<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Lokaal sociaal beleid</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 15:08:48 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Maatschappelijk vastgoed</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2010/06/03/maatschappelijk-vastgoed.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2010/06/03/maatschappelijk-vastgoed.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Jun 2010 20:55:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Amsterdam Centraal]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[maatschappelijk verantwoord ondernemen]]></category>
		<category><![CDATA[woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1486</guid>
		<description><![CDATA[Op 16 februari, twee weken voor de fusie met stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, besloot  Amsterdams stadsdeel Zeeburg een groot deel van haar zogeheten ‘maatschappelijk vastgoed’ in de Indische Buurt te verkopen. Bij maatschappelijk vastgoed gaat het om gebouwen met een sociale functie, zoals verslavingszorg, buurt- en jongerencentra. Van de 27 panden in de Indische Buurt die Zeeburg [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 16 februari, twee weken voor de fusie met stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, besloot  Amsterdams stadsdeel Zeeburg een groot deel van haar zogeheten ‘maatschappelijk vastgoed’ in de Indische Buurt te verkopen. Bij maatschappelijk vastgoed gaat het om gebouwen met een sociale functie, zoals verslavingszorg, buurt- en jongerencentra. Van de 27 panden in de Indische Buurt die Zeeburg de deur uit heeft gedaan, zijn er 26 voor elf miljoen euro naar verschillende woningcorporaties gegaan. Omdat de panden worden verkocht mét sociale huurders en verplichtingen, is dat (ver) onder de marktprijs. Het 27<sup>ste</sup> pand, een broedplaats voor kunstenaars, stichtingen en maatschappelijke organisaties, wordt verkocht aan de gebruikers. Scholen blijven in bezit van het stadsdeel.</p>
<p>Verschillende partijen waren (en zijn) sterk gekant tegen de verkoop: D66 en SP ín de stadsdeelraad en enkele welzijnsinstellingen en groepen gebruikers van buurthuizen daarbuiten. Zij vrezen dat straks de functie van de panden verandert en de huren omhoog gaan. Oost/Watergraafsmeer, waarmee Zeeburg sinds 1 maart stadsdeel Amsterdam Oost vormt, was evenmin te spreken over de verkoop, vooral omdat handhaving van de sociale functie niet  is gegarandeerd.</p>
<p>Dat laatste werd, op de bewuste Zeeburger deelraadsvergadering van 16 februari, weersproken door verantwoordelijk wijkwethouder Jan Hoek van GroenLinks. “De huidige functie en lage huren van o.a. welzijnsorganisaties zijn contractueel vastgelegd in borgingsafspraken&#8221;. De reden voor de verkoop, waar jaren voorbereiding aan vooraf zijn gegaan, is dat het beheer en onderhoud van gebouwen als buurtcentra “geen kerntaak van het stadsdeel is. Woningcorporaties kunnen dat veel beter en efficiënter”. Het stadsdeel houdt invloed op het gebruik, de huurprijzen en de ontwikkeling van de panden via een programmaraad.</p>
<p>Hoe worden gebouwen met een maatschappelijke functie elders in de stad beheerd, vernieuwd en onderhouden? Een belronde langs een aantal andere stadsdelen leert dat daar op dit moment geen plannen zijn om al het bestaande maatschappelijk vastgoed (behalve scholen) van de hand te doen. Wel zijn er, in heel Amsterdam, voorbeelden te vinden van (oude) gemeentelijke gebouwen die woningcorporaties voor een zacht prijsje opkopen en ombouwen tot multifunctionele accommodaties en van zorg- en welzijnsvoorzieningen die zij realiseren in nieuwe wijken. Corporaties bouwen en verhuren kerkruimtes, huisartsen onder één dak en gezondheidscentra, kinderopvang, atelierwoningen, zorghotels, een jongerenhotel en een enkele brede school. Far West en Ymere ontwikkelden in West onderwijs/cultureel/maatschappelijke bedrijfsverzamelgebouwen als Vliegbasis de Huygens en Het Sieraad.</p>
<p>Daarnaast nemen woningcorporaties steeds meer maatschappelijke verantwoordelijkheid voor wijken en bewoners door  buurtconciërges aan te stellen, mee te doen aan achter de voordeurprojecten en aan gebiedsgericht werken, jargon voor samenwerking.</p>
<p>Voor de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties is investeren in maatschappelijk vastgoed een van de speerpunten op de Woonagenda 2010-2014 en onderdeel van werken aan een vitale stad’. De Federatie vraagt Amsterdam en de stadsdelen wel om ‘voldoende verdienmogelijkheden met commercieel te exploiteren  bedrijfsruimte’, in ruil voor de lage huurprijzen voor zorg-, onderwijs- en welzijnsvoorzieningen.</p>
<p>Maatschappelijk verantwoord ondernemen door woningcorporaties is mooi, heel mooi zelfs, maar het beheren van (onrendabele) welzijns- en andere gemeenschapsvoorzieningen is niet hún kerntaak. Meer dan eens zijn woningcorporaties negatief in het nieuws geweest omdat zij zich vertillen aan zaken die te ver van die kerntaak (volkshuisvesting, leefbaarheid wijk en buurt) afstaan en gemeenschapsgeld besteden aan prestigeprojecten, dure auto’s en torenhoge salarissen van hun bestuurders. Publiek/private samenwerking, waarbij gemeenten en corporaties partners zijn, ieder op hun eigen terrein, kan ook zonder verandering van de eigendomsverhouding. Het welzijnswerk wordt sinds een paar jaar ‘op de markt’ aanbesteed. Dat kan ook met het beheer en onderhoud van maatschappelijk vastgoed. Oude buurtcentra verkopen en vervolgens nieuwe instituties in het leven roepen om toezicht te houden op de nieuwe eigenaar en in te kunnen grijpen als het bedrijfs- toch boven het gemeenschappelijke belang gaat, is het paard achter de wagen spannen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2010/06/03/maatschappelijk-vastgoed.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Apr 2010 13:00:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[gemeenschapstuin]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1256</guid>
		<description><![CDATA[In de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet wordt een kaal grasveld waar niets gebeurde omgetoverd in een mooie gemeenschapstuin. Wat zijn de mogelijkheden van sociaal groen in de wijk?
Sociaal Bestek &#8211; april 2010
Buurtbewoners en andere groepen gebruikers hebben van tevoren kunnen aangeven hoe ze de tuin graag ingericht wilden zien. Ook zijn zij betrokken bij de realisering ervan. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet wordt een kaal grasveld waar niets gebeurde omgetoverd in een mooie gemeenschapstuin. Wat zijn de mogelijkheden van sociaal groen in de wijk?<span id="more-1256"></span></p>
<p><strong>Sociaal Bestek &#8211; april 2010</strong></p>
<p>Buurtbewoners en andere groepen gebruikers hebben van tevoren kunnen aangeven hoe ze de tuin graag ingericht wilden zien. Ook zijn zij betrokken bij de realisering ervan. Na oplevering kunnen bezoekers er jeu de boules spelen, scholen biologieles geven. In deelgemeente Delfshaven komt ook een gemeenschapstuin. In beide tuinen gaan uitkeringsgerechtigden aan de slag om werkervaring op te doen. De dienst Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid draagt graag bij aan sociale cohesie. Directeur Mart Toet: ‘De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’</p>
<p>De Brabantse gemeente Rucphen doet al sinds 2007 ervaring op met gemeenschapstuinen. Eén van de twee tuinen ligt naast een woon/zorgcomplex voor ouderen. In het verzorgingsgedeelte kookt men eens per week met verse producten uit de moestuin. De kas dient onder andere als dagbestedingsruimte voor ouderen. Er staat een tafel waar bijvoorbeeld bloemstukken worden gemaakt.</p>
<p>De tuin is een publieke voorziening en trekt veel ‘gewone’ bezoekers uit het dorp. Er zijn dieren, fruitbomen, een kruidentuin en een jeu de boules baan. In het voorjaar komen kinderen van het kinderdagverblijf er paaseieren zoeken, in de zomer picknicken. Bij mooi weer maken groepen voor activiteiten gebruik van een grote tafel buiten.</p>
<p>De gemeenschapstuin is ook een miniwerkgelegenheidsproject. Medewerkers van de sociale werkvoorziening hebben de tuin aangelegd, uitkeringsgerechtigden met een indicatie voor de sociale werkvoorziening onderhouden het groen nu. De verzorging van de dieren, zeven dagen per week, is in handen van re-integratiekandidaten van de afdeling Werk en Inkomen. Annelies Goossens is één van hen. Het werk is haar lust en haar leven. ‘Ik doe het heel graag,’ zegt Annelies. ‘Ik zorg voor de konijnen, kippen en geiten. Als ze ziek zijn ga ik met ze naar de dierenarts. Inenten kan ik zelf, dat heb ik geleerd tijdens de cursus die we moesten volgen voordat we hier begonnen. Ik maak met veel bezoekers een praatje. Ze kennen me en waarderen m’n werk, dat vind ik heel fijn.’</p>
<p>De Rucphense tuin is een project van de gemeente, woningcorporatie en de aanpalende verzorgingsinstelling. Ook Provincie Noord-Brabant levert een financiële bijdrage.</p>
<p><strong>1+1=3</strong></p>
<p>Het idee voor de gemeenschapstuinen is van Jacqueline van der Lubbe, senior adviseur bij RadarAdvies, landelijk bureau voor sociale vraagstukken én tuinontwerper. Het ontstond vanuit een 1+1=3 gedachte. Van der Lubbe zag mogelijkheden om ‘saai’ openbaar groen te veranderen in letterlijk en figuurlijk bloeiende ontmoetings-, participatie-, leer- en werkplekken. ‘Openbare ruimte wordt uit kostenoverwegingen vaak weinig uitnodigend of helemaal niet ingericht. De opzet is die ruimte om te bouwen tot iets van meer maatschappelijke waarde, dat dient als sociaal bindmiddel van mensen aan de zijlijn en minder kwetsbare burgers, jong en oud. De gemeenschapstuin moet laagdrempelig en verleidelijk zijn.’</p>
<p>Het innovatieve concept is ondergebracht bij en verder ontwikkeld door RadarAdvies. In Rucphen werden de eerste gemeenschapstuinen aangelegd. Jacqueline van der Lubbe was er projectmanager en ontwierp de tuinen, in nauwe samenwerking met betrokken organisaties, gebruikers en omwonenden.</p>
<p>Min of meer bij toeval krijgt de dienst Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid (SoZaWe) van Rotterdam in 2008 lucht van de gemeenschapstuinen. De dienst toont direct interesse om de mogelijkheden van het concept te verkennen voor wijken en werklozen in de grote stad. ‘Wat ons het meeste aanspreekt is het bevorderen van sociale cohesie in de wijk en de samenwerking die nodig is om een gemeenschapstuin te realiseren,’ zegt Mart Toet, directeur SoZaWe in Rotterdam. ‘Zo’n tuin past naadloos in de wijkaanpak van grote gemeenten en sluit goed aan bij ons streven burgers te activeren en te betrekken bij de samenleving.’</p>
<p>Toet noemt de gemeenschapstuin ‘een uniek concept’, dat veel kansen biedt voor burgerparticipatie, integratie en ontmoeting.</p>
<p><strong>Ateliers</strong></p>
<p>SoZaWe van de gemeente trekt Jacqueline van der Lubbe van RadarAdvies aan ter ondersteuning van het project. Zij adviseert de projectleider van SoZaWe tijdens de opzet en fasering van het project, denkt mee tijdens de uitvoering en levert ook hier het tuinontwerp. RadarAdvies werkt met de zogenoemde <em>Voor-en-door</em> methodiek. Van der Lubbe: ‘Gemeenschapstuinen moeten van onderop gestalte krijgen, niet van boven naar beneden in wijken worden gedropt. Niet alleen het eindproduct, de uiteindelijke tuin, brengt organisaties en mensen bij elkaar en bindt hen aan de wijk, maar vooral ook het wordingsproces.’ Een gemeenschapstuin kent dan ook geen standaardformule. De inrichting wordt afgestemd op de situatie, wensen en problematiek in de betreffende wijk.</p>
<p>De Rotterdamse initiatiefnemers polsen de belangstelling voor een gemeenschapstuin bij enkele deelgemeenten. De aan te leggen tuin komt immers op hun grondgebied. Deelgemeenten Hoogvliet en Delfshaven reageren snel en enthousiast, daar komen dan ook de eerste gemeenschapstuinen in de Maasstad.</p>
<p>Het zwaartepunt van de organisatie wordt verlegd van stedelijk naar deelgemeentelijk niveau. De projectleider van SoZaWe blijft wel bij de tuinen betrokken, onder meer omdat cliënten op participatiebanen van de Sociale dienst er leer/werkervaring op zullen doen.</p>
<p>Hoogvliet en Delfshaven zoeken naar geschikte plekken voor de gemeenschapstuin. Als de locaties zijn aangewezen en goedgekeurd, betrekt men de verhuurder van de omliggende woningen en grootste woningcorporatie in de wijken erbij, Woonbron. Ook die is enthousiast. ‘Zo’n tuin stimuleert de bewonersbetrokkenheid bij de buurt en ontmoetingen,’ zegt adviseur Ronald Luiten van Woonbron. ‘De naastgelegen basisschool, Villa De Notenkraker, moet het kloppende hart van de wijk worden. De gemeenschapstuin is een mooie, aanvullende voorziening. Woonbron betaalt graag mee aan de aanleg en het onderhoud, ook als investering in de kwaliteit van de woonomgeving.’</p>
<p>De bepalende en betalende partijen (de deelgemeenten, SoZaWe, enkele stedelijke diensten en Woonbron) vormen samen een projectteam in beide wijken. Dat bepaalt op welke doelgroepen de gemeenschapstuin zich primair gaat richten en legt contact met het opbouw-,  jongeren- en sociaal-cultureel werk, bewoners- en ouderenorganisaties, de kinderopvang en scholen. In zogeheten projectateliers worden de mogelijke contouren van de tuin besproken. Het sociaal-cultureel werk neemt de bewonersparticipatie voor zijn rekening, ondersteund door de Radar-adviseur. Om bewoners en specifieke doelgroepen vanaf de ontwerpfase te betrekken bij het maken van de tuin, worden ontwerpateliers georganiseerd. In plaatselijke krantjes en nieuwsbrieven, op scholen en in multifunctionele accommodaties verschijnen oproepen om mee te denken. Sociaal-cultureel werkers en vrijwilligers uit de buurt gaan huis aan huis bij buurtbewoners langs om te vragen of ze naar het atelier willen komen en hun zegje willen doen. Bij direct omwonenden nemen ze een enquête af en wordt persoonlijk een uitnodiging overhandigd. Specifieke doelgroepen als kinderen, jongeren, buurtvaders, allochtone vrouwen en ouderen is apart naar hun mening gevraagd.</p>
<p>In de ateliers is vooral met foto’s en beeldmateriaal gewerkt. Mensen kunnen met plakkertjes aangeven wat ze waar willen hebben. In Hoogvliet geven jongeren bijvoorbeeld te kennen dat ze graag een (muziek)podium in de tuin willen.</p>
<p>Op basis van alle inbreng maakt Jacqueline van der Lubbe een schetsontwerp, dat weer wordt voorgelegd aan de toekomstige gebruikers. Waar nodig volgen aanpassingen. Zoals op de hierbij afgedrukte tekening is te zien, is de wens van een podium gehonoreerd. Dat kan basisschool Villa De Notenkraker bijvoorbeeld gebruiken voor buitenlessen.</p>
<p>Voorjaar 2010 worden de twee Rotterdamse gemeenschapstuinen opgeleverd en feestelijk geopend. Een stuurgroep, met wederom de deelgemeente, woningcorporatie en SoZaWe, neemt dan de taak van het projectteam over. De samenwerkingspartners hebben de financiering van de tuin voor vier jaar vastgelegd.</p>
<p>De tuinen gaan leer/werkgelegenheid bieden aan 10-20 mensen per jaar per tuin. De participatiebanen worden bekostigd met reguliere re-integratiegelden. De re-integratiekandidaten volgen een korte opleiding in groenonderhoud en zullen ook worden ingezet voor onderhoudswerkzaamheden in de wijk.</p>
<p><strong>Beheer</strong></p>
<p>‘De gemeenschapstuin is van en voor de gebruikers, het is hún pronkstuk,’ zegt Jacqueline van der Lubbe. ‘Uitgangspunt is dat de gemeenschapstuin multifunctioneel wordt gebruikt.’ In de praktijk kunnen de activiteiten in de tuin van uiteenlopende groepen tot botsingen leiden. Een bekend voorbeeld van tegenstrijdige belangen is geluid produceren door de ene en de behoefte aan rust en stilte van de andere groep. Van der Lubbe: ‘Daarom is het zo belangrijk om mensen vanaf het begin bij de tuin te betrekken, zeggenschap te geven en de wensen van verschillende gebruikersgroepen tijdens het ontwerpen mee te nemen. Bovendien kun je toekomstige gebruikers inzetten bij de aanleg. In Rucphen hebben leerlingen van een praktijkschool bijvoorbeeld de banken en de dierenhokken in de gemeenschapstuin gemaakt.’ Maar dan nog vallen de vruchten van een gemeenschapstuin niet vanzelf van de geplante bomen. Daarom zijn er heldere afspraken gemaakt over het onderhoud, het beheer en de programmering.</p>
<p>In Rucphen zorgen bewoners en professionals in zogenoemde tuincommissies voor de pr en programmering van activiteiten in de tuinen. Zij doen dat in overleg met de gebruikers. De sociale werkvoorziening doet het groenonderhoud.</p>
<p>In Rotterdam sluit men contracten af over het beheer, de veiligheid, de programmering en het onderhoud van de gemeenschapstuinen. Een beheerbedrijf zal dagelijks een ronde maken om troep op te ruimen en eventuele kleine reparaties te verrichten. Omdat de twee tuinen middenin de wijk liggen, zorgen omliggende woningen, buurtbewoners die hun hond uitlaten, etc. voor sociale controle buiten kantoortijd. Het is bovendien de bedoeling dat SoZaWe re-integratiekandidaten inzet die uit dezelfde wijk afkomstig zijn. Ook dat werkt mogelijk preventief. Mochten vandalen vernielingen aanrichten of voor overlast zorgen, dan zullen de leer/werkers in het geweer komen: blijf met je handen van onze tuin af! Iets dat van jezelf is, wil je heel houden, zo is de verwachting. Het sociaal-cultureel werk zal er, in samenspraak met de bezoekers, op toezien dat er voldoende activiteiten zijn.</p>
<p>Volgens verantwoordelijk portefeuillehouder Jacqueline Cornelissen in deelgemeente Hoogvliet loopt het zo’n vaart niet. ‘Jongeren zijn er vanaf het begin bij betrokken. Ze weten dat ze kunnen chillen in de tuin zonder overlast te veroorzaken.’</p>
<p><strong>Winst</strong></p>
<p>De gemeente Rucphen hoopte met de gemeenschapstuinen nieuwe, duurzame leer-, werk- en ontmoetingsplaatsen voor verschillende bevolkingsgroepen te creëren. Is dat gelukt? Volgens Annelies Goossens wel. ‘Het aantal bezoekers neemt toe, zowel van omwonende ouderen als van mensen uit het dorp.’ Ook Hoogvliets portefeuillehouder Cornelissen verwacht dat het gaat lukken. ‘Dit is een ontzettend leuk project’, zegt wethouder Jacqueline Cornelissen uit Hoogvliet. ‘De gemeenschapstuin wordt een plek in de buurt waar jongeren wat kunnen leren en waar mensen trots op zijn. Ze hebben het zelf mee helpen ontwikkelen. Zo geef je de wijk terug aan de bewoners.’</p>
<p>Jacqueline van der Lubbe vindt dat er met gemeenschapstuinen winst op verschillende terreinen valt te behalen. ‘Vanuit het perspectief van (deel)gemeenten brengt het ontwerp, de aanleg, het onderhoud en het gebruik van de tuin veel partners samen, zoals bewonersorganisaties, woningcorporaties, welzijnsstichtingen, scholen en toezichthouders. Bovendien komen meerdere lokale sociale doelstellingen aan bod, vooral wat betreft activering van vrijwilligers en mensen met een uitkering, educatie, arbeidsre-integratie en burgerparticipatie. Ten slotte verbindt een gemeenschapstuin specifieke doelgroepen als ouderen, jongeren, mensen met een beperking en mensen zonder werk met elkaar en met de wijk. Dat met zo’n mooie tuin tegelijkertijd ook de kwaliteit van de openbare ruimte verbetert, is alleen maar meegenomen.’</p>
<p>Het betrekken van organisaties en bewoners in de ontwerp- en later uitvoeringsfase, het alle partijen op één lijn krijgen etc., kost veel tijd. Maar al tijdens het realisatieproces wordt sociale winst geboekt en dat rechtvaardigt de tijdsinvestering, vindt Mart Toet van SoZaWe.</p>
<p>‘Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid van Rotterdam wil verder kijken dan haar eigenlijke taak van activering, arbeidsre-integratie en inkomensvoorziening. Uitgangspunt van beleid zijn mensen en de wijk, niet de sociale zekerheidswetten, beleidsregels en ambtelijke kokers van de gemeentelijke organisatie.’ SoZaWe wil, samen met deelgemeenten, woningcorporaties en anderen, bijdragen aan wijkontwikkeling en sociale cohesie. Daarbij moeten verschillende gemeentelijke budgetten kunnen worden ingezet, waaronder participatiebudget en Wmo-gelden. Toet: ‘Geen enkele dienst, afdeling of organisatie kan wijkvraagstukken oplossen zonder verder te kijken dan de eigen taak. De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken! Haar instrumentarium is goed te koppelen aan fysieke diensten en verbetering van de buitenruimte. Samen zetten we ons in voor de sociale kwaliteiten van de stad. En daar lenen gemeenschapstuinen zich goed voor.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Halen en brengen</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/01/30/halen-en-brengen.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/01/30/halen-en-brengen.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 30 Jan 2010 10:19:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[participatiecentrum]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1212</guid>
		<description><![CDATA[De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) inspireert mensen tot creatief en sociaal ondernemen. Zoals Sonja Visser uit Venlo. Zij zette een participatiecentrum op voor mensen aan de rand van de samenleving.
De overheid spreekt mensen met de Wmo aan op hun zelfstandigheid en eigen verantwoordelijk-heid, op meedoen en betrokkenheid. Of het nu gaat om zelfredzaamheid thuis, (vrijwilligers)werk, inburgering [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="line-height: 150%;">De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) inspireert mensen tot creatief en sociaal ondernemen. Zoals Sonja Visser uit Venlo. Zij zette een participatiecentrum op voor mensen aan de rand van de samenleving.</p>
<p style="line-height: 150%;">De overheid spreekt mensen met de Wmo aan op hun zelfstandigheid en eigen verantwoordelijk-heid, op meedoen en betrokkenheid. Of het nu gaat om zelfredzaamheid thuis, (vrijwilligers)werk, inburgering of buurtactiviteiten. Gemeenten beschikken over een participatiebudget voor voorzieningen rond werk, inkomen, zorg en welzijn.</p>
<p style="line-height: 150%;">Het participatiecentrum van Sonja Visser past goed in dit beleid. Bezoekers lopen haar centrum binnen voor informatie, advies of een verwijzing. Ze kunnen er ook terecht voor dagbesteding, scholing, ondersteuning, begeleiding, coaching, ja zelfs crisisinterventie, activering, een participatiebaan of een opstapje naar begeleid/regulier werk. Visser wil mensen ondersteunen bij het beklimmen van de zogenoemde &#8216;participatieladder&#8217;: via contacten leggen en ontmoeten naar activiteiten en (vrijwilligers)werk. Sleutelbegrippen zijn ‘zelfregie’ en ‘maatschappelijk herstel’, waarbij de nadruk ligt op wat mensen kunnen en te bieden hebben, niet op hun kwetsbaarheid. ‘Maatschappelijk herstel is meer dan arbeidsre-integratie alleen,’ zegt Visser. </p>
<p style="line-height: 150%;">De deelnemers zijn er bovendien niet alleen voor zichzelf, ze zijn er ook voor elkaar: met hun ervaringsdeskundigheid kunnen zij elkaar wederzijds van dienst zijn. &#8216;Lotgenoten helpen is een zinvolle dagbesteding, die bovendien vaardigheden en zelfvertrouwen oplevert.&#8217;  De dagactiviteiten zijn zowel zorg als (vrijwilligers)werk. Sonja Visser noemt haar methode ‘halen en brengen’, waarbij rollen van klant (doorgaans halen) en professional (meestal brengen) kunnen wisselen.</p>
<p style="LINE-HEIGHT: 150%">Het centrum bevindt zich niet op een eiland. Visser werkt samen met maatschappelijke partners, het zorgkantoor en de Sociale dienst. Zij vinden Visser&#8217;s manier van werken verfrissend. De gemeente verwijst mensen in de bijstand naar het participatiecentrum van Visser.  Er zijn vijf mensen een participatiebaan vanuit de afdeling Werk, Inkomen en Zorg, en vijf vrijwilligers. Tien mensen doorlopen een begeleidingstraject.</p>
<p style="line-height: 150%;">Sonja Visser heeft haar centrum gerealiseerd met vrijwillige inzet, zonder een beroep te doen op gemeentesubsidie of AWBZ-vergoeding. Nu haar centrum draait en vaste vorm heeft gekregen, heeft ze gemeente Venlo om subsidie gevraagd. Ze vindt dat budgetten de mensen moeten volgen in plaats van dat mensen in wettelijke regelingen moeten passen. Haar pogingen om subsidie te krijgen voor het participatiecentrum hebben tot nu toe niet tot resultaat geleid.</p>
<p style="line-height: 150%;">Wmo-staatssecretaris Bussemaker heeft gemeenten onlangs gevraagd de schotten tussen de Wet werk en bijstand, de Wmo en de Wet sociale werkvoorziening weg te nemen en één breed pad te effenen voor participatie. Zal Venlo vandaag of morgen met meer over de brug komen dan het inkopen van trajecten?</p>
<p style="line-height: 150%;">Gemeente Venlo laat desgevraagd weten dat de diensten en trajecten van het participatiecentrum voor financiering in aanmerking komen, maar het nieuwe centrum zelf niet. Wel kan Visser haar activiteiten uitvoeren vanuit een bestaande <span>laagdrempelige en door de gemeente gesubsidieerde </span>ontmoetingsruimte, zoals een dagactiviteitencentrum of gemeenschapshuis.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/01/30/halen-en-brengen.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Uitkeuring</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Dec 2009 15:07:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[bezuiniging AWBZ]]></category>
		<category><![CDATA[uitkeuring]]></category>
		<category><![CDATA[WMO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1108</guid>
		<description><![CDATA[Bezuinigingen op uit de AWBZ betaalde activiteiten en begeleiding van mensen met psychiatrische problematiek leiden tot problemen in het land. Zij verliezen hun vergoeding en haken af. Menig aanbieder van zorg, ondersteuning, activiteiten en werk moet de deuren sluiten. Anderen zetten alle zeilen bij om hun begroting rond te krijgen. Een ronde langs Ggz-cliënten en zorgaanbieders in moeilijkheden. Uitvallen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Bezuinigingen op uit de AWBZ betaalde activiteiten en begeleiding van mensen met psychiatrische problematiek leiden tot problemen in het land.<span id="more-1108"></span> Zij verliezen hun vergoeding en haken af. Menig aanbieder van zorg, ondersteuning, activiteiten en werk moet de deuren sluiten. Anderen zetten alle zeilen bij om hun begroting rond te krijgen. Een ronde langs Ggz-cliënten en zorgaanbieders in moeilijkheden. Uitvallen versus participeren.</p>
<p>De overheid moet bezuinigen op de gezondheidszorg. Onder andere de AWBZ-uitgaven gaan met 800 miljoen euro per jaar omlaag. Teveel mensen met een beperking, chronische aandoening of psychische problematiek doen volgens het ministerie van VWS een beroep op voorzieningen waar de wet niet voor is bedoeld, waaronder begeleiding van activiteiten.</p>
<p>Vanaf 1 januari dit jaar kunnen mensen met psychosociale problematiek, zoals daklozen en verslaafden geen aanspraak meer maken op AWBZ-gefinancierde begeleiding en activiteiten. Op 1 januari 2010 komen daar chronische psychiatrische patiënten met lichte problematiek bij. Zij moeten volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in hun eigen omgeving of bij de gemeente aankloppen. Volgt de praktijk het beleid? En is er voldoende oog voor de specifieke problematiek van Ggz-cliënten?</p>
<p><strong>Indicatiestelling</strong></p>
<p>De indicering van Ggz-cliënten door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), die aanvragers al dan niet recht geeft op AWBZ-vergoeding, is in volle gang. Bij de bakkers van het Appeltaartimperium aan de Haarlemse Zoetestraat gaat het om hérindicering. Derk schudt niet-begrijpend zijn hoofd op de vraag of hij al opnieuw is gekeurd en of de vergoeding voor zijn werk doorgaat. Hij is een van de 25 taartenbakkers met psychische problematiek die enkele dagdelen per week werken in de bakkerij van zorgaanbieder Roads, onderdeel van Arkin. Nu wordt de begeleiding van Derk en zijn collega’s betaald uit de AWBZ. Het CIZ beoordeelt voor het eind van het jaar of Derks problematiek zwaar genoeg is om nog in aanmerking te komen voor begeleiding. Zo nee, dan moet Roads op zoek naar een ander ‘potje’, zoals voor sociale activering of een individuele reïntegratieovereenkomst (IRO). Past hij daar niet in, dan wordt Derk een ongefinancierde taartenbakker of werkloos.</p>
<p>‘Derk ziet op tegen het keuringsgesprek bij het CIZ, net als zijn collega’s,’ zegt zijn begeleidster. ‘Mensen zijn bang hun indicatie te verliezen. Ze zijn hier met hun herstel bezig, wij benadrukken hun gezonde kant. Maar om bij het Appeltaartimperium te mogen blijven werken moeten ze juist aantonen ernstige psychiatrische problemen te hebben.’ Dat willen veel mensen niet. Zij schuiven de brief van het CIZ, standaard voorzien van onheilspellende regels als “Als u niet&#8230;, dan &#8230;.” terzijde of openen de enveloppe in het geheel niet.</p>
<p>De persvoorlichter van zorgaanbieder Cordaan in Amsterdam, die twee dagactiviteitencentra (dac) voor Ggz-cliënten onder z’n hoede heeft, noemt een vergelijkbaar probleem. ‘Een indicatie bij het CIZ aanvragen is lastig voor deze cliënten, het blijkt een flinke drempel te zijn. Door hun psychiatrische problematiek zijn zij vaak achterdochtig. Sommige cliënten haken al af voordat de aanvraag is ingediend. Voorheen was een verwijzing van een psychiater naar begeleiding door een dac voldoende voor financiering.’</p>
<p>Nadira Rambocus, bestuurssecretaris van Reakt Groep, aanbieder van dagbesteding, educatie en arbeid in Midden-Holland, Den Haag, Haagrand en Rijnmond, wijst niet alleen op het belastende karakter van de huidige indicatiestelling, maar ook op de mogelijk averechtse werking ervan. ‘Ten eerste kost de aanvraag van een indicatie meer tijd en moeite dan voorheen, zowel van de cliënt als van zijn of haar begeleider. Ten tweede is de indicatie korter geldig. Reakt is voor mensen met psychiatrische of psychosociale problematiek. Zij kunnen zich hier verder ontwikkelen, van sociale contacten, via dagbesteding naar arbeidsmatige activiteiten of werk. Doel is dat zij, als dat mogelijk is, los komen van zorg en een uitkering. Maar met de huidige procedure vervalt hun indicatie als ze groeien. Ze moeten dan opnieuw door de molen. Dat geeft onrust. Als het hierdoor slechter met hen gaat, haken ze af. Mensen willen zich niet steeds bezighouden met wat ze níet kunnen. Deze wijze van indicering belemmert hun ontwikkeling en zet niet aan tot groei.’</p>
<p>Volgens Rambocus worden kwetsbare burgers in dit kader teveel op één hoop gegooid. ‘Bij mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking is duidelijk wat ze niet kunnen. Precies daarvoor krijgen ze een indicatie. Bij Ggz-cliënten is dat meestal anders. Zij kunnen veel en presteren goed, maar niet altíjd. Dat maakt het zo moeilijk hen een indicatie te geven. Zeker is wel dat de recreatieve en arbeidsmatige werkzaamheden die wij &#8211; en vergelijkbare organisaties &#8211; bieden preventief werken. Sociale contacten en dagbesteding voorkomen verergering van de problemen.’</p>
<p>De participatie van mensen met psychiatrische problematiek is broos, zo ervaart ook Roads. Anita van Luit, een van de managers, verwacht dat ongeveer 10% van de cliënten eind 2009 geen indicatie meer heeft voor dagbesteding of begeleiding. Problemen rond hun deelname ontmoedigt cliënten snel. Van Luit: ‘Mensen moeten zich 100% uitgenodigd voelen, anders komen ze niet meer.’</p>
<p><strong>Over de kop</strong></p>
<p>Meerdere aanbieders vielen de afgelopen tijd om als gevolg van achtereenvolgende stelselwijzigingen.  Niet alleen de verbouwing van de AWBZ, ook de invoering van het zorgzwaartepakket (zzp) en de diagnosebehandelcombinatie (dbc) schudden de Ggz-sector op. Als de indicatiestelling al zoveel teweeg kan brengen, wat moet het verdwijnen van zorgaanbieders dan voor Ggz-cliënten betekenen?</p>
<p>Het huidige Roads is een sterk afgeslankte versie van de zelfstandige, grotendeels door deelnemers en bezoekers zelf gerunde organisatie. Die ging in 2008 failliet. Er waren toen, over verschillende locaties verspreid, bijna driehonderd betaalde personeelsleden, van wie een derde met ervaring als patiënt in de psychiatrie, en ongeveer duizend vrijwilligers. Zij werkten in een drukkerij, houtbewerking, grafisch bureau, fietsenmakerijen, zorghotel, dansgroep, restaurant Freud (‘krankzinnig lekker’), groenwerkplaatsen en dagactiviteitencentra. Cliënten kregen, afhankelijk van wat nodig was, begeleiding, hulp of scholing. Er was dagbesteding, vrijwilligerswerk, een traject voor arbeidsreïntegratie en jobcoaching.</p>
<p>Roads paste niet naadloos in de bestaande financiële kaders, maar groeide desondanks uit tot professionele aanbieder van formaat. Én tot concurrent van grotere Ggz-instellingen in Noord-Holland Zuid, die de dagbesteding en arbeidsreïntegratie ooit afstootten. Toen Roads liquiditeitsproblemen kreeg, vooral door de verschuiving van AWBZ-financiering naar bekostiging uit de Zorgverzekeringswet en door gemeenten, namen Ggz-instellingen de boedel weer over.</p>
<p>Het grootste deel van Roads is nu, via omwegen, onderdeel van de Ggz-instellingen Arkin en Dijk en Duin. Veel projecten hebben in 2008 een doorstart gemaakt en de deelnemers konden, na enige onrust, verder. Roads/Arkin heeft honderd betaalde medewerkers (van wie een kwart ‘ervaringsdeskundig’) en 650 vrijwilligers. Door het wegvallen van AWBZ-financiering gaat Roads zich wel meer richten op kansrijke kandidaten. ‘Wil je als organisatie overleven, richt je dan op ‘goede cliënten,’ zegt Anita van Luit.</p>
<p> Hoeveel deelnemers er precies ‘kwijt’ zijn na het faillissement en de overname in 2008 is onbekend. Maar eind dit jaar komen er door de huidige AWBZ-uitkeuring in ieder geval rond de 75 nieuwe uitvallers bij.</p>
<p>Stichting Radar uit Zutphen biedt Ggz-cliënten vergelijkbare diensten en arbeidsmatige activiteiten als Roads en Reakt. Het zijn onder andere Ggz-instellingen die de ‘producten’ van Radar voor hun cliënten afnemen, voor hen is Radar onderaannemer. Ongeveer duizend mensen per jaar nemen, op verschillende locaties in provincie Gelderland, deel aan projecten als Radar bij de Boer, dagbesteding, inloop, activering en reïntegratietrajecten. Dat alles wordt nu afgebouwd.</p>
<p>In 2008 had de stichting te maken met zowel de zogeheten AWBZ Pakketmaatregel als met de invoering van de dbc in de Ggz. Begeleiding werd onderdeel van de behandeling in Ggz-instellingen en bekostigd uit de Zorgverzekeringswet. In 2009 kwam daar het beëindigen van AWBZ-financiering voor zorg op psychosociale grondslag bij, zonder dat daar Wmo-bekostiging door gemeenten tegenover stond. ‘Twee jaar konden we het wegvallen van indicaties en vergoedingen opvangen. Nu zijn we door onze reserves heen,’ zegt bestuurder Hugo Kuyper. ‘Ggz-instellingen willen geen afspraken meer met ons maken, zij gaan zelf dagbesteding en arbeidsrehabilitatie aanbieden. Eind 2009 stoppen we met Radar.’</p>
<p>Af en toe bereikt hem een noodkreet van voormalige deelnemers, maar de meeste cliënten verdwijnen uit beeld. Kuyper: ‘Ggz-cliënten eisen geen aandacht op in zo’n situatie. Het zijn angstige mensen die zich terugtrekken. Maar ik denk dat veel mensen verstoken zullen raken van sociale contacten.’</p>
<p>Reakt heeft zich ingedekt tegen de terugkerende veranderingen in de financiering van hun werkzaamheden en activiteiten. ‘Wij hebben meerdere financieringsbronnen, spreiden zo onze risico’s en zijn niet zo kwetsbaar als er een bron wegvalt,’ aldus Nadira Rambocus. ‘Maar helemaal uit de problemen zijn we niet. Zo zijn we bijvoorbeeld onzeker of we in 2010 nog ons deel krijgen van het Wmo-geld voor begeleiding van deelnemers met psychosociale problematiek, dat het rijk naar gemeenten overhevelde. ’</p>
<p><strong>Gemeenten</strong></p>
<p>Door de Wmo zijn het nu vooral de gemeenten die moeten waken over de participatie van kwetsbare groepen. Waar kunnen Ggz-cliënten die binnenkort geen vergoeding voor begeleiding en dagactiviteiten meer krijgen terecht? ‘De bedoeling van de wetgever is dat ‘lichte gevallen’ aankloppen bij familie en mantelzorgers,’ zegt de woordvoerder Wmo van gemeente Haarlem. ‘Zij moeten het zonder professionele ondersteuning af kunnen of zich wenden tot vrijwilligersorganisaties en het reguliere welzijnswerk.’ De gemeente zal checken of dat ook daadwerkelijk gebeurt. Het CIZ levert gegevens over mensen die geen aanspraak meer kunnen maken op AWBZ-gefinancierde begeleiding.</p>
<p>In september organiseerde de gemeente een werkconferentie met een groot aantal Haarlemse zorg- en welzijnsinstellingen, vrijwilligers- en cliëntenbelangenorganisaties, om te praten over het opvangen van de bezuinigingen. ‘We kregen inzicht in de mogelijkheden van organisaties om alternatieven voor Awbz-begeleiding te bieden of ontwikkelen,’ aldus de woordvoerder. Uit het schriftelijk verslag van die conferentie blijkt dat de aanwezigen signaleren dat tientallen Ggz-cliënten hun dagbesteding verliezen.  Vrijwilligers- en welzijnsorganisaties zeggen echter nvoldoende toegerust te zijn voor deze groep.</p>
<p>Ook Rotterdam gaat aan de hand van de adresgegevens van het CIZ mensen volgen die hun indicatie voor AWBZ-begeleiding verliezen.</p>
<p>Behalve gemeenten wijzen op hun verantwoordelijkheid, heeft VWS organisatie MEE, voor ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking, belast met nazorg voor de AWBZ-lozen. Daar melden zich tot nu toe vooral ouderen en mensen met een beperking, geen Ggz-cliënten.</p>
<p>Dat mensen met een psychiatrische achtergrond na het wegvallen van hun AWBZ-vergoeding elders aankloppen is een illusie, zeggen verschillende medewerkers en bestuurders uit de sector. MEE zou deze doelgroep nauwelijks kennen, voor veel gemeenten zijn Ggz-cliënten nog een relatief onbekende doelgroep en ook de welzijnssector is niet klaar voor hen. ‘De overheid kiest ervoor een heel nieuw stelsel voor cliëntenparticipatie op te bouwen in plaats van voort te bouwen op de bestaande kennis en ervaring,’ zegt Hugo Kuyper van het Gelderse Radar.</p>
<p>Toen vakblad <em>Psy</em> in mei dit jaar aankondigde dat het dac Alkmaar-Zuid om financiële redenen gaat sluiten (hetgeen eind 2009  z’n beslag krijgt), reageerde Patrick op de site van <em>Psy</em>: ‘Buurthuizen hebben geen getraind personeel. Ik ben zelf een regelmatige bezoeker van het dac Zaandam. Het personeel grijpt bijtijds in als iemand dreigt af te glijden. Buurthuizen kunnen dit gewoon niet. En ook de onvoorwaardelijke acceptatie van mensen met een psychiatrische achtergrond ontbreekt. Bovendien zitten buurthuizen (en veel van hun bezoekers) absoluut niet te wachten op mensen uit de psychiatrie.’ Een dac-bezoeker uit Rotterdam liet op dezelfde site weten: ‘In een buurthuis voel ik me niet op mijn plaats met mijn beperking.’</p>
<p>En dan is er nog het financiële probleem. Het Rijk compenseert de huidige AWBZ-bezuiniging niet, zeggen gemeenten. Het geld dat met de AWBZ Pakketmaatregel van het rijk mee is gekomen naar gemeenten, is niet geoormerkt en komt niet automatisch bij ons terecht, klagen aanbieders van activiteiten en begeleiding op hun beurt.</p>
<p>Staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS riep gemeenten tijdens het congres <em>Welzijn nieuwe stijl</em> op 24 september 2009 op om van de Wmo ‘een echte participatiewet te maken’.</p>
<p>Uit mijn ronde langs aanbieders van activiteiten, dagbesteding en arbeidsreïntegratie blijkt ook het omgekeerde te gelden. Een onbedoeld effect van opeenvolgende beleidswijzigingen is dat veel Ggz-cliënten, in plaats van participeren, buiten de boot vallen .</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stadsergonomie</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 18 Sep 2009 07:31:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[stadsergonoom]]></category>
		<category><![CDATA[toegankelijkheid]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=896</guid>
		<description><![CDATA[Mensen met een handicap komen overal nog tal van obstakels tegen. Veel steden beloven beterschap.  Utrecht voert intensief overleg met belangenorganisaties, Den Haag laat een architect alle bouwplannen beoordelen en Amsterdam heeft een stadsergonoom. 
Binnenlands Bestuur &#8211; 2009
In de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg, op de kaart gezet als ‘wijk zonder scheidslijnen&#8217;, staan anno 2009 rolstoeltoegankelijke woningen leeg, terwijl [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mensen met een handicap komen overal nog tal van obstakels tegen. Veel steden beloven beterschap.  Utrecht voert intensief overleg met belangenorganisaties, Den Haag laat een architect alle bouwplannen beoordelen en Amsterdam heeft een stadsergonoom. <span id="more-896"></span></p>
<h3>Binnenlands Bestuur &#8211; 2009</h3>
<p>In de nieuwe Amsterdamse wijk IJburg, op de kaart gezet als ‘wijk zonder scheidslijnen&#8217;, staan anno 2009 rolstoeltoegankelijke woningen leeg, terwijl er wachtlijsten voor bestaan. De klacht is dat ze te ver van winkels en haltes van het openbaar vervoer liggen en dat de plateauliften, die toegang tot de woningen verschaffen, vaak kapot zijn. Ook zijn de meeste tramhaltes niet toegankelijk, ontbreken opritten bij trottoirs, zijn er veel woningen met trapjes bij de voordeur, etc. ‘Zelfs de apotheek kun je nauwelijks in,&#8217; zegt een woordvoerster van Samenwerkende Gehandicaptenorganisaties Amsterdam (SGOA).<br />
De aanleg van de nieuwe wijk Leidsche Rijn bij Utrecht was voor de gemeente aanleiding met belangenorganisaties samen te werken. Het Stedelijk Overleg Lichamelijk Gehandicapten Utrecht (Solgu) is er sinds 1995 bij betrokken. In 2005 sloten gemeente, ouderen- en gehandicaptenorganisaties een convenant af over de toegankelijkheid van de openbare ruimte.<br />
Werken aan de toegankelijkheid van nieuwe stadswijken lijkt gemakkelijk. Gemeenten en projectontwikkelaars kunnen er immers vanaf het begin rekening mee houden. Dat valt in de praktijk tegen. ‘We zitten op één lijn met de gemeente, maar bij de oplevering van Leidsche Rijn bleken toch veel geleidelijnen en andere voorzieningen te ontbreken,&#8217; zegt Hans Gorissen, medewerker toegankelijkheid, mobiliteit en wonen van het Solgu. ‘Ook de aanleg van een nieuwe wijk is een gecompliceerd proces. Mensen met een beperking vormen slechts één van de groepen gebruikers en de auto gaat meestal voor. We moeten de plannen en inrichting steeds bijstellen.&#8217; Een toekomstig ‘obstakel&#8217; is het deel van de wijk dat met een overkoepeling over de A2 heen wordt gebouwd. Er zit acht meter hoogteverschil tussen maaiveld en overkapping. Gorissen: ‘Hier moet de gemeente heel creatief zijn om haar belofte van toegankelijkheid waar te maken.&#8217;Brede doelgroep<br />
Toegankelijk bouwen is wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit. Er zijn gemeentelijke voorschriften, checklists, toegankelijkheidssites en een jaarlijkse Week van de Toegankelijkheid. Technische ondersteuning is te vinden bij verschillende organisaties, er is een Handboek en een Almanak Toegankelijkheid. Daar is sinds 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bijgekomen, die mensen met een handicap ‘compensatie van hun beperking&#8217; belooft om de beoogde participatie en zelfredzaamheid te bereiken. Waarom gaat er toch zoveel mis en hoe kan het beter?<br />
Willem Jagersma van de Chronisch zieken en Gehandicapten (CG) Raad, die zich sinds jaar en dag beijvert voor toegankelijkheid, is van mening dat er ‘meer fout dan goed&#8217; gaat in gemeenten. Of het nu om stoepen en straten gaat of om gebouwen en voorzieningen: ze zijn ‘onvoldoende of helemaal niet&#8217; toegankelijk voor mensen met een beperking. ‘Zelfs raadszalen zijn niet overal bereikbaar voor mensen die slecht ter been zijn. Toegankelijke bouwprojecten zijn nog steeds zeldzaam.&#8217; Het probleem ligt volgens hem zowel bij het ontwerp en de planning als bij de uitvoering en het toezicht. ‘Beslissers zijn niet zozeer onwillig, maar hun kennis is beperkt. In het Bouwbesluit is ook niet ingevuld wat toegankelijkheid ís. Soms is toegankelijkheid een sluitpost of zijn regels onderling tegenstrijdig, zoals die voor toegankelijkheid en veiligheid.&#8217;<br />
Hij ziet wel een omslag, om economische redenen. ‘Niet alleen gehandicapten worden uitgesloten als gebouwen, buitenruimten en voorzieningen niet toegankelijk zijn, ook groeiende groepen ouderen. Een deel van de ouderen heeft veel geld te besteden, overheden en particulieren zien omzet.&#8217; Jagersma adviseert gemeenten bij toegankelijkheid uit te gaan van een brede doelgroep. Ook vindt hij dat overheden met hún gebouwen in ieder geval het goede voorbeeld moeten geven.</p>
<p>Alles in overleg<br />
Utrecht wil dat wel, het goede voorbeeld geven. De gemeente timmert sinds 2007 aan de weg met Agenda 22. Dat is een op de 22 regels van de Verenigde Naties voor gelijke rechten van gehandicapten geënt programma, dat lokale overheden aanspoort op alle gemeentelijke beleidsterreinen rekening te houden met handicaps. ‘Bij Leidsche Rijn hebben gemeente en belangenorganisaties samen vastgesteld dat het om ditjes en datjes in de uitvoering gaat. Het ontwerp was goed,&#8217; zegt Ien van der Waal-Krijbolder, projectleider Agenda 22. Haar taak is alle ambtelijke afdelingen te doordringen van de gevolgen van hun beleid voor mensen met een motorische, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking. Ze houdt ambtenaren voor dat zij het hele bouwproces bovenop het onderwerp toegankelijkheid moeten zitten. ‘Elk team, verantwoordelijk voor een deel van het traject, moet oplossingen zoeken voor de problemen die men tegenkomt.&#8217; De bouwmanager van de dienst Stadsontwikkeling begeleidt het hele proces. ‘Hij zorgt dat de eisen voor toegankelijkheid tussen de oren komen, worden geïntegreerd in werkprocessen en constant bewaakt,&#8217; vult Frans Weijburg aan. Hij is bij Agenda 22 betrokken als beleidsmedewerker welzijn.<br />
Ontoegankelijke ‘oudbouw&#8217; wordt eveneens aangepast. Frans Weijburg: ‘We lieten 171 openbare gebouwen met een publieke functie inventariseren die geheel of gedeeltelijk ontoegankelijk zijn voor mensen met beperkingen en beginnen nu met de eerste 24 gebouwen.&#8217;<br />
Hans Gorissen van het Solgu is te spreken over Utrecht, maar zou minder afhankelijk willen zijn van de goede wil van de gemeente. ‘Vroeger moesten we om aandacht voor toegankelijkheid vechten, nu hebben we een luisterend oor. Maar eigenlijk moeten onze eisen dezelfde status hebben als die voor brandveiligheid.&#8217;</p>
<p>Stadsergonoom<br />
In 2005 bleek uit een onderzoek van SGOA dat gemiddeld slechts 65% van de tussen 1998-2004 goedgekeurde nieuwbouwplannen in Amsterdam op papier voldeed aan alle wettelijke voorschriften voor toegankelijkheid. Een steekproef onder de uitgevoerde projecten maakte duidelijk dat de score in de praktijk nog lager uitviel. Volgens de onderzoeker was sprake van gebrekkige controle van Bouw- en Woningtoezicht (‘Een plan wordt nooit om ontoegankelijkheid afgewezen,&#8217; zo citeerde hij een ambtenaar) en onvoldoende politieke aansturing. De nieuwe Openbare Bibliotheek, die mooi staat te wezen aan het Amsterdamse Oosterdok, bleek bij de oplevering in 2007 slecht toegankelijk voor mensen met een handicap.<br />
Om dit soort problemen te voorkomen, heeft Amsterdam sinds begin dit jaar een stadsergonoom, ondergebracht bij de stedelijke Dienst Ruimtelijke Ordening: Ad van der Stok. Hij gaat het gemeentebestuur adviseren over de toegankelijkheid van nieuwe openbare gebouwen, stadsvervoer en openbare ruimte. Wat de inrichting van de openbare ruimte betreft is zijn positie vooralsnog onduidelijk. De zeggenschap daarover berust namelijk niet bij de centrale stad, waar hij in dienst is, maar bij de afzonderlijke stadsdeelbesturen. Zo ook het beheer van de openbare ruimte in IJburg, dat is de verantwoordelijkheid van stadsdeel Zeeburg. Van der Stok brengt daarom eerst voor de stad als geheel in kaart wie waarvoor verantwoordelijk is en welke problemen structureel zijn. ‘Bij de toegankelijkheid van de openbare ruimte zijn honderden mensen van gemeente en stadsdelen betrokken.&#8217;<br />
Zijn de problemen in IJburg en met de bibliotheek ‘kinderziekten&#8217;, zoals Ad van der Stok vermoedt, of is er een structureel probleem? De stadsergonoom reageert afhoudend op onze vragen, hij wil nog niemand voor het hoofd stoten. Volgend jaar maar weer eens terugkomen.</p>
<p>Keurmerk voor Den Haag<br />
Den Haag heeft al heel lang een dergelijke figuur, maar die heet daar coördinator toegankelijkheid. Robert de Kloe, opgeleid als architect en specialist in toegankelijk bouwen, is met zijn afdeling Toegankelijkheid en aanpasbaar bouwen ondergebracht bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling. De afdeling krijgt de bouw- en inrichtingsplannen van de hele stad onder ogen en die hebben ‘bijna allemaal kleine of grotere tekortkomingen,&#8217; zegt hij. ‘Veel ontwerpers vinden toegankelijkheidseisen al gauw onzin.&#8217; En opdrachtgevers, toezichthouders en anderen moeten constant bij de les worden gehouden. Maar De Kloe laat ons zien waar technische kennis, overtuigingskracht, eindeloos overleg, aandringen en soms ‘zachte dwang&#8217; toe kunnen leiden.<br />
De tram en ook de halte voor de deur van het stadhuis op het Haagse Spui zijn niet toegankelijk voor mensen met een motorische of zintuiglijke handicap, maar de RandstadRail die eronder loopt wél. Het ondergrondse station is goed en veilig bereikbaar. Voor slechtziende en blinde reizigers zijn er overal ribbels en geleidelijnen en voor mensen met een auditieve beperking is er reisinformatie op displays. Rolstoelgebruikers kunnen met de lift naar beneden en zo de gelijkvloerse en goed op het perron aansluitende voertuigen inrijden. De bedoeling is de ontoegankelijke oude trams, die ook nog over de rails rijden, de komende tien jaar allemaal te vervangen door rijtuigen met een lage instap. De lightrailverbinding kende veel startproblemen, maar kan wat toegankelijkheid betreft nu model staan.<br />
Ook het stadhuis/bibliotheekcomplex is van vele gemakken voor mensen met een beperking voorzien. Alle gangen, deuropeningen, liften en terrassen zijn breed en toegankelijk voor rolstoelen. Overal in het gebouw zijn invalidentoiletten en andere gemarkeerde voorzieningen, zowel voor bezoekers als voor personeel. Een deel van de infobalie in de hal is verlaagd, evenals bedieningspanelen, chipautomaten en een openbare telefoon. Voor zintuiglijke handicaps zijn er geleidelijnen, ringlijnen én een gratis Teletolk met Gebarentaal. Vanuit de kleine spreekkamertjes legt men een verbinding met een tolkencentrum. De vertolking van het onderhoud wordt geprojecteerd op een scherm. De gemeente ontving voor het stadhuis van de CG Raad een ITS-keurmerk, een blauw rolstoelsymbool op de gevel bij de entree.</p>
<p>Voorall, belangenorganisatie voor Hagenaars met een beperking, kan ‘goed door één deur&#8217; met de gemeente, zegt medewerker Jaap Trouw. ‘Er blijft echter nog genoeg te wensen over. Op veel straathoeken is de trottoirband aan één kant verlaagd, maar die aan de overkant niet. Er zijn mooie gehandicaptenparkeerplaatsen maar geen verlaagde band in de buurt om vervolgens met je rolstoel of scootmobiel de stoep op te komen. Als de straat is opgebroken, houdt men zelden tot nooit rekening met ons. Oude stadsbussen zijn voorzien van uit te klappen plateaus voor rolstoelen, maar die handeling is zo bewerkelijk dat chauffeurs ze niet gebruiken. Veel culturele voorzieningen zijn niet toegankelijk.&#8217; Zo kan hij nog wel even doorgaan. Voorall beschouwt de Wmo in dit opzicht als een steun in de rug. ‘De wet geeft een extra impuls aan het toegankelijk maken van voorzieningen.&#8217;<br />
‘De Wmo geeft ons financiële mogelijkheden voor extra beleid,&#8217; zegt ook wethouder Bert van Alphen voor Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie. Hij kwam onlangs met de nota Hoezo gehandicapt?!, waarin de gemeente streefcijfers hanteert voor toegankelijke openbare gebouwen/gebieden en voor het verstrekken van subsidie voor aanpassingen ervan. Het gaat daarbij niet alleen om gemeentelijke gebouwen en voorzieningen, maar ook om publieke gelegenheden als winkels en horeca. Ondernemers kunnen voor het aanpassen van hun nering 50% van de investering terugkrijgen uit de Stimuleringsregeling toegankelijkheid, met een maximum van €25.000,-.</p>
<p>Voor de bereikbaarheid en het gebruik van gebouwen, openbare ruimte en vervoer is permanente aandacht nodig, zoveel is duidelijk. Robert de Kloe: ‘Toegankelijkheid komt er niet vanzelf. Vijftien jaar geleden dachten we dat mijn functie na enkele jaren overbodig zou zijn, maar dat is onrealistisch. Als wij er niet bovenop zitten, verdwijnt het belang van toegankelijkheid naar de achtergrond.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/09/18/we-moeten-er-bovenop-zitten-anders-verdwijnt-toegankelijkheid-weer-naar-de-achtergrond.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Achter de voordeur in Utrecht Overvecht. Woningcorporaties investeren in sociale stijging bewoners.</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2009/04/29/889.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2009/04/29/889.html#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 29 Apr 2009 15:00:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[achter de voordeur]]></category>
		<category><![CDATA[sociale stijging]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=889</guid>
		<description><![CDATA[Samenwerken aan kansen voor bewoners 
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a title="Samenwerken aan kansen voor bewoners" href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2009/04/boekje-w-k-proef-5" target="_blank">Samenwerken aan kansen voor bewoners </a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2009/04/29/889.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bedrijven in sociaal beleid</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/02/geen-branchevervaging-tussen-sociale-sector-en-maatschappelijk-betrokken-ondernemen.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/02/geen-branchevervaging-tussen-sociale-sector-en-maatschappelijk-betrokken-ondernemen.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Mar 2009 14:01:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[maatschappelijk betrokken ondernemen (MBO)]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=830</guid>
		<description><![CDATA[Steeds meer bedrijven begeven zich op het vakgebied van welzijnsorganisaties.  Die zitten daar niet om te springen.
Tijdschrift voor sociale vraagstukken &#8211; 2009
Op 9 februari 2009 lanceert een nieuw samenwerkingsverband, Coalitie Erbij, de Nationale Coalitie tegen eenzaamheid. Eenzaamheid is ‘een maatschappelijk onderschat probleem&#8217; waar rond 1 miljoen mensen in meer of minder ernstige mate mee worstelen en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Steeds meer bedrijven begeven zich op het vakgebied van welzijnsorganisaties.  Die zitten daar niet om te springen.<span id="more-830"></span></p>
<h3>Tijdschrift voor sociale vraagstukken &#8211; 2009</h3>
<p>Op 9 februari 2009 lanceert een nieuw samenwerkingsverband, Coalitie Erbij, de Nationale Coalitie tegen eenzaamheid. Eenzaamheid is ‘een maatschappelijk onderschat probleem&#8217; waar rond 1 miljoen mensen in meer of minder ernstige mate mee worstelen en waar nog altijd een taboe op rust, aldus de oprichters.<br />
Om de AWBZ-uitgaven te verminderen, past de overheid sinds 1 januari van dit jaar een strengere selectie toe van mensen die gebruik (willen) maken van begeleiding en activering vanuit de AWBZ. Zij moeten op eigen kracht of met burenhulp in beweging komen en hun sociale contacten zelf organiseren. ‘Wij moeten niet willen dat mensen een beroep doen op professionals, als er ook andere oplossingen zijn,&#8217; zegt staatssecretaris Jet Bussemaker, die de presentatie van de coalitie tegen eenzaamheid opluistert met haar aanwezigheid. Ze noemt de Boodschappenbus voor ouderen, gerund door vrijwilligers, beter dan de betaalde kracht die boodschappen doet voor thuiszittende ouderen. ‘Omdat ze er anderen ontmoeten en zelf de regie hebben.&#8217;<br />
De samenloop vormt een mooie illustratie van de terugtredende overheid aan de ene en het gewenste particulier initiatief aan de andere kant. In dit geval is opmerkelijk dat het bedrijfsleven er wel en de welzijnssector er niet bij betrokken is. Coalitie Erbij is namelijk een initiatief van advies- en accountantsorganisatie KPMG, dat wordt gesteund door vrijwilligers-, ouderen-, kerkelijke en gehandicaptenorganisaties. De Coalitie wil eenzaamheid onder de aandacht brengen, voorkomen en verminderen. Dat gaat ze doen met een publiekscampagne en door samen te werken en kennis uit te wisselen over succesvolle manieren om eenzaamheid tegen te gaan. De Rabobank Foundation financiert extra wetenschappelijk onderzoek naar eenzaamheid. Coalitie Erbij wil, samen met gemeenten, ook iets doen tegen eenzaamheid in wijken en buurten en zo naar eigen zeggen ‘bijdragen aan sociale cohesie&#8217;. Initiatiefnemer Jan van den Herik, director Corporate Social Responsibility bij KPMG stelt tijdens de presentatie op 9 februari dat deze coalitie tegen eenzaamheid herinnerd zal worden als ‘impactvolle sociaalmaatschappelijke innovatie&#8217;.<br />
Coalitie Erbij is een voorbeeld van maatschappelijk verantwoord en betrokken ondernemen of van corporate social responsability zoals KPMG het noemt. Het bevorderen van sociale cohesie en kwetsbare burgers betrekken bij de samenleving is echter de core business van professionals uit de sociale sector. Wat vinden zij van de activiteiten van bedrijven op hun vakgebied? En hoe verhouden bedrijven die zich maatschappelijk profileren en welzijnsorganisaties zich tot elkaar?Henk Kinds van Community Partnership Consultants (CPC), ooit opbouwwerker en daarna kwartier- en gangmaker maatschappelijk betrokken ondernemen en community partnerships, vindt dat het bedrijfsleven veel te weinig wordt betrokken bij het werkveld maatschappelijke ontwikkeling. In 2001 deed hij een vooronderzoek naar samenwerking met het bedrijfsleven voor het toenmalige NIZW. Hoewel er toen wel voorbeelden van waren, luidde Kinds&#8217; conclusie dat de sociale sector het nut en de potentie niet inzag van contact en samenwerking met het bedrijfsleven, terwijl beiden veel voor elkaar kunnen betekenen. In 2003 volgde een uitgebreider onderzoek. Kinds bestudeerde tachtig lokale projecten. Bedrijven bleken betrokken te willen zijn bij specifieke doelgroepen als jongeren, ouderen en allochtonen en dan vooral als sponsor. Welzijnsorganisaties vonden dat niet nodig, ze hadden ‘geen behoefte&#8217; aan samenwerking met bedrijven, aldus Kinds. En een laatste voorbeeld: tussen 2001-2004 konden gemeenten in het kader van het Grotestedenbeleid subsidie aanvragen uit het programma Onze buurt aan zet van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat steunde tientallen projecten in wijken van grote steden om de leefbaarheid, sociale cohesie en veiligheid in de wijk te bevorderen. Als wijk- en bewonersorganisaties samenwerkten met sponsors en bedrijven, leverde dat een bonus op. Henk Kinds: ‘Het kwam niet van de grond. &#8220;Er is geld genoeg,&#8221; zeiden de clubs.&#8217; Hij kan zich er nog over opwinden. Ten eerste omdat maatschappelijk betrokken ondernemen meer is dan geld doneren en sponsoring. Ten tweede omdat de welzijnsector naar zijn mening nog steeds weinig open staat voor samenwerking en daardoor vele mogelijkheden en middelen maatschappelijk onbenut blijven. ‘Waarom sluit de welzijnssector geen partnerschappen met bedrijven? Er kan zoveel meer dan nu gebeurt. Zijn bedrijven wel welkom in de herberg?,&#8217; vraagt hij retorisch als ik hem opzoek in z&#8217;n eigen bedrijf, CPC, gevestigd in de Latijnse School, een centrum voor sociaal ondernemen in Deventer.<br />
Kinds vindt ook dat bedrijven onvoldoende worden betrokken bij activiteiten in de p/krachtwijken van voormalig minister Vogelaar? ‘Het plaatselijke bedrijfsleven kan bijvoorbeeld starters in krachtwijken ondersteunen bij het opzetten van een bedrijf, vroegtijdige schoolverlaters coachen of vrijwilligersorganisaties helpen bij professionalisering.&#8217; Hij is zelf betrokken bij tientallen inspirerende en vruchtbare vormen van samenwerking. De bekendste daarvan zijn de beursvloeren en gratis workshops Goede Zaken (zie kader). In toenemende mate exporteren Kinds en partners dit soort samenwerkingsvormen ook naar het buitenland, waaronder Duitsland, Roemenië en Turkije.</p>
<p>MVO en MBO<br />
Maatschappelijk verantwoord ondernemen beperkt zich allang niet meer tot filantropie of het zich rekenschap geven van de maatschappelijke en milieugevolgen van productieprocessen en handel. Maatschappelijk verantwoord ondernemen en maatschappelijk betrokken ondernemen (MBO), de jongere loot aan de stam, zijn de afgelopen decennia flink gegroeid. Er is bijna geen grote onderneming meer die níet probeert helpende handen toe te steken en te investeren in gemeenschapsvoorzieningen, jongeren etc. ‘Bedrijven vinden het steeds belangrijker om een bijdrage te leveren aan het leefbaarder maken en houden van de (lokale) samenleving. Dit doen zij door mensen en middelen vrijwillig in te zetten voor maatschappelijke organisaties,&#8217; schrijft ook de Kamer van Koophandel op haar website.<br />
De goede werken hebben meestal betrekking op het inzetten van middelen, mensen en know how van bedrijven voor maatschappelijke organisaties. Voorbeelden zijn: geld voor een BoodschappenPlusBus voor ouderen, computers voor een jongerencentrum, werknemersvrijwilligers die huiswerkklassen of een dagje uit van mensen met een handicap verzorgen en de organisatie van ‘beursvloeren&#8217; in tal van Nederlandse gemeenten. Op beursvloeren worden vraag en aanbod bij elkaar gebracht en diensten geruild. Een accountantsbureau helpt bijvoorbeeld een sportvereniging met de boekhouding en jaarrekening en kan in ruil daarvoor gebruik maken van de tennisbaan. Jaarlijks doen ongeveer 1500 bedrijven en non-profitorganisaties mee.<br />
Een ander voorbeeld van MBO zijn de workshops Goede Zaken van Rabobank Foundation en Stichting Doen, waarin maatschappelijke organisaties leren samenwerken met het bedrijfsleven. In 2008 namen rond 600 mensen deel aan de workshops.<br />
Er is hele infrastructuur rondom MVO en MBO aangelegd. Bedrijven en maatschappelijke organisaties treffen elkaar in tal van platforms, zie bijvoorbeeld www.betrokken.nu.</p>
<p>Geen prioriteit<br />
Bij landelijk kenniscentrum Movisie, waarin het voormalige NIZW (minus Jeugd) is ‘betrokken ondernemen&#8217; één van de thema&#8217;s van het programma leefbaarheid. Movisie ondersteunt de genoemde beursvloeren (zie kader) en onderzoekt de mogelijkheden van MBO op buurt- en wijkniveau. En Civiq, voormalige organisatie voor vrijwillige inzet, net als NIZW opgegaan in Movisie, gaf in 2005 bijvoorbeeld een handleiding Zakendoen met bedrijven, een goede business uit. De sociale en commerciële sector hebben elkaar dus wel in het vizier. Toch is samenwerking nog grotendeels onontgonnen gebied, zegt Stefanie Lap, projectleider MBO bij Movisie. Professionals in de welzijnssector geven kennelijk geen prioriteit aan het onderwerp. ‘Eind 2008 boden we een workshop Samenwerken met bedrijven aan, voor opbouwwerkers en managers. We stuurden uitnodigingen naar 600 welzijnsorganisaties en kregen om onduidelijke redenen maar 17 aanmeldingen. Maar die 17 deelnemers gaven wel unaniem aan dat ze graag een vervolg zien.&#8217; Voor Stefanie Lap een aanwijzing dat het vooral ‘onbekendheid met de mogelijkheden is, plus de traditionele oriëntatie van de sociale sector op de overheid als subsidiegever&#8217;.<br />
Samenwerking kan welzijnsorganisaties niet alleen geld opleveren dat zij door lokale bezuinigingen of gemiste aanbestedingen zijn verloren, het kan ook tot een beter welzijns&#8217;product&#8217; leiden. Tenminste, als de middelen en bedrijfsmatige/commerciële know how van bedrijven worden gekoppeld aan de kennis, ervaring en netwerken van welzijnsprofessionals in de wijk. Want dat gaat wel eens mis. Stefanie Lap: ‘Het komt voor dat bedrijven een vastomlijnd plan hebben: op die dag willen we met zoveel personen voor die doelgroep dit en dat doen. Vervolgens verwachten ze van de welzijnsorganisatie dat die het organiseert. Samenwerken doe je echter op basis van gelijkwaardigheid.&#8217;</p>
<p>Autokraak en stages<br />
Het mogen er dan weinig zijn, welzijnsinstellingen díe zaken doen met bedrijven, zijn er uitgesproken positief over. Jan Buijze bijvoorbeeld, gebiedsmanager van Doenja Dienstverlening in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. Hij heeft het hele jaar door bedrijven op bezoek. ‘ING, Deloitte &amp; Touch, Rabobank en Berenschot bieden vrijwilligers aan om te klussen in de wijk. Winkelbedrijf Gamma sponsort huiswerkklassen. In een wijk als Kanaleneiland ligt meer werk dan wij als welzijnsorganisatie ooit kunnen uitvoeren. Iedere hulp en alle middelen zijn welkom.&#8217; De ene keer zijn het dertig kerstpakketten die een bedrijf Jan Buijze gaf op een nieuwjaarsborrel, voor buurtbewoners die hulp nodig hebben. De andere keer gaat het om sponsoring van de informatiebus die Doenja door de wijk wil laten rijden.<br />
Buijze&#8217;s uitgangspunt is dat beide partijen voordeel van de samenwerking moeten hebben. Een voorbeeld van zo&#8217;n win/winsituatie biedt de bijeenkomst over leefbaarheid en veiligheid in Kanaleneiland waar hij bij was, georganiseerd door de Rabobank. Aanleiding was het grote aantal autokraken in de wijk en het effect daarvan op plaatselijke bedrijven. Vertegenwoordigers van bedrijven en bewoners, onder andere Marokkaanse jongeren, kregen begrip voor elkaars problemen. De jongeren trokken zich de blik- en imagoschade door de autokraken aan. Op hun beurt wezen zij op de imagoschade die zij als Marokkaanse jongeren zelf oplopen, waardoor ze bijvoorbeeld moeilijk aan een stageplek komen. De Rabobank stelde daarna een ruimte en een stagiaire ter beschikking om jongeren uit de wijk die een stageplaats zoeken, te matchen met bedrijven.&#8217;<br />
De bemiddeling heeft ‘uitstekend gewerkt&#8217; en veel stageplekken opgeleverd, weet Buijze. Maar het project is alweer beëindigd en dat is het enige wat hij op een dergelijke inzet tegen heeft. ‘Hun inzet zou blijvend moeten zijn. Ook als een bedrijf bijvoorbeeld startende ondernemers in de wijk wil coachen, ben je er niet met een jaarlijkse bedrijvendag. Dat moet je regelmatig doen, bijvoorbeeld elke twee weken een coachuur.&#8217;<br />
Het initiatief tegen eenzaamheid vanuit het bedrijfsleven vindt Jan Buijze ‘heel goed&#8217;. ‘Als de Coalitie maar niet voorbijgaat aan wat er allemaal al is hieromtrent. Welzijnsinstellingen moeten gewoon meedoen. Wij hebben locaties in de wijk waar mensen elkaar ontmoeten, wij kennen veel bewoners en hun problemen. Maar er zijn ook mensen die we níet bereiken. Dat zouden we samen kunnen proberen.&#8217;</p>
<p>De commerciële en sociale sector lijken elkaar vooralsnog meer aan te vullen dan dat ze elkaar bijten. Maar maatschappelijk betrokken ondernemen is vooral éénrichtingsverkeer, waarbij bedrijven geven en goed doen en de samenleving, wijk, buurt of doelgroep ontvangt. Zij hebben een zelfstandige waarde en betekenis voor bijvoorbeeld de leefbaarheid in de wijk. Hoewel de wijk hét domein is van de sociale sector, hebben bedrijven het welzijnswerk niet nodig om hun maatschappelijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid te tonen. Maar zij geven met hun gulle, vaak eenmalige en kortdurende sociale investeringen in de samenleving ook geen blijk veel kaas te hebben gegeten van de complexiteit van maatschappelijke problemen als uitsluiting of verdwijnende saamhorigheid. Daar zit juist de know how van welzijnsprofessionals.</p>
<p>Met samenwerking valt meer te winnen dan te verliezen. Bedrijven die zeggen bij te willen dragen aan sociale cohesie of zelfs sociaalmaatschappelijke innovatie, lijken vooral hun maatschappelijkheid te willen onderstrepen en verbaal aansluiting te zoeken bij het heersende beleid(sjargon). In het veld is van branchevervaging tussen de profit en sociale sector geen sprake.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/02/geen-branchevervaging-tussen-sociale-sector-en-maatschappelijk-betrokken-ondernemen.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eindejaarsoffensief inburgering Amsterdam</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2008/12/15/eindejaarsoffensief-inburgering-amsterdam.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2008/12/15/eindejaarsoffensief-inburgering-amsterdam.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Dec 2008 11:12:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Inburgering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=791</guid>
		<description><![CDATA[Amsterdam wil op de valreep van 2008 enkele duizenden inburgeraars in cursussen plaatsen. ‘Een paniekactie,&#8217; zegt een van de taalaanbieders. De gemeente wil met dit eindejaarsoffensief voorkomen dat de overheid haar gaat korten op de rijksbijdrage voor inburgering en dat aanbieders van taallessen claims indienen wegens het uitblijven van cursisten.
Veel van de oorspronkelijk 38 taal- en cursusaanbieders in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Amsterdam wil op de valreep van 2008 enkele duizenden inburgeraars in cursussen plaatsen. ‘Een paniekactie,&#8217; zegt een van de taalaanbieders. <span id="more-791"></span>De gemeente wil met dit eindejaarsoffensief voorkomen dat de overheid haar gaat korten op de rijksbijdrage voor inburgering en dat aanbieders van taallessen claims indienen wegens het uitblijven van cursisten.</p>
<p>Veel van de oorspronkelijk 38 taal- en cursusaanbieders in de hoofdstad kampen met lege schoolbankjes en omzetverlies; een enkeling is al failliet gegaan. Van de beoogde 15000 cursisten per jaar, waren er in Amsterdam in november nog geen 5000 begonnen. Totaal onverwacht organiseert de Dienst Werk en Inkomen (DWI) de laatste weken van het jaar op verschillende locaties in de stad beurzen om vraag en aanbod van inburgering samen te brengen. Aanbieders kregen op 5 december een uitnodiging om daar drie dagen later aanwezig te zijn. Ook de klanten ontvingen pas eind vorige week een oproep zich te komen inschrijven bij een cursusbureau. ‘Wij hebben 2500 mensen uitgenodigd die al een tijd op inburgering zitten te wachten. Een beetje laat ja, maar kom op, laten we onze schouders eronder zetten,&#8217; zegt Carmen Westra, woordvoerder van DWI Amsterdam.<br />
Bij DWI vestiging Nieuw West hebben vijftien aanbieders zich gemeld, ondanks de korte termijn. Zij zitten met een of meerdere mensen in een in kerstsfeer ingericht zaaltje te wachten op cursisten, de meeste tevergeefs. Slechts af en toe druppelt er een cursist binnen, begeleid door een klantmanager van DWI, die de match met een van de aanbieders heeft voorbereid. ‘Wij zitten hier nu drie dagen en hebben zes cursisten gekregen,&#8217; zegt Hasibe Karaarslan van Helpdesk, een van de commerciële aanbieders. ‘De timing is ongelukkig, mede omdat het deze week Offerfeest was.&#8217;<br />
Alleen bij de tafel van het ROC Amsterdam is het redelijk druk. Vóórdat de inburgering werd aanbesteed, kwamen vrijwel alle inburgeraars terecht bij deze grote onderwijsinstelling. Rik Sinkeldam van BOTC, een aanbieder van cursussen op verschillende niveaus, heeft gezien dat er een kattebelletje naar de klantmanagers is gegaan dat ‘alle analfabeten naar ROC Amsterdam moesten&#8217;. Van eerlijke concurrentie is volgens hem geen sprake.<br />
Dat het haastwerk is, blijkt uit het feit dat tientallen kandidaten zijn opgeroepen die bij aankomst al een cursus bleken te volgen. Sinkeldam: ‘Dinsdag kwamen zeventig van de honderd opgeroepen inburgeraars opdagen. Van hen bleken er veertig al geplaatst te zijn bij een cursus of te zijn begonnen. Bij mij zijn deze week zeven mensen langs geweest, waarvan drie nieuwe cursisten. De anderen zaten al bij ons.&#8217; Een van de redenen is dat DWI nog geen toegang heeft tot het cliëntvolgsysteem van de Dienst Maatschappelijke Ondersteuning, waar de inburgering in Amsterdam onder valt. De ICT-problemen, die al langer bekend zijn, hebben het stadsbestuur en de uitvoerende diensten er niet van weerhouden deze eindspurt in te zetten. ‘Als je ‘versnelt&#8217; gebeuren dit soort dingen,&#8217; aldus Westra van DWI Amsterdam gelaten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2008/12/15/eindejaarsoffensief-inburgering-amsterdam.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Primo 12 over Actief burgerschap</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2008/09/12/primo-12.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2008/09/12/primo-12.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Sep 2008 13:00:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Actief burgerschap]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=125</guid>
		<description><![CDATA[Primo 12  
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2008/08/de-primo-12.pdf" target="_blank">Primo 12</a>  <span id="more-125"></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2008/09/12/primo-12.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Primo 11 over Wijkgericht werken</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/08/primo-11.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/08/primo-11.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Sep 2008 09:52:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Wijkgericht werken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=300</guid>
		<description><![CDATA[Primo 11
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2008/09/de-primo-11.pdf">Primo 11</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/08/primo-11.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
