<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Publicaties</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 15:08:48 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>&#8220;Nina gaat met sprongen vooruit.&#8221;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Aug 2010 13:56:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[gezinshuis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1550</guid>
		<description><![CDATA[In Driehuizen wonen kinderen met  complexe problematiek  in klein gezinsverband in een gewone wijk,  gaan naar een passende school en krijgen ondersteunende therapie. In Amsterdam  zijn inmiddels acht Driehuizen.
Dit artikel verschijnt in Jeugd en Co, nummer 6
Driehuis is een nieuwe voorziening  in Amsterdam, waarin  Spirit samenwerkt met het Altra College [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In Driehuizen wonen kinderen met  complexe problematiek  in klein gezinsverband in een gewone wijk,  gaan naar een passende school en krijgen ondersteunende therapie. In Amsterdam  zijn inmiddels acht Driehuizen.<span id="more-1550"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Dit artikel verschijnt in Jeugd en Co, nummer 6</strong></p>
<p>Driehuis is een nieuwe voorziening  in Amsterdam, waarin  Spirit samenwerkt met het Altra College (speciaal onderwijs) en de Bascule (kinder- en jeugdpsychiatrie). Een Driehuisgezin bestaat uit een Driehuisouder en eventuele partner, een kind beneden en een jongere boven de twaalf. De Driehuisouder is in dienst van Spirit en wordt aangesteld voor drie jaar. Zij/hij moet een Hbo-denkniveau hebben, pedagogisch inzicht, zelfoplossend vermogen en het liefst ook ervaring met specifieke behandelprogramma’s. Ook moeten Driehuisouders goed kunnen samenwerken.</p>
<p>Er zijn nu acht Driehuisgezinnen, allemaal in nieuwbouwwijk IJburg. Het negende gezin is op komst; het moeten er dertig worden.</p>
<p>Driehuis onderscheidt zich van andere gezinshuizen door de kleinschaligheid, langdurige plaatsing en beperking tot de moeilijkste kinderen. Wij bezochten de Driehuisgenoten Claudia (36), Nina (17) en Marcel (11).</p>
<p>Ons Driehuisgezin woont in een rijtjeshuis in een nieuwerwets Amsterdams hofje op stadseiland IJburg. Nina zit in de huiskamer aan tafel te schilderen. Ze is geslaagd voor het vmbo en heeft al vakantie. Driehuisouder Claudia laat ons de tuin en benedenverdieping zien. Op de wc en langs de trap naar boven hangen kleurige schilderijen en tekeningen van Nina. Zij zal “absoluut niet” met ons willen praten, zo verwachtte Claudia van tevoren. Marcel, de jongste huisgenoot, was wel bereid. Hij is autistisch, daarom heeft Claudia de komst van de journalist goed met hem voorbereid. Maar als het zover is, is Marcel nog met het leerlingenvervoer onderweg van school naar huis. Een file.</p>
<p>“Marcel was negen toen we hier in juni 2008 kwamen wonen”, vertelt Claudia, voorheen journalist. “Hij was al twaalf keer verhuisd, moest elke keer opnieuw beginnen en vertrouwde niemand meer”. Marcel had en heeft verschillende gedragsproblemen. Zo moest hij de eerste tijd nog goed leren luisteren. Een opvoedtrainer van de Bascule kwam langs en leerde Claudia met rollenspel om duidelijk te zijn en in te spelen op Marcels specifieke gedrag en behoeften. Voor Marcel staat ‘luisteren’ handzaam uitgeschreven op een flap, die Claudia laat zien. “Het papier hangt nu aan de binnenkant van de deur, zo goed gaat het”.</p>
<p>Ook andere problemen worden, in volgorde van urgentie, aangepakt. Marcel kan grof in de mond zijn, schelden (“Dan roept hij ‘stinkende kuthoer’”, zegt Claudia), dreigen het huis in de fik te steken en haar dood te maken. Claudia: “Maar als hij ondergewicht heeft, krijgt dat prioriteit, de verbale agressie kan wachten”.</p>
<p>Het gaat bij Driehuis om kinderen met complexe problematiek die niet meer in een leefgroep of (therapeutisch) pleeggezin kunnen wonen. Willemijn van Vlerken, therapeut bij de Bascule, geeft alle aanstaande Driehuisouders een introductiecursus opvoeden, aan de hand van de uit de VS afkomstige methodiek pmto (parent management training Oregon). Zijn ze eenmaal begonnen, dan neemt een collega van de Bascule de opvoedbegeleiding op zich. Van Vlerken: “De opvoeding in Driehuizen is gericht op behandeling en ontwikkeling van de kinderen. Wij geven de opvoedouders handvatten om met moeilijk gedrag van de kinderen om te gaan en dat te verbeteren”.</p>
<p>Het Driehuisouderschap is een baan voor dag en nacht. Naast de begeleiding door de Bascule, ondersteunen Driehuisouders elkaar. De gezinnen wonen in clusters van drie bij elkaar. De ouders vormen een team en vangen elkaars kinderen op als ze een time out nodig hebben.</p>
<p>Nina groeide op in een netwerkpleeggezin, dat niet meer voor haar kon zorgen. Voordat ze bij Claudia kwam, verbleef ze in een groepshuis van Beter met Thuis, waar maximaal acht kinderen wonen. Het verschil met Driehuis is groot. Nina: “Bij Beter met Thuis is er elke dag een programma: huiswerk maken als je thuiskomt, rustmomenten, op tijd naar bed, een vaste dag in de week wasdag, zeggen wanneer je naar buiten gaat, etc. Dat is hier allemaal niet. Claudia wil wel graag weten waar ik ben, maar verder ben ik vrij. Als het nodig is, kan ik elke dag m’n kleren wassen”.</p>
<p>Nina ontpopt zich als gedreven vertegenwoordiger van Driehuis. Ze is heel positief over haar tijdelijke ouder. “Claudia luistert goed, begrijpt alles goed en ze is niet zo heel oud. Ze weet wat er in mij en Marcel omgaat. Als ik kijk naar andere Driehuisouders, vind ik haar de beste”.</p>
<p>Spirit heeft het concept van Driehuis zelf bedacht. Projectleider Resy van Broekhoven: “Veel kinderen moeten in een tehuis blijven omdat er geen alternatief is. De Hoenderloo Groep is ook een driemilieuvoorziening, in de bossen. Maar daar wonen ze op grote afstand van hun familie; het gaat in Hoenderloo bovendien om groepsopvoeding. Driehuis is een met een gezin vergelijkbare situatie, dat is wat deze kinderen nodig hebben”. Maar dan wel een gezin zonder eigen inwonende kinderen, om de Driehuiskinderen optimale aandacht geven en de kans op conflicten zo klein mogelijk te maken.</p>
<p>Samenwerkingspartner Sjerry van Vlerken, directeur van Altra College Amsterdam, wijst eveneens op het voordeel van kleinschaligheid van Driehuis. “Kinderen met zware psychiatrische problematiek zijn heel moeilijk, zowel thuis als op school. Als je ze allemaal bij elkaar in een gezinshuis zet, maken ze het ook moeilijk voor elkaar. Het is een goede keuze om slechts twee kinderen, van verschillende leeftijd, met één of twee ouders te laten wonen. Dat geeft meer rust dan in een tijdelijke voorziening met steeds ander personeel en wisseldiensten, etc. Een kind zonder veel ontwikkelingskansen kan zo tot ontplooiing komen”.</p>
<p>En dat doen ze. Nina begint volgend schooljaar op een mbo-opleiding evenementen. Ze is de afgelopen twee jaar “met sprongen vooruit gegaan”, stelt Claudia. “Ze heeft toekomstplannen, komt voor zichzelf op, loopt – letterlijk &#8211; niet meer weg voor problemen en stelt zich open voor mensen”. Ook met Marcel gaat het goed. Claudia: “Hij heeft erg veel geleerd en heeft weer zelfvertrouwen gekregen. In het begin was hij onverschillig, hij zou wel zien wat zijn zoveelste huis bracht. Nu zegt hij: ‘Ik hoef bij jou niet bang te zijn’. Ook heeft hij weer contact met zijn moeder. Nu het voor hem niet meer alleen overleven is, is er tijd over voor sociaal-emotionele ontwikkeling”.</p>
<p>Volgend jaar zit Claudia’s driejarig ouderschap erop. Ze is daar tegen die tijd wel aan toe. Dat ze haar eigen sociale leven jaren moest opgeven, heeft ze er graag voor over, maar een Driehuis runnen is “heel zwaar”. Over Marcel, die blijft ‘driehuizen’, maakt ze zich de meeste zorgen. Hoe zal het verder met hem gaan? De afgebakende periode van drie jaar met dezelfde ouder kan voor deze kinderen juist goed zijn, stelt Willemijn van Vlerken van de Bascule. “Het tijdelijke karakter kan als veilig worden ervaren. De Driehuisouder blijft daardoor voor het kind op voldoende afstand. Kinderen die het in de intimiteit van een gewoon pleeggezin niet redden, kunnen in een Driehuis toch in een gezin wonen”.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Oost-Europese vrouwen alternatief voor verpleeghuis&#8221;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/07/29/oost-europese-vrouwen-in-24-uurszorg.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/07/29/oost-europese-vrouwen-in-24-uurszorg.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Jul 2010 11:53:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1530</guid>
		<description><![CDATA[Oost-Europese vrouwen bieden 24-uurs hulp in huis in Nederland. Krijgt na de bouw en de tuinbouw ook de thuiszorg te maken met Oost-Europese concurrentie?
Het Financieele Dagblad &#8211; 6 augustus 2010
‘Bulgaarse vrouwen zijn vriendelijk en netjes. Ze hebben ook veel meer familiezin dan wij,’ zegt Loes Schuyt uit Vogelenzang. Ze heeft goede ervaring met de Bulgaarse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Oost-Europese vrouwen bieden 24-uurs hulp in huis in Nederland. Krijgt na de bouw en de tuinbouw ook de thuiszorg te maken met Oost-Europese concurrentie?<span id="more-1530"></span></p>
<p><strong>Het Financieele Dagblad &#8211; 6 augustus 2010</strong></p>
<p>‘Bulgaarse vrouwen zijn vriendelijk en netjes. Ze hebben ook veel meer familiezin dan wij,’ zegt Loes Schuyt uit Vogelenzang. Ze heeft goede ervaring met de Bulgaarse Tessa, die sinds acht maanden voor haar moeder van 93 zorgt. De moeder van Loes hoeft nu niet naar een verzorgingshuis. Tessa is 58 jaar. Haar echtgenoot en kinderen wonen in Bulgarije. Gek is de oude mevrouw Schuyt op Tessa. Ze vindt haar ‘een supervrouw’.</p>
<p>Zonder haar twee Bulgaarse hulpen zat de moeder van Astrid Punt nu nog steeds in een verpleeghuis. Sinds ze een jaar geleden een herseninfarct kreeg, is Punts moeder aan één kant verlamd. In het verpleeghuis werd maar weinig naar haar omgekeken. ‘De verzorgsters zeiden: “Plas maar in de mat (luier, red.)”,’ zegt Punt. ‘Ik vind het belangrijk dat er mensen bij m’n moeder zijn. Mentaal is ze goed, ze kan nog best het een en ander.’ Toen Punt het bedrijfje Seniorcare24 ontdekte, was de keuze voor inwonende verzorgers snel gemaakt. ‘M’n moeder is blij met de twee lieverds in haar buurt.’</p>
<p>Bedrijven als Seniorcare24 en WWA&amp;N halen de thuishulpen uit Oost-Europa . Na de Oost-Europese seizoenarbeiders in de bouw en tuinbouw hebben de thuishulpen vrij geruisloos hun intrede gedaan. Het gaat vooralsnog om naar schatting om enkele honderden mensen, vooral vrouwen, die huishoudelijk werk doen voor bejaarde Nederlanders bij wie ze ook in huis wonen. Dat laatste is ook handig, in geval van nood.</p>
<p>De klanten zijn tevreden, maar de juridische status van de thuishulp is onduidelijk. Hoewel Bulgarije sinds 1 januari 2007 lid is van de EU, mogen Bulgaren (en dat geldt ook voor Roemenen) nog niet vrij werken in Nederland.</p>
<p>De Bulgaars-Nederlandse oprichter en eigenaar van bemiddelingsclub Seniorcare24, Silvia Muller, kent de matige reputatie van bijvoorbeeld Bulgaarse koppelbazen. ‘We hebben de schijn tegen, alsof we een malafide bedrijf zijn.’ Toen ze ruim een jaar geleden met Seniorcare24 begon, gingen de in Bulgarije geworven hulpen, allen ouder dan 45, hier aan de slag als zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Seniorcare24 schreef hen in bij de gemeente waar zij werkten. Muller: ‘Een werkvergunning was niet nodig.’</p>
<p>Maar helaas. Omdat de thuishulpen in principe op één adres werken en wonen moest Muller al snel omzien naar een andere constructie, omdat zzp’ers ten minste drie werkgevers horen te hebben om door de belastingdienst te worden erkend.</p>
<p>Nu zijn de thuishulpen in dienst bij een bedrijf in Bulgarije, Bauring. Dat betaalt hen salaris, verzekert hen voor ziekte en pensioen en doet de werving en selectie van nieuwe krachten. Bauring detacheert de vrouwen (en een enkele man) voor werk in Nederland, telkens voor een jaar, met een maximum van vijf jaar. Als bedrijf in een EU-land kan Bauring voor de verzekering van de vrouwen en sociale werkgeverslasten gebruikmaken van zogeheten E106- en E101-formulieren. De hulpen krijgen, na aanmelding, een zorgpas toegestuurd door het College voor Zorgverzekeringen, waarmee ze terechtkunnen in Nederlandse ziekenhuizen.</p>
<p>Detachering is in dit geval omstreden. De EU-regeling heeft betrekking op het vrije verkeer van diensten in de EU, niet op dat van werknemers. Demissionair minister Donner van Sociale zaken heeft er onlangs nog op gewezen dat Bulgaren (en Roemenen) hier een werkvergunning van het UWV Werkbedrijf nodig hebben.</p>
<p>‘Een werkgever moet vacatures bij ons melden,’ zegt een woordvoerder van het UWV Werkbedrijf desgevraagd. ‘Wij toetsen de aanvraag op twee punten. Kan het werk ook worden gedaan door werkzoekenden die bij het ons staan ingeschreven en is er sprake van goed werkgeverschap? Dat laatste toetsen we marginaal: wat is het dienstverband, salaris etc.? De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de uitvoering.’</p>
<p><strong>Goedkoop</strong></p>
<p>Dat de Bulgaarse hulpen van Seniorcare24 inwonen bij hun opdrachtgevers, betekent niet dat ze 24 uur per dag, zeven dagen per week dienst hebben. Tessa werkt 50 uur per week, de hulpen van mevrouw Teuben iets minder. Ze ontvangen, behalve kost en inwoning, een maandsalaris rond € 1200,- netto, wat neerkomt op ongeveer € 6,- per uur. Dat is de helft van het huidige uurloon van € 12,20 van als zelfstandige werkende Nederlandse alphahulpen en minder dan het minimumloon. Ter vergelijking: bemiddelingsorganisatie Worldwide Assistents &amp; Nurses (WWA&amp;N) biedt Oost-Europese hulpen aan voor € 10,- p/u, de Nederlandse hulpen van Individuele Zorg Specialisten kosten € 38,50 p/u. Dit zijn bruto bedragen. Belangenorganisatie Stichting Alphatrots streeft voor zelfstandig werkende alphahulpen naar een netto vergoeding van € 14,50 per uur.</p>
<p>De thuishulpen worden betaald uit het persoonsgebonden budget (pgb) van de cliënten/gebruikers. Mevrouw Schuyt betaalt €1800,-, mevrouw Teuben het dubbele voor haar twee hulpen. Een zorgadviesbureau verzorgt voor de laatste de verplichte administratie en afdracht werkgeverslasten. Of voor Tessa ook werkgeverslasten aan Nederland worden betaald is onduidelijk.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p>Silvia Muller is Seniorcare24 nog aan het opbouwen. Inwonende hulpen, in landen als Italië en Spanje tamelijk gewoon, zijn volgens haar een niche in de markt. ‘Op zorginstellingen wordt bezuinigd. Er is minder geld beschikbaar, terwijl de vergrijzing toeneemt. Ouderen willen bovendien langer thuis blijven wonen.’</p>
<p>Het gaat bij de Oost-Europese hulpen nog om relatief kleine aantallen. Of die toenemen, hangt mede af van de inpassing in de Nederlandse zorg en arbeidsvoorwaarden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/07/29/oost-europese-vrouwen-in-24-uurszorg.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Sociaal werker is geen garagehouder maar wegenwacht: ga op mensen af!’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jun 2010 08:57:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[eropaf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1490</guid>
		<description><![CDATA[Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. 
De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.
 Congres Wmo en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. <strong><span id="more-1490"></span></strong></p>
<p>De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.</p>
<p><em><strong> Congres Wmo en Welzijn Nieuwe Stijl 2010</strong></em></p>
<p><em> Zorg + Welzijn, platform voor sociale professionals, organiseerde  eind mei een                  tweede landelijk congres over Welzijn Nieuwe Stijl. Er  kwamen rond de 600 mensen op af, vooral professionals uit de sociale  sector en gemeenteambtenaren. Sinds de invoering van de Wet  maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 zijn enkele AWBZ-taken  overgeheveld naar gemeenten, zoals de thuiszorg en de ondersteunende en  activerende begeleiding van mensen met een beperking. Hoofdvraag op het  congres was ‘hoe effectief, betaalbaar en cliëntgericht’ de Wmo is en  hoe gemeenten zich kwijten aan hun nieuwe welzijnstaak.</em></p>
<p>‘De Wmo wérkt en gemeenten voeren de wet uit zoals die is bedoeld,’ stelde Bert Holman, Wmo-projectleider is op het ministerie voor Volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) en de eerste spreker op het congres, tevreden vast. Voor de zekerheid voegde hij toe wát de bedoeling is: het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een hulpvraag of beperking. ‘De Wmo is een participatiewet, geen zorgwet,’ aldus Holman.</p>
<p>Maar al snel werd duidelijk dat de Wmo nog niet voor iedereen werkt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed onderzoek naar ervaringen van gemeenten en cliënten met de Wmo de eerste drie jaar en presenteerde de resultaten daarvan. Een opmerkelijke bevinding is dat 50% van de geïnterviewden met een beperking geen hulp of voorziening uit de Wmo nodig zei te hebben, terwijl 12,5% van de ondervraagden zei juist meer ondersteuning of zorg nodig te hebben. Onderzoekster Mirjam de Klerk van het SCP tijdens het congres: ‘Daaronder vallen vooral mensen met psychische en vermoeidheidsklachten in de leeftijdsgroep van 18-55 jaar. Zij zijn op dit moment onvoldoende zelfredzaam.’ Even opmerkelijk is dat de SCP-onderzoekster nog geen effect van de Wmo op de maatschappelijke participatie van mensen heeft kunnen vaststellen; het meedoen in de wijk of het deelnemen aan activiteiten en (vrijwilligers)werk is niet toegenomen.</p>
<p>Wat deelname aan lokale Wmo Adviesraden en beleidsvorming betreft is bekend dat ouderen en mensen met een lichamelijke beperking goed zijn vertegenwoordigd, terwijl Ggz-cliënten zijn ondervertegenwoordigd in de Adviesraden. Ook bij politieke participatie vallen mensen met psychische problemen tot nu toe meestal buiten de boot. Het congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010 bood daar zelf ook een ‘aardig’ voorbeeld van. Een ervaringsdeskundige vrouw wilde het congres op 26 mei bezoeken om op de informatiemarkt boeken te verkopen over de gewenste gastvrije samenleving, die zich openstelt voor mensen met &#8216;psychiatrisch ongemak&#8217;, zoals zij het noemt. Ze had twee billboards gemaakt met teksten over hoe zij zich de toenadering tussen cliënt, buurtbewoner en sociaal werker voorstelt. Er was echter iets misgegaan met haar aanmelding en ze mocht niet naar binnen.</p>
<p>Het cliëntenperspectief werd ingebracht door een op het programma staande zaakwaarnemer, in dit geval Robbert Boersma, directeur van Zorgbelang Zuid-Holland. Om burger- en cliëntenparticipatie bij gemeentelijke beleidsvorming te bevorderen moeten gemeenten en Wmo-adviesraadsleden volgens hem actiever op de verschillende doelgroepen afgaan, in plaats van af te wachten wie zich meld voor deelname aan die adviesraad. ‘Zoek kwetsbare groepen op, betrek mensen met ervaringsdeskundigheid erbij, werk met hen samen en maak met hen een eigen agenda,’ hield hij zijn gehoor voor. Naar zijn mening wordt ervaringsdeskundigheid nog onvoldoende als kracht gezien.</p>
<p><strong>Eropaf</strong></p>
<p>Om die eigen kracht van mensen aan te spreken is er volgens publicist Jos van der Lans, een van de leukste sprekers op het congres, een ander soort professional nodig. De sociaal werker van de toekomst treedt niet bevoogdend op, maar houdt zich ook niet afzijdig. Hij of zij is &#8216;geen garagehouder die afwacht of iemand zich met panne meldt, maar wegenwacht,&#8217; zei Van der Lans. ‘De nieuwe sociaal werker gaat op mensen af en helpt hen met een klein zetje weer opgang.’</p>
<p>Misschien dat in wijken én op het volgende congres, Welzijn Nieuwe Stijl 2011, plekken  kunnen worden ingeruimd voor verdere toenadering tussen ervarings- en sociale professionals.</p>
<p><strong>Dit artikel verschijnt binnenkort in Deviant</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Maatschappelijk vastgoed</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2010/06/03/maatschappelijk-vastgoed.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2010/06/03/maatschappelijk-vastgoed.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 03 Jun 2010 20:55:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Amsterdam Centraal]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[maatschappelijk verantwoord ondernemen]]></category>
		<category><![CDATA[woningcorporaties]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1486</guid>
		<description><![CDATA[Op 16 februari, twee weken voor de fusie met stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, besloot  Amsterdams stadsdeel Zeeburg een groot deel van haar zogeheten ‘maatschappelijk vastgoed’ in de Indische Buurt te verkopen. Bij maatschappelijk vastgoed gaat het om gebouwen met een sociale functie, zoals verslavingszorg, buurt- en jongerencentra. Van de 27 panden in de Indische Buurt die Zeeburg [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 16 februari, twee weken voor de fusie met stadsdeel Oost/Watergraafsmeer, besloot  Amsterdams stadsdeel Zeeburg een groot deel van haar zogeheten ‘maatschappelijk vastgoed’ in de Indische Buurt te verkopen. Bij maatschappelijk vastgoed gaat het om gebouwen met een sociale functie, zoals verslavingszorg, buurt- en jongerencentra. Van de 27 panden in de Indische Buurt die Zeeburg de deur uit heeft gedaan, zijn er 26 voor elf miljoen euro naar verschillende woningcorporaties gegaan. Omdat de panden worden verkocht mét sociale huurders en verplichtingen, is dat (ver) onder de marktprijs. Het 27<sup>ste</sup> pand, een broedplaats voor kunstenaars, stichtingen en maatschappelijke organisaties, wordt verkocht aan de gebruikers. Scholen blijven in bezit van het stadsdeel.</p>
<p>Verschillende partijen waren (en zijn) sterk gekant tegen de verkoop: D66 en SP ín de stadsdeelraad en enkele welzijnsinstellingen en groepen gebruikers van buurthuizen daarbuiten. Zij vrezen dat straks de functie van de panden verandert en de huren omhoog gaan. Oost/Watergraafsmeer, waarmee Zeeburg sinds 1 maart stadsdeel Amsterdam Oost vormt, was evenmin te spreken over de verkoop, vooral omdat handhaving van de sociale functie niet  is gegarandeerd.</p>
<p>Dat laatste werd, op de bewuste Zeeburger deelraadsvergadering van 16 februari, weersproken door verantwoordelijk wijkwethouder Jan Hoek van GroenLinks. “De huidige functie en lage huren van o.a. welzijnsorganisaties zijn contractueel vastgelegd in borgingsafspraken&#8221;. De reden voor de verkoop, waar jaren voorbereiding aan vooraf zijn gegaan, is dat het beheer en onderhoud van gebouwen als buurtcentra “geen kerntaak van het stadsdeel is. Woningcorporaties kunnen dat veel beter en efficiënter”. Het stadsdeel houdt invloed op het gebruik, de huurprijzen en de ontwikkeling van de panden via een programmaraad.</p>
<p>Hoe worden gebouwen met een maatschappelijke functie elders in de stad beheerd, vernieuwd en onderhouden? Een belronde langs een aantal andere stadsdelen leert dat daar op dit moment geen plannen zijn om al het bestaande maatschappelijk vastgoed (behalve scholen) van de hand te doen. Wel zijn er, in heel Amsterdam, voorbeelden te vinden van (oude) gemeentelijke gebouwen die woningcorporaties voor een zacht prijsje opkopen en ombouwen tot multifunctionele accommodaties en van zorg- en welzijnsvoorzieningen die zij realiseren in nieuwe wijken. Corporaties bouwen en verhuren kerkruimtes, huisartsen onder één dak en gezondheidscentra, kinderopvang, atelierwoningen, zorghotels, een jongerenhotel en een enkele brede school. Far West en Ymere ontwikkelden in West onderwijs/cultureel/maatschappelijke bedrijfsverzamelgebouwen als Vliegbasis de Huygens en Het Sieraad.</p>
<p>Daarnaast nemen woningcorporaties steeds meer maatschappelijke verantwoordelijkheid voor wijken en bewoners door  buurtconciërges aan te stellen, mee te doen aan achter de voordeurprojecten en aan gebiedsgericht werken, jargon voor samenwerking.</p>
<p>Voor de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties is investeren in maatschappelijk vastgoed een van de speerpunten op de Woonagenda 2010-2014 en onderdeel van werken aan een vitale stad’. De Federatie vraagt Amsterdam en de stadsdelen wel om ‘voldoende verdienmogelijkheden met commercieel te exploiteren  bedrijfsruimte’, in ruil voor de lage huurprijzen voor zorg-, onderwijs- en welzijnsvoorzieningen.</p>
<p>Maatschappelijk verantwoord ondernemen door woningcorporaties is mooi, heel mooi zelfs, maar het beheren van (onrendabele) welzijns- en andere gemeenschapsvoorzieningen is niet hún kerntaak. Meer dan eens zijn woningcorporaties negatief in het nieuws geweest omdat zij zich vertillen aan zaken die te ver van die kerntaak (volkshuisvesting, leefbaarheid wijk en buurt) afstaan en gemeenschapsgeld besteden aan prestigeprojecten, dure auto’s en torenhoge salarissen van hun bestuurders. Publiek/private samenwerking, waarbij gemeenten en corporaties partners zijn, ieder op hun eigen terrein, kan ook zonder verandering van de eigendomsverhouding. Het welzijnswerk wordt sinds een paar jaar ‘op de markt’ aanbesteed. Dat kan ook met het beheer en onderhoud van maatschappelijk vastgoed. Oude buurtcentra verkopen en vervolgens nieuwe instituties in het leven roepen om toezicht te houden op de nieuwe eigenaar en in te kunnen grijpen als het bedrijfs- toch boven het gemeenschappelijke belang gaat, is het paard achter de wagen spannen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/lokaal-sociaal-beleid/2010/06/03/maatschappelijk-vastgoed.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Tessa doet alles voor m&#8217;n moeder. &#8216;Inwonende thuishulp: een ideale oplossing?</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/05/27/inwonende-thuishulp-een-ideale-oplossing.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/05/27/inwonende-thuishulp-een-ideale-oplossing.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 27 May 2010 17:44:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Bulgaarse]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1471</guid>
		<description><![CDATA[24-uurs zorg door Bulgaarse hulpen voor maar € 1200,- per maand. Ouderen kunnen langer thuis blijven wonen, de kosten voor zorg dalen.
Martha Schuyt is een kleine vrolijke dame van 93. Twee jaar geleden brak ze haar heup bij een val; ze werd geopereerd en revalideerde. Omdat ze ook begon te dementeren, was terugkeer naar huis [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>24-uurs zorg door Bulgaarse hulpen voor maar € 1200,- per maand. Ouderen kunnen langer thuis blijven wonen, de kosten voor zorg dalen.</p>
<p>Martha Schuyt is een kleine vrolijke dame van 93. Twee jaar geleden brak ze haar heup bij een val; ze werd geopereerd en revalideerde. Omdat ze ook begon te dementeren, was terugkeer naar huis niet mogelijk; ze kon niet lang meer alleen blijven. Haar beide dochters werkten en waren niet in staat om haar te verzorgen. Ook thuiszorg was geen optie. ‘Die vrouwen komen maar even,’ zegt dochter Loes Schuyt. Het zag er naar uit dat haar moeder het huis in Haarlem, waar ze al sinds 1945 woont, en haar vier poezen zou moeten verlaten. Tot Loes bij de huisarts een folder zag liggen van Seniorcare24, bemiddelaar voor inwonende zorghulpen: ‘We belden en een paar dagen later hadden we een aardige Bulgaarse vrouw in huis, Chrissie. Zij kreeg al snel heimwee en is teruggegaan. Toen kwam Tessa, uit Sofia. Zij werkt hier nu ruim acht maanden.’ De Bulgaarse is 58 jaar oud, moeder van vier kinderen, oma van een kleinkind en naar Nederland gehaald om te werken als thuishulp. Haar (zieke) man woont in Bulgarije.</p>
<p>Mevrouw Teuben is 75 jaar. Sinds ze een jaar geleden een herseninfarct kreeg, is ze aan één kant verlamd. Aanvankelijk ging mevrouw Teuben naar een verpleeghuis, waar weinig naar haar werd omgekeken. Toen Punt Seniorcare24 ontdekte en thuishulp aanvroeg, kon haar moeder weer terug naar huis. ‘Omdat ze veel medicijnen gebruikt en diabetes heeft, is er hulp voor dag en nacht nodig.’ Mevrouw Teuben heeft daarom twéé Bulgaarse hulpen, die elkaar afwisselen. In het begin kwam Astrid Punt, als dochter en mantelzorger, regelmatig over de vloer om te kijken of alles goed ging. &#8216;Ik deed voor hoe ze m’n moeder insuline moesten inspuiten, nu doen zij het. Eén van de vrouwen werkte in Bulgarije als verpleegkundige.’ Astrid Punt is tevreden over de thuishulpen en haar moeder ook.</p>
<p>Datzelfde geldt voor mevrouw Schuyt. Behalve huishoudelijke hulp en persoonlijk verzorgster is Tessa ook haar gezelschapsdame. De oude dame praat graag en maakt voortdurend grapjes. Veel terugzeggen kan de hulp niet, daarvoor is ook zij de Nederlandse taal onvoldoende machtig. Begrijpen doet ze mevrouw Schuyt door het intensieve dagelijkse contact wel. Ze oefenen geregeld Nederlandse woordjes samen en Tessa probeert, met ondersteuning van een woordenboek, ook stukjes in de krant te lezen.</p>
<p>Het bijzondere van de Bulgaarse hulpen is dat ze inwonen bij hun zieke of hulpbehoevende mevrouwen.  Anders dan de naam van bemiddelingsbureau Seniorcare24 suggereert, hebben de vrouwen niet 24 uur per dag, zeven dagen per week dienst. Tessa heeft een werkweek van 50 uur. Welke uren ze werkt en vrij is, gaat in overleg. Af en toe pakt ze de fiets naar het centrum van de stad, maar de meeste tijd is Tessa aan het poetsen, opruimen, koken en in de weer met mevrouw Schuyt. ‘Tessa doet alles voor m’n moeder. Ze is eigenlijk té goed,’ aldus dochter Loes. ‘Mama kan zelf ook nog wel iets, ze zou meer zelf moeten doen.’</p>
<p>De thuishulpen van Seniorcare24 worden betaald uit het pgb of met eigen geld van de cliënten/gebruikers. Mevrouw Schuyt krijgt een pgb van rond de € 4000,- per maand. Voor ‘Tessa’ betaalt ze € 1800,- aan Seniorcare24. Mevrouw Teuben betaalt € 3740,- per maand aan Seniorcare24 en aan een zorgadviesbureau dat de pgb-administratie verzorgt. De thuishulpen zelf ontvangen een salaris van ongeveer € 1200,-. ‘In het contract staat dat Seniorcare24 voor alle sociale lasten zorgt,’ zegt dochter Astrid Punt.</p>
<p>Silvia Muller van Seniorcare24 bevestigt dat. &#8216;De vrouwen worden geworven en geselecteerd, betaald en verzekerd door een Bulgaars bedrijf, Bauring. Dat detacheert hen voor werk in Nederland. Dat kan omdat Bulgarije lid is van de Europese Unie.&#8217;</p>
<p>Volgens Muller is internationale detachering een zaak tussen overheden, in dit geval Bulgarije en Nederland. Aan Nederlandse zijde loopt de detachering via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Silvia Muller: ‘De vergunning wordt telkens voor één jaar afgegeven en mag wettelijk niet langer dan vijf jaar duren.’</p>
<p>Navraag bij de SVB leert dat een organisatie als Seniorcare24 voor arbeidskrachten uit Bulgarije (en voor Roemenen geldt hetzelfde) een werkvergunning nodig heeft van het UWV Werkbedrijf.   Of de gekozen constructie door de beugel kan, valt dus te bezien.</p>
<p>Mensen die personeel inhuren met een pgb worden in Nederland beschouwd als werkgevers. Zij moeten een administratie bijhouden en loonbelasting betalen. Volgens Silvia Muller betaalt Bauring die loonbelasting aan Nederland. De instantie die het pgb verstrekt, het zorgkantoor of de gemeente houdt, met geregelde controles op de pgb-boekhouding, een vinger aan de pols of alles volgens de regels verloopt. Tegen de inkoop van zorg in het buitenland bestaat geen bezwaar.</p>
<p>In de VS, maar ook in bijvoorbeeld Italië en Oostenrijk is inwonende thuishulp een normale vorm van zorg. Seniorcare24 denkt dat er ook in Nederland een markt voor is. Muller is het bedrijf nog aan het opbouwen. ‘Volgend jaar zorgen we voor diplomering van de vrouwen. Ze moeten bijvoorbeeld kunnen omgaan met demente ouderen, een stoma kunnen verzorgen en iets afweten van medicijnen.’</p>
<p>Tessa, in Bulgarije was ze naaister, is kennelijk een natuurtalent. De omgang met de licht demente mevrouw Schuyt, die naar eigen zeggen best ‘stout’ kan zijn, verloopt uitstekend. Van haar beperkingen is in de omgang niet veel te merken. Bij het afscheid nemen maakt de oude dame enkele danspasjes, om te laten zien wat ze nog allemaal kan. Voor haar is de inwonende thuishulp in ieder geval de ideale oplossing.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2010/05/27/inwonende-thuishulp-een-ideale-oplossing.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Welzijn of niet zijn in Oost</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/05/17/welzijn-of-niet-zijn-in-oost.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/05/17/welzijn-of-niet-zijn-in-oost.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 May 2010 15:13:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Amsterdam Centraal]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1455</guid>
		<description><![CDATA[Het welzijnswerk heeft zijn langste tijd allang gehad. Het vak van  buurtwerker, jongerenwerker, ouderenwerker, sociaal-cultureel werker,  opbouwwerker, etc. verandert. Hij/zij biedt minder activiteiten aan,  maar helpt vragende burgers hun eigen plannen uit te voeren. Dat moet op  een concurrerende en zo goedkoop mogelijke manier, want welzijnswerk  wordt op de markt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het welzijnswerk heeft zijn langste tijd allang gehad. Het vak van  buurtwerker, jongerenwerker, ouderenwerker, sociaal-cultureel werker,  opbouwwerker, etc. verandert. Hij/zij biedt minder activiteiten aan,  maar helpt vragende burgers hun eigen plannen uit te voeren. Dat moet op  een concurrerende en zo goedkoop mogelijke manier, want welzijnswerk  wordt op de markt aanbesteed, zoals dat heet. Buurthuizen zijn nu  productiehuizen, opbouwwerkers vrijwilligersmakelaars en menig  welzijnsdenker vindt dat er ook een andere naam voor de hele sector  nodig is.</p>
<p>Wettelijk bestaat de werksoort trouwens al niet meer, sinds het  verdwijnen van de welzijnswet in 2007. Als woord zal ‘welzijnswerk’  echter voorlopig wel blijven, net als de ingeburgerde  ‘woningbouwvereniging’, die officieel al lang geleden woningcorporatie  werd, marktwerking of niet. Er zijn nog welzijnsstichtingen en ook in de  politiek wordt nog gewoon van welzijn gesproken, al komt er  tegenwoordig meestal wonen en zorg achteraan.</p>
<p>In stadsdeel Oost (een samenvoeging van Oost/Watergraafsmeer en  Zeeburg) is onlangs een nieuw stadsdeelbestuur aangetreden, van PvdA,  GroenLinks en D66. Zij sloten een programma akkoord op hoofdlijnen. De  hoofdlijn rond welzijn en zorg is dat <em>zorgend</em> sociaal beleid <em>emanciperend</em> sociaal beleid wordt. Niet passief genieten van welzijnsvoorzieningen,  maar actief burgerschap. Van mensen met wie het goed gaat verwacht het  stadsdeel dat ze huis- of buurt- en wijkgenoten die het minder hebben  getroffen (mantel)zorgend terzijde staan. En burgers die iets willen  doen of leren, of dat nu sport en ontspanning is of nuttige vaardigheden  als budgetteren en EHBO, stappen af op een organisatie als Civic,  Oost’s partner in het sociale domein, zoals dat heet. Maar juist de  burgers die dat níet doen, omdat ze niet willen of niet kunnen, vormden  decennialang het werkterrein van (onder andere) welzijnswerkers.</p>
<p>Nu is er natuurlijk niemand tegen dat een stadsdeelbestuur bewoners  stimuleert op eigen kracht te vertrouwen, in beweging te komen en te  emanciperen. In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die in de  plaats is gekomen van de welzijnswet, staat dat mensen zoveel mogelijk  zelfredzaam moeten zijn. Maar in die wet staat ook dat gemeenten de  beperkingen waar burgers mee kampen zoveel mogelijk moeten compenseren.  Dat wil zeggen dat eenzame ouderen en kwetsbare mensen met psychische  problemen, die zelf geen vriendschappen aangaan of onderhouden, gesteund  worden bij het organiseren van sociale contacten. En dat bewoners met  een lichamelijke handicap beschikken over voorzieningen om zichzelf te  kunnen redden, te reizen, etc.</p>
<p>U en ik weten dat er landelijk en in de centrale stad (gemeente  Amsterdam) bezuinigd gaat worden, veel bezuinigd. Vergoedingen uit de  AWBZ worden al enige jaren afgebouwd, omdat het beroep op die wet te  groot was geworden. Ouderen, gehandicapten, psychiatrische cliënten,  daklozen en verslaafden met ‘lichte problematiek’ kunnen geen aanspraak  meer maken op activerende of ondersteunende begeleiding naar  activiteiten in de wijk, dagbesteding wordt niet meer vergoed. In  sommige gevallen springen mantelzorgers of vrijwilligers in de bres,  maar in veel situaties ook niet. En dan moeten de bezuinigingen vanwege  de financiële en bankencrisis nog beginnen.</p>
<p>Tegenover bewoners die praktische hulp nodig hebben of een beperking  hebben zal het stadsdeel zich &#8216;faciliterend&#8217; opstellen, staat in het  akkoord op hoofdlijnen van Oost. Voor werklozen, uitkeringsgerechtigden  met een arbeidsplicht en mensen met schulden, die vanzelf boven komen  drijven omdat ze zich moeten melden of hun huur en rekeningen niet  betalen, spant het stadsdeel een ‘sociaal vangnet’. Maar de  niet-melders, de eenzamen, chronisch zieken en depressieven zonder  arbeidsplicht, die tot voor kort naar de dagbesteding of soos gingen,  wie ziet hen nog of wie zien zij? De vrijwilligersmakelaar kan lang op  hen wachten, in het productiehuis voelen ze zich waarschijnlijk niet  thuis en bemoeizorg is geen hoofdlijn. Wachten we tot de wal het schip  keert en ook zij ‘vanzelf’ te voorschijn komen, nu met zware  problematiek, of maken we een Deltaplan?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/zorg/2010/05/17/welzijn-of-niet-zijn-in-oost.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Psychiatrische patiënten komen bij gemeenten pas in beeld als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 17 Apr 2010 08:44:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[cliëntenparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[financiering Ggz]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1382</guid>
		<description><![CDATA[De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  
Zorgvisie   -  april 2010
&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  <span id="more-1382"></span></p>
<p><strong>Zorgvisie </strong><strong> </strong> <strong>-  april 2010</strong></p>
<p>&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in welke categorie past. Wij hebben bovendien veel deelnemers die niet in één hokje passen. Zij hebben meerdere problemen tegelijk.&#8217; Aan het woord is Rob van den Berg, directeur van Reakt Holding, organisatie voor dagbesteding en arbeidsreïntegratie in Zuid-Holland. Bij Reakt komen cliënten met psychiatrische of psychosociale problematiek. Zij kunnen bovendien verslaafd zijn, een justitiële achtergrond hebben, dakloos of werkloos zijn. Afhankelijk van wat een deelnemer heeft en kan, biedt Reakt ondersteuning bij het opbouwen van sociale contacten, verantwoordelijkheid nemen voor kleine of grotere taken en arbeidsmatige activiteiten.</p>
<p>In 2009 is de begeleiding van mensen met psychosociale problematiek uit de AWBZ gehaald. Met de komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is dat een welzijnstaak geworden en dus een verantwoordelijkheid van gemeenten. Sinds 1 januari van dit jaar moeten ook cliënten met ‘lichte’ psychiatrische problemen voor de begeleiding naar activiteiten aankloppen bij hun gemeente, of het nu gaat om dagbesteding of om een traject naar (vrijwilligers)werk. Verder is een aantal vergoedingen van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) gegaan. Voor voorzieningen die in de AWBZ blijven, geldt een strengere indicatiestelling.</p>
<p>Deze verschuivingen leiden in de praktijk tot verschillende problemen. Er is, om te beginnen, onduidelijkheid over de diagnose of definitie.</p>
<p>&#8216;Wat is bijvoorbeeld licht?&#8217;, zegt Wil Schilders, voorzitter van het landelijk Steunpunt dagbesteding en arbeid Ggz, dat als brancheorganisatie van de sector dagbesteding en arbeidsreïntegratie fungeert. &#8216;Bij zelfstandig wonende Ggz-cliënten die de dagbesteding bezoeken, gaat het meestal om mensen zonder baan, relaties en zinvolle dagtaken. Langdurig maatschappelijk uitgesloten zijn is geen lichte, maar zware problematiek.&#8217;</p>
<p><strong>Noodkreet uit een doolhof</strong></p>
<p>Is eenmaal vastgesteld wat iemand heeft, dan is door de huidige verscheidenheid aan financieringsregelingen vervolgens moeilijk vast te stellen welke problematiek en welke activiteit in welk budget thuishoort. Reakt moet voor de financiering van haar werk, behalve op de AWBZ en ZVW, nu ook een beroep doen op Wmo-geld, lokale participatie- en reïntegratiebudgetten, het persoonsgebonden budget (pgb) en/of speciale budgetten voor dak- en thuislozen in de vier grote steden.</p>
<p>Gemeenten voeren de regie over de Wmo-gelden, de participatie- en reïntegratiebudgetten en een deel van de pgb’s.  Maar volgens Van den Berg van Reakt weten vooral kleinere gemeenten niet precies wat ze, bijvoorbeeld, met  Wmo-geld moeten doen. &#8216;We worden van het kastje naar de muur gestuurd. De ene afdeling zegt dat onze cliënten passen in het budget voor maatschappelijke ondersteuning van dak- en thuislozen en de andere afdeling meent dat zij vallen onder het ‘granieten bestand’ van de Sociale dienst en dat we daar moeten aankloppen. Men gooit cliënten bij elkaar over de schutting. Wat dat betreft zijn er weer nieuwe schotten bijgekomen in plaats van neergehaald.&#8217;</p>
<p>En dan heeft Reakt ook nog deelnemers met wie op het oog weinig aan de hand lijkt. Van den Berg: &#8216;Zij kunnen wel wat, maar niet in een reguliere voorziening. In hun geval laten gemeenten zich helemaal moeilijk overtuigen van het nut of de noodzaak van begeleiding.&#8217;</p>
<p>Voor ongeveer 16 procent van haar cliënten kan Reakt momenteel moeilijk geld vinden voor de bekostiging van begeleiding en activiteiten.</p>
<p>Novadic Kentron, organisatie voor verslavingszorg in de provincie Brabant, helpt eveneens cliënten met complexe maatschappelijke, psychosociale of psychische problemen. Behalve (poli)klinische opvang en behandeling, biedt Novadic Kentron hulp bij arbeid, wonen en financiën, reclassering en werken op een zorgboerderij. &#8216;De problematiek van onze cliënten gaat dwars door de huidige financieringsstromen heen,&#8217; zegt Krijn in ’t Veld, voorzitter van de raad van bestuur. &#8216;Wij hebben met verschillende financieringssystemen te maken, ieder met hun eigen spelregels, indicatiestelling en verantwoordingsplicht.&#8217; Behalve met de verschillende wetten, regelingen en budgetten heeft Novadic Kentron, vanwege zijn forensische psychiatrie, te maken met het ministerie van Justitie. Net als Reakt stuit de organisatie op een gebrek aan kennis bij gemeenten. In ’t Veld: &#8216;Men weet nog niet goed welke problematiek waar thuishoort. Wat mensen met psychosociale, psychische en verslavingsproblematiek betreft, ligt de focus van gemeenten in veel gevallen op veiligheid en het terugdringen van overlast. Zij beseffen niet dat de activering en bevordering van maatschappelijke participatie van deze doelgroep nu ook hun taak is. Soms reageren gemeenten wantrouwend op ons contractvoorstel, omdat ze denken dat de verantwoordelijkheid voor financiering bij een zorgverzekeraar thuishoort.&#8217;</p>
<p>Wil Schilders van de brancheorganisatie dagbesteding en arbeid Ggz stelt het scherper: &#8216;Wmo-gelden gaan vooral naar andere doelgroepen, zoals ouderen. Ggz-cliënten komen pas in beeld bij gemeenten als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</p>
<p><strong>Apart overtuigen</strong></p>
<p>Een ander knelpunt is dat de organisaties ieder jaar opnieuw over hun aanbod moeten onderhandelen, terwijl de problemen van de cliënten meestal chronisch zijn.</p>
<p>In het dagelijks leven werkt Wil Schilders bij een regionale instelling voor begeleid wonen, werken en welzijn (RIBW) in Brabant. Ook haar werkgever moet iedere gemeente apart overtuigen van de begeleiding en diensten die de cliënten nodig hebben. Zowel de ervaring van de RIBW als van de andere organisaties die bij het Steunpunt zijn aangesloten, is dat als gemeenten een indicatie afgeven voor begeleiding, die vooral voor collectieve dagbesteding is. Schilders: &#8216;Daar zitten de verslaafde jongere, de psychotische moeder en de depressieve oudere bij elkaar. Om maatschappelijk te kunnen participeren, hebben Ggz-cliënten individuele begeleiding nodig, denk aan het aangaan van sociale relaties, aan studie of aan werk.&#8217; Zij zou daarom graag zien dat die individuele trajecten naar studie, werk en sociaal verkeer ook uit de Wmo worden vergoed.</p>
<p>Door de versnippering kost het aanvragen van financiering erg veel tijd. Het afsluiten van contracten en de afrekening van diensten en activiteiten die daarbij horen, leveren extra bureaucratie op. Konden Reakt, Novadic Kentron en collega-instellingen voor AWBZ-gefinancierde begeleiding voorheen terecht op één of enkele adressen, namelijk op het zorgkantoor en in centrumgemeenten, tegenwoordig dienen zij met iedere gemeente apart een contract af te sluiten. Novadic Kentron sluit nu jaarlijks aparte contracten af met alle 68 Brabantse gemeenten. Eerst was dat alleen met de zeven centrumgemeenten.</p>
<p>&#8216;Ook als er maar enkele cliënten uit een gemeente komen en het om minder dan duizend euro per jaar gaat, moeten we met die gemeente een contract afsluiten. Dat is een behoorlijke taakverzwaring,&#8217; zegt Van den Berg van Reakt. &#8216;Het zou al veel schelen als gemeenten in regionaal verband samenwerken en wij zaken kunnen afhandelen op het niveau van de centrumgemeente.&#8217; Reakt heeft medewerkers vrij moeten maken voor het samen met cliënten uitzoeken hoe de ondersteuning en activiteiten gefinancierd kunnen worden. Van den Berg: &#8216;Cliënten zelf komen er niet uit. Ze vragen het aan ons en wij zien het als onze verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar geld.&#8217;</p>
<p><strong>Uitsluiting</strong></p>
<p>Onzekerheid over de financiering van hun activiteiten leidt bij aanbieders tot afname van investeringen, het opzeggen van de huur van dagactiviteitencentra en het ontslaan van medewerkers. En natuurlijk tot minder begeleiding en participatiemogelijkheden van mensen met meervoudige problematiek. Krijn in ’t Veld vreest voor maatschappelijke uitsluiting van de meest kwetsbare burgers. Wil Schilders wijst op langere wachttijden voor de cliënten en het ontslag van medewerkers door Ggz-instellingen. &#8216;Het komt erop neer dat we met minder geld meer trajectbegeleiding moeten bieden. Ggz-cliënten met zogenaamde lichte problematiek, die we niet meer mogen begeleiden, ‘verdwijnen’ via de achterdeur. Zij zullen weer geïsoleerd raken, hun dag- en nachtritme verliezen en op termijn via de voordeur weer bij de Ggz binnenkomen. Dan zien ook de indicatiestellers dat het hier om zware problematiek gaat.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 07 Apr 2010 13:00:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[gemeenschapstuin]]></category>
		<category><![CDATA[Rotterdam]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1256</guid>
		<description><![CDATA[In de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet wordt een kaal grasveld waar niets gebeurde omgetoverd in een mooie gemeenschapstuin. Wat zijn de mogelijkheden van sociaal groen in de wijk?
Sociaal Bestek &#8211; april 2010
Buurtbewoners en andere groepen gebruikers hebben van tevoren kunnen aangeven hoe ze de tuin graag ingericht wilden zien. Ook zijn zij betrokken bij de realisering ervan. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet wordt een kaal grasveld waar niets gebeurde omgetoverd in een mooie gemeenschapstuin. Wat zijn de mogelijkheden van sociaal groen in de wijk?<span id="more-1256"></span></p>
<p><strong>Sociaal Bestek &#8211; april 2010</strong></p>
<p>Buurtbewoners en andere groepen gebruikers hebben van tevoren kunnen aangeven hoe ze de tuin graag ingericht wilden zien. Ook zijn zij betrokken bij de realisering ervan. Na oplevering kunnen bezoekers er jeu de boules spelen, scholen biologieles geven. In deelgemeente Delfshaven komt ook een gemeenschapstuin. In beide tuinen gaan uitkeringsgerechtigden aan de slag om werkervaring op te doen. De dienst Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid draagt graag bij aan sociale cohesie. Directeur Mart Toet: ‘De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken!’</p>
<p>De Brabantse gemeente Rucphen doet al sinds 2007 ervaring op met gemeenschapstuinen. Eén van de twee tuinen ligt naast een woon/zorgcomplex voor ouderen. In het verzorgingsgedeelte kookt men eens per week met verse producten uit de moestuin. De kas dient onder andere als dagbestedingsruimte voor ouderen. Er staat een tafel waar bijvoorbeeld bloemstukken worden gemaakt.</p>
<p>De tuin is een publieke voorziening en trekt veel ‘gewone’ bezoekers uit het dorp. Er zijn dieren, fruitbomen, een kruidentuin en een jeu de boules baan. In het voorjaar komen kinderen van het kinderdagverblijf er paaseieren zoeken, in de zomer picknicken. Bij mooi weer maken groepen voor activiteiten gebruik van een grote tafel buiten.</p>
<p>De gemeenschapstuin is ook een miniwerkgelegenheidsproject. Medewerkers van de sociale werkvoorziening hebben de tuin aangelegd, uitkeringsgerechtigden met een indicatie voor de sociale werkvoorziening onderhouden het groen nu. De verzorging van de dieren, zeven dagen per week, is in handen van re-integratiekandidaten van de afdeling Werk en Inkomen. Annelies Goossens is één van hen. Het werk is haar lust en haar leven. ‘Ik doe het heel graag,’ zegt Annelies. ‘Ik zorg voor de konijnen, kippen en geiten. Als ze ziek zijn ga ik met ze naar de dierenarts. Inenten kan ik zelf, dat heb ik geleerd tijdens de cursus die we moesten volgen voordat we hier begonnen. Ik maak met veel bezoekers een praatje. Ze kennen me en waarderen m’n werk, dat vind ik heel fijn.’</p>
<p>De Rucphense tuin is een project van de gemeente, woningcorporatie en de aanpalende verzorgingsinstelling. Ook Provincie Noord-Brabant levert een financiële bijdrage.</p>
<p><strong>1+1=3</strong></p>
<p>Het idee voor de gemeenschapstuinen is van Jacqueline van der Lubbe, senior adviseur bij RadarAdvies, landelijk bureau voor sociale vraagstukken én tuinontwerper. Het ontstond vanuit een 1+1=3 gedachte. Van der Lubbe zag mogelijkheden om ‘saai’ openbaar groen te veranderen in letterlijk en figuurlijk bloeiende ontmoetings-, participatie-, leer- en werkplekken. ‘Openbare ruimte wordt uit kostenoverwegingen vaak weinig uitnodigend of helemaal niet ingericht. De opzet is die ruimte om te bouwen tot iets van meer maatschappelijke waarde, dat dient als sociaal bindmiddel van mensen aan de zijlijn en minder kwetsbare burgers, jong en oud. De gemeenschapstuin moet laagdrempelig en verleidelijk zijn.’</p>
<p>Het innovatieve concept is ondergebracht bij en verder ontwikkeld door RadarAdvies. In Rucphen werden de eerste gemeenschapstuinen aangelegd. Jacqueline van der Lubbe was er projectmanager en ontwierp de tuinen, in nauwe samenwerking met betrokken organisaties, gebruikers en omwonenden.</p>
<p>Min of meer bij toeval krijgt de dienst Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid (SoZaWe) van Rotterdam in 2008 lucht van de gemeenschapstuinen. De dienst toont direct interesse om de mogelijkheden van het concept te verkennen voor wijken en werklozen in de grote stad. ‘Wat ons het meeste aanspreekt is het bevorderen van sociale cohesie in de wijk en de samenwerking die nodig is om een gemeenschapstuin te realiseren,’ zegt Mart Toet, directeur SoZaWe in Rotterdam. ‘Zo’n tuin past naadloos in de wijkaanpak van grote gemeenten en sluit goed aan bij ons streven burgers te activeren en te betrekken bij de samenleving.’</p>
<p>Toet noemt de gemeenschapstuin ‘een uniek concept’, dat veel kansen biedt voor burgerparticipatie, integratie en ontmoeting.</p>
<p><strong>Ateliers</strong></p>
<p>SoZaWe van de gemeente trekt Jacqueline van der Lubbe van RadarAdvies aan ter ondersteuning van het project. Zij adviseert de projectleider van SoZaWe tijdens de opzet en fasering van het project, denkt mee tijdens de uitvoering en levert ook hier het tuinontwerp. RadarAdvies werkt met de zogenoemde <em>Voor-en-door</em> methodiek. Van der Lubbe: ‘Gemeenschapstuinen moeten van onderop gestalte krijgen, niet van boven naar beneden in wijken worden gedropt. Niet alleen het eindproduct, de uiteindelijke tuin, brengt organisaties en mensen bij elkaar en bindt hen aan de wijk, maar vooral ook het wordingsproces.’ Een gemeenschapstuin kent dan ook geen standaardformule. De inrichting wordt afgestemd op de situatie, wensen en problematiek in de betreffende wijk.</p>
<p>De Rotterdamse initiatiefnemers polsen de belangstelling voor een gemeenschapstuin bij enkele deelgemeenten. De aan te leggen tuin komt immers op hun grondgebied. Deelgemeenten Hoogvliet en Delfshaven reageren snel en enthousiast, daar komen dan ook de eerste gemeenschapstuinen in de Maasstad.</p>
<p>Het zwaartepunt van de organisatie wordt verlegd van stedelijk naar deelgemeentelijk niveau. De projectleider van SoZaWe blijft wel bij de tuinen betrokken, onder meer omdat cliënten op participatiebanen van de Sociale dienst er leer/werkervaring op zullen doen.</p>
<p>Hoogvliet en Delfshaven zoeken naar geschikte plekken voor de gemeenschapstuin. Als de locaties zijn aangewezen en goedgekeurd, betrekt men de verhuurder van de omliggende woningen en grootste woningcorporatie in de wijken erbij, Woonbron. Ook die is enthousiast. ‘Zo’n tuin stimuleert de bewonersbetrokkenheid bij de buurt en ontmoetingen,’ zegt adviseur Ronald Luiten van Woonbron. ‘De naastgelegen basisschool, Villa De Notenkraker, moet het kloppende hart van de wijk worden. De gemeenschapstuin is een mooie, aanvullende voorziening. Woonbron betaalt graag mee aan de aanleg en het onderhoud, ook als investering in de kwaliteit van de woonomgeving.’</p>
<p>De bepalende en betalende partijen (de deelgemeenten, SoZaWe, enkele stedelijke diensten en Woonbron) vormen samen een projectteam in beide wijken. Dat bepaalt op welke doelgroepen de gemeenschapstuin zich primair gaat richten en legt contact met het opbouw-,  jongeren- en sociaal-cultureel werk, bewoners- en ouderenorganisaties, de kinderopvang en scholen. In zogeheten projectateliers worden de mogelijke contouren van de tuin besproken. Het sociaal-cultureel werk neemt de bewonersparticipatie voor zijn rekening, ondersteund door de Radar-adviseur. Om bewoners en specifieke doelgroepen vanaf de ontwerpfase te betrekken bij het maken van de tuin, worden ontwerpateliers georganiseerd. In plaatselijke krantjes en nieuwsbrieven, op scholen en in multifunctionele accommodaties verschijnen oproepen om mee te denken. Sociaal-cultureel werkers en vrijwilligers uit de buurt gaan huis aan huis bij buurtbewoners langs om te vragen of ze naar het atelier willen komen en hun zegje willen doen. Bij direct omwonenden nemen ze een enquête af en wordt persoonlijk een uitnodiging overhandigd. Specifieke doelgroepen als kinderen, jongeren, buurtvaders, allochtone vrouwen en ouderen is apart naar hun mening gevraagd.</p>
<p>In de ateliers is vooral met foto’s en beeldmateriaal gewerkt. Mensen kunnen met plakkertjes aangeven wat ze waar willen hebben. In Hoogvliet geven jongeren bijvoorbeeld te kennen dat ze graag een (muziek)podium in de tuin willen.</p>
<p>Op basis van alle inbreng maakt Jacqueline van der Lubbe een schetsontwerp, dat weer wordt voorgelegd aan de toekomstige gebruikers. Waar nodig volgen aanpassingen. Zoals op de hierbij afgedrukte tekening is te zien, is de wens van een podium gehonoreerd. Dat kan basisschool Villa De Notenkraker bijvoorbeeld gebruiken voor buitenlessen.</p>
<p>Voorjaar 2010 worden de twee Rotterdamse gemeenschapstuinen opgeleverd en feestelijk geopend. Een stuurgroep, met wederom de deelgemeente, woningcorporatie en SoZaWe, neemt dan de taak van het projectteam over. De samenwerkingspartners hebben de financiering van de tuin voor vier jaar vastgelegd.</p>
<p>De tuinen gaan leer/werkgelegenheid bieden aan 10-20 mensen per jaar per tuin. De participatiebanen worden bekostigd met reguliere re-integratiegelden. De re-integratiekandidaten volgen een korte opleiding in groenonderhoud en zullen ook worden ingezet voor onderhoudswerkzaamheden in de wijk.</p>
<p><strong>Beheer</strong></p>
<p>‘De gemeenschapstuin is van en voor de gebruikers, het is hún pronkstuk,’ zegt Jacqueline van der Lubbe. ‘Uitgangspunt is dat de gemeenschapstuin multifunctioneel wordt gebruikt.’ In de praktijk kunnen de activiteiten in de tuin van uiteenlopende groepen tot botsingen leiden. Een bekend voorbeeld van tegenstrijdige belangen is geluid produceren door de ene en de behoefte aan rust en stilte van de andere groep. Van der Lubbe: ‘Daarom is het zo belangrijk om mensen vanaf het begin bij de tuin te betrekken, zeggenschap te geven en de wensen van verschillende gebruikersgroepen tijdens het ontwerpen mee te nemen. Bovendien kun je toekomstige gebruikers inzetten bij de aanleg. In Rucphen hebben leerlingen van een praktijkschool bijvoorbeeld de banken en de dierenhokken in de gemeenschapstuin gemaakt.’ Maar dan nog vallen de vruchten van een gemeenschapstuin niet vanzelf van de geplante bomen. Daarom zijn er heldere afspraken gemaakt over het onderhoud, het beheer en de programmering.</p>
<p>In Rucphen zorgen bewoners en professionals in zogenoemde tuincommissies voor de pr en programmering van activiteiten in de tuinen. Zij doen dat in overleg met de gebruikers. De sociale werkvoorziening doet het groenonderhoud.</p>
<p>In Rotterdam sluit men contracten af over het beheer, de veiligheid, de programmering en het onderhoud van de gemeenschapstuinen. Een beheerbedrijf zal dagelijks een ronde maken om troep op te ruimen en eventuele kleine reparaties te verrichten. Omdat de twee tuinen middenin de wijk liggen, zorgen omliggende woningen, buurtbewoners die hun hond uitlaten, etc. voor sociale controle buiten kantoortijd. Het is bovendien de bedoeling dat SoZaWe re-integratiekandidaten inzet die uit dezelfde wijk afkomstig zijn. Ook dat werkt mogelijk preventief. Mochten vandalen vernielingen aanrichten of voor overlast zorgen, dan zullen de leer/werkers in het geweer komen: blijf met je handen van onze tuin af! Iets dat van jezelf is, wil je heel houden, zo is de verwachting. Het sociaal-cultureel werk zal er, in samenspraak met de bezoekers, op toezien dat er voldoende activiteiten zijn.</p>
<p>Volgens verantwoordelijk portefeuillehouder Jacqueline Cornelissen in deelgemeente Hoogvliet loopt het zo’n vaart niet. ‘Jongeren zijn er vanaf het begin bij betrokken. Ze weten dat ze kunnen chillen in de tuin zonder overlast te veroorzaken.’</p>
<p><strong>Winst</strong></p>
<p>De gemeente Rucphen hoopte met de gemeenschapstuinen nieuwe, duurzame leer-, werk- en ontmoetingsplaatsen voor verschillende bevolkingsgroepen te creëren. Is dat gelukt? Volgens Annelies Goossens wel. ‘Het aantal bezoekers neemt toe, zowel van omwonende ouderen als van mensen uit het dorp.’ Ook Hoogvliets portefeuillehouder Cornelissen verwacht dat het gaat lukken. ‘Dit is een ontzettend leuk project’, zegt wethouder Jacqueline Cornelissen uit Hoogvliet. ‘De gemeenschapstuin wordt een plek in de buurt waar jongeren wat kunnen leren en waar mensen trots op zijn. Ze hebben het zelf mee helpen ontwikkelen. Zo geef je de wijk terug aan de bewoners.’</p>
<p>Jacqueline van der Lubbe vindt dat er met gemeenschapstuinen winst op verschillende terreinen valt te behalen. ‘Vanuit het perspectief van (deel)gemeenten brengt het ontwerp, de aanleg, het onderhoud en het gebruik van de tuin veel partners samen, zoals bewonersorganisaties, woningcorporaties, welzijnsstichtingen, scholen en toezichthouders. Bovendien komen meerdere lokale sociale doelstellingen aan bod, vooral wat betreft activering van vrijwilligers en mensen met een uitkering, educatie, arbeidsre-integratie en burgerparticipatie. Ten slotte verbindt een gemeenschapstuin specifieke doelgroepen als ouderen, jongeren, mensen met een beperking en mensen zonder werk met elkaar en met de wijk. Dat met zo’n mooie tuin tegelijkertijd ook de kwaliteit van de openbare ruimte verbetert, is alleen maar meegenomen.’</p>
<p>Het betrekken van organisaties en bewoners in de ontwerp- en later uitvoeringsfase, het alle partijen op één lijn krijgen etc., kost veel tijd. Maar al tijdens het realisatieproces wordt sociale winst geboekt en dat rechtvaardigt de tijdsinvestering, vindt Mart Toet van SoZaWe.</p>
<p>‘Sociale Zaken &amp; Werkgelegenheid van Rotterdam wil verder kijken dan haar eigenlijke taak van activering, arbeidsre-integratie en inkomensvoorziening. Uitgangspunt van beleid zijn mensen en de wijk, niet de sociale zekerheidswetten, beleidsregels en ambtelijke kokers van de gemeentelijke organisatie.’ SoZaWe wil, samen met deelgemeenten, woningcorporaties en anderen, bijdragen aan wijkontwikkeling en sociale cohesie. Daarbij moeten verschillende gemeentelijke budgetten kunnen worden ingezet, waaronder participatiebudget en Wmo-gelden. Toet: ‘Geen enkele dienst, afdeling of organisatie kan wijkvraagstukken oplossen zonder verder te kijken dan de eigen taak. De Sociale dienst moet het kantoor uit en meedoen in de wijken! Haar instrumentarium is goed te koppelen aan fysieke diensten en verbetering van de buitenruimte. Samen zetten we ons in voor de sociale kwaliteiten van de stad. En daar lenen gemeenschapstuinen zich goed voor.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/07/sociaal-groen-in-de-wijk.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>David</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/03/22/david.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/03/22/david.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Mar 2010 10:51:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Weblog]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1314</guid>
		<description><![CDATA[In de krant het bericht dat David Isarin een einde aan zijn leven heeft gemaakt. In het Amsterdamse Bos. Ik ben verbijsterd. Vroeger zag ik hem vaak op de camping: een lief klein blond ventje. Maar niet iedereen was kennelijk zo vertederd. David had verschillende handicaps. Hij was autistisch en slechthorend en had een hazenlip. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de krant het bericht dat David Isarin een einde aan zijn leven heeft gemaakt. In het Amsterdamse Bos. Ik ben verbijsterd. Vroeger zag ik hem vaak op de camping: een lief klein blond ventje. Maar niet iedereen was kennelijk zo vertederd. David had verschillende handicaps. Hij was autistisch en slechthorend en had een hazenlip. Daarmee is hij zijn hele leven gepest. Op school en op straat. David was vijftien.</p>
<p>Zijn moeder, filosofe Jet Isarin, heeft, naast zorgen voor hem en zijn zus, veel geschreven over het leven van en met gehandicapte kinderen. In 2002 promoveerde ze op het onderwerp ‘moederschap zonder model’. Haar dissertatie verscheen als boek onder de titel <em>De eigen ander. Moeders, deskundigen en gehandicapte kinderen</em>. Later kwam een populaire versie uit: <em>Kind als geen ander</em>. Ze deed ook verschillende onderzoeken naar de ervaringen van dove en slechthorende kinderen (<em>Hoor hen</em> en <em>Zo hoort het</em>), richtte een stichting  op die activiteiten voor hen organiseert, doet aan gehandicaptenstudies  (zie www-gehandicaptenstudies.nl), etc.  Alle aandacht en de zoektocht naar goede hulp en begeleiding van haar kind, heeft hem niet kunnen redden.</p>
<p>David Isarin kon zijn Goliath niet verslaan, zijn kwelgeesten doodden hém. Ongehoord.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/03/22/david.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cliënten Ggz tussen de wal en het schip</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 13 Feb 2010 09:11:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[WMO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1268</guid>
		<description><![CDATA[Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?

Zorg + Welzijn - maart 2010
Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?</p>
<p><span id="more-1268"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Zorg + Welzijn</strong> <strong>- maart 2010</strong></p>
<p>Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. De overheid wil dat burgers zoveel mogelijk zelfredzaam zijn en betrokken bij de samenleving. Gemeenten moeten kwetsbare burgers als cliënten van de geestelijke gezondheidszorg (Ggz) daarbij helpen. Specifieke taken in dit verband zijn: zorgen voor laagdrempelige cliëntondersteuning (mensen helpen bij de verheldering van hun vraag en bij het voeren van regie over eigen leven, etc.) en maatschappelijke participatie bevorderen. Bij chronische psychiatrische cliënten gaat het daarbij vooral om steun bij het aangaan van sociale contacten, activering en/of het begeleiden naar (vrijwilligers)werk. De uit de AWBZ gefinancierde zorg die zij daarnaast nog krijgen, valt niet onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Wel komt steeds meer AWBZ-zorg op het Wmo-bordje van gemeenten terecht. In 2009 en 2010 is dat de begeleiding van mensen met psychosociale en lichte psychiatrische problematiek.</p>
<p><strong>Kritiek</strong></p>
<p>De klacht van de kant van cliëntenorganisaties is dat niet alle gemeenten op deze nieuwe taken zijn berekend. Ggz-cliënten zouden onvoldoende in beeld zijn. Ook zijn zij nauwelijks, en minder dan ouderen en gehandicapten, vertegenwoordigd in Wmo Adviesraden. ‘Hier en daar zitten Ggz-ínstellingen in de Wmo Adviesraad, in plaats van cliënten,’ aldus Trudy Jansen, die voor het Landelijk Platform GGZ cliëntenparticipatie opzette op plekken waar dat nog niet bestond. Een andere klacht is dat van het rijk overgehevelde Wmo-gelden niet zijn geoormerkt en niet alle gemeenten die besteden aan de zaken waarvoor de middelen bedoeld zijn, zoals ondersteuning van cliënten. Soms blijkt een investering in cliëntenparticipatie weggegooid geld te zijn. Trudy Jansen: ‘Ik heb met rijksgeld bijvoorbeeld enkele Ggz-cliëntenorganisaties opgezet in Flevoland. Die verdwenen weer toen de rijksregeling was afgelopen. Gemeenten en provincie waren niet meer geïnteresseerd.’ In andere provincies werken gemeenten in het kader van de Wmo vaak samen met algemene patiënten- en consumentenorganisaties, zoals Zorgbelang. Maar daarin komen Ggz-cliënten vaak niet boven het maaiveld uit.</p>
<p>In het licht van wat het rijk wil en gemeenten te doen staat, wekt het verwondering dat bovendien veel organisaties van en voor Ggz-cliënten in zwaar weer belanden, vooral wegens gebrek aan structurele financiering. Sommigen hebben al het loodje gelegd, zoals Basisberaad in de Rijnmond en recentelijk Stichting Pandora. Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak in de Kop van Noord-Holland houdt met moeite het hoofd boven water, anderen staan op het punt van omvallen, waaronder Trimaran in Twente. Terwijl deze organisaties precies doen (of deden) wat met de Wmo wordt beoogd. Zij zijn lokale gesprekspartner, leverancier van diensten aan gemeenten, Ggz-instellingen en zorgverzekeraars én ontmoetingsplaats, trainingscentrum en werkplek voor Ggz-cliënten. Ze scheppen zo de voorwaarden om mensen, die anders veelal geïsoleerd thuis zitten, te ondersteunen, mee te laten doen en zinvol bezig te zijn.</p>
<p><strong>Omvallende cliëntenorganisaties</strong></p>
<p>Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak zag haar inkomsten – twee derde van gemeenten, een derde van Ggz-instellingen – flink teruglopen door bezuinigingen. Kleine gemeenten halveerden hun bijdragen, Ggz-instellingen zetten hun bijdrage helemaal stop. Er zijn medewerkers ontslagen en activiteiten gestopt.</p>
<p>Het Basisberaad Rijnmond is een grote belangenorganisatie voor Ggz-cliënten, daklozen en verslaafden, met straatadvocaten, een Migrantensteunpunt en Crisiskaart (een persoonlijke cliëntenpas met ‘Wat te doen in geval van crisis?’), etc. Het kreeg vooral subsidie van het rijk, gemeente Rotterdam en de provincie. Van de 22 Rijnmondgemeenten waar de organisatie voor werkte, betaalden er slechts vijf mee. Zomer 2009 kon men de eindjes niet meer aan elkaar knopen en werd faillissement aangevraagd. De dertig betaalde medewerkers verloren hun baan, honderden vrijwilligers hun bezigheden. De gemeente Rotterdam stond garant voor de helft van de benodigde middelen, maar kon het Basisberaad niet volledig overeind houden. ‘We financieren geen instituten,’ licht Rotterdams zorg- en welzijnswethouder Jantine Kriens desgevraagd toe. ‘Het gaat om de cliënten, organisaties zijn geen doel op zich.’</p>
<p>Trimaran, een vereniging van en voor Ggz-cliënten in Twente, met inloop, lotgenotencontact, belangenbehartiging en arbeidsmatige reïntegratieactiviteiten, staat op het punt van omvallen. De coördinator is al vertrokken, voor haar was geen geld meer. Vrijwilligers runnen enkele dagen per week de inloop, de belangenbehartiging moet Trimaran overdragen aan een provinciale koepelorganisatie. De AWBZ-zorgvernieuwingsgelden die de organisatie eerst ontving, werden in 2008 verdeeld over de veertien gemeenten waarvoor Trimaran werkt. De subsidie moest men per gemeente bij elkaar sprokkelen. In 2009 besloten de afnemende gemeenten Trimaran niet meer te subsidiëren. ‘Hengelo kan in zijn eentje niet de hele organisatie in de lucht houden,’ zegt de beleidsmedewerker zorg van gemeente Hengelo, waar Trimaran is gevestigd.</p>
<p>Wat De Hoofdzaak, het Basisberaad en Trimaran gemeen hebben is dat gemeenten hun werk zeer waarderen. Dat wordt zelfs vaak als onmisbaar beschouwd, mede omdat Ggz-cliënten voor gemeenten en reguliere voorzieningen zo moeilijk te bereiken zijn. In Hengelo zijn Ggz-cliënten volgens de beleidsmedewerker inderdaad ‘niet goed in beeld’. De gemeente wil de belangenbehartiging en cliëntenparticipatie van Trimaran dan ook graag behouden. Maar feitelijk financiert Hengelo in 2010 alleen de ondersteuning van Ggz-cliënten in de eigen Wmo Adviesraad.</p>
<p>Ook gemeente Rotterdam was er veel aan gelegen zoveel mogelijk diensten van het Basisberaad Rijnmond te redden. Dat is voor een deel gelukt: een aantal projecten en medewerkers is, met Rotterdamse steun, overgenomen door Zorgbelang Zuid-Holland. Andere projecten leiden een noodlijdend bestaan met enkele vrijwilligers of zijn opgeheven. Hoeveel mensen die eerst actief waren nu thuis zitten, is onbekend.</p>
<p><strong>Geen begeleiding meer</strong></p>
<p>In dezelfde periode dat cliëntenorganisaties omvallen, bezuinigt het rijk op de uit de AWBZ gefinancierde ondersteunende en activerende begeleiding van onder andere Ggz-cliënten. Uit het rapport <em>Begeleiding AWBZ 2009</em> van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) blijkt dat in de eerste drie kwartalen van 2009 al ongeveer 5000 mensen met lichte psychische problematiek te horen kregen dat ze in 2010 geen begeleiding meer vergoed krijgen. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze niet meer naar hun re-integratietraject of dagactiviteitencentrum kunnen. Het CIZ laat gemeenten weten om welke mensen het gaat, zo is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten afgesproken, zodat zij hen naar eventuele andere voorzieningen kunnen leiden.</p>
<p>Bekend is dat Ggz-cliënten zich niet altijd thuis voelen in reguliere (welzijns)voorzieningen en dat die, op hun beurt, niet allemaal openstaan voor deze doelgroep. Te vrezen is dat veel Ggz-cliënten met het verdwijnen van hun belangenorganisatie, inloop en begeleiding tussen de wal en het schip vallen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
