<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#124; Tekst, redactie &#38; research &#187; Jeugdzorg</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/jeugdzorg/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 19 Jan 2012 08:25:30 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0.1</generator>
		<item>
		<title>Zij geven jeugdzorg iets terug</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2011/12/15/zij-geven-jeugdzorg-iets-terug.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2011/12/15/zij-geven-jeugdzorg-iets-terug.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 15 Dec 2011 11:17:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=2163</guid>
		<description><![CDATA[Streetwise trainingsacteurs, maatschappelijk ondernemers van de straat, een skatekampioen en een kunstenmaker uit de jeugdzorg over hun doelen en drijfveren. Jeugd en Co &#8211; december 2011 Fernando Carrilho en Rafael Deira Twee van de vijf streetwise trainingsacteurs van The Crew/RadarVertige uit Amsterdam. Hebben zelf veel te maken gehad met jeugdhulpverleners en politie. Leeftijd: 22 en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Streetwise trainingsacteurs, maatschappelijk ondernemers van de straat, een skatekampioen en een kunstenmaker uit de jeugdzorg over hun doelen en drijfveren.<span id="more-2163"></span></p>
<p><strong>Jeugd en Co &#8211; december 2011</strong></p>
<p><em><strong>Fernando Carrilho en Rafael Deira</strong></em></p>
<p>Twee van de vijf streetwise trainingsacteurs van The Crew/RadarVertige uit Amsterdam. Hebben zelf veel te maken gehad met jeugdhulpverleners en politie.</p>
<p><em>Leeftijd</em>: 22 en 23</p>
<p><em>Wat doen jullie?</em> We geven feedback tijdens trainingen. We leren agenten, jeugdzorgwerkers, jongerenwerkers, loketambtenaren en andere professionals hoe ze kunnen samenwerken met lastige jongeren en omgaan met moeilijke situaties. We lokken professionals uit de tent, raken gevoelige snaren, zoeken grenzen op. Zij kunnen agressief worden of geëmotioneerd raken, waarop wij naturel reageren. Rafael: ‘Soms moet je provoceren, dan gebeurt er iets. Vrouwen kunnen zich bijvoorbeeld geïntimideerd voelen door jongens die persoonlijk worden of dreigen. Wij houden hen voor dat ze grenzen moeten aangeven, zeggen wat dat gedrag met hen doet. “Doe normaal, man!” begrijpen jongens niet.’</p>
<p><em>Waarom?</em> Rafael: ‘Mijn ervaring is dat hulpverleners hun oordeel al klaar hadden, zonder dat ze wisten wat de oorzaak van mijn gedrag was. Naar mijn mening werd niet gevraagd.’ Fernando: ‘Ik ben veel met de politie in aanraking geweest. Ik gaf het gedrag terug dat zij er zelf in staken. Als ik iets niet wilde, zagen agenten dat, ten onrechte, al gauw als negativiteit.’</p>
<p>Als trainingsacteurs laten we professionals zien hoe jongeren behandeld willen en kunnen worden. Schoolmeestergedrag werkt bijvoorbeeld niet. Onecht gedrag of niet gemeende belangstelling prikken jongeren genadeloos door. Maar een handleiding bestaat niet, jongeren zijn geen theorie. Wij vinden belangrijk dat hulpverleners en jongerenwerkers in ons geïnteresseerd zijn, goed luisteren en doorvragen.</p>
<p><em>Wat bieden jullie professionals?</em> Fernando: ‘We zijn acteurs, maar eigenlijk speel ik niet. Voor ons zijn oefensituaties net echt, evenals de gevoelens die we erbij hebben. Wij zijn een product van de straat en laten hulpverleners zien wat in de praktijk (in plaats van in hun boekjes) werkt en niet werkt. Ze moeten niet voor jongeren invullen wat ze moeten doen. Leg de verantwoordelijkheid bij hen, laat jongeren zelf denken.’</p>
<p><em>Wanneer ga je tevreden naar huis?</em> Fernando: Als ik bij de deelnemers een vuurtje van aandacht zie opbranden, als ze open staan voor onze inbreng en blij zijn met onze feedback.</p>
<p><em><strong>Hans van Dorssen en Max Swagemakers</strong></em></p>
<p>Richtten tien jaar geleden een vrijplaats voor jongeren op in Tilburg. Komen uit wat zij noemen de scene en brengen jongeren uit verschillende subculturen bij elkaar: skaters, rockers, dansers, graffitikunstenaars, rappers, percussionisten, etc. Eerst in kraakpanden, nu in een oude, gehuurde fabriek: de cultuurfabriek Hall of Fame.</p>
<p><em>Leeftijd</em>: 34 en 36</p>
<p><em>Wat doen jullie?</em> We hebben skatebanen, dans- en muziekstudio’s, theaterzalen en een klimhal gebouwd. We geven demo’s en workshops en verhuren ruimtes. Jongeren die leren skaten, drummen, klimmen etc., kunnen na verloop van tijd zelf aan de slag als workshopbegeleider.</p>
<p><em>Waarom?</em> Hier realiseren we, voor de jongeren van nu, wat wij vroeger anders wilden. Wij konden zelf als jongeren onze plek niet vinden. Het leek alsof we alles fout deden. Hans: ‘Ik liep op m’n 14<sup>de</sup> van huis weg en woonde tijdelijk in een internaat. Mijn omgeving zei: “Ga eens iets nuttigs doen, een opleiding volgen of werk zoeken”. Maar ik wilde iets bereiken met skaten. In skaten uitte ik m’n woede. Het skaten bood me de drive me te ontwikkelen. Ik ben Nederlands kampioen skaten geworden. Ik laat jongeren zien dat je met je talent iets kunt bereiken en gelukkig kunt worden.’ Max: ‘Ik ging niet naar school, hing rond op straat. Daar ontmoette ik Hans. We werden skatevrienden. Jeugdzorg schreef rapporten over mij met opmerkingen als “Hij kan het wel, maar doet het niet.” Veel jongeren die in de Hall komen, willen of kunnen niet voldoen aan de eisen van de maatschappij, net als ik vroeger. Je moet in Nederland iets zijn en geld opbrengen om erkend te worden. Voor mij is geld niet het belangrijkste. Wel vind ik het leuk om iets voor andere jongeren te doen.’</p>
<p><em>Wat bieden jullie jongeren?</em> Een kader om hun talenten te ontwikkelen. Wij geven jongeren in de Hall of Fame de ruimte die ze normaal niet krijgen. Met jongens die ontsporen, bouwen we een band op basis van gelijkwaardigheid op.</p>
<p><em>Wanneer ga je tevreden naar huis?</em> Als het een vmbo-leerling met een lage dunk van zichzelf hier aan de slag gaat en later is gaan filmen.</p>
<p><strong><em>Jan</em></strong></p>
<p>Eén van de tien kinderen/jongeren uit de Brabantse jeugdzorg die  meededen aan kunstproject Het Dossier van De Cultuurkantine. Het  kunstwerk dat hij en kunstenares Lisette Durinck maakten, hangt, samen  met negen andere, tot 21 november in fietsenstalling Oude Vest in Breda.  Daar komen soms wel 1500 mensen per dag. Jeugdzorg heeft Jan’s papieren  dossier. Met dit schilderij heeft hij nu zelf zijn eigen beeldverhaal.</p>
<p><em>Leeftijd </em>14</p>
<p><em>Wat heb je gedaan? </em>Sinds de zomervakantie hebben Lisette Durinck en ik op haar atelier gewerkt aan dit portret. Ze maakte eerst foto’s van me en we hebben veel gepraat. Lisette stelde voor wat ze wilde maken, ik gaf commentaar. Zo wilde zij op de lijnen van het voetbalveld woorden zetten die voor mij iets betekenen. Dat vond ik niks. Maar zíj heeft weer die bokshandschoenen bedacht. De gouden letters heb ik erop geschilderd. Het is echt een kunstwerk van ons samen.</p>
<p><em>Waarom? </em>Met dit schilderij wil ik laten zien dat ik een positieve en een negatieve kant heb. De engelenvleugels staan voor m’n lieve kant. Ik kan heel behulpzaam en aardig zijn. De rode duivelsoren zeggen iets over m’n minder goede kant. Ik ben soms heel boos. Om die reden ben ik een keer van school gestuurd. Volwassenen stoppen me gauw in een hokje: “Oh, daar heb je die agressieve jongen weer.” Terwijl ik ook gewoon een leuke jongen ben. Ik wil dat mensen mij begrijpen. Kunst is een leukere manier om dingen uit te leggen dan een gesprek. Al sinds m’n vierde ben ik uit huis. Eerst zat ik in pleeggezinnen, nu woon ik in een instelling. Die bokshandschoenen laten zien dat ik veel heb moeten vechten voor mezelf.</p>
<p><a href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Jan-op-expositie-Het-Dossier-in-Breda4.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-2227" title="Jan op expositie Het Dossier in Breda" src="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2011/12/Jan-op-expositie-Het-Dossier-in-Breda4-200x300.jpg" alt="" width="200" height="300" /></a></p>
<p><em>Wat wil je hulpverleners meegeven? </em>Dat zij jongeren eerst iets moeten geven voordat wij hen iets geven. Ik bedoel ruimte, vrijheid, ik vind dat er teveel regels zijn.</p>
<p><em>Wanneer ga je tevreden naar huis?</em> Wanneer mensen bij m&#8217;n schilderij denken: “Wat een goede jongen.”</p>
<p><em>De tentoonstelling Het Dossier is vanaf 21 november 2011 te huur, zie <a href="http://www.kunst.nl/">www.kunst.nl</a>.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2011/12/15/zij-geven-jeugdzorg-iets-terug.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ontdek de jeugdzorger in jezelf</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2011/03/24/ontdek-de-jeugdzorger-in-jezelf.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2011/03/24/ontdek-de-jeugdzorger-in-jezelf.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 24 Mar 2011 13:28:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Weblog]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1717</guid>
		<description><![CDATA[Begin maart startte de campagne Ontdek de pleegouder in jezelf. Daarmee proberen Pleegzorg Nederland en het ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport meer mensen warm te maken voor het pleegouderschap. Een goede zaak, want er is een groot tekort aan pleeggezinnen. Iedereen, mits van goed gedrag, mag meedoen: papa/mamagezinnen, alleenstaanden, ouderen, homostellen, etc. Wat in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Begin maart startte de campagne Ontdek de pleegouder in jezelf. Daarmee proberen Pleegzorg Nederland en het ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport meer mensen warm te maken voor het pleegouderschap. Een goede zaak, want er is een groot tekort aan pleeggezinnen. Iedereen, mits van goed gedrag, mag meedoen: papa/mamagezinnen, alleenstaanden, ouderen, homostellen, etc. Wat in de campagne onderbelicht blijft is dat de meeste pleegkinderen en hun pleeggezin na de ‘match’ niet alleen met pleegzorg, als begeleidende instelling, te maken hebben. Ook de Raad voor de Kinderbescherming, de kinderrechter en Bureau Jeugdzorg komen achter de voordeur. Ongeveer tweederde van de pleegkinderen in Nederland is uit huis geplaatst en/of staat onder toezicht. Bureau Jeugdzorg wijst een gezinsvoogd aan die de biologische ouders begeleidt, beslissingen neemt en contact onderhoudt met het pleeggezin. Als de rechter ouders het ouderlijk gezag heeft ontnomen, berust dat meestal ook bij Bureau Jeugdzorg. Best een belangrijke persoon dus, zo’n gezinsvoogd. Wanneer een paspoort nodig is, een middelbare school gekozen moet worden, er onenigheid is over de bezoekregeling met de biologische ouders, etc.</p>
<p>Ik ontdekte een tijd geleden de pleegouder in mezelf en heb al ruim tien jaar het genoegen om, naast m’n eigen kind, voor een pleegkind te zorgen. In die tijd zagen we negen gezinsvoogden voorbij komen. De nieuwste nieuwe, nummer tien, zelfs dát niet. Er is nog geen gelegenheid geweest kennis te maken. Het verloop onder ‘onze’ voogden is groot en dat blijkt niet aan ons te liggen. De een gaat toch liever iets anders doen dan jeugdzorg, de ander wordt langdurig ziek en de derde is van z’n functie ontheven. Verschillende reorganisaties van het Bureau Jeugdzorg waar wij onder vallen zouden tot verbetering (moeten) leiden. Niet dus. Hoe aardig en goedwillend de meeste gezinsvoogden ook zijn, niemand heeft tijd de geschiedenis van een langdurige plaatsing, zoals dat in jargon heet, tot zich te nemen. Elke keer beginnen we weer van voren af aan met vertellen wie we zijn en wat we willen. En, wat erger is, iedere gezinsvoogd heeft zo haar of zijn eigen idee wat goed is en zet eigen lijnen uit. Daar waar pleegouders moeten zorgen voor een ‘stabiele leefomgeving’ (doe de test Ontdek de pleegouder in jezelf op internet), zwabberen gezinsvoogden van Jeugdzorg labiel door ons gezinsleven. Wordt het, naast het werven van nieuwe pleegouders, niet eens tijd voor een test Ontdek de jeugdzorger in jezelf? Ik kan het aspirant medewerkers én managers in de Jeugdzorg aanbevelen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2011/03/24/ontdek-de-jeugdzorger-in-jezelf.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Hier is het niet alleen overleven.&#8221;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Aug 2010 13:56:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[gezinshuis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1550</guid>
		<description><![CDATA[Eén kind en één jongeren die samen met één speciaal getrainde volwassene drie jaar lang in een gewone wijk wonen, naar een passende school gaan en ondersteunende therapie krijgen. Jeugd en Co bezocht dit nieuwe concept: het Driehuis. Jeugd en Co, nummer 6, 2010 Ons Driehuisgezin woont in een rijtjeshuis in een nieuwerwets Amsterdams hofje [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Eén kind en één jongeren die samen met één speciaal getrainde volwassene drie jaar lang in een gewone wijk wonen, naar een passende school gaan en ondersteunende therapie krijgen. <em>Jeugd en Co </em>bezocht dit nieuwe concept: het Driehuis. <span id="more-1550"></span><strong> </strong></p>
<p><strong>Jeugd en Co, nummer 6, 2010<br />
</strong></p>
<p>Ons Driehuisgezin woont in een rijtjeshuis in een nieuwerwets Amsterdams hofje op stadseiland IJburg. Nina zit in de huiskamer aan tafel te schilderen. Ze is geslaagd voor het vmbo en heeft al vakantie. Driehuisouder Claudia laat ons de tuin en benedenverdieping zien. Op de wc en langs de trap naar boven hangen kleurige schilderijen en tekeningen van Nina. Zij zal “absoluut niet” met ons willen praten, zo verwachtte Claudia van tevoren. Marcel, de jongste huisgenoot, was wel bereid. Hij is autistisch, daarom heeft Claudia de komst van de journalist goed met hem voorbereid. Maar als het zover is, is Marcel nog met het leerlingenvervoer onderweg van school naar huis. Een file.</p>
<p>“Marcel was negen toen we hier in juni 2008 kwamen wonen”, vertelt Claudia, voorheen journalist. “Hij was al twaalf keer verhuisd, moest elke keer opnieuw beginnen en vertrouwde niemand meer”. Marcel had en heeft verschillende gedragsproblemen. Zo moest hij de eerste tijd nog goed leren luisteren. Een opvoedtrainer van de Bascule kwam langs en leerde Claudia met rollenspel om duidelijk te zijn en in te spelen op Marcels specifieke gedrag en behoeften. Voor Marcel staat ‘luisteren’ handzaam uitgeschreven op een flap, die Claudia laat zien. “Het papier hangt nu aan de binnenkant van de deur, zo goed gaat het”.</p>
<p>Ook andere problemen worden, in volgorde van urgentie, aangepakt. Marcel kan grof in de mond zijn, schelden (“Dan roept hij ‘stinkende kuthoer’”, zegt Claudia), dreigen het huis in de fik te steken en haar dood te maken. Claudia: “Maar als hij ondergewicht heeft, krijgt dat prioriteit, de verbale agressie kan wachten”.</p>
<p>Het gaat bij Driehuis om kinderen met complexe problematiek die niet meer in een leefgroep of (therapeutisch) pleeggezin kunnen wonen. Willemijn van Vlerken, therapeut bij de Bascule, geeft alle aanstaande Driehuisouders een introductiecursus opvoeden, aan de hand van de uit de VS afkomstige methodiek pmto (parent management training Oregon). Zijn ze eenmaal begonnen, dan neemt een collega van de Bascule de opvoedbegeleiding op zich. Van Vlerken: “De opvoeding in Driehuizen is gericht op behandeling en ontwikkeling van de kinderen. Wij geven de opvoedouders handvatten om met moeilijk gedrag van de kinderen om te gaan en dat te verbeteren”.</p>
<p>Het Driehuisouderschap is een baan voor dag en nacht. Naast de begeleiding door de Bascule, ondersteunen Driehuisouders elkaar. De gezinnen wonen in clusters van drie bij elkaar. De ouders vormen een team en vangen elkaars kinderen op als ze een time out nodig hebben.</p>
<p>Nina groeide op in een netwerkpleeggezin, dat niet meer voor haar kon zorgen. Voordat ze bij Claudia kwam, verbleef ze in een groepshuis van Beter met Thuis, waar maximaal acht kinderen wonen. Het verschil met Driehuis is groot. Nina: “Bij Beter met Thuis is er elke dag een programma: huiswerk maken als je thuiskomt, rustmomenten, op tijd naar bed, een vaste dag in de week wasdag, zeggen wanneer je naar buiten gaat, etc. Dat is hier allemaal niet. Claudia wil wel graag weten waar ik ben, maar verder ben ik vrij. Als het nodig is, kan ik elke dag m’n kleren wassen”.</p>
<p>Nina ontpopt zich als gedreven vertegenwoordiger van Driehuis. Ze is heel positief over haar tijdelijke ouder. “Claudia luistert goed, begrijpt alles goed en ze is niet zo heel oud. Ze weet wat er in mij en Marcel omgaat. Als ik kijk naar andere Driehuisouders, vind ik haar de beste”.</p>
<p>Spirit heeft het concept van Driehuis zelf bedacht. Projectleider Resy van Broekhoven: “Veel kinderen moeten in een tehuis blijven omdat er geen alternatief is. De Hoenderloo Groep is ook een driemilieuvoorziening, in de bossen. Maar daar wonen ze op grote afstand van hun familie; het gaat in Hoenderloo bovendien om groepsopvoeding. Driehuis is een met een gezin vergelijkbare situatie, dat is wat deze kinderen nodig hebben”. Maar dan wel een gezin zonder eigen inwonende kinderen, om de Driehuiskinderen optimale aandacht geven en de kans op conflicten zo klein mogelijk te maken.</p>
<p>Samenwerkingspartner Sjerry van Vlerken, directeur van Altra College Amsterdam, wijst eveneens op het voordeel van kleinschaligheid van Driehuis. “Kinderen met zware psychiatrische problematiek zijn heel moeilijk, zowel thuis als op school. Als je ze allemaal bij elkaar in een gezinshuis zet, maken ze het ook moeilijk voor elkaar. Het is een goede keuze om slechts twee kinderen, van verschillende leeftijd, met één of twee ouders te laten wonen. Dat geeft meer rust dan in een tijdelijke voorziening met steeds ander personeel en wisseldiensten, etc. Een kind zonder veel ontwikkelingskansen kan zo tot ontplooiing komen”.</p>
<p>En dat doen ze. Nina begint volgend schooljaar op een mbo-opleiding evenementen. Ze is de afgelopen twee jaar “met sprongen vooruit gegaan”, stelt Claudia. “Ze heeft toekomstplannen, komt voor zichzelf op, loopt – letterlijk &#8211; niet meer weg voor problemen en stelt zich open voor mensen”. Ook met Marcel gaat het goed. Claudia: “Hij heeft erg veel geleerd en heeft weer zelfvertrouwen gekregen. In het begin was hij onverschillig, hij zou wel zien wat zijn zoveelste huis bracht. Nu zegt hij: ‘Ik hoef bij jou niet bang te zijn’. Ook heeft hij weer contact met zijn moeder. Nu het voor hem niet meer alleen overleven is, is er tijd over voor sociaal-emotionele ontwikkeling”.</p>
<p>Volgend jaar zit Claudia’s driejarig ouderschap erop. Ze is daar tegen die tijd wel aan toe. Dat ze haar eigen sociale leven jaren moest opgeven, heeft ze er graag voor over, maar een Driehuis runnen is “heel zwaar”. Over Marcel, die blijft ‘driehuizen’, maakt ze zich de meeste zorgen. Hoe zal het verder met hem gaan? De afgebakende periode van drie jaar met dezelfde ouder kan voor deze kinderen juist goed zijn, stelt Willemijn van Vlerken van de Bascule. “Het tijdelijke karakter kan als veilig worden ervaren. De Driehuisouder blijft daardoor voor het kind op voldoende afstand. Kinderen die het in de intimiteit van een gewoon pleeggezin niet redden, kunnen in een Driehuis toch in een gezin wonen”.</p>
<p>Driehuis is een nieuwe voorziening  in Amsterdam, waarin  Spirit  samenwerkt met het Altra College (speciaal onderwijs) en de Bascule  (kinder- en jeugdpsychiatrie). Een Driehuisgezin bestaat uit een  Driehuisouder en eventuele partner, een kind beneden en een jongere  boven de twaalf. De Driehuisouder is in dienst van Spirit en wordt  aangesteld voor drie jaar. Zij/hij moet een Hbo-denkniveau hebben,  pedagogisch inzicht, zelfoplossend vermogen en het liefst ook ervaring  met specifieke behandelprogramma’s. Ook moeten Driehuisouders goed  kunnen samenwerken.</p>
<p>Er zijn nu acht Driehuisgezinnen, allemaal in nieuwbouwwijk IJburg. Het negende gezin is op komst; het moeten er dertig worden.</p>
<p>Driehuis onderscheidt zich van andere gezinshuizen door de  kleinschaligheid, langdurige plaatsing en beperking tot de moeilijkste  kinderen. Wij bezochten de Driehuisgenoten Claudia (36), Nina (17) en  Marcel (11).</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wachtlijstondersteuner</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2009/02/24/wachtlijstondersteuner.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2009/02/24/wachtlijstondersteuner.html#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 Feb 2009 16:22:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[wachtlijst jeugdzorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=823</guid>
		<description><![CDATA[Pleegcontact &#8211; 2009 Natuurlijk mogen gezinsvoogden en andere medewerkers van Bureau Jeugdzorg niet worden bedreigd. Terecht dat politieke partijen zich daar druk over maken. In een aantal regio&#8217;s staan nog zoveel kinderen en jongeren op de wachtlijst voor een gezinsvoogd en is er al een groot verloop onder gezinsvoogden van de Bureaus Jeugdzorg. We moeten [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Pleegcontact &#8211; 2009</h3>
<p>Natuurlijk mogen gezinsvoogden en andere medewerkers van Bureau Jeugdzorg niet worden bedreigd. Terecht dat politieke partijen zich daar druk over maken. In een aantal regio&#8217;s staan nog zoveel kinderen en jongeren op de wachtlijst voor een gezinsvoogd en is er al een groot verloop onder gezinsvoogden van de Bureaus Jeugdzorg. We moeten zorgen dat niet nog meer gezinsvoogden het bijltje erbij neergooien. Bovendien doen die mensen gewoon hun zware werk, hopelijk naar beste kunnen.<br />
Maar, even afgezien van calamiteiten en dramatische incidenten, valt soms best wat af te dingen op de kwaliteit van hun werk. Neem nu de serie gezinsvoogden die pleeggezin K. in Amsterdam passeerden. Het pleegkind (12) en haar nieuwe familie hebben, in de acht jaar dat zij samen zijn, al zes voogden en een zeer tijdelijke contactpersoon van Bureau Jeugdzorg voorbij zien komen. De eerste twee gezinsvoogden kunnen model staan voor het vak: ze hebben hart voor de zaak en altijd leuke en ondersteunende adviezen voor het kind, stoeien met haar etc. Nummer één is het kind slechts tijdelijk toegewezen, in afwachting van nummer twee. Nummer twee laat na een jaar onderzoeken waar het pleegkind tot de volwassenheid zal opgroeien en kondigt een verderstrekkende maatregel (gezagsbeëindiging ouders) aan als de uitkomst daarvan is dat het meisje in het pleeggezin blijft. De (biologische) familie protesteert, maar de voogd pakt dat niet op omdat zij doorstroomt naar een andere functie in de organisatie. Nummer drie verdiept zich onvoldoende in het ‘dossier&#8217;, heeft daardoor geen in- of overzicht en is slordig bovendien. Hij leert het kind nauwelijks kennen en maakt verschillende fouten. Hij vergeet verlenging aan te vragen van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, waardoor het kind juridisch een aantal maanden ‘dakloos&#8217; is en het pleeggezin geen maandelijkse toelage meer krijgt. Ook blijkt zij nooit ingeschreven te zijn bij het pleeggezin. Omdat haar ouders hun huis zijn uitgezet en de burgerlijke stand niet kan achterhalen waar het kind is gebleven, wordt zij na drie maanden uitgeschreven (‘met onbekende bestemming vertrokken&#8217;). De Vreemdelingenpolitie moet eraan te pas komen om het in Nederland geboren en getogen kind weer ‘in te voeren&#8217;. Vermoedelijk grijpt het management in, want het gezin krijgt een nieuwe gezinsvoogd, nummer vier. Deze is uitgesproken partijdig en doet een aantal domme dingen. Zo belooft hij het kind (tegen de uitspraak van de kinderrechter in) terugkeer naar haar ouders als zij weer boven Jan zijn en een eigen huis hebben. Ook laat hij het aangekondigde verzoek tot gezagsbeëindiging liggen. Hij geeft de familie van herkomst bovendien toestemming het kind onder schooltijd mee op reis te nemen zonder het pleeggezin daarover te informeren of raadplegen. Hij beklaagt zich over het pleeggezin op de school van het kind etc. Het meisje weet niet waar ze aan toe is en komt in ernstig loyaliteitsconflict. Op school gaat het matig. Het verzoek om therapeutische hulp voor haar blijft twee jaar liggen en op het moment dat ze, na zes intakegesprekken in de aanpalende mallemolen van de jeugdhulp, een therapeut krijgt toegewezen, wil ze niet meer.<br />
De problemen die tussen familie en pleeggezin zijn ontstaan, leiden tot het verdwijnen (ontslag?) van nummer vier, zodat nummer vijf haar entree maakt. Zij past op de winkel en beperkt zich tot conflictbemiddeling. Na een jaar vertrekt ook zij. Nummer zes ziet de job als een parkeerbaan, maar snapt wel dat de (biologische) familie bij elke wisseling van de wacht met verse tranen probeert gedane zaken te keren. Voogd zes pakt het verzoek aan de kinderrechter om het gezag van de ouders te beëindigen weer op, ook omdat het nu twaalfjarige kind (met zeggenschap) in het pleeggezin wil blijven wonen. Er moet eens een einde komen aan het getrek aan haar. Bureau Jeugdzorg zal het gezag overnemen. Maar ook voogd zes zal de afloop daarvan niet meemaken. Na een half jaar afwezigheid wegens ziekte, accepteert zij een baan elders.<br />
In 2008 zijn tien van de twintig gezinsvoogden bij het betreffende kantoor van Bureau Jeugdzorg vertrokken, dus een nummer zeven, die casemanager zal heten in plaats van gezinsvoogd, komt er voorlopig niet. Het kantoor heeft een wachtlijst van honderd kinderen en jongeren. De pleegdochter van de familie K. staat daar ook op, na acht jaar pleeggezin. Wel krijgt zij, net als vele andere kinderen, over niet al te lange tijd een zogenoemde &#8216;wachtlijstondersteuner&#8217; die later opgevolgd zal worden door een ‘contactpersoon&#8217;. Er zijn zes wachtlijstondersteuners aangetrokken, zo laat de wachtlijstcoördinator weten.<br />
Wie bij Bureau Jeugdzorg het gezag over de pleegdochter van de familie K. op zich neemt als de kinderrechter dat van haar ouders beëindigt, is onduidelijk.<br />
De veelbesproken en gewenste ketenzorg is hier vooral een aaneenschakeling van professionals die de een na de ander hun biezen (moeten) pakken en onvoldoende hun verantwoordelijkheid nemen. Door het grote verloop en de matige kwaliteit van enkele gezinsvoogden ontbreekt continuïteit in de bemoeienissen met het kind. En duurt het te lang voordat knopen worden doorgehakt, waardoor zij moet opgroeien onder slecht gesternte. Deze situatie is mensenwerk van onder andere gezinsvoogden; ze bedreigen het welbevinden van het pleegkind.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2009/02/24/wachtlijstondersteuner.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een in Nederland geboren en getogen ‘vreemdeling’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Dec 2008 07:55:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA['vreemdeling']]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=758</guid>
		<description><![CDATA[Mobiel, 2008 De dertienjarige Meral woont in een Amsterdams pleeggezin sinds ze een baby van tien maanden was. Haar Turkse moeder was zeventien en ongehuwd toen ze Meral kreeg en niet in staat om voor haar te zorgen. Zij liet als achttienjarige na een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen, waardoor ook de toen eenjarige Meral [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Mobiel, 2008</h3>
<p>De dertienjarige Meral woont in een Amsterdams pleeggezin sinds ze een baby van tien maanden was. Haar Turkse moeder was zeventien en ongehuwd toen ze Meral kreeg en niet in staat om voor haar te zorgen. Zij liet als achttienjarige na een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen, waardoor ook de toen eenjarige Meral ‘illegaal&#8217; werd. Merals pleegmoeder Ellen is een Arubaanse Nederlandse die af en toe naar Aruba gaat voor familiebezoek, mét haar pleegdochter. Dat valt niet mee.&#8221;Moeder was in het begin nog in beeld, dus we konden met haar handtekening vrij gemakkelijk een paspoort krijgen,&#8221; vertelt Ellen. &#8220;Toen Meral twee was, trouwde haar moeder met een Turkse man. Het was een schijnhuwelijk, maar Meral kreeg zíjn achternaam.&#8221; Bovendien pakte hij de paspoorten van Meral en haar moeder af en gaf die nooit meer terug. Voor een nieuw paspoort kon Ellen niet bij de gemeente terecht. &#8220;Meral was juridisch een Turks kind zonder verblijfsvergunning. Haar moeder was inmiddels spoorloos verdwenen, dus ging ik met Meral naar het Turkse consulaat. Pleegzorg kende én erkende het consulaat echter niet: men eiste een handtekening van Merals moeder.&#8221; Uiteindelijk lukte het een paspoort te krijgen, maar met de achternaam van moeders, achteraf gezien tijdelijke, echtgenoot.</p>
<p>Eind jaren negentig speelde de kwestie van een strengere Vreemdelingenwet. Ook ‘illegale&#8217; minderjarigen dreigden te worden uitgezet. Ellen moest een verblijfsvergunning voor Meral zien te krijgen en ook dat bleek niet eenvoudig. Pas toen ze op een beambte van de Vreemdelingenpolitie stuitte die de situatie ‘te gek voor woorden&#8217; vond, kreeg Meral een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Die wordt tot op de dag van vandaag elke vijf jaar verlengd. Op de verblijfspas staat echter de eigen naam van Merals moeder, zoals die bekend was bij het bevolkingsregister. Dat geeft problemen. &#8220;Op Merals paspoort staat haar ene achternaam, op de verblijfsvergunning de andere. Elke keer als we de douane passeren, worden we apart genomen. Bij een terugreis vanaf Aruba moesten we een keer overstappen in de VS. Ik werd verplicht voor Meral ter plekke een visum aan te vragen, alleen voor de transfer! Naar Turkije durf ik niet te gaan. Daar komen we, denk ik, wel samen ín maar niet meer uit.&#8221;</p>
<p>Verstekeling<br />
Ellen had graag gezien dat Bureau Jeugdzorg, dat het gezag heeft, voor Meral het Nederlandse staatsburgerschap aanvroeg. De gezinsvoogd onderzocht het en deelde mee dat Meral daarmee moet wachten tot ze achttien is. Ellen laat de zaak verder rusten. Navraag bij een vreemdelingenadvocaat leert dat het inderdaad bijzonder moeilijk is naturalisatie aan te vragen. &#8220;Op haar achttiende is dat eenvoudiger.&#8221; De man wiens achternaam Meral draagt, is hertrouwd en heeft eigen kinderen. Dat een in Nederland geboren en getogen puber nog altijd als een verstekeling uit de rij wordt gehaald, is schrijnend.</p>
<p>Bij de gemeente Amsterdam zijn meer situaties bekend van pleegkinderen met een andere nationaliteit. &#8220;De Wet op het Nederlanderschap biedt wel mogelijkheden voor naturalisatie,&#8221; zegt José Guit, juridisch adviseur bij de Amsterdamse Dienst Persoons- en Geo-informatie. &#8220;Voor bijzondere gevallen is er een vangnetartikel, op grond waarvan bijvoorbeeld prinses Máxima is genaturaliseerd. Dit artikel bevat ook naturalisatie om humanitaire redenen, waar pleegkinderen onder kunnen vallen. Maar de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) beslist over naturalisatieverzoeken, de gemeente kan alleen adviseren.&#8221;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jeugdzorg op weg naar volwassenheid</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/jeugdzorg-op-weg-naar-volwassenheid.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/jeugdzorg-op-weg-naar-volwassenheid.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Sep 2008 09:15:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=469</guid>
		<description><![CDATA[PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008 De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit in zijn rapport Bewijzen van goede dienstverlening (2004) al voor lerende organisaties voor maatschappelijke dienstverlening, die hun expertise ontwikkelen door zelfreflectie en toezicht. In de jeugdzorg is dit proces in volle gang. Joke de Vries, hoofdinspecteur van de Inspectie jeugdzorg, en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008</h3>
<p>De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit in zijn rapport Bewijzen van goede dienstverlening (2004) al voor lerende organisaties voor maatschappelijke dienstverlening, die hun expertise ontwikkelen door zelfreflectie en toezicht. In de jeugdzorg is dit proces in volle gang. Joke de Vries, hoofdinspecteur van de Inspectie jeugdzorg, en Adri van Montfoort, lector Jeugdzorg en jeugdbeleid laten hun licht schijnen over professionalisering.</p>
<p>De Vries juicht toe dat het onderwerp professionalisering zo prominent op de agenda staat. De Inspectie heeft er lang genoeg voor aan de bel getrokken. ‘De aandacht is steeds naar het verminderen van de caseload gegaan, maar professionalisering vind ik veel belangrijker, zowel van uitvoerende medewerkers als van de managers.&#8217; De hoofdinspecteur formuleert het probleem voorzichtig: ‘Medewerkers in de jeugdzorg zijn bevlogen en begaan met de kinderen en hun gezinnen. Ze doen hun best, maar hebben te weinig professionele handvatten voor hun werk. Ze moeten meer steun krijgen vanuit het management en vanuit hun beroepsgroep.&#8217;<br />
Van gezinsvoogden, om met een gezichtsbepalende groep jeugdzorgwerkers te beginnen, mag verwacht worden dat zij kunnen signaleren wat er mis is in de gezinnen waar zij komen, vindt De Vries. ‘Zij moeten dat niet alleen opschrijven, maar ook actie ondernemen. Voogden beschikken idealiter over voldoende bagage om te kunnen beoordelen wat hen te doen staat. Dat is bijvoorbeeld vanaf het begin duidelijke afspraken maken met de ouders. Zijn er verschillende hulpverleners bij een gezin betrokken, dan moet er onderling goed worden gecommuniceerd. De gezinsvoogd heeft de regie en spreekt samenwerkingspartners aan op hun taak en verantwoordelijkheid. Bij calamiteiten zien we regelmatig dat er niet adequaat op signalen wordt gereageerd.&#8217;<br />
Een gezinsvoogd moet ‘niet solitair&#8217; optreden, vindt de hoofdinspecteur. ‘Teamleiders horen de handelwijze van een gezinsvoogd door te nemen en te checken.&#8217; Een dergelijke ingebouwde double check vergroot de zekerheid dat juiste beslissingen worden genomen. Joke de Vries benadrukt dat het haar niet gaat om controle door leidinggevenden vanuit een houding van achterdocht. Wat haar betreft is goed intern toezicht een vast onderdeel van professioneel handelen, dat met respect moet gebeuren.</p>
<p>Geen standards<br />
De Vries kan wel een oorzaak noemen voor de gebrekkige professionaliteit: ‘Er is geen opleiding voor gezinsvoogden, met een doorlopende lijn van de opleiding naar het beroep. Een traditie met een wetenschappelijke onderbouwing van het vak, zoals bij geneeskunde, ontbreekt en competenties moeten nog worden ontwikkeld.&#8217; De verschillende beroepsgroepen in de jeugdzorg gaan wat De Vries betreft samen met het HBO werken aan goed vakonderwijs.<br />
Zij vindt in ieder geval Adri van Montfoort, de kersverse lector Jeugdzorg en jeugdbeleid aan de Hogeschool Leiden, aan haar zijde. Professionalisering van jeugdzorgwerkers is deel van zijn opdracht. Van Montfoort zet een tweejarige masteropleiding op voor ervaren beroepskrachten. In september 2008 start de eerste groep, die gaat reflecteren op ingewikkelde beroepssituaties en casuïstiek zal uitwerken. Uit de aanmeldingen tot nu toe blijkt dat het om een gemêleerde groep gaat: leidinggevenden en uitvoerenden uit de jeugdzorg, een justitiële inrichting en de kinderbescherming. Daarmee staat automatisch ook ketensamenwerking op het programma: ‘Mensen denken vaak te zeer vanuit hun eigen vak, terwijl ze in het belang van het kind overstijgend moeten werken,&#8217; zegt Van Montfoort. Hij vindt dat professionals daarbij moeten putten uit een mix van benaderingen van probleemsituaties. ‘Ik heb bezwaar tegen het centraal stellen van één manier van werken. Afhankelijk van de situatie kom je als professional tegemoet aan vragen van cliënten of treed je normatief op. Met een risico van gebroken armpjes en beentjes ga je anders om dan met gedragsproblemen.&#8217;<br />
De Vries en Van Montfoort spreken, los van elkaar, allebei uit geen behoefte te hebben aan nieuwe protocollen van de manier van werken. Joke de Vries: ‘Alsjeblieft geen standaardlijstjes waarop medewerkers één, twee en drie afvinken. Ze moeten altijd blijven nadenken, elke situatie is verschillend. Als de professionals maar weten welke interventies werken en waaróm ze werken.&#8217; Adri van Montfoort bevestigt dat en is net als De Vries van mening dat professionals nooit iets alleen moeten doen: ‘Ik houd hen voor altijd een collega te vragen hoe die erover denkt. Dat verkleint de kans dat het misgaat.&#8217; Hij vindt bovendien dat leidinggevenden weer inhoudelijk leiding moeten geven. Van Montfoort: ‘Vroeger was de teamleider een ervaren professional, die met verstand keek naar het kind en het gezin. De afgelopen tien jaar kwamen er teamleiders zonder achtergrond in de sector. Ik wil een herwaardering van de directe en inhoudelijke ondersteuning van de uitvoerende werkers.&#8217;</p>
<p>Aparte beroepsopleiding?<br />
Het Leidse lectoraat zet ook een minor op, een keuzevak Preventie en vroegsignalering: de beroepskracht in het centrum voor jeugd en gezin voor vierdejaars HBO-studenten van verschillende studierichtingen. ‘Het is een eerste stap in de richting van een specialisering in ‘jeugd&#8217;, zegt Adri van Montfoort. In de landelijke HBO-wereld speelt de vraag of er een aparte opleiding jeugdzorg moet komen. Van Montfoort. ‘Een aparte HBO-opleiding is mogelijk, maar specialisering in jeugdzorg kan ook in varianten binnen bestaande studierichtingen. Ik zou de verbindingen met maatschappelijk werk, sociaalpedagogische hulpverlening en pedagogiek in het oog willen houden.&#8217;</p>
<p>Er is nog een weg te gaan, stelt Joke de Vries, voordat de expertise die de sector opbouwt zich als een olievlek heeft verspreid en overal in de praktijk is doorgedrongen. ‘Laat mensen vooral veel bij elkaar in de keuken kijken.&#8217;</p>
<p>Actieplan professionalisering jeugdzorg<br />
Met Operatie Jong is blootgelegd op welke punten jeugdbeleid en jeugdhulpverlening verbeterd kunnen worden. Het coördinerende programmaministerie voor Jeugd en Gezin moet de operatie afmaken. In dat kader is er in opdracht van minister Rouvoet door beroepsverenigingen, werkgevers van jeugdzorgorganisaties, hoger onderwijs en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) het Actieplan professionalisering jeugdzorg opgesteld. Taken en thema&#8217;s waarmee zij, in deelprojecten, aan de slag gaan zijn actualisering van de opleidingen, het ontwikkelen van een duidelijke beroepenstructuur, nascholing, versterking van de verschillende beroepsverenigingen, beroepsregistratie, tuchtrecht en beroepscode. Het NJi coördineert de uitvoering van het Actieplan en de verschillende deelprojecten. &#8216;Het is van belang dat medewerkers in de jeugdzorg weer trots zijn op hun beroep,&#8217; stelt programmacoördinator Marianne Berger van het NJi.<br />
Contact: Marianne Berger, NJi, t: 030 2306532, e: m.berger@nji.nl. Meer informatie: www.nji.nl/professionaliseringjeugdzorg</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/jeugdzorg-op-weg-naar-volwassenheid.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>André Rouvoet over pleegzorg</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/andre-rouvoet-over-pleegzorg.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/andre-rouvoet-over-pleegzorg.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Sep 2008 09:10:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Versterk positie pleegouders]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=466</guid>
		<description><![CDATA[Pleegcontact &#8211; 2008 Zelf ziet André Rouvoet, behalve minister voor Jeugd en Gezin vader van vijf kinderen, geen kans zich ook nog als pleegouder verdienstelijk te maken. Maar hij maakt, ondanks de drukte van de naderende begrotingsperikelen, graag wat tijd vrij om zijn activiteiten rond de positie van pleegouders toe te lichten. ‘Pleeggezinnen zouden niet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Pleegcontact &#8211; 2008</strong></p>
<p>Zelf ziet André Rouvoet, behalve minister voor Jeugd en Gezin vader van vijf kinderen, geen kans zich ook nog als pleegouder verdienstelijk te maken. Maar hij maakt, ondanks de drukte van de naderende begrotingsperikelen, graag wat tijd vrij om zijn activiteiten rond de positie van pleegouders toe te lichten. ‘Pleeggezinnen zouden niet nodig moeten zijn. Maar ik ben natuurlijk heel blij dat ze er zijn.&#8217;</p>
<p>Het regeringsbeleid is gericht op zelfredzaamheid (de Wet maatschappelijke ondersteuning) en zoveel mogelijk opgroeien in het eigen gezin. Zonodig krijgen ouders hulp vanuit laagdrempelige voorzieningen als de Centra voor Jeugd en Gezin. Tegelijk neemt het aantal plaatsingen in pleeggezinnen toe en is er een wachtlijst voor pleeg- en jeugdzorg. Vanuit welke visie weegt de minister de belangen af tussen het regeringsbeleid, de ontwikkeling van kinderen, ouders en pleegouders?<br />
Rouvoet: ‘Kinderen groeien bij voorkeur op in het eigen gezin, maar als dat niet realiseerbaar is heeft een pleeggezin onze voorkeur boven een residentiële instelling. Ik zou natuurlijk het liefste willen dat plaatsing in een pleeggezin niet nodig is. Zonder onrecht te willen doen aan pleegouders, is pleegzorg voor mij zeg maar next best. Tegelijkertijd zeg ik er bij dat voor heel veel kinderen een pleeggezin wél de beste oplossing is, omdat het in het eigen gezin niet gaat. Ik ben dan ook ontzettend dankbaar dat er pleeggezinnen zijn. Ik heb een aantal pleeggezinnen bezocht en ben diep onder de indruk van hun werk. Hun inzet is enorm en veel pleegouders brengen ook de nodige offers.&#8217;<br />
De waardering van de minister blijft niet bij woorden alleen. Als belangenverenigingen van pleegouders aankloppen voor zaken die zij verbeterd willen zien en voor het oplossen van knelpunten, kunnen ze in Den Haag in ieder geval rekenen op aandacht. En vaak op de bereidheid tot het doorvoeren van een aantal concrete maatregelen. ‘Ik wil een versterking van de positie van pleegouders,&#8217; beaamt André Rouvoet volmondig. Maar pleegouders zijn niet de enige partij als het gaat om de pleegzorg. Hij praat ook met de provincies, met kinderrechters en anderen. ‘Wij hebben nu een wetgevingstraject ingezet waarbij we álle partners horen. De Tweede Kamer weegt de verschillende belangen tegen elkaar af en neemt de uiteindelijke beslissing.&#8217; De voorstellen voor wetswijziging betreffen onder andere het blokkaderecht van pleegouders. Bij vrijwillige plaatsingen kunnen pleegouders de kinderrechter al vragen over- of terugplaatsing van hun pleegkind tegen te houden. Pleegouders van kinderen die onder toezicht zijn gesteld (de zogenoemde justitiële plaatsingen) en minimaal een jaar in het pleeggezin wonen, krijgen dat recht ook. Dat is althans de inzet van de ministers Rouvoet en Hirsch Ballin, de twee indieners van de wijzigingsvoorstellen.</p>
<p>Einde maken aan onzekerheid<br />
Rouvoet wil een einde maken aan de onduidelijkheid en onzekerheid voor kinderen. Na twee jaar onder toezichtstelling moet een besluit worden genomen over de vraag of een kind terug kan naar huis of in het pleeggezin blijft wonen. ‘Als een definitief besluit nog niet mogelijk is, moet er een duidelijke uitleg zijn waarom de OTS weer een jaar verlengd wordt.&#8217;<br />
De positie van pleegouders zal verbeterd worden in de Wet op de jeugdzorg. In een brief aan de Tweede Kamer over de initiatiefnota Gezin boven tehuis over pleegzorg die Coşkun Çörüz en Mirjam Sterk van het CDA eind 2007 indienden, liet de minister in juli weten te onderzoeken of het mogelijk is pleegouders instemmingsrecht te geven. ‘Als dat niet kan, wil ik bekijken of adviesrecht een goed alternatief is.&#8217;<br />
Op het materiële en praktische vlak is de rijksoverheid al tegemoet gekomen aan een aantal wensen van pleegouders en de NVP. De indexatie van de pleegzorgvergoeding gebeurt nu aan het begin van het jaar in plaats van achteraf. Ook is de regeling van toeslagen verbeterd. Gezinnen die meerdere pleegkinderen hebben, aan crisisopvang doen en/of zorgen voor een gehandicapt pleegkind kunnen meerdere toeslagen krijgen, die bovendien zijn verhoogd en worden geïndexeerd. De eigen bijdrage van jongeren zal na behandeling van de genoemde wetswijzigingen worden afgeschaft.<br />
Sinds 1 januari 2008 is er een nieuw probleem bijgekomen, waarvoor pleegouders aandacht vragen. Via de belastingen krijgen ouders die kinderbijslag ontvangen een kindertoeslag (die in de plaats van de kinderkorting is gekomen en vanaf 1 januari 2009 verandert in een kindgebonden budget), pleegouders niet. Ook Kamerleden stelden er deze zomer vragen over. Rouvoet: ‘Het is een urgente kwestie en ik ben er mee bezig. Er zit inderdaad een ongerijmdheid in de regeling, die we proberen te repareren. Het is een ingewikkeld probleem, omdat we de consequenties van een tegemoetkoming nog niet helemaal kunnen overzien. Maar er wordt hard aan gewerkt!&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/andre-rouvoet-over-pleegzorg.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Coskun Çörüz: &#8216;Pleegouders beter toerusten.&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/coskun-coruz-pleegouders-beter-toerusten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/coskun-coruz-pleegouders-beter-toerusten.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Sep 2008 09:05:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Pleegzorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=462</guid>
		<description><![CDATA[Pleegcontact &#8211; 2008 Een werkbezoek aan een gezin met eigen en pleegkinderen maakte diepe indruk op hem. ‘Het was heel mooi hoe de gezinsleden met elkaar omgingen. Dat beeld verdwijnt nooit meer. Het je zo inzetten voor de meest kwetsbaren is fantastisch.&#8217; Coşkun Çörüz wil zijn lof kracht bijzetten met maatregelen. ‘Er zijn nog teveel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Pleegcontact &#8211; 2008</h3>
<p>Een werkbezoek aan een gezin met eigen en pleegkinderen maakte diepe indruk op hem. ‘Het was heel mooi hoe de gezinsleden met elkaar omgingen. Dat beeld verdwijnt nooit meer. Het je zo inzetten voor de meest kwetsbaren is fantastisch.&#8217; Coşkun Çörüz wil zijn lof kracht bijzetten met maatregelen. ‘Er zijn nog teveel conflicten tussen ouders en pleegouders, bijvoorbeeld over schoolkeuze en paspoorten. Pleegouders worden in deze zaken onvoldoende erkend. Hun positie moet in de Wet op de jeugdzorg verankerd worden.&#8217; Gesprek met Tweede Kamerlid Coşkun Çörüz (CDA).</p>
<p>Als jurist verdiepte hij zich al in onderwerpen als OTS en pleegzorg. Nu hij kamerlid is zijn de obstakels voor pleeggezinnen en de problemen van pleegkinderen voor Çörüz aanleiding er ook politiek wat aan te willen doen. Dat voornemen heeft de vorm van een initiatiefnota gekregen, waarmee kamerleden zelf een maatschappelijk thema op de parlementaire agenda kunnen zetten.<br />
Om goed inzicht te krijgen in de situatie hebben Çörüz en mede-indiener Mirjam Sterk hoorzittingen georganiseerd en verschillende werkbezoeken afgelegd. ‘Ook word ik veel benaderd door pleegouders,&#8217; zegt Çörüz. ‘Hun klachten gaan vaak over de grote verschillen in uitvoering tussen de Bureaus Jeugdzorg. Naar mijn mening is er tevens achterstallig onderhoud in de ondersteuning van pleegouders. De begeleiding blijkt per provincie en regio verschillend te zijn. Het kan niet zo zijn dat pleeggezinnen in de ene stad aanspraak kunnen maken op thuiszorg wanneer een verzorger tijdelijk uitvalt of op een bepaalde financiële vergoeding, terwijl dat elders niet zo is of pleegouders geen weet hebben van hun rechten. Hoewel er ruimte voor maatwerk moet zijn, ben ik voorstander van gelijke regels voor alle Bureaus Jeugdzorg.&#8217;</p>
<p>Hoeksteen<br />
Een van de concrete voorstellen van de kamerleden is dat kinderrechters een OTS voor bepaalde tijd moeten kunnen uitspreken, bijvoorbeeld voor een periode van tweeënhalf jaar. Nu kan een OTS voor maximaal een jaar worden uitgesproken met de mogelijkheid van een jaarlijkse verlenging. ‘Zo&#8217;n flexibele OTS is beter voor de rust van het kind, van de (pleeg)ouders en van de professional.&#8217; Çörüz wil het recht van pleegouders op gespecialiseerde hulp graag opnemen in de Wet maatschappelijke ondersteuning. En ook vindt hij dat een crisisplaatsing vergoed moet worden gedurende de hele tijd dat de plaatsing duurt, in plaats van de huidige maximumtijd van vier weken.<br />
Op één punt zijn Çörüz en Sterk in hun initiatiefnota terughoudend. De wens van veel pleegouders om ‘niet te blijven OTS&#8217;en&#8217;, zoals Çörüz het noemt, en het gezag van de biologische ouders na aantal jaar uithuisplaatsing te beëindigen, deelt hij niet. ‘Ik heb aarzelingen bij het helemaal doorknippen van de juridische band met de biologische ouders. Wat zijn de gevolgen voor het kind op de lange termijn? Minister Rouvoet stelt voor het gezag van de biologische ouders na twee jaar uithuisplaatsing over te brengen naar een instelling. Dat is onomkeerbaar en daarom vind ik het te ver gaan. Als het om misbruik of verwaarlozing gaat, is beëindiging van het ouderlijk gezag voor mij evident, maar in andere gevallen zeg ik nee.&#8217;<br />
Çörüz en Sterk stellen in hun nota voor verder onderzoek te doen naar de verhouding tussen de opvoedingsrelatie die pleegouders met het kind hebben en de gezagsrelatie van de ouders. Het is de bekende reflex in het Nederlandse politieke polderlandschap: een moeilijke beslissing verder voor zich uitschuiven door het laten vervaardigen van een nieuw onderzoeksrapport. Waar andere landen de schade voor uithuisgeplaatste kinderen juist proberen te beperken door het na verloop van tijd de kans te bieden zich onvoorwaardelijk te hechten in een nieuw gezin, blijft Nederland op twee benen hinken: verzorging en opvoeding in het pleeggezin en ouderlijk gezag in het gezin van herkomst. Het gaat Çörüz echter niet alleen om politiek manoeuvreren: ‘Ik heb zelf kinderen en moet er niet aan denken dat ik, wanneer ik door omstandigheden een paar jaar niet voor hen kan zorgen, het gezag kwijtraak!&#8217;<br />
Het kamerlid zit in een moeilijk parket. Voor het CDA is het gezin de hoeksteen van de samenleving, maar wat te doen wanneer er twéé gezinnen bij een kind betrokken zijn, zoals bij pleegzorg? Het uitgangspunt is helder. Çörüz: ‘Ik vind dat de politiek niet alleen waardering moet uitspreken voor pleegouders en pleegzorg als waardevolle vorm van jeugdzorg moet koesteren. We moeten pleeggezinnen ook beter toerusten en hun positie versterken.&#8217; Aan onder andere pleegouders om te beoordelen of de mooie woorden van nu later in politieke daden worden omgezet.</p>
<p>Coşkun Çörüz is jurist en sinds zeven jaar lid van de Tweede Kamer voor het CDA, waar hij onder andere woordvoerder is voor jeugdzorg. In november 2007 diende hij samen met CDA-Kamerlid Mirjam Sterk een nota over pleegzorg in: Gezin boven tehuis. De Kamerleden vragen daarin onder andere aandacht voor een aantal problemen waar pleegouders mee te maken hebben en doen een twintigtal aanbevelingen om hun (rechts)positie te verbeteren.<br />
Minister Rouvoet en Kamerleden van andere fracties hebben de nota met instemming ontvangen en aanvullende vragen gesteld. Eind 2008 wordt de nota behandeld in de voltallige vergadering van de Tweede Kamer, met de opstellers ervan achter de regeringstafel, zoals met initiatiefnota&#8217;s gebruikelijk is.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/18/coskun-coruz-pleegouders-beter-toerusten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De power van Fatih Senel</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 07 Sep 2008 12:55:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Empowerment]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=118</guid>
		<description><![CDATA[Contrast &#8211; 2008 Fatih Senel is een gedreven en talentvolle man van 21, Nederlander van Turkse afkomst. In zijn puberteit was hij depressief, kon hij agressief worden en raakte in de problemen. Na een zelfmoordpoging werd Fatih opgenomen in een psychiatrische kliniek, daarna kreeg hij medicatie en therapie. Periodes van blowen en drinken wisselde hij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Contrast &#8211; 2008</h3>
<p>Fatih Senel is een gedreven en talentvolle man van 21, Nederlander van Turkse afkomst. In zijn puberteit was hij depressief, kon hij agressief worden en raakte in de problemen. Na een zelfmoordpoging werd Fatih opgenomen in een psychiatrische kliniek, daarna kreeg hij medicatie en therapie. Periodes van blowen en drinken wisselde hij af met bezoeken aan de moskee en de Koranschool. Hij heeft in Turkije en Amsterdam Noord gewoond, in internaten, een pleeggezin, instellingen en op straat. Deze heftige feiten zijn nu geschiedenis, zijn toekomst ziet er beter uit. Hij wil een baan met doorgroeimogelijkheden, gaat zich verloven en zet zich enthousiast in voor onder andere psychiatrische cliënten. Wat ging er mis in Fatih’s leven en hoe is hij er bovenop gekomen?</p>
<p>Aan zijn kamer is niet te zien hoe explosief hij kon en waarschijnlijk kan zijn. Zijn schoenen staan netjes twee aan twee in een rek, in een glazen kast zijn talloze flesjes parfum decoratief uitgestald en de dikke dossiers van hulpverlening en uitkeringsinstanties bewaart hij keurig in mappen. Zij herbergen z’n veelbewogen jeugd.<br />
Fatih is in Turkije geboren en komt op driejarige leeftijd met zijn moeder naar Nederland. Zijn vader en oudere broers wonen hier al. Hij gaat naar een gewone Nederlandse basisschool maar loopt al snel achter vanwege de taal. Thuis wordt er Turks gesproken, zijn moeder is bovendien analfabeet. Vanaf groep 5 bezoekt hij een islamitische school in Amsterdam Oost. Na schooltijd gaat Fatih vaak naar de moskee, later gaat hij er alleen in het weekend naartoe en blijft dan ook slapen vanwege de hulp die hij er bij zijn huiswerk krijgt. Zijn gelovige vader is zijn voorbeeld en beste vriend, Fatih wordt als jongste flink door hem verwend.<br />
In groep 7 moet hij onverwachts van school af omdat zijn vader ernstig ziek is: hij heeft leukemie en is uitbehandeld in Nederland. De familie keert terug naar Turkije in de hoop dat hij daar nog behandeld kan worden. In 1999 overlijdt zijn vader, hij weet het nog goed: ‘Mijn moeder houdt mij onwetend maar het hele huis zit vol huilende vrouwen en rouwende buurtgenoten.’ Fatih is dan twaalf.<br />
Het verlies lijkt niet echt tot hem door te dringen maar eenmaal terug in Nederland ontstaan al snel problemen. Hij heeft vaak ruzie thuis. Zijn analfabete moeder doet een zwaar beroep op haar zoon, waar Fatih agressief op reageert: ‘Ik kon niks meer hebben en met school erbij werd het erg druk in m’n hoofd.’ Met hulp van zijn broer gaat hij doordeweeks in een Turks internaat wonen. Dat vervangt zijn familie maar vanwege het strenge regiem loopt het na een paar maanden toch mis. Fatih wil meer vrijheid en keert terug naar zijn moeder. Zij vertelt hem in die tijd dat hij vroeger nog een oudere broer en zus heeft gehad, die door brand zijn omgekomen.<br />
Op zijn veertiende steekt hij op school de handdoeken in de wc in de fik, niets interesseert hem meer. ‘Ik was druk, eigenwijs en populair in de klas,’ zegt hij nu. Hij bekent de brand te hebben aangestoken als twee andere jongens er ten onrechte van worden beschuldigd. De politie wordt erbij gehaald. Later volgen meer akkefietjes met vuur en komt hij opnieuw in aanraking met politie en justitie. Ook zijn er problemen op school: zo wordt Fatih van aanranding beschuldigd, ‘ten onrechte’ zegt hij. Hij begint zichzelf te verwonden en doet een zelfmoordpoging. Hij heeft een vriendinnetje in Rotterdam en belt veel en lang met haar. Honderden guldens schuld heeft hij, die hij met een baantje bij Albert Heijn probeert af te betalen. Als een nieuwe vriendin na verloop van tijd geen verkering meer met hem wil, gaat hij door het lint. Fatih, die medicijnen in huis heeft in verband met stemmingswisselingen en slecht slapen, doet weer een zelfmoordpoging. Hij wordt gered maar als hij bij het verlaten van het ziekenhuis dreigt zijn vriendin en zichzelf om het leven te brengen, wordt hij gedwongen opgenomen. Ook wordt Bureau Jeugdzorg ingeschakeld, dat Fatih uit huis en onder toezicht plaatst.<br />
Een jarenlange tocht langs instanties begint. Hij ziet psychiaters, therapeuten en mensen die zich om zijn onderwijs, huisvesting en inkomen bekommeren. De diagnose luidt dat hij depressief en agressief is en een persoonlijkheidsstoornis heeft, waar hij met medicijnen en gesprekken voor wordt behandeld. Hij kan moeilijk omgaan met teleurstellingen. Er wordt een link gelegd met de onverwerkte dood van zijn vader. Hulpverleners en ook justitie stellen dat Fatih veel kan en zich voorbeeldig inzet maar dat hij telkens terugvalt.<br />
In een pleeggezin leert hij discipline en in een gewoon ritme leven. Maar hij blijft, naar eigen zeggen, een player, op school en op straat: ‘Ik was erg druk en hing de man uit.’ Tot een haast een religieuze ervaring hem weer naar de andere kant doet overhellen: in een droom roept zijn vader hem als een soort engel toe dat hij zijn leefwijze moet veranderen. Hij doet dat door op een leerwerkplek te beginnen en opnieuw de moskee te bezoeken. Hij is vroom, laat zijn baard groeien en wil zelfs imam worden. Met drinken en blowen houdt hij op. Hij gaat begeleid wonen en naar school. Maar als het weer druk wordt in zijn hoofd verlaat hij de stad en gaat naar een Koranschool, eerst in Duitsland, later naar een school in Arnhem. Als hij daar evenmin rust vindt, komt Fatih terug naar Amsterdam. Intussen is hij ook gaan hyperventileren en valt geregeld flauw.<br />
In 2005 is zijn laatste contact met politie en justitie als hij flauwvalt in een winkelcentrum en in het bezit blijkt van een stroomstootwapen. Na een taakstraf krijgt hij opnieuw een kans. Bij zijn familie kan hij niet meer terecht. Fatih is een klein jaar dakloos, maar Streetcornerwork en een coach ontfermen zich over hem; hij valt als 18-jarige niet meer onder jeugdzorg. Hij vindt werk bij een telecombedrijf waar hij een interne opleiding volgt en ontwikkelt zich tot kiene vertegenwoordiger. Hij heeft het gevoel dat het sinds die tijd de goede kant met hem opgaat en wat hem betreft voorgoed.</p>
<p>‘Medicijnen en die eindeloze gesprekken hebben niet geholpen,’ zegt Fatih, ‘wel mijn eigen motivatie om eruit te komen. Je moet de wíl hebben om te veranderen. Je bent zelf je grootste medicijn.’ Mohamed Saddouki, sinds 2006 een van zijn begeleiders, bevestigt dat Fatih veel te danken heeft aan zijn eigen doorzettingsvermogen. ‘Maar waarschijnlijk hebben ook de medicatie, gesprekken, een vaste structuur en een normaal dag- en nachtritme geholpen om tot rust te komen. Dat én zijn sterke wil iets te bereiken en daarvoor te vechten, hebben hem successen opgeleverd.’ In tegenstelling tot veel andere cliënten waar Mohamed mee werkt, ervaart hij die ook als zodanig. ‘Bij Fatih markeren zijn successen zijn vooruitgang, hij gaat positiever over zichzelf denken en kijkt vooral vooruit. Daar komt bij dat hij gemakkelijk praat over zijn problemen en zich niet schaamt voor zijn ziekte. Fatih uit zijn gevoelens en dat lucht op, terwijl anderen tegen zichzelf vechten in plaats van tegen hun beperking. Hij heeft een krachtige persoonlijkheid en heeft al veel bereikt,’ zegt Mohamed Saddouki.<br />
Toch blijft er altijd een risico dat het mis gaat. ‘In geval van stress ontstaan bij hem extra prikkels en dan kan hij doorschieten,’ zegt Mohamed. ‘De afspraak is dat hij mij &#8211; of de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige die hem begeleidt &#8211; belt als er iets gebeurt, positief of negatief. Wij hebben een signaleringsfunctie. Fatih doet dat gelukkig uit zichzelf en belt bij elke stap die hij zet.’ Op dit moment zijn dat vooral sollicitaties en het doen van vrijwilligerswerk. Samen met anderen organiseert hij een buurtfestival in Amsterdam Noord om psychiatrische cliënten en bewoners dichter bij elkaar te brengen. Ook heeft hij zich aangemeld als voorlichter om scholieren en andere jongeren te vertellen over verslaving aan alcohol en softdrugs. ‘Ik ben een ondernemend en behulpzaam iemand’, zegt hij, ‘maar mijn focus is nu op betaald werk.’<br />
Na een korte periode in een HVO-woonproject voor jongeren met psychische problematiek, woont hij tegenwoordig met een andere jongen in een zogeheten satelietwoning. Het is een soort kangoeroeconstructie: als hij hulp nodig heeft gaat hij langs in het nabijgelegen woonproject of neemt hij contact op met een van zijn begeleiders. Fatih staat op de wachtlijst voor de volgende fase, vertelt Mohamed. ‘Dan krijgt hij een eigen woning die op den duur op zijn naam komt te staan. Hopelijk kan hij uit de uitkering (Wajong, AO) als hij werk vindt, met recht op terugkeer als ruggesteun. Hij is een voorbeeld voor anderen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jeugdzorg plus</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/jeugdzorg-plus.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/jeugdzorg-plus.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:08:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg plus]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=251</guid>
		<description><![CDATA[PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008 Eind 2007 is in Den Haag een nieuwe woon/zorgvoorziening van start gegaan voor jongeren tussen twaalf en achttien jaar met ernstige gedrags- en psychiatrische problematiek: jeugdzorg extra van Stichting JJC (Jeugdformaat/Jutters Combinatie). Enkele jongeren die naar het centrum verhuisden, verbleven eerst in de jeugdgevangenis, hoewel zij niet strafrechtelijk [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>PM, magazine voor de overheid &#8211; 2008</h3>
<p>Eind 2007 is in Den Haag een nieuwe woon/zorgvoorziening van start gegaan voor jongeren tussen twaalf en achttien jaar met ernstige gedrags- en psychiatrische problematiek: jeugdzorg extra van Stichting JJC (Jeugdformaat/Jutters Combinatie). Enkele jongeren die naar het centrum verhuisden, verbleven eerst in de jeugdgevangenis, hoewel zij niet strafrechtelijk zijn veroordeeld. ‘Het gaat bijvoorbeeld om slachtoffers van loverboys,&#8217; zegt Fred Venus, directeur van Jeugdformaat, een van de initiatiefnemers. ‘Hun nieuwe onderkomen is totaal anders: het is niet helemaal gesloten en de jongeren hebben eigen verantwoordelijkheden. We bieden hen een veilige plek en doen bijvoorbeeld ook aan gezinsbegeleiding om mogelijk de weg terug naar huis te effenen.&#8217;<br />
Jeugdformaat, dat ondermeer pleegzorg en ambulante, dag- en residentiële hulp biedt, en De Jutters, centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie willen met Stichting JJC voorzien in een lacune in het hulpaanbod. Kenmerk is over de grenzen van het eigen specialisme en hulpaanbod heenstappen en geïntegreerde zorg bieden. Venus: ‘De overlap tussen orthopedagogische vraagstukken en jeugdpsychiatrie is zo groot dat je de waterscheiding moet opheffen. Vanuit kinderen gezien kun je niet anders dan integraal hulp bieden. Wij brengen het beste van twee instellingen bij elkaar. De bestuurders en leidinggevenden van Jeugdformaat en De Jutters waren het gelukkig eens over het doel, het beste voor de jongere, zodat we niet in bloedgroepenkwesties verzeild zijn geraakt.&#8217;<br />
Er zijn ook andere instellingen betrokken bij het verbeteren van de zorg: Bureau Jeugdzorg, een justitiële jeugdinrichting en een instelling voor licht verstandelijk gehandicapten. In 2010 komt er ook een nieuwe voorziening voor jongeren met een lichte verstandelijke handicap en psychiatrische problematiek. De ketenpartners zoeken daarnaast samenwerking met het (speciaal) onderwijs. ‘We willen behandeling, opvoeding en onderwijs in één setting,&#8217; aldus Fred Venus.<br />
Het nieuwe Haagse centrum past in het landelijke streven een alternatief zorgaanbod voor de gesloten jeugdzorg te ontwikkelen, onder de noemer jeugdzorg plus. Andere voorbeelden van integraal jeugdzorgaanbod zijn De Koppeling in Amsterdam en Paljas in de provincie Brabant. De op 1 januari 2008 in werking getreden gewijzigde Wet op de jeugdzorg maakt het mogelijk dat steeds meer ‘civielrechtelijke jongeren&#8217;, zoals ze worden genoemd, verhuizen van gesloten inrichtingen naar jeugdzorginstellingen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/jeugdzorg-plus.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

