<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Jeugdzorg</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/jeugdzorg/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 15:08:48 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Wachtlijstondersteuner</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2009/02/24/wachtlijstondersteuner.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2009/02/24/wachtlijstondersteuner.html#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Feb 2009 16:22:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[wachtlijst jeugdzorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=823</guid>
		<description><![CDATA[Pleegcontact &#8211; 2009
Natuurlijk mogen gezinsvoogden en andere medewerkers van Bureau Jeugdzorg niet worden bedreigd. Terecht dat politieke partijen zich daar druk over maken. In een aantal regio&#8217;s staan nog zoveel kinderen en jongeren op de wachtlijst voor een gezinsvoogd en is er al een groot verloop onder gezinsvoogden van de Bureaus Jeugdzorg. We moeten zorgen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Pleegcontact &#8211; 2009</h3>
<p>Natuurlijk mogen gezinsvoogden en andere medewerkers van Bureau Jeugdzorg niet worden bedreigd. Terecht dat politieke partijen zich daar druk over maken. In een aantal regio&#8217;s staan nog zoveel kinderen en jongeren op de wachtlijst voor een gezinsvoogd en is er al een groot verloop onder gezinsvoogden van de Bureaus Jeugdzorg. We moeten zorgen dat niet nog meer gezinsvoogden het bijltje erbij neergooien. Bovendien doen die mensen gewoon hun zware werk, hopelijk naar beste kunnen.<br />
Maar, even afgezien van calamiteiten en dramatische incidenten, valt soms best wat af te dingen op de kwaliteit van hun werk. Neem nu de serie gezinsvoogden die pleeggezin K. in Amsterdam passeerden. Het pleegkind (12) en haar nieuwe familie hebben, in de acht jaar dat zij samen zijn, al zes voogden en een zeer tijdelijke contactpersoon van Bureau Jeugdzorg voorbij zien komen. De eerste twee gezinsvoogden kunnen model staan voor het vak: ze hebben hart voor de zaak en altijd leuke en ondersteunende adviezen voor het kind, stoeien met haar etc. Nummer één is het kind slechts tijdelijk toegewezen, in afwachting van nummer twee. Nummer twee laat na een jaar onderzoeken waar het pleegkind tot de volwassenheid zal opgroeien en kondigt een verderstrekkende maatregel (gezagsbeëindiging ouders) aan als de uitkomst daarvan is dat het meisje in het pleeggezin blijft. De (biologische) familie protesteert, maar de voogd pakt dat niet op omdat zij doorstroomt naar een andere functie in de organisatie. Nummer drie verdiept zich onvoldoende in het ‘dossier&#8217;, heeft daardoor geen in- of overzicht en is slordig bovendien. Hij leert het kind nauwelijks kennen en maakt verschillende fouten. Hij vergeet verlenging aan te vragen van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, waardoor het kind juridisch een aantal maanden ‘dakloos&#8217; is en het pleeggezin geen maandelijkse toelage meer krijgt. Ook blijkt zij nooit ingeschreven te zijn bij het pleeggezin. Omdat haar ouders hun huis zijn uitgezet en de burgerlijke stand niet kan achterhalen waar het kind is gebleven, wordt zij na drie maanden uitgeschreven (‘met onbekende bestemming vertrokken&#8217;). De Vreemdelingenpolitie moet eraan te pas komen om het in Nederland geboren en getogen kind weer ‘in te voeren&#8217;. Vermoedelijk grijpt het management in, want het gezin krijgt een nieuwe gezinsvoogd, nummer vier. Deze is uitgesproken partijdig en doet een aantal domme dingen. Zo belooft hij het kind (tegen de uitspraak van de kinderrechter in) terugkeer naar haar ouders als zij weer boven Jan zijn en een eigen huis hebben. Ook laat hij het aangekondigde verzoek tot gezagsbeëindiging liggen. Hij geeft de familie van herkomst bovendien toestemming het kind onder schooltijd mee op reis te nemen zonder het pleeggezin daarover te informeren of raadplegen. Hij beklaagt zich over het pleeggezin op de school van het kind etc. Het meisje weet niet waar ze aan toe is en komt in ernstig loyaliteitsconflict. Op school gaat het matig. Het verzoek om therapeutische hulp voor haar blijft twee jaar liggen en op het moment dat ze, na zes intakegesprekken in de aanpalende mallemolen van de jeugdhulp, een therapeut krijgt toegewezen, wil ze niet meer.<br />
De problemen die tussen familie en pleeggezin zijn ontstaan, leiden tot het verdwijnen (ontslag?) van nummer vier, zodat nummer vijf haar entree maakt. Zij past op de winkel en beperkt zich tot conflictbemiddeling. Na een jaar vertrekt ook zij. Nummer zes ziet de job als een parkeerbaan, maar snapt wel dat de (biologische) familie bij elke wisseling van de wacht met verse tranen probeert gedane zaken te keren. Voogd zes pakt het verzoek aan de kinderrechter om het gezag van de ouders te beëindigen weer op, ook omdat het nu twaalfjarige kind (met zeggenschap) in het pleeggezin wil blijven wonen. Er moet eens een einde komen aan het getrek aan haar. Bureau Jeugdzorg zal het gezag overnemen. Maar ook voogd zes zal de afloop daarvan niet meemaken. Na een half jaar afwezigheid wegens ziekte, accepteert zij een baan elders.<br />
In 2008 zijn tien van de twintig gezinsvoogden bij het betreffende kantoor van Bureau Jeugdzorg vertrokken, dus een nummer zeven, die casemanager zal heten in plaats van gezinsvoogd, komt er voorlopig niet. Het kantoor heeft een wachtlijst van honderd kinderen en jongeren. De pleegdochter van de familie K. staat daar ook op, na acht jaar pleeggezin. Wel krijgt zij, net als vele andere kinderen, over niet al te lange tijd een zogenoemde &#8216;wachtlijstondersteuner&#8217; die later opgevolgd zal worden door een ‘contactpersoon&#8217;. Er zijn zes wachtlijstondersteuners aangetrokken, zo laat de wachtlijstcoördinator weten.<br />
Wie bij Bureau Jeugdzorg het gezag over de pleegdochter van de familie K. op zich neemt als de kinderrechter dat van haar ouders beëindigt, is onduidelijk.<br />
De veelbesproken en gewenste ketenzorg is hier vooral een aaneenschakeling van professionals die de een na de ander hun biezen (moeten) pakken en onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen. Door het grote verloop en de matige kwaliteit van enkele gezinsvoogden ontbreekt continuïteit in de bemoeienissen met het kind. En duurt het te lang voordat knopen worden doorgehakt, waardoor zij moet opgroeien onder slecht gesternte. Deze situatie is mensenwerk van onder andere gezinsvoogden; ze bedreigen het welbevinden van het pleegkind.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2009/02/24/wachtlijstondersteuner.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een in Nederland geboren en getogen ‘vreemdeling’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Dec 2008 07:55:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA['vreemdeling']]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=758</guid>
		<description><![CDATA[Mobiel, 2008
De dertienjarige Meral woont in een Amsterdams pleeggezin sinds ze een baby van tien maanden was. Haar Turkse moeder was zeventien en ongehuwd toen ze Meral kreeg en niet in staat om voor haar te zorgen. Zij liet als achttienjarige na een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen, waardoor ook de toen eenjarige Meral ‘illegaal&#8217; [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Mobiel, 2008</h3>
<p>De dertienjarige Meral woont in een Amsterdams pleeggezin sinds ze een baby van tien maanden was. Haar Turkse moeder was zeventien en ongehuwd toen ze Meral kreeg en niet in staat om voor haar te zorgen. Zij liet als achttienjarige na een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen, waardoor ook de toen eenjarige Meral ‘illegaal&#8217; werd. Merals pleegmoeder Ellen is een Arubaanse Nederlandse die af en toe naar Aruba gaat voor familiebezoek, mét haar pleegdochter. Dat valt niet mee.&#8221;Moeder was in het begin nog in beeld, dus we konden met haar handtekening vrij gemakkelijk een paspoort krijgen,&#8221; vertelt Ellen. &#8220;Toen Meral twee was, trouwde haar moeder met een Turkse man. Het was een schijnhuwelijk, maar Meral kreeg zíjn achternaam.&#8221; Bovendien pakte hij de paspoorten van Meral en haar moeder af en gaf die nooit meer terug. Voor een nieuw paspoort kon Ellen niet bij de gemeente terecht. &#8220;Meral was juridisch een Turks kind zonder verblijfsvergunning. Haar moeder was inmiddels spoorloos verdwenen, dus ging ik met Meral naar het Turkse consulaat. Pleegzorg kende én erkende het consulaat echter niet: men eiste een handtekening van Merals moeder.&#8221; Uiteindelijk lukte het een paspoort te krijgen, maar met de achternaam van moeders, achteraf gezien tijdelijke, echtgenoot.</p>
<p>Eind jaren negentig speelde de kwestie van een strengere Vreemdelingenwet. Ook ‘illegale&#8217; minderjarigen dreigden te worden uitgezet. Ellen moest een verblijfsvergunning voor Meral zien te krijgen en ook dat bleek niet eenvoudig. Pas toen ze op een beambte van de Vreemdelingenpolitie stuitte die de situatie ‘te gek voor woorden&#8217; vond, kreeg Meral een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Die wordt tot op de dag van vandaag elke vijf jaar verlengd. Op de verblijfspas staat echter de eigen naam van Merals moeder, zoals die bekend was bij het bevolkingsregister. Dat geeft problemen. &#8220;Op Merals paspoort staat haar ene achternaam, op de verblijfsvergunning de andere. Elke keer als we de douane passeren, worden we apart genomen. Bij een terugreis vanaf Aruba moesten we een keer overstappen in de VS. Ik werd verplicht voor Meral ter plekke een visum aan te vragen, alleen voor de transfer! Naar Turkije durf ik niet te gaan. Daar komen we, denk ik, wel samen ín maar niet meer uit.&#8221;</p>
<p>Verstekeling<br />
Ellen had graag gezien dat Bureau Jeugdzorg, dat het gezag heeft, voor Meral het Nederlandse staatsburgerschap aanvroeg. De gezinsvoogd onderzocht het en deelde mee dat Meral daarmee moet wachten tot ze achttien is. Ellen laat de zaak verder rusten. Navraag bij een vreemdelingenadvocaat leert dat het inderdaad bijzonder moeilijk is naturalisatie aan te vragen. &#8220;Op haar achttiende is dat eenvoudiger.&#8221; De man wiens achternaam Meral draagt, is hertrouwd en heeft eigen kinderen. Dat een in Nederland geboren en getogen puber nog altijd als een verstekeling uit de rij wordt gehaald, is schrijnend.</p>
<p>Bij de gemeente Amsterdam zijn meer situaties bekend van pleegkinderen met een andere nationaliteit. &#8220;De Wet op het Nederlanderschap biedt wel mogelijkheden voor naturalisatie,&#8221; zegt José Guit, juridisch adviseur bij de Amsterdamse Dienst Persoons- en Geo-informatie. &#8220;Voor bijzondere gevallen is er een vangnetartikel, op grond waarvan bijvoorbeeld prinses Máxima is genaturaliseerd. Dit artikel bevat ook naturalisatie om humanitaire redenen, waar pleegkinderen onder kunnen vallen. Maar de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) beslist over naturalisatieverzoeken, de gemeente kan alleen adviseren.&#8221;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jeugdzorg op weg naar volwassenheid</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/jeugdzorg-op-weg-naar-volwassenheid.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/jeugdzorg-op-weg-naar-volwassenheid.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Sep 2008 09:15:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=469</guid>
		<description><![CDATA[PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit in zijn rapport Bewijzen van goede dienstverlening (2004) al voor lerende organisaties voor maatschappelijke dienstverlening, die hun expertise ontwikkelen door zelfreflectie en toezicht. In de jeugdzorg is dit proces in volle gang. Joke de Vries, hoofdinspecteur van de Inspectie jeugdzorg, en Adri [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008</h3>
<p>De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit in zijn rapport Bewijzen van goede dienstverlening (2004) al voor lerende organisaties voor maatschappelijke dienstverlening, die hun expertise ontwikkelen door zelfreflectie en toezicht. In de jeugdzorg is dit proces in volle gang. Joke de Vries, hoofdinspecteur van de Inspectie jeugdzorg, en Adri van Montfoort, lector Jeugdzorg en jeugdbeleid laten hun licht schijnen over professionalisering.</p>
<p>De Vries juicht toe dat het onderwerp professionalisering zo prominent op de agenda staat. De Inspectie heeft er lang genoeg voor aan de bel getrokken. ‘De aandacht is steeds naar het verminderen van de caseload gegaan, maar professionalisering vind ik veel belangrijker, zowel van uitvoerende medewerkers als van de managers.&#8217; De hoofdinspecteur formuleert het probleem voorzichtig: ‘Medewerkers in de jeugdzorg zijn bevlogen en begaan met de kinderen en hun gezinnen. Ze doen hun best, maar hebben te weinig professionele handvatten voor hun werk. Ze moeten meer steun krijgen vanuit het management en vanuit hun beroepsgroep.&#8217;<br />
Van gezinsvoogden, om met een gezichtsbepalende groep jeugdzorgwerkers te beginnen, mag verwacht worden dat zij kunnen signaleren wat er mis is in de gezinnen waar zij komen, vindt De Vries. ‘Zij moeten dat niet alleen opschrijven, maar ook actie ondernemen. Voogden beschikken idealiter over voldoende bagage om te kunnen beoordelen wat hen te doen staat. Dat is bijvoorbeeld vanaf het begin duidelijke afspraken maken met de ouders. Zijn er verschillende hulpverleners bij een gezin betrokken, dan moet er onderling goed worden gecommuniceerd. De gezinsvoogd heeft de regie en spreekt samenwerkingspartners aan op hun taak en verantwoordelijkheid. Bij calamiteiten zien we regelmatig dat er niet adequaat op signalen wordt gereageerd.&#8217;<br />
Een gezinsvoogd moet ‘niet solitair&#8217; optreden, vindt de hoofdinspecteur. ‘Teamleiders horen de handelwijze van een gezinsvoogd door te nemen en te checken.&#8217; Een dergelijke ingebouwde double check vergroot de zekerheid dat juiste beslissingen worden genomen. Joke de Vries benadrukt dat het haar niet gaat om controle door leidinggevenden vanuit een houding van achterdocht. Wat haar betreft is goed intern toezicht een vast onderdeel van professioneel handelen, dat met respect moet gebeuren.</p>
<p>Geen standards<br />
De Vries kan wel een oorzaak noemen voor de gebrekkige professionaliteit: ‘Er is geen opleiding voor gezinsvoogden, met een doorlopende lijn van de opleiding naar het beroep. Een traditie met een wetenschappelijke onderbouwing van het vak, zoals bij geneeskunde, ontbreekt en competenties moeten nog worden ontwikkeld.&#8217; De verschillende beroepsgroepen in de jeugdzorg gaan wat De Vries betreft samen met het HBO werken aan goed vakonderwijs.<br />
Zij vindt in ieder geval Adri van Montfoort, de kersverse lector Jeugdzorg en jeugdbeleid aan de Hogeschool Leiden, aan haar zijde. Professionalisering van jeugdzorgwerkers is deel van zijn opdracht. Van Montfoort zet een tweejarige masteropleiding op voor ervaren beroepskrachten. In september 2008 start de eerste groep, die gaat reflecteren op ingewikkelde beroepssituaties en casuïstiek zal uitwerken. Uit de aanmeldingen tot nu toe blijkt dat het om een gemêleerde groep gaat: leidinggevenden en uitvoerenden uit de jeugdzorg, een justitiële inrichting en de kinderbescherming. Daarmee staat automatisch ook ketensamenwerking op het programma: ‘Mensen denken vaak te zeer vanuit hun eigen vak, terwijl ze in het belang van het kind overstijgend moeten werken,&#8217; zegt Van Montfoort. Hij vindt dat professionals daarbij moeten putten uit een mix van benaderingen van probleemsituaties. ‘Ik heb bezwaar tegen het centraal stellen van één manier van werken. Afhankelijk van de situatie kom je als professional tegemoet aan vragen van cliënten of treed je normatief op. Met een risico van gebroken armpjes en beentjes ga je anders om dan met gedragsproblemen.&#8217;<br />
De Vries en Van Montfoort spreken, los van elkaar, allebei uit geen behoefte te hebben aan nieuwe protocollen van de manier van werken. Joke de Vries: ‘Alsjeblieft geen standaardlijstjes waarop medewerkers één, twee en drie afvinken. Ze moeten altijd blijven nadenken, elke situatie is verschillend. Als de professionals maar weten welke interventies werken en waaróm ze werken.&#8217; Adri van Montfoort bevestigt dat en is net als De Vries van mening dat professionals nooit iets alleen moeten doen: ‘Ik houd hen voor altijd een collega te vragen hoe die erover denkt. Dat verkleint de kans dat het misgaat.&#8217; Hij vindt bovendien dat leidinggevenden weer inhoudelijk leiding moeten geven. Van Montfoort: ‘Vroeger was de teamleider een ervaren professional, die met verstand keek naar het kind en het gezin. De afgelopen tien jaar kwamen er teamleiders zonder achtergrond in de sector. Ik wil een herwaardering van de directe en inhoudelijke ondersteuning van de uitvoerende werkers.&#8217;</p>
<p>Aparte beroepsopleiding?<br />
Het Leidse lectoraat zet ook een minor op, een keuzevak Preventie en vroegsignalering: de beroepskracht in het centrum voor jeugd en gezin voor vierdejaars HBO-studenten van verschillende studierichtingen. ‘Het is een eerste stap in de richting van een specialisering in ‘jeugd&#8217;, zegt Adri van Montfoort. In de landelijke HBO-wereld speelt de vraag of er een aparte opleiding jeugdzorg moet komen. Van Montfoort. ‘Een aparte HBO-opleiding is mogelijk, maar specialisering in jeugdzorg kan ook in varianten binnen bestaande studierichtingen. Ik zou de verbindingen met maatschappelijk werk, sociaalpedagogische hulpverlening en pedagogiek in het oog willen houden.&#8217;</p>
<p>Er is nog een weg te gaan, stelt Joke de Vries, voordat de expertise die de sector opbouwt zich als een olievlek heeft verspreid en overal in de praktijk is doorgedrongen. ‘Laat mensen vooral veel bij elkaar in de keuken kijken.&#8217;</p>
<p>Actieplan professionalisering jeugdzorg<br />
Met Operatie Jong is blootgelegd op welke punten jeugdbeleid en jeugdhulpverlening verbeterd kunnen worden. Het coördinerende programmaministerie voor Jeugd en Gezin moet de operatie afmaken. In dat kader is er in opdracht van minister Rouvoet door beroepsverenigingen, werkgevers van jeugdzorgorganisaties, hoger onderwijs en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) het Actieplan professionalisering jeugdzorg opgesteld. Taken en thema&#8217;s waarmee zij, in deelprojecten, aan de slag gaan zijn actualisering van de opleidingen, het ontwikkelen van een duidelijke beroepenstructuur, nascholing, versterking van de verschillende beroepsverenigingen, beroepsregistratie, tuchtrecht en beroepscode. Het NJi coördineert de uitvoering van het Actieplan en de verschillende deelprojecten. &#8216;Het is van belang dat medewerkers in de jeugdzorg weer trots zijn op hun beroep,&#8217; stelt programmacoördinator Marianne Berger van het NJi.<br />
Contact: Marianne Berger, NJi, t: 030 2306532, e: m.berger@nji.nl. Meer informatie: www.nji.nl/professionaliseringjeugdzorg</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/jeugdzorg-op-weg-naar-volwassenheid.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>André Rouvoet over pleegzorg</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/andre-rouvoet-over-pleegzorg.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/andre-rouvoet-over-pleegzorg.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Sep 2008 09:10:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Versterk positie pleegouders]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=466</guid>
		<description><![CDATA[Pleegcontact &#8211; 2008
Zelf ziet André Rouvoet, behalve minister voor Jeugd en Gezin vader van vijf kinderen, geen kans zich ook nog als pleegouder verdienstelijk te maken. Maar hij maakt, ondanks de drukte van de naderende begrotingsperikelen, graag wat tijd vrij om zijn activiteiten rond de positie van pleegouders toe te lichten. ‘Pleeggezinnen zouden niet nodig [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Pleegcontact &#8211; 2008</strong></p>
<p>Zelf ziet André Rouvoet, behalve minister voor Jeugd en Gezin vader van vijf kinderen, geen kans zich ook nog als pleegouder verdienstelijk te maken. Maar hij maakt, ondanks de drukte van de naderende begrotingsperikelen, graag wat tijd vrij om zijn activiteiten rond de positie van pleegouders toe te lichten. ‘Pleeggezinnen zouden niet nodig moeten zijn. Maar ik ben natuurlijk heel blij dat ze er zijn.&#8217;</p>
<p>Het regeringsbeleid is gericht op zelfredzaamheid (de Wet maatschappelijke ondersteuning) en zoveel mogelijk opgroeien in het eigen gezin. Zonodig krijgen ouders hulp vanuit laagdrempelige voorzieningen als de Centra voor Jeugd en Gezin. Tegelijk neemt het aantal plaatsingen in pleeggezinnen toe en is er een wachtlijst voor pleeg- en jeugdzorg. Vanuit welke visie weegt de minister de belangen af tussen het regeringsbeleid, de ontwikkeling van kinderen, ouders en pleegouders?<br />
Rouvoet: ‘Kinderen groeien bij voorkeur op in het eigen gezin, maar als dat niet realiseerbaar is heeft een pleeggezin onze voorkeur boven een residentiële instelling. Ik zou natuurlijk het liefste willen dat plaatsing in een pleeggezin niet nodig is. Zonder onrecht te willen doen aan pleegouders, is pleegzorg voor mij zeg maar next best. Tegelijkertijd zeg ik er bij dat voor heel veel kinderen een pleeggezin wél de beste oplossing is, omdat het in het eigen gezin niet gaat. Ik ben dan ook ontzettend dankbaar dat er pleeggezinnen zijn. Ik heb een aantal pleeggezinnen bezocht en ben diep onder de indruk van hun werk. Hun inzet is enorm en veel pleegouders brengen ook de nodige offers.&#8217;<br />
De waardering van de minister blijft niet bij woorden alleen. Als belangenverenigingen van pleegouders aankloppen voor zaken die zij verbeterd willen zien en voor het oplossen van knelpunten, kunnen ze in Den Haag in ieder geval rekenen op aandacht. En vaak op de bereidheid tot het doorvoeren van een aantal concrete maatregelen. ‘Ik wil een versterking van de positie van pleegouders,&#8217; beaamt André Rouvoet volmondig. Maar pleegouders zijn niet de enige partij als het gaat om de pleegzorg. Hij praat ook met de provincies, met kinderrechters en anderen. ‘Wij hebben nu een wetgevingstraject ingezet waarbij we álle partners horen. De Tweede Kamer weegt de verschillende belangen tegen elkaar af en neemt de uiteindelijke beslissing.&#8217; De voorstellen voor wetswijziging betreffen onder andere het blokkaderecht van pleegouders. Bij vrijwillige plaatsingen kunnen pleegouders de kinderrechter al vragen over- of terugplaatsing van hun pleegkind tegen te houden. Pleegouders van kinderen die onder toezicht zijn gesteld (de zogenoemde justitiële plaatsingen) en minimaal een jaar in het pleeggezin wonen, krijgen dat recht ook. Dat is althans de inzet van de ministers Rouvoet en Hirsch Ballin, de twee indieners van de wijzigingsvoorstellen.</p>
<p>Einde maken aan onzekerheid<br />
Rouvoet wil een einde maken aan de onduidelijkheid en onzekerheid voor kinderen. Na twee jaar onder toezichtstelling moet een besluit worden genomen over de vraag of een kind terug kan naar huis of in het pleeggezin blijft wonen. ‘Als een definitief besluit nog niet mogelijk is, moet er een duidelijke uitleg zijn waarom de OTS weer een jaar verlengd wordt.&#8217;<br />
De positie van pleegouders zal verbeterd worden in de Wet op de jeugdzorg. In een brief aan de Tweede Kamer over de initiatiefnota Gezin boven tehuis over pleegzorg die Coşkun Çörüz en Mirjam Sterk van het CDA eind 2007 indienden, liet de minister in juli weten te onderzoeken of het mogelijk is pleegouders instemmingsrecht te geven. ‘Als dat niet kan, wil ik bekijken of adviesrecht een goed alternatief is.&#8217;<br />
Op het materiële en praktische vlak is de rijksoverheid al tegemoet gekomen aan een aantal wensen van pleegouders en de NVP. De indexatie van de pleegzorgvergoeding gebeurt nu aan het begin van het jaar in plaats van achteraf. Ook is de regeling van toeslagen verbeterd. Gezinnen die meerdere pleegkinderen hebben, aan crisisopvang doen en/of zorgen voor een gehandicapt pleegkind kunnen meerdere toeslagen krijgen, die bovendien zijn verhoogd en worden geïndexeerd. De eigen bijdrage van jongeren zal na behandeling van de genoemde wetswijzigingen worden afgeschaft.<br />
Sinds 1 januari 2008 is er een nieuw probleem bijgekomen, waarvoor pleegouders aandacht vragen. Via de belastingen krijgen ouders die kinderbijslag ontvangen een kindertoeslag (die in de plaats van de kinderkorting is gekomen en vanaf 1 januari 2009 verandert in een kindgebonden budget), pleegouders niet. Ook Kamerleden stelden er deze zomer vragen over. Rouvoet: ‘Het is een urgente kwestie en ik ben er mee bezig. Er zit inderdaad een ongerijmdheid in de regeling, die we proberen te repareren. Het is een ingewikkeld probleem, omdat we de consequenties van een tegemoetkoming nog niet helemaal kunnen overzien. Maar er wordt hard aan gewerkt!&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/andre-rouvoet-over-pleegzorg.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Coskun Çörüz: &#8216;Pleegouders beter toerusten.&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/coskun-coruz-pleegouders-beter-toerusten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/coskun-coruz-pleegouders-beter-toerusten.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Sep 2008 09:05:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Pleegzorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=462</guid>
		<description><![CDATA[Pleegcontact &#8211; 2008
Een werkbezoek aan een gezin met eigen en pleegkinderen maakte diepe indruk op hem. ‘Het was heel mooi hoe de gezinsleden met elkaar omgingen. Dat beeld verdwijnt nooit meer. Het je zo inzetten voor de meest kwetsbaren is fantastisch.&#8217; Coşkun Çörüz wil zijn lof kracht bijzetten met maatregelen. ‘Er zijn nog teveel conflicten [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Pleegcontact &#8211; 2008</h3>
<p>Een werkbezoek aan een gezin met eigen en pleegkinderen maakte diepe indruk op hem. ‘Het was heel mooi hoe de gezinsleden met elkaar omgingen. Dat beeld verdwijnt nooit meer. Het je zo inzetten voor de meest kwetsbaren is fantastisch.&#8217; Coşkun Çörüz wil zijn lof kracht bijzetten met maatregelen. ‘Er zijn nog teveel conflicten tussen ouders en pleegouders, bijvoorbeeld over schoolkeuze en paspoorten. Pleegouders worden in deze zaken onvoldoende erkend. Hun positie moet in de Wet op de jeugdzorg verankerd worden.&#8217; Gesprek met Tweede Kamerlid Coşkun Çörüz (CDA).</p>
<p>Als jurist verdiepte hij zich al in onderwerpen als OTS en pleegzorg. Nu hij kamerlid is zijn de obstakels voor pleeggezinnen en de problemen van pleegkinderen voor Çörüz aanleiding er ook politiek wat aan te willen doen. Dat voornemen heeft de vorm van een initiatiefnota gekregen, waarmee kamerleden zelf een maatschappelijk thema op de parlementaire agenda kunnen zetten.<br />
Om goed inzicht te krijgen in de situatie hebben Çörüz en mede-indiener Mirjam Sterk hoorzittingen georganiseerd en verschillende werkbezoeken afgelegd. ‘Ook word ik veel benaderd door pleegouders,&#8217; zegt Çörüz. ‘Hun klachten gaan vaak over de grote verschillen in uitvoering tussen de Bureaus Jeugdzorg. Naar mijn mening is er tevens achterstallig onderhoud in de ondersteuning van pleegouders. De begeleiding blijkt per provincie en regio verschillend te zijn. Het kan niet zo zijn dat pleeggezinnen in de ene stad aanspraak kunnen maken op thuiszorg wanneer een verzorger tijdelijk uitvalt of op een bepaalde financiële vergoeding, terwijl dat elders niet zo is of pleegouders geen weet hebben van hun rechten. Hoewel er ruimte voor maatwerk moet zijn, ben ik voorstander van gelijke regels voor alle Bureaus Jeugdzorg.&#8217;</p>
<p>Hoeksteen<br />
Een van de concrete voorstellen van de kamerleden is dat kinderrechters een OTS voor bepaalde tijd moeten kunnen uitspreken, bijvoorbeeld voor een periode van tweeënhalf jaar. Nu kan een OTS voor maximaal een jaar worden uitgesproken met de mogelijkheid van een jaarlijkse verlenging. ‘Zo&#8217;n flexibele OTS is beter voor de rust van het kind, van de (pleeg)ouders en van de professional.&#8217; Çörüz wil het recht van pleegouders op gespecialiseerde hulp graag opnemen in de Wet maatschappelijke ondersteuning. En ook vindt hij dat een crisisplaatsing vergoed moet worden gedurende de hele tijd dat de plaatsing duurt, in plaats van de huidige maximumtijd van vier weken.<br />
Op één punt zijn Çörüz en Sterk in hun initiatiefnota terughoudend. De wens van veel pleegouders om ‘niet te blijven OTS&#8217;en&#8217;, zoals Çörüz het noemt, en het gezag van de biologische ouders na aantal jaar uithuisplaatsing te beëindigen, deelt hij niet. ‘Ik heb aarzelingen bij het helemaal doorknippen van de juridische band met de biologische ouders. Wat zijn de gevolgen voor het kind op de lange termijn? Minister Rouvoet stelt voor het gezag van de biologische ouders na twee jaar uithuisplaatsing over te brengen naar een instelling. Dat is onomkeerbaar en daarom vind ik het te ver gaan. Als het om misbruik of verwaarlozing gaat, is beëindiging van het ouderlijk gezag voor mij evident, maar in andere gevallen zeg ik nee.&#8217;<br />
Çörüz en Sterk stellen in hun nota voor verder onderzoek te doen naar de verhouding tussen de opvoedingsrelatie die pleegouders met het kind hebben en de gezagsrelatie van de ouders. Het is de bekende reflex in het Nederlandse politieke polderlandschap: een moeilijke beslissing verder voor zich uitschuiven door het laten vervaardigen van een nieuw onderzoeksrapport. Waar andere landen de schade voor uithuisgeplaatste kinderen juist proberen te beperken door het na verloop van tijd de kans te bieden zich onvoorwaardelijk te hechten in een nieuw gezin, blijft Nederland op twee benen hinken: verzorging en opvoeding in het pleeggezin en ouderlijk gezag in het gezin van herkomst. Het gaat Çörüz echter niet alleen om politiek manoeuvreren: ‘Ik heb zelf kinderen en moet er niet aan denken dat ik, wanneer ik door omstandigheden een paar jaar niet voor hen kan zorgen, het gezag kwijtraak!&#8217;<br />
Het kamerlid zit in een moeilijk parket. Voor het CDA is het gezin de hoeksteen van de samenleving, maar wat te doen wanneer er twéé gezinnen bij een kind betrokken zijn, zoals bij pleegzorg? Het uitgangspunt is helder. Çörüz: ‘Ik vind dat de politiek niet alleen waardering moet uitspreken voor pleegouders en pleegzorg als waardevolle vorm van jeugdzorg moet koesteren. We moeten pleeggezinnen ook beter toerusten en hun positie versterken.&#8217; Aan onder andere pleegouders om te beoordelen of de mooie woorden van nu later in politieke daden worden omgezet.</p>
<p>Coşkun Çörüz is jurist en sinds zeven jaar lid van de Tweede Kamer voor het CDA, waar hij onder andere woordvoerder is voor jeugdzorg. In november 2007 diende hij samen met CDA-Kamerlid Mirjam Sterk een nota over pleegzorg in: Gezin boven tehuis. De Kamerleden vragen daarin onder andere aandacht voor een aantal problemen waar pleegouders mee te maken hebben en doen een twintigtal aanbevelingen om hun (rechts)positie te verbeteren.<br />
Minister Rouvoet en Kamerleden van andere fracties hebben de nota met instemming ontvangen en aanvullende vragen gesteld. Eind 2008 wordt de nota behandeld in de voltallige vergadering van de Tweede Kamer, met de opstellers ervan achter de regeringstafel, zoals met initiatiefnota&#8217;s gebruikelijk is.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/coskun-coruz-pleegouders-beter-toerusten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De power van Fatih Senel</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 07 Sep 2008 12:55:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Empowerment]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=118</guid>
		<description><![CDATA[Contrast &#8211; 2008
Fatih Senel is een gedreven en talentvolle man van 21, Nederlander van Turkse afkomst. In zijn puberteit was hij depressief, kon hij agressief worden en raakte in de problemen. Na een zelfmoordpoging werd Fatih opgenomen in een psychiatrische kliniek, daarna kreeg hij medicatie en therapie. Periodes van blowen en drinken wisselde hij af [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Contrast &#8211; 2008</h3>
<p>Fatih Senel is een gedreven en talentvolle man van 21, Nederlander van Turkse afkomst. In zijn puberteit was hij depressief, kon hij agressief worden en raakte in de problemen. Na een zelfmoordpoging werd Fatih opgenomen in een psychiatrische kliniek, daarna kreeg hij medicatie en therapie. Periodes van blowen en drinken wisselde hij af met bezoeken aan de moskee en de Koranschool. Hij heeft in Turkije en Amsterdam Noord gewoond, in internaten, een pleeggezin, instellingen en op straat. Deze heftige feiten zijn nu geschiedenis, zijn toekomst ziet er beter uit. Hij wil een baan met doorgroeimogelijkheden, gaat zich verloven en zet zich enthousiast in voor onder andere psychiatrische cliënten. Wat ging er mis in Fatih’s leven en hoe is hij er bovenop gekomen?</p>
<p>Aan zijn kamer is niet te zien hoe explosief hij kon en waarschijnlijk kan zijn. Zijn schoenen staan netjes twee aan twee in een rek, in een glazen kast zijn talloze flesjes parfum decoratief uitgestald en de dikke dossiers van hulpverlening en uitkeringsinstanties bewaart hij keurig in mappen. Zij herbergen z’n veelbewogen jeugd.<br />
Fatih is in Turkije geboren en komt op driejarige leeftijd met zijn moeder naar Nederland. Zijn vader en oudere broers wonen hier al. Hij gaat naar een gewone Nederlandse basisschool maar loopt al snel achter vanwege de taal. Thuis wordt er Turks gesproken, zijn moeder is bovendien analfabeet. Vanaf groep 5 bezoekt hij een islamitische school in Amsterdam Oost. Na schooltijd gaat Fatih vaak naar de moskee, later gaat hij er alleen in het weekend naartoe en blijft dan ook slapen vanwege de hulp die hij er bij zijn huiswerk krijgt. Zijn gelovige vader is zijn voorbeeld en beste vriend, Fatih wordt als jongste flink door hem verwend.<br />
In groep 7 moet hij onverwachts van school af omdat zijn vader ernstig ziek is: hij heeft leukemie en is uitbehandeld in Nederland. De familie keert terug naar Turkije in de hoop dat hij daar nog behandeld kan worden. In 1999 overlijdt zijn vader, hij weet het nog goed: ‘Mijn moeder houdt mij onwetend maar het hele huis zit vol huilende vrouwen en rouwende buurtgenoten.’ Fatih is dan twaalf.<br />
Het verlies lijkt niet echt tot hem door te dringen maar eenmaal terug in Nederland ontstaan al snel problemen. Hij heeft vaak ruzie thuis. Zijn analfabete moeder doet een zwaar beroep op haar zoon, waar Fatih agressief op reageert: ‘Ik kon niks meer hebben en met school erbij werd het erg druk in m’n hoofd.’ Met hulp van zijn broer gaat hij doordeweeks in een Turks internaat wonen. Dat vervangt zijn familie maar vanwege het strenge regiem loopt het na een paar maanden toch mis. Fatih wil meer vrijheid en keert terug naar zijn moeder. Zij vertelt hem in die tijd dat hij vroeger nog een oudere broer en zus heeft gehad, die door brand zijn omgekomen.<br />
Op zijn veertiende steekt hij op school de handdoeken in de wc in de fik, niets interesseert hem meer. ‘Ik was druk, eigenwijs en populair in de klas,’ zegt hij nu. Hij bekent de brand te hebben aangestoken als twee andere jongens er ten onrechte van worden beschuldigd. De politie wordt erbij gehaald. Later volgen meer akkefietjes met vuur en komt hij opnieuw in aanraking met politie en justitie. Ook zijn er problemen op school: zo wordt Fatih van aanranding beschuldigd, ‘ten onrechte’ zegt hij. Hij begint zichzelf te verwonden en doet een zelfmoordpoging. Hij heeft een vriendinnetje in Rotterdam en belt veel en lang met haar. Honderden guldens schuld heeft hij, die hij met een baantje bij Albert Heijn probeert af te betalen. Als een nieuwe vriendin na verloop van tijd geen verkering meer met hem wil, gaat hij door het lint. Fatih, die medicijnen in huis heeft in verband met stemmingswisselingen en slecht slapen, doet weer een zelfmoordpoging. Hij wordt gered maar als hij bij het verlaten van het ziekenhuis dreigt zijn vriendin en zichzelf om het leven te brengen, wordt hij gedwongen opgenomen. Ook wordt Bureau Jeugdzorg ingeschakeld, dat Fatih uit huis en onder toezicht plaatst.<br />
Een jarenlange tocht langs instanties begint. Hij ziet psychiaters, therapeuten en mensen die zich om zijn onderwijs, huisvesting en inkomen bekommeren. De diagnose luidt dat hij depressief en agressief is en een persoonlijkheidsstoornis heeft, waar hij met medicijnen en gesprekken voor wordt behandeld. Hij kan moeilijk omgaan met teleurstellingen. Er wordt een link gelegd met de onverwerkte dood van zijn vader. Hulpverleners en ook justitie stellen dat Fatih veel kan en zich voorbeeldig inzet maar dat hij telkens terugvalt.<br />
In een pleeggezin leert hij discipline en in een gewoon ritme leven. Maar hij blijft, naar eigen zeggen, een player, op school en op straat: ‘Ik was erg druk en hing de man uit.’ Tot een haast een religieuze ervaring hem weer naar de andere kant doet overhellen: in een droom roept zijn vader hem als een soort engel toe dat hij zijn leefwijze moet veranderen. Hij doet dat door op een leerwerkplek te beginnen en opnieuw de moskee te bezoeken. Hij is vroom, laat zijn baard groeien en wil zelfs imam worden. Met drinken en blowen houdt hij op. Hij gaat begeleid wonen en naar school. Maar als het weer druk wordt in zijn hoofd verlaat hij de stad en gaat naar een Koranschool, eerst in Duitsland, later naar een school in Arnhem. Als hij daar evenmin rust vindt, komt Fatih terug naar Amsterdam. Intussen is hij ook gaan hyperventileren en valt geregeld flauw.<br />
In 2005 is zijn laatste contact met politie en justitie als hij flauwvalt in een winkelcentrum en in het bezit blijkt van een stroomstootwapen. Na een taakstraf krijgt hij opnieuw een kans. Bij zijn familie kan hij niet meer terecht. Fatih is een klein jaar dakloos, maar Streetcornerwork en een coach ontfermen zich over hem; hij valt als 18-jarige niet meer onder jeugdzorg. Hij vindt werk bij een telecombedrijf waar hij een interne opleiding volgt en ontwikkelt zich tot kiene vertegenwoordiger. Hij heeft het gevoel dat het sinds die tijd de goede kant met hem opgaat en wat hem betreft voorgoed.</p>
<p>‘Medicijnen en die eindeloze gesprekken hebben niet geholpen,’ zegt Fatih, ‘wel mijn eigen motivatie om eruit te komen. Je moet de wíl hebben om te veranderen. Je bent zelf je grootste medicijn.’ Mohamed Saddouki, sinds 2006 een van zijn begeleiders, bevestigt dat Fatih veel te danken heeft aan zijn eigen doorzettingsvermogen. ‘Maar waarschijnlijk hebben ook de medicatie, gesprekken, een vaste structuur en een normaal dag- en nachtritme geholpen om tot rust te komen. Dat én zijn sterke wil iets te bereiken en daarvoor te vechten, hebben hem successen opgeleverd.’ In tegenstelling tot veel andere cliënten waar Mohamed mee werkt, ervaart hij die ook als zodanig. ‘Bij Fatih markeren zijn successen zijn vooruitgang, hij gaat positiever over zichzelf denken en kijkt vooral vooruit. Daar komt bij dat hij gemakkelijk praat over zijn problemen en zich niet schaamt voor zijn ziekte. Fatih uit zijn gevoelens en dat lucht op, terwijl anderen tegen zichzelf vechten in plaats van tegen hun beperking. Hij heeft een krachtige persoonlijkheid en heeft al veel bereikt,’ zegt Mohamed Saddouki.<br />
Toch blijft er altijd een risico dat het mis gaat. ‘In geval van stress ontstaan bij hem extra prikkels en dan kan hij doorschieten,’ zegt Mohamed. ‘De afspraak is dat hij mij &#8211; of de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige die hem begeleidt &#8211; belt als er iets gebeurt, positief of negatief. Wij hebben een signaleringsfunctie. Fatih doet dat gelukkig uit zichzelf en belt bij elke stap die hij zet.’ Op dit moment zijn dat vooral sollicitaties en het doen van vrijwilligerswerk. Samen met anderen organiseert hij een buurtfestival in Amsterdam Noord om psychiatrische cliënten en bewoners dichter bij elkaar te brengen. Ook heeft hij zich aangemeld als voorlichter om scholieren en andere jongeren te vertellen over verslaving aan alcohol en softdrugs. ‘Ik ben een ondernemend en behulpzaam iemand’, zegt hij, ‘maar mijn focus is nu op betaald werk.’<br />
Na een korte periode in een HVO-woonproject voor jongeren met psychische problematiek, woont hij tegenwoordig met een andere jongen in een zogeheten satelietwoning. Het is een soort kangoeroeconstructie: als hij hulp nodig heeft gaat hij langs in het nabijgelegen woonproject of neemt hij contact op met een van zijn begeleiders. Fatih staat op de wachtlijst voor de volgende fase, vertelt Mohamed. ‘Dan krijgt hij een eigen woning die op den duur op zijn naam komt te staan. Hopelijk kan hij uit de uitkering (Wajong, AO) als hij werk vindt, met recht op terugkeer als ruggesteun. Hij is een voorbeeld voor anderen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jeugdzorg plus</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/jeugdzorg-plus.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/jeugdzorg-plus.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:08:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg plus]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=251</guid>
		<description><![CDATA[PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008
Eind 2007 is in Den Haag een nieuwe woon/zorgvoorziening van start gegaan voor jongeren tussen twaalf en achttien jaar met ernstige gedrags- en psychiatrische problematiek: jeugdzorg extra van Stichting JJC (Jeugdformaat/Jutters Combinatie). Enkele jongeren die naar het centrum verhuisden, verbleven eerst in de jeugdgevangenis, hoewel zij niet strafrechtelijk zijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008</h3>
<p>Eind 2007 is in Den Haag een nieuwe woon/zorgvoorziening van start gegaan voor jongeren tussen twaalf en achttien jaar met ernstige gedrags- en psychiatrische problematiek: jeugdzorg extra van Stichting JJC (Jeugdformaat/Jutters Combinatie). Enkele jongeren die naar het centrum verhuisden, verbleven eerst in de jeugdgevangenis, hoewel zij niet strafrechtelijk zijn veroordeeld. ‘Het gaat bijvoorbeeld om slachtoffers van loverboys,&#8217; zegt Fred Venus, directeur van Jeugdformaat, een van de initiatiefnemers. ‘Hun nieuwe onderkomen is totaal anders: het is niet helemaal gesloten en de jongeren hebben eigen verantwoordelijkheden. We bieden hen een veilige plek en doen bijvoorbeeld ook aan gezinsbegeleiding om mogelijk de weg terug naar huis te effenen.&#8217;<br />
Jeugdformaat, dat ondermeer pleegzorg en ambulante, dag- en residentiële hulp biedt, en De Jutters, centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie willen met Stichting JJC voorzien in een lacune in het hulpaanbod. Kenmerk is over de grenzen van het eigen specialisme en hulpaanbod heenstappen en geïntegreerde zorg bieden. Venus: ‘De overlap tussen orthopedagogische vraagstukken en jeugdpsychiatrie is zo groot dat je de waterscheiding moet opheffen. Vanuit kinderen gezien kun je niet anders dan integraal hulp bieden. Wij brengen het beste van twee instellingen bij elkaar. De bestuurders en leidinggevenden van Jeugdformaat en De Jutters waren het gelukkig eens over het doel, het beste voor de jongere, zodat we niet in bloedgroepenkwesties verzeild zijn geraakt.&#8217;<br />
Er zijn ook andere instellingen betrokken bij het verbeteren van de zorg: Bureau Jeugdzorg, een justitiële jeugdinrichting en een instelling voor licht verstandelijk gehandicapten. In 2010 komt er ook een nieuwe voorziening voor jongeren met een lichte verstandelijke handicap en psychiatrische problematiek. De ketenpartners zoeken daarnaast samenwerking met het (speciaal) onderwijs. ‘We willen behandeling, opvoeding en onderwijs in één setting,&#8217; aldus Fred Venus.<br />
Het nieuwe Haagse centrum past in het landelijke streven een alternatief zorgaanbod voor de gesloten jeugdzorg te ontwikkelen, onder de noemer jeugdzorg plus. Andere voorbeelden van integraal jeugdzorgaanbod zijn De Koppeling in Amsterdam en Paljas in de provincie Brabant. De op 1 januari 2008 in werking getreden gewijzigde Wet op de jeugdzorg maakt het mogelijk dat steeds meer ‘civielrechtelijke jongeren&#8217;, zoals ze worden genoemd, verhuizen van gesloten inrichtingen naar jeugdzorginstellingen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/jeugdzorg-plus.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Beroepsregistratie jeugdzorgwerkers</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/beroepsregistratie-jeugdzorgwerkers.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/beroepsregistratie-jeugdzorgwerkers.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:07:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Beroepsregistratie jeugdzorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=249</guid>
		<description><![CDATA[PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008
Veel vrijgevestigde maatschappelijk werkers zijn geregistreerd als vakbekwame professional. Onder medewerkers in zorginstellingen is registratie veel minder. Zij volgen vaak wel scholing maar geen super- en intervisie, die nodig zijn voor een beroepsregistratie. Voor jeugdzorg bestaat er zelfs geen beroepsprofiel en register, het is geen wettelijk erkend beroep. Daar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008</h3>
<p>Veel vrijgevestigde maatschappelijk werkers zijn geregistreerd als vakbekwame professional. Onder medewerkers in zorginstellingen is registratie veel minder. Zij volgen vaak wel scholing maar geen super- en intervisie, die nodig zijn voor een beroepsregistratie. Voor jeugdzorg bestaat er zelfs geen beroepsprofiel en register, het is geen wettelijk erkend beroep. Daar komt nu verandering in. Een van de deelprojecten van het Actieplan professionalisering heeft betrekking op het beroepsregister voor jeugdzorgwerkers. De beroepsverenigingen Nederlandse Vereniging voor Maatschappelijk Werkers (NVMW) en Phorza, beroepsorganisatie voor sociale, (ortho)pedagogische en hulpverlenende functies, hebben in overleg besloten de registratie van de verschillende beroepsgroepen samen te voegen in één register voor agogisch en maatschappelijk werkers: BAMw. Er wordt een specialisatie jeugdhulpverlening ontwikkeld, met eigen toelatingseisen en toetsingscriteria. Het register is ondergebracht in een zelfstandige stichting; de beroepsverenigingen werven onder hun leden om zich daar te laten registreren.Professionaliseren kost geld<br />
De NVMW is trekker van het deelproject beroepsregistratie en liet aan de hand van gesprekken met vele betrokkenen een discussienota opstellen over de beroepsregistratie in de jeugdzorg. ‘Een van de discussiepunten is de vraag of je registratie en bijscholing verplicht moet stellen,&#8217; zegt Iris Leene, directeur van de NVMW. De voordelen zijn evident. ‘Als erkende, geregistreerde beroepskracht geef je te kennen je voortdurend te scholen en je vakkennis up to date te houden. Het vergroot je betrouwbaarheid en biedt klanten kwaliteitsgarantie. Bij maatschappelijk werk en jeugdhulpverlening gaat het doorgaans om kwetsbare groepen. Zij moeten kunnen rekenen op goede hulp- en dienstverlening. Registratie is daarvoor een middel, geen doel.&#8217;<br />
Registreren kost tijd en geld. ‘Wij hebben overleg gevoerd met werkgevers in de branche en zij lijken bereid een deel van de registratiekosten van hun medewerkers te betalen. De beroepsverenigingen en de MOgroep Jeugdzorg hebben een principeakkoord gesloten in de vorm van een convenant, dat aan de achterban wordt voorgelegd,&#8217; zegt Leene. Ze wijst erop dat de overheid, in wiens opdracht de jeugdzorg een professionaliseringsimpuls krijgt, zelf hier en daar het omgekeerde teweegbrengt. ‘Je ziet dat er ook laagopgeleiden in de zorg voor jeugdigen worden ingezet, bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg, vanwege bezuinigingen of omdat er geen gekwalificeerd personeel beschikbaar is. Laat ook voor de overheid duidelijk zijn dat professionaliseren geld kost!&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/beroepsregistratie-jeugdzorgwerkers.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Samenwerken tegen schooluitval in Amsterdam</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/08/29/samenwerken-tegen-schooluitval-in-amsterdam.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/08/29/samenwerken-tegen-schooluitval-in-amsterdam.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 29 Aug 2008 11:46:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Schooluitval]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=514</guid>
		<description><![CDATA[Contrast &#8211; 2006
&#8220;Het is onze laatste kans,&#8221; zeggen Richi, Dennise en Roos (allen 15 jaar) niet zonder gevoel voor drama. Zij zijn van school getrapt, omdat &#8220;die ons niet moet&#8221;. Ze verdragen geen gezag boven zich en voegen zich niet in klassikaal onderwijs. Ze zitten op een transferium: tijdelijk onderdak voor moeilijke jongeren zonder school. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Contrast &#8211; 2006</h3>
<p>&#8220;Het is onze laatste kans,&#8221; zeggen Richi, Dennise en Roos (allen 15 jaar) niet zonder gevoel voor drama. Zij zijn van school getrapt, omdat &#8220;die ons niet moet&#8221;. Ze verdragen geen gezag boven zich en voegen zich niet in klassikaal onderwijs. Ze zitten op een transferium: tijdelijk onderdak voor moeilijke jongeren zonder school. Het heeft hen voor het onderwijs behouden. Roos: &#8220;Als je nu niet iets doet, word je niks.&#8221;<br />
De Amsterdamse Rekenkamer vindt dat de hoofdstad onvoldoende greep heeft op schooluitvallers, zo stond onlangs in de krant. Wat het VMBO betreft is de kritiek inmiddels achterhaald. Nieuwe programma&#8217;s lijken het tij te kunnen keren.</p>
<p>Alle volwassenen in het gebouw zijn uitgerust met een grote sleutelbos. Deuren in de gang, van lokalen en kantoortjes worden geopend en na doorgang weer gesloten. &#8220;We kanaliseren het leerlingenverkeer, van binnen naar buiten en weer terug. Geen gespook in de gangen,&#8221; zegt Marcel Paragsingh. Hij is teamleider. Niet in een jeugdgevangenis, maar van het Altra College in Amsterdam Oost, een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Het College biedt onderdak aan twee klassen met ieder twaalf leerlingen van Transferium Oost/Zuidoost, de eigenlijke reden van ons bezoek. Ze volgen niet alleen onderwijs in kleine groepen, met veel extra aandacht en begeleiding. Er komen ook hulpverleners in de klas.<br />
&#8220;Ik kan me hier beter concentreren,&#8221; zegt Dennise, &#8220;de klas is klein en je krijgt veel aandacht.&#8221; Na verschillende scholen te hebben afgewerkt komt ze hier tot rust. Ze doet dit jaar examen VMBO en wil volgend jaar op het ROC een opleiding sociaal-pedagogisch werk volgen. Als we de drie leerlingen vragen hoe ze kunnen voorkomen dat het op de volgende en ‘normale&#8217; school weer misgaat, halen ze hun schouders op. Wel weten ze dat de motivatie uit henzelf moet komen. Richi: &#8220;Je doet het voor jezelf.&#8221;</p>
<p>&#8220;Scholen schuiven leerlingen met ernstige gedragsproblemen niet meer af op leerplichtambtenaren. Zij blijven verantwoordelijk voor het goed terechtkomen ervan. Eerst voor tijdelijke opvang in een transferium. Daarna voor een plek op een andere school of in een leerwerkproject,&#8221; zegt Hans Kruijssen van de samenwerkende scholen. Het moet voorkomen dat de jongeren binnen de kortste keren opnieuw in de problemen raken. Hans Kruijssen: &#8220;De jongeren komen hier in een warm bad. Sommige kinderen staan zelfs tijdens de vakantie voor de deur! We moeten zorgen dat ze daarna niet onder een koude douche komen.&#8221; Daarom krijgen de jongeren, als ze op een andere school zitten, nazorg om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt.<br />
Maar het vinden van een plek ná het transferium is niet altijd eenvoudig. Marcel Paragsingh: &#8220;De leerlingen maken weinig kans tijdens het schooljaar nog toegelaten te worden op een andere school. De meeste leerlingen (en hun ouders) willen graag terug naar het regulier onderwijs. Het Speciaal Onderwijs (SO) vinden zij niks. Toch maken veel van school verwijderde jongeren daar de meeste kans.&#8221;<br />
Daarnaast hebben Amsterdamse MBO scholen enkele tientallen plekken voor leerlingen tot 23 jaar die niet in het gewone onderwijs passen.</p>
<p>Schooluitval is een veelkoppig monster. Dat vraagt erom van meerdere kanten te worden getackeld. Het zijn ook niet alleen jongeren met problemen, die het onderwijs zonder diploma vaarwel zeggen. De grootste groep jongeren die school voortijdig (dreigen te) verlaten, zijn niet moeilijker dan anderen. De redenen waarom zij struikelen hebben meer te maken met de vorm en de inhoud van het onderwijs zelf. Hoofdproblemen zijn dat het als te theoretisch wordt ervaren. Ook sluiten VMBO en MBO slecht op elkaar aan.<br />
&#8220;Bij de overstap van VMBO naar MBO verliezen we veel leerlingen,&#8221; zegt Oda de Graaf van het Onderwijs Schakelloket (OSL). &#8220;Tot 15 jaar staat de school nog als een muur om de leerling. Daarna vallen er stenen uit. Bij 18 jaar valt bij velen de muur om. Hét antwoord op vroegtijdig schoolverlaten is praktijkleren: leren in combinatie met werken.&#8221; Daar zijn scholen in Amsterdam volop mee bezig. Bijvoorbeeld door de praktijk in huis te halen. Of door het meer theoretische VMBO en het praktijkgerichte MBO in elkaar te schuiven. Zo ontstaan vele kansrijke tussenoplossingen, die al honderden VMBO-leerlingen voor afhaken hebben behoed.<br />
Een voorbeeld. Leerlingen waarvan na twee jaar VMBO duidelijk is dat ze de school niet met een diploma zullen kunnen afsluiten, krijgen een apart vakken- en vaardighedenpakket. Dat komt overeen met het laagste MBO-niveau. De leerlingen doen twee jaar over de eenjarige opleiding en sluiten af met een certificaat.</p>
<p>Het Wellantcollege in Amsterdam Watergraafsmeer heeft zo&#8217;n alternatieve route voor 30 tot 40 leerlingen tussen 14-17 jaar. Naast Nederlands, Engels, gym en biologieles staat leren werken op het programma.<br />
In een groot lokaal is een bedrijfssituatie nagebootst. De docent is bedrijfsleider en scholieren vormen het personeel. Het Meeting Point &#8211; de naam van het bedrijf &#8211; is ingericht met kleine zitjes, een vergadertafel en een kantoor unit. Op schoolborden staan tientallen projecten, waarmee leerlingen sociale vaardigheden en werkervaring opdoen. Bedrijven en instellingen als KPN en Woningbedrijf Amsterdam melden bij de juf of via internet klussen aan, zoals planten verzorgen, reprowerk en administratie. Eén of meerdere leerlingen van het Wellantcollege voeren die onder begeleiding uit. Sommige bedrijven, zoals Albert Heijn uit de buurt, komen naar de school toe. Zij geven een presentatie over hun branche in het Meeting Point. Eén jongen hield er een baantje bij Albert Heijn aan over.<br />
Ook doen de scholieren leerzame ervaringen op door de organisatie van bijeenkomsten. Jessica organiseerde bijvoorbeeld een huisdiercafé. &#8220;Ik vroeg de Dierenambulance en een blinde mevrouw met geleidehond om iets over honden te komen vertellen. Met flyers nodigden we buurtbewoners mét hun honden uit. We haalden koek en drinken in huis en ontvingen de mensen beleefd: jas aannemen, een drankje aanbieden etc. Het ging heel goed, voor de organisatie van het café gaven ze me een 8,&#8221; zegt ze trots.<br />
Later dit jaar staan budgetteren, factureren en een begroting maken op het programma. Deelname aan taken in het Meeting Point is niet verplicht. Maar leerlingen die wél meedoen zijn zo enthousiast, dat zij anderen aansteken. Veel leerlingen zijn gemotiveerd, stoppen met school is er nauwelijks meer bij.<br />
De Diensten Desk Amsterdam werkt met een vergelijkbare formule. Het verzamelt klussen en opdrachten voor scholieren en brengt vraag (bedrijven) en aanbod (scholen) bij elkaar.<br />
Er zijn ook VMBO-scholen die bepaalde groepen leerlingen al middelbaar beroepsonderwijs tot niveau 2 aanbieden. Zij doen dat in goede samenwerking met het MBO. Zo wordt voorkomen dat er een gat valt tussen VMBO en MBO en leerlingen met school stoppen.<br />
Omdat ook het MBO aangepast onderwijs heeft voor mogelijke spijbelaars en schooluitvallers, groeien VMBO en MBO steeds verder naar elkaar toe.</p>
<p>VMBO en MBO groeien naar elkaar toe. Scholen halen leuke en praktische opdrachten in huis. Scholen en meewerkende bedrijven hebben vele tientallen manieren bedacht om leerlingen in het beroepsonderwijs vast te houden. En met succes. Zij bieden op creatieve wijze het hoofd aan het in de publiciteit zo loodzware onderwerp schooluitval. Dat belooft wat voor de toekomst.</p>
<p>Scholen voor voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs (VMBO en MBO) sloten drie jaar geleden een overeenkomst met onder andere de gemeente en jeugdzorg. Zij willen onder andere dat meer jongeren hun school afmaken. Voortijdig schoolverlaten is een groot probleem in Amsterdam. Door samenwerking en onderwijsvernieuwing moeten VMBO en MBO beter op elkaar én op de arbeidsmarkt aansluiten. Ook komt er meer hulp op school voor leerlingen met ernstige problemen.<br />
Contrast nam een kijkje en liet zich voorlichten over enkele resultaten.<br />
Leerplichtige leerlingen die van school zijn gestuurd of, bijvoorbeeld na gevangenisstraf, geen school hebben, hoeven niet langer thuis te zitten. Er zijn voor hen speciale tijdelijke klassen ingericht. Die worden, net als parkeerdekken waar je kunt overstappen op openbaar vervoer, transferia genoemd. De jongeren krijgen er maximaal zes maanden aangepast onderwijs én hulp totdat ze elders terechtkunnen.<br />
In Amsterdam zijn op vier plekken van die tijdelijke klassen ingericht. De eerste ging in september 2005 van start, de laatste in maart 2006. Er is plaats voor 108 leerlingen. Op 1 maart 2006 zijn 98 plaatsen bezet.<br />
Er doen 35 VMBO-scholen mee. Als zij leerlingen niet meer kunnen handhaven, melden zij dat aan een centrale: het Onderwijs Schakelloket (OSL). Dat zorgt voor plaatsing in een tijdelijke klas.<br />
Voor leerlingen die niet goed mee kunnen komen en daarom school dreigen te verlaten, zijn er andere oplossingen. Voor hen zijn er aparte klassen op hun eigen school. Zij volgen niet de gewone lessen, maar een lichter, meer praktijkgericht programma. Zo leggen zij toch een basis voor een beroepskwalificatie.<br />
Op verschillende VMBO-scholen zijn Meeting Points ingericht, waar school, jongeren, bedrijven en instellingen elkaar treffen. Een zogeheten Diensten Desk verzamelt grote en kleine klussen aan, waarmee leerlingen werkervaring opdoen.<br />
Mede door deze aanpak zitten er minder leerplichtige (tot 16 jaar) leerlingen thuis. Afgelopen jaar waren het er nog 80, nu 11: een daling van 85%.<br />
Voor 16-tot 23 jarigen die zonder diploma van school gaan, beschikt het centrale loket OSL over 60 plaatsen in het MBO. Ze zijn bedoeld voor jongeren met complexe problemen. Met een speciaal programma wordt hen alsnog een kans geboden een diploma te halen. Dan komen ze makkelijker aan een baan.<br />
Jongeren zijn vanaf hun 16e niet meer volledig leerplichtig. Het zijn daarom niet alleen scholen die schooluitvallers aanmelden, maar bijvoorbeeld ook leerplichtambtenaren, justitie en het Jongerenloket van de Dienst Werk en Inkomen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/08/29/samenwerken-tegen-schooluitval-in-amsterdam.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Steun de pleegouder</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/08/28/steun-de-pleegouder.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/08/28/steun-de-pleegouder.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 28 Aug 2008 15:53:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Pleegkind van de rekening]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=714</guid>
		<description><![CDATA[0/25 &#8211; 2005
Lisa komt op haar vijfde in het pleeggezin wonen. Een leuk en pienter kind, in een enkel opzicht wat achter. Gewend aan films voor volwassenen, maar nog geen billen kunnen vegen en tot twintig tellen. Haar moeder is geestelijk in de war en af en toe opgenomen. Ook is ze een periode drugsverslaafd. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>0/25 &#8211; 2005</h3>
<p>Lisa komt op haar vijfde in het pleeggezin wonen. Een leuk en pienter kind, in een enkel opzicht wat achter. Gewend aan films voor volwassenen, maar nog geen billen kunnen vegen en tot twintig tellen. Haar moeder is geestelijk in de war en af en toe opgenomen. Ook is ze een periode drugsverslaafd. Later raakt ze dakloos. Lisa is enig kind, maar komt uit een grote familie. Vader is uit beeld.<br />
De grootouders van Lisa hebben vanaf haar geboorte vaak en met veel liefde voor haar gezorgd. Zodra Lisa&#8217;s moeder weer op de been is, bezorgen grootouders het kind retour. Lisa&#8217;s moeder meldt zich bij Bureau Jeugdzorg als grootouders overwinteren. Zij wil dat Lisa buiten de familie in een pleeggezin opgroeit.<br />
Grootouders zijn not amused over de stap van hun dochter, maar werken mee aan de vrijwillige plaatsing in een eenoudergezin met een zoon van op dat moment 9 jaar. Het is voor een jaar. Met moeder gaat het echter eerder slechter dan beter. Na een jaar verlengt de kinderrechter de uithuisplaatsing (UHP) en onder toezichtstelling (OTS) met nog een jaar. Hij vraagt een psychologisch onderzoek naar de hechting van Lisa. Het onderzoek wijst uit dat Lisa goed hecht in het pleeggezin. De grootouders dringen aan op een pleeggezin in de familie, maar de psychologe acht de beoogde pleegouders niet competent. Zelf willen ze de zorg voor Lisa niet (meer) op zich nemen, zij willen alleen opa- en oma zijn. Bureau Jeugdzorg en de kinderrechter volgen het advies van de psychologe: Lisa zal in het pleeggezin opgroeien.<br />
Lisa ziet haar familie geregeld: aanvankelijk iedere twee weken, later eens in de maand een weekend en tijdens schoolvakanties een week.<br />
Het verdriet van de grootouders over de situatie blijft af en toe opspelen. Het leidt tot vervelende situaties of een, al dan niet heftige, scène aan de deur bij het halen en brengen.<br />
Lisa, inmiddels tien jaar oud, houdt van haar familie en van haar pleeggezin. Zij komt geregeld in loyaliteitsconflict en krijgt niet de kans zich onbezorgd te hechten.<br />
Pleegouders zijn tegenwoordig partner en collega van de echte hulpverleners. Zij moeten in staat zijn als zodanig te handelen. In onderhavig geval is daar geen sprake van. De gezinsvoogd neemt pleegouder niet serieus en biedt niet de gevraagde steun. Pleegouder lijkt eerder tegenstander dan partner in de zorg voor het kind. De professionals bieden niet het hoofd aan netelige situaties. Zij lijken onvoldoende in staat de plaatsing in het pleeggezin in goede banen te leiden. Het pleegkind komt in een onmogelijke spagaat.</p>
<p>Dealen met de situatie van een moeder, die het gezag heeft en haar kind in het pleeggezin wil laten opgroeien en grootouders &#8211; waar moeder sterk van afhankelijk is en die een sterke band hebben met het kind &#8211; die daar grote moeite mee hebben. Dat is het probleem waar hulpverleners van Jeugdzorg en Pleegzorg voor staan. Alleen al het onderkennen van dit probleem kost jaren. Historie in vogelvlucht.</p>
<p>De entree van gezinsvoogd 4 is onder ongunstig gesternte. Gezinsvoogd 2 zet de verderstrekkende maatregel (ouder wordt het gezag ontnomen) in, maar verdwijnt. Onder gezinsvoogd 3 gaat het een en ander mis (zie blooper 1 en 2). Gezinsvoogd 4 geeft te kennen geen boodschap te hebben aan hetgeen voor haar tijd gebeurde. Pleegouder streeft naar een rustige, duurzame gezinssituatie. Zij mist het verschil tussen een kortdurende en langdurige plaatsing en vraagt daarnaar. Evenals naar de voortgang van de verderstrekkende maatregel en grenzen tussen verantwoordelijkheden van pleegouder en (groot)ouders. De vragen blijven onbeantwoord.<br />
Gezinsvoogd 4 is om onduidelijke reden partijdig. Als we met alle betrokkenen rond de tafel zitten, lijkt zij (groot)ouders een hart onder de riem te willen steken: &#8220;Lisa is binnenkort 12 jaar en mag dan zelf kiezen.&#8221; De opmerking blijft in de lucht hangen. Niet alleen is Lisa pas 9, ook is onduidelijk wat Lisa precies kan kiezen. Haar (groot)ouders kunnen niet voor haar zorgen, andere familieleden evenmin. Alleen pleegouder zegt graag voor haar te willen zorgen. Zo zijn er meer voorbeelden. Als familieleden pleegouder zwart maken, of zelfs dreigen en pleegouder om steun vraagt, reageert gezinsvoogd retorisch: &#8220;Waarom denk je dat zij dat doen?&#8221; Eigen schuld? Na onenigheid over een reis naar het buitenland onder schooltijd, vraagt de gezinsvoogd Lisa&#8217;s school haar (groot)ouders apart op de hoogte te houden van haar vorderingen, rapportavonden en bijzonderheden. Ook laat zij zich tegenover leerkrachten negatief uit over pleegmoeder. Voor de kinderrechter sprak zij al eens laatdunkend: &#8220;Zij is maar pleegmoeder.&#8221; Verzoeken van pleegouder in de luwte (van de familietoorn) te mogen blijven en eens een gesprek te hebben met alléén Lisa&#8217;s moeder, zonder grootouders, worden nooit ingewilligd.<br />
Bij een ‘verbeteren verstandhoudinggesprek&#8217; met de werkleider van gezinsvoogd 4 erbij, zit zij als een mokkende puber in een hoek van 90° nors tegenover mij. Zij laat zich ontvallen voorstander te zijn van het opnieuw laten onderzoeken van de hechting van Lisa. Ook meldt zij dat Lisa&#8217;s moeder inmiddels niet meer achter de plaatsing staat. Is zij uit op het weghalen van Lisa?</p>
<p>Als er aan het eind van de oplossingsroute nog zoveel probleem over is<br />
Na vier bloopers van verschillende gezinsvoogden belt pleegouder de leidinggevenden van Bureau Jeugdzorg. Zij houden de boot af. Als er na een maand geen reactie is, schrijft pleegouder een brief naar de Klachtencommissie van Bureau Jeugdzorg en wordt op alle (ook in dit artikel genoemde) punten in het gelijk gesteld. Na enkele maanden bevestigt de Raad van Bestuur dat oordeel. Maar antwoord op de genoemde vragen komt er niet. Of de Raad van Bestuur Bureau Jeugdzorg een aanwijzing geeft, onttrekt zich aan de waarneming van pleegouder.<br />
Er verandert en verbetert niets. In plaats van crises en problemen te managen, zaait de gezinsvoogd extra verdeeldheid tussen familie en pleeggezin. Zij blust niet, maar stookt het vuurtje verder op. De pleegzorgwerker gaat soft en daarmee halfslachtig te werk. Zijn aanpak als zachte heelmeester &#8211; hoe aardig hij ook is &#8211; laat stinkende wonden ontstaan.<br />
Bij de vijfde verlenging van de UHP en OTS wendt pleegouder zich met vragen tot de kinderrechter. De kinderrechter is begaan, laat pleegouder haar zegje doen, maar wijst op zijn beperking: hij kan alleen OTS/UHP (al dan niet) verlengen, niet treden in inhoudelijke zaken. Daar gaat Bureau Jeugdzorg over.</p>
<p>Lisa komt maar niet in rustiger vaarwater. Pleegouder vraagt nu jaren om hulp en wijst op de ondermijnende werking van ongelukkige grootouders. Een hele keten is getuige van iets dat niet loopt, maar weet het tij niet te keren. De gezinsvoogden verschillen van mening en benadering. De (informatie)overdracht tussen opeenvolgende gezinsvoogden en pleegzorgwerkers laat te wensen over. Leidinggevenden wijzen op het personeelstekort, de kinderrechter op veranderde verhoudingen en de Klachtencommissie zegt gesproken te hebben. Wat een onmacht en wat een gevolgen.<br />
Spanningen met de familie en herhaald terugkerende onduidelijkheid en onzekerheid over de toekomst, trekken een wissel. Als de professionals de pleegouder niet horen, zich niet in haar kunnen verplaatsen en zo duidelijk partij kiezen voor de andere belanghebbenden, pleegt men roofbouw. En dat juist op het gezin waar het pleegkind het van moet hebben.</p>
<p>In de afgelopen vijf jaar zijn de rollen van gezinsvoogd, pleegzorgwerker en pleegouder gewijzigd. Tussen gezinsvoogd en pleeggezin is meer afstand gekomen. Pleegouders zijn partner geworden van de pleegzorgwerker én collega-hulpverlener. Misschien komt daardoor de hulpvráág vanuit het pleeggezin niet aan?<br />
Of wreekt zich hier een ander spanningsveld, haast intrinsiek aan pleegzorg? &#8220;De ouders blijven altijd de ouders.&#8221; De uitspraak ligt professionals voor in de mond. Ook al denk of beweer je als pleegouder nooit iets anders, houd je je trouw aan alle bezoekafspraken en organiseer je logeerpartijen en verjaardagsfeestjes met de familie: op een pleegouder as such rust kennelijk de verdenking van ‘kind afpakken&#8217;.</p>
<p>Het pleegkind zelf ziet dat anders, zij heeft gewoon méérdere ouders. Al is zij 200% loyaal aan haar ouders/familie, ze wil ook het volle pond van de pleegouder: 100% liefde, aandacht en gelijke behandeling. Onderscheid tussen eigen en pleegkinderen wordt &#8211; terecht &#8211; niet gepikt. En áls er onderscheid wordt gemaakt, dan in haar voordeel: 200% liefde en aandacht van de pleegouder is ook goed.<br />
Jarenlang zei Lisa dat ze ‘in het echt&#8217; bij haar moeder woonde. Rond familiebezoek was ze opstandig en huilerig. Nadat haar verschillende keren door pleegzorgwerkers is verzekerd dat zij in het pleeggezin mag blijven en (groot)ouders openlijk hun zegen daarover uitspraken, gaat het goed. Maar de terugkerende onenigheid ontgaat Lisa natuurlijk niet. Zíj zit niet zo met haar dubbele banden. Zij houdt gewoon van allebei. Maar dan moeten haar dierbaren wel normaal doen! De professionals moeten daar een rol in spelen.</p>
<p>Daarom, tot slot, enkele adviezen:<br />
• Wees vriendelijk én duidelijk naar alle betrokkenen. Pappen en nathouden helpt niemand.<br />
• Doe iets met signalen dat zaken niet lekker lopen en wijs een ‘probleemeigenaar&#8217;, casemanager of mediator aan die ermee aan de slag gaat.<br />
• Maak goede afspraken en handhaaf die.<br />
• Ga voorzichtig om met wat je pleegkinderen zegt en belooft<br />
• Blijf professioneel naast de partijen staan, trek geen partij.<br />
• Evalueer afhandeling klacht na een half jaar</p>
<p>Bloopers<br />
• Gezinsvoogd 3 vergeet verlenging OTS en UHP aan te vragen. Zij verlopen en moeten opnieuw bij de Kinderbescherming worden aangevraagd.<br />
• Bij aanvraag paspoort pleegouder blijkt toevallig dat pleegkind nooit bij haar is ingeschreven. Lisa is uitgeschreven bij het bevolkingsregister op het moment dat haar moeder dakloos werd. In het register staat ruim een half jaar de vermelding ‘het land met onbekende bestemming verlaten&#8217;, terwijl zij al drie jaar op nog geen 100 meter van het stadhuis in een pleeggezin woont. Lisa moet bij de Vreemdelingenpolitie, afdeling Immigratie, weer worden ‘ingevoerd&#8217;. Gezinsvoogd begrijpt ontzetting van pleegmoeder niet.<br />
• Omdat grootouders grote moeite hebben met de woonsituatie van Lisa en zij daar gevolgen van ondervindt, vraagt pleegouder gezinsvoogd of pleegzorgwerker de grootouders hun zegen te laten geven over Lisa&#8217;s woonsituatie. Na twee jaar vragen en aandringen is het zover. Grootouders zijn op het moment suprème niet in staat Lisa het gevraagde in woord of gebaar over te brengen. Er valt een stilte, die de gezinsvoogd vult met woorden van omgekeerde strekking: &#8220;Als mama weer een huis heeft en stabiel is, mag je weer bij haar wonen.&#8221; Een belofte die gezinsvoogd niet waar kan maken en averechts uitpakt.<br />
• De familie wil Lisa onder schooltijd tweeënhalve week meenemen naar het buitenland voor familiebezoek. Gezinsvoogd en pleegzorgwerker zijn enthousiast, omdat het voor Lisa bevestigt dat ze bij haar familie hoort. Pleegouder wordt niets gevraagd. Leerplichtambtenaar geeft geen toestemming. School geeft toestemming voor vijf dagen verlof. Jeugd- en Pleegzorg betrekken pleegouder (al viereneenhalf jaar goed voor activiteiten en vele gesprekken op school, bijles en extra begeleiding) niet bij de beslissing. Zij wendt zich daarom zelf tot school en gemeente met het verzoek geen tweeënhalve maar één week toe te staan.<br />
Lisa vertrekt en keert niet terug na vijf dagen, maar na tweeënhalve week.</p>
<p>De naam van het kind is om privacyredenen gefingeerd.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/08/28/steun-de-pleegouder.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
