<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Meedoen met een beperking</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/meedoen-met-een-beperking/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 15:08:48 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>&#8216;Psychiatrische patiënten komen bij gemeenten pas in beeld als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 17 Apr 2010 08:44:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[cliëntenparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[financiering Ggz]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1382</guid>
		<description><![CDATA[De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  
Zorgvisie   -  april 2010
&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  <span id="more-1382"></span></p>
<p><strong>Zorgvisie </strong><strong> </strong> <strong>-  april 2010</strong></p>
<p>&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in welke categorie past. Wij hebben bovendien veel deelnemers die niet in één hokje passen. Zij hebben meerdere problemen tegelijk.&#8217; Aan het woord is Rob van den Berg, directeur van Reakt Holding, organisatie voor dagbesteding en arbeidsreïntegratie in Zuid-Holland. Bij Reakt komen cliënten met psychiatrische of psychosociale problematiek. Zij kunnen bovendien verslaafd zijn, een justitiële achtergrond hebben, dakloos of werkloos zijn. Afhankelijk van wat een deelnemer heeft en kan, biedt Reakt ondersteuning bij het opbouwen van sociale contacten, verantwoordelijkheid nemen voor kleine of grotere taken en arbeidsmatige activiteiten.</p>
<p>In 2009 is de begeleiding van mensen met psychosociale problematiek uit de AWBZ gehaald. Met de komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is dat een welzijnstaak geworden en dus een verantwoordelijkheid van gemeenten. Sinds 1 januari van dit jaar moeten ook cliënten met ‘lichte’ psychiatrische problemen voor de begeleiding naar activiteiten aankloppen bij hun gemeente, of het nu gaat om dagbesteding of om een traject naar (vrijwilligers)werk. Verder is een aantal vergoedingen van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) gegaan. Voor voorzieningen die in de AWBZ blijven, geldt een strengere indicatiestelling.</p>
<p>Deze verschuivingen leiden in de praktijk tot verschillende problemen. Er is, om te beginnen, onduidelijkheid over de diagnose of definitie.</p>
<p>&#8216;Wat is bijvoorbeeld licht?&#8217;, zegt Wil Schilders, voorzitter van het landelijk Steunpunt dagbesteding en arbeid Ggz, dat als brancheorganisatie van de sector dagbesteding en arbeidsreïntegratie fungeert. &#8216;Bij zelfstandig wonende Ggz-cliënten die de dagbesteding bezoeken, gaat het meestal om mensen zonder baan, relaties en zinvolle dagtaken. Langdurig maatschappelijk uitgesloten zijn is geen lichte, maar zware problematiek.&#8217;</p>
<p><strong>Noodkreet uit een doolhof</strong></p>
<p>Is eenmaal vastgesteld wat iemand heeft, dan is door de huidige verscheidenheid aan financieringsregelingen vervolgens moeilijk vast te stellen welke problematiek en welke activiteit in welk budget thuishoort. Reakt moet voor de financiering van haar werk, behalve op de AWBZ en ZVW, nu ook een beroep doen op Wmo-geld, lokale participatie- en reïntegratiebudgetten, het persoonsgebonden budget (pgb) en/of speciale budgetten voor dak- en thuislozen in de vier grote steden.</p>
<p>Gemeenten voeren de regie over de Wmo-gelden, de participatie- en reïntegratiebudgetten en een deel van de pgb’s.  Maar volgens Van den Berg van Reakt weten vooral kleinere gemeenten niet precies wat ze, bijvoorbeeld, met  Wmo-geld moeten doen. &#8216;We worden van het kastje naar de muur gestuurd. De ene afdeling zegt dat onze cliënten passen in het budget voor maatschappelijke ondersteuning van dak- en thuislozen en de andere afdeling meent dat zij vallen onder het ‘granieten bestand’ van de Sociale dienst en dat we daar moeten aankloppen. Men gooit cliënten bij elkaar over de schutting. Wat dat betreft zijn er weer nieuwe schotten bijgekomen in plaats van neergehaald.&#8217;</p>
<p>En dan heeft Reakt ook nog deelnemers met wie op het oog weinig aan de hand lijkt. Van den Berg: &#8216;Zij kunnen wel wat, maar niet in een reguliere voorziening. In hun geval laten gemeenten zich helemaal moeilijk overtuigen van het nut of de noodzaak van begeleiding.&#8217;</p>
<p>Voor ongeveer 16 procent van haar cliënten kan Reakt momenteel moeilijk geld vinden voor de bekostiging van begeleiding en activiteiten.</p>
<p>Novadic Kentron, organisatie voor verslavingszorg in de provincie Brabant, helpt eveneens cliënten met complexe maatschappelijke, psychosociale of psychische problemen. Behalve (poli)klinische opvang en behandeling, biedt Novadic Kentron hulp bij arbeid, wonen en financiën, reclassering en werken op een zorgboerderij. &#8216;De problematiek van onze cliënten gaat dwars door de huidige financieringsstromen heen,&#8217; zegt Krijn in ’t Veld, voorzitter van de raad van bestuur. &#8216;Wij hebben met verschillende financieringssystemen te maken, ieder met hun eigen spelregels, indicatiestelling en verantwoordingsplicht.&#8217; Behalve met de verschillende wetten, regelingen en budgetten heeft Novadic Kentron, vanwege zijn forensische psychiatrie, te maken met het ministerie van Justitie. Net als Reakt stuit de organisatie op een gebrek aan kennis bij gemeenten. In ’t Veld: &#8216;Men weet nog niet goed welke problematiek waar thuishoort. Wat mensen met psychosociale, psychische en verslavingsproblematiek betreft, ligt de focus van gemeenten in veel gevallen op veiligheid en het terugdringen van overlast. Zij beseffen niet dat de activering en bevordering van maatschappelijke participatie van deze doelgroep nu ook hun taak is. Soms reageren gemeenten wantrouwend op ons contractvoorstel, omdat ze denken dat de verantwoordelijkheid voor financiering bij een zorgverzekeraar thuishoort.&#8217;</p>
<p>Wil Schilders van de brancheorganisatie dagbesteding en arbeid Ggz stelt het scherper: &#8216;Wmo-gelden gaan vooral naar andere doelgroepen, zoals ouderen. Ggz-cliënten komen pas in beeld bij gemeenten als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</p>
<p><strong>Apart overtuigen</strong></p>
<p>Een ander knelpunt is dat de organisaties ieder jaar opnieuw over hun aanbod moeten onderhandelen, terwijl de problemen van de cliënten meestal chronisch zijn.</p>
<p>In het dagelijks leven werkt Wil Schilders bij een regionale instelling voor begeleid wonen, werken en welzijn (RIBW) in Brabant. Ook haar werkgever moet iedere gemeente apart overtuigen van de begeleiding en diensten die de cliënten nodig hebben. Zowel de ervaring van de RIBW als van de andere organisaties die bij het Steunpunt zijn aangesloten, is dat als gemeenten een indicatie afgeven voor begeleiding, die vooral voor collectieve dagbesteding is. Schilders: &#8216;Daar zitten de verslaafde jongere, de psychotische moeder en de depressieve oudere bij elkaar. Om maatschappelijk te kunnen participeren, hebben Ggz-cliënten individuele begeleiding nodig, denk aan het aangaan van sociale relaties, aan studie of aan werk.&#8217; Zij zou daarom graag zien dat die individuele trajecten naar studie, werk en sociaal verkeer ook uit de Wmo worden vergoed.</p>
<p>Door de versnippering kost het aanvragen van financiering erg veel tijd. Het afsluiten van contracten en de afrekening van diensten en activiteiten die daarbij horen, leveren extra bureaucratie op. Konden Reakt, Novadic Kentron en collega-instellingen voor AWBZ-gefinancierde begeleiding voorheen terecht op één of enkele adressen, namelijk op het zorgkantoor en in centrumgemeenten, tegenwoordig dienen zij met iedere gemeente apart een contract af te sluiten. Novadic Kentron sluit nu jaarlijks aparte contracten af met alle 68 Brabantse gemeenten. Eerst was dat alleen met de zeven centrumgemeenten.</p>
<p>&#8216;Ook als er maar enkele cliënten uit een gemeente komen en het om minder dan duizend euro per jaar gaat, moeten we met die gemeente een contract afsluiten. Dat is een behoorlijke taakverzwaring,&#8217; zegt Van den Berg van Reakt. &#8216;Het zou al veel schelen als gemeenten in regionaal verband samenwerken en wij zaken kunnen afhandelen op het niveau van de centrumgemeente.&#8217; Reakt heeft medewerkers vrij moeten maken voor het samen met cliënten uitzoeken hoe de ondersteuning en activiteiten gefinancierd kunnen worden. Van den Berg: &#8216;Cliënten zelf komen er niet uit. Ze vragen het aan ons en wij zien het als onze verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar geld.&#8217;</p>
<p><strong>Uitsluiting</strong></p>
<p>Onzekerheid over de financiering van hun activiteiten leidt bij aanbieders tot afname van investeringen, het opzeggen van de huur van dagactiviteitencentra en het ontslaan van medewerkers. En natuurlijk tot minder begeleiding en participatiemogelijkheden van mensen met meervoudige problematiek. Krijn in ’t Veld vreest voor maatschappelijke uitsluiting van de meest kwetsbare burgers. Wil Schilders wijst op langere wachttijden voor de cliënten en het ontslag van medewerkers door Ggz-instellingen. &#8216;Het komt erop neer dat we met minder geld meer trajectbegeleiding moeten bieden. Ggz-cliënten met zogenaamde lichte problematiek, die we niet meer mogen begeleiden, ‘verdwijnen’ via de achterdeur. Zij zullen weer geïsoleerd raken, hun dag- en nachtritme verliezen en op termijn via de voordeur weer bij de Ggz binnenkomen. Dan zien ook de indicatiestellers dat het hier om zware problematiek gaat.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stadsergonomie</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Sep 2009 07:31:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[stadsergonoom]]></category>
		<category><![CDATA[toegankelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=896</guid>
		<description><![CDATA[Mensen met een handicap komen overal nog tal van obstakels tegen. Veel steden beloven beterschap.  Utrecht voert intensief overleg met belangenorganisaties, Den Haag laat een architect alle bouwplannen beoordelen en Amsterdam heeft een stadsergonoom. 
Binnenlands Bestuur &#8211; 2009
In de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg, op de kaart gezet als ‘wijk zonder scheidslijnen&#8217;, staan anno 2009 rolstoeltoegankelijke woningen leeg, terwijl [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mensen met een handicap komen overal nog tal van obstakels tegen. Veel steden beloven beterschap.  Utrecht voert intensief overleg met belangenorganisaties, Den Haag laat een architect alle bouwplannen beoordelen en Amsterdam heeft een stadsergonoom. <span id="more-896"></span></p>
<h3>Binnenlands Bestuur &#8211; 2009</h3>
<p>In de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg, op de kaart gezet als ‘wijk zonder scheidslijnen&#8217;, staan anno 2009 rolstoeltoegankelijke woningen leeg, terwijl er wachtlijsten voor bestaan. De klacht is dat ze te ver van winkels en haltes van het openbaar vervoer liggen en dat de plateauliften, die toegang tot de woningen verschaffen, vaak kapot zijn. Ook zijn de meeste tramhaltes niet toegankelijk, ontbreken opritten bij trottoirs, zijn er veel woningen met trapjes bij de voordeur, etc. ‘Zelfs de apotheek kun je nauwelijks in,&#8217; zegt een woordvoerster van Samenwerkende Gehandicaptenorganisaties Amsterdam (SGOA).<br />
De aanleg van de nieuwe wijk Leidsche Rijn bij Utrecht was voor de gemeente aanleiding met belangenorganisaties samen te werken. Het Stedelijk Overleg Lichamelijk Gehandicapten Utrecht (Solgu) is er sinds 1995 bij betrokken. In 2005 sloten gemeente, ouderen- en gehandicaptenorganisaties een convenant af over de toegankelijkheid van de openbare ruimte.<br />
Werken aan de toegankelijkheid van nieuwe stadswijken lijkt gemakkelijk. Gemeenten en projectontwikkelaars kunnen er immers vanaf het begin rekening mee houden. Dat valt in de praktijk tegen. ‘We zitten op één lijn met de gemeente, maar bij de oplevering van Leidsche Rijn bleken toch veel geleidelijnen en andere voorzieningen te ontbreken,&#8217; zegt Hans Gorissen, medewerker toegankelijkheid, mobiliteit en wonen van het Solgu. ‘Ook de aanleg van een nieuwe wijk is een gecompliceerd proces. Mensen met een beperking vormen slechts één van de groepen gebruikers en de auto gaat meestal voor. We moeten de plannen en inrichting steeds bijstellen.&#8217; Een toekomstig ‘obstakel&#8217; is het deel van de wijk dat met een overkoepeling over de A2 heen wordt gebouwd. Er zit acht meter hoogteverschil tussen maaiveld en overkapping. Gorissen: ‘Hier moet de gemeente heel creatief zijn om haar belofte van toegankelijkheid waar te maken.&#8217;Brede doelgroep<br />
Toegankelijk bouwen is wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit. Er zijn gemeentelijke voorschriften, checklists, toegankelijkheidssites en een jaarlijkse Week van de Toegankelijkheid. Technische ondersteuning is te vinden bij verschillende organisaties, er is een Handboek en een Almanak Toegankelijkheid. Daar is sinds 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bijgekomen, die mensen met een handicap ‘compensatie van hun beperking&#8217; belooft om de beoogde participatie en zelfredzaamheid te bereiken. Waarom gaat er toch zoveel mis en hoe kan het beter?<br />
Willem Jagersma van de Chronisch zieken en Gehandicapten (CG) Raad, die zich sinds jaar en dag beijvert voor toegankelijkheid, is van mening dat er ‘meer fout dan goed&#8217; gaat in gemeenten. Of het nu om stoepen en straten gaat of om gebouwen en voorzieningen: ze zijn ‘onvoldoende of helemaal niet&#8217; toegankelijk voor mensen met een beperking. ‘Zelfs raadszalen zijn niet overal bereikbaar voor mensen die slecht ter been zijn. Toegankelijke bouwprojecten zijn nog steeds zeldzaam.&#8217; Het probleem ligt volgens hem zowel bij het ontwerp en de planning als bij de uitvoering en het toezicht. ‘Beslissers zijn niet zozeer onwillig, maar hun kennis is beperkt. In het Bouwbesluit is ook niet ingevuld wat toegankelijkheid ís. Soms is toegankelijkheid een sluitpost of zijn regels onderling tegenstrijdig, zoals die voor toegankelijkheid en veiligheid.&#8217;<br />
Hij ziet wel een omslag, om economische redenen. ‘Niet alleen gehandicapten worden uitgesloten als gebouwen, buitenruimten en voorzieningen niet toegankelijk zijn, ook groeiende groepen ouderen. Een deel van de ouderen heeft veel geld te besteden, overheden en particulieren zien omzet.&#8217; Jagersma adviseert gemeenten bij toegankelijkheid uit te gaan van een brede doelgroep. Ook vindt hij dat overheden met hún gebouwen in ieder geval het goede voorbeeld moeten geven.</p>
<p>Alles in overleg<br />
Utrecht wil dat wel, het goede voorbeeld geven. De gemeente timmert sinds 2007 aan de weg met Agenda 22. Dat is een op de 22 regels van de Verenigde Naties voor gelijke rechten van gehandicapten geënt programma, dat lokale overheden aanspoort op alle gemeentelijke beleidsterreinen rekening te houden met handicaps. ‘Bij Leidsche Rijn hebben gemeente en belangenorganisaties samen vastgesteld dat het om ditjes en datjes in de uitvoering gaat. Het ontwerp was goed,&#8217; zegt Ien van der Waal-Krijbolder, projectleider Agenda 22. Haar taak is alle ambtelijke afdelingen te doordringen van de gevolgen van hun beleid voor mensen met een motorische, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking. Ze houdt ambtenaren voor dat zij het hele bouwproces bovenop het onderwerp toegankelijkheid moeten zitten. ‘Elk team, verantwoordelijk voor een deel van het traject, moet oplossingen zoeken voor de problemen die men tegenkomt.&#8217; De bouwmanager van de dienst Stadsontwikkeling begeleidt het hele proces. ‘Hij zorgt dat de eisen voor toegankelijkheid tussen de oren komen, worden geïntegreerd in werkprocessen en constant bewaakt,&#8217; vult Frans Weijburg aan. Hij is bij Agenda 22 betrokken als beleidsmedewerker welzijn.<br />
Ontoegankelijke ‘oudbouw&#8217; wordt eveneens aangepast. Frans Weijburg: ‘We lieten 171 openbare gebouwen met een publieke functie inventariseren die geheel of gedeeltelijk ontoegankelijk zijn voor mensen met beperkingen en beginnen nu met de eerste 24 gebouwen.&#8217;<br />
Hans Gorissen van het Solgu is te spreken over Utrecht, maar zou minder afhankelijk willen zijn van de goede wil van de gemeente. ‘Vroeger moesten we om aandacht voor toegankelijkheid vechten, nu hebben we een luisterend oor. Maar eigenlijk moeten onze eisen dezelfde status hebben als die voor brandveiligheid.&#8217;</p>
<p>Stadsergonoom<br />
In 2005 bleek uit een onderzoek van SGOA dat gemiddeld slechts 65% van de tussen 1998-2004 goedgekeurde nieuwbouwplannen in Amsterdam op papier voldeed aan alle wettelijke voorschriften voor toegankelijkheid. Een steekproef onder de uitgevoerde projecten maakte duidelijk dat de score in de praktijk nog lager uitviel. Volgens de onderzoeker was sprake van gebrekkige controle van Bouw- en Woningtoezicht (‘Een plan wordt nooit om ontoegankelijkheid afgewezen,&#8217; zo citeerde hij een ambtenaar) en onvoldoende politieke aansturing. De nieuwe Openbare Bibliotheek, die mooi staat te wezen aan het Amsterdamse Oosterdok, bleek bij de oplevering in 2007 slecht toegankelijk voor mensen met een handicap.<br />
Om dit soort problemen te voorkomen, heeft Amsterdam sinds begin dit jaar een stadsergonoom, ondergebracht bij de stedelijke Dienst Ruimtelijke Ordening: Ad van der Stok. Hij gaat het gemeentebestuur adviseren over de toegankelijkheid van nieuwe openbare gebouwen, stadsvervoer en openbare ruimte. Wat de inrichting van de openbare ruimte betreft is zijn positie vooralsnog onduidelijk. De zeggenschap daarover berust namelijk niet bij de centrale stad, waar hij in dienst is, maar bij de afzonderlijke stadsdeelbesturen. Zo ook het beheer van de openbare ruimte in IJburg, dat is de verantwoordelijkheid van stadsdeel Zeeburg. Van der Stok brengt daarom eerst voor de stad als geheel in kaart wie waarvoor verantwoordelijk is en welke problemen structureel zijn. ‘Bij de toegankelijkheid van de openbare ruimte zijn honderden mensen van gemeente en stadsdelen betrokken.&#8217;<br />
Zijn de problemen in IJburg en met de bibliotheek ‘kinderziekten&#8217;, zoals Ad van der Stok vermoedt, of is er een structureel probleem? De stadsergonoom reageert afhoudend op onze vragen, hij wil nog niemand voor het hoofd stoten. Volgend jaar maar weer eens terugkomen.</p>
<p>Keurmerk voor Den Haag<br />
Den Haag heeft al heel lang een dergelijke figuur, maar die heet daar coördinator toegankelijkheid. Robert de Kloe, opgeleid als architect en specialist in toegankelijk bouwen, is met zijn afdeling Toegankelijkheid en aanpasbaar bouwen ondergebracht bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. De afdeling krijgt de bouw- en inrichtingsplannen van de hele stad onder ogen en die hebben ‘bijna allemaal kleine of grotere tekortkomingen,&#8217; zegt hij. ‘Veel ontwerpers vinden toegankelijkheidseisen al gauw onzin.&#8217; En opdrachtgevers, toezichthouders en anderen moeten constant bij de les worden gehouden. Maar De Kloe laat ons zien waar technische kennis, overtuigingskracht, eindeloos overleg, aandringen en soms ‘zachte dwang&#8217; toe kunnen leiden.<br />
De tram en ook de halte voor de deur van het stadhuis op het Haagse Spui zijn niet toegankelijk voor mensen met een motorische of zintuiglijke handicap, maar de RandstadRail die eronder loopt wél. Het ondergrondse station is goed en veilig bereikbaar. Voor slechtziende en blinde reizigers zijn er overal ribbels en geleidelijnen en voor mensen met een auditieve beperking is er reisinformatie op displays. Rolstoelgebruikers kunnen met de lift naar beneden en zo de gelijkvloerse en goed op het perron aansluitende voertuigen inrijden. De bedoeling is de ontoegankelijke oude trams, die ook nog over de rails rijden, de komende tien jaar allemaal te vervangen door rijtuigen met een lage instap. De lightrailverbinding kende veel startproblemen, maar kan wat toegankelijkheid betreft nu model staan.<br />
Ook het stadhuis/bibliotheekcomplex is van vele gemakken voor mensen met een beperking voorzien. Alle gangen, deuropeningen, liften en terrassen zijn breed en toegankelijk voor rolstoelen. Overal in het gebouw zijn invalidentoiletten en andere gemarkeerde voorzieningen, zowel voor bezoekers als voor personeel. Een deel van de infobalie in de hal is verlaagd, evenals bedieningspanelen, chipautomaten en een openbare telefoon. Voor zintuiglijke handicaps zijn er geleidelijnen, ringlijnen én een gratis Teletolk met Gebarentaal. Vanuit de kleine spreekkamertjes legt men een verbinding met een tolkencentrum. De vertolking van het onderhoud wordt geprojecteerd op een scherm. De gemeente ontving voor het stadhuis van de CG Raad een ITS-keurmerk, een blauw rolstoelsymbool op de gevel bij de entree.</p>
<p>Voorall, belangenorganisatie voor Hagenaars met een beperking, kan ‘goed door één deur&#8217; met de gemeente, zegt medewerker Jaap Trouw. ‘Er blijft echter nog genoeg te wensen over. Op veel straathoeken is de trottoirband aan één kant verlaagd, maar die aan de overkant niet. Er zijn mooie gehandicaptenparkeerplaatsen maar geen verlaagde band in de buurt om vervolgens met je rolstoel of scootmobiel de stoep op te komen. Als de straat is opgebroken, houdt men zelden tot nooit rekening met ons. Oude stadsbussen zijn voorzien van uit te klappen plateaus voor rolstoelen, maar die handeling is zo bewerkelijk dat chauffeurs ze niet gebruiken. Veel culturele voorzieningen zijn niet toegankelijk.&#8217; Zo kan hij nog wel even doorgaan. Voorall beschouwt de Wmo in dit opzicht als een steun in de rug. ‘De wet geeft een extra impuls aan het toegankelijk maken van voorzieningen.&#8217;<br />
‘De Wmo geeft ons financiële mogelijkheden voor extra beleid,&#8217; zegt ook wethouder Bert van Alphen voor Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie. Hij kwam onlangs met de nota Hoezo gehandicapt?!, waarin de gemeente streefcijfers hanteert voor toegankelijke openbare gebouwen/gebieden en voor het verstrekken van subsidie voor aanpassingen ervan. Het gaat daarbij niet alleen om gemeentelijke gebouwen en voorzieningen, maar ook om publieke gelegenheden als winkels en horeca. Ondernemers kunnen voor het aanpassen van hun nering 50% van de investering terugkrijgen uit de Stimuleringsregeling toegankelijkheid, met een maximum van €25.000,-.</p>
<p>Voor de bereikbaarheid en het gebruik van gebouwen, openbare ruimte en vervoer is permanente aandacht nodig, zoveel is duidelijk. Robert de Kloe: ‘Toegankelijkheid komt er niet vanzelf. Vijftien jaar geleden dachten we dat mijn functie na enkele jaren overbodig zou zijn, maar dat is onrealistisch. Als wij er niet bovenop zitten, verdwijnt het belang van toegankelijkheid naar de achtergrond.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leg migranten niet in de watten</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Mar 2009 06:49:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Ahmed El Mesri]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=856</guid>
		<description><![CDATA[ In 2007 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ahmed El Mesri (52), al 25 jaar in een rolstoel, richtte vele organisaties op, helpt gehandicapte migranten en brengt groepen dichter bij elkaar. 
Contrast &#8211; 2009
Hij kan schor bulderen als een imam, maar roept op tot verdraagzaamheid. Hij zoekt het gesprek, maar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p> In 2007 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ahmed El Mesri (52), al 25 jaar in een rolstoel, richtte vele organisaties op, helpt gehandicapte migranten en brengt groepen dichter bij elkaar. <span id="more-856"></span></p>
<h3>Contrast &#8211; 2009</h3>
<p>Hij kan schor bulderen als een imam, maar roept op tot verdraagzaamheid. Hij zoekt het gesprek, maar schuwt de confrontatie over omstreden onderwerpen als homoseksualiteit, eerwraak en handicap niet. ‘Ik houd van taboes&#8217;. Hij richtte vele organisaties op, helpt mensen waar hij kan en organiseert bijeenkomsten om uiteenlopende groepen dichter bij elkaar te brengen. In 2007 werd hij door de koningin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ahmed El Mesri (1957) woont ruim 30 jaar in Nederland en kan sinds hij 25 jaar geleden een auto-ongeluk kreeg niet meer lopen. De handicap zette letterlijk een streep door zijn loopbaan, maar maakte hem tot man met een missie. ‘Liefde voor de medemens gaat voor de familie-eer,&#8217; zegt hij bijvoorbeeld. Een gesprek met een opmerkelijk figuur. <a rel="attachment wp-att-1078" href="http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html/attachment/ahmed-el-mesri"><img class="alignright size-medium wp-image-1078" title="Ahmed el Mesri" src="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2009/03/Ahmed-el-Mesri-300x225.jpg" alt="Ahmed el Mesri" width="300" height="225" /></a></p>
<p>We bezoeken hem op één van de plekken waar hij kantoor houdt: het Amsterdamse Patiënten en Consumenten Platform (APCP). Hij ontvangt en adviseert individuele migranten met een handicap en denkt met de patiëntenorganisatie mee over beleid ter verbetering van hun lot. Dat is het juiste woord, ‘lot&#8217;; ‘positie&#8217; zou nog te rooskleurig klinken. Ahmed El Mesri sprak voorafgaand aan ons onderhoud bijvoorbeeld met een jonge blinde vrouw die zichzelf tien jaar heeft afgezonderd vanwege haar handicap. El Mesri oogt zelf ook kwetsbaar, maar die indruk verdwijnt snel. Zijn benen mogen dan niet doen waar ze voor bedoeld zijn, aan zijn spraakvermogen mankeert niets. ‘In Marokko praat je niet over handicaps, dat is taboe. Mijn familie daar had zeker voor me gezorgd, maar ik had me nauwelijks verder kunnen ontwikkelen. Mijn handicap heeft me in Nederland gehouden. Veel migranten hier behandelen hun familieleden met een beperking niet goed. Ze worden verborgen gehouden, soms zelfs geslagen. Ook roddelen ze over hen of families nemen hun geld af in ruil voor verzorging.&#8217;</p>
<p>Vanuit het APCP en de door El Mesri opgerichte belangenvereniging Onze Hoop komt hij op voor migranten met een handicap of chronische ziekte en hun familie. ‘Je kunt nooit iemand helpen zonder familie. Omdat ikzelf migrant én gehandicapt ben, kan ik de kloof overbruggen. Families komen me iets vragen of voorleggen; ze hebben een gehandicapte zoon, dochter, vrouw of man en geen zorg. Ik vraag hen dat familielid mee te nemen en nodig hen vervolgens uit naar bijeenkomsten te komen, uit hun isolement. Ik heb zeer schrijnende gevallen gezien. Bijvoorbeeld een echtpaar dat al tientallen jaren in Nederland woont en waarvan de man na een herseninfarct twee jaar gehandicapt thuis zat opgesloten. Uit schaamte en om te voorkomen dat zijn omgeving slecht over hem praat. Terwijl zijn vrouw nota bene schoonmaakster is in een ziekenhuis!&#8217;</p>
<p>Zelf heeft Ahmed El Mesri na zijn ongeluk op een afgelegen plaats moeten revalideren. Een moeilijke en eenzame periode. ‘Mijn vrienden vonden me een lastpost. Gastarbeiders kwamen om te werken, niet om gehandicapt te zijn. Ik ontwikkelde een extra zintuig voor afwijzing. Toen ik terugkwam in Amsterdam, hield ik de eerste week de gordijnen dicht. Je moet wilskracht hebben om verder te gaan, proberen je weg te vinden. Achteraf gezien was het een tijd van bezinning, ik ben door die handicap herboren.&#8217; Hij is nu een hardwerkende man met vele bezigheden, waaronder die van tolk/vertaler en van voorzitter van clubs als vriendschapsvereniging Assadaaka. ‘Ik probeer mijn grenzen te verleggen en wil mijn lotgenoten laten zien dat je ook met een handicap veel kunt betekenen. Bij mij heeft het lang geduurd voordat ik zover was, ik had geen mensen om me heen. Dat gun je niemand. Daarom wil ik voor anderen een steunende rol vervullen, om hen sterker te maken.&#8217;</p>
<p>Zamel? Nou en!<br />
Een leven in afhankelijkheid was ook niets voor hem geweest. El Mesri had al vroeg een sterke vrijheidsdrang. Als zestienjarige jongen, zoon in een stedelijk middenklassegezin met zeven kinderen, verliet hij het Marokkaanse Tetouan om iets van de wereld te zien. Hij maakte er kennis met de Westerse cultuur. ‘Mijn vader dreef handel in de Spaanse enclave Ceuta. Ik ging vaak met hem mee en zag daar van alles op de televisie.&#8217; Zijn ouders waren open en liberaal. ‘Mijn moeder was vroedvrouw én begeleidde mensen bij het sterven. Ook mijn vader hielp mensen. Hij was tevens imam, maar deed daar niets mee. In mijn omgeving droegen vrouwen geen sluiers en ze gaven mannen gewoon een hand. Mijn ouders waren gelovig als doorsnee moslims.&#8217;<br />
Ahmed El Mesri moet iets van die sociale en liberale inslag en dat prekerige hebben geërfd. Hij zet zich dagelijks in voor anderen en houdt er een uitgesproken individualistische en liberale mening op na. El Mesri laat zich niet zeggen hoe hij moet leven en ontzegt ook anderen die vrijheid niet. Vrouwen niet, homo&#8217;s niet, niemand. ‘Als mensen zeggen dat homoseksuelen (zamel in het Arabisch) slecht zijn, zeg ik: &#8220;Wat heb jij daarmee te maken, heb respect en laat hen in hun waarde. Het zijn mensen, het zijn ook moslims.&#8221; &#8220;Leer jezelf kennen,&#8221; denk ik dan. Vaak hebben degenen die hard schreeuwen zelf homo-erotische gevoelens.&#8217;<br />
Volgens hem wemelt het in de geschiedenis van mannen met homoseksuele contacten.</p>
<p>Ahmed El Mesri vindt dat kinderen in de opvoeding moeten meekrijgen dat homoseksualiteit gewoon is en slechts één aspect van iemands persoonlijkheid. Om kennis te maken met ‘die andere wereld&#8217; bezocht hij met zijn eigen, volwassen zoon eens een gay bar op het Amsterdamse Rembrandtsplein.<br />
Zijn standpunten worden hem niet altijd in dank afgenomen. El Mesri wordt af en toe bedreigd. Maar een bedreiging doet hem niks, hij is niet bang. Het leven met een handicap heeft hem hard gemaakt, zegt hij. Regelmatig ook hoort hij: ‘Ahmed is homo&#8217;. ‘Al zou het zo zijn, toch zeg ik: &#8220;Nou en?&#8221; Maak je over mij geen zorgen, ik maak me zorgen over júllie. Ik zie bestuurders van andere migrantenorganisaties soms opkomen voor participatie maar afstand nemen van homoseksuelen. Ze krijgen gemeenschapsgeld en moeten naar mijn mening de vrijheden van anderen respecteren. Wij leven in een multicultureel land. Ik ben niet tegen hen, maar vind wel dat ze hier en daar kennis- en informatieachterstand hebben.&#8217; De veroordeling van homoseksualiteit komt naar zijn mening voort uit onwetendheid. Zijn missie is anderen voor te lichten en bewust te maken.<br />
Soms moet je volgens hem provoceren moet om zaken bespreekbaar te maken. Zo organiseerde El Mesri in Amsterdam Oost verschillende debatten over homoseksualiteit, waar honderden mensen op af kwamen. Eén van die bijeenkomsten was tot verontwaardiging van een aantal moslims tijdens de ramadan.</p>
<p>Hangmannen<br />
Zet Ahmed El Mesri middenin een bont gezelschap van allochtone en autochtone buurtgenoten, mannen en vrouwen met verschillende religies en culturen en hij is in zijn element. Hij wil méngen, categoraal werken is hem een gruwel. ‘Apart zitten als migranten bevordert de participatie niet, het belemmert die eerder. Je moet migranten ook niet in de watten leggen. We moeten niet denken dat we meer rechten hebben dan anderen.&#8217; Deze mening brengt hem geregeld in conflict met het establishment van het gesubsidieerde migrantenwerk. Symbolisch is het verschil van mening dat hij in het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg had over schotelantennes. ‘Schotels verhinderen goed nabuurschap, ze kweken vreemdelingenhaat. Vanuit Assadaaka vond ik dat de schotels weg mochten, op voorwaarde dat er een alternatieve oplossing kwam, zoals een gemeenschappelijke antenne op het dak. Mensen denken dan dat ik tegen ze ben. Migrantenorganisaties gingen zelfs handtekeningen tegen me verzamelen. Maar we deden onderzoek in de buurt en veel migranten bleken dat alternatief op het dak zelf te willen.&#8217;<br />
Ik vind dat de manier waarop medewerkers van welzijnsorganisaties soms werken mensen op hun plek houdt in plaats van vooruit helpt. Assadaaka geeft bijvoorbeeld computerlessen om vrouwen uit hun isolement te halen. De welzijnsinstelling heeft mannen de ruimte naast hen gegeven. Die mannen blijken er vooral te zijn om de vrouwen te bekritiseren (‘alle vrouwen die meedoen zijn hoeren&#8217;), maar worden niet verwijderd. De vrouwen komen dan niet meer. De hangmannen vormen tegenkrachten en belemmeren de emancipatie van vrouwen. Zelfs bekende bestuurders van migrantenorganisaties maken zich daaraan schuldig.&#8217; Zij vormen volgens El Mesri echter een kleine groep. ‘De doelgroep van vrouwen staat wel open voor veranderingen.&#8217;<br />
Hij is niet overal een graag geziene gast. Wat dat betreft deed het lintje van de koningin, dat hem door burgemeester Job Cohen werd opgespeld, hem goed. Het was een blijk van erkenning. Ook geniet hij vertrouwen van de mensen die hij bijstaat en de vele organisaties waar hij mee samenwerkt. Maar geliefd of niet, El Mesri blijft strijdlustig. ‘Ik kan niet vechten of wegrennen, maar ze krijgen me niet klein. Mensen mogen me uitschelden, ik kan tegen een stootje. Als ze me iets zouden aandoen, zijn ze laf. Met mij kun je alleen praten.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aangenaam kennis te maken</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/01/04/hier-komt-de-titel-van-je-bericht.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/01/04/hier-komt-de-titel-van-je-bericht.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 04 Jan 2009 20:24:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[kwartiermaken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=148</guid>
		<description><![CDATA[tekst-aangenaam-kennis-te-maken-de-client-als-burger-2007.
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2008/09/tekst-aangenaam-kennis-te-maken-de-client-als-burger-2007.pdf">tekst-aangenaam-kennis-te-maken-de-client-als-burger-2007</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/01/04/hier-komt-de-titel-van-je-bericht.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>In een pleeggezin is het veel gezelliger</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/in-een-pleeggezin-is-het-veel-gezelliger.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/in-een-pleeggezin-is-het-veel-gezelliger.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:47:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Volwassenen in pleeggezinnen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=266</guid>
		<description><![CDATA[Trouw &#8211; 2005
In de Belgische plattelandsgemeente Geel wonen honderden psychiatrische patiënten in pleeggezinnen. Vroeger waren het ‘sukkelaars&#8217; en ‘mannen van de kolonie&#8217;, ook de vrouwen. Tegenwoordig is het meneer en madam. Patiënten maken deel uit van de gemeenschap.Aan de gemeentegrenzen van Geel staan driehoekige waarschuwingsborden met het woord ‘gezinsverpleging&#8217;. Ze hebben vrijwel geen functie meer. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Trouw &#8211; 2005</h3>
<p>In de Belgische plattelandsgemeente Geel wonen honderden psychiatrische patiënten in pleeggezinnen. Vroeger waren het ‘sukkelaars&#8217; en ‘mannen van de kolonie&#8217;, ook de vrouwen. Tegenwoordig is het meneer en madam. Patiënten maken deel uit van de gemeenschap.Aan de gemeentegrenzen van Geel staan driehoekige waarschuwingsborden met het woord ‘gezinsverpleging&#8217;. Ze hebben vrijwel geen functie meer. Maar vroeger, toen er nauwelijks medicatie was, liepen de psychiatrisch patiënten zo de weg op. Zij waren niet afgezonderd en opgesloten in een inrichting, maar woonden bij gastgezinnen in het dorp of de stad. De ‘zotten&#8217;, zoals zij vroeger werden genoemd, en hun pleeggezinnen waren eerder in Geel dan het psychiatrisch ziekenhuis.<br />
René Dilliën (75) herinnert zich nog dat de patiënten zonder tussenkomst van hulpverleners bij gastgezinnen terecht kwamen. &#8220;Ze werden door hun familie of wie zich maar over hen ontfermde, naar Geel gestuurd. Wij haalden ze zo van het station.&#8221; René heeft zijn hele leven met patiënten in huis gewoond. &#8220;Eigenlijk van 1931 tot nu. Wij woonden op een boerderij. Ik was de jongste, bleef op de boerderij en nam de kostganger over. Wij accordeerden fantastisch. In de jaren vijftig kreeg ik zelf een gezin, maar onze gast bleef bij ons tot hij stierf.&#8221; Niet dat het altijd makkelijk was. &#8220;Hij had nog gevoelens. Hij had zes kinderen verwekt en viel ook mijn moeder wel eens lastig. Ik moest haar te hulp schieten en dreigen met de kachelpook!&#8221;<br />
Het is kenmerkend voor de Geelse gezinsverpleging. Men aanvaard de patiënten zoals ze zijn. Zij horen bij de familie. Zij doen met alles mee en vergezellen het gezin naar feestjes en partijen. Als vader en moeder te oud worden, gaan zij ‘over&#8217; op de kinderen.</p>
<p>René Dilliën heeft nu twee mannen in huis. Theo (73) woont er al 22 jaar en Guy (62) trok 12 jaar geleden bij de familie in. &#8220;Theo was geen gemakkelijke toen hij kwam. Hij kon niet werken en had een moeilijk karakter, hij wilde altijd gelijk hebben. Mijn vrouw, ook een boerendochter en gewend aan kostgangers, was hem soms niet de baas. Nu is het &#8216;n beste gast, een ruwe steen met een gouden hart. Als mijn kleinkinderen op bezoek zijn, zitten ze bij hém op schoot, niet bij mij.&#8221;<br />
Theo en Guy zijn allebei op de werkplaats, vergelijkbaar met de Nederlandse sociale werkvoorziening. Een bus haalt hen &#8217;s morgens af en brengt hen &#8217;s middags weer naar huize Dilliën. Zij steken gras en vegen op het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis. Theo, die eerder 30 jaar in een inrichting verbleef, hoeft niet lang na te denken over de vraag waar hij liever woont: &#8220;Bij René.&#8221; Ook Guy wil nooit meer weg bij de familie. Hij woonde een deel van zijn leven samen met zijn broer en kent de zorgen van zelfstandigheid. De mannen vertellen enthousiast over de vakantiereis die ze binnenkort gaan maken en het communiefeest waar ze zijn geweest. Theo kan goed zingen en zit in een kerkkoor. In het weekend drinken ze graag een pintje, thuis of ‘op café&#8217;. De mannen doen ook het een en ander in het huishouden en de tuin. René zegt wel eens gekscherend maar met serieuze ondertoon tegen z&#8217;n kostgangers, dat zij het huishouden draaiende moeten houden als hij eerder overlijdt dan zij.</p>
<p>Pleegouders en patiënten hebben geen therapeutische relatie. Dat is ook niet de bedoeling. De pleeggezinnen weten meestal weinig tot niets van de (medische) voorgeschiedenis van hun gasten. Hulpverlening en begeleiding laten zij over aan de wijkverpleegkundigen en doktoren van het psychiatrisch ziekenhuis. Het is niet alleen uit goedheid en gewoonte dat veel Gelenaren patiënten in huis nemen. Ook geld en economische redenen spelen een rol, zij het vroeger meer dan nu. De patiënten helpen op het land en in de huishouding. Niet zelden ook zijn de rollen op latere leeftijd omgedraaid. Dan verzorgen patiënten hun oude en hulpbehoevende pleegouders. Gezinnen verdienen wat bij met het kostgeld. &#8220;Vroeger waren het werkkrachten, we hadden het arm,&#8221; zegt René. &#8220;Voor het geld hoef je het nu niet te doen. Pleeggezinnen krijgen een vergoeding van 17 tot 19 euro per dag.&#8221;<br />
Behalve de hulp die patiënten kunnen bieden, zijn tegenwoordig vooral de affectie en gezelligheid reden een gast in huis te nemen. De wederkerigheid geeft de patiënten maatschappelijke betekenis.<br />
Professor Eugeen Roosens van Universiteit Leuven deed tweemaal uitgebreid onderzoek naar, wat hij noemt, het Geelse model. Hij wijst op de unieke vorm van sociale insluiting in Geel &#8211; ‘inclusie&#8217; in het Vlaams &#8211; terwijl lotgenoten elders vaak worden buitengesloten en in isolement leven.</p>
<p>Eugeen Roosens publiceert en spreekt geregeld over gezinsverpleging, mede om hulpverleners en medici de waardevolle elementen van de gezinsverpleging voor te houden. In april sprak hij op de landelijke manifestatie De Kunst van het Kwartiermaken in Utrecht, op 13 mei in Geel op een congres over rehabilitatie. &#8220;Wij moeten niet alleen jonge gezinnen overtuigen, ook psychiaters. De gezinsverpleging vindt slechts hier en daar navolging. Zo zijn rond Luik 184 patiënten op Geelse wijze in gezinnen opgenomen.&#8221;<br />
In Geel zelf is er een redelijke aanwas: jaarlijks komen er 13 nieuwe pleeggezinnen bij en worden gemiddeld 17 nieuwe mensen geplaatst. René Dilliën verwacht niet dat met hem de traditie in de familie stopt. &#8220;Misschien neemt mijn jongste zoon een patiënt in huis.&#8221;<br />
De Geelse gemeenschap is sinds jaar en dag gewend aan psychiatrisch patiënten. Men respecteert ze en gaat gewoon met hen om. Patiënten nemen hier en daar deel aan het verenigingsleven en zijn &#8211; zolang ze zich niet al te opvallend gedragen &#8211; welkom in de meeste cafés en restaurants. Toch heeft het wonen onder de mensen niks veranderd aan wat men als normaal en afwijkend beschouwt, zegt Roosens. &#8220;Men tolereert de patiënten. Maar wanneer zij afwijkend gedrag vertonen op straat of in een winkel, grijpt de Gelenaar in om de normale orde te herstellen.&#8221;<br />
&#8220;Je stelt je niet hoger op dan hen, maar zij zijn niet voor niks hier,&#8221; zegt ook René Dilliën. Hij heeft in z&#8217;n leven geen moment spijt gehad van z&#8217;n beslissing patiënten in huis te nemen. &#8220;Die mensen zijn gekraakt en moeten zich rechtzetten. Ik ben blij dat onze gasten zover zijn gekomen. Ik ben er fier op.&#8221;<br />
485 volwassenen in 400 pleeggezinnen<br />
Geel is een plattelandsgemeente met 33.000 inwoners. De gemeente heeft een centrum en verschillende omliggende dorpen. Middenin Geel ligt het grote complex van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis. Verschillende afdelingen behandelen en verplegen 750 patiënten, zorgen voor dagactiviteiten, werk en vrije tijdsbesteding. Een deel van hen heeft naast aandoeningen als schizofrenie en autisme, een verstandelijke handicap. De afdeling Rehabilitatie richt zich op volwaardig burgerschap van mensen die chronisch lijden aan een psychiatrische aandoening, op het gebied van wonen, leren, werken en vrije tijd. De voornaamste woonvorm is de gezinsverpleging. 485 van de huidige 815 patiënten wonen in een pleeggezin, vaak al tientallen jaren lang. Het komt regelmatig voor dat kostgevers hun 50 jarig bestaan als pleeggezin vieren. Voor de tweede wereldoorlog woonden er bijna 4000 mensen met ernstige psychiatrische problematiek in gastgezinnen, in de jaren zeventig nog 1000. Momenteel zijn er 400 pleeggezinnen, sommige met meerdere gasten in huis. Alleen volwassenen komen in aanmerking voor plaatsing in een gastgezin. Gezinsverpleging voor kinderen, zoals de Nederlandse therapeutische gezinsverpleging, een vorm van pleegzorg, is in Geel in ontwikkeling. De patiënten komen uit verschillende landen, niet alleen uit België. Er wonen 15 Nederlandse patiënten in een Geels pleeggezin.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/in-een-pleeggezin-is-het-veel-gezelliger.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vechten voor zelfstandigheid</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/08/29/vechten-voor-zelfstandigheid.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/08/29/vechten-voor-zelfstandigheid.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 29 Aug 2008 13:03:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Zelfredzaamheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=245</guid>
		<description><![CDATA[Trouw &#8211; 2005
Vechten voor zelfstandigheidDe overheid moedigt gehandicapten aan om zelfstandig te blijven, maar kort tegelijkertijd op de voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Twee afnemers van zorg over de praktijk van zelfredzaamheid.
De computer van Riet Kleerebezem leest haar &#8217;s ochtends nieuwsberichten uit Trouw voor. Haar digitale huisgenoot is uitgerust met spraakherkenning, op het toetsenbord zit [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Trouw &#8211; 2005</h3>
<p>Vechten voor zelfstandigheidDe overheid moedigt gehandicapten aan om zelfstandig te blijven, maar kort tegelijkertijd op de voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Twee afnemers van zorg over de praktijk van zelfredzaamheid.</p>
<p>De computer van Riet Kleerebezem leest haar &#8217;s ochtends nieuwsberichten uit Trouw voor. Haar digitale huisgenoot is uitgerust met spraakherkenning, op het toetsenbord zit een brailleregel. Riet is blind sinds haar 36ste, zij is nu 56. Verschillende hulpmiddelen houden haar bij de tijd en maatschappelijk actief. Op de dag dat we met haar praten heeft ze, met anderen van de Werkgroep WVG, een gesprek met zorgwethouder Hannah Belliot. Riet heeft flink strijd moeten leveren voor de vergoeding van een ‘lange brailleregel&#8217; met 40 karakters. Nu geniet ze van de mogelijkheden die de technische vooruitgang haar biedt. Er gaat echter ook wel eens iets áchteruit. &#8220;Slechter gaan zien betekent steeds meer inleveren: m&#8217;n kinderen niet meer zien, geen fiets meer rijden etc. Erger wordt het niet, dacht ik toen ik helemaal blind was. Ik bouwde weer op: revalideren, braille lezen, met de hond leren lopen. En dan moet je toch weer inleveren. Zo zijn de zones van het aanvullend openbaar vervoer ingekort. Je mag je in de stad nog maar een beperkt aantal zones vanaf je postcode laten vervoeren. Ik zou graag elke week op m&#8217;n kleinkinderen passen, maar dat is buiten Amsterdam. Het is te duur geworden vanuit mijn wijk. Dat hakt er emotioneel diep in.&#8221;</p>
<p>Riet is niet de enige die moet inleveren. Achtereenvolgende kabinetten willen de verzorgingsstaat afslanken, stellen grenzen aan hulp van staatswege en vergroten de eigen verantwoordelijkheid. Mensen met een handicap of chronische ziekte moeten gelijk worden behandeld, daar hoort inleveren toch bij? Ruud van Zuijlen, ruim twintig jaar MS-patiënt en zwaar gehandicapt, vindt van niet. Hij is daar heel stellig in: &#8220;De gemeenschap &#8211; zeker wanneer men een ‘civil society&#8217; wil zijn &#8211; is verplicht iedere persoon die door ziekte beperkt is voor die beperking te compenseren.&#8221; Wat hem betreft moet die compensatie adequaat zijn. Dat kan tot conflicten leiden. Zoals rond de aanschaf van een hightech rolstoel. Ruud is houder van een persoonsgeboden budget (pgb) en wilde daarmee een rolstoel kopen met onder andere een sta op-functie. Daarmee kan hij zichzelf elektronisch in een staande positie brengen. Hij is dan in staat zijn vele vrijwilligersfuncties beter te vervullen. Regelmatig rechtop voorkomt bovendien lichamelijke klachten en is derhalve preventief. Ruud bewoog hemel en aarde, maar kreeg geen toestemming en bijpassend budget voor die extra functie. Hij betaalde die uit eigen zak. Hij wordt nog woest bij de herinnering aan wat de verstrekker zei: ‘Meneer, u wilt de Rolls-Royce onder de rolstoelen, dat willen we allemaal wel&#8217;. &#8220;Het overheidsbeleid is gericht op maatschappelijke participatie, daar heb ik goede voorzieningen voor nodig. Daarbij komt dat ik weinig beroep doe op andere zorg. Ik kom zo min mogelijk in ziekenhuizen. De persoonlijke thuiszorg huur ik in met een pgb. Dat is 30% goedkoper dan thuiszorg in natura. Ook worden technische snufjes steeds goedkoper.&#8221; Ruud vindt een dure rolstoel gerechtvaardigd. Als hij kan aantonen dat hij het nodig heeft, wil hij ook een robotarm van €50.000,- kunnen aanschaffen, Riet een duur navigatiesysteem voor blinden. Mensen met een handicap of chronische ziekte, vinden zij, moeten net als anderen mee kunnen delen in de voordelen van de voortschrijdende technologie. Ruud van Zuijlen: &#8220;De tijd dat je je als gehandicapte alleen kunt voortbewegen met een plankje en een stokje is voorbij.&#8221;</p>
<p>Maar de wal keert het schip. De zorguitgaven zijn te hoog geworden. De organisatie van de zorg loopt bovendien achter de werkelijkheid aan. Herijking van beleid is noodzakelijk. De aanstaande Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is het &#8211; rijkelijk late &#8211; politiek-bestuurlijke antwoord op het zolang mogelijk zelfstandig willen blijven wonen van ouderen en mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap. Veel zorginstellingen in de gehandicapten-, ouderenzorg en psychiatrie zijn al dicht. Terwijl de diensten op het gebied van wonen, zorg, welzijn, werk en inkomen die zelfstandig wonende kwetsbare burgers moeten ondersteunen, nog onvoldoende op elkaar zijn afgestemd.<br />
De WMO, die voorgaande wetten als WVG, de Welzijnswet en gedeeltelijk de AWBZ vervangt, komt deels tegemoet aan de wensen van emancipatiebeweging en belangenorganisaties. Zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, ook van kwetsbare en zieke burgers, zijn uitgangspunt. Maar ook eigen verantwoordelijkheid. En daar scheiden de wegen zich. Mensen die hulp nodig hebben dienen eerst in hun eigen omgeving aan te kloppen. De overheid schiet pas te hulp als het echt niet anders kan. Betrokkenen vrezen dat het moeilijker wordt de voorzieningen te krijgen die men nodig heeft. &#8220;Rechten worden weer gunsten.&#8221;</p>
<p>Ruud en Riet zijn precies de burgers die de huidige regering zich wenst. Zij nemen zelf verantwoordelijkheid voor hun functioneren, hun omgeving neemt een groot deel van de zorg op zich, ze zijn zelfredzaam én maatschappelijk actief. De meeste mensen met een zware handicap zijn dat echter niet. Komt de hulp voor de kwetsbaarste mensen niet in het gedrang? Ruud: &#8220;In de AWBZ zit geen plafond. De gemeenten, die de WMO gaan uitvoeren, krijgen echter een begrensd budget. Wij zijn bang dat het ten koste gaat van de kwaliteit. Ook is onduidelijk of het pgb kan blijven bestaan.&#8221;</p>
<p>Ruud en Riet zien de noodzaak van kostenbeheersing in de zorg wel in. Zij wijzen daar alleen andere manieren voor aan. Riet: &#8220;Als de overheid wil bezuinigen, moet men zorgen dat mensen en instellingen geen onnodige hulpmiddelen aanschaffen. Nu blijven veel voorzieningen op de plank liggen of in de gang staan, omdat ze met onvoldoende aandacht zijn besteld. Dat is verspilling. Laat mensen eventueel eerst een maand oefenen. Sommige voorzieningen zitten in een standaardpakket. Mensen hebben niet alles daaruit nodig.&#8221;<br />
Volgens Ruud biedt ook vraagverheldering soelaas. &#8220;Dat bevordert dat mensen hulpmiddelen krijgen die ze echt gebruiken.&#8221; Uitvoerders zouden dubbel werk moeten voorkomen. &#8220;Nu voer je voor ieder hulpmiddel een apart indicatiegesprek. Ik moet telkens opnieuw uitleggen dat ik MS heb. Dat kan toch allemaal in één keer?&#8221; Efficiencywinst dus. Zij schatten dat het 10% kostenbesparing oplevert.</p>
<p>Ruud vindt dat zorg zich slecht leent voor marktwerking, hoewel het besteden van een pgb ook volgens het marktprincipe verloopt. &#8220;Ik ben voor marktwerking voor zover het onze keuzevrijheid vergroot. Maar ik vind dat er ook collectieve basisvoorzieningen moeten zijn.&#8221; Dus omarmen Ruud van Zuijlen en Riet Kleerebezem zaken waar zij tot voor kort grote bezwaren tegen hadden, zoals het Amsterdamse gehandicaptenvervoer. &#8220;Het heeft lang geduurd voordat Stadsmobiel naar behoren functioneert en nu wordt ‘ie aanbesteed! Straks verzorgt een prijsvechter uit Litouwen ons vervoer. Als die failliet gaat, hebben wij geen vervoer meer.&#8221;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/08/29/vechten-voor-zelfstandigheid.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Werkdruk op de sociale werkplaats</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/08/02/werkdruk-op-de-sociale-werkplaats.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/08/02/werkdruk-op-de-sociale-werkplaats.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 02 Aug 2008 08:53:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Sociale werkplaats]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=17</guid>
		<description><![CDATA[NRC Handelsblad &#8211; 2002
Nog niet zo lang geleden zaten mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap tientallen jaren hetzelfde werk te doen in sociale werkplaatsen. Die tijd is voorbij: SW-bedrijven moeten zorgen dat zoveel mogelijk medewerkers doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Productiviteit en werkdruk nemen toe: “Maakten mensen met het Down-syndroom vroeger tien lampen per [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>NRC Handelsblad &#8211; 2002</h3>
<p>Nog niet zo lang geleden zaten mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap tientallen jaren hetzelfde werk te doen in sociale werkplaatsen. Die tijd is voorbij: SW-bedrijven moeten zorgen dat zoveel mogelijk medewerkers doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Productiviteit en werkdruk nemen toe: “Maakten mensen met het Down-syndroom vroeger tien lampen per dag, nu maken ze er twintig,” zegt een leidinggevende in een SW-bedrijf te Diemen. De Algemene Rekenkamer gaat het nog niet snel genoeg en kapittelde de sociale werkvoorziening. Men zou de ‘betere’ werknemers vasthouden en verhinderen dat zij een gewone baan aanvaarden.<br />
Werknemers met een handicap tussen twee vuren.<span id="more-17"></span></p>
<p>De Rekenkamer onderzocht de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening en kwam eind vorig jaar met forse kritiek. Bedrijfseconomische afwegingen zouden leiden tot het binnenhalen en vasthouden van ‘goede’ mensen. Minder dan 1% van de 92.000 mensen ruilt de beschermde werkomgeving in voor een gewone baan. Terwijl de landelijke doelstelling een uitstroom 5% is. Van de beoogde 25% begeleid werken (in dienst bij een gewoon bedrijf met begeleiding door een job coach), wordt slechts 7% gehaald.<br />
“Onzin”, kaatst directeur Piet Dek van de Amsterdamse WRA Groep de bal terug. “De overheid heeft in 1998 de criteria voor toelating tot de sociale werkvoorziening aanzienlijk aangescherpt. Mensen die nu binnenkomen hebben een ernstige arbeidshandicap. Dan kun je niet verwachten dat de uitstroom naar gewoon werk groter wordt. De wetgever is in 1998 halfslachtig geweest. De zittende mensen hoefden niet opnieuw te worden beoordeeld, alleen nieuwe mensen. Wanneer mensen, ook zij die hier al lang zitten, een andere baan willen, stimuleren wij hen. Maar de kans dat een 52-jarige met een SW-verleden een gewone baan krijgt is natuurlijk niet zo groot.”</p>
<p>“Sommige SW-bedrijven houden wel degelijk mensen vast, maar ze kunnen ook niet veel anders. De bedrijven zijn gemangeld tussen hun commerciële doelstelling en de uitvoering van de WSW,” zegt Janke Smit. Zij is CAO-onderhandelaar voor SW-ers van de Abvakabo. “Door de aangescherpte toelatingseisen voor sociale werkplaatsen komt het aanbod van nieuwe mensen van de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar het werk moet gewoon gedaan worden. Er moet productie worden geleverd. Het gaat daarbij vaak om gekwalificeerd werk. Vanuit de bedrijfsvoering is het logisch dat SW-bedrijven de mensen die ze intern hebben opgeleid en waar ze in hebben geïnvesteerd, niet graag zien vertrekken. Dus als werknemers niet zelf aangeven weg te willen, zal het bedrijf hen daartoe niet aanzetten. Door vergrijzing van de oude populatie en het lage niveau van nieuwe mensen zal het in de toekomst moeilijk zijn de continuïteit van het bedrijf te garanderen.”</p>
<p>Bij de WRA Groep &#8211; een van de grootste SW-bedrijven in Nederland &#8211; werken niet meer alleen SW-ers. Een deel van de bedrijfsresultaten is afkomstig van WAO-ers en werklozen, die in het kader van de wet REA of wet instroming werkzoekenden (WIW) aan de slag moeten.<br />
Hier snijdt het mes aan twee kanten. De ingekochte trajecten leveren inkomsten op. En er is aanwas van nieuwe groepen mensen met eerder een sociale dan een lichamelijke of verstandelijke handicap. Hun &#8211; al dan niet tijdelijke &#8211; intrede in de sociale werkvoorziening voorkomt dat de spoeling van het arbeidsaanbod te dun wordt.<br />
Door verschillende groepen werknemers met een arbeidsbeperking op deze wijze te mengen voorkomt men wellicht dat de strop van het gebrek aan voldoende en gekwalificeerd personeel, zich in de toekomst aantrekt.</p>
<p>De laatste jaren zijn bij de WRA Groep de productiviteit en omzet licht gestegen. ‘Medewerkers moeten naar vermogen optimale prestaties leveren’ is het motto. Iske ter Haar, directeur van een van de divisies van de WRA Groep: “Extra kosten of tegenvallers kun je niet verhalen op de overheid. We zijn gebudgetteerd. Daar komt bij dat de kosten en baten geen gelijke tred houden. De arbeidsvoorwaarden zijn tegenwoordig per CAO geregeld, met alles erop en eraan. Maar de subsidie van de overheid stijgt niet voor de volle 100% mee wanneer de loonkosten omhoog gaan. Je kunt dat verschil wel doorberekenen aan de klant, maar je kunt ook intern kijken of de organisatie efficiënter kan. Hoe je het ook wendt of keert: een gezond bedrijf is voorwaarde voor continuïteit.”<br />
Productievere medewerkers kunnen in een dergelijke situatie node gemist worden. Neem het voorbeeld van SW-ers in parkeergarages bij de Amsterdamse Arena. Commercieel is het werk interessant voor de WRA Groep, omdat de contracten veel geld opbrengen. Maar je moet er de ‘betere’ medewerkers voor hebben, die zelfstandig kunnen werken, in ploegendienst werken en met mensen om kunnen gaan. Iske ter Haar,: “Toch gaat het zelfs hier om een groep ‘zwakke’ werknemers. Slechts een enkeling zal in een gewone baan kunnen gedijen.”<br />
Mensen moeten soms een hele omweg maken om bij de sociale werkvoorziening terecht te komen, met name mensen die zich moeilijk staande kunnen houden in het leven. De strengere eisen maken rechtstreeks toelaten onmogelijk. Directeur Piet Dek zou die groep het liefst direct aan werk willen helpen. “Veel mensen zijn zo zwak, die vallen al om bij windkracht 1. Zij zijn niet ziek, maar zullen – even afgezien van die ene wonderbaarlijke genezing – nooit in een gewoon bedrijf aan de slag kunnen. Noem het mensen met een sociaal handicap. Suggereer niet dat zij kunnen doorstromen, laat hen de kortste weg nemen naar de plek waar ze goed zitten.”.</p>
<p>Een voorbeeld. Op Schiphol assisteert een ploeg gedetacheerde SW-ers, gestoken in werkkleding van het schoonmaakbedrijf dat door de luchthaven is ingehuurd, bij het poetswerk. Het SW-bedrijf zorgt voor de begeleiding. Schiphol stelt hoge eisen. Soms komt er wel vier keer op een dag controle om te kijken of de kilometerslange vloeren wel glimmen en de toiletten spic en span zijn. Sommige SW-ers zijn trots op hun functie. Reizigers vragen hen de weg. Ze voelen zich gastheer of gastvrouw van Schiphol. Maar het evenwicht is broos. “Er hoeft maar één iemand iets lelijks te zeggen en het is hommeles” zegt Theo Dubois, werkleider van de schoonmakers vanuit de WRA Groep. “Eén akkefietje en ze gooien het bijltje erbij neer en gaan naar huis. Vorige week nog hebben twee mensen ‘de geest gegeven’, die waren helemaal op.”<br />
Fred Saelman is één van die twee en zit ziek thuis. Hij werkt al 26 jaar bij de sociale werkvoorziening, maar de laatste jaren is onrust troef. Hij is vaak van bedrijf geswitcht, steeds raakt hij in conflicten verzeild. Werken in de metaal lag hem nog het meest. Op Schiphol zint het werk hem niet, noch de collega’s. Volgens hem ging het mis toen de sociale werkplaats WRA werd: “Alle mensen die goed ter been waren, die niks zichtbaars hadden, werden gedetacheerd. Ik wil niet door een gewoon bedrijf worden overgenomen. Ik wil zekerheid hebben als ik ergens uitvlieg.”<br />
Theo Dubois loopt gewapend met een mobieltje, de hele dag van de ene naar de andere pier om de twintig SW-medewerkers in goede banen te leiden. Veel brandjes blussen en veel praten. “Soms ben ik net thuis voor het weekend en belt Schiphol dat er iets misgaat. Kan ik meteen weer terug. Niet iedere SW-er kan de verantwoordelijkheid en de tijdsdruk aan. De mensen zijn zo gewend aan bescherming. Als ze zich vroeger niet lekker voelden, bleven ze thuis. Hier moeten ze presteren.”</p>
<p>Directeur Ter Haar richt haar activiteiten vooral op de medewerkers ín het bedrijf. Uitstroom van mensen staat niet centraal. “Iemand die elders aan de slag wil, krijgt onze steun. Vasthouden of blokkeren doen we niet. Maar we werken ze ook niet met man en macht de deur uit. Mensen die in aanmerking komen voor indiensttreding elders, hebben overigens zelf aarzelingen. En die zullen met de steeds strengere regels rond ziekte en arbeidsongeschiktheid niet minder worden.”<br />
Individuele ontplooiing is een van de hoofddoelstellingen van SW-bedrijven. Ook bij de WRA Groep wordt veel geïnvesteerd in opleiding en training van de werknemers en velen maken daar graag gebruik van. Bij binnenkomst van een werknemer volgt allereerst een leerwerktraject. Vervolgens kan men van eenvoudig werk intern doorschuiven naar een andere afdeling. Mensen worden gestimuleerd tot het halen van een diploma. Tenslotte kunnen mensen worden gedetacheerd, individueel of als groep. Bij Heineken, Schiphol of Albert Heyn. Of in dienst treden van een opdrachtgever.<br />
Enkele jaren geleden is men binnen de WRA Groep gestart met functionerings- en beoordelingsgesprekken om te kijken of werknemers nog meer willen en kunnen. Voor leidinggevenden is onlangs het zogenoemde ‘competentiemanagement’ ingevoerd: vaardigheden en prestaties van de medewerkers worden nauwgezet in kaart gebracht zodat leidinggevenden hun ontwikkeling aan de hand van data kunnen sturen.</p>
<p>SW-bedrijven moeten uitkomen met het budget dat het rijk hen verschaft en steeds meer hun eigen broek ophouden. Met de open eindfinanciering uit het verleden is het gedaan. Omdat gemeenten niet willen opdraaien voor tekorten, moet de sociale werkvoorziening commercieel werken. Er worden reserves opgebouwd. Dat betekent een efficiënte bedrijfsvoering en stijgende opbrengsten. De opgebouwde reserves gebruikt men voor investeringen en het binnenhalen van nieuwe opdrachten. Tegelijkertijd moet natuurlijk gewoon de wet worden uitgevoerd. Alle mensen met een SW-indicatie worden in dienst genomen, ontslaan kan niet.<br />
De commerciële en de sociale doelstelling van de werkplaatsen staan geregeld op gespannen voet met elkaar.<br />
Hier en daar wordt gemord dat het bedrijf wel erg veel nadruk legt op opbrengsten en productiviteit. Sommige werkleiders, vooral zij die al lang meelopen, zien de veranderingen in het bedrijf met lede ogen aan. Zij vinden het “op de centen letten” al gauw ten koste gaan van de sociale kant van de zaak. Werknemers moeten op hun tenen lopen. Een deel van het hoge ziekteverzuim van rond de 20% is te wijten aan de werkdruk, valt ook uit jaarverslagen op te maken.<br />
Ton van der Struyf is werkleider bij een vestiging van de WRA Groep in Diemen, waar vooral wordt gemonteerd en verpakt. “De subsidie wordt minder en de productie moet hoger.” Toch zou hij niet weg willen bij het bedrijf, net zomin als de vijftig mensen die hij onder zich heeft. “Vroeger was ik dakdekker en banketbakker, later taxichauffeur. Ik brak een rugwervel en werd voor 80-100% afgekeurd. Maar ik kan niet zonder werk. 11 jaar geleden ben ik hier binnengekomen met een SW-indicatie vanwege mijn lichamelijke handicap. Sinds 3 jaar ben ik werkleider, ik heb een opleiding gekregen met alles erop en eraan. Theoretisch zou ik ook in het vrije bedrijf kunnen werken, maar ja, ik ben 55 jaar. En ik werk graag met deze mensen. De medewerkers kunnen doorstromen en een opleiding krijgen, maar 99% wil niet weg. Ze willen niet terecht komen tussen mensen die beter kunnen nadenken dan zij.”</p>
<p>Er zijn 94 sociale werkvoorziening (SW) bedrijven in Nederland. Zij hebben rond 92.000 mensen met een arbeidshandicap in dienst. 40 % van hen heeft een WAO-achtergrond. Er staan ruim 5000 mensen op de wachtlijst voor een SW-dienstverband.<br />
De meeste SW-bedrijven hebben hun doelgroep de laatste jaren verbreed en bieden ook leerwerktrajecten of arbeidsoriëntatie aan in het kader van de wet Inschakeling Werkzoekenden, de wet Reïntegratie Arbeidsongeschikten en gesubsidieerde Instroom/Doorstroombanen.<br />
Werknemers in de sociale werkvoorziening ontvangen de eerste twee jaar van hun dienstverband het minimumloon. Afhankelijk van de zwaarte van de functie, volgt daarna beloning overeenkomstig de in 2001 afgesloten CAO voor de SW-sector. De functielonen variëren van 100-315% van het minimumloon.<br />
De wet op de sociale werkvoorziening (WSW) staat voor 1,95 miljard euro op de begroting van het Ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De subsidie voor de sociale werkvoorziening gaat langzaam maar zeker omlaag. De rijksbijdrage per werknemer was in 2001 € 21.921,=, iets minder dan in 2000. Tekorten van SW-bedrijven worden aangevuld met een gemeentelijke bijdrage of bekostigd uit eigen reserves.<br />
De bedrijven zijn voormalige gemeentelijke diensten. De politieke aansturing werd begin jaren negentig beëindigd. De bedrijfsvoering hebben zij sindsdien in eigen hand, maar gemeenten blijven formeel eindverantwoordelijk voor de exploitatie. Steeds meer SW-bedrijven verzelfstandigen (helemaal of op onderdelen).<br />
In de regio Amsterdam wordt de WSW uitgevoerd door de WRA Groep, ontstaan uit een fusie in 1996 van een aantal werkplaatsen voor arbeidsgehandicapten. De WRA Groep biedt ongeveer 3000 mensen werk in groenonderhoud, parkeren, facilitaire en industriële dienstverlening en detacheringen. Het bedrijf heeft 2001 met een positief resultaat afgesloten. Er ging vorig jaar ruim 84 miljoen euro aan kosten om de WRA Groep. Ongeveer 30% werd terugverdiend met de diensten en producten van het bedrijf. 61 miljoen euro kwam binnen als subsidie.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/08/02/werkdruk-op-de-sociale-werkplaats.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
