<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Zorg &amp; welzijn</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/zorg/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 15:08:48 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>&#8220;Nina gaat met sprongen vooruit.&#8221;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Aug 2010 13:56:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[gezinshuis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1550</guid>
		<description><![CDATA[In Driehuizen wonen kinderen met  complexe problematiek  in klein gezinsverband in een gewone wijk,  gaan naar een passende school en krijgen ondersteunende therapie. In Amsterdam  zijn inmiddels acht Driehuizen.
Dit artikel verschijnt in Jeugd en Co, nummer 6
Driehuis is een nieuwe voorziening  in Amsterdam, waarin  Spirit samenwerkt met het Altra College [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In Driehuizen wonen kinderen met  complexe problematiek  in klein gezinsverband in een gewone wijk,  gaan naar een passende school en krijgen ondersteunende therapie. In Amsterdam  zijn inmiddels acht Driehuizen.<span id="more-1550"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Dit artikel verschijnt in Jeugd en Co, nummer 6</strong></p>
<p>Driehuis is een nieuwe voorziening  in Amsterdam, waarin  Spirit samenwerkt met het Altra College (speciaal onderwijs) en de Bascule (kinder- en jeugdpsychiatrie). Een Driehuisgezin bestaat uit een Driehuisouder en eventuele partner, een kind beneden en een jongere boven de twaalf. De Driehuisouder is in dienst van Spirit en wordt aangesteld voor drie jaar. Zij/hij moet een Hbo-denkniveau hebben, pedagogisch inzicht, zelfoplossend vermogen en het liefst ook ervaring met specifieke behandelprogramma’s. Ook moeten Driehuisouders goed kunnen samenwerken.</p>
<p>Er zijn nu acht Driehuisgezinnen, allemaal in nieuwbouwwijk IJburg. Het negende gezin is op komst; het moeten er dertig worden.</p>
<p>Driehuis onderscheidt zich van andere gezinshuizen door de kleinschaligheid, langdurige plaatsing en beperking tot de moeilijkste kinderen. Wij bezochten de Driehuisgenoten Claudia (36), Nina (17) en Marcel (11).</p>
<p>Ons Driehuisgezin woont in een rijtjeshuis in een nieuwerwets Amsterdams hofje op stadseiland IJburg. Nina zit in de huiskamer aan tafel te schilderen. Ze is geslaagd voor het vmbo en heeft al vakantie. Driehuisouder Claudia laat ons de tuin en benedenverdieping zien. Op de wc en langs de trap naar boven hangen kleurige schilderijen en tekeningen van Nina. Zij zal “absoluut niet” met ons willen praten, zo verwachtte Claudia van tevoren. Marcel, de jongste huisgenoot, was wel bereid. Hij is autistisch, daarom heeft Claudia de komst van de journalist goed met hem voorbereid. Maar als het zover is, is Marcel nog met het leerlingenvervoer onderweg van school naar huis. Een file.</p>
<p>“Marcel was negen toen we hier in juni 2008 kwamen wonen”, vertelt Claudia, voorheen journalist. “Hij was al twaalf keer verhuisd, moest elke keer opnieuw beginnen en vertrouwde niemand meer”. Marcel had en heeft verschillende gedragsproblemen. Zo moest hij de eerste tijd nog goed leren luisteren. Een opvoedtrainer van de Bascule kwam langs en leerde Claudia met rollenspel om duidelijk te zijn en in te spelen op Marcels specifieke gedrag en behoeften. Voor Marcel staat ‘luisteren’ handzaam uitgeschreven op een flap, die Claudia laat zien. “Het papier hangt nu aan de binnenkant van de deur, zo goed gaat het”.</p>
<p>Ook andere problemen worden, in volgorde van urgentie, aangepakt. Marcel kan grof in de mond zijn, schelden (“Dan roept hij ‘stinkende kuthoer’”, zegt Claudia), dreigen het huis in de fik te steken en haar dood te maken. Claudia: “Maar als hij ondergewicht heeft, krijgt dat prioriteit, de verbale agressie kan wachten”.</p>
<p>Het gaat bij Driehuis om kinderen met complexe problematiek die niet meer in een leefgroep of (therapeutisch) pleeggezin kunnen wonen. Willemijn van Vlerken, therapeut bij de Bascule, geeft alle aanstaande Driehuisouders een introductiecursus opvoeden, aan de hand van de uit de VS afkomstige methodiek pmto (parent management training Oregon). Zijn ze eenmaal begonnen, dan neemt een collega van de Bascule de opvoedbegeleiding op zich. Van Vlerken: “De opvoeding in Driehuizen is gericht op behandeling en ontwikkeling van de kinderen. Wij geven de opvoedouders handvatten om met moeilijk gedrag van de kinderen om te gaan en dat te verbeteren”.</p>
<p>Het Driehuisouderschap is een baan voor dag en nacht. Naast de begeleiding door de Bascule, ondersteunen Driehuisouders elkaar. De gezinnen wonen in clusters van drie bij elkaar. De ouders vormen een team en vangen elkaars kinderen op als ze een time out nodig hebben.</p>
<p>Nina groeide op in een netwerkpleeggezin, dat niet meer voor haar kon zorgen. Voordat ze bij Claudia kwam, verbleef ze in een groepshuis van Beter met Thuis, waar maximaal acht kinderen wonen. Het verschil met Driehuis is groot. Nina: “Bij Beter met Thuis is er elke dag een programma: huiswerk maken als je thuiskomt, rustmomenten, op tijd naar bed, een vaste dag in de week wasdag, zeggen wanneer je naar buiten gaat, etc. Dat is hier allemaal niet. Claudia wil wel graag weten waar ik ben, maar verder ben ik vrij. Als het nodig is, kan ik elke dag m’n kleren wassen”.</p>
<p>Nina ontpopt zich als gedreven vertegenwoordiger van Driehuis. Ze is heel positief over haar tijdelijke ouder. “Claudia luistert goed, begrijpt alles goed en ze is niet zo heel oud. Ze weet wat er in mij en Marcel omgaat. Als ik kijk naar andere Driehuisouders, vind ik haar de beste”.</p>
<p>Spirit heeft het concept van Driehuis zelf bedacht. Projectleider Resy van Broekhoven: “Veel kinderen moeten in een tehuis blijven omdat er geen alternatief is. De Hoenderloo Groep is ook een driemilieuvoorziening, in de bossen. Maar daar wonen ze op grote afstand van hun familie; het gaat in Hoenderloo bovendien om groepsopvoeding. Driehuis is een met een gezin vergelijkbare situatie, dat is wat deze kinderen nodig hebben”. Maar dan wel een gezin zonder eigen inwonende kinderen, om de Driehuiskinderen optimale aandacht geven en de kans op conflicten zo klein mogelijk te maken.</p>
<p>Samenwerkingspartner Sjerry van Vlerken, directeur van Altra College Amsterdam, wijst eveneens op het voordeel van kleinschaligheid van Driehuis. “Kinderen met zware psychiatrische problematiek zijn heel moeilijk, zowel thuis als op school. Als je ze allemaal bij elkaar in een gezinshuis zet, maken ze het ook moeilijk voor elkaar. Het is een goede keuze om slechts twee kinderen, van verschillende leeftijd, met één of twee ouders te laten wonen. Dat geeft meer rust dan in een tijdelijke voorziening met steeds ander personeel en wisseldiensten, etc. Een kind zonder veel ontwikkelingskansen kan zo tot ontplooiing komen”.</p>
<p>En dat doen ze. Nina begint volgend schooljaar op een mbo-opleiding evenementen. Ze is de afgelopen twee jaar “met sprongen vooruit gegaan”, stelt Claudia. “Ze heeft toekomstplannen, komt voor zichzelf op, loopt – letterlijk &#8211; niet meer weg voor problemen en stelt zich open voor mensen”. Ook met Marcel gaat het goed. Claudia: “Hij heeft erg veel geleerd en heeft weer zelfvertrouwen gekregen. In het begin was hij onverschillig, hij zou wel zien wat zijn zoveelste huis bracht. Nu zegt hij: ‘Ik hoef bij jou niet bang te zijn’. Ook heeft hij weer contact met zijn moeder. Nu het voor hem niet meer alleen overleven is, is er tijd over voor sociaal-emotionele ontwikkeling”.</p>
<p>Volgend jaar zit Claudia’s driejarig ouderschap erop. Ze is daar tegen die tijd wel aan toe. Dat ze haar eigen sociale leven jaren moest opgeven, heeft ze er graag voor over, maar een Driehuis runnen is “heel zwaar”. Over Marcel, die blijft ‘driehuizen’, maakt ze zich de meeste zorgen. Hoe zal het verder met hem gaan? De afgebakende periode van drie jaar met dezelfde ouder kan voor deze kinderen juist goed zijn, stelt Willemijn van Vlerken van de Bascule. “Het tijdelijke karakter kan als veilig worden ervaren. De Driehuisouder blijft daardoor voor het kind op voldoende afstand. Kinderen die het in de intimiteit van een gewoon pleeggezin niet redden, kunnen in een Driehuis toch in een gezin wonen”.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Sociaal werker is geen garagehouder maar wegenwacht: ga op mensen af!’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jun 2010 08:57:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[eropaf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1490</guid>
		<description><![CDATA[Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. 
De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.
 Congres Wmo en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. <strong><span id="more-1490"></span></strong></p>
<p>De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.</p>
<p><em><strong> Congres Wmo en Welzijn Nieuwe Stijl 2010</strong></em></p>
<p><em> Zorg + Welzijn, platform voor sociale professionals, organiseerde  eind mei een                  tweede landelijk congres over Welzijn Nieuwe Stijl. Er  kwamen rond de 600 mensen op af, vooral professionals uit de sociale  sector en gemeenteambtenaren. Sinds de invoering van de Wet  maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 zijn enkele AWBZ-taken  overgeheveld naar gemeenten, zoals de thuiszorg en de ondersteunende en  activerende begeleiding van mensen met een beperking. Hoofdvraag op het  congres was ‘hoe effectief, betaalbaar en cliëntgericht’ de Wmo is en  hoe gemeenten zich kwijten aan hun nieuwe welzijnstaak.</em></p>
<p>‘De Wmo wérkt en gemeenten voeren de wet uit zoals die is bedoeld,’ stelde Bert Holman, Wmo-projectleider is op het ministerie voor Volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) en de eerste spreker op het congres, tevreden vast. Voor de zekerheid voegde hij toe wát de bedoeling is: het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een hulpvraag of beperking. ‘De Wmo is een participatiewet, geen zorgwet,’ aldus Holman.</p>
<p>Maar al snel werd duidelijk dat de Wmo nog niet voor iedereen werkt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed onderzoek naar ervaringen van gemeenten en cliënten met de Wmo de eerste drie jaar en presenteerde de resultaten daarvan. Een opmerkelijke bevinding is dat 50% van de geïnterviewden met een beperking geen hulp of voorziening uit de Wmo nodig zei te hebben, terwijl 12,5% van de ondervraagden zei juist meer ondersteuning of zorg nodig te hebben. Onderzoekster Mirjam de Klerk van het SCP tijdens het congres: ‘Daaronder vallen vooral mensen met psychische en vermoeidheidsklachten in de leeftijdsgroep van 18-55 jaar. Zij zijn op dit moment onvoldoende zelfredzaam.’ Even opmerkelijk is dat de SCP-onderzoekster nog geen effect van de Wmo op de maatschappelijke participatie van mensen heeft kunnen vaststellen; het meedoen in de wijk of het deelnemen aan activiteiten en (vrijwilligers)werk is niet toegenomen.</p>
<p>Wat deelname aan lokale Wmo Adviesraden en beleidsvorming betreft is bekend dat ouderen en mensen met een lichamelijke beperking goed zijn vertegenwoordigd, terwijl Ggz-cliënten zijn ondervertegenwoordigd in de Adviesraden. Ook bij politieke participatie vallen mensen met psychische problemen tot nu toe meestal buiten de boot. Het congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010 bood daar zelf ook een ‘aardig’ voorbeeld van. Een ervaringsdeskundige vrouw wilde het congres op 26 mei bezoeken om op de informatiemarkt boeken te verkopen over de gewenste gastvrije samenleving, die zich openstelt voor mensen met &#8216;psychiatrisch ongemak&#8217;, zoals zij het noemt. Ze had twee billboards gemaakt met teksten over hoe zij zich de toenadering tussen cliënt, buurtbewoner en sociaal werker voorstelt. Er was echter iets misgegaan met haar aanmelding en ze mocht niet naar binnen.</p>
<p>Het cliëntenperspectief werd ingebracht door een op het programma staande zaakwaarnemer, in dit geval Robbert Boersma, directeur van Zorgbelang Zuid-Holland. Om burger- en cliëntenparticipatie bij gemeentelijke beleidsvorming te bevorderen moeten gemeenten en Wmo-adviesraadsleden volgens hem actiever op de verschillende doelgroepen afgaan, in plaats van af te wachten wie zich meld voor deelname aan die adviesraad. ‘Zoek kwetsbare groepen op, betrek mensen met ervaringsdeskundigheid erbij, werk met hen samen en maak met hen een eigen agenda,’ hield hij zijn gehoor voor. Naar zijn mening wordt ervaringsdeskundigheid nog onvoldoende als kracht gezien.</p>
<p><strong>Eropaf</strong></p>
<p>Om die eigen kracht van mensen aan te spreken is er volgens publicist Jos van der Lans, een van de leukste sprekers op het congres, een ander soort professional nodig. De sociaal werker van de toekomst treedt niet bevoogdend op, maar houdt zich ook niet afzijdig. Hij of zij is &#8216;geen garagehouder die afwacht of iemand zich met panne meldt, maar wegenwacht,&#8217; zei Van der Lans. ‘De nieuwe sociaal werker gaat op mensen af en helpt hen met een klein zetje weer opgang.’</p>
<p>Misschien dat in wijken én op het volgende congres, Welzijn Nieuwe Stijl 2011, plekken  kunnen worden ingeruimd voor verdere toenadering tussen ervarings- en sociale professionals.</p>
<p><strong>Dit artikel verschijnt binnenkort in Deviant</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Tessa doet alles voor m&#8217;n moeder. &#8216;Inwonende thuishulp: een ideale oplossing?</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/05/27/inwonende-thuishulp-een-ideale-oplossing.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/05/27/inwonende-thuishulp-een-ideale-oplossing.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 27 May 2010 17:44:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Bulgaarse]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1471</guid>
		<description><![CDATA[24-uurs zorg door Bulgaarse hulpen voor maar € 1200,- per maand. Ouderen kunnen langer thuis blijven wonen, de kosten voor zorg dalen.
Martha Schuyt is een kleine vrolijke dame van 93. Twee jaar geleden brak ze haar heup bij een val; ze werd geopereerd en revalideerde. Omdat ze ook begon te dementeren, was terugkeer naar huis [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>24-uurs zorg door Bulgaarse hulpen voor maar € 1200,- per maand. Ouderen kunnen langer thuis blijven wonen, de kosten voor zorg dalen.</p>
<p>Martha Schuyt is een kleine vrolijke dame van 93. Twee jaar geleden brak ze haar heup bij een val; ze werd geopereerd en revalideerde. Omdat ze ook begon te dementeren, was terugkeer naar huis niet mogelijk; ze kon niet lang meer alleen blijven. Haar beide dochters werkten en waren niet in staat om haar te verzorgen. Ook thuiszorg was geen optie. ‘Die vrouwen komen maar even,’ zegt dochter Loes Schuyt. Het zag er naar uit dat haar moeder het huis in Haarlem, waar ze al sinds 1945 woont, en haar vier poezen zou moeten verlaten. Tot Loes bij de huisarts een folder zag liggen van Seniorcare24, bemiddelaar voor inwonende zorghulpen: ‘We belden en een paar dagen later hadden we een aardige Bulgaarse vrouw in huis, Chrissie. Zij kreeg al snel heimwee en is teruggegaan. Toen kwam Tessa, uit Sofia. Zij werkt hier nu ruim acht maanden.’ De Bulgaarse is 58 jaar oud, moeder van vier kinderen, oma van een kleinkind en naar Nederland gehaald om te werken als thuishulp. Haar (zieke) man woont in Bulgarije.</p>
<p>Mevrouw Teuben is 75 jaar. Sinds ze een jaar geleden een herseninfarct kreeg, is ze aan één kant verlamd. Aanvankelijk ging mevrouw Teuben naar een verpleeghuis, waar weinig naar haar werd omgekeken. Toen Punt Seniorcare24 ontdekte en thuishulp aanvroeg, kon haar moeder weer terug naar huis. ‘Omdat ze veel medicijnen gebruikt en diabetes heeft, is er hulp voor dag en nacht nodig.’ Mevrouw Teuben heeft daarom twéé Bulgaarse hulpen, die elkaar afwisselen. In het begin kwam Astrid Punt, als dochter en mantelzorger, regelmatig over de vloer om te kijken of alles goed ging. &#8216;Ik deed voor hoe ze m’n moeder insuline moesten inspuiten, nu doen zij het. Eén van de vrouwen werkte in Bulgarije als verpleegkundige.’ Astrid Punt is tevreden over de thuishulpen en haar moeder ook.</p>
<p>Datzelfde geldt voor mevrouw Schuyt. Behalve huishoudelijke hulp en persoonlijk verzorgster is Tessa ook haar gezelschapsdame. De oude dame praat graag en maakt voortdurend grapjes. Veel terugzeggen kan de hulp niet, daarvoor is ook zij de Nederlandse taal onvoldoende machtig. Begrijpen doet ze mevrouw Schuyt door het intensieve dagelijkse contact wel. Ze oefenen geregeld Nederlandse woordjes samen en Tessa probeert, met ondersteuning van een woordenboek, ook stukjes in de krant te lezen.</p>
<p>Het bijzondere van de Bulgaarse hulpen is dat ze inwonen bij hun zieke of hulpbehoevende mevrouwen.  Anders dan de naam van bemiddelingsbureau Seniorcare24 suggereert, hebben de vrouwen niet 24 uur per dag, zeven dagen per week dienst. Tessa heeft een werkweek van 50 uur. Welke uren ze werkt en vrij is, gaat in overleg. Af en toe pakt ze de fiets naar het centrum van de stad, maar de meeste tijd is Tessa aan het poetsen, opruimen, koken en in de weer met mevrouw Schuyt. ‘Tessa doet alles voor m’n moeder. Ze is eigenlijk té goed,’ aldus dochter Loes. ‘Mama kan zelf ook nog wel iets, ze zou meer zelf moeten doen.’</p>
<p>De thuishulpen van Seniorcare24 worden betaald uit het pgb of met eigen geld van de cliënten/gebruikers. Mevrouw Schuyt krijgt een pgb van rond de € 4000,- per maand. Voor ‘Tessa’ betaalt ze € 1800,- aan Seniorcare24. Mevrouw Teuben betaalt € 3740,- per maand aan Seniorcare24 en aan een zorgadviesbureau dat de pgb-administratie verzorgt. De thuishulpen zelf ontvangen een salaris van ongeveer € 1200,-. ‘In het contract staat dat Seniorcare24 voor alle sociale lasten zorgt,’ zegt dochter Astrid Punt.</p>
<p>Silvia Muller van Seniorcare24 bevestigt dat. &#8216;De vrouwen worden geworven en geselecteerd, betaald en verzekerd door een Bulgaars bedrijf, Bauring. Dat detacheert hen voor werk in Nederland. Dat kan omdat Bulgarije lid is van de Europese Unie.&#8217;</p>
<p>Volgens Muller is internationale detachering een zaak tussen overheden, in dit geval Bulgarije en Nederland. Aan Nederlandse zijde loopt de detachering via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Silvia Muller: ‘De vergunning wordt telkens voor één jaar afgegeven en mag wettelijk niet langer dan vijf jaar duren.’</p>
<p>Navraag bij de SVB leert dat een organisatie als Seniorcare24 voor arbeidskrachten uit Bulgarije (en voor Roemenen geldt hetzelfde) een werkvergunning nodig heeft van het UWV Werkbedrijf.   Of de gekozen constructie door de beugel kan, valt dus te bezien.</p>
<p>Mensen die personeel inhuren met een pgb worden in Nederland beschouwd als werkgevers. Zij moeten een administratie bijhouden en loonbelasting betalen. Volgens Silvia Muller betaalt Bauring die loonbelasting aan Nederland. De instantie die het pgb verstrekt, het zorgkantoor of de gemeente houdt, met geregelde controles op de pgb-boekhouding, een vinger aan de pols of alles volgens de regels verloopt. Tegen de inkoop van zorg in het buitenland bestaat geen bezwaar.</p>
<p>In de VS, maar ook in bijvoorbeeld Italië en Oostenrijk is inwonende thuishulp een normale vorm van zorg. Seniorcare24 denkt dat er ook in Nederland een markt voor is. Muller is het bedrijf nog aan het opbouwen. ‘Volgend jaar zorgen we voor diplomering van de vrouwen. Ze moeten bijvoorbeeld kunnen omgaan met demente ouderen, een stoma kunnen verzorgen en iets afweten van medicijnen.’</p>
<p>Tessa, in Bulgarije was ze naaister, is kennelijk een natuurtalent. De omgang met de licht demente mevrouw Schuyt, die naar eigen zeggen best ‘stout’ kan zijn, verloopt uitstekend. Van haar beperkingen is in de omgang niet veel te merken. Bij het afscheid nemen maakt de oude dame enkele danspasjes, om te laten zien wat ze nog allemaal kan. Voor haar is de inwonende thuishulp in ieder geval de ideale oplossing.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/05/27/inwonende-thuishulp-een-ideale-oplossing.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Welzijn of niet zijn in Oost</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/05/17/welzijn-of-niet-zijn-in-oost.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/05/17/welzijn-of-niet-zijn-in-oost.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 May 2010 15:13:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Amsterdam Centraal]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1455</guid>
		<description><![CDATA[Het welzijnswerk heeft zijn langste tijd allang gehad. Het vak van  buurtwerker, jongerenwerker, ouderenwerker, sociaal-cultureel werker,  opbouwwerker, etc. verandert. Hij/zij biedt minder activiteiten aan,  maar helpt vragende burgers hun eigen plannen uit te voeren. Dat moet op  een concurrerende en zo goedkoop mogelijke manier, want welzijnswerk  wordt op de markt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het welzijnswerk heeft zijn langste tijd allang gehad. Het vak van  buurtwerker, jongerenwerker, ouderenwerker, sociaal-cultureel werker,  opbouwwerker, etc. verandert. Hij/zij biedt minder activiteiten aan,  maar helpt vragende burgers hun eigen plannen uit te voeren. Dat moet op  een concurrerende en zo goedkoop mogelijke manier, want welzijnswerk  wordt op de markt aanbesteed, zoals dat heet. Buurthuizen zijn nu  productiehuizen, opbouwwerkers vrijwilligersmakelaars en menig  welzijnsdenker vindt dat er ook een andere naam voor de hele sector  nodig is.</p>
<p>Wettelijk bestaat de werksoort trouwens al niet meer, sinds het  verdwijnen van de welzijnswet in 2007. Als woord zal ‘welzijnswerk’  echter voorlopig wel blijven, net als de ingeburgerde  ‘woningbouwvereniging’, die officieel al lang geleden woningcorporatie  werd, marktwerking of niet. Er zijn nog welzijnsstichtingen en ook in de  politiek wordt nog gewoon van welzijn gesproken, al komt er  tegenwoordig meestal wonen en zorg achteraan.</p>
<p>In stadsdeel Oost (een samenvoeging van Oost/Watergraafsmeer en  Zeeburg) is onlangs een nieuw stadsdeelbestuur aangetreden, van PvdA,  GroenLinks en D66. Zij sloten een programma akkoord op hoofdlijnen. De  hoofdlijn rond welzijn en zorg is dat <em>zorgend</em> sociaal beleid <em>emanciperend</em> sociaal beleid wordt. Niet passief genieten van welzijnsvoorzieningen,  maar actief burgerschap. Van mensen met wie het goed gaat verwacht het  stadsdeel dat ze huis- of buurt- en wijkgenoten die het minder hebben  getroffen (mantel)zorgend terzijde staan. En burgers die iets willen  doen of leren, of dat nu sport en ontspanning is of nuttige vaardigheden  als budgetteren en EHBO, stappen af op een organisatie als Civic,  Oost’s partner in het sociale domein, zoals dat heet. Maar juist de  burgers die dat níet doen, omdat ze niet willen of niet kunnen, vormden  decennialang het werkterrein van (onder andere) welzijnswerkers.</p>
<p>Nu is er natuurlijk niemand tegen dat een stadsdeelbestuur bewoners  stimuleert op eigen kracht te vertrouwen, in beweging te komen en te  emanciperen. In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die in de  plaats is gekomen van de welzijnswet, staat dat mensen zoveel mogelijk  zelfredzaam moeten zijn. Maar in die wet staat ook dat gemeenten de  beperkingen waar burgers mee kampen zoveel mogelijk moeten compenseren.  Dat wil zeggen dat eenzame ouderen en kwetsbare mensen met psychische  problemen, die zelf geen vriendschappen aangaan of onderhouden, gesteund  worden bij het organiseren van sociale contacten. En dat bewoners met  een lichamelijke handicap beschikken over voorzieningen om zichzelf te  kunnen redden, te reizen, etc.</p>
<p>U en ik weten dat er landelijk en in de centrale stad (gemeente  Amsterdam) bezuinigd gaat worden, veel bezuinigd. Vergoedingen uit de  AWBZ worden al enige jaren afgebouwd, omdat het beroep op die wet te  groot was geworden. Ouderen, gehandicapten, psychiatrische cliënten,  daklozen en verslaafden met ‘lichte problematiek’ kunnen geen aanspraak  meer maken op activerende of ondersteunende begeleiding naar  activiteiten in de wijk, dagbesteding wordt niet meer vergoed. In  sommige gevallen springen mantelzorgers of vrijwilligers in de bres,  maar in veel situaties ook niet. En dan moeten de bezuinigingen vanwege  de financiële en bankencrisis nog beginnen.</p>
<p>Tegenover bewoners die praktische hulp nodig hebben of een beperking  hebben zal het stadsdeel zich &#8216;faciliterend&#8217; opstellen, staat in het  akkoord op hoofdlijnen van Oost. Voor werklozen, uitkeringsgerechtigden  met een arbeidsplicht en mensen met schulden, die vanzelf boven komen  drijven omdat ze zich moeten melden of hun huur en rekeningen niet  betalen, spant het stadsdeel een ‘sociaal vangnet’. Maar de  niet-melders, de eenzamen, chronisch zieken en depressieven zonder  arbeidsplicht, die tot voor kort naar de dagbesteding of soos gingen,  wie ziet hen nog of wie zien zij? De vrijwilligersmakelaar kan lang op  hen wachten, in het productiehuis voelen ze zich waarschijnlijk niet  thuis en bemoeizorg is geen hoofdlijn. Wachten we tot de wal het schip  keert en ook zij ‘vanzelf’ te voorschijn komen, nu met zware  problematiek, of maken we een Deltaplan?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/05/17/welzijn-of-niet-zijn-in-oost.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>David</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/03/22/david.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/03/22/david.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Mar 2010 10:51:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Weblog]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1314</guid>
		<description><![CDATA[In de krant het bericht dat David Isarin een einde aan zijn leven heeft gemaakt. In het Amsterdamse Bos. Ik ben verbijsterd. Vroeger zag ik hem vaak op de camping: een lief klein blond ventje. Maar niet iedereen was kennelijk zo vertederd. David had verschillende handicaps. Hij was autistisch en slechthorend en had een hazenlip. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de krant het bericht dat David Isarin een einde aan zijn leven heeft gemaakt. In het Amsterdamse Bos. Ik ben verbijsterd. Vroeger zag ik hem vaak op de camping: een lief klein blond ventje. Maar niet iedereen was kennelijk zo vertederd. David had verschillende handicaps. Hij was autistisch en slechthorend en had een hazenlip. Daarmee is hij zijn hele leven gepest. Op school en op straat. David was vijftien.</p>
<p>Zijn moeder, filosofe Jet Isarin, heeft, naast zorgen voor hem en zijn zus, veel geschreven over het leven van en met gehandicapte kinderen. In 2002 promoveerde ze op het onderwerp ‘moederschap zonder model’. Haar dissertatie verscheen als boek onder de titel <em>De eigen ander. Moeders, deskundigen en gehandicapte kinderen</em>. Later kwam een populaire versie uit: <em>Kind als geen ander</em>. Ze deed ook verschillende onderzoeken naar de ervaringen van dove en slechthorende kinderen (<em>Hoor hen</em> en <em>Zo hoort het</em>), richtte een stichting  op die activiteiten voor hen organiseert, doet aan gehandicaptenstudies  (zie www-gehandicaptenstudies.nl), etc.  Alle aandacht en de zoektocht naar goede hulp en begeleiding van haar kind, heeft hem niet kunnen redden.</p>
<p>David Isarin kon zijn Goliath niet verslaan, zijn kwelgeesten doodden hém. Ongehoord.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/03/22/david.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cliënten Ggz tussen de wal en het schip</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 13 Feb 2010 09:11:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[WMO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1268</guid>
		<description><![CDATA[Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?

Zorg + Welzijn - maart 2010
Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?</p>
<p><span id="more-1268"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Zorg + Welzijn</strong> <strong>- maart 2010</strong></p>
<p>Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. De overheid wil dat burgers zoveel mogelijk zelfredzaam zijn en betrokken bij de samenleving. Gemeenten moeten kwetsbare burgers als cliënten van de geestelijke gezondheidszorg (Ggz) daarbij helpen. Specifieke taken in dit verband zijn: zorgen voor laagdrempelige cliëntondersteuning (mensen helpen bij de verheldering van hun vraag en bij het voeren van regie over eigen leven, etc.) en maatschappelijke participatie bevorderen. Bij chronische psychiatrische cliënten gaat het daarbij vooral om steun bij het aangaan van sociale contacten, activering en/of het begeleiden naar (vrijwilligers)werk. De uit de AWBZ gefinancierde zorg die zij daarnaast nog krijgen, valt niet onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Wel komt steeds meer AWBZ-zorg op het Wmo-bordje van gemeenten terecht. In 2009 en 2010 is dat de begeleiding van mensen met psychosociale en lichte psychiatrische problematiek.</p>
<p><strong>Kritiek</strong></p>
<p>De klacht van de kant van cliëntenorganisaties is dat niet alle gemeenten op deze nieuwe taken zijn berekend. Ggz-cliënten zouden onvoldoende in beeld zijn. Ook zijn zij nauwelijks, en minder dan ouderen en gehandicapten, vertegenwoordigd in Wmo Adviesraden. ‘Hier en daar zitten Ggz-ínstellingen in de Wmo Adviesraad, in plaats van cliënten,’ aldus Trudy Jansen, die voor het Landelijk Platform GGZ cliëntenparticipatie opzette op plekken waar dat nog niet bestond. Een andere klacht is dat van het rijk overgehevelde Wmo-gelden niet zijn geoormerkt en niet alle gemeenten die besteden aan de zaken waarvoor de middelen bedoeld zijn, zoals ondersteuning van cliënten. Soms blijkt een investering in cliëntenparticipatie weggegooid geld te zijn. Trudy Jansen: ‘Ik heb met rijksgeld bijvoorbeeld enkele Ggz-cliëntenorganisaties opgezet in Flevoland. Die verdwenen weer toen de rijksregeling was afgelopen. Gemeenten en provincie waren niet meer geïnteresseerd.’ In andere provincies werken gemeenten in het kader van de Wmo vaak samen met algemene patiënten- en consumentenorganisaties, zoals Zorgbelang. Maar daarin komen Ggz-cliënten vaak niet boven het maaiveld uit.</p>
<p>In het licht van wat het rijk wil en gemeenten te doen staat, wekt het verwondering dat bovendien veel organisaties van en voor Ggz-cliënten in zwaar weer belanden, vooral wegens gebrek aan structurele financiering. Sommigen hebben al het loodje gelegd, zoals Basisberaad in de Rijnmond en recentelijk Stichting Pandora. Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak in de Kop van Noord-Holland houdt met moeite het hoofd boven water, anderen staan op het punt van omvallen, waaronder Trimaran in Twente. Terwijl deze organisaties precies doen (of deden) wat met de Wmo wordt beoogd. Zij zijn lokale gesprekspartner, leverancier van diensten aan gemeenten, Ggz-instellingen en zorgverzekeraars én ontmoetingsplaats, trainingscentrum en werkplek voor Ggz-cliënten. Ze scheppen zo de voorwaarden om mensen, die anders veelal geïsoleerd thuis zitten, te ondersteunen, mee te laten doen en zinvol bezig te zijn.</p>
<p><strong>Omvallende cliëntenorganisaties</strong></p>
<p>Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak zag haar inkomsten – twee derde van gemeenten, een derde van Ggz-instellingen – flink teruglopen door bezuinigingen. Kleine gemeenten halveerden hun bijdragen, Ggz-instellingen zetten hun bijdrage helemaal stop. Er zijn medewerkers ontslagen en activiteiten gestopt.</p>
<p>Het Basisberaad Rijnmond is een grote belangenorganisatie voor Ggz-cliënten, daklozen en verslaafden, met straatadvocaten, een Migrantensteunpunt en Crisiskaart (een persoonlijke cliëntenpas met ‘Wat te doen in geval van crisis?’), etc. Het kreeg vooral subsidie van het rijk, gemeente Rotterdam en de provincie. Van de 22 Rijnmondgemeenten waar de organisatie voor werkte, betaalden er slechts vijf mee. Zomer 2009 kon men de eindjes niet meer aan elkaar knopen en werd faillissement aangevraagd. De dertig betaalde medewerkers verloren hun baan, honderden vrijwilligers hun bezigheden. De gemeente Rotterdam stond garant voor de helft van de benodigde middelen, maar kon het Basisberaad niet volledig overeind houden. ‘We financieren geen instituten,’ licht Rotterdams zorg- en welzijnswethouder Jantine Kriens desgevraagd toe. ‘Het gaat om de cliënten, organisaties zijn geen doel op zich.’</p>
<p>Trimaran, een vereniging van en voor Ggz-cliënten in Twente, met inloop, lotgenotencontact, belangenbehartiging en arbeidsmatige reïntegratieactiviteiten, staat op het punt van omvallen. De coördinator is al vertrokken, voor haar was geen geld meer. Vrijwilligers runnen enkele dagen per week de inloop, de belangenbehartiging moet Trimaran overdragen aan een provinciale koepelorganisatie. De AWBZ-zorgvernieuwingsgelden die de organisatie eerst ontving, werden in 2008 verdeeld over de veertien gemeenten waarvoor Trimaran werkt. De subsidie moest men per gemeente bij elkaar sprokkelen. In 2009 besloten de afnemende gemeenten Trimaran niet meer te subsidiëren. ‘Hengelo kan in zijn eentje niet de hele organisatie in de lucht houden,’ zegt de beleidsmedewerker zorg van gemeente Hengelo, waar Trimaran is gevestigd.</p>
<p>Wat De Hoofdzaak, het Basisberaad en Trimaran gemeen hebben is dat gemeenten hun werk zeer waarderen. Dat wordt zelfs vaak als onmisbaar beschouwd, mede omdat Ggz-cliënten voor gemeenten en reguliere voorzieningen zo moeilijk te bereiken zijn. In Hengelo zijn Ggz-cliënten volgens de beleidsmedewerker inderdaad ‘niet goed in beeld’. De gemeente wil de belangenbehartiging en cliëntenparticipatie van Trimaran dan ook graag behouden. Maar feitelijk financiert Hengelo in 2010 alleen de ondersteuning van Ggz-cliënten in de eigen Wmo Adviesraad.</p>
<p>Ook gemeente Rotterdam was er veel aan gelegen zoveel mogelijk diensten van het Basisberaad Rijnmond te redden. Dat is voor een deel gelukt: een aantal projecten en medewerkers is, met Rotterdamse steun, overgenomen door Zorgbelang Zuid-Holland. Andere projecten leiden een noodlijdend bestaan met enkele vrijwilligers of zijn opgeheven. Hoeveel mensen die eerst actief waren nu thuis zitten, is onbekend.</p>
<p><strong>Geen begeleiding meer</strong></p>
<p>In dezelfde periode dat cliëntenorganisaties omvallen, bezuinigt het rijk op de uit de AWBZ gefinancierde ondersteunende en activerende begeleiding van onder andere Ggz-cliënten. Uit het rapport <em>Begeleiding AWBZ 2009</em> van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) blijkt dat in de eerste drie kwartalen van 2009 al ongeveer 5000 mensen met lichte psychische problematiek te horen kregen dat ze in 2010 geen begeleiding meer vergoed krijgen. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze niet meer naar hun re-integratietraject of dagactiviteitencentrum kunnen. Het CIZ laat gemeenten weten om welke mensen het gaat, zo is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten afgesproken, zodat zij hen naar eventuele andere voorzieningen kunnen leiden.</p>
<p>Bekend is dat Ggz-cliënten zich niet altijd thuis voelen in reguliere (welzijns)voorzieningen en dat die, op hun beurt, niet allemaal openstaan voor deze doelgroep. Te vrezen is dat veel Ggz-cliënten met het verdwijnen van hun belangenorganisatie, inloop en begeleiding tussen de wal en het schip vallen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Elke wijk zijn eigen team</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/01/elke-wijk-zijn-eigen-team.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/01/elke-wijk-zijn-eigen-team.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Feb 2010 08:41:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Europese aanbesteding]]></category>
		<category><![CDATA[integrale wijkteams]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1222</guid>
		<description><![CDATA[Na twee jaar soebatten heeft de gemeente De Bilt haar ideaal:  integrale zorgteams. Sinds 1 november zijn drie zorgorganisaties gehouden hun klanten verpleging, verzorging én huishoudelijke hulp te bieden, elk in een ‘eigen’ deel van De Bilt. 
Zorgvisie &#8211; 2010
Tot vorig jaar kwam het geregeld voor dat er op één dag vijf tot tien zorgaanbieders een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Na twee jaar soebatten heeft de gemeente De Bilt haar ideaal:  integrale zorgteams. Sinds 1 november zijn drie zorgorganisaties gehouden hun klanten verpleging, verzorging én huishoudelijke hulp te bieden, elk in een ‘eigen’ deel van De Bilt. <span id="more-1222"></span></p>
<p><strong>Zorgvisie &#8211; 2010</strong></p>
<p>Tot vorig jaar kwam het geregeld voor dat er op één dag vijf tot tien zorgaanbieders een Biltse straat aandeden, zonder dat zij dat van elkaar wisten, laat staan dat ze samenwerkten. Huishoudelijke hulpen van verschillende organisaties kwamen schoonmaken, verzorgenden helpen met aankleden en verpleegkundigen wonden verzorgen en prikken. Een ongewenste, klantonvriendelijke situatie, vond het gemeentebestuur. ‘De zorg was versnipperd en verkokerd en de voorzieningen stonden te ver van de mensen af, de hulp moest van buiten de wijk komen,’ zegt verantwoordelijk zorg- en welzijnswethouder Herman Mittendorff. ‘Organisaties denken meer aan zichzelf dan aan de klant, ze willen hun territorium uitbreiden, groter worden en fuseren. Als je vanuit de klant denkt, kom je tot integrale zorg: de steunkousen, het babbeltje en de boodschappen uitgevoerd door één persoon of ten minste één organisatie.’</p>
<p>Om samenhang in het aanbod te brengen wilde de gemeente de zorg anders organiseren en besloot in het kader van de Wmo tot een innovatieproject wonen, welzijn en zorg. In 2007 ging in twee wijken MENS van start, dat staat voor meedoen, ervaren, nieuw en samen.</p>
<p>Met Herman Mittendorff reconstrueren we de gang van zaken van de afgelopen twee jaar. ‘De meeste gemeenten voerden de Wmo ‘beleidsarm’ in en deden alleen wat moest. Wij zagen de Wmo als kans om zorg en welzijn opnieuw vorm te geven.’ De wethouder praatte met welzijnsstichtingen, zorgaanbieders, woningcorporaties en vrijwilligersorganisaties, om draagvlak te creëren voor verandering. Eerst gezamenlijk het probleem onderkennen, dan een gemeenschappelijke visie ontwikkelen en vervolgens mogelijke oplossingen bedenken. Dat was de bedoeling. De Bilt sluit daartoe met tien organisaties een convenant. Het ideaal waar de gemeente haar gesprekspartners van wil overtuigen is de zorg, huishoudelijke hulp en welzijnsvoorzieningen aanbieden per wijk, kleinschalig en integraal. Daarvoor zouden verschillende aanbieders moeten samenwerken in wijkteams en opereren vanuit een centrale locatie in de buurt.</p>
<p>Aangekomen bij de oplossing van ‘samenwerken in wijkteams’ scheidden de wegen echter al snel. Ook het vanuit een pool werken, waarbij iedere huishoudelijke hulp, verzorgende of verplegende gewoon in dienst blijft bij de eigen organisatie riep praktische bezwaren op. Mittendorff: ‘De ene zorgaanbieder zei dat zijn organisatie niet op wijkniveau is ingericht, de ander dat onmogelijk met concurrenten kon worden samengewerkt, omdat de CAO’s, bedrijfsculturen en werkprocessen verschillen, er maar één klanteigenaar kan zijn, etc.’</p>
<p> </p>
<p><strong>Aanbestedingskalender</strong></p>
<p>Het integrale zorgteam komt de eerste jaren van MENS niet van de grond. Maar het opzetten van een wijkservicecentrum lukt wel. In de twee pilotwijken komt een Helpdesk waar wijkbewoners hun zorgvraag voor kunnen leggen en een Adviseur wonen, welzijn en zorg (wwz) om complexere vragen te koppelen aan de juiste aanbieder. Het als innovatieproject bedoelde MENS krijgt in april 2009 een herkansing, volgens projectleider Dorine Winkels vooral vanwege de bevlogenheid van wethouder Mittendorff. ‘Hij hield als een terriër vast aan integrale wijkteams.’ De Biltse gemeenteraad verlengt het project tot 2011.</p>
<p>Belangrijker is echter dat zich een mogelijkheid voordoet om de gedroomde integrale teams toch te realiseren. Thuiszorgorganisatie Vitras (dan nog onderdeel van het inmiddels failliete Meavita en een van de samenwerkingspartners in MENS) lijdt verlies en stopt met het aanbieden van huishoudelijke hulp. Hierdoor ontstaat ruimte voor nieuwe aanbieders in De Bilt. Gemeenten zijn wettelijk verplicht hulp in de huishouding (Europees) aan te besteden. B &amp; W onderzoekt de mogelijkheid de aanbesteding onderhands te doen, dat wil zeggen aanbieders uit de regio uitnodigen een offerte in te dienen. Dat blijkt te kunnen. Bij hulp in de huishouding worden zogenoemde A en B-diensten onderscheiden. De eerste, alleen huishoudelijke taken, moeten gemeenten aanbesteden. B-diensten, waar ook zorg en maatschappelijke diensten onder vallen, niet (zie ook <em>Zorgvisie</em>, 19 februari 2009). ‘Omdat het in De Bilt voor ruim 80% gaat om B-diensten konden we Zorg in Natura onderhands aanbesteden. Huishoudelijk hulp is een vak, de hulpen praten en signaleren ook,’ aldus wethouder Mittendorff.</p>
<p>De gemeente meldde Brussel op de (digitale) aanbestedingskalender dat ze niet Europees ging aanbesteden, maar dat onderhands ging doen. Daar kan bezwaar tegen worden gemaakt, bijvoorbeeld door zorgorganisaties van buiten de regio, maar dat gebeurde niet. Mittendorff: ‘Geen enkele zorgaanbieder diende bij ons bezwaar in. Toen konden we zaken gaan doen op de manier die wij wilden en integrale wijkteams als voorwaarde opnemen in het bestek.’ Dat betekende dat alleen (thuis)zorgorganisaties in aanmerking kwamen die zowel huishoudelijke hulp als AWBZ-zorg kunnen leveren.</p>
<p>De gemeente deelde De Bilt in vier percelen in en vroeg zorgaanbieders een offerte voor één van die percelen in te dienen Mittendorff: ‘Er waren vijf, zes organisaties die graag wilden. We hebben de drie clubs uitgekozen die het meest aan de eisen voldoen: Cordaan, Beeuwkes en De Bilthuysen. Met hen, zogenoemde preferente zorgaanbieders, hebben we prijsafspraken gemaakt en een overeenkomst afgesloten voor vier jaar. Er is geen onderscheid meer tussen A- en B-diensten. We bieden één tarief voor Zorg in Natura, namelijk € 25,50 per uur.’</p>
<p> </p>
<p><strong>Keuzevrijheid</strong></p>
<p>Als de drie gelukkigen, na afloop van de oude contracten, op 1 november in de hen gegunde wijken beginnen, werken daar geen huishoudelijke hulpen van andere organisaties meer, wel verzorgenden en verpleegkundigen van andere AWBZ-zorgaanbieders. De gemeente heeft immers geen instrument ook de AWBZ-zorg te sturen.</p>
<p>Harm Hoekstra, directeur van De Bilthuysen, vindt concurrentie rond AWBZ-zorg geen punt. ‘Klanten hebben keuzevrijheid en die moet blijven,’ vindt hij. De Bilthuysen is van huis uit een woon/zorg/dienstverlener voor ouderen, maar biedt sinds enkele jaren ook thuiszorg, waaronder huishoudelijke hulp. Hoekstra is vanaf het begin betrokken bij MENS en bereid om zijn organisatie aan te passen aan de nieuwe eisen. ‘Wij zijn een lokale organisatie, met woon- en zorgcentra, een verpleeghuis en diensten in een aantal wijken, waaronder thuiszorg. We bieden dus een hele zorgketen en hebben klanten over de hele gemeente verspreid. Nu we integrale wijkzorg gaan leveren, trekt De Bilthuysen zich terug uit wijken waar we alleen AWBZ-zorg boden.’</p>
<p>Dat verlies neemt hij, om de gekoppelde AWBZ- en Wmo-zorg in ‘zijn perceel’ verder te ontwikkelen. Harm Hoekstra: ‘We hebben een goed tarief van de gemeente gekregen, maar moeten er ook een ander product voor leveren: integrale thuiszorg en de coördinatie daarvan. Behalve het leveren van diensten, verwachten we van ons team betrokkenheid bij wat men in de wijk aantreft. Als je bij een klant komt en je ziet bij de buren verwaarlozing (vuilnis in de tuin, gordijnen nooit open), dan moet je een signaal afgeven.’</p>
<p>Vanuit het integrale team wordt ook specialistische zorg aan mensen met een verstandelijke handicap verleend, geleverd door een andere samenwerkingspartner van MENS. De Bilthuysen wil het aanbod in ‘hun’ wijk al werkende uitbreiden.</p>
<p><strong>Toekomst</strong></p>
<p>Het uiteindelijke succes is volgens projectleider Dorine Winkels vooral te danken aan het feit dat MENS met bestaande organisaties, situaties en middelen heeft gewerkt, en dat laag voor laag draagvlak is gezocht voor dat ene doel: de integrale wijkteams.</p>
<p>Die zijn er nu, maar de convenantpartners van MENS blijven bij elkaar komen. Er kan namelijk nog veel meer worden verbeterd. Zo wil men 24-uurs zorg ín de wijken organiseren, ook gedurende het weekend. Bovendien moet er een wijkrestaurant in elk wijkservicecentrum komen, wil MENS spreekuren van het gemeentelijk Wmo Loket naar de wijken halen en het mogelijk maken dat zowel bewoners die hulpbehoevend worden als hun mantelzorger(s) passende woningen krijgen binnen hun wijk.</p>
<p>Een andere vernieuwing is om behalve professionals, ook werknemers van de sociale werkvoorziening, scholieren die een maatschappelijke stage moeten doen en reïntegratiekandidaten in de wijk diensten te laten verrichten.</p>
<p>De plannen zijn er, de realisering is ter hand genomen. ‘Maar eerst zorgen dat de integrale wijkteams lopen,’ zegt wethouder Mittendorff. ‘De basisinfrastructuur ligt er nu, vanaf hier bouwen we verder.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/01/elke-wijk-zijn-eigen-team.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Bilt omzeilt aanbesteding thuiszorg</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/01/22/de-bilt-omzeilt-aanbesteding-thuiszorg.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/01/22/de-bilt-omzeilt-aanbesteding-thuiszorg.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 22 Jan 2010 08:24:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Europese aanbesteding]]></category>
		<category><![CDATA[wijkzorgteams]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1179</guid>
		<description><![CDATA[Zorg + Welzijn &#8211; 2010
Na gemeente Raalte heeft nu ook De Bilt thuiszorg die niet Europees is aanbesteed. De gemeente zocht aanbieders die huishoudelijke hulp, zorg én welzijnsdiensten leveren. Het pakket is onderhands aanbesteed aan enkele lokale zorgorganisaties.
 In 2007 start De Bilt in twee wijken met een innovatief proefproject, MENS, om zorg en welzijnsdiensten ter ondersteuning van het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Zorg + Welzijn &#8211; 2010</strong></p>
<p>Na gemeente Raalte heeft nu ook De Bilt thuiszorg die niet Europees is aanbesteed. De gemeente zocht aanbieders die huishoudelijke hulp, zorg én welzijnsdiensten leveren. Het pakket is onderhands aanbesteed aan enkele lokale zorgorganisaties.</p>
<p> In 2007 start De Bilt in twee wijken met een innovatief proefproject, MENS, om zorg en welzijnsdiensten ter ondersteuning van het zelfstandig wonen dichter bij de mensen te brengen. Het gemeentebestuur vindt de bestaande hulp te versnipperd en verkokerd. Hulpen in de huishouding van verschillende thuiszorgorganisaties komen stofzuigen, verzorgenden van weer andere organisaties helpen met de steunkousen en verpleegkundigen komen medicijnen verstrekken. Verantwoordelijk zorg- en welzijnswethouder Herman Mittendorff: ‘Het is te gek voor woorden dat er in één straat zoveel zorgaanbieders aan de deur komen, ieder op het eigen brommertje, zonder dat zij samenwerken of van elkaar weten wat ze doen.’ Dat moet anders, vindt het gemeentebestuur, en de Wmo biedt daarvoor de kans. Gemeenten regelen de thuiszorg sinds de wet van kracht is immers zelf en hebben daardoor een sturingsinstrument in handen.</p>
<p>Om draagvlak te creëren voor afstemming en integrale zorg vanuit een centrale locatie in de buurt start de wethouder overleg met tientallen lokale en regionale welzijnsstichtingen, zorgaanbieders, woningcorporaties en vrijwilligersorganisaties. Zij onderkennen het probleem en elf partners tekenen een convenant voor samenwerking. Daarna scheiden de geesten zich echter. Het werken vanuit één team, met huishoudelijke hulpen, verzorgenden en verplegenden van verschillende zorgaanbieders, stuit op grenzen en bezwaren. De ene organisatie zegt op een andere schaal te werken dan op wijkniveau, de ander dat men moeilijk met de concurrent kan samenwerken, etc.</p>
<p>Wel wordt in de twee proefwijken een wijkservicecentrum opgezet, met een Helpdesk waar bewoners hun hulpvraag voor kunnen leggen en een Adviseur wonen, welzijn en zorg om de klant naar de gewenste zorgaanbieder te leiden.</p>
<p><strong>Aanbestedingskalender</strong></p>
<p>Als het niet lukt zorgaanbieders vrijwillig samen te laten werken in integrale teams, gooit de gemeente het over een andere boeg. Op 1 november 2009 lopen de contracten voor thuiszorg af. B &amp; W besluit aan de nieuw te contracteren thuiszorgorganisaties de eis te stellen zowel huishoudelijke hulp als persoonlijke zorg en verpleging te leveren. Ook moet men bereid zijn integrale zorg te bieden vanuit een locatie in de buurt, zoals de wijkservicecentra in de proefwijken. Het onderscheid tussen de verschillende soorten hulp en zorg vervalt, er komt één uurtarief van 25,50 euro per uur. Alleen huishoudelijke taken (zogenoemde A-diensten) moeten Europees worden aanbesteed, zorg en maatschappelijke diensten (B-diensten) niet verwijzen naar eerder artikel Z + W?.</p>
<p>De combinatie van de verschillende diensten kan De Bilt dus onderhands aanbesteden. De gemeente meldt op de (digitale) aanbestedingskalender in Brussel dat De Bilt dat van plan is en wacht vervolgens af of er (benadeelde) aanbieders van huishoudelijke hulp zijn die bezwaar aantekenen. Dat gebeurt niet, waarna de weg vrij is zaken te doen zoals de gemeente wil. Men deelt De Bilt in vier wijken in, neemt integrale wijkteams als voorwaarde op in het bestek en biedt lokale/regionale zorgaanbieders aan elk een (of twee) wijken voor z’n rekening te nemen. Dat betekent dat alleen thuiszorgorganisaties in aanmerking komen die zowel huishoudelijke hulp als AWBZ-zorg kunnen leveren. Mittendorff: ‘Er waren er zes die dat graag wilden en konden. We hebben er drie uitgekozen die het best aan onze eisen voldoen: Cordaan, Beeuwkes en De Bilthuysen. Met hen hebben we prijsafspraken gemaakt en een overeenkomst voor vier jaar afgesloten.’</p>
<p><strong>Toekomst</strong></p>
<p>De elf samenwerkingspartners van het innovatieproject MENS blijven ondertussen bij elkaar komen. Men wil nog meer leun- en steundiensten koppelen aan de integrale wijkteams, zoals 24-uurs zorg in de wijk, specialistische zorg aan huis en een wijkrestaurant. Daar werkt men samen aan. In de toekomst kunnen mogelijk ook scholieren hun maatschappelijke stage lopen bij de wijkzorgteams.</p>
<p>In De Bilt werken geen huishoudelijke hulpen meer van andere organisaties dan van de drie genoemde, maar wel verzorgenden en verpleegkundigen van andere AWBZ-zorgaanbieders. De gemeente heeft immers geen instrument ook de AWBZ-zorg te sturen. Maar als de hulpbehoevende bewoners in alle wijken een voorkeur hebben voor integrale zorg en Cordaan, Beeuwkes of De Bilthuysen hun werk goed doen, is dat een kwestie van tijd.</p>
<p><strong>Zorg + Welzijn, 2010</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/01/22/de-bilt-omzeilt-aanbesteding-thuiszorg.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inspraak terug op de werkvloer</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/09/17/nieuwe-medezeggenschap-in-de-zorg.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/09/17/nieuwe-medezeggenschap-in-de-zorg.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Sep 2009 13:29:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuwe medezeggenschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=999</guid>
		<description><![CDATA[Verschillende zorginstellingen experimenteren met een nieuwe vorm van medezeggenschap. Die moet de participatie bij besluitvorming in de instellingen vergroten. De ondernemingsraad (OR) wordt als een klassiek residu uit het verleden beschouwd, die de zorgorganisaties bij voorkeur afschaffen. Anderen menen dat de vernieuwing gewoon met behoud van de OR kan. Kunnen instellingen hun OR zomaar opheffen?
Bij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Verschillende zorginstellingen experimenteren met een nieuwe vorm van medezeggenschap. Die moet de participatie bij besluitvorming in de instellingen vergroten. <span id="more-999"></span>De ondernemingsraad (OR) wordt als een klassiek residu uit het verleden beschouwd, die de zorgorganisaties bij voorkeur afschaffen. Anderen menen dat de vernieuwing gewoon met behoud van de OR kan. Kunnen instellingen hun OR zomaar opheffen?</p>
<p>Bij GGZ Noord- en Midden-Limburg functioneerde de medezeggenschap slecht. ‘Veel procedurele kwesties vertroebelden de inhoudelijke discussie. Als er “maar 5 Fte” mee gemoeid zijn, moet je dan advies vragen?,’ zegt Mies Wiegant, nu nog voorzitter van de OR. ‘Vaak ontstond een kat en muis spel tussen de Raad van Bestuur, het management en de OR.’ Managers en de Raad van Bestuur (RvB) omzeilden de OR door af te dingen op de verplichting het orgaan te raadplegen. De OR zou ‘een obstakel’ zijn dat veel tijd kost. Als OR-leden steigerden tegen deze wassen medezeggenschapsneus, stonden ze al snel te boek als ‘zeurpieten’. Dan is de gedachte achter vernieuwing van de medezeggenschap, waarbij de OR op termijn mogelijk wordt opgeheven, zowel begrijpelijk als sympathiek: houd op met procedureel gekibbel in vergaderzaaltjes en breng de inspraak terug naar de werkvloer. ‘Het ging voorheen meer over de procedure dan over de inhoud, vaak met de wet in de hand,’ zegt ook RvB-voorzitter Toine van der Sanden van dezelfde ggz-organisatie. Bestuurders en medewerkers stonden meermaals tegenover elkaar.</p>
<p>Het nieuwe medezeggenschapsmodel, waarmee GGZ Noord- en Midden-Limburg sinds september 2008 proef draait, is gericht op samenwerken van de geledingen. Een overkoepelende Raad van Medezeggenschap (RvMz), met vijf gekozen vertegenwoordigers, ziet erop toe dat medewerkers kunnen participeren, inspraak hebben en daarin ‘voldoende tot hun recht komen’? Een regieteam beoordeelt welke onderwerpen voor medezeggenschap in aanmerking komen en ad hoc samengestelde projectteams ten slotte doen daar vervolgens hun zegje over (zie illustratie voor structuur medezeggenschap). Personeelsleden die in zo’n tijdelijk projectteam zitten worden voor het benodigde aantal uren per week vrijgesteld. OR-leden doen het werk nu nog onder OR-tijd, projectteamleden krijgen de tijd die ze eraan besteden vergoed, totdat er een goede systematiek voor is gevonden.</p>
<p><strong>Kwaliteit</strong></p>
<p>De eerste ervaringen zijn positief. RvB-voorzitter Toine van der Sanden: ‘In het regieteam zijn we intensief en constructief met medewerkers in gesprek. Wij maken hen duidelijk wat de voornemens zijn en zij attenderen ons op aspecten die zij daarbij van belang vinden. We formuleren samen de opdracht aan de projectteams, die in een afgebakende tijd aan het werk gaan. Zo behouden we slagvaardigheid. Ook vraagt de RvB directeuren om de medewerkers in hun units in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken bij zaken die in de werkorganisatie spelen.’ Hij verwacht dat de kwaliteit van de besluitvorming door de nieuwe vorm van samenwerking en medezeggenschap verbetert.</p>
<p>Voor de eerste twee projectgroepen meldden zich in totaal 23 medewerkers aan. ‘Mensen zijn erg betrokken en willen graag meedenken,’ zegt OR-voorzitter Mies Wiegant. ‘Het is voor hen aantrekkelijk om kortdurend met één bepaald onderwerp bezig te zijn. We beschouwen de belangstelling voor de projectgroepen als winst ten opzichte van de OR. Daarin hielden zich nog slechts negen mensen zich met medezeggenschap bezig. Na de zomer gaan we ons voorbereiden op verkiezingen voor de RvMz en nieuwe mensen uitnodigen zich aan te melden voor het regieteam. Medewerkers hebben hun inspraak meer dan voorheen zelf in de hand. Zij zullen hun kans moeten grijpen. Het is niet alleen de vraag of het model werkt, maar ook of mensen de medezeggenschap op een goede manier gestalte geven.’</p>
<p><strong>Lakmoesproef</strong></p>
<p>Wat participatie betreft hebben de vernieuwers een punt. Het enthousiasme voor de nieuwe medezeggenschap is aanstekelijk. Maar de lakmoesproef moet nog komen. De voorgenomen fusie met een andere zorgorganisatie, ggz-instelling Mondriaan, leende zich daar goed voor. Er was een projectgroep fusie geformeerd en op advies van dat team maakte de Raad van Bestuur een informatieronde door de organisatie, waarbij de medewerkers hun mening inbrachten over de voorgenomen fusie. De fusiebesprekingen zijn echter stopgezet en dus is de projectgroep fusie weer opgeheven. Dan moet bij een volgend belangrijk punt blijken hoeveel het nieuwe model waard is. Rond een thema als fusie, met mogelijke gevolgen voor arbeidsplaatsen, kunnen concern- en personeelsbelangen immers botsen en dan komt het erop aan of medewerkers met de nieuwe medezeggenschap ‘beter tot hun recht komen’ dan met de OR.</p>
<p>Wat Mies Wiegant betreft gaat het bij medezeggenschap niet om gelijk hebben of krijgen, maar ‘om participatie en zinvolle invloed op de besluitvorming’. Zij stelt als voorwaarde dat de beslissers zich gemotiveerd verantwoorden voor wat zij wel en niet hebben overgenomen van de medewerkers.</p>
<p><strong>Samen</strong></p>
<p>Bij Ggz-instelling Bavo Europoort in Rotterdam, een van de zeven zorgbedrijven van de Parnassia Zorg Groep, is vooral de omvang reden te zoeken naar een nieuwe medezeggenschapsvorm. ‘Bavo Europoort heeft 1300 medewerkers, die zich meer deel van hun team dan van de hele instelling voelen. De medezeggenschapsstructuur moet daarbij aansluiten, de OR is te ver van hun bed,’ zegt waarnemend OR-voorzitter Paul van der Niet.</p>
<p>Bestuurder Marianne van Duijn ziet het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van bestuur en OR om te komen tot medezeggenschap die wordt gedragen door de hele organisatie. Een aantal focusgroepen, samengesteld uit alle geledingen, is gevraagd naar haar visie op medezeggenschap nu en in de toekomst. ‘Belangrijkste conclusie is dat er een te grote afstand bestaat tussen bestuur, OR en werkvloer.’ Momenteel worden <em>good practices</em> van participatie geïnventariseerd. Paul van der Niet: ‘Twee afdelingen/teams meldden al dat de medezeggenschap bij hen op de werkvloer goed geregeld is.’ Voor conclusies is het nog te vroeg, maar hij denkt dat de wettelijke OR in de toekomst een beperkte taak zal hebben. ‘Medezeggenschap moet zo laag mogelijk in de organisatie komen te liggen.’</p>
<p>Bestuur en OR willen de betrokkenheid en medezeggenschap langzaam en van onderop opbouwen. ‘Er moet geen blauwdruk van bovenaf komen, topdown zal niet werken,’ zegt Van der Niet. De vrouw <em>on top</em> is het daar mee eens en laat zich niet verleiden tot een machtswoord. Van Duijn: ‘Mijn visie is dat bestuur en medewerkers sámen tot het meest gewenste resultaat moeten komen. Daar hopen we een vorm van medezeggenschap op de werkvloer voor te vinden die kans van slagen heeft.’</p>
<p><strong>Prijs</strong></p>
<p>GGZ Noord- en Midden-Limburg won vorig jaar de innovatiewedstrijd <em>Verbeter de medezeggenschap blijvend</em> van organisatie- en adviesbureau De Beuk. Van de vier genomineerden was deze zorgorganisatie er volgens de jury het beste in geslaagd de ‘lemen lagen’ tussen bestuur, management en medewerkers te doorbreken.</p>
<p>De Beuk, dat al vele jaren OR’s in profit en non-profitorganisaties traint en adviseert over participatie en medezeggenschap, heeft een apart aanbod voor vernieuwing van de medezeggenschap: MZ Samen (zie www.beuk.nl). Wat dertig jaar geleden in de WOR is vastgelegd, past echt niet meer bij de zorgorganisatie van nu, zegt adviseur Dick Termond van De Beuk. ‘Zorgorganisaties zijn erg groot geworden en de regeldruk van boven is enorm toegenomen. Behandelaars en verpleegkundigen klagen steen en been dat ze geen greep meer hebben op hun werk. Ze willen geen invloed op het geheel, maar wel op hun eigen deel. Bestuurders willen de verantwoordelijkheid voor het werk zoveel mogelijk bij hen leggen. Daarmee organiseer je ook verbondenheid met de instelling.’</p>
<p>De huidige OR is volgens Dick Termond onvoldoende meeveranderd met de organisatie van de zorg. ‘Bij belangrijke strategische vraagstukken heeft de OR geen invloed, kijk naar wat er bij Philadelphia is gebeurd. Intern toezicht op de vastgoedinvesteringen ontbrak.’ Hij krijgt klachten van zowel bestuurders als medewerkers over de OR. ‘Personeelsleden vinden dat ze te laat bij de besluitvorming worden betrokken, dat ze te weinig invloed hebben, etc. Bestuurders en managers vinden dat ze te vaak moeten opdraven voor details en dat OR-leden onvoldoende deskundig zijn.’</p>
<p>De Beuk is nauw betrokken bij het veranderingsproces in Limburg, dat overigens ook speelt bij zorginstellingen in Zuid-Holland, Overijssel en Friesland. ‘Het verschil is dat nu medewerkers uit de hele organisatie worden betrokken bij zaken die hen aangaan, niet alleen de generalisten van de OR.’ Met maatwerk en kleine regieteams denkt én ziet hij dat medezeggenschap weer leven ingeblazen kan worden. ‘De nieuwe vormen inspireren meer.’ Wat hem betreft hoeft de OR niet weg, al is het maar om polarisatie tussen voor- en tegenstanders daarvan te voorkomen. ‘Je kunt ook innoveren onder het regiem van de WOR.’</p>
<p>Bij Bavo Europeert is de vraag naar eventuele opheffing van de OR voorbarig, maar GGZ Noord- en Midden-Limburg vraagt dit najaar ontheffing van de OR-plicht aan bij de SER. ‘Je kunt voor elke nieuwe situatie wel hobbels bedenken, maar dan kom je nooit toe aan vernieuwing,’ zegt Mies Wiegant. ‘Je kunt er ook samen voor gaan en afspreken dat je de problemen die zich voor zullen doen, gezamenlijk oplost. Misschien kom je dan tot de conclusie dat het model aangepast moet worden of dat mensen, zowel medewerkers als leidinggevenden, beter moeten leren omgaan met medezeggenschap.’ Ook volgens RvB-voorzitter Van der Sanden zal de praktijk moeten uitwijzen ‘of en hoe het nieuwe model werkt.’</p>
<p><strong>Vernieuwing bínnen de WOR</strong></p>
<p>Nu lijkt opheffing van de OR juridisch ook vrijwel onhaalbaar te zijn. Het is de SER die ondernemingen, waaronder zorgorganisaties, ontheffing moet verlenen voor de verplichte instelling van een OR. Dat doet de raad alleen (en voor de duur van vijf jaar) bij bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer sprake is van werknemerszelfbestuur. De afgelopen tien jaar is vier of vijf keer ontheffing verleend.</p>
<p>In de toelichting op de WOR staat: ‘het bestaan van een andere overlegvorm dan een ondernemingsraad is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid’. Alleen daarom al zal de SER de verzoeken om dispensatie vermoedelijk niet inwilligen. Daar komt bij dat de SER aanvullende eisen stelt als een bedrijf of instelling de OR wil opheffen. Het personeel moet zich in een enquête uitspreken of zij het ontheffingsverzoek steunt en de nieuwe beslissingsstructuur een bevredigend alternatief vindt. Uit de statuten van de onderneming moet blijken dat de nieuwe medezeggenschap niet onder doet voor wat de WOR regelt. En ten slotte moeten de vakbonden geen bezwaar maken tegen opheffing van de OR (zie  Ontheffing OR-plicht op www.ser.nl)</p>
<p>Advocaat Wijnand Blom van Eversheds Faasen in Amsterdam (<a href="http://www.eversheds.nl/">www.eversheds.nl</a>) is gespecialiseerd in arbeids- en medezeggenschapsrecht en maakt deel uit van een groep advocaten en notarissen met ervaring in de zorgsector. Hij kan zich niet vinden in de klacht dat de OR weinig invloed heeft en pas in een laat stadium wordt geconsulteerd. ‘Als de WOR goed wordt nageleefd kan de OR wezenlijk invloed hebben op de besluitvorming en is dat niet het geval, dan kan men naar de rechter stappen.’ Bovendien voorziet de WOR in de mogelijkheid (tijdelijke) commissies in stellen, die de bevoegdheid van de OR grotendeels overnemen, waarin ook niet-gekozen medewerkers kunnen zitten. ‘Het nieuwe model van GGZ Noord- en Midden-Limburg valt dus ook heel goed te realiseren bínnen de huidige OR-structuur.’</p>
<p>Blom wijst zelfs op een tekortkoming van het nieuwe medezeggenschapsmodel. Dat kent de mogelijkheid van naar de rechter stappen namelijk niet. Daarmee kunnen werknemers bij onenigheid over belangrijke kwesties als werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden zich dus aardig in de vingers snijden. En ook voor zorgondernemers kan zo’n nieuw model nadelig zijn. ‘Alternatieve medezeggenschap dient volgens de WOR gericht te zijn op het bereiken van een akkoord tussen de partners.’ Dat zou de voortgang wel eens meer kunnen belemmeren dat het ‘obstakel’ OR.</p>
<p><strong>Special HRM Zorgvisie &#8211; 2009</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/09/17/nieuwe-medezeggenschap-in-de-zorg.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Mensen willen graag geven&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2009/06/08/geld-voor-het-oprapen.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2009/06/08/geld-voor-het-oprapen.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Jun 2009 09:12:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[particulier geld zorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=916</guid>
		<description><![CDATA[Zorgvisie &#8211; 2009
Krappere overheidsbudgetten, marktwerking en kredietcrisis zetten de financiën van ziekenhuizen en zorginstellingen onder druk. Fondsen, subsidies en particuliere giften en nalatenschappen bieden soelaas. Toch is het niet eenvoudig de weg te vinden in het woud van regelingen. Adviezen om particulier geld op te halen.
Veel activiteiten die niet tot de kerntaken van de medische [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Zorgvisie &#8211; 2009</h3>
<p>Krappere overheidsbudgetten, marktwerking en kredietcrisis zetten de financiën van ziekenhuizen en zorginstellingen onder druk. Fondsen, subsidies en particuliere giften en nalatenschappen bieden soelaas. Toch is het niet eenvoudig de weg te vinden in het woud van regelingen. Adviezen om particulier geld op te halen.</p>
<p>Veel activiteiten die niet tot de kerntaken van de medische en zorgsector behoren en buiten de reguliere bekostiging vallen, zoals experimenten zorgvernieuwing, ontvangen subsidie van onder andere het rijk en de provincies. Toch is aanvullende financiering welkom. Ten eerste is het moeilijker geworden subsidie te krijgen. Aanvragen moeten aan een toenemend aantal voorwaarden voldoen. Ten tweede bestaan sommige zorgsubsidies slechts kort of zijn onzeker, bijvoorbeeld die voor personele gevolgen Wmo voor de thuiszorg en de financiering van dagbesteding op zorgboerderijen. Ten derde veranderen overheidsbeleid en wetgeving, bijvoorbeeld rond de AWBZ, en ook dat heeft directe gevolgen voor de bekostiging van extra diensten. Steeds meer zorgaanbieders wenden zich in hun zoektocht naar geld dan ook tot fondsen. Daar zijn er veel van, ongeveer 15000 en fondsen zijn over het algemeen betrouwbare financieringsbronnen. Om ze aan te spreken nemen zorgorganisaties een fondsenwerver in de hand, een ‘eigen&#8217; of een ingehuurde.</p>
<p>Een eigen fondsenwerver</p>
<p>De Zorggroep uit Limburg leidde concernstafmedewerker Wilma Matheij er apart voor op. Zij deed de HBO+ beroepsopleiding fondsenwerver B van het Instituut voor Sponsoring en Fondsenwerving. ‘Fondsenwerver is een vak. Veel ziekenhuizen doen al aan fondsenwerving, de verzorging en verpleging volgen nu.&#8217; Bij De Zorggroep komen vooral kosten voor extra welzijnsvoorzieningen voor cliënten, bijscholing van personeel, innovatie en bijzondere activiteiten in aanmerking voor financiering door derden. Wilma Matheij: ‘Zorg, dagbesteding en andere kerntaken van ons aanbod (ouderen- en gehandicaptenzorg, thuiszorg, jeugdgezondheidszorg en kraamzorg) worden uit de reguliere middelen betaald. De extra&#8217;s passen daar niet in. De jus is er af, zeg maar. Het gaat bijvoorbeeld om de inrichting van een groepsruimte van een kleinschalig woon/zorgcomplex, een belevingstuin (zie foto) voor dementerenden, snoezelruimtes, internetcafés en boottochten.&#8217;</p>
<p>Voor dit soort kosten doet Matheij een beroep op fondsen, particulieren en het bedrijfsleven. Zo organiseerde zij de afgelopen twee jaar onder andere drie galadiners voor het bedrijfsleven en de locale bevolking om geld bijeen te brengen voor verschillende doelen, waaronder de genoemde belevingstuin. </p>
<p>Ook maakt De Zorggroep opleidingskosten die niet (volledig) worden gedekt door de eigen middelen voor scholing. Voor de bijscholing van medewerkers in het omgaan met ouderen en demente cliënten vroeg De Zorggroep 1,5 miljoen euro aan uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Dat betaalt 40% van de kosten. ‘Afgelopen jaar kwam ongeveer 80% van onze extra inkomsten uit subsidies en 20% via fondsen,&#8217; zegt Wilma Matheij.</p>
<p>Zij signaleert dat landelijke fondsen, net als die van de Europese Unie steeds vaker een eigen bijdrage en/of inspanningsverplichting verlangen. De Zorggroep heeft daarom een Vriendenstichting met donateurs en legatenwerving en organiseert geregeld geldgenererende activiteiten. Men verkocht bijvoorbeeld de inboedel van een oud verpleeghuis via een rommelmarkt. Het Fonds Ouderenhulp verdubbelde de opbrengst en de bewoners die hadden moeten verhuizen, maakten van dat geld een geweldige boottocht om alle rompslomp van verhuizing te vergeten.</p>
<p>Wilma Matheij houdt nauwlettend in de gaten of en waar nieuwe financieringskansen opduiken. ‘Het Ministerie van VWS stelt tot 2011 bijvoorbeeld 80 miljoen beschikbaar voor meer variatie in wonen. Deze informatie nemen we mee bij bouwplannen voor nieuwe woonvormen voor dementerenden. De regeling en de voorwaarden zijn overigens nog niet gepubliceerd.&#8217; Ook bestaat er subsidie voor verbetering van de luchtkwaliteit in verpleeghuizen. Om daar aanspraak op te maken moet de organisatie echter zelf bereid zijn tot investeren. Relatief nieuwe spelers zijn bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen. ‘Wij maken daar graag gebruik van. Zo leverde een bank om niet de dagvoorzitter voor een symposium over 40 jaar verpleeghuiszorg.&#8217;</p>
<p>Specialistische kennis inhuren</p>
<p>Omdat zorgaanbieders door de marktwerking steeds meer gewone bedrijven worden, kunnen zij soms een beroep doen op Europese subsidies als de regeling Sociale Innovatie 2007-2013 van het ESF, voor innovatie van de arbeidsorganisatie. Dergelijke subsidiepotten worden snel overvraagd dus daar is haast bij geboden. Ook moeten aanvragen worden toegesneden op de vele subsidiecriteria. Dat is een vak apart, stelt Peter Meijer. Zijn Bureau voor subsidie- en fondsenwerving PGHM (naar z&#8217;n initialen) in Friesland werkt onder andere voor zorginstellingen. Het is niet zozeer eigenbelang als hij wijst op het gecompliceerde karakter van subsidie- en fondsenwerving, maar antwoord op de vraag of zorgbedrijven geld laten liggen. ‘Ja, zorginstellingen laten veel geld liggen omdat ze de specialistische kennis niet in huis hebben. Men weet niet wat er allemaal te koop is. Het kost veel tijd die expertise te verwerven en bij te houden en een weg te banen in het woud van regelingen en fondsen. Maar het loont de moeite. Instellingen en bedrijven zien vaak op tegen de enorme administratieve verplichtingen rond aanvraag, rapportage en verantwoording. Zij kunnen beide echter inhuren, zowel de expertise als de hele administratie.&#8217;</p>
<p>Particulier geld</p>
<p>Henk de Graaf van Alpha Fundraising Consultancy richt zich vooral op de particuliere markt. Hij herinnert eraan dat de medische en zorgsector ooit bij deze bron begonnen is. De zorg voor zieken en hulpbehoevenden was oorspronkelijk in charitatieve handen van onder andere religieuzen en moest het financieel hebben van filantropen. De namen van sommige ziekenhuizen in Nederland verwijzen daar nog naar. In Nederland heeft de verzorgingsstaat deze functie grotendeels overgenomen, maar in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is particuliere sponsoring van de medische en zorgsector heel gewoon.</p>
<p>De Graaf werkte vroeger voor de Hartstichting en het Astmafonds en werft nu giften, donaties, sponsoring en nalatenschappen voor ziekenhuizen en zorginstellingen. ‘Het gaat om zeer aanzienlijke bedragen. Je moet er goed over communiceren. Mensen willen geen geld geven om een gat in de begroting te dichten of mee te betalen aan een nieuw gebouw. Maar zeg je als ziekenhuis bijvoorbeeld dat je geld zoekt voor kankeronderzoek of kindergeneeskunde, is dat een heel ander verhaal. In principe zijn alle medische en zorgvoorzieningen te verkopen.&#8217;</p>
<p>Ziekenhuizen en zorgorganisaties moeten volgens hem niet alleen geld ophalen, maar ook een relatie met hun donateurs aangaan en hen op de hoogte stellen van wat er met hun donatie is gebeurd. Volgens De Graaf laten zij nu mogelijkheden liggen. ‘Ik zie veel koudwatervrees. Instellingen willen mensen niet lastigvallen met vragen om geld. Maar een ziekenhuis in een middelgrote stad kan per jaar ongeveer een miljoen euro aan particuliere middelen ophalen. Als jij het niet doet, haalt een ander die op.&#8217;</p>
<p>Particulier geld werven is niet iets wat je er zo even bij doet, waarschuwt ook Henk de Graaf. ‘Bereid je voor op het werk dat het met zich meebrengt en reserveer er een budget voor. Dat verdient zich terug.&#8217; Hij verwacht dat steeds meer zorginstellingen in de toekomst zelf aan fondsenwerving zullen en moeten gaan doen, of die uitbesteden aan adviesbureaus als het zijne. ‘Nu gaat het om geld voor extra&#8217;s. Zo kan bijvoorbeeld geld voor een duur apparaat als een CT-scan mede door de plaatselijke bevolking bijeen worden gebracht. Maar ook in de basiszorg, de core business, zijn tekorten. Denk bijvoorbeeld aan te weinig handen aan het bed. Waarom zou je in de toekomst geen instellingspersoneel bekostigen met particulier geld?</p>
<p>Vanzelfsprekend moet Den Haag het collectieve karakter, het solidariteitsbeginsel en de gelijke toegang tot de gezondheidszorg waarborgen. Maar daarnaast kan zorg lokaal verbeterd worden met particulier geld. Want mensen willen graag geven!&#8217;</p>
<p>Zie voor verdere informatie bijvoorbeeld: www.fondswervingonline.nl; www.fondsenvoorouderen.nl; www.pghm.nl en www.alphafc.nl</p>
<p> </p>
<h2>Handige tips</h2>
<p>· investeer in kennis van fondsen en subsidies</p>
<p>· onderzoek subsidiemogelijkheden vóóraf; al geïnvesteerde bedragen komen nooit voor subsidie in aanmerking</p>
<p>· informeer uw fondsenwerver in een zo vroeg mogelijk stadium over projecten waar u geld voor nodig heeft</p>
<p>· bouw goede contacten en netwerken op met provincies, de EU, fondsen en andere duurzame geldschieters</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2009/06/08/geld-voor-het-oprapen.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
