hoogvliet. ‘De gemeenschapstuin wordt een plek in de buurt waar jongeren wat kunnen leren en waar mensen trots op zijn. Ze hebben het zelf mee helpen ontwikkelen. Zo geef je de wijk terug aan de bewoners.’</p>
<p>Jacqueline van der Lubbe vindt dat er met gemeenschapstuinen winst op verschillende terreinen valt te behalen. ‘Vanuit het perspectief van (deel)gemeenten brengt het ontwerp, de aanleg, het onderhoud en het gebruik van de tuin veel partners samen, zoals bewonersorganisaties, woningcorporaties, welzijnsstichtingen, scholen en toezichthouders. Bovendien komen meerdere lokale sociale doelstellingen aan bod, vooral wat betreft activering van vrijwilligers en mensen met een uitkering, educatie, arbeidsre-integratie en burgerparticipatie. Ten slotte verbindt een gemeenschapstuin specifieke doelgroepen als ouderen, jongeren, mensen met een beperking en mensen zonder werk met elkaar en met de wijk. Dat met zo’n mooie tuin tegelijkertijd ook de kwaliteit van de openbare ruimte verbetert, is alleen maar meegenomen.’</p>
<p>Het betrekken van organisaties en bewoners in de ontwerp- en later uitvoeringsfase, het alle partijen op één lijn krijgen etc., kost veel tijd. Maar al tijdens het realisatieproces wordt sociale winst geboekt en dat rechtvaardigt de tijdsinvestering, vindt Mart Toet van SoZaWe.</p>
<p>‘Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid van Rotterdam wil verder kijken dan haar eigenlijke taak van activering, arbeidsre-integratie en inkomensvoorziening. Uitgangspunt van beleid zijn mensen en de wijk, niet de sociale zekerheidswetten, beleidsregels en ambtelijke kokers van de gemeentelijke organisatie.’ SoZaWe wil, samen met deelgemeenten, woningcorporaties en anderen, bijdragen aan wijkontwikkeling en sociale cohesie. Daarbij moeten verschillende gemeentelijke budgetten kunnen worden ingezet, waaronder participatiebudget en Wmo-gelden. Toet: ‘Geen enkele dienst, afdeling of organisatie kan wijkvraagstukken oplossen zonder verder te kijken dan de eigen taak. De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken! Haar instrumentarium is goed te koppelen aan fysieke diensten en verbetering van de buitenruimte. Samen zetten we ons in voor de sociale kwaliteiten van de stad. En daar lenen gemeenschapstuinen zich goed voor.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Enge moslims in bij elkaar gezworven verhalen</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/05/enge-moslims.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/05/enge-moslims.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Apr 2010 19:54:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[islamisering?]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1360</guid>
		<description><![CDATA[Café Mogadishu is volgens de uitgever een   &#8216;verontrustend boek&#8217; over de islamisering van Nederland. De verhalen zijn echter zo onzorgvuldig bij elkaar geraapt, dat de boodschap vervliegt.
Contrast &#8211; april 2010

 
In 2002 komen vijftien meisjes om bij een brand in een meisjesinternaat in Mekka omdat de religieuze politie hen belette het brandende pand [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Café Mogadishu </em>is volgens de uitgever een <strong> </strong> &#8216;verontrustend boek&#8217; over de islamisering van Nederland. De verhalen zijn echter zo onzorgvuldig bij elkaar geraapt, dat de boodschap vervliegt.<span id="more-1360"></span></p>
<p><strong>Contrast &#8211; april 2010<br />
</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>In 2002 komen vijftien meisjes om bij een brand in een meisjesinternaat in Mekka omdat de religieuze politie hen belette het brandende pand te ontvluchten: ze mochten niet ongesluierd de straat op. Deze tragische gebeurtenis staat in een kort verhaal over gescheiden ingangen voor vrouwen en mannen van de Al Islam moskee in Den Haag in het pas verschenen <em>Café Mogadishu</em>. Of de ouders van de kinderen in Mekka aangifte van dood door schuld hebben gedaan en de agenten zijn vervolgd en berecht, vertelt het verhaal niet, waardoor nog sterker het gevoel van rechteloosheid blijft hangen.</p>
<p>In een folder van de christelijke missieorganisatie <em>Open Doors</em> uit het Gelderse Ermelo leest Van Lanschot dat moslims die christen (willen) worden in Egypte, Bangladesh en Saudi-Arabië, te maken krijgen met verkrachting en doodsbedreigingen door rechters. Ook verhaalt hij van een gezette Soedanese man van boven de vijftig die op zoek is naar een derde vrouw, het liefst ‘een vijftienjarige maagd, rank als een palmboom’.</p>
<p>Wat doen een gruwelijk politieoptreden, verkrachtingen van christenen door moslims en polygamie in Saudi-Arabië in een boek over ‘omzwervingen door het andere Nederland’, zoals de ondertitel van <em>Café Mogadishu</em> luidt? Wat heeft de Al Islam moskee in Den Haag te maken met het brandende meisjesinternaat in Mekka? Bedoelt Van Lanschot: vandaag gescheiden ingangen voor vrouwen en mannen in Nederland, morgen een gescheiden samenleving, met religieuze politie, vervolging van christenen en polygamie?</p>
<p>Dat is niet waarschijnlijk. Van Lanschot is een aardige en goedlachse diplomaat, die voor Buitenlandse Zaken in menig conflictgebied heeft vertoefd, waaronder in Somalië en Bosnië, en nu met <em>Café Mogadishu</em> ook als schrijver van zich laat horen. De lijfspreuk van het ministerie van Buitenlandse Zaken is ‘wereldwijd thuis’ en zo lijkt Van Lanschot zich ook te voelen. Hij knoopt tijdens zijn zwerftocht door Nederland met iedereen een praatje aan, of het nu drugshandelaars of verweesde Hollandse Rotterdammers in een wijk vol schotelantennes zijn, mooie moslimmeiden, mannen in koffie- en theehuizen of strenge imams. Als om geen enkele verdenking op zich te laden, heeft Van Lanschot het in zijn boek diverse malen over ‘onze moslims’.</p>
<p>Maar het is op z’n minst een beetje dom om zich van dezelfde vorm van bangmakerij te bedienen als bijvoorbeeld Geert W. in zijn film <em>F</em>. Daar lopen beelden van de terroristische aanslag in New York op 9/11, Koranteksten, Al Qaida trainingskampen en onthoofdingen, een doodsbedreiging van Ayaan Hirsi Ali, tabellen van snelgroeiende moslimpopulaties in Europa, etc. vloeiend in elkaar over. Zij moeten één angstaanjagende brei vormen met steeds dezelfde boodschap: de overvleugeling van het vrije westen door moslims (door Geert W. een ‘tsunami’ genoemd) is nabij.</p>
<p>In de vijfenveertig bij elkaar gezworven verhalen van Van Lanschot wisselen fijne miniatuurtjes, intelligente waarnemingen, clichés en flauwe ‘ontmaskeringen’ elkaar af. Het tapijt in de Amsterdamse poldermoskee is op het noordoosten gericht, zodat de gelovigen onmogelijk naar Mekka kunnen buigen. Een les die aangekondigd staat als les Nederlandse normen en waarden in een moskee, blijkt gewoon een Koranles te zijn. Turkse vrouwen zijn ‘importbruiden die met hun neef trouwen’ en op straat worden moslimmannen in ‘witte soepjurken’ gesignaleerd. In veel stukjes figureren zogenoemde ‘enge moslims’. En passant wordt ook het Nederlandse integratiebeleid belachelijk gemaakt.</p>
<p>Veel moslims verleenden medewerking aan dit boek en waren aanwezig bij de presentatie ervan. Desondanks zegt Van Lanschot in <em>Café Mogadishu</em> te vrezen dat Nederland ‘een diep gefragmenteerde samenleving’ wordt, vergelijkbaar met het uiteengevallen voormalige Joegoslavië. ‘Kan Den Haag ooit een Mostar (stad waar Kroaten en moslims begin jaren negentig tegenover elkaar stonden tijdens de Bosnische oorlog, AO) worden?’, vraagt Van Lanschot zich in zijn inleiding af.</p>
<p>Als je vooral zoekt naar de verschillen tussen Hollanders en moslims en je bevindingen bovendien met afschrikwekkend buitenlands nieuws aanvult, is het bevestigende antwoord snel gevonden. Van Lanschot is niet gerust op het duurzaam vreedzaam samenleven van moslims en niet-moslims. Daarvoor zijn de verschillen volgens hem te groot.</p>
<p>Dat de auteur zijn Haagse villawijk verlaat en zich verdiept in gedachten en beweegredenen van een aantal van ‘onze moslims’ valt te prijzen. Door het luchthartig mixen van ongelijksoortige ingrediënten als citaten uit islamitische boeken en van internet, emoties van mensen die hun baan of oude buurt kwijt zijn, getuigenissen uit de eerste, tweede en derde hand, nieuwsberichten en preken, verliest <em>Café Mogadishu</em> echter aan overtuigingskracht. Voor zo’n potpourri tien andere. Dat is jammer, want veel situaties die Robbert van Lanschot beschrijft zijn ernstig genoeg voor een goed boek.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/05/enge-moslims.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cliënten Ggz tussen de wal en het schip</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 13 Feb 2010 09:11:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[WMO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1268</guid>
		<description><![CDATA[Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?

Zorg + Welzijn - maart 2010
Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?</p>
<p><span id="more-1268"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Zorg + Welzijn</strong> <strong>- maart 2010</strong></p>
<p>Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. De overheid wil dat burgers zoveel mogelijk zelfredzaam zijn en betrokken bij de samenleving. Gemeenten moeten kwetsbare burgers als cliënten van de geestelijke gezondheidszorg (Ggz) daarbij helpen. Specifieke taken in dit verband zijn: zorgen voor laagdrempelige cliëntondersteuning (mensen helpen bij de verheldering van hun vraag en bij het voeren van regie over eigen leven, etc.) en maatschappelijke participatie bevorderen. Bij chronische psychiatrische cliënten gaat het daarbij vooral om steun bij het aangaan van sociale contacten, activering en/of het begeleiden naar (vrijwilligers)werk. De uit de AWBZ gefinancierde zorg die zij daarnaast nog krijgen, valt niet onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Wel komt steeds meer AWBZ-zorg op het Wmo-bordje van gemeenten terecht. In 2009 en 2010 is dat de begeleiding van mensen met psychosociale en lichte psychiatrische problematiek.</p>
<p><strong>Kritiek</strong></p>
<p>De klacht van de kant van cliëntenorganisaties is dat niet alle gemeenten op deze nieuwe taken zijn berekend. Ggz-cliënten zouden onvoldoende in beeld zijn. Ook zijn zij nauwelijks, en minder dan ouderen en gehandicapten, vertegenwoordigd in Wmo Adviesraden. ‘Hier en daar zitten Ggz-ínstellingen in de Wmo Adviesraad, in plaats van cliënten,’ aldus Trudy Jansen, die voor het Landelijk Platform GGZ cliëntenparticipatie opzette op plekken waar dat nog niet bestond. Een andere klacht is dat van het rijk overgehevelde Wmo-gelden niet zijn geoormerkt en niet alle gemeenten die besteden aan de zaken waarvoor de middelen bedoeld zijn, zoals ondersteuning van cliënten. Soms blijkt een investering in cliëntenparticipatie weggegooid geld te zijn. Trudy Jansen: ‘Ik heb met rijksgeld bijvoorbeeld enkele Ggz-cliëntenorganisaties opgezet in Flevoland. Die verdwenen weer toen de rijksregeling was afgelopen. Gemeenten en provincie waren niet meer geïnteresseerd.’ In andere provincies werken gemeenten in het kader van de Wmo vaak samen met algemene patiënten- en consumentenorganisaties, zoals Zorgbelang. Maar daarin komen Ggz-cliënten vaak niet boven het maaiveld uit.</p>
<p>In het licht van wat het rijk wil en gemeenten te doen staat, wekt het verwondering dat bovendien veel organisaties van en voor Ggz-cliënten in zwaar weer belanden, vooral wegens gebrek aan structurele financiering. Sommigen hebben al het loodje gelegd, zoals Basisberaad in de Rijnmond en recentelijk Stichting Pandora. Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak in de Kop van Noord-Holland houdt met moeite het hoofd boven water, anderen staan op het punt van omvallen, waaronder Trimaran in Twente. Terwijl deze organisaties precies doen (of deden) wat met de Wmo wordt beoogd. Zij zijn lokale gesprekspartner, leverancier van diensten aan gemeenten, Ggz-instellingen en zorgverzekeraars én ontmoetingsplaats, trainingscentrum en werkplek voor Ggz-cliënten. Ze scheppen zo de voorwaarden om mensen, die anders veelal geïsoleerd thuis zitten, te ondersteunen, mee te laten doen en zinvol bezig te zijn.</p>
<p><strong>Omvallende cliëntenorganisaties</strong></p>
<p>Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak zag haar inkomsten – twee derde van gemeenten, een derde van Ggz-instellingen – flink teruglopen door bezuinigingen. Kleine gemeenten halveerden hun bijdragen, Ggz-instellingen zetten hun bijdrage helemaal stop. Er zijn medewerkers ontslagen en activiteiten gestopt.</p>
<p>Het Basisberaad Rijnmond is een grote belangenorganisatie voor Ggz-cliënten, daklozen en verslaafden, met straatadvocaten, een Migrantensteunpunt en Crisiskaart (een persoonlijke cliëntenpas met ‘Wat te doen in geval van crisis?’), etc. Het kreeg vooral subsidie van het rijk, gemeente Rotterdam en de provincie. Van de 22 Rijnmondgemeenten waar de organisatie voor werkte, betaalden er slechts vijf mee. Zomer 2009 kon men de eindjes niet meer aan elkaar knopen en werd faillissement aangevraagd. De dertig betaalde medewerkers verloren hun baan, honderden vrijwilligers hun bezigheden. De gemeente Rotterdam stond garant voor de helft van de benodigde middelen, maar kon het Basisberaad niet volledig overeind houden. ‘We financieren geen instituten,’ licht Rotterdams zorg- en welzijnswethouder Jantine Kriens desgevraagd toe. ‘Het gaat om de cliënten, organisaties zijn geen doel op zich.’</p>
<p>Trimaran, een vereniging van en voor Ggz-cliënten in Twente, met inloop, lotgenotencontact, belangenbehartiging en arbeidsmatige reïntegratieactiviteiten, staat op het punt van omvallen. De coördinator is al vertrokken, voor haar was geen geld meer. Vrijwilligers runnen enkele dagen per week de inloop, de belangenbehartiging moet Trimaran overdragen aan een provinciale koepelorganisatie. De AWBZ-zorgvernieuwingsgelden die de organisatie eerst ontving, werden in 2008 verdeeld over de veertien gemeenten waarvoor Trimaran werkt. De subsidie moest men per gemeente bij elkaar sprokkelen. In 2009 besloten de afnemende gemeenten Trimaran niet meer te subsidiëren. ‘Hengelo kan in zijn eentje niet de hele organisatie in de lucht houden,’ zegt de beleidsmedewerker zorg van gemeente Hengelo, waar Trimaran is gevestigd.</p>
<p>Wat De Hoofdzaak, het Basisberaad en Trimaran gemeen hebben is dat gemeenten hun werk zeer waarderen. Dat wordt zelfs vaak als onmisbaar beschouwd, mede omdat Ggz-cliënten voor gemeenten en reguliere voorzieningen zo moeilijk te bereiken zijn. In Hengelo zijn Ggz-cliënten volgens de beleidsmedewerker inderdaad ‘niet goed in beeld’. De gemeente wil de belangenbehartiging en cliëntenparticipatie van Trimaran dan ook graag behouden. Maar feitelijk financiert Hengelo in 2010 alleen de ondersteuning van Ggz-cliënten in de eigen Wmo Adviesraad.</p>
<p>Ook gemeente Rotterdam was er veel aan gelegen zoveel mogelijk diensten van het Basisberaad Rijnmond te redden. Dat is voor een deel gelukt: een aantal projecten en medewerkers is, met Rotterdamse steun, overgenomen door Zorgbelang Zuid-Holland. Andere projecten leiden een noodlijdend bestaan met enkele vrijwilligers of zijn opgeheven. Hoeveel mensen die eerst actief waren nu thuis zitten, is onbekend.</p>
<p><strong>Geen begeleiding meer</strong></p>
<p>In dezelfde periode dat cliëntenorganisaties omvallen, bezuinigt het rijk op de uit de AWBZ gefinancierde ondersteunende en activerende begeleiding van onder andere Ggz-cliënten. Uit het rapport <em>Begeleiding AWBZ 2009</em> van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) blijkt dat in de eerste drie kwartalen van 2009 al ongeveer 5000 mensen met lichte psychische problematiek te horen kregen dat ze in 2010 geen begeleiding meer vergoed krijgen. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze niet meer naar hun re-integratietraject of dagactiviteitencentrum kunnen. Het CIZ laat gemeenten weten om welke mensen het gaat, zo is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten afgesproken, zodat zij hen naar eventuele andere voorzieningen kunnen leiden.</p>
<p>Bekend is dat Ggz-cliënten zich niet altijd thuis voelen in reguliere (welzijns)voorzieningen en dat die, op hun beurt, niet allemaal openstaan voor deze doelgroep. Te vrezen is dat veel Ggz-cliënten met het verdwijnen van hun belangenorganisatie, inloop en begeleiding tussen de wal en het schip vallen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Elke wijk zijn eigen team</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/01/elke-wijk-zijn-eigen-team.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/01/elke-wijk-zijn-eigen-team.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Feb 2010 08:41:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Europese aanbesteding]]></category>
		<category><![CDATA[integrale wijkteams]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1222</guid>
		<description><![CDATA[Na twee jaar soebatten heeft de gemeente De Bilt haar ideaal:  integrale zorgteams. Sinds 1 november zijn drie zorgorganisaties gehouden hun klanten verpleging, verzorging én huishoudelijke hulp te bieden, elk in een ‘eigen’ deel van De Bilt. 
Zorgvisie &#8211; 2010
Tot vorig jaar kwam het geregeld voor dat er op één dag vijf tot tien zorgaanbieders een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Na twee jaar soebatten heeft de gemeente De Bilt haar ideaal:  integrale zorgteams. Sinds 1 november zijn drie zorgorganisaties gehouden hun klanten verpleging, verzorging én huishoudelijke hulp te bieden, elk in een ‘eigen’ deel van De Bilt. <span id="more-1222"></span></p>
<p><strong>Zorgvisie &#8211; 2010</strong></p>
<p>Tot vorig jaar kwam het geregeld voor dat er op één dag vijf tot tien zorgaanbieders een Biltse straat aandeden, zonder dat zij dat van elkaar wisten, laat staan dat ze samenwerkten. Huishoudelijke hulpen van verschillende organisaties kwamen schoonmaken, verzorgenden helpen met aankleden en verpleegkundigen wonden verzorgen en prikken. Een ongewenste, klantonvriendelijke situatie, vond het gemeentebestuur. ‘De zorg was versnipperd en verkokerd en de voorzieningen stonden te ver van de mensen af, de hulp moest van buiten de wijk komen,’ zegt verantwoordelijk zorg- en welzijnswethouder Herman Mittendorff. ‘Organisaties denken meer aan zichzelf dan aan de klant, ze willen hun territorium uitbreiden, groter worden en fuseren. Als je vanuit de klant denkt, kom je tot integrale zorg: de steunkousen, het babbeltje en de boodschappen uitgevoerd door één persoon of ten minste één organisatie.’</p>
<p>Om samenhang in het aanbod te brengen wilde de gemeente de zorg anders organiseren en besloot in het kader van de Wmo tot een innovatieproject wonen, welzijn en zorg. In 2007 ging in twee wijken MENS van start, dat staat voor meedoen, ervaren, nieuw en samen.</p>
<p>Met Herman Mittendorff reconstrueren we de gang van zaken van de afgelopen twee jaar. ‘De meeste gemeenten voerden de Wmo ‘beleidsarm’ in en deden alleen wat moest. Wij zagen de Wmo als kans om zorg en welzijn opnieuw vorm te geven.’ De wethouder praatte met welzijnsstichtingen, zorgaanbieders, woningcorporaties en vrijwilligersorganisaties, om draagvlak te creëren voor verandering. Eerst gezamenlijk het probleem onderkennen, dan een gemeenschappelijke visie ontwikkelen en vervolgens mogelijke oplossingen bedenken. Dat was de bedoeling. De Bilt sluit daartoe met tien organisaties een convenant. Het ideaal waar de gemeente haar gesprekspartners van wil overtuigen is de zorg, huishoudelijke hulp en welzijnsvoorzieningen aanbieden per wijk, kleinschalig en integraal. Daarvoor zouden verschillende aanbieders moeten samenwerken in wijkteams en opereren vanuit een centrale locatie in de buurt.</p>
<p>Aangekomen bij de oplossing van ‘samenwerken in wijkteams’ scheidden de wegen echter al snel. Ook het vanuit een pool werken, waarbij iedere huishoudelijke hulp, verzorgende of verplegende gewoon in dienst blijft bij de eigen organisatie riep praktische bezwaren op. Mittendorff: ‘De ene zorgaanbieder zei dat zijn organisatie niet op wijkniveau is ingericht, de ander dat onmogelijk met concurrenten kon worden samengewerkt, omdat de CAO’s, bedrijfsculturen en werkprocessen verschillen, er maar één klanteigenaar kan zijn, etc.’</p>
<p> </p>
<p><strong>Aanbestedingskalender</strong></p>
<p>Het integrale zorgteam komt de eerste jaren van MENS niet van de grond. Maar het opzetten van een wijkservicecentrum lukt wel. In de twee pilotwijken komt een Helpdesk waar wijkbewoners hun zorgvraag voor kunnen leggen en een Adviseur wonen, welzijn en zorg (wwz) om complexere vragen te koppelen aan de juiste aanbieder. Het als innovatieproject bedoelde MENS krijgt in april 2009 een herkansing, volgens projectleider Dorine Winkels vooral vanwege de bevlogenheid van wethouder Mittendorff. ‘Hij hield als een terriër vast aan integrale wijkteams.’ De Biltse gemeenteraad verlengt het project tot 2011.</p>
<p>Belangrijker is echter dat zich een mogelijkheid voordoet om de gedroomde integrale teams toch te realiseren. Thuiszorgorganisatie Vitras (dan nog onderdeel van het inmiddels failliete Meavita en een van de samenwerkingspartners in MENS) lijdt verlies en stopt met het aanbieden van huishoudelijke hulp. Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe aanbieders in De Bilt. Gemeenten zijn wettelijk verplicht hulp in de huishouding (Europees) aan te besteden. B &amp; W onderzoekt de mogelijkheid de aanbesteding onderhands te doen, dat wil zeggen aanbieders uit de regio uitnodigen een offerte in te dienen. Dat blijkt te kunnen. Bij hulp in de huishouding worden zogenoemde A en B-diensten onderscheiden. De eerste, alleen huishoudelijke taken, moeten gemeenten aanbesteden. B-diensten, waar ook zorg en maatschappelijke diensten onder vallen, niet (zie ook <em>Zorgvisie</em>, 19 februari 2009). ‘Omdat het in De Bilt voor ruim 80% gaat om B-diensten konden we Zorg in Natura onderhands aanbesteden. Huishoudelijk hulp is een vak, de hulpen praten en signaleren ook,’ aldus wethouder Mittendorff.</p>
<p>De gemeente meldde Brussel op de (digitale) aanbestedingskalender dat ze niet Europees ging aanbesteden, maar dat onderhands ging doen. Daar kan bezwaar tegen worden gemaakt, bijvoorbeeld door zorgorganisaties van buiten de regio, maar dat gebeurde niet. Mittendorff: ‘Geen enkele zorgaanbieder diende bij ons bezwaar in. Toen konden we zaken gaan doen op de manier die wij wilden en integrale wijkteams als voorwaarde opnemen in het bestek.’ Dat betekende dat alleen (thuis)zorgorganisaties in aanmerking kwamen die zowel huishoudelijke hulp als AWBZ-zorg kunnen leveren.</p>
<p>De gemeente deelde De Bilt in vier percelen in en vroeg zorgaanbieders een offerte voor één van die percelen in te dienen Mittendorff: ‘Er waren vijf, zes organisaties die graag wilden. We hebben de drie clubs uitgekozen die het meest aan de eisen voldoen: Cordaan, Beeuwkes en De Bilthuysen. Met hen, zogenoemde preferente zorgaanbieders, hebben we prijsafspraken gemaakt en een overeenkomst afgesloten voor vier jaar. Er is geen onderscheid meer tussen A- en B-diensten. We bieden één tarief voor Zorg in Natura, namelijk € 25,50 per uur.’</p>
<p> </p>
<p><strong>Keuzevrijheid</strong></p>
<p>Als de drie gelukkigen, na afloop van de oude contracten, op 1 november in de hen gegunde wijken beginnen, werken daar geen huishoudelijke hulpen van andere organisaties meer, wel verzorgenden en verpleegkundigen van andere AWBZ-zorgaanbieders. De gemeente heeft immers geen instrument ook de AWBZ-zorg te sturen.</p>
<p>Harm Hoekstra, directeur van De Bilthuysen, vindt concurrentie rond AWBZ-zorg geen punt. ‘Klanten hebben keuzevrijheid en die moet blijven,’ vindt hij. De Bilthuysen is van huis uit een woon/zorg/dienstverlener voor ouderen, maar biedt sinds enkele jaren ook thuiszorg, waaronder huishoudelijke hulp. Hoekstra is vanaf het begin betrokken bij MENS en bereid om zijn organisatie aan te passen aan de nieuwe eisen. ‘Wij zijn een lokale organisatie, met woon- en zorgcentra, een verpleeghuis en diensten in een aantal wijken, waaronder thuiszorg. We bieden dus een hele zorgketen en hebben klanten over de hele gemeente verspreid. Nu we integrale wijkzorg gaan leveren, trekt De Bilthuysen zich terug uit wijken waar we alleen AWBZ-zorg boden.’</p>
<p>Dat verlies neemt hij, om de gekoppelde AWBZ- en Wmo-zorg in ‘zijn perceel’ verder te ontwikkelen. Harm Hoekstra: ‘We hebben een goed tarief van de gemeente gekregen, maar moeten er ook een ander product voor leveren: integrale thuiszorg en de coördinatie daarvan. Behalve het leveren van diensten, verwachten we van ons team betrokkenheid bij wat men in de wijk aantreft. Als je bij een klant komt en je ziet bij de buren verwaarlozing (vuilnis in de tuin, gordijnen nooit open), dan moet je een signaal afgeven.’</p>
<p>Vanuit het integrale team wordt ook specialistische zorg aan mensen met een verstandelijke handicap verleend, geleverd door een andere samenwerkingspartner van MENS. De Bilthuysen wil het aanbod in ‘hun’ wijk al werkende uitbreiden.</p>
<p><strong>Toekomst</strong></p>
<p>Het uiteindelijke succes is volgens projectleider Dorine Winkels vooral te danken aan het feit dat MENS met bestaande organisaties, situaties en middelen heeft gewerkt, en dat laag voor laag draagvlak is gezocht voor dat ene doel: de integrale wijkteams.</p>
<p>Die zijn er nu, maar de convenantpartners van MENS blijven bij elkaar komen. Er kan namelijk nog veel meer worden verbeterd. Zo wil men 24-uurs zorg ín de wijken organiseren, ook gedurende het weekend. Bovendien moet er een wijkrestaurant in elk wijkservicecentrum komen, wil MENS spreekuren van het gemeentelijk Wmo Loket naar de wijken halen en het mogelijk maken dat zowel bewoners die hulpbehoevend worden als hun mantelzorger(s) passende woningen krijgen binnen hun wijk.</p>
<p>Een andere vernieuwing is om behalve professionals, ook werknemers van de sociale werkvoorziening, scholieren die een maatschappelijke stage moeten doen en reïntegratiekandidaten in de wijk diensten te laten verrichten.</p>
<p>De plannen zijn er, de realisering is ter hand genomen. ‘Maar eerst zorgen dat de integrale wijkteams lopen,’ zegt wethouder Mittendorff. ‘De basisinfrastructuur ligt er nu, vanaf hier bouwen we verder.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/01/elke-wijk-zijn-eigen-team.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Uitkeuring</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Dec 2009 15:07:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[bezuiniging AWBZ]]></category>
		<category><![CDATA[uitkeuring]]></category>
		<category><![CDATA[WMO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1108</guid>
		<description><![CDATA[Bezuinigingen op uit de AWBZ betaalde activiteiten en begeleiding van mensen met psychiatrische problematiek leiden tot problemen in het land. Zij verliezen hun vergoeding en haken af. Menig aanbieder van zorg, ondersteuning, activiteiten en werk moet de deuren sluiten. Anderen zetten alle zeilen bij om hun begroting rond te krijgen. Een ronde langs Ggz-cliënten en zorgaanbieders in moeilijkheden. Uitvallen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Bezuinigingen op uit de AWBZ betaalde activiteiten en begeleiding van mensen met psychiatrische problematiek leiden tot problemen in het land.<span id="more-1108"></span> Zij verliezen hun vergoeding en haken af. Menig aanbieder van zorg, ondersteuning, activiteiten en werk moet de deuren sluiten. Anderen zetten alle zeilen bij om hun begroting rond te krijgen. Een ronde langs Ggz-cliënten en zorgaanbieders in moeilijkheden. Uitvallen versus participeren.</p>
<p>De overheid moet bezuinigen op de gezondheidszorg. Onder andere de AWBZ-uitgaven gaan met 800 miljoen euro per jaar omlaag. Teveel mensen met een beperking, chronische aandoening of psychische problematiek doen volgens het ministerie van VWS een beroep op voorzieningen waar de wet niet voor is bedoeld, waaronder begeleiding van activiteiten.</p>
<p>Vanaf 1 januari dit jaar kunnen mensen met psychosociale problematiek, zoals daklozen en verslaafden geen aanspraak meer maken op AWBZ-gefinancierde begeleiding en activiteiten. Op 1 januari 2010 komen daar chronische psychiatrische patiënten met lichte problematiek bij. Zij moeten volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in hun eigen omgeving of bij de gemeente aankloppen. Volgt de praktijk het beleid? En is er voldoende oog voor de specifieke problematiek van Ggz-cliënten?</p>
<p><strong>Indicatiestelling</strong></p>
<p>De indicering van Ggz-cliënten door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), die aanvragers al dan niet recht geeft op AWBZ-vergoeding, is in volle gang. Bij de bakkers van het Appeltaartimperium aan de Haarlemse Zoetestraat gaat het om hérindicering. Derk schudt niet-begrijpend zijn hoofd op de vraag of hij al opnieuw is gekeurd en of de vergoeding voor zijn werk doorgaat. Hij is een van de 25 taartenbakkers met psychische problematiek die enkele dagdelen per week werken in de bakkerij van zorgaanbieder Roads, onderdeel van Arkin. Nu wordt de begeleiding van Derk en zijn collega’s betaald uit de AWBZ. Het CIZ beoordeelt voor het eind van het jaar of Derks problematiek zwaar genoeg is om nog in aanmerking te komen voor begeleiding. Zo nee, dan moet Roads op zoek naar een ander ‘potje’, zoals voor sociale activering of een individuele reïntegratieovereenkomst (IRO). Past hij daar niet in, dan wordt Derk een ongefinancierde taartenbakker of werkloos.</p>
<p>‘Derk ziet op tegen het keuringsgesprek bij het CIZ, net als zijn collega’s,’ zegt zijn begeleidster. ‘Mensen zijn bang hun indicatie te verliezen. Ze zijn hier met hun herstel bezig, wij benadrukken hun gezonde kant. Maar om bij het Appeltaartimperium te mogen blijven werken moeten ze juist aantonen ernstige psychiatrische problemen te hebben.’ Dat willen veel mensen niet. Zij schuiven de brief van het CIZ, standaard voorzien van onheilspellende regels als “Als u niet&#8230;, dan &#8230;.” terzijde of openen de enveloppe in het geheel niet.</p>
<p>De persvoorlichter van zorgaanbieder Cordaan in Amsterdam, die twee dagactiviteitencentra (dac) voor Ggz-cliënten onder z’n hoede heeft, noemt een vergelijkbaar probleem. ‘Een indicatie bij het CIZ aanvragen is lastig voor deze cliënten, het blijkt een flinke drempel te zijn. Door hun psychiatrische problematiek zijn zij vaak achterdochtig. Sommige cliënten haken al af voordat de aanvraag is ingediend. Voorheen was een verwijzing van een psychiater naar begeleiding door een dac voldoende voor financiering.’</p>
<p>Nadira Rambocus, bestuurssecretaris van Reakt Groep, aanbieder van dagbesteding, educatie en arbeid in Midden-Holland, Den Haag, Haagrand en Rijnmond, wijst niet alleen op het belastende karakter van de huidige indicatiestelling, maar ook op de mogelijk averechtse werking ervan. ‘Ten eerste kost de aanvraag van een indicatie meer tijd en moeite dan voorheen, zowel van de cliënt als van zijn of haar begeleider. Ten tweede is de indicatie korter geldig. Reakt is voor mensen met psychiatrische of psychosociale problematiek. Zij kunnen zich hier verder ontwikkelen, van sociale contacten, via dagbesteding naar arbeidsmatige activiteiten of werk. Doel is dat zij, als dat mogelijk is, los komen van zorg en een uitkering. Maar met de huidige procedure vervalt hun indicatie als ze groeien. Ze moeten dan opnieuw door de molen. Dat geeft onrust. Als het hierdoor slechter met hen gaat, haken ze af. Mensen willen zich niet steeds bezighouden met wat ze níet kunnen. Deze wijze van indicering belemmert hun ontwikkeling en zet niet aan tot groei.’</p>
<p>Volgens Rambocus worden kwetsbare burgers in dit kader teveel op één hoop gegooid. ‘Bij mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking is duidelijk wat ze niet kunnen. Precies daarvoor krijgen ze een indicatie. Bij Ggz-cliënten is dat meestal anders. Zij kunnen veel en presteren goed, maar niet altíjd. Dat maakt het zo moeilijk hen een indicatie te geven. Zeker is wel dat de recreatieve en arbeidsmatige werkzaamheden die wij &#8211; en vergelijkbare organisaties &#8211; bieden preventief werken. Sociale contacten en dagbesteding voorkomen verergering van de problemen.’</p>
<p>De participatie van mensen met psychiatrische problematiek is broos, zo ervaart ook Roads. Anita van Luit, een van de managers, verwacht dat ongeveer 10% van de cliënten eind 2009 geen indicatie meer heeft voor dagbesteding of begeleiding. Problemen rond hun deelname ontmoedigt cliënten snel. Van Luit: ‘Mensen moeten zich 100% uitgenodigd voelen, anders komen ze niet meer.’</p>
<p><strong>Over de kop</strong></p>
<p>Meerdere aanbieders vielen de afgelopen tijd om als gevolg van achtereenvolgende stelselwijzigingen.  Niet alleen de verbouwing van de AWBZ, ook de invoering van het zorgzwaartepakket (zzp) en de diagnosebehandelcombinatie (dbc) schudden de Ggz-sector op. Als de indicatiestelling al zoveel teweeg kan brengen, wat moet het verdwijnen van zorgaanbieders dan voor Ggz-cliënten betekenen?</p>
<p>Het huidige Roads is een sterk afgeslankte versie van de zelfstandige, grotendeels door deelnemers en bezoekers zelf gerunde organisatie. Die ging in 2008 failliet. Er waren toen, over verschillende locaties verspreid, bijna driehonderd betaalde personeelsleden, van wie een derde met ervaring als patiënt in de psychiatrie, en ongeveer duizend vrijwilligers. Zij werkten in een drukkerij, houtbewerking, grafisch bureau, fietsenmakerijen, zorghotel, dansgroep, restaurant Freud (‘krankzinnig lekker’), groenwerkplaatsen en dagactiviteitencentra. Cliënten kregen, afhankelijk van wat nodig was, begeleiding, hulp of scholing. Er was dagbesteding, vrijwilligerswerk, een traject voor arbeidsreïntegratie en jobcoaching.</p>
<p>Roads paste niet naadloos in de bestaande financiële kaders, maar groeide desondanks uit tot professionele aanbieder van formaat. Én tot concurrent van grotere Ggz-instellingen in Noord-Holland Zuid, die de dagbesteding en arbeidsreïntegratie ooit afstootten. Toen Roads liquiditeitsproblemen kreeg, vooral door de verschuiving van AWBZ-financiering naar bekostiging uit de Zorgverzekeringswet en door gemeenten, namen Ggz-instellingen de boedel weer over.</p>
<p>Het grootste deel van Roads is nu, via omwegen, onderdeel van de Ggz-instellingen Arkin en Dijk en Duin. Veel projecten hebben in 2008 een doorstart gemaakt en de deelnemers konden, na enige onrust, verder. Roads/Arkin heeft honderd betaalde medewerkers (van wie een kwart ‘ervaringsdeskundig’) en 650 vrijwilligers. Door het wegvallen van AWBZ-financiering gaat Roads zich wel meer richten op kansrijke kandidaten. ‘Wil je als organisatie overleven, richt je dan op ‘goede cliënten,’ zegt Anita van Luit.</p>
<p> Hoeveel deelnemers er precies ‘kwijt’ zijn na het faillissement en de overname in 2008 is onbekend. Maar eind dit jaar komen er door de huidige AWBZ-uitkeuring in ieder geval rond de 75 nieuwe uitvallers bij.</p>
<p>Stichting Radar uit Zutphen biedt Ggz-cliënten vergelijkbare diensten en arbeidsmatige activiteiten als Roads en Reakt. Het zijn onder andere Ggz-instellingen die de ‘producten’ van Radar voor hun cliënten afnemen, voor hen is Radar onderaannemer. Ongeveer duizend mensen per jaar nemen, op verschillende locaties in provincie Gelderland, deel aan projecten als Radar bij de Boer, dagbesteding, inloop, activering en reïntegratietrajecten. Dat alles wordt nu afgebouwd.</p>
<p>In 2008 had de stichting te maken met zowel de zogeheten AWBZ Pakketmaatregel als met de invoering van de dbc in de Ggz. Begeleiding werd onderdeel van de behandeling in Ggz-instellingen en bekostigd uit de Zorgverzekeringswet. In 2009 kwam daar het beëindigen van AWBZ-financiering voor zorg op psychosociale grondslag bij, zonder dat daar Wmo-bekostiging door gemeenten tegenover stond. ‘Twee jaar konden we het wegvallen van indicaties en vergoedingen opvangen. Nu zijn we door onze reserves heen,’ zegt bestuurder Hugo Kuyper. ‘Ggz-instellingen willen geen afspraken meer met ons maken, zij gaan zelf dagbesteding en arbeidsrehabilitatie aanbieden. Eind 2009 stoppen we met Radar.’</p>
<p>Af en toe bereikt hem een noodkreet van voormalige deelnemers, maar de meeste cliënten verdwijnen uit beeld. Kuyper: ‘Ggz-cliënten eisen geen aandacht op in zo’n situatie. Het zijn angstige mensen die zich terugtrekken. Maar ik denk dat veel mensen verstoken zullen raken van sociale contacten.’</p>
<p>Reakt heeft zich ingedekt tegen de terugkerende veranderingen in de financiering van hun werkzaamheden en activiteiten. ‘Wij hebben meerdere financieringsbronnen, spreiden zo onze risico’s en zijn niet zo kwetsbaar als er een bron wegvalt,’ aldus Nadira Rambocus. ‘Maar helemaal uit de problemen zijn we niet. Zo zijn we bijvoorbeeld onzeker of we in 2010 nog ons deel krijgen van het Wmo-geld voor begeleiding van deelnemers met psychosociale problematiek, dat het rijk naar gemeenten overhevelde. ’</p>
<p><strong>Gemeenten</strong></p>
<p>Door de Wmo zijn het nu vooral de gemeenten die moeten waken over de participatie van kwetsbare groepen. Waar kunnen Ggz-cliënten die binnenkort geen vergoeding voor begeleiding en dagactiviteiten meer krijgen terecht? ‘De bedoeling van de wetgever is dat ‘lichte gevallen’ aankloppen bij familie en mantelzorgers,’ zegt de woordvoerder Wmo van gemeente Haarlem. ‘Zij moeten het zonder professionele ondersteuning af kunnen of zich wenden tot vrijwilligersorganisaties en het reguliere welzijnswerk.’ De gemeente zal checken of dat ook daadwerkelijk gebeurt. Het CIZ levert gegevens over mensen die geen aanspraak meer kunnen maken op AWBZ-gefinancierde begeleiding.</p>
<p>In september organiseerde de gemeente een werkconferentie met een groot aantal Haarlemse zorg- en welzijnsinstellingen, vrijwilligers- en cliëntenbelangenorganisaties, om te praten over het opvangen van de bezuinigingen. ‘We kregen inzicht in de mogelijkheden van organisaties om alternatieven voor Awbz-begeleiding te bieden of ontwikkelen,’ aldus de woordvoerder. Uit het schriftelijk verslag van die conferentie blijkt dat de aanwezigen signaleren dat tientallen Ggz-cliënten hun dagbesteding verliezen.  Vrijwilligers- en welzijnsorganisaties zeggen echter nvoldoende toegerust te zijn voor deze groep.</p>
<p>Ook Rotterdam gaat aan de hand van de adresgegevens van het CIZ mensen volgen die hun indicatie voor AWBZ-begeleiding verliezen.</p>
<p>Behalve gemeenten wijzen op hun verantwoordelijkheid, heeft VWS organisatie MEE, voor ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking, belast met nazorg voor de AWBZ-lozen. Daar melden zich tot nu toe vooral ouderen en mensen met een beperking, geen Ggz-cliënten.</p>
<p>Dat mensen met een psychiatrische achtergrond na het wegvallen van hun AWBZ-vergoeding elders aankloppen is een illusie, zeggen verschillende medewerkers en bestuurders uit de sector. MEE zou deze doelgroep nauwelijks kennen, voor veel gemeenten zijn Ggz-cliënten nog een relatief onbekende doelgroep en ook de welzijnssector is niet klaar voor hen. ‘De overheid kiest ervoor een heel nieuw stelsel voor cliëntenparticipatie op te bouwen in plaats van voort te bouwen op de bestaande kennis en ervaring,’ zegt Hugo Kuyper van het Gelderse Radar.</p>
<p>Toen vakblad <em>Psy</em> in mei dit jaar aankondigde dat het dac Alkmaar-Zuid om financiële redenen gaat sluiten (hetgeen eind 2009  z’n beslag krijgt), reageerde Patrick op de site van <em>Psy</em>: ‘Buurthuizen hebben geen getraind personeel. Ik ben zelf een regelmatige bezoeker van het dac Zaandam. Het personeel grijpt bijtijds in als iemand dreigt af te glijden. Buurthuizen kunnen dit gewoon niet. En ook de onvoorwaardelijke acceptatie van mensen met een psychiatrische achtergrond ontbreekt. Bovendien zitten buurthuizen (en veel van hun bezoekers) absoluut niet te wachten op mensen uit de psychiatrie.’ Een dac-bezoeker uit Rotterdam liet op dezelfde site weten: ‘In een buurthuis voel ik me niet op mijn plaats met mijn beperking.’</p>
<p>En dan is er nog het financiële probleem. Het Rijk compenseert de huidige AWBZ-bezuiniging niet, zeggen gemeenten. Het geld dat met de AWBZ Pakketmaatregel van het rijk mee is gekomen naar gemeenten, is niet geoormerkt en komt niet automatisch bij ons terecht, klagen aanbieders van activiteiten en begeleiding op hun beurt.</p>
<p>Staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS riep gemeenten tijdens het congres <em>Welzijn nieuwe stijl</em> op 24 september 2009 op om van de Wmo ‘een echte participatiewet te maken’.</p>
<p>Uit mijn ronde langs aanbieders van activiteiten, dagbesteding en arbeidsreïntegratie blijkt ook het omgekeerde te gelden. Een onbedoeld effect van opeenvolgende beleidswijzigingen is dat veel Ggz-cliënten, in plaats van participeren, buiten de boot vallen .</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mannelijk onbehagen</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/11/23/mannelijk-onbehagen.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/11/23/mannelijk-onbehagen.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Nov 2009 15:43:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1081</guid>
		<description><![CDATA[Mannenbladen hebben zich nog niet gemeld voor een interview, wel veel damesbladen. Voor  Dylan van Rijsbergen (type nieuwe man), auteur van Het onbehagen van de man, een teken aan de wand.

Van Rijsbergen: ‘Mannen vinden het een gevoelig onderwerp.’ Hij wil met zijn boek juist hen aansporen zich uit het keurslijf van ‘echte’ mannelijkheid, waarin mannen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mannenbladen hebben zich nog niet gemeld voor een interview, wel veel damesbladen. Voor  Dylan van Rijsbergen (type nieuwe man), auteur van <em>Het onbehagen van de man,</em> een teken aan de wand.</p>
<p><span id="more-1081"></span><img class="alignnone size-full wp-image-1085" title="Dylan van Rijsbergen" src="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2009/11/Dylan-van-Rijsbergen.jpg" alt="Dylan van Rijsbergen" width="125" height="125" /></p>
<p>Van Rijsbergen: ‘Mannen vinden het een gevoelig onderwerp.’ Hij wil met zijn boek juist hen aansporen zich uit het keurslijf van ‘echte’ mannelijkheid, waarin mannen elkaar gevangen houden, te bevrijden. Nooit zijn er in de maatschappij meer keuzemogelijkheden voor mannen geweest als nu, houdt Dylan van Rijsbergen hen voor. ‘De vrijheid roept. Mannen hoeven elkaar alleen nog maar de ruimte te gunnen daarvan te genieten.’</p>
<p>We zitten met een taakverdeling tussen mannen en vrouwen die niet meer functioneel is, schrijft Van Rijsbergen. Mannen zijn niet per se nodig om vrouwen te beschermen en geld voor het gezin te verdienen, dat doen vrouwen zelf. De huidige samenleving vraagt andere mannen dan 40 jaar geleden. Zij weten echter niet allemaal invulling te geven aan nieuwe vormen van mannelijkheid, waardoor onlustgevoelens kunnen ontstaan. Die kun je overschreeuwen met macho-, cowboy- en gangsta-gedrag of teruggrijpen op beelden van de man als jager, zoals in reclamefilmpjes gebeurt. Of op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden. Dat laatste doet Dylan van Rijsbergen.</p>
<p><em>Waarom nú een boek over mannelijk onbehagen, de feministische golf is toch allang weggeëbd? </em></p>
<p>Dylan van Rijsbergen: ‘Omdat er steeds meer tekenen zijn van mannelijk onbehagen met de veranderde verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Er verschijnt het ene na het andere boek met stereotypes over mannelijk gedrag, zoals <em>Wat mannen echt willen</em> van Henk Noort. Een conservatief als Andreas Kinneging (rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden, <em>red</em>.) komt soms in het nieuws met beweringen over de natuurlijke verschillen tussen de seksen. Die zouden voorschrijven welke bezigheden en eigenschappen een man passen. Mannen zouden niet in staat zijn zich in te leven en voor kleine kinderen te zorgen, etc. Feminisme is Kinneging een vloek. Het zou voor eenzaamheid en verwaarlozing zorgen, zelfs voor zelfvernietiging van het Westen, omdat westerse vrouwen niet hun natuur (als moeder en hoeder, <em>red</em>.) volgen maar zichzelf zo nodig moeten ontplooien, terwijl immigranten veel kinderen krijgen.’</p>
<p>Van Rijsbergen vindt dit niet alleen conservatief en niet meer van deze tijd, maar ook onzin. ‘Daar ga ik graag tegenin, in dit geval met een boek. Een ‘genetische blauwdruk’ bestaat niet. En dat er door de grotere gelijkheid tussen mannen en vrouwen minder kinderen komen, klopt ook niet. In Scandinavische landen, waar meer vrouwen werken en betere voorzieningen zijn om arbeid en zorg te combineren, óók voor mannen, worden meer kinderen geboren dan hier. Nederland zou onder andere de regelingen voor werkende vaders moeten verbeteren.’</p>
<p><em>Deel je iets van het onbehagen dat je beschrijft?</em></p>
<p>‘Nee, mijn onbehagen zit juist bij de stereotypering en de eisen waaraan je als man zou moeten voldoen. Mannelijkheid ís niet natuurlijk, je moet het voortdurend bewijzen. Altijd op je hoede zijn, presteren. Mannen nemen elkaar steeds de maat. Ook een vrouw als Beatrijs Ritsema schrijft over mannen die slachtoffer zouden zijn van het feminisme omdat ze geen vrouwonvriendelijke moppen meer mogen tappen en zowel thuis als op het werk door vrouwen worden gedomineerd.</p>
<p>Ik denk dat mannen slachtoffer zijn van hun eigen krampachtige pogingen te voldoen aan een onhaalbaar ideaal van mannelijkheid, zeg Daniel Craig als James Bond. Treffend vind ik de observatie van de Amerikaanse schrijfster Norah Vincent, die enige tijd <em>undercover </em>als man door het leven ging. Ze had verwacht vrijer te zijn dan als vrouw en macht te hebben. Dat was niet zo. Ze voelde zich voortdurend geëvalueerd door haar omgeving en concludeerde dat ‘mannelijkheid leidt tot een deprimerend bestaan, waarin je voortdurend moet voldoen aan onrealistische verwachtingen’.</p>
<p>Het antwoord van iemand als Tijn van Ewijk (ondernemer, onderzoeker van man/vrouwrelaties, <em>red.</em>; ‘mannelijkheidsgoeroe’ volgens Van Rijsbergen) op het kennelijk door mannen ervaren verlies van mannelijkheid spreekt hem evenmin aan. Van Rijsbergen: ‘Van Ewijk is van de ‘remancipatie’, trekt zich met een groep mannen (soms met zonen) terug in het bos. Ze zitten rond de totem en het vuur op trommels te roffelen om weer bij hun oermannelijke kern te komen. Maar ik vind ook niet dat (mijn) mannelijkheid onder druk staat.’</p>
<p><em>Hoe moet je nog man zijn als je plek als kostwinner niet meer zo vanzelfsprekend is en de baas op je werk misschien wel een vrouw is, stel je als algemene vraag in je boek. En?</em></p>
<p>‘Mannen zouden zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Zij zijn gewend hun identiteit volledig aan hun werk te ontlenen. Valt dat weg, en dat is in deze crisistijd niet denkbeeldig, dan stort hun wereld in. Je bent als man ook vriend, vader of vrijwilliger in een club. Je moet je eigen ‘merk’ zijn, niet iets doen omdat dat van je verwacht wordt als man. Ik ben voor keuzevrijheid. Natuurlijk moeten mannen kunnen kiezen voor een traditionele of moderne rol. Als ze zich maar geen keurslijf laten aanmeten, of dat nu een klassieke rolverdeling is of oermannelijk spierballenvertoon omdat anderen dat voorschrijven. Doe wat jíj wilt, sta daarvoor.</p>
<p>Het gaat mij er niet om dat mannen allemaal watjes moeten worden. Niemand heeft behoefte aan huilebalken. Ik ben zelf heel ambitieus, wil graag wat neerzetten in de maatschappij. Dat is vrij masculien, maar ik hoef niet bovenop de apenrots te zitten. Daar word je niet gelukkig van.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/11/23/mannelijk-onbehagen.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stadsergonomie</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Sep 2009 07:31:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[stadsergonoom]]></category>
		<category><![CDATA[toegankelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=896</guid>
		<description><![CDATA[Mensen met een handicap komen overal nog tal van obstakels tegen. Veel steden beloven beterschap.  Utrecht voert intensief overleg met belangenorganisaties, Den Haag laat een architect alle bouwplannen beoordelen en Amsterdam heeft een stadsergonoom. 
Binnenlands Bestuur &#8211; 2009
In de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg, op de kaart gezet als ‘wijk zonder scheidslijnen&#8217;, staan anno 2009 rolstoeltoegankelijke woningen leeg, terwijl [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mensen met een handicap komen overal nog tal van obstakels tegen. Veel steden beloven beterschap.  Utrecht voert intensief overleg met belangenorganisaties, Den Haag laat een architect alle bouwplannen beoordelen en Amsterdam heeft een stadsergonoom. <span id="more-896"></span></p>
<h3>Binnenlands Bestuur &#8211; 2009</h3>
<p>In de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg, op de kaart gezet als ‘wijk zonder scheidslijnen&#8217;, staan anno 2009 rolstoeltoegankelijke woningen leeg, terwijl er wachtlijsten voor bestaan. De klacht is dat ze te ver van winkels en haltes van het openbaar vervoer liggen en dat de plateauliften, die toegang tot de woningen verschaffen, vaak kapot zijn. Ook zijn de meeste tramhaltes niet toegankelijk, ontbreken opritten bij trottoirs, zijn er veel woningen met trapjes bij de voordeur, etc. ‘Zelfs de apotheek kun je nauwelijks in,&#8217; zegt een woordvoerster van Samenwerkende Gehandicaptenorganisaties Amsterdam (SGOA).<br />
De aanleg van de nieuwe wijk Leidsche Rijn bij Utrecht was voor de gemeente aanleiding met belangenorganisaties samen te werken. Het Stedelijk Overleg Lichamelijk Gehandicapten Utrecht (Solgu) is er sinds 1995 bij betrokken. In 2005 sloten gemeente, ouderen- en gehandicaptenorganisaties een convenant af over de toegankelijkheid van de openbare ruimte.<br />
Werken aan de toegankelijkheid van nieuwe stadswijken lijkt gemakkelijk. Gemeenten en projectontwikkelaars kunnen er immers vanaf het begin rekening mee houden. Dat valt in de praktijk tegen. ‘We zitten op één lijn met de gemeente, maar bij de oplevering van Leidsche Rijn bleken toch veel geleidelijnen en andere voorzieningen te ontbreken,&#8217; zegt Hans Gorissen, medewerker toegankelijkheid, mobiliteit en wonen van het Solgu. ‘Ook de aanleg van een nieuwe wijk is een gecompliceerd proces. Mensen met een beperking vormen slechts één van de groepen gebruikers en de auto gaat meestal voor. We moeten de plannen en inrichting steeds bijstellen.&#8217; Een toekomstig ‘obstakel&#8217; is het deel van de wijk dat met een overkoepeling over de A2 heen wordt gebouwd. Er zit acht meter hoogteverschil tussen maaiveld en overkapping. Gorissen: ‘Hier moet de gemeente heel creatief zijn om haar belofte van toegankelijkheid waar te maken.&#8217;Brede doelgroep<br />
Toegankelijk bouwen is wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit. Er zijn gemeentelijke voorschriften, checklists, toegankelijkheidssites en een jaarlijkse Week van de Toegankelijkheid. Technische ondersteuning is te vinden bij verschillende organisaties, er is een Handboek en een Almanak Toegankelijkheid. Daar is sinds 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bijgekomen, die mensen met een handicap ‘compensatie van hun beperking&#8217; belooft om de beoogde participatie en zelfredzaamheid te bereiken. Waarom gaat er toch zoveel mis en hoe kan het beter?<br />
Willem Jagersma van de Chronisch zieken en Gehandicapten (CG) Raad, die zich sinds jaar en dag beijvert voor toegankelijkheid, is van mening dat er ‘meer fout dan goed&#8217; gaat in gemeenten. Of het nu om stoepen en straten gaat of om gebouwen en voorzieningen: ze zijn ‘onvoldoende of helemaal niet&#8217; toegankelijk voor mensen met een beperking. ‘Zelfs raadszalen zijn niet overal bereikbaar voor mensen die slecht ter been zijn. Toegankelijke bouwprojecten zijn nog steeds zeldzaam.&#8217; Het probleem ligt volgens hem zowel bij het ontwerp en de planning als bij de uitvoering en het toezicht. ‘Beslissers zijn niet zozeer onwillig, maar hun kennis is beperkt. In het Bouwbesluit is ook niet ingevuld wat toegankelijkheid ís. Soms is toegankelijkheid een sluitpost of zijn regels onderling tegenstrijdig, zoals die voor toegankelijkheid en veiligheid.&#8217;<br />
Hij ziet wel een omslag, om economische redenen. ‘Niet alleen gehandicapten worden uitgesloten als gebouwen, buitenruimten en voorzieningen niet toegankelijk zijn, ook groeiende groepen ouderen. Een deel van de ouderen heeft veel geld te besteden, overheden en particulieren zien omzet.&#8217; Jagersma adviseert gemeenten bij toegankelijkheid uit te gaan van een brede doelgroep. Ook vindt hij dat overheden met hún gebouwen in ieder geval het goede voorbeeld moeten geven.</p>
<p>Alles in overleg<br />
Utrecht wil dat wel, het goede voorbeeld geven. De gemeente timmert sinds 2007 aan de weg met Agenda 22. Dat is een op de 22 regels van de Verenigde Naties voor gelijke rechten van gehandicapten geënt programma, dat lokale overheden aanspoort op alle gemeentelijke beleidsterreinen rekening te houden met handicaps. ‘Bij Leidsche Rijn hebben gemeente en belangenorganisaties samen vastgesteld dat het om ditjes en datjes in de uitvoering gaat. Het ontwerp was goed,&#8217; zegt Ien van der Waal-Krijbolder, projectleider Agenda 22. Haar taak is alle ambtelijke afdelingen te doordringen van de gevolgen van hun beleid voor mensen met een motorische, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking. Ze houdt ambtenaren voor dat zij het hele bouwproces bovenop het onderwerp toegankelijkheid moeten zitten. ‘Elk team, verantwoordelijk voor een deel van het traject, moet oplossingen zoeken voor de problemen die men tegenkomt.&#8217; De bouwmanager van de dienst Stadsontwikkeling begeleidt het hele proces. ‘Hij zorgt dat de eisen voor toegankelijkheid tussen de oren komen, worden geïntegreerd in werkprocessen en constant bewaakt,&#8217; vult Frans Weijburg aan. Hij is bij Agenda 22 betrokken als beleidsmedewerker welzijn.<br />
Ontoegankelijke ‘oudbouw&#8217; wordt eveneens aangepast. Frans Weijburg: ‘We lieten 171 openbare gebouwen met een publieke functie inventariseren die geheel of gedeeltelijk ontoegankelijk zijn voor mensen met beperkingen en beginnen nu met de eerste 24 gebouwen.&#8217;<br />
Hans Gorissen van het Solgu is te spreken over Utrecht, maar zou minder afhankelijk willen zijn van de goede wil van de gemeente. ‘Vroeger moesten we om aandacht voor toegankelijkheid vechten, nu hebben we een luisterend oor. Maar eigenlijk moeten onze eisen dezelfde status hebben als die voor brandveiligheid.&#8217;</p>
<p>Stadsergonoom<br />
In 2005 bleek uit een onderzoek van SGOA dat gemiddeld slechts 65% van de tussen 1998-2004 goedgekeurde nieuwbouwplannen in Amsterdam op papier voldeed aan alle wettelijke voorschriften voor toegankelijkheid. Een steekproef onder de uitgevoerde projecten maakte duidelijk dat de score in de praktijk nog lager uitviel. Volgens de onderzoeker was sprake van gebrekkige controle van Bouw- en Woningtoezicht (‘Een plan wordt nooit om ontoegankelijkheid afgewezen,&#8217; zo citeerde hij een ambtenaar) en onvoldoende politieke aansturing. De nieuwe Openbare Bibliotheek, die mooi staat te wezen aan het Amsterdamse Oosterdok, bleek bij de oplevering in 2007 slecht toegankelijk voor mensen met een handicap.<br />
Om dit soort problemen te voorkomen, heeft Amsterdam sinds begin dit jaar een stadsergonoom, ondergebracht bij de stedelijke Dienst Ruimtelijke Ordening: Ad van der Stok. Hij gaat het gemeentebestuur adviseren over de toegankelijkheid van nieuwe openbare gebouwen, stadsvervoer en openbare ruimte. Wat de inrichting van de openbare ruimte betreft is zijn positie vooralsnog onduidelijk. De zeggenschap daarover berust namelijk niet bij de centrale stad, waar hij in dienst is, maar bij de afzonderlijke stadsdeelbesturen. Zo ook het beheer van de openbare ruimte in IJburg, dat is de verantwoordelijkheid van stadsdeel Zeeburg. Van der Stok brengt daarom eerst voor de stad als geheel in kaart wie waarvoor verantwoordelijk is en welke problemen structureel zijn. ‘Bij de toegankelijkheid van de openbare ruimte zijn honderden mensen van gemeente en stadsdelen betrokken.&#8217;<br />
Zijn de problemen in IJburg en met de bibliotheek ‘kinderziekten&#8217;, zoals Ad van der Stok vermoedt, of is er een structureel probleem? De stadsergonoom reageert afhoudend op onze vragen, hij wil nog niemand voor het hoofd stoten. Volgend jaar maar weer eens terugkomen.</p>
<p>Keurmerk voor Den Haag<br />
Den Haag heeft al heel lang een dergelijke figuur, maar die heet daar coördinator toegankelijkheid. Robert de Kloe, opgeleid als architect en specialist in toegankelijk bouwen, is met zijn afdeling Toegankelijkheid en aanpasbaar bouwen ondergebracht bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. De afdeling krijgt de bouw- en inrichtingsplannen van de hele stad onder ogen en die hebben ‘bijna allemaal kleine of grotere tekortkomingen,&#8217; zegt hij. ‘Veel ontwerpers vinden toegankelijkheidseisen al gauw onzin.&#8217; En opdrachtgevers, toezichthouders en anderen moeten constant bij de les worden gehouden. Maar De Kloe laat ons zien waar technische kennis, overtuigingskracht, eindeloos overleg, aandringen en soms ‘zachte dwang&#8217; toe kunnen leiden.<br />
De tram en ook de halte voor de deur van het stadhuis op het Haagse Spui zijn niet toegankelijk voor mensen met een motorische of zintuiglijke handicap, maar de RandstadRail die eronder loopt wél. Het ondergrondse station is goed en veilig bereikbaar. Voor slechtziende en blinde reizigers zijn er overal ribbels en geleidelijnen en voor mensen met een auditieve beperking is er reisinformatie op displays. Rolstoelgebruikers kunnen met de lift naar beneden en zo de gelijkvloerse en goed op het perron aansluitende voertuigen inrijden. De bedoeling is de ontoegankelijke oude trams, die ook nog over de rails rijden, de komende tien jaar allemaal te vervangen door rijtuigen met een lage instap. De lightrailverbinding kende veel startproblemen, maar kan wat toegankelijkheid betreft nu model staan.<br />
Ook het stadhuis/bibliotheekcomplex is van vele gemakken voor mensen met een beperking voorzien. Alle gangen, deuropeningen, liften en terrassen zijn breed en toegankelijk voor rolstoelen. Overal in het gebouw zijn invalidentoiletten en andere gemarkeerde voorzieningen, zowel voor bezoekers als voor personeel. Een deel van de infobalie in de hal is verlaagd, evenals bedieningspanelen, chipautomaten en een openbare telefoon. Voor zintuiglijke handicaps zijn er geleidelijnen, ringlijnen én een gratis Teletolk met Gebarentaal. Vanuit de kleine spreekkamertjes legt men een verbinding met een tolkencentrum. De vertolking van het onderhoud wordt geprojecteerd op een scherm. De gemeente ontving voor het stadhuis van de CG Raad een ITS-keurmerk, een blauw rolstoelsymbool op de gevel bij de entree.</p>
<p>Voorall, belangenorganisatie voor Hagenaars met een beperking, kan ‘goed door één deur&#8217; met de gemeente, zegt medewerker Jaap Trouw. ‘Er blijft echter nog genoeg te wensen over. Op veel straathoeken is de trottoirband aan één kant verlaagd, maar die aan de overkant niet. Er zijn mooie gehandicaptenparkeerplaatsen maar geen verlaagde band in de buurt om vervolgens met je rolstoel of scootmobiel de stoep op te komen. Als de straat is opgebroken, houdt men zelden tot nooit rekening met ons. Oude stadsbussen zijn voorzien van uit te klappen plateaus voor rolstoelen, maar die handeling is zo bewerkelijk dat chauffeurs ze niet gebruiken. Veel culturele voorzieningen zijn niet toegankelijk.&#8217; Zo kan hij nog wel even doorgaan. Voorall beschouwt de Wmo in dit opzicht als een steun in de rug. ‘De wet geeft een extra impuls aan het toegankelijk maken van voorzieningen.&#8217;<br />
‘De Wmo geeft ons financiële mogelijkheden voor extra beleid,&#8217; zegt ook wethouder Bert van Alphen voor Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie. Hij kwam onlangs met de nota Hoezo gehandicapt?!, waarin de gemeente streefcijfers hanteert voor toegankelijke openbare gebouwen/gebieden en voor het verstrekken van subsidie voor aanpassingen ervan. Het gaat daarbij niet alleen om gemeentelijke gebouwen en voorzieningen, maar ook om publieke gelegenheden als winkels en horeca. Ondernemers kunnen voor het aanpassen van hun nering 50% van de investering terugkrijgen uit de Stimuleringsregeling toegankelijkheid, met een maximum van €25.000,-.</p>
<p>Voor de bereikbaarheid en het gebruik van gebouwen, openbare ruimte en vervoer is permanente aandacht nodig, zoveel is duidelijk. Robert de Kloe: ‘Toegankelijkheid komt er niet vanzelf. Vijftien jaar geleden dachten we dat mijn functie na enkele jaren overbodig zou zijn, maar dat is onrealistisch. Als wij er niet bovenop zitten, verdwijnt het belang van toegankelijkheid naar de achtergrond.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
