<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Diversiteit</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/diversiteit/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 15:08:48 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Mannelijk onbehagen</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/11/23/mannelijk-onbehagen.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/11/23/mannelijk-onbehagen.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Nov 2009 15:43:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1081</guid>
		<description><![CDATA[Mannenbladen hebben zich nog niet gemeld voor een interview, wel veel damesbladen. Voor  Dylan van Rijsbergen (type nieuwe man), auteur van Het onbehagen van de man, een teken aan de wand.

Van Rijsbergen: ‘Mannen vinden het een gevoelig onderwerp.’ Hij wil met zijn boek juist hen aansporen zich uit het keurslijf van ‘echte’ mannelijkheid, waarin mannen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mannenbladen hebben zich nog niet gemeld voor een interview, wel veel damesbladen. Voor  Dylan van Rijsbergen (type nieuwe man), auteur van <em>Het onbehagen van de man,</em> een teken aan de wand.</p>
<p><span id="more-1081"></span><img class="alignnone size-full wp-image-1085" title="Dylan van Rijsbergen" src="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2009/11/Dylan-van-Rijsbergen.jpg" alt="Dylan van Rijsbergen" width="125" height="125" /></p>
<p>Van Rijsbergen: ‘Mannen vinden het een gevoelig onderwerp.’ Hij wil met zijn boek juist hen aansporen zich uit het keurslijf van ‘echte’ mannelijkheid, waarin mannen elkaar gevangen houden, te bevrijden. Nooit zijn er in de maatschappij meer keuzemogelijkheden voor mannen geweest als nu, houdt Dylan van Rijsbergen hen voor. ‘De vrijheid roept. Mannen hoeven elkaar alleen nog maar de ruimte te gunnen daarvan te genieten.’</p>
<p>We zitten met een taakverdeling tussen mannen en vrouwen die niet meer functioneel is, schrijft Van Rijsbergen. Mannen zijn niet per se nodig om vrouwen te beschermen en geld voor het gezin te verdienen, dat doen vrouwen zelf. De huidige samenleving vraagt andere mannen dan 40 jaar geleden. Zij weten echter niet allemaal invulling te geven aan nieuwe vormen van mannelijkheid, waardoor onlustgevoelens kunnen ontstaan. Die kun je overschreeuwen met macho-, cowboy- en gangsta-gedrag of teruggrijpen op beelden van de man als jager, zoals in reclamefilmpjes gebeurt. Of op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden. Dat laatste doet Dylan van Rijsbergen.</p>
<p><em>Waarom nú een boek over mannelijk onbehagen, de feministische golf is toch allang weggeëbd? </em></p>
<p>Dylan van Rijsbergen: ‘Omdat er steeds meer tekenen zijn van mannelijk onbehagen met de veranderde verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Er verschijnt het ene na het andere boek met stereotypes over mannelijk gedrag, zoals <em>Wat mannen echt willen</em> van Henk Noort. Een conservatief als Andreas Kinneging (rechtsfilosoof aan de Universiteit van Leiden, <em>red</em>.) komt soms in het nieuws met beweringen over de natuurlijke verschillen tussen de seksen. Die zouden voorschrijven welke bezigheden en eigenschappen een man passen. Mannen zouden niet in staat zijn zich in te leven en voor kleine kinderen te zorgen, etc. Feminisme is Kinneging een vloek. Het zou voor eenzaamheid en verwaarlozing zorgen, zelfs voor zelfvernietiging van het Westen, omdat westerse vrouwen niet hun natuur (als moeder en hoeder, <em>red</em>.) volgen maar zichzelf zo nodig moeten ontplooien, terwijl immigranten veel kinderen krijgen.’</p>
<p>Van Rijsbergen vindt dit niet alleen conservatief en niet meer van deze tijd, maar ook onzin. ‘Daar ga ik graag tegenin, in dit geval met een boek. Een ‘genetische blauwdruk’ bestaat niet. En dat er door de grotere gelijkheid tussen mannen en vrouwen minder kinderen komen, klopt ook niet. In Scandinavische landen, waar meer vrouwen werken en betere voorzieningen zijn om arbeid en zorg te combineren, óók voor mannen, worden meer kinderen geboren dan hier. Nederland zou onder andere de regelingen voor werkende vaders moeten verbeteren.’</p>
<p><em>Deel je iets van het onbehagen dat je beschrijft?</em></p>
<p>‘Nee, mijn onbehagen zit juist bij de stereotypering en de eisen waaraan je als man zou moeten voldoen. Mannelijkheid ís niet natuurlijk, je moet het voortdurend bewijzen. Altijd op je hoede zijn, presteren. Mannen nemen elkaar steeds de maat. Ook een vrouw als Beatrijs Ritsema schrijft over mannen die slachtoffer zouden zijn van het feminisme omdat ze geen vrouwonvriendelijke moppen meer mogen tappen en zowel thuis als op het werk door vrouwen worden gedomineerd.</p>
<p>Ik denk dat mannen slachtoffer zijn van hun eigen krampachtige pogingen te voldoen aan een onhaalbaar ideaal van mannelijkheid, zeg Daniel Craig als James Bond. Treffend vind ik de observatie van de Amerikaanse schrijfster Norah Vincent, die enige tijd <em>undercover </em>als man door het leven ging. Ze had verwacht vrijer te zijn dan als vrouw en macht te hebben. Dat was niet zo. Ze voelde zich voortdurend geëvalueerd door haar omgeving en concludeerde dat ‘mannelijkheid leidt tot een deprimerend bestaan, waarin je voortdurend moet voldoen aan onrealistische verwachtingen’.</p>
<p>Het antwoord van iemand als Tijn van Ewijk (ondernemer, onderzoeker van man/vrouwrelaties, <em>red.</em>; ‘mannelijkheidsgoeroe’ volgens Van Rijsbergen) op het kennelijk door mannen ervaren verlies van mannelijkheid spreekt hem evenmin aan. Van Rijsbergen: ‘Van Ewijk is van de ‘remancipatie’, trekt zich met een groep mannen (soms met zonen) terug in het bos. Ze zitten rond de totem en het vuur op trommels te roffelen om weer bij hun oermannelijke kern te komen. Maar ik vind ook niet dat (mijn) mannelijkheid onder druk staat.’</p>
<p><em>Hoe moet je nog man zijn als je plek als kostwinner niet meer zo vanzelfsprekend is en de baas op je werk misschien wel een vrouw is, stel je als algemene vraag in je boek. En?</em></p>
<p>‘Mannen zouden zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Zij zijn gewend hun identiteit volledig aan hun werk te ontlenen. Valt dat weg, en dat is in deze crisistijd niet denkbeeldig, dan stort hun wereld in. Je bent als man ook vriend, vader of vrijwilliger in een club. Je moet je eigen ‘merk’ zijn, niet iets doen omdat dat van je verwacht wordt als man. Ik ben voor keuzevrijheid. Natuurlijk moeten mannen kunnen kiezen voor een traditionele of moderne rol. Als ze zich maar geen keurslijf laten aanmeten, of dat nu een klassieke rolverdeling is of oermannelijk spierballenvertoon omdat anderen dat voorschrijven. Doe wat jíj wilt, sta daarvoor.</p>
<p>Het gaat mij er niet om dat mannen allemaal watjes moeten worden. Niemand heeft behoefte aan huilebalken. Ik ben zelf heel ambitieus, wil graag wat neerzetten in de maatschappij. Dat is vrij masculien, maar ik hoef niet bovenop de apenrots te zitten. Daar word je niet gelukkig van.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/11/23/mannelijk-onbehagen.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lesbische geschiedenis</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/geen-rubriek/2009/06/08/lesbische-geschiedenis.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/geen-rubriek/2009/06/08/lesbische-geschiedenis.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Jun 2009 11:19:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Geen rubriek]]></category>
		<category><![CDATA[lesbische geschiedenis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=922</guid>
		<description><![CDATA[Pink &#8211; 2009
Hoewel er summiere aanwijzingen zijn gevonden dat de term ‘lesbisch&#8217; (van Lesbos) eeuwen geleden al werd gebruikt om de vrouwenliefde te beschrijven, moet ik toch streng zeggen dat ‘de&#8217; lesbische geschiedenis eigenlijk niet bestaat. Je kunt niet zonder meer één lesbisch geheel maken van Sappho tot nu, zonder de geschiedenis geweld aan te [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Pink &#8211; 2009</h3>
<p>Hoewel er summiere aanwijzingen zijn gevonden dat de term ‘lesbisch&#8217; (van Lesbos) eeuwen geleden al werd gebruikt om de vrouwenliefde te beschrijven, moet ik toch streng zeggen dat ‘de&#8217; lesbische geschiedenis eigenlijk niet bestaat. Je kunt niet zonder meer één lesbisch geheel maken van Sappho tot nu, zonder de geschiedenis geweld aan te doen. Wel kunnen we vrouwen die zich lang geleden of de afgelopen generaties amoureus tot elkaar verhielden of het met elkaar deden een continuüm intrekken van vrouwen die van vrouwen hielden. Gebruikelijk is de geschiedenis in periodes in te delen en omdat we van bronnen afhankelijk zijn, beschrijven we de historie aan de hand van literaire uitingen, wetsteksten, wetenschappelijke verhandelingen en interviews. Elke periode heeft zijn eigen woorden, van wrijfwijf, tribadie en lollepotterij, via ziels- of romantische vrouwenvriendschappen, Boston huwelijken, geïnverteerden, homofiel, lesbienne en pot tot de hedendaagse lesbo. Of vrouwen het in al die periodes met elkaar gedaan hebben, is de vraag. Aannemelijker is dat dat afhing van de omstandigheden waaronder men leefde. Eind 18e eeuw bestond in de Amsterdamse Jordaan een heuse lollepottencultuur, zo lezen we in de juist verschenen Lesbo Encyclopedie. In de jaren 20 van de vorige eeuw zijn er vrolijke damestaferelen in clubs opgetekend, terwijl een vrouw in de jaren vijftig daarná geschokt reageerde op de vraag of ze lesbisch is. Ze vertelt zich seksueel haar hele leven te hebben onthouden.  De geschiedenis loopt niet in één rechte lijn.<br />
Annemarie Grewel, lesbisch icoon en voorvrouw, liet in de jaren 80 en 90 in aantal interviews weten al in de jaren 60 lesbisch te zijn geweest. Ik deed onderzoek voor mijn biografisch portret van haar, waaruit bleek dat haar coming out tien jaar later was. Het was voor haar net zo moeilijk als voor de meeste andere vrouwen voor haar lesbisch zijn uit te komen of zich dat zelfs maar te realiseren. Met alle respect &#8211; het is geen kritiek &#8211; maar Grewels herschrijven van haar persoonlijke geschiedenis, leidt eerder tot geschiedvervalsing dan tot lesbische geschiedschrijving.<br />
Voor het gemak hanteren we de term ‘lesbisch&#8217; echter maar gewoon. Verhalen over lesbische geschiedenis laten zich op verschillende manieren vertellen. Neem je door de eeuwen heen de wetgeving m.b.t. homoseksualiteit als vertrekpunt, dan krijg je een overzicht van periodes zonder (19de eeuw) en mét discriminerende wetten en bepalingen, zoals een groot deel van de afgelopen 20ste eeuw. In de huidige tijd hebben we antidiscriminatie beleid en wetten gelijke behandeling. Kijk je vanuit wetenschap, religie, politiek en ideologie dan zie je opvallende academische bemoeienissen met homoseksuele mannen en vrouwen; veroordeling, verdoemenis of tolerantie vanuit verschillende geloven; en onderdrukking, achterstelling en emancipatie als veranderende heersende opvattingen en politiek. Kijken we ten slotte vanuit vrouwen zelf, dan wisselen de afgelopen honderd jaar onzichtbaarheid, beklagenswaardige eenzaamheid, zelfverloochening, verschillende leefstijlen en uitdrukkingsvormen, bevrijding en trots pottendom elkaar af. De geschiedenis van lesbische vrouwen loopt deels parallel aan die van homomannen, deels aan die van andere vrouwen. Art. 248 bis (1911-71) verbood homoseksueel contact met minderjarigen (tot 21) voor mannen én vrouwen, maar omdat lesbische vrouwen niet werden ‘verdacht&#8217; van seksuele handelingen, konden zij iets meer hun gang gaan. Hoewel ook zij het risico liepen hun baan of woning te verliezen als hun liefde bekend werd. Juridische vervolging trof meer mannen dan vrouwen. Sociaaleconomisch ging en gaat het homomannen doorgaans weer beter dan lesbische vrouwen. In dat opzicht zijn er meer overeenkomsten met (hetero)vrouwen.<br />
Lesbische geschiedenis verhaalt over de wijzen waarop deze ontwikkelingen en zaken allemaal in elkaar grijpen. En dan nog is de werkelijkheid diverser dan dat. Verschillende auteurs hebben daar boeken over geschreven, waaronder Judith Schuyf, Anja van Kooten Niekerk en ikzelf.<br />
Om ons tot de laatste honderd jaar te beperken is er een duidelijke wisselwerking tussen medisch-wetenschappelijke benaderingen, politiek en wetgeving, literaire verbeelding van het lesbische leven en het zelfbeeld van lesbische vrouwen.<br />
Eind negentiende eeuw ontstonden in Europa seksuologische theorieën over zgn. geïnverteerden en later over het ‘derde geslacht&#8217;, o.a. van Magnus Hirschfeld. De centrale vraag was lange tijd wat de oorzaak van homoseksualiteit was en men vond, behalve seksuele voorkeur, lichamelijke en/of psychische ‘afwijkingen&#8217;, die wetenschappers voor aangeboren hielden. In Duitsland waren homocontacten tussen mannen strafbaar. Toen het de Nederlandse christelijke partijen in 1911 lukte homoseksueel contact met minderjarigen tot 21 strafbaar te stellen, ontstond ook hier naar Duits voorbeeld een Wetenschappelijk Humanitair Komité, dat zich voor verlossende woorden over mogelijke oorzaken voor homoseksualiteit oriënteerde op de wetenschap. Belangrijker voor ons is dat mensen zich ook voegden naar die theorie.  In mijn boekje over veranderende beeldvorming over lesbische vrouwen, Van brede schouders tot hoge hakken (1983), citeer ik een vrouw die in het boek De Homosexueelen (1939) van de advocaat Benno Stokvis over zichzelf zegt:</p>
<p><em>‘De ‘zoon&#8217; die mijn moeder zich gewenscht had, stond opnieuw in mij op, een breedgeschouderd, onstuimig wezen, dat zijn EIGEN weg wenschte te gaan, dat schroeide van verlangen &#8211; naar &#8211; een VROUW.&#8217;</em></p>
<p>Zij is een van de negen vrouwen die Stokvis in zijn boek portretteerde. Een vrouw zou als man van een andere vrouw houden. Andere vrouwen spreken van ‘abnormaliteit, speling der natuur&#8217;. Allemaal zien zij als oorzaak dat zij als kind het liefst een jongen waren geweest of zich een jongen voelden. Ook in de boeken Bron van eenzaamheid (Engelse versie1928) en het Nederlandse Vae Solis  is het lijden geblazen. Vae Solis is geschreven op verzoek van de voorman van het NWHK (voorloper COC, zeg maar de homobeweging van toen): advocaat jonkheer Jacob Schorer. Het moest begrip (je kunt beter zeggen medeleven) bewerkstelligen. Je kunt goed zien hoe de dominante wetenschappelijke benadering, doel van het komité en de ervaringen van een overigens biseksuele vrouw bij elkaar komen: mannelijke vrouwen en verwijfde mannen, het derde geslacht, de kennis van de hoofdpersoon over wetenschappers als Magnus Hirschfeld en het lijden, de eenzaamheid en het verdoemd zijn. Terwijl de getrouwde Doudart de la Grée er volgens de overlevering een heel vrolijk lesbisch leven op nahield. Haar boek ontneemt meer zicht op ‘onze&#8217; lesbische geschiedenis dan dat het helderheid/inzicht biedt.<br />
Wetenschappers kregen ook na de oorlog een sleutelrol bij de typisch Hollandse aanvaarding van homoseksualiteit. De medici, psychologen en biologen kregen toen o.m. gezelschap van theologisch geschoolden.<br />
Hoewel duidelijk is dat die oriëntatie op de wetenschap de acceptatie van homoseksualiteit moest dienen, hebben de academische onderzoekingen natuurlijk wel een relatie met de werkelijkheid. Het is te simpel om, wat feministische theoretici in de jaren zeventig en tachtig wel deden, te zeggen dat lesbische vrouwen louter leefden naar de heersende theorie over hen en dat vrouwen (wij) pas met de tweede feministische golf en Paarse September e.d. het heft in eigen hand hebben genomen wat hun identiteit betreft. Theorie en het ‘echte leven&#8217; staan niet per se diametraal tegenover elkaar<br />
Als je de interviews leest die Judith Schuyf of Van Kooten Niekerk hielden met lesbische vrouwen die in de eerste twintig jaar van de vorige eeuw zijn geboren, zie je verschillen. Dominant is dat vrouwen die van vrouwen hielden vóór ongeveer 1970 meestal zwegen over hun seksuele voorkeur. Hun gevoelens en/of lesbische praktijken hielden ze geheim, soms zelfs voor zichzelf. Er zijn vrouwen die vertellen tientallen jaren te hebben samengewoond zonder een seksuele relatie te hebben gehad of verlangd (zéggen ze). Andere lesbische vrouwen waren getrouwd en hadden kinderen. Er waren maar enkele zichtbare rolmodellen, zoals Marlène Dietrich, Anna Blaman. Toch bestond er ook in de jaren 40, 50 en 60 een lesbische subcultuur, leefstijlen als butch/femme e.d. Terwijl Annemarie Grewel nog worstelde met haar gevoelens, reed Bet van Beeren, lesbisch kroegbazin op de Amsterdamse Zeedijk, pronkend met haar veroveringen op haar motor door dezelfde stad. Zij maakte in de jaren 60 geen geheim van haar geaardheid; ze stierf in 1967.<br />
In twintig jaar naoorlogse jaargangen van COC-blad Levensrecht zie je het beeld van de eenzaamheid, de afwijking, het mannelijke anders zijn kantelen. Halverwege de jaren 60 wordt de homoseksuele vrouw beschreven als ‘heel gewoon vrouw en vrouwelijk&#8217;, net als andere vrouwen. Wederom moest deze gedaanteverandering de acceptatie, het begrip en de emancipatie dienen waar het COC, maar ook christenen en wetenschappers, zich voor inzetten. Het motto daarvan was dat homseksualiteit ‘gewoon hetzelfde was&#8217;. De mannelijke pot werd naar het rijk der mythen verwezen.<br />
De echte doorbraak volgt in de jaren 70. Eind jaren 60 is een eerste grote protestdemonstratie tegen art. 248bis, dat in 1971 wordt afgeschaft.<br />
De homo- en vrouwenbeweging, geplaatst in het decor van brede maatschappelijke veranderingen, zorgden voor revolutionaire verbeteringen en persoonlijke bevrijding van velen. Stigma&#8217;s werden geuzennamen, het persoonlijke politiek en lesbisch leek zelfs enige tijd de norm. Naast vrouwen als Annemarie Grewel, die moedig paden baande in politiek en pers, hield je echter vrouwen als Ien Dales die niet uitkwamen voor haar lesbisch zijn. Veel lesbische vrouwen zijn nu in staat hun  identiteit zelf vorm te geven, een leefstijl te kiezen, ja zelfs kinderen te krijgen en met elkaar te trouwen. Wij kunnen ons als lesbo veilig wanen en zijn in principe wettelijk beschermd tegen discriminatie en geweld. Maar nog lang niet alle lesbische vrouwen zijn vrij of willen zichtbaar lesbisch zijn.<br />
De geschiedenis is nog niet met ons klaar! De waarheid over lesbische vrouwen betrap je soms op onverwachte momenten en manieren, niet door recht op de vrouw af te gaan.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/geen-rubriek/2009/06/08/lesbische-geschiedenis.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het rijke roze leven</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2009/04/02/het-rijke-roze-leven.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2009/04/02/het-rijke-roze-leven.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Apr 2009 14:58:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[lesbo-encyclopedie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=859</guid>
		<description><![CDATA[Lover &#8211; 2009
Dertig jaar na verschijning van het Lesbisch Prachtboek is er nu dan de Lesbo-encyclopedie. Anders van opzet, maar met vrijwel hetzelfde doel: schrijven over het lesbische bestaan geeft uitdrukking aan dat bestaan, bevestigt, viert en schept het, maakt het zichtbaar. Zwart op wit op roze. De prachtig uitgegeven en rijk geïllustreerde encyclopedie dient [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Lover &#8211; 2009</h3>
<p>Dertig jaar na verschijning van het Lesbisch Prachtboek is er nu dan de Lesbo-encyclopedie. Anders van opzet, maar met vrijwel hetzelfde doel: schrijven over het lesbische bestaan geeft uitdrukking aan dat bestaan, bevestigt, viert en schept het, maakt het zichtbaar. Zwart op wit op roze. De prachtig uitgegeven en rijk geïllustreerde encyclopedie dient niet alleen als naslagwerk, voor wie maar geïnteresseerd is in lesbische feiten en verhalen. Het moet ook herkenning bieden voor de doelgroep zelf en lesbische vrouwen een hart onder de riem steken. Zij worden zelfs opgeroepen hun geaardheid actief uit te dragen om de lesbische zichtbaarheid te vergroten en paden te banen voor de lesbo&#8217;s die er (nog) niet voor kunnen, willen of durven uitkomen. Wat dat betreft is de Lesbo-encyclopedie ook een statement.<br />
Niet voor niets is de heldinnengalerij helemaal in het begin van het boek te vinden. Tientallen ‘lesbiconen&#8217; prijken er, vooral sportvrouwen, schrijfsters, radicaal-feministische voorvrouwen, tv-sterren en enkele politici. Rolmodellen in verschillende soorten en maten, voor elk wat wils. De redactie maakt apart melding van de hoge lesbische score van de NOS. In 2008 stonden vier NOS-medewerksters bekend als gevoelsgenoten, dat is niet verkeerd. De encyclopedie heeft alleen betrekking op Nederland, maar onder de iconen bevinden zich ook buitenlandse pronkstukken. ‘Zij spreken tot de verbeelding en mogen niet ontbreken,&#8217; zegt Linda Huijsmans, die samen met Mirjam Hemker de redactie vormde. Menig lesbeau zag immers het levenslicht door de muziek van Joan Armatrading of k.d. lang en verdreef de eenzaamheid met boeken van Sarah Waters.</p>
<p>Hiaten vullen<br />
In de verantwoording schrijven de samenstellers dat zij geen wetenschappelijke pretentie met het boek hebben. Toegankelijkheid en het bijeenbrengen van zoveel mogelijk wetenswaardigheden vinden zij belangrijker. Daar zijn zij, samen met de honderd vrouwen en een enkele man die informatie aandroegen en teksten schreven, goed in geslaagd. Deze lesbipedia bevat een imposante verzameling lemma&#8217;s met namen, weetjes en verklaringen. De encyclopedie vult hiaten in kennis. Zo vermeldt zij bijvoorbeeld dat één op de vijf lesbische vrouwen die nooit met een man hebben gevreeën, besmet is het HPV-virus, dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken. Een gegeven dat we in de ‘gewone&#8217; media niet tegenkomen. Lesbische vrouwen denken dus ten onrechte veilig te zijn wat dit betreft en doen niet allemaal mee aan de screening op baarmoederhalskanker. Een andere, specifieke kwaal is minderheidsstress, waar lesbische vrouwen (en homomannen) meer last van hebben dan andere gestigmatiseerde groepen. Ook zijn zij vaker depressief dan heterovrouwen en hebben meer alcoholproblemen.<br />
De informatie is ingedeeld in voor de hand liggende thematische hoofdstukken als geschiedenis, politiek, sport, cultuur &amp; lifestyle, wetenschap, gezondheid en seks. Aan de lemma&#8217;s gaat een korte, inleidende tekst vooraf. Er is veel aandacht voor verschillende schone kunsten en, anders dan bij de oudere broer, de Homo-encyclopedie van Nederland (2005), voor vrouwen in het hele land. Al ontkomt ook de damesversie niet helemaal aan een Amsterdam-centristische blikvernauwing. In het hoofdstuk Stad &amp; land wordt ‘land&#8217; gedefinieerd als ‘alles buiten Amsterdam&#8217;. Dat ook andere steden meetellen als ‘stad&#8217; bewijst het overzicht van historische gebeurtenissen en subculturele initiatieven in bijvoorbeeld Groningen, Nijmegen en Utrecht, met roemruchte namen als Dikke Trui en de Feeks. De eerste Heksennacht vond plaats in Nijmegen, het eerste vrouwencafé en de eerste vrouwenboekhandel in Nederland (de Heksenketel en Heksenkelder) waren in Utrecht.</p>
<p>Zichtbaarheid<br />
Het historische deel is hier en daar krakkemikkig. We lezen dat er nauwelijks persoonlijke bronnen zijn van vóór de jaren zeventig, maar ook dat voor het lesbische ‘proletariaat&#8217; begin twintigste eeuw de ‘seksualiteitsbeleving&#8217; voorop stond. Dat moet dan uit de bron van eenzaamheid afkomstig zijn?!<br />
De keuze informatie onder te brengen in een inleidende tekst of een lemma is soms onnavolgbaar. Hoewel het register waarschijnlijk uitputtend is, en alles uiteindelijk vindbaar, verwacht je als lezer niet dat ‘bronnen&#8217; een lemma is. Het lemma ‘vrouwen verraden&#8217; bevat belangwekkende informatie over lesbofobe aspecten in de Nederlandse geschiedenis, die best in de inleidende tekst had gemogen. Evelien Eshuis, het eerste openlijk lesbische Tweede Kamerlid, zit verstopt in het lemma ‘out in de politiek&#8217;, maar voormalig burgemeester en minister Ien Dales in het hoofdstuk over levensbeschouwing. Dat komt de lesbische zichtbaarheid niet ten goede, hoewel Dales dat in haar geval misschien niet erg had gevonden.<br />
Terwijl het de makers toch vooral om zichtbaarheid is begonnen. Mirjam Hemker erkent dat lesbische vrouwen verdeeld zijn over de kwestie zichtbaarheid. ‘Het is een voortdurende struggle. Je hebt twee kampen: lesbische vrouwen die voor integratie zijn en opgaan in de grote groep en vrouwen die zeggen: wij zijn helemaal niet hetzelfde, maar heel anders en wij zijn daar trots op. Daar hoor ik bij. Ik wil me profileren als anders, zichtbaar zijn.&#8217;<br />
Dat is met de lesbo-encyclopedie in ieder geval meer dan gelukt. Neuzen in dit naslagwerk is genieten van kennis, kunde en cultuur die lesbische vrouwen hebben voortgebracht en van de creativiteit en humor uit het lesbische heden en verleden: ‘Nee, ik sla níet,&#8217; zegt de sadist van het sm-stel. Maar ook met ongeloof kennis nemen van zaken die aan eigen beleving of herinnering zijn ontsnapt. Zoals het feit dat het COC pas in 1973 Koninklijk werd goedgekeurd en het pantalonverbod voor vrouwen, dat in enkele steden officieel tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw van kracht was.</p>
<p>Zichtbaar of niet: we bestonden en bestaan, want we hebben een eigen canon. Zoveel staat vast.</p>
<p><em>Lesbo-encyclopedie</em>, onder redactie van Mirjam Hemker en Linda Huijsmans, AMBO/Amsterdam, 2009 ISBN 9789026321122, € 34,95</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/politiek/2009/04/02/het-rijke-roze-leven.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leg migranten niet in de watten</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Mar 2009 06:49:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Ahmed El Mesri]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=856</guid>
		<description><![CDATA[ In 2007 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ahmed El Mesri (52), al 25 jaar in een rolstoel, richtte vele organisaties op, helpt gehandicapte migranten en brengt groepen dichter bij elkaar. 
Contrast &#8211; 2009
Hij kan schor bulderen als een imam, maar roept op tot verdraagzaamheid. Hij zoekt het gesprek, maar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p> In 2007 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ahmed El Mesri (52), al 25 jaar in een rolstoel, richtte vele organisaties op, helpt gehandicapte migranten en brengt groepen dichter bij elkaar. <span id="more-856"></span></p>
<h3>Contrast &#8211; 2009</h3>
<p>Hij kan schor bulderen als een imam, maar roept op tot verdraagzaamheid. Hij zoekt het gesprek, maar schuwt de confrontatie over omstreden onderwerpen als homoseksualiteit, eerwraak en handicap niet. ‘Ik houd van taboes&#8217;. Hij richtte vele organisaties op, helpt mensen waar hij kan en organiseert bijeenkomsten om uiteenlopende groepen dichter bij elkaar te brengen. In 2007 werd hij door de koningin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ahmed El Mesri (1957) woont ruim 30 jaar in Nederland en kan sinds hij 25 jaar geleden een auto-ongeluk kreeg niet meer lopen. De handicap zette letterlijk een streep door zijn loopbaan, maar maakte hem tot man met een missie. ‘Liefde voor de medemens gaat voor de familie-eer,&#8217; zegt hij bijvoorbeeld. Een gesprek met een opmerkelijk figuur. <a rel="attachment wp-att-1078" href="http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html/attachment/ahmed-el-mesri"><img class="alignright size-medium wp-image-1078" title="Ahmed el Mesri" src="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2009/03/Ahmed-el-Mesri-300x225.jpg" alt="Ahmed el Mesri" width="300" height="225" /></a></p>
<p>We bezoeken hem op één van de plekken waar hij kantoor houdt: het Amsterdamse Patiënten en Consumenten Platform (APCP). Hij ontvangt en adviseert individuele migranten met een handicap en denkt met de patiëntenorganisatie mee over beleid ter verbetering van hun lot. Dat is het juiste woord, ‘lot&#8217;; ‘positie&#8217; zou nog te rooskleurig klinken. Ahmed El Mesri sprak voorafgaand aan ons onderhoud bijvoorbeeld met een jonge blinde vrouw die zichzelf tien jaar heeft afgezonderd vanwege haar handicap. El Mesri oogt zelf ook kwetsbaar, maar die indruk verdwijnt snel. Zijn benen mogen dan niet doen waar ze voor bedoeld zijn, aan zijn spraakvermogen mankeert niets. ‘In Marokko praat je niet over handicaps, dat is taboe. Mijn familie daar had zeker voor me gezorgd, maar ik had me nauwelijks verder kunnen ontwikkelen. Mijn handicap heeft me in Nederland gehouden. Veel migranten hier behandelen hun familieleden met een beperking niet goed. Ze worden verborgen gehouden, soms zelfs geslagen. Ook roddelen ze over hen of families nemen hun geld af in ruil voor verzorging.&#8217;</p>
<p>Vanuit het APCP en de door El Mesri opgerichte belangenvereniging Onze Hoop komt hij op voor migranten met een handicap of chronische ziekte en hun familie. ‘Je kunt nooit iemand helpen zonder familie. Omdat ikzelf migrant én gehandicapt ben, kan ik de kloof overbruggen. Families komen me iets vragen of voorleggen; ze hebben een gehandicapte zoon, dochter, vrouw of man en geen zorg. Ik vraag hen dat familielid mee te nemen en nodig hen vervolgens uit naar bijeenkomsten te komen, uit hun isolement. Ik heb zeer schrijnende gevallen gezien. Bijvoorbeeld een echtpaar dat al tientallen jaren in Nederland woont en waarvan de man na een herseninfarct twee jaar gehandicapt thuis zat opgesloten. Uit schaamte en om te voorkomen dat zijn omgeving slecht over hem praat. Terwijl zijn vrouw nota bene schoonmaakster is in een ziekenhuis!&#8217;</p>
<p>Zelf heeft Ahmed El Mesri na zijn ongeluk op een afgelegen plaats moeten revalideren. Een moeilijke en eenzame periode. ‘Mijn vrienden vonden me een lastpost. Gastarbeiders kwamen om te werken, niet om gehandicapt te zijn. Ik ontwikkelde een extra zintuig voor afwijzing. Toen ik terugkwam in Amsterdam, hield ik de eerste week de gordijnen dicht. Je moet wilskracht hebben om verder te gaan, proberen je weg te vinden. Achteraf gezien was het een tijd van bezinning, ik ben door die handicap herboren.&#8217; Hij is nu een hardwerkende man met vele bezigheden, waaronder die van tolk/vertaler en van voorzitter van clubs als vriendschapsvereniging Assadaaka. ‘Ik probeer mijn grenzen te verleggen en wil mijn lotgenoten laten zien dat je ook met een handicap veel kunt betekenen. Bij mij heeft het lang geduurd voordat ik zover was, ik had geen mensen om me heen. Dat gun je niemand. Daarom wil ik voor anderen een steunende rol vervullen, om hen sterker te maken.&#8217;</p>
<p>Zamel? Nou en!<br />
Een leven in afhankelijkheid was ook niets voor hem geweest. El Mesri had al vroeg een sterke vrijheidsdrang. Als zestienjarige jongen, zoon in een stedelijk middenklassegezin met zeven kinderen, verliet hij het Marokkaanse Tetouan om iets van de wereld te zien. Hij maakte er kennis met de Westerse cultuur. ‘Mijn vader dreef handel in de Spaanse enclave Ceuta. Ik ging vaak met hem mee en zag daar van alles op de televisie.&#8217; Zijn ouders waren open en liberaal. ‘Mijn moeder was vroedvrouw én begeleidde mensen bij het sterven. Ook mijn vader hielp mensen. Hij was tevens imam, maar deed daar niets mee. In mijn omgeving droegen vrouwen geen sluiers en ze gaven mannen gewoon een hand. Mijn ouders waren gelovig als doorsnee moslims.&#8217;<br />
Ahmed El Mesri moet iets van die sociale en liberale inslag en dat prekerige hebben geërfd. Hij zet zich dagelijks in voor anderen en houdt er een uitgesproken individualistische en liberale mening op na. El Mesri laat zich niet zeggen hoe hij moet leven en ontzegt ook anderen die vrijheid niet. Vrouwen niet, homo&#8217;s niet, niemand. ‘Als mensen zeggen dat homoseksuelen (zamel in het Arabisch) slecht zijn, zeg ik: &#8220;Wat heb jij daarmee te maken, heb respect en laat hen in hun waarde. Het zijn mensen, het zijn ook moslims.&#8221; &#8220;Leer jezelf kennen,&#8221; denk ik dan. Vaak hebben degenen die hard schreeuwen zelf homo-erotische gevoelens.&#8217;<br />
Volgens hem wemelt het in de geschiedenis van mannen met homoseksuele contacten.</p>
<p>Ahmed El Mesri vindt dat kinderen in de opvoeding moeten meekrijgen dat homoseksualiteit gewoon is en slechts één aspect van iemands persoonlijkheid. Om kennis te maken met ‘die andere wereld&#8217; bezocht hij met zijn eigen, volwassen zoon eens een gay bar op het Amsterdamse Rembrandtsplein.<br />
Zijn standpunten worden hem niet altijd in dank afgenomen. El Mesri wordt af en toe bedreigd. Maar een bedreiging doet hem niks, hij is niet bang. Het leven met een handicap heeft hem hard gemaakt, zegt hij. Regelmatig ook hoort hij: ‘Ahmed is homo&#8217;. ‘Al zou het zo zijn, toch zeg ik: &#8220;Nou en?&#8221; Maak je over mij geen zorgen, ik maak me zorgen over júllie. Ik zie bestuurders van andere migrantenorganisaties soms opkomen voor participatie maar afstand nemen van homoseksuelen. Ze krijgen gemeenschapsgeld en moeten naar mijn mening de vrijheden van anderen respecteren. Wij leven in een multicultureel land. Ik ben niet tegen hen, maar vind wel dat ze hier en daar kennis- en informatieachterstand hebben.&#8217; De veroordeling van homoseksualiteit komt naar zijn mening voort uit onwetendheid. Zijn missie is anderen voor te lichten en bewust te maken.<br />
Soms moet je volgens hem provoceren moet om zaken bespreekbaar te maken. Zo organiseerde El Mesri in Amsterdam Oost verschillende debatten over homoseksualiteit, waar honderden mensen op af kwamen. Eén van die bijeenkomsten was tot verontwaardiging van een aantal moslims tijdens de ramadan.</p>
<p>Hangmannen<br />
Zet Ahmed El Mesri middenin een bont gezelschap van allochtone en autochtone buurtgenoten, mannen en vrouwen met verschillende religies en culturen en hij is in zijn element. Hij wil méngen, categoraal werken is hem een gruwel. ‘Apart zitten als migranten bevordert de participatie niet, het belemmert die eerder. Je moet migranten ook niet in de watten leggen. We moeten niet denken dat we meer rechten hebben dan anderen.&#8217; Deze mening brengt hem geregeld in conflict met het establishment van het gesubsidieerde migrantenwerk. Symbolisch is het verschil van mening dat hij in het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg had over schotelantennes. ‘Schotels verhinderen goed nabuurschap, ze kweken vreemdelingenhaat. Vanuit Assadaaka vond ik dat de schotels weg mochten, op voorwaarde dat er een alternatieve oplossing kwam, zoals een gemeenschappelijke antenne op het dak. Mensen denken dan dat ik tegen ze ben. Migrantenorganisaties gingen zelfs handtekeningen tegen me verzamelen. Maar we deden onderzoek in de buurt en veel migranten bleken dat alternatief op het dak zelf te willen.&#8217;<br />
Ik vind dat de manier waarop medewerkers van welzijnsorganisaties soms werken mensen op hun plek houdt in plaats van vooruit helpt. Assadaaka geeft bijvoorbeeld computerlessen om vrouwen uit hun isolement te halen. De welzijnsinstelling heeft mannen de ruimte naast hen gegeven. Die mannen blijken er vooral te zijn om de vrouwen te bekritiseren (‘alle vrouwen die meedoen zijn hoeren&#8217;), maar worden niet verwijderd. De vrouwen komen dan niet meer. De hangmannen vormen tegenkrachten en belemmeren de emancipatie van vrouwen. Zelfs bekende bestuurders van migrantenorganisaties maken zich daaraan schuldig.&#8217; Zij vormen volgens El Mesri echter een kleine groep. ‘De doelgroep van vrouwen staat wel open voor veranderingen.&#8217;<br />
Hij is niet overal een graag geziene gast. Wat dat betreft deed het lintje van de koningin, dat hem door burgemeester Job Cohen werd opgespeld, hem goed. Het was een blijk van erkenning. Ook geniet hij vertrouwen van de mensen die hij bijstaat en de vele organisaties waar hij mee samenwerkt. Maar geliefd of niet, El Mesri blijft strijdlustig. ‘Ik kan niet vechten of wegrennen, maar ze krijgen me niet klein. Mensen mogen me uitschelden, ik kan tegen een stootje. Als ze me iets zouden aandoen, zijn ze laf. Met mij kun je alleen praten.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/03/30/leg-migranten-niet-in-de-watten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eindejaarsoffensief inburgering Amsterdam</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2008/12/15/eindejaarsoffensief-inburgering-amsterdam.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2008/12/15/eindejaarsoffensief-inburgering-amsterdam.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Dec 2008 11:12:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Inburgering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=791</guid>
		<description><![CDATA[Amsterdam wil op de valreep van 2008 enkele duizenden inburgeraars in cursussen plaatsen. ‘Een paniekactie,&#8217; zegt een van de taalaanbieders. De gemeente wil met dit eindejaarsoffensief voorkomen dat de overheid haar gaat korten op de rijksbijdrage voor inburgering en dat aanbieders van taallessen claims indienen wegens het uitblijven van cursisten.
Veel van de oorspronkelijk 38 taal- en cursusaanbieders in de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Amsterdam wil op de valreep van 2008 enkele duizenden inburgeraars in cursussen plaatsen. ‘Een paniekactie,&#8217; zegt een van de taalaanbieders. <span id="more-791"></span>De gemeente wil met dit eindejaarsoffensief voorkomen dat de overheid haar gaat korten op de rijksbijdrage voor inburgering en dat aanbieders van taallessen claims indienen wegens het uitblijven van cursisten.</p>
<p>Veel van de oorspronkelijk 38 taal- en cursusaanbieders in de hoofdstad kampen met lege schoolbankjes en omzetverlies; een enkeling is al failliet gegaan. Van de beoogde 15000 cursisten per jaar, waren er in Amsterdam in november nog geen 5000 begonnen. Totaal onverwacht organiseert de Dienst Werk en Inkomen (DWI) de laatste weken van het jaar op verschillende locaties in de stad beurzen om vraag en aanbod van inburgering samen te brengen. Aanbieders kregen op 5 december een uitnodiging om daar drie dagen later aanwezig te zijn. Ook de klanten ontvingen pas eind vorige week een oproep zich te komen inschrijven bij een cursusbureau. ‘Wij hebben 2500 mensen uitgenodigd die al een tijd op inburgering zitten te wachten. Een beetje laat ja, maar kom op, laten we onze schouders eronder zetten,&#8217; zegt Carmen Westra, woordvoerder van DWI Amsterdam.<br />
Bij DWI vestiging Nieuw West hebben vijftien aanbieders zich gemeld, ondanks de korte termijn. Zij zitten met een of meerdere mensen in een in kerstsfeer ingericht zaaltje te wachten op cursisten, de meeste tevergeefs. Slechts af en toe druppelt er een cursist binnen, begeleid door een klantmanager van DWI, die de match met een van de aanbieders heeft voorbereid. ‘Wij zitten hier nu drie dagen en hebben zes cursisten gekregen,&#8217; zegt Hasibe Karaarslan van Helpdesk, een van de commerciële aanbieders. ‘De timing is ongelukkig, mede omdat het deze week Offerfeest was.&#8217;<br />
Alleen bij de tafel van het ROC Amsterdam is het redelijk druk. Vóórdat de inburgering werd aanbesteed, kwamen vrijwel alle inburgeraars terecht bij deze grote onderwijsinstelling. Rik Sinkeldam van BOTC, een aanbieder van cursussen op verschillende niveaus, heeft gezien dat er een kattebelletje naar de klantmanagers is gegaan dat ‘alle analfabeten naar ROC Amsterdam moesten&#8217;. Van eerlijke concurrentie is volgens hem geen sprake.<br />
Dat het haastwerk is, blijkt uit het feit dat tientallen kandidaten zijn opgeroepen die bij aankomst al een cursus bleken te volgen. Sinkeldam: ‘Dinsdag kwamen zeventig van de honderd opgeroepen inburgeraars opdagen. Van hen bleken er veertig al geplaatst te zijn bij een cursus of te zijn begonnen. Bij mij zijn deze week zeven mensen langs geweest, waarvan drie nieuwe cursisten. De anderen zaten al bij ons.&#8217; Een van de redenen is dat DWI nog geen toegang heeft tot het cliëntvolgsysteem van de Dienst Maatschappelijke Ondersteuning, waar de inburgering in Amsterdam onder valt. De ICT-problemen, die al langer bekend zijn, hebben het stadsbestuur en de uitvoerende diensten er niet van weerhouden deze eindspurt in te zetten. ‘Als je ‘versnelt&#8217; gebeuren dit soort dingen,&#8217; aldus Westra van DWI Amsterdam gelaten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2008/12/15/eindejaarsoffensief-inburgering-amsterdam.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een in Nederland geboren en getogen ‘vreemdeling’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Dec 2008 07:55:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA['vreemdeling']]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=758</guid>
		<description><![CDATA[Mobiel, 2008
De dertienjarige Meral woont in een Amsterdams pleeggezin sinds ze een baby van tien maanden was. Haar Turkse moeder was zeventien en ongehuwd toen ze Meral kreeg en niet in staat om voor haar te zorgen. Zij liet als achttienjarige na een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen, waardoor ook de toen eenjarige Meral ‘illegaal&#8217; [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Mobiel, 2008</h3>
<p>De dertienjarige Meral woont in een Amsterdams pleeggezin sinds ze een baby van tien maanden was. Haar Turkse moeder was zeventien en ongehuwd toen ze Meral kreeg en niet in staat om voor haar te zorgen. Zij liet als achttienjarige na een zelfstandige verblijfsvergunning aan te vragen, waardoor ook de toen eenjarige Meral ‘illegaal&#8217; werd. Merals pleegmoeder Ellen is een Arubaanse Nederlandse die af en toe naar Aruba gaat voor familiebezoek, mét haar pleegdochter. Dat valt niet mee.&#8221;Moeder was in het begin nog in beeld, dus we konden met haar handtekening vrij gemakkelijk een paspoort krijgen,&#8221; vertelt Ellen. &#8220;Toen Meral twee was, trouwde haar moeder met een Turkse man. Het was een schijnhuwelijk, maar Meral kreeg zíjn achternaam.&#8221; Bovendien pakte hij de paspoorten van Meral en haar moeder af en gaf die nooit meer terug. Voor een nieuw paspoort kon Ellen niet bij de gemeente terecht. &#8220;Meral was juridisch een Turks kind zonder verblijfsvergunning. Haar moeder was inmiddels spoorloos verdwenen, dus ging ik met Meral naar het Turkse consulaat. Pleegzorg kende én erkende het consulaat echter niet: men eiste een handtekening van Merals moeder.&#8221; Uiteindelijk lukte het een paspoort te krijgen, maar met de achternaam van moeders, achteraf gezien tijdelijke, echtgenoot.</p>
<p>Eind jaren negentig speelde de kwestie van een strengere Vreemdelingenwet. Ook ‘illegale&#8217; minderjarigen dreigden te worden uitgezet. Ellen moest een verblijfsvergunning voor Meral zien te krijgen en ook dat bleek niet eenvoudig. Pas toen ze op een beambte van de Vreemdelingenpolitie stuitte die de situatie ‘te gek voor woorden&#8217; vond, kreeg Meral een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Die wordt tot op de dag van vandaag elke vijf jaar verlengd. Op de verblijfspas staat echter de eigen naam van Merals moeder, zoals die bekend was bij het bevolkingsregister. Dat geeft problemen. &#8220;Op Merals paspoort staat haar ene achternaam, op de verblijfsvergunning de andere. Elke keer als we de douane passeren, worden we apart genomen. Bij een terugreis vanaf Aruba moesten we een keer overstappen in de VS. Ik werd verplicht voor Meral ter plekke een visum aan te vragen, alleen voor de transfer! Naar Turkije durf ik niet te gaan. Daar komen we, denk ik, wel samen ín maar niet meer uit.&#8221;</p>
<p>Verstekeling<br />
Ellen had graag gezien dat Bureau Jeugdzorg, dat het gezag heeft, voor Meral het Nederlandse staatsburgerschap aanvroeg. De gezinsvoogd onderzocht het en deelde mee dat Meral daarmee moet wachten tot ze achttien is. Ellen laat de zaak verder rusten. Navraag bij een vreemdelingenadvocaat leert dat het inderdaad bijzonder moeilijk is naturalisatie aan te vragen. &#8220;Op haar achttiende is dat eenvoudiger.&#8221; De man wiens achternaam Meral draagt, is hertrouwd en heeft eigen kinderen. Dat een in Nederland geboren en getogen puber nog altijd als een verstekeling uit de rij wordt gehaald, is schrijnend.</p>
<p>Bij de gemeente Amsterdam zijn meer situaties bekend van pleegkinderen met een andere nationaliteit. &#8220;De Wet op het Nederlanderschap biedt wel mogelijkheden voor naturalisatie,&#8221; zegt José Guit, juridisch adviseur bij de Amsterdamse Dienst Persoons- en Geo-informatie. &#8220;Voor bijzondere gevallen is er een vangnetartikel, op grond waarvan bijvoorbeeld prinses Máxima is genaturaliseerd. Dit artikel bevat ook naturalisatie om humanitaire redenen, waar pleegkinderen onder kunnen vallen. Maar de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) beslist over naturalisatieverzoeken, de gemeente kan alleen adviseren.&#8221;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/12/01/een-in-nederland-geboren-en-getogen-%e2%80%98vreemdeling%e2%80%99.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Talenten in bloei</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/11/18/talenten-in-bloei.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/11/18/talenten-in-bloei.html#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Nov 2008 13:51:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[allochtone intermediairs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=653</guid>
		<description><![CDATA[talenten-in-bloei
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2008/11/talenten-in-bloei4.doc" target="_blank">talenten-in-bloei</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/11/18/talenten-in-bloei.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tips over diversiteit bij de rijksoverheid</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/11/07/diversiteit-bij-de-rijksoverheid.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/11/07/diversiteit-bij-de-rijksoverheid.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 07 Nov 2008 10:07:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=612</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;Onze mensen van het rijk zijn ook jullie mensen, dát moet de boodschap zijn.&#8217; 
Special PM, 2008
Als veertienjarige wist Wierish Ramsoekh al dat hij diplomaat wilde worden. Hij studeerde Internationale Betrekkingen en Hogere Europese Studies, liep stage bij de Europese Unie en kwam op het ministerie voor Buitenlandse Zaken terecht. ‘Het was mijn eerste en enige [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&#8216;Onze mensen van het rijk zijn ook jullie mensen, dát moet de boodschap zijn.&#8217; <span id="more-612"></span></p>
<h3>Special PM, 2008</h3>
<p style="text-align: left;">Als veertienjarige wist <strong>Wierish Ramsoekh</strong> al dat hij diplomaat wilde worden. Hij studeerde Internationale Betrekkingen en Hogere Europese Studies, liep stage bij de Europese Unie en kwam op het ministerie voor Buitenlandse Zaken terecht. ‘Het was mijn eerste en enige sollicitatie. Ik werk hier negentien jaar,&#8217; zegt Wierish, nu plaatsvervangend hoofd Zuid-Azië. Hij doet elke vier jaar een andere job, BuZa heeft mobiliteit van z&#8217;n medewerkers van oudsher ingebouwd. Werken bij BuZa heeft zijn hart en hij heeft al veel van de wereld gezien. ‘Ik heb een rijk leven.&#8217;<br />
In 1989 was hij een van de weinige allochtone beleidsmedewerkers bij de rijksoverheid. De nieuwe aanwas vindt hij een positieve trend. Maar aan doorstroom naar de hoogste functies ontbreekt het naar zijn mening nog. ‘Ik hoor nog te vaak dat talentvolle allochtone medewerkers op een glazen plafond stuiten. Volgens deskundigen komt dit door informele mechanismen, bijvoorbeeld wanneer het management in de hoogste regionen vooral eigen klonen aanstelt. Het zou sensitiever moeten zijn voor gelijke kansen voor iedereen. Allochtone medewerkers moeten zich op hun beurt breed ontwikkelen en meer netwerken, zoals vrouwen dat met succes hebben gedaan. De oprichting van een Multicultureel Netwerk Rijksambtenaren is een goed voorbeeld van de tricks of the trade die we nodig hebben.&#8217;</p>
<p>Het beeld dat bij de overheid alleen grijze mannen van vijftig werken, dat in <strong>Birgül Özmens</strong><br />
omgeving leeft, bleek niet te kloppen. ‘Er zijn veel maatschappelijk betrokken mensen. Hier en daar is het best flitsend,&#8217; zegt Birgül Özmen, twee jaar geleden als Rijkstrainee gestart en nu ingestroomd bij Binnenlandse Zaken. Zij houdt zich onder andere bezig met de coördinatie van werkervaringsplaatsen voor hoogopgeleide vluchtelingen bij het Rijk (KansRijke Start) en het diversiteitsbeleid van de sector Rijk. ‘Bij campagnes om multicultureel talent te werven is het handig dat je zelf bekend bent in allochtone kringen. Je weet hoe je mensen kunt interesseren.&#8217;<br />
Diversiteitsbeleid is nodig om achterstanden weg te werken en daarbij gaat het niet alleen om aantallen. ‘Managers moeten ook rekening houden met het feit dat de ene persoon bijvoorbeeld minder schreeuwerig is dan de andere. Hij is daardoor niet minder geschikt voor een functie. Ik hoop dat de nadruk op culturele verschillen in de toekomst overbodig is. Tussen autochtonen onderling bestaan toch net zoveel verschillen?&#8217;<br />
Birgül heeft tot nu toe zelf weinig obstakels op haar weg gevonden. ‘Ik heb hier veel mogelijkheden me verder te ontwikkelen en beschik over een enorm netwerk. Je moet het natuurlijk allemaal zelf doen, maar de kansen zijn er.&#8217;</p>
<p>Vertrouwen winnen en vooroordelen uit de weg ruimen. Dat is de rode draad in het verhaal van <strong>Mokhtar Boujemaoui</strong>, jurist en sinds 1995 in verschillende functies werkzaam bij Rijkswaterstaat. ‘Ik heb veel geïnvesteerd in het leren kennen van de cultuur van Rijkswaterstaat. Op een gegeven moment constateer je dat allochtoon talent niet altijd wordt (h)erkend. Mensen zitten al snel in een hokje, waar ze maar moeilijk uit komen.&#8217;<br />
Hoewel Mokhtar al die jaren zeer tevreden is geweest over zijn baan en werkgever, ziet hij wel een verspilling van menselijk kapitaal. ‘Waarom lukt het multiculturele talenten niet te groeien en op te klimmen binnen een grote organisatie als Rijkswaterstaat?&#8217; Mokhtar probeert deze vraag vanuit zijn huidige functie als adviseur diversiteit te tackelen. ‘Ik deel mijn kennis over de organisatie met nieuwe medewerkers met verschillende culturele achtergrond en probeer mijn collega-manager bewust te maken van het nut en de noodzaak van een divers personeelbestand en brede werving. Via het project KansRijke Start haalde ik onlangs drie hoogopgeleide vluchtelingen naar Rijkswaterstaat. Ik ben een gelukkig mens als ik meer vrouwen, vluchtelingen en allochtonen aan de overheid kan binden.&#8217;<br />
‘Mijn advies? Sta open voor elkaar, probeer wederzijds vertrouwen op te bouwen, bespreek vooroordelen en probeer ze te overwinnen.&#8217;</p>
<p>Tijdens zijn studie Nederlands recht liep <strong>Yasin Keskin</strong> stage op een advocatenkantoor en ontdekte al snel dat die werkkring niet bij hem past. ‘Ik denk liever aan het algemeen belang dan aan snel geld verdienen.&#8217; Yasin Keskin richtte zijn blik op de landelijke overheid. Na zijn (cum laude) afstuderen als jurist in 2006, werkte hij eerst als medewerker van Fatma Koşer Kaya, Tweede Kamerlid voor D66 en later bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Dit jaar meldde hij zich &#8211; met 1600 anderen &#8211; aan voor toelating tot het Rijkstraineeprogramma. Na vijf rondes was hij ‘door&#8217; (‘16% van de aangenomen 159 trainees is multicultureel,&#8217; vertelt hij trots) en begon op 1 september bij de Directie Vastgoed van het ministerie van Financiën. ‘Ik breng in kaart welke middelen gemoeid zijn met de omvorming van het Programma Monumenten. Doel is het beheer en onderhoud van de 350 rijksmonumenten te vereenvoudigen.&#8217; Door deze opdracht zit hij de helft van de tijd op het ministerie van VROM.<br />
Op wat onnodige interne bureaucratie na, zijn Yasins ervaringen bij de rijksoverheid positief. Hij wil zijn loopbaan hier vervolgen, als jurist of beleidsmedewerker, dat is hem om het even.<br />
Zijn tip voor autochtone collega&#8217;s: ‘netwerk ook met mensen met een andere achtergrond.&#8217;</p>
<p>‘In de 750 functies vanaf schaal 15 bij de Algemene Bestuursdienst zitten vier medewerkers met een biculturele achtergrond. In het regeerakkoord is afgesproken dat er in de subtop (tot schaal 15) vijftig allochtone medewerkers bijkomen,&#8217; zegt <strong>Daan Pieplenbosch</strong>. Hij is senior HRM-adviseur bij Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en een van de oprichters van het Multicultureel Netwerk Rijksambtenaren. Dat groeide in korte tijd uit tot een gezelschap van 165 allochtone ambtenaren met een HBO- of academische opleiding. ‘Dat er onvoldoende gekwalificeerde kandidaten zouden zijn om vacatures in hogere functies te vervullen, kan dus niet de verklaring zijn voor hun ondervertegenwoordiging.&#8217;<br />
Pieplenbosch vindt diversiteit belangrijk om het vertrouwen van álle burgers te winnen. ‘Onze mensen van het rijk zijn ook jullie mensen, dát moet de boodschap zijn. Ambtenaren moeten begrijpen wat er in de samenleving leeft.&#8217; Hij begon als achttienjarige bij de Koninklijke marine (‘Daar waren, door de koloniale geschiedenis, veel Indische jongens zoals ik.&#8217;) en is altijd in dienst van de rijksoverheid gebleven. ‘Van iets anders is het nooit gekomen.&#8217;<br />
Uiteindelijk zal het ambtenarenkorps een getrouwe afspiegeling van de bevolking vormen, verwacht hij: ‘Divers personeel is door de vergrijzing ook pure economische noodzaak.&#8217;<br />
Tip: ‘Organiseer geen werklunches tijdens de ramadan.&#8217;</p>
<p><strong>Loubna Zarrou</strong> is IT-auditor bij de Rijksauditdienst. Een afwisselende baan, met werkzaamheden op verschillende ministeries. Voordat ze vier jaar geleden rijksambtenaar werd, was Loubna IT-consultant in een academisch ziekenhuis. De vergelijking met werken bij de overheid valt positief voor de laatste uit: ‘Specialisten in een ziekenhuis zien je niet gauw als deskundige, terwijl ik in m&#8217;n huidige functie juist wordt ingevlogen als deskundige.&#8217; Ze kan doorgroeien van junior tot senior auditor en manager. Loopbaankansen die ze zeker zal benutten: ‘Ik wil me blijven ontwikkelen.&#8217;<br />
Loubna heeft positieve ervaringen met diversiteitbeleid. ‘Auditor is een typisch mannenberoep, maar bij ons is het een mengelmoesje. Ook liet Financiën, waar de Rijksauditdienst onder valt, onderzoek doen naar instroom, behoud en doorstroom van allochtone medewerkers. In 2007 vond een managementbijeenkomst plaats over culturele diversiteit op de werkvloer, interculturele communicatie en divers samengestelde teams. Ruim zestig leidinggevenden namen deel, waaronder de secretaris-generaal en zijn plaatsvervanger. Ik zat in een panel als ervaringsdeskundige. Er is bereidheid om diversiteit verder uit te bouwen. Nu ben ik een open en positief ingesteld iemand. Ik ben een Marokkaanse moslima en als mensen oprechte belangstelling hebben, wil ik overal over praten.<br />
Mijn tip: wees open voor verschillende culturen, dan komen we een heel eind met elkaar.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/11/07/diversiteit-bij-de-rijksoverheid.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Nieuwsbrief Helpdesk Allochtonen 6</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/09/13/nieuwsbrief-helpdesk-allochtonen-6.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/09/13/nieuwsbrief-helpdesk-allochtonen-6.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 13 Sep 2008 11:37:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid en sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Multicultureel talent]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=404</guid>
		<description><![CDATA[nieuwsbrief-helpdesk-allochtonen-6
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2008/09/nieuwsbrief-helpdesk-allochtonen-66.pdf">nieuwsbrief-helpdesk-allochtonen-6</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/arbeid-en-sociale-zekerheid/2008/09/13/nieuwsbrief-helpdesk-allochtonen-6.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Inburgeringscursus als exportartikel</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeringscursus-als-exportartikel.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeringscursus-als-exportartikel.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:19:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Diversiteit]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Inburgering]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=256</guid>
		<description><![CDATA[Het Parool &#8211; 2003
Het kabinet wil dat de inburgering van migranten die naar Nederland komen voor gezinsvorming, begint in het land van herkomst. Volgend jaar wordt dat wettelijk verplicht. Instituut Oranje loopt daarop vooruit en opent binnenkort haar deuren in het Marokkaanse Rifgebied. Initiatiefnemers Hammadi Ajmidar en Maryann Jongens gaan kandidaat-Amsterdammers vanaf maart 2004 Nederlandse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het Parool &#8211; 2003</p>
<p>Het kabinet wil dat de inburgering van migranten die naar Nederland komen voor gezinsvorming, begint in het land van herkomst. Volgend jaar wordt dat wettelijk verplicht. Instituut Oranje loopt daarop vooruit en opent binnenkort haar deuren in het Marokkaanse Rifgebied. Initiatiefnemers Hammadi Ajmidar en Maryann Jongens gaan kandidaat-Amsterdammers vanaf maart 2004 Nederlandse taal en cultuur onderwijzen. ‘Wij zijn de eerste commerciële aanbieder op locatie.&#8217;</p>
<p>Zij ergeren zich aan recente uitlatingen van wethouder Oudkerk en anderen over het op eigen kosten inburgeren. ‘Mensen zouden het niet kunnen betalen. Zij steken zich in de schulden en zouden het juiste instituut niet kunnen kiezen. De betutteling van die groep moet eens afgelopen zijn,&#8217; zeggen Hammadi Ajmidar, Marokkaan van origine en zijn Nederlandse compagnon Maryann Jongens. ‘Je neemt mensen juist serieus als ze voor hun taalles moeten betalen.&#8217;<br />
Nieuwkomers moeten nu ‘op inburgering&#8217; bij een ROC. Dat kost de overheid € 6000 per persoon. Instituut Oranje gaat het voor ongeveer € 4000 doen. ‘De overheid betaalt 70% van de kosten terug van het in Nederland met goed gevolg af te leggen inburgeringsexamen. In Marokko zijn de kosten voor eigen rekening.&#8217; Hammadi Ajmidar: ‘Migranten zijn vaak ondernemend, zij hebben wat in hun mars én hebben de drive om te gaan. Zij zullen daarom wat over hebben voor hun emigratie.&#8217;<br />
Hoewel ze zijn bedenkingen van tafel vegen willen Ajmidar en Jongens graag met wethouder Rob Oudkerk samenwerken. Zij hopen de Marokkanen die hun (liefdes)pijlen op Amsterdam richten te verwelkomen als eerste pupillen van Instituut Oranje.</p>
<p>Het plan om zelf inburgeringslessen aan te bieden ontstond een klein jaar geleden. De Algemene Rekenkamer bracht een zeer kritisch rapport uit over de resultaten van de inburgering van nieuwkomers. Er waren veel uitvallers en slechts 40% van de mensen spraken na de cursus voldoende Nederlands om zelfredzaam te zijn. 10% van de nieuwkomers kon door naar een opleiding of de arbeidsmarkt. ‘Analfabeten, hoog- en laagopgeleiden zitten bij het ROC in dezelfde groepen,&#8217; schampert Maryann Jongens, ‘zodat ze na maanden nog geen woord Nederlands spreken. Bij commerciële instituten kunnen mensen al na twintig uur les een beetje uit de voeten. Marokkanen worden te stom gevonden, maar ik zou in een groep van 25 ook geen taal kunnen leren.&#8217;<br />
In regeringsverklaring en troonrede kondigde Balkenende II de inburgering nieuwe stijl aan. Eén van de elementen in de nieuwe Wet op de inburgering die volgend jaar wordt verwacht is dat het inburgeren begint in het land van herkomst. Daar zal de Nederlandse ambassade toetsen of men voldoende weet van de Nederlandse taal en samenleving. Vervolgens mag men zich hier voorbereiden op het inburgeringsexamen dat uiteindelijk toegang tot Nederland verschaft. Het kabinet spreekt mensen graag aan op hun eigen verantwoordelijkheid, dus moeten de inburgeraars zelf betalen. Ze zijn vrij om te kiezen wie hen de Hollandse beginselen bijbrengt, de gedwongen winkelnering bij het ROC is binnenkort voorbij.<br />
Instituut Oranje is, wat Marokko betreft, de eerste die in dat gat op de markt springt. In de naam komen de koningin, het Nederlands elftal en de Noord Afrikaanse sinasappel samen. ‘Wij gaan het helemaal anders doen, beter ook,&#8217; zegt Maryann Jongens. ‘Hoog- en laagopgeleiden komen in aparte groepen van hooguit 15 mensen. Ook maken we onderscheid tussen vermoedelijke toekomstige opvoeders en werkers. We bieden 320 uur taal en cultuur aan in Marokko en 280 uur in Nederland, om in de praktijk te kunnen oefenen. Mensen die het sneller kunnen, nemen minder uren af. We voegen in Nederland geen groepen samen, Marokkanen met Turken bijvoorbeeld, zodat we het lesmateriaal zoveel mogelijk kunnen laten aansluiten bij de taal of talen die mensen al beheersen. In het Arabisch heb je bijvoorbeeld geen voornaamwoorden. En de p kent men daar ook niet. Daar houd je allemaal rekening mee.&#8217;<br />
En de cultuur, gaan mensen leren dat het uitschelden van joden en homoseksuelen strafbaar is in Nederland? ‘We bieden modules maatschappijoriëntatie aan met staatsinrichting, de grondwet, de scheiding van kerk en staat, emancipatie, het onderwijs en de arbeidsmarkt. We willen ook aandacht besteden aan hoe migranten in Nederland leven. Docenten gaan vertellen hoe ze zelf wonen. Men moet een reëel beeld krijgen van Nederland, niemand moet de illusie hebben dat je meteen rijk bent als je hier aankomt.&#8217;</p>
<p>Jongens is docent en woonde jarenlang op Curaçao. Ze had er een taleninstituut en verzorgde onder andere Nederlandse taallessen voor Latijns Amerikanen. Ajmidar is momenteel directeur van een Rotterdamse stichting die zorgt voor de inburgering van migranten die al langer in Nederland zijn, de zogenoemde oudkomers. ‘We zetten alleen docenten in met een Marokkaanse achtergrond. Om daar als docent geaccepteerd te worden en mogelijke drempels weg te nemen, is het een pluspunt zelf Marokkaan te zijn.&#8217; De leerkrachten vliegt Instituut Oranje vanuit Nederland in. Zij worden tijdelijk gehuisvest in Nador, Al-Hoceima en Tanger, de drie plaatsen waar de eerste 100 mensen over enkele maanden kennis kunnen maken met de Nederlandse taal en cultuur.</p>
<p>Huwelijksmarkt<br />
Is inburgeren in Marokko een manier voor de overheid om te selecteren aan de poort? ‘Misschien wel,&#8217; lacht Hammadi. ‘Toen mijn vader hier als gastarbeider kwam werden Marokkanen geselecteerd op onderontwikkeling. Ze moesten immers ongeschoold werk doen en mochten niet gaan mopperen. Nu moeten ze juist iets meer kunnen.&#8217;<br />
Ook vrouwen die van hun familie of toekomstige echtgenoot niet altijd onderwijs mogen volgen, moeten naar Nederlandse les om door het inburgeringsexamen te komen. ‘Dat is positief aan de inburgering nieuwe stijl,&#8217; vindt Maryann Jongens. ‘De overheid bevordert hiermee de emancipatie, die zorgt dat er in de toekomst minder problemen zijn.&#8217;<br />
Hammadi Ajmidar verwacht zelfs een verschuiving op de huwelijksmarkt. ‘Een belangrijk deel van de Marokkaanse jongeren luistert nog naar de ouders wat het zoeken van een huwelijkspartner betreft. Het naar hier halen van een onontwikkelde, onderdanige bruid uit Marokko zal minder worden. En dat is ook de bedoeling. Het schiet anders niet op met de Marokkanen in Nederland. Er zijn genoeg geslaagde Marokkaanse professionals die willen meedoen. We zien er alleen zo weinig van. Als de overheid de immigratie beter had gemanaged was het nu anders geweest.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/inburgeringscursus-als-exportartikel.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
