<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#124; Tekst, redactie &#38; research &#187; Politiek</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/politiek/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 19 Jan 2012 08:25:30 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0.1</generator>
		<item>
		<title>Linkse samenwerking, een noodzakelijk goed</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2011/10/03/linkse-samenwerking-een-noodzakelijk-goed.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2011/10/03/linkse-samenwerking-een-noodzakelijk-goed.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 03 Oct 2011 19:30:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Waterstof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=2024</guid>
		<description><![CDATA[‘Linkse partijen moeten nu snel de krachten bundelen’ schrijft Frans Timmermans, Tweede Kamerlid voor de PvdA in zijn driewekelijkse column in NRC Handelsblad. Timmermans vraagt ‘hervormingsbereidheid’ van zijn linkse vrienden en vriendinnen. Ook moet er ‘een nieuwe synthese tussen individualisme en gemeenschapszin’ komen. Gebundeld links moet, samen met het politieke midden, ‘opnieuw invulling geven aan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>‘Linkse partijen moeten nu snel de krachten bundelen’ schrijft Frans Timmermans, Tweede Kamerlid voor de PvdA in zijn driewekelijkse column in NRC Handelsblad. Timmermans vraagt ‘hervormingsbereidheid’ van zijn linkse vrienden en vriendinnen. Ook moet er ‘een nieuwe synthese tussen individualisme en gemeenschapszin’ komen. Gebundeld links moet, samen met het politieke midden, ‘opnieuw invulling geven aan de verzorgingsstaat’. Zijn betoog had zo uit het verkiezingsprogramma van GroenLinks, uit de onderhandelingsinzet voor regeringsdeelname van GroenLinks en D66 in 2010 of uit het oprichtingsmanifest van de Waterlandstichting kunnen komen. Is er dan toch nog hoop of zelfs perspectief op linkse samenwerking? Zijn ook de PvdA en SP bereid de arbeidsmarkt en de woningmarkt te hervormen? Of is polemiseren nu niet opportuun en moeten verschillen met de mantel der linkse liefde worden bedekt? Timmermans vindt dat linkse partijen, gezien grote maatschappelijke problemen als de groeiende kloof tussen arm en rijk, ‘niet meer naar elkaar moeten loeren dan naar de inhoudelijke tegenstander’. Spring over je eigen schaduw heen, zegt hij, eerst tegen zijn eigen PvdA, dan tegen de linkse broeders en zusters. Bravo!</p>
<p>Hoe verleidelijk ook, zoiets lijkt er in Nederland op het moment niet in te zitten. Binnen de PvdA gaan weliswaar jonge stemmen op de partij sterker links te profileren. Progressieve samenwerking kan daar onderdeel van zijn. Jolande Sap van GroenLinks laat op de vraag wanneer links (eindelijk) een gezamenlijke vuist gaat opheffen tegen het rechtse kabinet Rutte/Wilders, weten bij de PvdA steeds nul op de samenwerkingsrekest te krijgen. Sap: ‘Hoe vaak wil je worden afgewezen?’ D66 zoekt de ruimte meer en meer in het midden, nu de VVD, het CDA en de PvdA door respectievelijk populistisch rechts en populistisch links naar de rechter- en linkerflanken worden getrokken. Het is de vraag of D66 zich, behalve als vrijzinnig, überhaupt als links wil afficheren. En als D66 toch aan de progressieve tafel wordt genood, waarom dan niet ook de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie, zoals de site HartLinks.nl doet.</p>
<p>Bart Snels schreef onlangs een gloedvol betoog over een fusie tussen de vrijzinnige partijen GroenLinks en D66 in het midden van het politieke spectrum (in De Helling 3/2011 en Volkskrant, 17 september 2011). Kritisch GroenLinks van Leo Platvoet e.a. jaagt juist een zuiver linkse samenwerking tussen PvdA, SP en GroenLinks na. Platvoet en de zijnen putten daarvoor moed uit de vier Deense linkse partijen die onlangs, vóór de verkiezingen, een blok vormden en genoeg stemmen kregen om een centrumlinkse minderheidsregering met gedoogpartner te vormen. Daarmee stootten ze de rechts-populistische grote zus van onze Geert, de Deense Volkspartij, uit het centrum van de macht.</p>
<p>In peilingen zitten D66 en SP in de lift, ieder op eigen kracht. Zij moeten op dit moment extra worden verleid de maatschappelijke zaak zwaarder te laten wegen dan hun eigen partijbelangen. Wat de SP betreft, werkt ook de door gestaalde partijkaders in de vakbonden ingezette ramkoers tegen het gesloten pensioenakkoord, waarmee de PvdA onder voorwaarden instemde, niet mee.</p>
<p>Linkse samenwerking, het is een gekoesterd ideaal dat steeds weer de kop opsteekt en even vaak het loodje legt. Na de vorige Tweede Kamerverkiezingen trok links samen op. PvdA, GroenLinks en D66 probeerden met Rutte’s VVD een paars-groen kabinet te vormen. PvdA, GroenLinks en SP maakten begin 2011 tijdens de manifestatie Een ander Nederland een statement door naast elkaar op het podium verzet tegen het kabinet Rutte/Wilders aan te kondigen. Ze traden inderdaad hier en daar samen op tegen de bezuinigingen op de sociale werkvoorziening, passend onderwijs, cultuur en het persoonsgebonden budget. Maar verder?</p>
<p>Om heilloos kwartetten over de vraag wie wel/niet mee mag/moet doen aan linkse samenwerking, is linkse machtsvorming door gelegenheidscoalities rond een aantal thema’s momenteel de beste optie. Eerlijke verdeling van de kosten van de crises (d.w.z. mensen zonder geld niet op laten draaien voor de gevolgen van de banken/schuldencrises), lastenverzwaringen naar inkomen, investeren in onderwijs en groene economie, hervorming van de woningmarkt, activeren waar mogelijk en beschermen waar nodig van kwetsbare mensen en internationale solidariteit, met volkeren en mensenrechten in de verdrukking. Laten de partijen die elkaar op deze punten kunnen vinden eens blaffen én bijten. Rond  onderwerpen als Europa kunnen ze dan rustig van mening blijven verschillen.</p>
<p>Links, werk samen, het liefst met passie!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2011/10/03/linkse-samenwerking-een-noodzakelijk-goed.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verheffen en moraliseren</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2011/09/29/verheffen-en-moraliseren.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2011/09/29/verheffen-en-moraliseren.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Sep 2011 15:43:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Waterstof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=2021</guid>
		<description><![CDATA[In bussen in de stad Chicago (VS) komen stichtelijke boodschappen uit de luidspreker. Een operator vraagt mensen vriendelijk geen overlast voor medereizigers te veroorzaken, zoals harde muziek. Op de wand staan advertenties die verkouden mensen voorhouden zoveel mogelijk te voorkomen dat ze anderen besmetten. In een digitale regel lopen bemoedigende woorden als ‘doe je best [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In bussen in de stad Chicago (VS) komen stichtelijke boodschappen uit de luidspreker. Een operator vraagt mensen vriendelijk geen overlast voor medereizigers te veroorzaken, zoals harde muziek. Op de wand staan advertenties die verkouden mensen voorhouden zoveel mogelijk te voorkomen dat ze anderen besmetten. In een digitale regel lopen bemoedigende woorden als ‘doe je best en je zult iets bereiken’ en ‘vertrouw erop dat je van betekenis bent voor de maatschappij’. Niet gek in een land waar de meeste mensen weinig moeten hebben van overheidsbemoeienis met het persoonlijk leven. Wat opvalt, is de, oppervlakkige, aansporing tot individuele ontwikkeling en sociaal gedrag.</p>
<p>In Nederland werd een beschavingsoffensief à la Balkenende’s ‘normen en waarden’ smalend geassocieerd met spruitjeslucht en afgeserveerd als paternalisme. Toch duikt het thema steeds weer op. Eerder dit jaar kwam Andrée van Es, wethouder voor GroenLinks in Amsterdam, met een pleidooi voor hoffelijkheid in de stad <a href="../publicaties/politiek/2011/09/29/verheffen-en-moraliseren.html#_ftn1">[1]</a>. En de Wiardi Beckmanstichting (WBS), het wetenschappelijk bureau van de PvdA, wijdt nu een dubbeldik nummer van haar tijdschrift <em>Socialisme en Democratie</em> aan ‘verheffing’. Het is het tweede nummer in een serie van vijf in het kader van het dit jaar gestarte project Van Waarde. In dat project onderzoekt de WBS wat, gezien de idealen en beginselen van de PvdA, van waarde is, hoe dat onder druk staat en wat de partij eraan kan of moet doen. Het eerste Van Waarde themanummer was gewijd aan bestaans(on)zekerheid, met onderwerpen als (on)veiligheid, spanningen tussen bevolkingsgroepen, arbeid en zorg en pensioenen. En het tweede dus aan ‘verheffing’. Een divers gezelschap van wetenschappers, publicisten, journalisten en vertegenwoordigers van de PvdA en andere linkse partijen schrijft over de traditie van volksverheffing, de noodzaak van verheffing nu en de belangrijkste vehikels daarvoor: opvoeding en onderwijs. Kunst en cultuur komen slechts zijdelings aan bod.</p>
<p><strong>Links moraliseren</strong></p>
<p>Wat verstaan de auteurs onder verheffing? Monika Sie Dhian Ha, directeur van de WBS, vertaalt het oude verheffingsideaal in een 21<sup>ste</sup> eeuwse variant als ‘het goede leven doorgeven’. Een weinig politiek noch aansprekend beeld, dat eerder beelden oproept van Bourgondisch tafelen dan van mens en maatschappij op een hoger cultureel of beschavingsniveau brengen. Gastschrijvers Bas van Stokkum, filosoof/socioloog aan universiteiten in Amsterdam en Nijmegen, en Dick Pels, directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, zijn wat dat betreft duidelijker. ‘Volksverheffing is in ongerede geraakt,’ stelt Van Stokkum, maar ‘beschavingswerk is nodig om mensen beter toe te rusten voor de uitdagingen van een turbulente samenleving.’ Keuzevrijheid en zelfbeschikking zijn in zijn ogen verabsoluteerd en belangrijker geworden dan persoonlijk welzijn of ontwikkeling. Als iemand zich kapot wil drinken, is dat zijn eigen vrije keuze. Iemand die er wat van zegt zou bevoogdend of betuttelend zijn. Van Stokkum vindt dat de sociaaldemocratie/links zich uit moet spreken over leefwijzen die zij de moeite waard vindt. Wat hem betreft staan waarden als zelfbeheersing en matiging als alternatief tegenover excessief begeren en consumeren, waardige omgangsvormen tegenover ‘ik zeg wat ik wil’ of ‘bemoei je met je eigen zaken’ en actief bijdragen aan het publieke leven ten slotte tegenover alleen voor je eigen genoegens zorgen. Een eigentijds progressief beschavingsoffensief moet wel gepaard gaan met respect voor de individuele vrijheid van mensen, vindt Van Stokkum. Verleiden in plaats van verplichten dus.</p>
<p>Ook Dick Pels houdt een pleidooi voor hernieuwd paternalisme, in een niet-paternalistische vorm: ‘een beschavingsoffensief op vrijzinnige grondslag’. Vrijheid, zelfontplooiing, individuele autonomie en antipaternalisme zijn niet meer wat ze geweest zijn, maar ‘gekaapt door rechts en geperverteerd door neoliberaal consumentisme en neonationaal populisme’. Belediging is een heftige vorm van vrije meningsuiting geworden, het vrijheidsideaal is doorgeschoten en individualisme is vaak amoreel en asociaal, aldus Pels. Links moet terrein heroveren op het gebied van verheffing en weer progressief invulling geven aan vrijheid. Wat Dick Pels betreft, zou links moeten moraliseren over wijzen waarop vrijheid en emancipatie het beste kunnen worden ingevuld, bijvoorbeeld door milieubewust, verantwoordelijk en solidair gedrag en‘democratische matiging’. Daarbij moet links niet bang zijn voor elitair te worden uitgemaakt. Het vrijzinnige van dit hernieuwde paternalisme is, zo stelt Pels, duidelijk maken dat niemand de waarheid in pacht heeft over wat het goede leven is, maar wel ideeën en idealen. Het gaat er om burgers met respect voor verschillende leefwijzen en met inachtneming van het beginsel van leven en laten leven te verleiden tot goed en fatsoenlijk gedrag.</p>
<p>Andere auteurs in het <em>Socialisme &amp; Democratie</em> themanummer wijzen er op dat de sociaaldemocratie/links burgers die beschaving niet alleen moeten voorhouden maar ook voorleven, door zelf het goede voorbeeld te geven. PvdA-bestuurders die torenhoge salarissen en bonussen incasseren en anderen matiging voorhouden: dat kan niet meer. Evenals het onderwijs optuigen met opdrachten ter verheffing, zoals culturele vorming en burgerschapskunde: ook daar zit wat schrijvers als Jan Blokker jr. een grens aan. Verschillende auteurs stellen dat het onderwijs geen instrument moet zijn van steeds nieuwe, door de politiek bedachte idealen. Het onderwijs, als middel voor ontwikkeling, emancipatie en sociale stijging, is door de politiek kapot hervormd en door de markt voor economische karretjes gespannen. Het moet weer aan de onderwijsprofessionals worden overgelaten. Universiteiten moeten aan vrije wetenschapsbeoefening kunnen doen. Ook de opvoeding van kinderen is te sterk gericht op alleen werk en consumeren. Wat ontbreekt, is de opvoeding van jongeren tot kritische en verantwoordelijke burgers.</p>
<p>De <em>S &amp; D</em> bundel bevat een rijke verzameling bijdragen. Nu nog zorgen dat de wijze wegwijzers ook gezien en gevolgd worden door al die mensen, laag en hoogopgeleiden (daarover geen misverstand), met en zonder korte lontjes, die precies in tegenovergestelde richting lopen. Het is te hopen dat het Van Waarde project van de Wiardi Beckman Stichting meer wordt dan een canon en leidt tot voorbeeldgedrag en lonkende idealen.</p>
<p><em><strong>S &amp; D</strong>, maandblad van de Wiardi Beckman Stichting, jaargang 68 nummer 7 + 8 2011, Boom Tijdschriften</em></p>
<p><em>zie ook</em>: <a href="http://www.wbs.nl/node/1003">http://www.wbs.nl/node/1003</a></p>
<hr size="1" /><a href="#_ftnref1">[1]</a> ‘Hoffelijkheid maakt ontmoetingen makkelijker. Zorgt ervoor dat we elkaars grillen of rariteiten beter kunnen verdragen. Maar stelt ook een grens aan het gedrag dat we van andere respecteren.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2011/09/29/verheffen-en-moraliseren.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoofddoek, hoer en horigheid</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2011/04/28/hoofddoek-hoer-en-horigheid.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2011/04/28/hoofddoek-hoer-en-horigheid.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 28 Apr 2011 13:52:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Waterstof]]></category>
		<category><![CDATA[emancipatie]]></category>
		<category><![CDATA[hoofddoek]]></category>
		<category><![CDATA[prostitutie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1782</guid>
		<description><![CDATA[Er zijn vrouwen met een hoofddoek die carrière maken en vrouwen met een academische titel die thuiszitten en hun partner de kost laten verdienen. e-zine Waterstof #56 &#8211; mei 2011 Er zijn SGP-vrouwen die volmondig instemmen met het partijgebod dat zij als vrouwen geen passief kiesrecht hebben en prostituees die rechten als sekswerker opeisen. Als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Er zijn vrouwen met een hoofddoek die carrière maken en vrouwen met een academische titel die thuiszitten en hun partner de kost laten verdienen. <span id="more-1782"></span></p>
<p><strong>e-zine Waterstof #56</strong><strong> &#8211; mei 2011 </strong></p>
<p>Er zijn SGP-vrouwen die volmondig instemmen met het partijgebod dat zij als vrouwen geen passief kiesrecht hebben en prostituees die rechten als sekswerker opeisen. Als emancipatie zelfbeschikking en zeggenschap over eigen lijf en leven is, dan zouden bovengenoemde vrouwen allemaal geëmancipeerd kunnen zijn. Is emancipatie ook bevrijding uit een onderdrukte of tweederangs positie, loskomen uit ongelijke machtsverhoudingen en vrije, gelijke ontplooiingskansen hebben (en nemen) als mannen &#8211; en die mening ben ik toegedaan &#8211; dan wordt het complexer. Helemaal als één en dezelfde situatie emanciperend én onderdrukkend wordt gevonden, zoals het dragen van een hoofddoek en het in de prostitutie werken.</p>
<p>Is emancipatie voor iedereen of zijn er uitzonderingen?</p>
<p>Emancipatie is geen statisch begrip en staat niet los van historische en culturele contexten. Was autorijden en een hoge opleiding volgen in de jaren 60 en 70 voor veel vrouwen in Nederland een manier om vrijheid en erkenning te verwerven, tegenwoordig meet de overheid emancipatie af aan het percentage vrouwen in topposities, arbeidsparticipatie en afname van gemeld geweld. Je hoeft er de Emancipatiemonitor 2010 van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek maar op na te slaan om te zien dat er weliswaar veel is bereikt, maar dat de emancipatie van vrouwen en homo’s m/v (in het overheidsbeleid gaat het bij emancipatie vooral om vrouwen- en homo-emancipatie) in Nederland verre van &#8216;klaar&#8217; is. Er is sinds het begin van de emancipatiegolf in de jaren 70 van de vorige eeuw veel vooruitgang geboekt, maar er is nog altijd een onverklaarbaar verschil van 8 à 9% tussen vrouwen- en mannenlonen voor hetzelfde werk. Slechts de helft van de vrouwen in Nederland is economisch zelfstandig; van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse vrouwen veel minder. Arbeid en zorg zijn nog onvoldoende (eerlijk) verdeeld over mannen en vrouwen. De kans op armoede is groter voor vrouwen dan voor mannen, evenals de kans slachtoffer te worden van geweld door een bekende. Streefcijfers voor topvrouwen in het bedrijfsleven en vrouwelijke hoogleraren aan de universiteiten worden niet gehaald. Tegenover groeiende maatschappelijke acceptatie van homoseksualiteit, staat een toenemend aantal voorvallen van discriminatie en geweld. Emancipatie bevechten is naar mijn mening een kwestie van stug volhouden en dat doen doorzetters als E-quality, Women Inc en COC met verve. Emancipatiedoelen worden over het algemeen door links, liberaal en deels ook rechts erkend en zijn onomstreden.</p>
<p>Anders is het met kwesties rond gelijke rechten/behandeling waar moraal en/of religie bij komen kijken, zoals de inzet van voortplantingstechnieken, geloofsuitingen door moslima’s en prostituees, om me tot vrouwenzaken te beperken. Daar schuurt emancipatie het  meest.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>De hoofddoek </strong></p>
<p>De huidige hoofddoekjesdiscussie zou niet zo beladen zijn geweest als de politieke verhoudingen niet zo waren gepolariseerd en er geen anti-islamstemming was. In Nederland is de hoofddoek maatschappelijk omstreden geraakt. Niet alleen bij Geert Wilders, die selectief wel bij moslims maar niet bij christenen, joden, sikhs, etc. winkelt als het gaat om het dragen van religieuze kleding en symbolen, ook onder feministen. Zo vinden veel feministische vrouwen, autochtone en allochtone, het dragen van een hoofddoek een uiting van ongelijkheid en hiërarchie tussen mannen en vrouwen. Cisca Dresselhuys, lange tijd hoofdredacteur van Opzij, sloot moslima’s met hoofddoek uit van de redactie van het feministische maandblad.</p>
<p>Onlangs verbood een rechter een leerlinge het dragen van een hoofddoek op de katholieke Don Boscoschool in Volendam. In de aanloop naar het proces zat het meisje, dat weigerde de hoofddoek af te doen op school, in een aparte ruimte. Een algemeen verbod op het dragen van hoofddoekjes in het (openbaar) onderwijs en bij overheidsdiensten wees de Tweede Kamer in 2004 overigens af. Wel kwam er een hoofddoekverbod voor rechters en geüniformeerde ambtenaren.</p>
<p>Frankrijk, met zijn in de grondwet vastgelegde scheiding tussen kerk en staat, ging, deels om opportunistische redenen &#8211; Jean-Marie Le Pen haalde in 2002 de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen en werd de uitdager van zittend president Jacques Chirac &#8211; een stap verder dan Nederland. Daar geldt sinds 2004 een breed verbod op het dragen van een hoofddoek (en andere opzichtige religieuze uitingen) in overheidsdienst en publieke voorzieningen. Zo werd bij wet geregeld dat scholieren, leerlingen en leerkrachten in het lager en voortgezet onderwijs geen opvallende geloofsuitingen mochten dragen. Een aantal feministen, publicisten en intellectuelen sprak zich hiertegen uit, omdat de wet het recht op onderwijs van vrouwen aantastte. Zij waren tegen het gedwongen dragen én het gedwongen afdoen van hoofddoeken. Andere feministen ondersteunden daarentegen het regeringsbeleid. Onder de vrouwen uit Franse voorsteden, gelovige en niet-gelovige, feministische en niet-feministische, die toen onder het motto <em>Ni putes, ni soumises (Geen hoer, noch onderdanig</em><em>) </em>demonstreerden voor rechten en vrijheid, tegen sociale ellende en machismo, waren vrouwen die een hoofddoek droegen uit bescherming tegen agressie en geweld van moslimmannen/familieleden. Andere vrouwen zeiden dat juist te doen als trotse uiting van de islamitische cultuur én emancipatie.</p>
<p>Kennelijk zegt de hoofddoek op zichzelf niets over bevrijding van meisjes en vrouwen. Daarvoor is inzicht nodig in hun levensomstandigheden, kansen en perspectieven én de mening van betrokkenen zelf natuurlijk. Marokkaans- en Turks-Nederlandse meisjes en jonge vrouwen doen het in Nederland goed op school; ze halen betere resultaten dan jongens. Hun arbeidsparticipatie correspondeert met hun opleidingsniveau. Middelbare en hoog opgeleide Marokkaans- en Turks-Nederlandse vrouwen tussen 25-50 jaar werken twee keer zo vaak als hun laag opgeleide zusters. Iemand vanwege de hoofddoek een baan weigeren waarvoor geen neutraliteit nodig is, zoals voor politie en rechters, is contraproductief uit het oogpunt van emancipatie.</p>
<p>Ook goed opgeleide Marokkaans- en Turks-Nederlandse meisjes en vrouwen kunnen te maken hebben met bijvoorbeeld vrijheidsbeperking, uithuwelijking of achterlating door mannelijke familieleden of partners. Georganiseerde moslima’s, al dan niet met het uit overtuiging, gewoonte of onder druk dragen van een hoofddoek, geven aan misstanden of onderdrukking van binnenuit te willen veranderen. De minste steun die de overheid en sociale partners  aan de ene en ongelovige feministische zusters aan de andere kant kunnen geven is opleiding, ontwikkeling, ontplooiing, arbeids- en carrièrekansen, goede, beschermende wetgeving, handhaving daarvan en solidariteit. Die steun hebben overigens ook vrouwen nodig die lijden onder christelijke of anderszins religieuze druk.</p>
<p>Zelfbewuste en goed opgeleide meiden en vrouwen zijn beter toegerust zich in te dekken tegen dwang en geweld of de weg te vinden naar handhavers van wet en beleid wanneer zij daar toch mee te maken krijgen, dan zij die van school of werk worden gehaald omdat ze geen hoofddoek mogen dragen. De Afghaanse Sahar zal als hier opgeleide arts meer voor de emancipatie van vrouwen in het land van herkomst (van haar ouders) kunnen doen, dan als gesluierde jonge vrouw in Afghanistan, die binnen wordt gehouden en geen opleiding kan volgen. Koppelen moslima’s individuele vrijheidsstrijd aan emancipatiedoelen voor de hele groep, aan verandering van machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen in hun gemeenschappen, dan staan zij voor dezelfde zaak als on- of anders-gelovige feministen.</p>
<p><strong>De hoer </strong></p>
<p>Op 8 april jongstleden arresteerde een team van de Nationale Recherche, het OM en de Haagse politie 157 in Den Haag werkende prostituees (en 134 klanten, bordeelhouders, horecaondernemers, e.a.). Doel: mensenhandel en uitbuitingspraktijken opsporen. Twee mannen werden opgepakt wegens witwassen en mensenhandel. Een aantal vrouwen, afkomstig van buiten Nederland, wier namen bleken te matchen met eerder onderzoek naar mensenhandel, is opvang aangeboden. De burgemeester sloot drie bordelen, voor een maand, omdat ze niet aan de eisen voor een vergunning voldeden. Waar de overige prostituees zijn gebleven kan (wil?) de gemeente niet bekend maken. In hun ijver mensenhandelaren in de kladden te grijpen en vrouwen te bevrijden (waarvoor hulde), behandelt men alle prostituees als (potentiële) slachtoffers van mensenhandel en mensonterende werkomstandigheden. Dat is niet alleen in Den Haag zo. Ook de Amsterdamse strijd tegen mensenhandel en aanverwante wantoestanden op de Wallen, onder aanvoering van wethouder Lodewijk Asscher van de PvdA, is voortdurend prominent in het nieuws. Gemeenten die dat doen verdienen alle steun, wie is daar tegen? Kwetsbare vrouwen hebben extra inzet van de overheid nodig. Maar het uitgangspunt dat prostituees (ik beperk me hier tot vrouwen) op voorhand slachtoffer van slechte jongens/mannen en een enkele vrouw zijn, laat geen ruimte voor andere realiteiten. Bijvoorbeeld dat Nederlandse studentes of vrouwen uit de Filipijnen, de Dominicaanse Republiek of Oeganda, ook moeders, in de seksindustrie hun brood (willen) verdienen voor een luxe leventje of hun gezin. Bovendien verzwakt de slachtofferbenadering hun positie, waar empowerment meer op z’n plaats zou zijn. Wordt uitbuiting in bijvoorbeeld de tuinbouw, confectieateliers of bloembollenteelt aangepakt door de Arbeidsinspectie, Sociale zaken en de vakbonden, uitbuiting van prostituees roept paternalistische bescherming op en wordt in handen van politie en justitie gelegd. De Nederlandse verzorgingsstaat wordt afgebouwd, eigen kracht en verantwoordelijkheid zijn de basis van zorg, sociale en arbeidswetgeving geworden, maar prostituees neemt vadertje het heft uit handen. Veel minder bekend is dat Amsterdam op papier ook een op emancipatie gericht prostitutiebeleid voert. Dat komt de stad dan weer op een berisping te staan van Dick Pels, directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks en oprichter van dit e-zine Waterstof en de Waterlandstichting. Pels noemt het Amsterdamse prostitutiebeleid in de <em>Groene Amsterdammer</em> van 17 maart j.l. een voorbeeld van vrijzinnige naïviteit. “Er wordt over prostituees gesproken als sekswerkers, alsof het gewone zelfstandige ondernemers zijn. Je moet veel wantrouwiger zijn tegenover deze industrie. (…) Prostitutie is geen normaal beroep.” Dat laatste vinden de meeste prostituees zelf ook, maar voor vrouwen die ervoor kiezen geld te verdienen met prostitutie, is het desondanks werk, sekswerk om precies te zijn. Organisaties van en voor prostituees willen dat prostitutie ook als zodanig wordt erkend, met alle rechten die daar bij horen. Ook plichten als belasting betalen zijn sinds de afschaffing van het Nederlandse bordeelverbod in 2000 normaal geworden. Arbeidsrechten van prostituees, in legale bedrijven, worden nu op grote schaal geschonden. Dat drijft vrouwen de illegaliteit in. Misstanden, en die zijn er veel in deze branche, moeten bestreden worden, natuurlijk. Daar zijn wetten voor. Maar vrouwen die het recht hebben zich als prostituee te vestigen en een beroep op de Arbeidsbescherming kunnen doen,  kunnen zich beter tegen mensenhandel, verkrachting, dwang, uitbuiting, etc verweren, dan vrouwen die zich moeten verbergen. Worden zij slachtoffer van dwang of geweld, dan moeten zij hulp (kunnen) krijgen, al dan niet na aangifte; daders moeten worden vervolgd. De handhavende overheid moet meehelpen de branche tot een fatsoenlijke bedrijfstak te maken.</p>
<p>In veel landen zijn organisaties van en voor rechten van prostituees actief, om veilig te werken, goede arbeidsomstandigheden en gezondheidsvoorzieningen af te dwingen en corrupte politie en politici (letterlijk) van hun lijf te houden. Niet alleen in westerse landen als het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Nederland, ook in bijvoorbeeld Taiwan (COSWAS), Hong Kong (Zi Teng), Oeganda (WONETHA), Ecuador (Asociacion Feminina de Trabajadoras Autonomas de 22 de Junio de El Oro) en Peru (Asociación de Trabajadoras Sexuales Mujeres del Sur).</p>
<p><strong>Geen redding maar rechten </strong></p>
<p>Het is een denkfout moslima’s met hoofddoek en prostituees rechten te ontzeggen en van emancipatie uit te sluiten, omdat ze (potentieel) slachtoffer zijn van geweld, uitbuiting en onderdrukking door mannen. Die zouden eerder tot de conclusie moeten leiden dat er e<em>Man</em>cipatie nodig is. Hoe leren (we) mannen om te gaan met vrouwen als vrije burgers, met dezelfde rechten als zij, en af te zien van dwang en geweld?</p>
<p>Behalve sekswerker van vlees en bloed is ‘hoer’ de slechte vrouw metafoor voor vrouwen als zodanig. Rotjochies op straat kunnen willekeurige meiden en vrouwen voor ‘hoer’ uitmaken, net als vaders/broers hun dochters/zussen die de bloemetjes buiten zetten of zonder hoofddoek de deur uitgaan en mannen hun vrouwelijke partner die vreemdgaat. Als meisjes/vrouwen niet tot hun (seksuele) beschikking staan of zich niet houden aan codes die mannen hen opleggen, dan zijn zij lager dan het laagste en doelwit van, in hun ogen gerechtvaardigd, geweld. Dat is de boodschap van ‘hoer’. Emancipatie van prostituees dient daarom de algemene vrouwenzaak. De seksualiteit van vrouwen, iets wat veel mannen graag willen &#8216;hebben&#8217;, verdient respect, geen minachting en vernedering.</p>
<p>Vrouwen die, als vrouw, onder de duim worden gehouden, onvrij zijn of onder horige, erbarmelijke omstandigheden leven en die zich willen ontdoen van knellende tradities en onderdrukkende situaties, hebben de steun van anderen het hardste nodig. Met of zonder hoofddoek, binnen of buiten de seksbusiness. Vrouwen die hun omstandigheden proberen te verbeteren, verdienen solidariteit, al moeten emancipatiedenkers ervoor in een spagaat. Eventuele ambivalente gevoelens of afkeuring over hun keuze, komen op het tweede plan. Het kan naïef zijn om te streven naar lotsverbetering en mensenrechten voor maatschappelijke paria’s als prostituees. Het omgekeerde, verwachten dat vervolging en criminalisering hen zal redden uit handen van handelaren, is minstens zo naïef.</p>
<p><em>We want rights, no rescue</em>, zeggen georganiseerde prostituees, op internationale congressen bijeen<em>.</em> En ze hebben gelijk. Als prostituees moeten wachten tot de prostitutie is verdwenen, wordt het nooit wat met hun emancipatie. Emancipatie is voor iedereen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2011/04/28/hoofddoek-hoer-en-horigheid.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Sex workers willen rechten, geen redding.&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2009/09/13/hoerenrechten-in-oeganda.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2009/09/13/hoerenrechten-in-oeganda.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 Sep 2009 15:33:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[sex workers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1052</guid>
		<description><![CDATA[Omdat prostituées per definitie als slachtoffers worden gezien, zijn ze kwetsbaar voor vrouwenhandelaren, zegt de Oegandese Kyomya Macklean van WONETHA, een organisatie die opkomt voor sex workers. &#8216;Wij leren prostituées voor zichzelf op te komen en trots te zijn. Veel vrouwen hebben dit vak gekozen.&#8217; Natuurlijk heeft ze het Red Light district bezocht. De vrouwen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Omdat prostituées per definitie als slachtoffers worden gezien, zijn ze kwetsbaar voor vrouwenhandelaren, zegt de Oegandese Kyomya Macklean van WONETHA, een organisatie die opkomt voor <em>sex workers</em>. &#8216;Wij leren prostituées voor zichzelf op te komen en trots te zijn. Veel vrouwen hebben dit vak gekozen.&#8217; <span id="more-1052"></span></p>
<p><img class="alignright size-medium wp-image-1067" title="Kyomya Macklean van hoerenorg Oeganda" src="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2009/11/Kyomya-Macklean-van-hoerenorg-Oeganda4-225x300.jpg" alt="Kyomya Macklean van hoerenorg Oeganda" width="225" height="300" /></p>
<p>Natuurlijk heeft ze het Red Light district bezocht. De vrouwen achter de ramen op de Amsterdamse wallen hebben betere arbeidsomstandigheden dan de prostituées in Oeganda, dat had ze snel gezien. ‘Ze hebben meer veiligheidsmaatregelen en zeggenschap over welke klanten ze wel of niet binnenlaten.’ Kyomya Macklean (27) uit de Oegandese hoofdstak Kampala is prostituée en directeur van de Women’s Organisation Network for Human Rights Advocacy (WONETHA), die <em>sex workers</em> verenigt en opkomt voor hun rechten. Ze was deze week in Amsterdam om een netwerkbijeenkomst voor hoeren-, mensenrechten- en donororganisaties uit verschillende werelddelen bij te wonen.</p>
<p>Hoewel de naam verhullend is, gaat WONETHA in Oeganda sinds 2006 openlijk de strijd aan met de autoriteiten. Als prostituées bijvoorbeeld worden gechanteerd door ambtenaren (geen gratis seks, dan geven ze foto’s van de vrouwen aan de krant) gaat er een klacht naar het gemeentebestuur. WONETHA schopte stennis toen prostituées gratis condooms kregen uitgedeeld onder het mom van aids-preventie en vervolgens werden gearresteerd omdat het bezit van die condooms ‘bewijs voor prostitutie’ vormde, hetgeen strafbaar is.</p>
<p>Door deze voorvallen zorgen wantrouwen veel <em>sex workers</em>  de goede bedoelingen van gezagsdragers en hulpverleners die hen benaderen. Kyomya heeft weinig last van wantrouwen en daarom zal zij ook de voorvrouw zijn van WONETHA, die inmiddels 360 leden telt. Ze staat mij als journalist frank en vrij te woord.</p>
<p>&#8216;Ik ging op m’n 19<sup>de</sup> als prostituée werken, in Kampala,’ zegt Kyomya, ‘om mijn schoolgeld  en dat van m’n zussen en broertje te verdienen. Ik onderhield ook mijn moeder. Zij was verstoten door m’n vader, vrouwen zijn bezit in Oeganda. M’n klanten waren arbeiders, journalisten, onderwijzers, etc. We ontmoetten elkaar op straat, soms via een tussenpersoon, en hadden seks in clubs. Het was gemakkelijk. Met <em>sex work</em> kon je direct beginnen, je had er geen opleiding of startkapitaal voor nodig. Ik hield ook van de aandacht die mannen me gaven. Als student had ik soms ‘sugar daddies’ die me onderhielden.’ Nu besteedt ze veel tijd aan haar organisatie.</p>
<p>Vanuit het kantoor van WONETHA in Kampala voeren Kyomya en twee andere <em>sex workers</em> die voor de organisatie werken, campagne tegen de stigmatisering van prostituées en voor decriminalisering van het vak. ‘<em>Sex work</em> is wérk en <em>sex workers</em> zijn ménsen’, benadrukt ze. ‘Er moeten goede arbeids- en levensomstandigheden komen.’</p>
<p>Net als in veel andere landen is prostitutie in Oeganda illegaal, hebben hoeren – die er net als overal op de wereld in grote getale zijn – een lage status en zijn ze rechteloos. ‘Dat maakt prostituées kwetsbaar. Vooral de vrouwen die op straat werken zijn vaak slachtoffer van geweld, van klanten maar ook van de politie.’</p>
<p>Hoewel er ook in Oeganda meisjes en vrouwen gedwongen in de prostitutie zullen werken, beschouwt Kyomya prostituées niet per definitie als slachtoffers. ‘Veel vrouwen hebben voor dit werk gekozen.’ Ze draait de redenering juist om: ‘Omdat <em>sex workers</em> als slachtoffers worden gezien, zijn ze kwetsbaar en is hun positie zwak. Vrouwen denken dat ze geen recht hebben om voor zichzelf op te komen.’</p>
<p>Eén van de belangrijkste opgaven van WONETHA vindt ze dan ook de <em>empowerment </em>van de vrouwen, het ontwikkelen van zelfrespect en beroepstrots. ‘Wees zelfbewust,’ houdt Kyomya de <em>sex workers</em> tijdens trainingen voor. ‘Benader mannen niet vanuit een gevoel van onderdanigheid. Sta stevig tegenover je klant en eis loon naar werken! Vrouwen moeten leren er plezier in te hebben en goed te verdienen,’ lacht ze.</p>
<p> <a href="http://www.wonetha.4t.com">www.wonetha.4t.com</a></p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p><em> </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2009/09/13/hoerenrechten-in-oeganda.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het rijke roze leven</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2009/04/02/het-rijke-roze-leven.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2009/04/02/het-rijke-roze-leven.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Apr 2009 14:58:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[lesbo-encyclopedie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=859</guid>
		<description><![CDATA[Lover &#8211; 2009 Dertig jaar na verschijning van het Lesbisch Prachtboek is er nu dan de Lesbo-encyclopedie. Anders van opzet, maar met vrijwel hetzelfde doel: schrijven over het lesbische bestaan geeft uitdrukking aan dat bestaan, bevestigt, viert en schept het, maakt het zichtbaar. Zwart op wit op roze. De prachtig uitgegeven en rijk geïllustreerde encyclopedie [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Lover &#8211; 2009</h3>
<p>Dertig jaar na verschijning van het Lesbisch Prachtboek is er nu dan de Lesbo-encyclopedie. Anders van opzet, maar met vrijwel hetzelfde doel: schrijven over het lesbische bestaan geeft uitdrukking aan dat bestaan, bevestigt, viert en schept het, maakt het zichtbaar. Zwart op wit op roze. De prachtig uitgegeven en rijk geïllustreerde encyclopedie dient niet alleen als naslagwerk, voor wie maar geïnteresseerd is in lesbische feiten en verhalen. Het moet ook herkenning bieden voor de doelgroep zelf en lesbische vrouwen een hart onder de riem steken. Zij worden zelfs opgeroepen hun geaardheid actief uit te dragen om de lesbische zichtbaarheid te vergroten en paden te banen voor de lesbo&#8217;s die er (nog) niet voor kunnen, willen of durven uitkomen. Wat dat betreft is de Lesbo-encyclopedie ook een statement.<br />
Niet voor niets is de heldinnengalerij helemaal in het begin van het boek te vinden. Tientallen ‘lesbiconen&#8217; prijken er, vooral sportvrouwen, schrijfsters, radicaal-feministische voorvrouwen, tv-sterren en enkele politici. Rolmodellen in verschillende soorten en maten, voor elk wat wils. De redactie maakt apart melding van de hoge lesbische score van de NOS. In 2008 stonden vier NOS-medewerksters bekend als gevoelsgenoten, dat is niet verkeerd. De encyclopedie heeft alleen betrekking op Nederland, maar onder de iconen bevinden zich ook buitenlandse pronkstukken. ‘Zij spreken tot de verbeelding en mogen niet ontbreken,&#8217; zegt Linda Huijsmans, die samen met Mirjam Hemker de redactie vormde. Menig lesbeau zag immers het levenslicht door de muziek van Joan Armatrading of k.d. lang en verdreef de eenzaamheid met boeken van Sarah Waters.</p>
<p>Hiaten vullen<br />
In de verantwoording schrijven de samenstellers dat zij geen wetenschappelijke pretentie met het boek hebben. Toegankelijkheid en het bijeenbrengen van zoveel mogelijk wetenswaardigheden vinden zij belangrijker. Daar zijn zij, samen met de honderd vrouwen en een enkele man die informatie aandroegen en teksten schreven, goed in geslaagd. Deze lesbipedia bevat een imposante verzameling lemma&#8217;s met namen, weetjes en verklaringen. De encyclopedie vult hiaten in kennis. Zo vermeldt zij bijvoorbeeld dat één op de vijf lesbische vrouwen die nooit met een man hebben gevreeën, besmet is het HPV-virus, dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken. Een gegeven dat we in de ‘gewone&#8217; media niet tegenkomen. Lesbische vrouwen denken dus ten onrechte veilig te zijn wat dit betreft en doen niet allemaal mee aan de screening op baarmoederhalskanker. Een andere, specifieke kwaal is minderheidsstress, waar lesbische vrouwen (en homomannen) meer last van hebben dan andere gestigmatiseerde groepen. Ook zijn zij vaker depressief dan heterovrouwen en hebben meer alcoholproblemen.<br />
De informatie is ingedeeld in voor de hand liggende thematische hoofdstukken als geschiedenis, politiek, sport, cultuur &amp; lifestyle, wetenschap, gezondheid en seks. Aan de lemma&#8217;s gaat een korte, inleidende tekst vooraf. Er is veel aandacht voor verschillende schone kunsten en, anders dan bij de oudere broer, de Homo-encyclopedie van Nederland (2005), voor vrouwen in het hele land. Al ontkomt ook de damesversie niet helemaal aan een Amsterdam-centristische blikvernauwing. In het hoofdstuk Stad &amp; land wordt ‘land&#8217; gedefinieerd als ‘alles buiten Amsterdam&#8217;. Dat ook andere steden meetellen als ‘stad&#8217; bewijst het overzicht van historische gebeurtenissen en subculturele initiatieven in bijvoorbeeld Groningen, Nijmegen en Utrecht, met roemruchte namen als Dikke Trui en de Feeks. De eerste Heksennacht vond plaats in Nijmegen, het eerste vrouwencafé en de eerste vrouwenboekhandel in Nederland (de Heksenketel en Heksenkelder) waren in Utrecht.</p>
<p>Zichtbaarheid<br />
Het historische deel is hier en daar krakkemikkig. We lezen dat er nauwelijks persoonlijke bronnen zijn van vóór de jaren zeventig, maar ook dat voor het lesbische ‘proletariaat&#8217; begin twintigste eeuw de ‘seksualiteitsbeleving&#8217; voorop stond. Dat moet dan uit de bron van eenzaamheid afkomstig zijn?!<br />
De keuze informatie onder te brengen in een inleidende tekst of een lemma is soms onnavolgbaar. Hoewel het register waarschijnlijk uitputtend is, en alles uiteindelijk vindbaar, verwacht je als lezer niet dat ‘bronnen&#8217; een lemma is. Het lemma ‘vrouwen verraden&#8217; bevat belangwekkende informatie over lesbofobe aspecten in de Nederlandse geschiedenis, die best in de inleidende tekst had gemogen. Evelien Eshuis, het eerste openlijk lesbische Tweede Kamerlid, zit verstopt in het lemma ‘out in de politiek&#8217;, maar voormalig burgemeester en minister Ien Dales in het hoofdstuk over levensbeschouwing. Dat komt de lesbische zichtbaarheid niet ten goede, hoewel Dales dat in haar geval misschien niet erg had gevonden.<br />
Terwijl het de makers toch vooral om zichtbaarheid is begonnen. Mirjam Hemker erkent dat lesbische vrouwen verdeeld zijn over de kwestie zichtbaarheid. ‘Het is een voortdurende struggle. Je hebt twee kampen: lesbische vrouwen die voor integratie zijn en opgaan in de grote groep en vrouwen die zeggen: wij zijn helemaal niet hetzelfde, maar heel anders en wij zijn daar trots op. Daar hoor ik bij. Ik wil me profileren als anders, zichtbaar zijn.&#8217;<br />
Dat is met de lesbo-encyclopedie in ieder geval meer dan gelukt. Neuzen in dit naslagwerk is genieten van kennis, kunde en cultuur die lesbische vrouwen hebben voortgebracht en van de creativiteit en humor uit het lesbische heden en verleden: ‘Nee, ik sla níet,&#8217; zegt de sadist van het sm-stel. Maar ook met ongeloof kennis nemen van zaken die aan eigen beleving of herinnering zijn ontsnapt. Zoals het feit dat het COC pas in 1973 Koninklijk werd goedgekeurd en het pantalonverbod voor vrouwen, dat in enkele steden officieel tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw van kracht was.</p>
<p>Zichtbaar of niet: we bestonden en bestaan, want we hebben een eigen canon. Zoveel staat vast.</p>
<p><em>Lesbo-encyclopedie</em>, onder redactie van Mirjam Hemker en Linda Huijsmans, AMBO/Amsterdam, 2009 ISBN 9789026321122, € 34,95</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2009/04/02/het-rijke-roze-leven.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vele tinten groen</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/01/17/vele-tinten-groen.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/01/17/vele-tinten-groen.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 17 Jan 2009 10:30:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Groenen in Europa]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=799</guid>
		<description><![CDATA[Groene partijen in Europa worstelen met identiteit. GroenLinks Magazine &#8211; 2009 Ter gelegenheid van 25 jaar Groenen in het Europees Parlement bracht de Heinrich Böllstichting in Brussel begin december 2008 Green identity in a changing Europe uit. In de bundel beschrijven mensen van toen en nu hoe Groene partijen zich in veel Europese landen ontwikkelden [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Groene partijen in Europa worstelen met identiteit.<span id="more-799"></span></p>
<h3>GroenLinks Magazine &#8211; 2009</h3>
<p>Ter gelegenheid van 25 jaar Groenen in het Europees Parlement bracht de Heinrich Böllstichting in Brussel begin december 2008 Green identity in a changing Europe uit. In de bundel beschrijven mensen van toen en nu hoe Groene partijen zich in veel Europese landen ontwikkelden van anti-establishment tot regeringspartijen, die bovendien opmerkelijk pro-Europa zijn. De identiteitsvragen zijn nauwelijks minder geworden.Vooral in het westelijk deel van de EU worstelen Groene partijen met zichzelf. Zijn ze een beweging of partij, of allebei? Moeten ze regeringsverantwoordelijkheid nemen en zo ja, in centrumlinkse dan wel centrumrechtse coalities, of allebei? Of moeten ze zowel mee willen regeren als trouw blijven aan hun activistische herkomst en radicale aanhang? De Duitse Groenen zijn over deze kwestie (én over zaken die speelden toen ze daadwerkelijk meeregeerden, zoals meedoen aan militaire missies) tot op het bot verdeeld geweest. Zij kunnen na jaren roodgroene coalitie en het vertrek van Joschka Fischer nu weer opgelucht bijtanken in de oppositie.<br />
Ook in de jonge Oost-Europese zusterpartijen speelt de vraag of groen links of rechts is en met welk profiel zij de meeste kans hebben de kiesdrempel te halen. In Tsjechië bijvoorbeeld haalden de Groenen onder aanvoering van een realo vorig jaar voor het eerst de kiesdrempel en traden &#8211; onder gemor van ‘linkse&#8217; kaders &#8211; vervolgens toe tot een centrumrechtse regering.<br />
Hoewel er sinds 2004 één Europese Groene Partij bestaat, zijn de verschillen tussen de deelnemers zo groot dat de overkoepelende partij volgens critici in het boekje vooral een platform van nationale partijen is. Het verwijt van de Young Greens is dat groene partijen hoofdzakelijk mensen trekt uit de witte en hoogopgeleide middenklasse. Toch hebben antiracisme en antidiscriminatie de Groene fractie in het Europarlement vanaf het begin kleur gegeven. In de bundel blikken groene oud-europarlementariërs en fractiemedewerkers terug op onder meer het uitnodigen van Jesse Jackson toen het Europarlement Ronald Reagan ontving en op het stem geven aan vrouwen, migranten, vluchtelingen, prostituees, homo&#8217;s, transseksuelen en mensen met aids in de Brusselse en Straatsburgse arena.</p>
<p>Hoewel rechten van minderheden en emancipatie, maar ook landbouw, vrede en veiligheid, onlosmakelijk bij de Groenen horen, vinden leidende figuren in Green identity in a changing Europe dat radicale milieupolitiek speerpunt moet zijn. Het is het enige onderwerp waarop groene partijen zich onderscheiden van andere partijen. ‘Europa heeft de Groenen nodig.&#8217; Tijdens de presentatie van de bundel riepen zij op tot een Green New Deal, hetgeen tot in de VN werd gehoord en overgenomen! Of dat tot een nieuwe groene identiteitscrisis leidt, moet het komende Europese verkiezingsjaar uitwijzen.</p>
<p>Green identity in a changing Europe verscheen in een Engelse en Duitse versie en is verkrijgbaar bij de Heinrich Böll Foundation, EU Regional Office, 1, rue d&#8217;Arlon &#8211; B 1050 Brussels, t: 32 2 743 4100, e: <a href="mailto:Brussels@boell.be">Brussels@boell.be</a></p>
<h3>GroenLinks Magazine &#8211; 2009</h3>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/01/17/vele-tinten-groen.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwe gaswinning in Waddengebied</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2008/09/07/nieuwe-gaswinning-in-waddengebied.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2008/09/07/nieuwe-gaswinning-in-waddengebied.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 07 Sep 2008 13:01:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Gaswinning Waddenzee]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=127</guid>
		<description><![CDATA[PM, magazine voor de overheid &#8211; 2006 Gasproducent NAM vond halverwege de jaren negentig zes nieuwe, relatief kleine gasvelden onder de Waddenzee. Ze liggen dicht langs de Noord-Nederlandse kust en werden schuin aangeboord, vanaf drie landlocaties in de provincies Friesland en Groningen: Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen. Men schat de voorraad hoogcalorisch gas op 20 tot [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>PM, magazine voor de overheid &#8211; 2006</h3>
<p>Gasproducent NAM vond halverwege de jaren negentig zes nieuwe, relatief kleine gasvelden onder de Waddenzee. Ze liggen dicht langs de Noord-Nederlandse kust en werden schuin aangeboord, vanaf drie landlocaties in de provincies Friesland en Groningen: Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen. Men schat de voorraad hoogcalorisch gas op 20 tot 25 miljard kubieke meter. Ter vergelijking: uit de gasvelden onder het nabijgelegen Ameland kwam de afgelopen twintig jaar 40 miljard kubieke meter gas.<br />
Lange tijd kon het niet, nu kan het wel: nieuw gas winnen onder de Waddenzee. Naar verwachting krijgt de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) in september 2006 de definitieve vergunningen. De NAM begint dan in 2007 met gaswinning op de locatie Moddergat en in 2008 met winning vanaf de locaties Vierhuizen en Lauwersoog.</p>
<p>Gas winnen met de hand aan de kraan</p>
<p>Vlakbij het pittoreske dorp Moddergat, enkele kilometers van de Friese waddenkust, ligt een met een hek omheinde betonnen werkvloer van zo’n vijftig bij vijftig meter. Midden tussen de groene weiden. Uit het beton steekt een twee meter hoog apparaat uit de grond. Het is het mondstuk van de put die jaren geleden werd geslagen naar een van de gasvelden onder de Waddenzee. Het gas kan vanaf hier schuin worden aangeboord. Er is bedrijvigheid op het terrein: er staan wat vrachtwagens, je hoort een machine. Wat zijn ze aan het doen? De werklieden vragen de reporter of zij het bord Verboden toegang niet heeft gezien. Ze verwijzen haar naar de voorlichter van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) in Assen.<br />
In Moddergat weten dorpsbewoners te vertellen dat de NAM voorbereidingen treft om de pijpen, die naar het gas onder de Waddenzee leiden, weer open te maken. Ze zijn volgestort met beton, toen de Tweede Kamer eind jaren negentig een stokje stak voor nieuwe gasboringen in de Waddenzee.<br />
Hoe zit het ook alweer? Het kabinet Balkende gaf in 2004 toch het groene licht voor nieuwe gasboringen?</p>
<p>‘Het gaat niet om gasboringen’, haast perswoordvoerder Reinier Treur van gasproducent NAM zich te zeggen. ‘Tien jaar geleden boorden we, om de gasvoorraad te onderzoeken. De putten liggen er dus al. We gaan het gas nu wínnen.’<br />
NAM verwacht nog dit jaar de vergunningen te krijgen voor nieuwe gaswinning van onder de Waddenzee. Daarvoor zijn geen boortorens meer nodig. Treur: ‘Wel komen er, naar verwachting eind 2006, tijdelijke installaties voor onderhoud van de putten. Ook wordt er over land een pijpleiding aangelegd, die het gewonnen gas van locatie Moddergat naar de installaties in Anjum transporteert. Ín de Waddenzee doen we niks.’<br />
De toonzetting van de NAM-woordvoerder is defensief, de uitleg geduldig. Boren in de Waddenzee is een gevoelig dossier. De NAM heeft z’n lesje geleerd. Eind jaren negentig strandde een eerdere poging om de aangeboorde gasvoorraden te gaan exploreren. Nederland was tegen boren in dit kwetsbare natuurgebied, dat was het beeld. En een meerderheid van de Tweede Kamer wees extra gaswinning af. ‘We luisterden toen niet genoeg naar de samenleving,’ kijkt Reinier Treur terug op de blokkade. ‘We waren te technocratisch en gingen onvoldoende in dialoog. nu houden we rekening met de wensen van anderen.’</p>
<p>‘Boren naar gas in de Waddenzee is niet toegestaan’, verklaarde het kabinet Balkenende II echter in mei 2003. Het Regeerakkoord liet aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Voor schuin boren onder de Waddenzee zijn reeds aanzienlijke investeringen gedaan. Er wordt niettemin gestreefd naar een verder moratorium van tien jaren met betrekking tot het schuin boren naar gas onder de Waddenzee.’<br />
Wel vroeg Balkende een adviesgroep onder leiding van PvdA-er Wim Meijer aan te geven wat wijs was voor de Waddenzee. Daarbij moest de natuur uitdrukkelijk centraal staan. In maart 2004 verscheen hun advies: Ruimte voor de wadden.<br />
Achteraf gezien is de Adviesgroep Waddenzeebeleid het breekijzer geweest. Niet alleen concludeerde Meijer c.s. dat gaswinning binnen strikte natuurgrenzen niet tot natuurschade zal leiden. Ook maakte het gezelschap korte metten met de onontwarbare bestuurlijke kluwen en het geharrewar rond de Waddenzee. Teveel polarisatie, teveel stagnatie, te weinig slagkracht, aldus Meijer c.s.: ‘Veel spelers hebben hindermacht, bijna niemand heeft doorzettingsmacht.’ Met de natuur als grootste slachtoffer, want daarmee stond het er slecht voor. Het advies luidde: de natuur krijgt voorrang en menselijk medegebruik is beperkt mogelijk. Het moratorium op gasboringen achtte de Adviesgroep overbodig, vanwege het hanteren van strikte natuurgrenzen.</p>
<p>Het kabinet volgde de Adviesgroep en het tij keerde. Men besloot extra gaswinning ‘onder strikte voorwaarden’ toe te staan, omdat er ‘geen significante schade voor de natuur’ te verwachten is. Ook zag het kabinet af van verlenging van het moratorium en.<br />
Voor natuurherstel stelde het kabinet het Waddenfonds in. Aanvankelijk met een kapitaal van 500 miljoen voor de komende 20 jaar. Onder druk van onder andere de Waddenregio, is dat bedrag verhoogd tot 800 miljoen euro.<br />
Tussen het kabinetsbesluit in 2004 en nu zitten ruimtelijke ordeningsprocedures, waaronder een milieueffectrapportage. Het rijk bereidt een groot aantal vergunningen voor. Het lopende ruimtelijk beleidskader, de Planologische Kernbeslissing Nota Waddenzee 1993, is verlopen. Maar een aparte kabinetsbrief uit 2004 zorgt voor het wettelijke kader voor de gaswinning. Het is een noodverband waar rek in zit. De nieuwe Planologische Kernbeslissing voor de Waddenzee is vooralsnog niet genomen, terwijl de vergunningen voor gaswinning binnenkort rond zijn.</p>
<p>Eén van de strikte voorwaarden voor gaswinning is het permanent meten (monitoren in vaktaal) of de gaswinning negatieve gevolgen heeft voor de natuur. Het gaat daarbij vooral om bodemdaling, en de gevolgen die dat heeft op fauna en flora. De NAM zal het gas op de genoemde locaties daarom winnen ‘met de hand aan de kraan’.<br />
Reinier Treur van de NAM legt uit hoe we ons dat voor moeten stellen. ‘De NAM gaat 2/3 van de normale productiecapaciteit benutten. We hebben dubbele zekerheden ingebouwd. Wetenschappers verschillen van mening over de vraag hoeveel de bodem daalt door gaswinning, 5 of 10 mm. Wij gaan uit van 5 mm. We hebben daarnaast te maken met zeespiegelstijging door klimaatverandering. Ook daarover verschillen wetenschappers van mening. Maar wij gaan uit van het meest ongunstige scenario, om de Waddenzee de kans te geven bodemdaling via de natuurlijke veerkracht te compenseren (door de getijdenwisseling wordt permanent nieuw zand afgezet, red.). We winnen dus niet op volle kracht en houden voortdurend metingen. Zijn er negatieve gevolgen, dan gaat de kraan verder dicht.’</p>
<p>Natuur- en milieuorganisaties waren en zijn fel tegenstander van gaswinningen uit de Waddenzeebodem. Waar mogelijk brengen zij hun bezwaren in. Eind mei richtte hun kritiek zich vooral op de volgens hen ontbrekende garanties voor handhaving van de strikte natuurvoorwaarden in de vergunningen.<br />
De Vereniging tot Behoud van de Waddenzee is een van die organisaties. Acht de Waddenvereniging, nu de nieuwe gaswinning bijna een feit is, het pleit verloren? Nee dus. Integendeel zelfs: de Waddenvereniging telt haar zegeningen. ‘We zijn blij met wat we hebben bereikt,’ zegt directeur Hidde van Kersen. ‘De besluitvorming is nu ook heel anders als destijds rond de gaswinning bij Ameland. Toen verstrekte de overheid een vergunning voor 20 jaar in één keer, ongeacht de gevolgen voor natuur en milieu. De NAM krijgt nu voor de nieuwe gaswinning vanaf land weliswaar een vergunning voor 40 jaar, maar die is elk jaar herroepbaar. Toen was de economie de voornaamste maatstaf, nu de draagkracht van de natuur. Het tempo van gaswinning is afhankelijk van de gevolgen voor de natuur. Bij Ameland onderzoekt men alleen de bodemdaling. Nu worden ook de gevolgen van gaswinning voor flora en fauna gemonitord. Én volgen er repercussies als die negatief zijn. Dat is een grote verbetering. Met dank aan de scherpere regelgeving en de druk van natuur- en milieuorganisaties. De vernieuwingen kosten de NAM enorm veel geld, het scheelt de staat gasinkomsten. Maar het is òf dit òf niks.’<br />
De Waddenvereniging is zeer te spreken over de opstelling van de NAM. ‘Zij zijn een voorbeeld voor bedrijven elders door vanaf de wal te boren. Een Frans bedrijf gaat EZ binnenkort vragen of ze bij Schiermonnikoog naar gas mogen boren. Ik ben benieuwd of dat bedrijf zich net zo goed aan de regels houdt als de NAM.’</p>
<p>Ondanks alle zegeningen tekent de Waddenvereniging toch elke keer bezwaar aan, eind mei nog tegen de voorlopige vergunningen voor Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen. Is dat ritueel verzet? ‘Veel van onze wensen zijn ingewilligd. Maar de crux van de vergunning is het hand-aan-de-kraan principe. De wijze waarop dat nu is ingevuld geeft ons onvoldoende juridisch houvast als het mis gaat. Is dat in de definitieve vergunning niet aangepast, dan zal de Waddenvereniging desnoods procederen.’<br />
Binnenkort komt de Waddenzee misschien op de werelderfgoedlijst van UNESCO te staan. Gaat de Waddenvereniging dat als nieuw element in de strijd werpen? ‘Nee,’ zegt Van Kersen eerlijk. ‘De status van werelderfgoed brengt geen economische beperkingen met zich mee.’<br />
Europese regels doen dat misschien wel. Europarlementslid Dorette Corbey van de PvdA vroeg de Europese Commissie half mei jongstleden of nieuwe gaswinning past in het Europese beleid inzake vogel- en natuurbescherming. Zij doelt op de Vogel- en Habitatrichtlijn, die alleen ‘bestaande activiteiten’ toestaan in beschermde vogelgebieden als de Wadden. Het antwoord laat nog even op zich wachten.<br />
De Moddergatters vinden alle zorg over de Waddenzee maar flauwekul. ‘Wat die milieuclubjes toch voor elkaar hebben gekregen, prietpraat is het,’ stelt een dorpsbewoner verontwaardigd. ‘Ik ben hier geboren en getogen. Vroeger zwommen we hier direct over de dijk. Nu komt het water bij vloed niet verder dan halverwege je schenen. Zoveel is de zeebodem omhoog gekomen, door de zandafzettingen. En dan zeuren ze over een bodemdaling van een paar millimeter! Dat gas brengt ons welvaart, daar moet je blij mee wezen.’<br />
Ook de uitbaatster van het plaatselijke café heeft er geen goed woord voor over: ‘Met de Waddenvereniging moet je hier in het dorp niet aankomen. ’t Dorp leeft van de visserij. Er is hier weinig ander werk. We hebben al de beperkingen voor de kokkelvisserij en nu weer dat gezeur over de gaswinning. Daar hebben Randstadbewoners last van, wij niet.’</p>
<p>Feit is dat niet alleen natuur- en milieugroeperingen tegen nieuwe gaswinning uit de Waddenzee zijn. Ook de provinciebesturen van zowel Friesland als Groningen en Noord-Holland zijn al jaren tegen. Tot voor kort was, zoals gezegd, zelfs het landsbestuur tegen.<br />
Bij het beleid rond de nieuwe gaswinning zijn vier ministeries betrokken. Er moeten maar liefst 32 vergunningen worden verleend. Om te voorkomen dat ministeries tegengestelde eisen formuleren, tempo in de besluitvorming te brengen en bestuurlijke wirwar te voorkomen, zette het kabinet een nieuwe procedure in gang. Met de zogenoemde Rijksprojectenprocedure wordt een project van nationaal belang – de nieuwe gaswinning is het tweede dat ermee te maken heeft – sneller dan normaal door alle benodigde procedures geloodst. Het rijk trekt daarbij een aantal bevoegdheden van lagere overheden naar zich toe. Zijn de provincies en gemeenten daarmee buitenspel gezet?<br />
Gedeputeerde Piet Bijman (CDA) van het dagelijks bestuur van de provincie Friesland vindt van niet: ‘Wij hebben geen problemen met de Rijksprojectenprocedure. Wij liggen niet dwars. De vergunningen, waarvoor onze toestemming vereist is, hebben we verleend. Het kabinet heeft zo beslist. Wij vinden dat er voldoende waarborgen zijn voor veilige gaswinning. Wij hebben het Waddenfonds als compensatie om achterstallig natuuronderhoud in het Waddengebied weg te werken.’<br />
Ook de voorzitter van de samenwerkende Waddeneilanden, Joke Geldorp, tevens burgemeester van Texel heeft er geen moeite mee dat het rijk de regie over het geheel naar zich toe heeft getrokken. ‘Gaswinning is een nationale kwestie, daar gaan wij niet over. Wij mengen ons niet in de nu lopende procedures, wij vertrouwen op Den Haag.’</p>
<p>Velen zullen nauwlettend blijven volgen wat er in en met de Waddenzee gebeurt. Maar de protesten tegen nieuwe gaswinning zijn op dit moment voor het grootste deel afgevlamd.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2008/09/07/nieuwe-gaswinning-in-waddengebied.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van O. op dochter &#8211; een persoonlijke bekentenis</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/06/van-o-op-dochter.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/06/van-o-op-dochter.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 06 Sep 2008 13:20:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Family matters]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Van vader op dochter]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=450</guid>
		<description><![CDATA[De Journalist &#8211; 2006 Wees eerlijk. Je schrijft als jongere boze stukjes over Johnson Moordenaar in de schoolkrant en protesteert achter een sandwichbord met de afbeelding van een uitgeperst zwart hoofd tegen Outspan-sinasappels. Tezelfdertijd wordt de krant van je vader overgenomen (‘gered&#8217; past niet in het linkse wereldbeeld) door het Telegraafconcern. Dat vervult je toch [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>De Journalist &#8211; 2006</h3>
<div class="mceTemp">Wees eerlijk. Je schrijft als jongere boze stukjes over Johnson Moordenaar in de schoolkrant en protesteert achter een sandwichbord met de afbeelding van een uitgeperst zwart hoofd tegen Outspan-sinasappels. Tezelfdertijd wordt de krant van je vader overgenomen (‘gered&#8217; past niet in het linkse wereldbeeld) door het Telegraafconcern. Dat vervult je toch met afgrijzen?!</div>
<p>Mijn afwisselend anarchistisch, communistisch en feministisch bewustzijn zei in ieder geval dat het niet deugde. Het journalistieke principe van hoor en wederhoor was ik toen niet toegedaan. Met het Telegraafconcern was ik snel klaar: dat was niet alleen ‘fout&#8217; ín de oorlog, maar ook daarna. En met jeugdig simplisme schreef ik in één moeite door ook mijn vader, Jan Onstenk, min of meer als ‘fout&#8217; af.<br />
Keer op keer haalde ik mijn gelijk. Niet alleen wanneer hij zich genuanceerd uitliet over Zuid-Afrika en Israël, na een bezoek aan die landen. Ook hekelde ik zijn liefde voor militaire parades en gedweeheid ten opzichte van een centraal geleid, vrouw- en homovijandig instituut als de rooms-katholieke kerk. Nee, dan mijn gedweep met Cuba en de Russische heilstaat.</p>
<p><img title="Jan 001" src="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2008/09/Jan-0011.jpg" alt="Jan Onstenk" width="150" height="150" /></p>
<p>Jan Onstenk werkte sinds 1949 als journalist bij het Noordhollands Dagblad, het NHD. Van 1958 tot 1979 was hij hoofdredacteur van het NHD, en van de Noorderpers. Hij schreef onder meer dagelijks een column, ondertekend met O. In mijn herinnering wees O. de gelovige lezers de weg in zaken als bisschopsbenoemingen, Concilies en beslissingen van provincie en kabinet. Boring. Ook de hiërarchische verhoudingen op de krant (zo genoot O. het privilege van een eigen kamer) stonden me tegen. Maar toen ik éénmaal de geur van de drukkerij opsnoof, was ik verkocht.<br />
Naast afkeuring was er stiekem ook trots: míjn vader is journalist. En ik wilde dat ook worden. Ik zou het heel anders doen. Engagement zou m&#8217;n drijfveer zijn en mijn passie ging naar de zwakken en onderdrukten, om te beginnen de arbeiders, de Derde Wereld en vrouwen. Ik zou werken in redactiecollectieven en lezers oefenden via een lezersraad invloed uit.<br />
Na mijn middelbare school lokte de Sociale academie. Ook de School voor Journalistiek behoorde tot de mogelijkheden. Daarover oordeelde mijn vader vernietigend: ‘Laat je talent niet verpesten door de School voor Journalistiek.&#8217; Hij was zelf een natuurtalent en leek allergisch voor de afgestudeerde wijsneuzen van de SvJ. Er zal ook frustratie in hebben doorgeklonken. Op de redactie die hij &#8211; samen met een collega-hoofdredacteur &#8211; leidde, viel de entree van ‘profs&#8217; samen met het morrelen aan oude gezagsverhoudingen.<br />
Het werd sociologie. Ik schreef voor studenten- en universiteitsbladen, de linkse en de feministische pers. Als hij de kans kreeg, las mijn vader alles wat ik &#8211; en mijn broer, die mij voorging als socioloog &#8211; schreven. Van marxistische theorie en de geschiedenis van het mannelijke imago van potten tot kritische noten over de Europese interne markt. Hij oordeelde niet of in stilte.</p>
<p>Het heeft even geduurd, maar inmiddels heb ik een klein deel van m&#8217;n vaders verzamelde werken tot mij genomen. Na zijn dood voelde ik de behoefte de urn vol columns, artikelen en ander lezenswaardig oud papier, om te draaien en kennis te nemen van mijn vader&#8217;s hoofdredactionele kijk op de wereld.<br />
Aan O.&#8217;s pen ontsproten uitgesproken en niet bepaald muffe meningen. Hij wilde een gids zijn. In zijn eerste O.&#8217;tje als hoofdredacteur, in 1958, liet hij weten ‘stelling te (zullen) nemen ten aanzien van de vragen van den dag.&#8217; De krant moet voor zijn mening durven uitkomen en ook ‘onder woorden brengen wat in de hoofden en harten van de katholieke lezers leeft.&#8217; Hij vraagt de lieve Heer om ‘de gave van het goede woord&#8217;.<br />
In 1960 uit O. zorgen over de enorme welvaartsgroei. ‘We zijn hard hollend op weg naar de vijfdaagse werkweek, we zijn het 800.000ste tv-toestel gepasseerd en hebben de grootste goudvoorraad ooit. Vooral onder ouderen (&#8230;) leeft angst dat er weer oorlog komt. Omdat de ongelijkheid en onrechtvaardigheid op de wereld zo groot is.&#8217; O. vraagt zich af hoe we gelukkig kunnen zijn met onze welvaart als er nog zo velen armoe lijden. Begin jaren ‘60 schrijft hij blij te zijn met de ruimte en openheid die in de roomse kerk ontstaat. Hij vindt het een zaak van de wereldkerk, maar wat hem betreft mag bijvoorbeeld ‘de discussie over het celibaat uit de ijskast: bevriezen lost niets op.&#8217; O. doet een goed woordje voor vervangende dienstplicht in ontwikkelingslanden. ‘Dienst aan de vrede is de eigenlijke rechtvaardiging van ons militaire bedrijf&#8217;, zo schrijft hij.</p>
<p>O. kan moraliseren: verre vakantiereizen en andere luxe vindt hij overbodig. &#8216;t Is eenvoud en soberheid wat de klok slaat, kinderen moeten hun fantasie gebruiken en niet worden verwend met duur speelgoed. Maar hij is ook sociaal bewogen: begaan met de grote werkloosheid in de bouw halverwege de jaren ‘60, met boeren en tuinders die kampen met tegenvallende oogsten en met mensen die het niet breed hebben. In 1963 schrijft O. over de onhoudbare situatie in Zuid-Afrika: ‘3,2 miljoen blanken hebben 58% van de zetels, 1,6 miljoen kleurlingen 4%. (&#8230;) De Bantoe-negers hebben officieel niemand. Niemand? Zij hebben in feite het grootste deel van de wereldopinie achter zich.&#8217; De tijd voor verandering dringt, houdt hij zijn lezers voor.<br />
New York&#8217;s politie slaat in 1964 bloedig een opstand neer. Het gezag houdt de rellen voor groeiend communisme. ‘Dat betekent voor de zoveelste maal,&#8217; schrijft O, ‘dat gevestigden in de maatschappij aan ziekteverschijnselen dokteren maar niet de kwaal te lijf gaan. (&#8230;) Wie nog eens naleest hoe de opstand in Harlem begon, gelooft zijn ogen niet. Een agent zag een groepje negerjongens tekeer gaan tegen een man, die hen &#8211; naar eigen zeggen per ongeluk &#8211; natspoot met een waterslang, roepend ‘Ik zal jullie schoonspuiten, nikkers&#8217;. Dat namen de jongens niet. In het gevecht schoot de politie een 17-jarige dood. Jongeren in de buurt werden razend. Wie zou dat niet geworden zijn?&#8217;</p>
<p>In het magische jaar 1968 &#8211; hij was zo oud als ik nu, de eerste kleuren-tv&#8217;s verschenen op de markt voor prijzen tussen 2500 tot 3000 gulden &#8211; gaf O. een nieuw visitekaartje af: een interne notitie over het herzien van de redactieformule. Anders dan het papier &#8211; een A-4&#8242;tje waar het karbonnetje voor de doorslag nog achter zit &#8211; kan de inhoud de tand des tijds doorstaan. ‘De krant is een één-dags-vlinder&#8217;, zo vangt zijn ‘praat-prent&#8217; aan, ‘die moet bekoren en voor de redactie al dood is als hij op de pers ligt. De feiten zijn heilig, het commentaar is vrij.&#8217; De krant staat in niemands dienst en heeft, ondanks de specifieke lezersgroep, geen oogkleppen op. ‘Zij moet ruimte hebben om te fladderen.&#8217; De krant mag worden afgerekend op ‘de liefde voor de medemens, voor de rechtvaardigheid en de waarheid.&#8217; Het katholieke karakter van de krant moet blijken uit ‘het opkomen voor de zwaksten in de samenleving.&#8217; O. wil verder kijken dan de regio groot is, om zowel de ‘oudere autochtone generatie&#8217; te bedienen als de ‘jongere, verstedelijkte of van elders geïmporteerde lezer te boeien.&#8217; De ‘kunst van het fladderen&#8217; is ‘niet te huisbakken katholiek en gewestelijk zijn&#8217; zonder de lokale wortels van herkomst door te snijden. O. wil een ‘betere krant dan de andere, door anders te zijn: bondig, snedig, dicht bij de mensen, snel op het nieuws, met een eigen geluid, hartelijk, ‘links&#8217; zonder dogmatisch te wezen of te provoceren, zonder pretentie noch valse bescheidenheid.&#8217;<br />
Ik heb in 1968 de jaren des onderscheids nog niet bereikt, mijn ‘dodelijke treffer&#8217; van zijn, in mijn ogen door De Telegraaf ingelijfde, krant moet nog komen. Maar mijn vader breekt een lans voor een, tussen aanhalingstekens, links profiel, vrij van knellende kerkelijke banden en met oog voor het menselijk lijden. Uit zijn O.&#8217;tjes blijkt zijn hekel aan de PvdA. Maar ook de KVP, de katholieke bloedgroep van het CDA, krijgt er geregeld van langs. O. zou het geen ramp vinden als de KVP als partij verdwijnt. ‘De KVP is deels groot omdat ze politiek een behaaglijke middenpositie inneemt. Nederland zal dat altijd houden,&#8217; schrijft hij, ‘dat vinden kiezers nu eenmaal democratisch.&#8217; Als bij statenverkiezingen de opkomst zeer laag is, pleit hij voor herziening van het bestuurlijk stelsel. ‘Het bestuur moet dichter bij de burger.&#8217;</p>
<p>In familiekring ging O. niet prat op zijn vrijdenkendheid, dus kom ik er pas na zijn dood achter dat er vooral geestverwantschap was. Sterker nog: kennelijk heb ik mijn sociale ijver niet (helemaal) van mezelf. Zelfs op een terrein dat ik in de familie toch lang als het mijne beschouwde, de positie van vrouwen, blijkt hij achteraf de primeur te hebben. In 1970 riep hij lezers op bij de gemeenteraadsverkiezingen op een vrouw te stemmen. ‘Je hoeft geen Dolle Mina te zijn om het absurd te vinden dat het behartigen van plaatselijke gemeenschapsbelangen bij voortduring maar als een vanzelfsprekend overwegend mannelijke aangelegenheid beschouwd wordt. Mina kom op, want hier is niets vanzelfsprekend aan.&#8217; Hij schrijft trots over Marga Klompé, die in 1967 het wankelende omroepbestel in de steigers zette: ‘Wat de heren Cals, Scholten, Veldkamp e.a. niet lukte, lukt Klompé wel, een engel die de draak verslaat.&#8217;</p>
<p>Wees eerlijk. Wat een hoogmoed van dat kind destijds, ‘fout&#8217; eigenlijk. Zelf schrapt zij als journalist braaf het snedig linksige uit haar artikelen als de (hoofd)redactie de lézer zelf conclusies wil laten trekken, schrijft met genoegen voor het christelijk geïnspireerde dagblad Trouw en zit als freelancer in haar up achter het beeldscherm. Met de revolutie op en buiten de burelen is het niks geworden. Maar de fakkel om menselijke ellende en ongelijkheid ‘weg te schrijven&#8217; blijft branden van O. op dochter.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/06/van-o-op-dochter.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inburgeringscursus als exportartikel</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeringscursus-als-exportartikel.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeringscursus-als-exportartikel.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:19:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Inburgering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=256</guid>
		<description><![CDATA[Het Parool &#8211; 2003 Het kabinet wil dat de inburgering van migranten die naar Nederland komen voor gezinsvorming, begint in het land van herkomst. Volgend jaar wordt dat wettelijk verplicht. Instituut Oranje loopt daarop vooruit en opent binnenkort haar deuren in het Marokkaanse Rifgebied. Initiatiefnemers Hammadi Ajmidar en Maryann Jongens gaan kandidaat-Amsterdammers vanaf maart 2004 [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het Parool &#8211; 2003</p>
<p>Het kabinet wil dat de inburgering van migranten die naar Nederland komen voor gezinsvorming, begint in het land van herkomst. Volgend jaar wordt dat wettelijk verplicht. Instituut Oranje loopt daarop vooruit en opent binnenkort haar deuren in het Marokkaanse Rifgebied. Initiatiefnemers Hammadi Ajmidar en Maryann Jongens gaan kandidaat-Amsterdammers vanaf maart 2004 Nederlandse taal en cultuur onderwijzen. ‘Wij zijn de eerste commerciële aanbieder op locatie.&#8217;</p>
<p>Zij ergeren zich aan recente uitlatingen van wethouder Oudkerk en anderen over het op eigen kosten inburgeren. ‘Mensen zouden het niet kunnen betalen. Zij steken zich in de schulden en zouden het juiste instituut niet kunnen kiezen. De betutteling van die groep moet eens afgelopen zijn,&#8217; zeggen Hammadi Ajmidar, Marokkaan van origine en zijn Nederlandse compagnon Maryann Jongens. ‘Je neemt mensen juist serieus als ze voor hun taalles moeten betalen.&#8217;<br />
Nieuwkomers moeten nu ‘op inburgering&#8217; bij een ROC. Dat kost de overheid € 6000 per persoon. Instituut Oranje gaat het voor ongeveer € 4000 doen. ‘De overheid betaalt 70% van de kosten terug van het in Nederland met goed gevolg af te leggen inburgeringsexamen. In Marokko zijn de kosten voor eigen rekening.&#8217; Hammadi Ajmidar: ‘Migranten zijn vaak ondernemend, zij hebben wat in hun mars én hebben de drive om te gaan. Zij zullen daarom wat over hebben voor hun emigratie.&#8217;<br />
Hoewel ze zijn bedenkingen van tafel vegen willen Ajmidar en Jongens graag met wethouder Rob Oudkerk samenwerken. Zij hopen de Marokkanen die hun (liefdes)pijlen op Amsterdam richten te verwelkomen als eerste pupillen van Instituut Oranje.</p>
<p>Het plan om zelf inburgeringslessen aan te bieden ontstond een klein jaar geleden. De Algemene Rekenkamer bracht een zeer kritisch rapport uit over de resultaten van de inburgering van nieuwkomers. Er waren veel uitvallers en slechts 40% van de mensen spraken na de cursus voldoende Nederlands om zelfredzaam te zijn. 10% van de nieuwkomers kon door naar een opleiding of de arbeidsmarkt. ‘Analfabeten, hoog- en laagopgeleiden zitten bij het ROC in dezelfde groepen,&#8217; schampert Maryann Jongens, ‘zodat ze na maanden nog geen woord Nederlands spreken. Bij commerciële instituten kunnen mensen al na twintig uur les een beetje uit de voeten. Marokkanen worden te stom gevonden, maar ik zou in een groep van 25 ook geen taal kunnen leren.&#8217;<br />
In regeringsverklaring en troonrede kondigde Balkenende II de inburgering nieuwe stijl aan. Eén van de elementen in de nieuwe Wet op de inburgering die volgend jaar wordt verwacht is dat het inburgeren begint in het land van herkomst. Daar zal de Nederlandse ambassade toetsen of men voldoende weet van de Nederlandse taal en samenleving. Vervolgens mag men zich hier voorbereiden op het inburgeringsexamen dat uiteindelijk toegang tot Nederland verschaft. Het kabinet spreekt mensen graag aan op hun eigen verantwoordelijkheid, dus moeten de inburgeraars zelf betalen. Ze zijn vrij om te kiezen wie hen de Hollandse beginselen bijbrengt, de gedwongen winkelnering bij het ROC is binnenkort voorbij.<br />
Instituut Oranje is, wat Marokko betreft, de eerste die in dat gat op de markt springt. In de naam komen de koningin, het Nederlands elftal en de Noord Afrikaanse sinasappel samen. ‘Wij gaan het helemaal anders doen, beter ook,&#8217; zegt Maryann Jongens. ‘Hoog- en laagopgeleiden komen in aparte groepen van hooguit 15 mensen. Ook maken we onderscheid tussen vermoedelijke toekomstige opvoeders en werkers. We bieden 320 uur taal en cultuur aan in Marokko en 280 uur in Nederland, om in de praktijk te kunnen oefenen. Mensen die het sneller kunnen, nemen minder uren af. We voegen in Nederland geen groepen samen, Marokkanen met Turken bijvoorbeeld, zodat we het lesmateriaal zoveel mogelijk kunnen laten aansluiten bij de taal of talen die mensen al beheersen. In het Arabisch heb je bijvoorbeeld geen voornaamwoorden. En de p kent men daar ook niet. Daar houd je allemaal rekening mee.&#8217;<br />
En de cultuur, gaan mensen leren dat het uitschelden van joden en homoseksuelen strafbaar is in Nederland? ‘We bieden modules maatschappijoriëntatie aan met staatsinrichting, de grondwet, de scheiding van kerk en staat, emancipatie, het onderwijs en de arbeidsmarkt. We willen ook aandacht besteden aan hoe migranten in Nederland leven. Docenten gaan vertellen hoe ze zelf wonen. Men moet een reëel beeld krijgen van Nederland, niemand moet de illusie hebben dat je meteen rijk bent als je hier aankomt.&#8217;</p>
<p>Jongens is docent en woonde jarenlang op Curaçao. Ze had er een taleninstituut en verzorgde onder andere Nederlandse taallessen voor Latijns Amerikanen. Ajmidar is momenteel directeur van een Rotterdamse stichting die zorgt voor de inburgering van migranten die al langer in Nederland zijn, de zogenoemde oudkomers. ‘We zetten alleen docenten in met een Marokkaanse achtergrond. Om daar als docent geaccepteerd te worden en mogelijke drempels weg te nemen, is het een pluspunt zelf Marokkaan te zijn.&#8217; De leerkrachten vliegt Instituut Oranje vanuit Nederland in. Zij worden tijdelijk gehuisvest in Nador, Al-Hoceima en Tanger, de drie plaatsen waar de eerste 100 mensen over enkele maanden kennis kunnen maken met de Nederlandse taal en cultuur.</p>
<p>Huwelijksmarkt<br />
Is inburgeren in Marokko een manier voor de overheid om te selecteren aan de poort? ‘Misschien wel,&#8217; lacht Hammadi. ‘Toen mijn vader hier als gastarbeider kwam werden Marokkanen geselecteerd op onderontwikkeling. Ze moesten immers ongeschoold werk doen en mochten niet gaan mopperen. Nu moeten ze juist iets meer kunnen.&#8217;<br />
Ook vrouwen die van hun familie of toekomstige echtgenoot niet altijd onderwijs mogen volgen, moeten naar Nederlandse les om door het inburgeringsexamen te komen. ‘Dat is positief aan de inburgering nieuwe stijl,&#8217; vindt Maryann Jongens. ‘De overheid bevordert hiermee de emancipatie, die zorgt dat er in de toekomst minder problemen zijn.&#8217;<br />
Hammadi Ajmidar verwacht zelfs een verschuiving op de huwelijksmarkt. ‘Een belangrijk deel van de Marokkaanse jongeren luistert nog naar de ouders wat het zoeken van een huwelijkspartner betreft. Het naar hier halen van een onontwikkelde, onderdanige bruid uit Marokko zal minder worden. En dat is ook de bedoeling. Het schiet anders niet op met de Marokkanen in Nederland. Er zijn genoeg geslaagde Marokkaanse professionals die willen meedoen. We zien er alleen zo weinig van. Als de overheid de immigratie beter had gemanaged was het nu anders geweest.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeringscursus-als-exportartikel.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Met Nederlands beginnen in Marokko</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeren-in-marokko.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeren-in-marokko.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:05:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Inburgeren in Marokko]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=247</guid>
		<description><![CDATA[Trouw &#8211; 2003 Huwelijkspartners van buiten de EU die hier naartoe willen komen moeten zich in eigen land oriënteren op Nederland. Zij worden pas toegelaten wanneer zij slagen voor hun inburgeringstoets. Instituut Oranje begint binnenkort met het geven van lessen Nederlandse taal en cultuur in Marokko. Ongeletterde bruiden en bruidegoms maken bij het instituut weinig [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Trouw &#8211; 2003</p>
<p>Huwelijkspartners van buiten de EU die hier naartoe willen komen moeten zich in eigen land oriënteren op Nederland. Zij worden pas toegelaten wanneer zij slagen voor hun inburgeringstoets. Instituut Oranje begint binnenkort met het geven van lessen Nederlandse taal en cultuur in Marokko. Ongeletterde bruiden en bruidegoms maken bij het instituut weinig kans. ‘Wij richten ons op laag- en hoogopgeleiden. Wij gaan niet alfabetiseren.&#8217;Nieuwkomers moeten vóórdat zij hier worden toegelaten beschikken over basiskennis van het Nederlands, zo luidde het in de troonrede. Bij zijn aantreden had het kabinet Balkenende II al laten weten de inburgering op nieuwe leest te gaan schoeien. Ten eerste moet de inburgering van zogenoemde gezinsvormers in het land van herkomst beginnen. Met een beroep op de eigen verantwoordelijkheid komen de kosten die daar gemaakt bovendien voor rekening van de inburgeraars. Kosten die men in Nederland maakt worden deels vergoed, als de kandidaat tenminste voor het inburgeringsexamen slaagt. Het aanbod van inburgeringscursussen tenslotte wordt vrijgelaten. Aspirant nieuwkomers kunnen zelf kiezen bij wie zij hun cursus inkopen.<br />
Minister Verdonk van Justitie riep particulieren onlangs op met voorstellen en initiatieven te komen om het nieuwe inburgeren gestalte te geven.<br />
Hammadi Ajmidar en Maryann Jongens zijn het initiatiefstadium al voorbij. Vanaf maart 2004 kunnen de eerste 100 cursisten in de plaatsen Nador, Al-Hoceima en Tanger in het Marokkaanse Rifgebied terecht voor Nederlandse les. Hun Instituut Oranje (‘Oranje staat natuurlijk voor het Nederlands elftal maar is ook goed uit te spreken in het Arabisch&#8217;) richt zich in eerste instantie op mensen die naar Amsterdam willen emigreren.<br />
Inburgeren nieuwe stijl wordt pas verplicht als de nieuwe Wet inburgering nieuwkomers er ligt. Dat is op z&#8217;n vroegst half 2004. Instituut Oranje wacht daar niet op. ‘Wij willen ons programma uitproberen.&#8217; Het instituut stemt met ambtenaren op het ministerie van Justitie zijn aanbod af op de eisen die naar alle waarschijnlijkheid in de nieuwe wet worden opgenomen. Klanten werft men via internet en door (mond-op-mond) reclame in Marokko en de Marokkaanse gemeenschap in Nederland.</p>
<p>Inburgeringscursussen volgen migranten nu vooral bij de Regionale Opleidingscentra (ROC). Onderzoek van onder meer de Algemene Rekenkamer wees uit dat de resultaten te wensen overlaten. Een meerderheid van de cursisten heeft na afloop niet het beoogde taalniveau en kan in Nederland onvoldoende uit de voeten. Verwachten Ajmidar en Jongens betere cijfers? ‘Analfabeten, hoog- en laagopgeleiden zitten bij het ROC in dezelfde, grote groepen,&#8217; zegt Maryann Jongens, ‘zodat niemand de taal snel leert. Bij ons komen laag- en hoogopgeleiden in aparte groepen van hooguit 15 mensen. In Marokko bieden we een deel van het programma aan. Mensen leren Nederlands spreken, lezen en verstaan. Schrijven komt later. Een opvoeder moet bij de dokter een gesprek kunnen voeren. Het tweede deel bieden we in Nederland aan, om in de praktijk te oefenen.&#8217;<br />
Een opmerkelijk verschil met het ROC is dat Instituut Oranje geen cursisten neemt die niet kunnen lezen en schrijven. Hammadi Ajmidar: ‘Analfabetisme is al veel minder in Marokko dan vroeger. Het is echter niet ons probleem. Wij gaan niet alfabetiseren.&#8217; Dat heeft mogelijk gevolgen voor wie Nederland binnen kan komen. Van de huidige nieuwkomers is ongeveer 10 % analfabeet. ‘Het managen van de instroom vind ik niet verkeerd. Nu is het dweilen met de kraan open: de achterstand van de een is nog niet ingelopen of je krijgt al weer een nieuwe ongeschoolde. Inburgering in Marokko vind ik goed. Mensen weten vaak helemaal niet waar ze naar toe gaan. Zij zien landgenoten die met mooie auto&#8217;s uit Nederland komen. Niemand die hen vertelt dat ze een uitkering hebben en in een tweekamerwoning wonen. Het is nuttig dat ze een realistisch beeld van de Nederlandse samenleving krijgen. Dat moeten de docenten hen geven.&#8217;<br />
Ook in zijn omgeving heeft hij geen bezwaren gehoord tegen het in eigen land en op eigen kosten inburgeren. Ajmidar: ‘In mijn vriendenkring vinden ze het wel eens tijd worden, ze zijn het zat steeds te worden aangekeken op de mislukte integratie van Marokkanen.&#8217;</p>
<p>Vakantienederlands<br />
Zelf is hij een voorbeeld van succesvolle integratie. Ajmidar is momenteel directeur van een Rotterdamse stichting die zorgt voor de inburgering van migranten die al langer in Nederland zijn, de zogenoemde oudkomers. Hij won onlangs een prijs voor het beste Intercultural Business Plan. Zijn compagnon Maryann Jongens is docent. Zij woonde en werkte jarenlang op Curaçao, waar ze een taleninstituut had.<br />
De ondernemers achter Instituut Oranje werken met een commerciële instelling, de lat ligt hoog. Zij trekken de docenten &#8211; allen van Marokkaanse origine &#8211; in Nederland aan. De leerkrachten moeten minstens HBO-niveau hebben. En ook de cursisten hopen zij op zo hoog mogelijk niveau af te leveren. ‘Verdonk heeft het over vakantienederlands. Dat vinden wij niet genoeg.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeren-in-marokko.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

