<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Annemiek Onstenk, journalist &#187; Cliënten psychiatrie</title>
	<atom:link href="http://www.annemiekonstenk.nl/category/publicaties/clienten-psychiatrie/feed" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.annemiekonstenk.nl</link>
	<description>tekst, redactie en research</description>
	<lastBuildDate>Thu, 02 Sep 2010 15:08:48 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>&#8220;Nina gaat met sprongen vooruit.&#8221;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Aug 2010 13:56:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[gezinshuis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1550</guid>
		<description><![CDATA[In Driehuizen wonen kinderen met  complexe problematiek  in klein gezinsverband in een gewone wijk,  gaan naar een passende school en krijgen ondersteunende therapie. In Amsterdam  zijn inmiddels acht Driehuizen.
Dit artikel verschijnt in Jeugd en Co, nummer 6
Driehuis is een nieuwe voorziening  in Amsterdam, waarin  Spirit samenwerkt met het Altra College [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In Driehuizen wonen kinderen met  complexe problematiek  in klein gezinsverband in een gewone wijk,  gaan naar een passende school en krijgen ondersteunende therapie. In Amsterdam  zijn inmiddels acht Driehuizen.<span id="more-1550"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Dit artikel verschijnt in Jeugd en Co, nummer 6</strong></p>
<p>Driehuis is een nieuwe voorziening  in Amsterdam, waarin  Spirit samenwerkt met het Altra College (speciaal onderwijs) en de Bascule (kinder- en jeugdpsychiatrie). Een Driehuisgezin bestaat uit een Driehuisouder en eventuele partner, een kind beneden en een jongere boven de twaalf. De Driehuisouder is in dienst van Spirit en wordt aangesteld voor drie jaar. Zij/hij moet een Hbo-denkniveau hebben, pedagogisch inzicht, zelfoplossend vermogen en het liefst ook ervaring met specifieke behandelprogramma’s. Ook moeten Driehuisouders goed kunnen samenwerken.</p>
<p>Er zijn nu acht Driehuisgezinnen, allemaal in nieuwbouwwijk IJburg. Het negende gezin is op komst; het moeten er dertig worden.</p>
<p>Driehuis onderscheidt zich van andere gezinshuizen door de kleinschaligheid, langdurige plaatsing en beperking tot de moeilijkste kinderen. Wij bezochten de Driehuisgenoten Claudia (36), Nina (17) en Marcel (11).</p>
<p>Ons Driehuisgezin woont in een rijtjeshuis in een nieuwerwets Amsterdams hofje op stadseiland IJburg. Nina zit in de huiskamer aan tafel te schilderen. Ze is geslaagd voor het vmbo en heeft al vakantie. Driehuisouder Claudia laat ons de tuin en benedenverdieping zien. Op de wc en langs de trap naar boven hangen kleurige schilderijen en tekeningen van Nina. Zij zal “absoluut niet” met ons willen praten, zo verwachtte Claudia van tevoren. Marcel, de jongste huisgenoot, was wel bereid. Hij is autistisch, daarom heeft Claudia de komst van de journalist goed met hem voorbereid. Maar als het zover is, is Marcel nog met het leerlingenvervoer onderweg van school naar huis. Een file.</p>
<p>“Marcel was negen toen we hier in juni 2008 kwamen wonen”, vertelt Claudia, voorheen journalist. “Hij was al twaalf keer verhuisd, moest elke keer opnieuw beginnen en vertrouwde niemand meer”. Marcel had en heeft verschillende gedragsproblemen. Zo moest hij de eerste tijd nog goed leren luisteren. Een opvoedtrainer van de Bascule kwam langs en leerde Claudia met rollenspel om duidelijk te zijn en in te spelen op Marcels specifieke gedrag en behoeften. Voor Marcel staat ‘luisteren’ handzaam uitgeschreven op een flap, die Claudia laat zien. “Het papier hangt nu aan de binnenkant van de deur, zo goed gaat het”.</p>
<p>Ook andere problemen worden, in volgorde van urgentie, aangepakt. Marcel kan grof in de mond zijn, schelden (“Dan roept hij ‘stinkende kuthoer’”, zegt Claudia), dreigen het huis in de fik te steken en haar dood te maken. Claudia: “Maar als hij ondergewicht heeft, krijgt dat prioriteit, de verbale agressie kan wachten”.</p>
<p>Het gaat bij Driehuis om kinderen met complexe problematiek die niet meer in een leefgroep of (therapeutisch) pleeggezin kunnen wonen. Willemijn van Vlerken, therapeut bij de Bascule, geeft alle aanstaande Driehuisouders een introductiecursus opvoeden, aan de hand van de uit de VS afkomstige methodiek pmto (parent management training Oregon). Zijn ze eenmaal begonnen, dan neemt een collega van de Bascule de opvoedbegeleiding op zich. Van Vlerken: “De opvoeding in Driehuizen is gericht op behandeling en ontwikkeling van de kinderen. Wij geven de opvoedouders handvatten om met moeilijk gedrag van de kinderen om te gaan en dat te verbeteren”.</p>
<p>Het Driehuisouderschap is een baan voor dag en nacht. Naast de begeleiding door de Bascule, ondersteunen Driehuisouders elkaar. De gezinnen wonen in clusters van drie bij elkaar. De ouders vormen een team en vangen elkaars kinderen op als ze een time out nodig hebben.</p>
<p>Nina groeide op in een netwerkpleeggezin, dat niet meer voor haar kon zorgen. Voordat ze bij Claudia kwam, verbleef ze in een groepshuis van Beter met Thuis, waar maximaal acht kinderen wonen. Het verschil met Driehuis is groot. Nina: “Bij Beter met Thuis is er elke dag een programma: huiswerk maken als je thuiskomt, rustmomenten, op tijd naar bed, een vaste dag in de week wasdag, zeggen wanneer je naar buiten gaat, etc. Dat is hier allemaal niet. Claudia wil wel graag weten waar ik ben, maar verder ben ik vrij. Als het nodig is, kan ik elke dag m’n kleren wassen”.</p>
<p>Nina ontpopt zich als gedreven vertegenwoordiger van Driehuis. Ze is heel positief over haar tijdelijke ouder. “Claudia luistert goed, begrijpt alles goed en ze is niet zo heel oud. Ze weet wat er in mij en Marcel omgaat. Als ik kijk naar andere Driehuisouders, vind ik haar de beste”.</p>
<p>Spirit heeft het concept van Driehuis zelf bedacht. Projectleider Resy van Broekhoven: “Veel kinderen moeten in een tehuis blijven omdat er geen alternatief is. De Hoenderloo Groep is ook een driemilieuvoorziening, in de bossen. Maar daar wonen ze op grote afstand van hun familie; het gaat in Hoenderloo bovendien om groepsopvoeding. Driehuis is een met een gezin vergelijkbare situatie, dat is wat deze kinderen nodig hebben”. Maar dan wel een gezin zonder eigen inwonende kinderen, om de Driehuiskinderen optimale aandacht geven en de kans op conflicten zo klein mogelijk te maken.</p>
<p>Samenwerkingspartner Sjerry van Vlerken, directeur van Altra College Amsterdam, wijst eveneens op het voordeel van kleinschaligheid van Driehuis. “Kinderen met zware psychiatrische problematiek zijn heel moeilijk, zowel thuis als op school. Als je ze allemaal bij elkaar in een gezinshuis zet, maken ze het ook moeilijk voor elkaar. Het is een goede keuze om slechts twee kinderen, van verschillende leeftijd, met één of twee ouders te laten wonen. Dat geeft meer rust dan in een tijdelijke voorziening met steeds ander personeel en wisseldiensten, etc. Een kind zonder veel ontwikkelingskansen kan zo tot ontplooiing komen”.</p>
<p>En dat doen ze. Nina begint volgend schooljaar op een mbo-opleiding evenementen. Ze is de afgelopen twee jaar “met sprongen vooruit gegaan”, stelt Claudia. “Ze heeft toekomstplannen, komt voor zichzelf op, loopt – letterlijk &#8211; niet meer weg voor problemen en stelt zich open voor mensen”. Ook met Marcel gaat het goed. Claudia: “Hij heeft erg veel geleerd en heeft weer zelfvertrouwen gekregen. In het begin was hij onverschillig, hij zou wel zien wat zijn zoveelste huis bracht. Nu zegt hij: ‘Ik hoef bij jou niet bang te zijn’. Ook heeft hij weer contact met zijn moeder. Nu het voor hem niet meer alleen overleven is, is er tijd over voor sociaal-emotionele ontwikkeling”.</p>
<p>Volgend jaar zit Claudia’s driejarig ouderschap erop. Ze is daar tegen die tijd wel aan toe. Dat ze haar eigen sociale leven jaren moest opgeven, heeft ze er graag voor over, maar een Driehuis runnen is “heel zwaar”. Over Marcel, die blijft ‘driehuizen’, maakt ze zich de meeste zorgen. Hoe zal het verder met hem gaan? De afgebakende periode van drie jaar met dezelfde ouder kan voor deze kinderen juist goed zijn, stelt Willemijn van Vlerken van de Bascule. “Het tijdelijke karakter kan als veilig worden ervaren. De Driehuisouder blijft daardoor voor het kind op voldoende afstand. Kinderen die het in de intimiteit van een gewoon pleeggezin niet redden, kunnen in een Driehuis toch in een gezin wonen”.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/08/08/nina-is-met-sprongen-vooruit-gegaan.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Sociaal werker is geen garagehouder maar wegenwacht: ga op mensen af!’</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Jun 2010 08:57:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[eropaf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1490</guid>
		<description><![CDATA[Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. 
De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.
 Congres Wmo en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een impressie van het Congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010. <strong><span id="more-1490"></span></strong></p>
<p>De participatiewet Wmo leidt vooralsnog niet tot meer actieve deelname van kwetsbare mensen aan de samenleving. Wel heeft het uitgaan van de hulpvraag van cliënten, zogenoemde vraagsturing, meer zelfredzaamheid tot gevolg. Behalve onder Ggz-cliënten. Welzijn Nieuwe Stijl weet hen nog onvoldoende te bereiken.</p>
<p><em><strong> Congres Wmo en Welzijn Nieuwe Stijl 2010</strong></em></p>
<p><em> Zorg + Welzijn, platform voor sociale professionals, organiseerde  eind mei een                  tweede landelijk congres over Welzijn Nieuwe Stijl. Er  kwamen rond de 600 mensen op af, vooral professionals uit de sociale  sector en gemeenteambtenaren. Sinds de invoering van de Wet  maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 zijn enkele AWBZ-taken  overgeheveld naar gemeenten, zoals de thuiszorg en de ondersteunende en  activerende begeleiding van mensen met een beperking. Hoofdvraag op het  congres was ‘hoe effectief, betaalbaar en cliëntgericht’ de Wmo is en  hoe gemeenten zich kwijten aan hun nieuwe welzijnstaak.</em></p>
<p>‘De Wmo wérkt en gemeenten voeren de wet uit zoals die is bedoeld,’ stelde Bert Holman, Wmo-projectleider is op het ministerie voor Volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) en de eerste spreker op het congres, tevreden vast. Voor de zekerheid voegde hij toe wát de bedoeling is: het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een hulpvraag of beperking. ‘De Wmo is een participatiewet, geen zorgwet,’ aldus Holman.</p>
<p>Maar al snel werd duidelijk dat de Wmo nog niet voor iedereen werkt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed onderzoek naar ervaringen van gemeenten en cliënten met de Wmo de eerste drie jaar en presenteerde de resultaten daarvan. Een opmerkelijke bevinding is dat 50% van de geïnterviewden met een beperking geen hulp of voorziening uit de Wmo nodig zei te hebben, terwijl 12,5% van de ondervraagden zei juist meer ondersteuning of zorg nodig te hebben. Onderzoekster Mirjam de Klerk van het SCP tijdens het congres: ‘Daaronder vallen vooral mensen met psychische en vermoeidheidsklachten in de leeftijdsgroep van 18-55 jaar. Zij zijn op dit moment onvoldoende zelfredzaam.’ Even opmerkelijk is dat de SCP-onderzoekster nog geen effect van de Wmo op de maatschappelijke participatie van mensen heeft kunnen vaststellen; het meedoen in de wijk of het deelnemen aan activiteiten en (vrijwilligers)werk is niet toegenomen.</p>
<p>Wat deelname aan lokale Wmo Adviesraden en beleidsvorming betreft is bekend dat ouderen en mensen met een lichamelijke beperking goed zijn vertegenwoordigd, terwijl Ggz-cliënten zijn ondervertegenwoordigd in de Adviesraden. Ook bij politieke participatie vallen mensen met psychische problemen tot nu toe meestal buiten de boot. Het congres Welzijn Nieuwe Stijl 2010 bood daar zelf ook een ‘aardig’ voorbeeld van. Een ervaringsdeskundige vrouw wilde het congres op 26 mei bezoeken om op de informatiemarkt boeken te verkopen over de gewenste gastvrije samenleving, die zich openstelt voor mensen met &#8216;psychiatrisch ongemak&#8217;, zoals zij het noemt. Ze had twee billboards gemaakt met teksten over hoe zij zich de toenadering tussen cliënt, buurtbewoner en sociaal werker voorstelt. Er was echter iets misgegaan met haar aanmelding en ze mocht niet naar binnen.</p>
<p>Het cliëntenperspectief werd ingebracht door een op het programma staande zaakwaarnemer, in dit geval Robbert Boersma, directeur van Zorgbelang Zuid-Holland. Om burger- en cliëntenparticipatie bij gemeentelijke beleidsvorming te bevorderen moeten gemeenten en Wmo-adviesraadsleden volgens hem actiever op de verschillende doelgroepen afgaan, in plaats van af te wachten wie zich meld voor deelname aan die adviesraad. ‘Zoek kwetsbare groepen op, betrek mensen met ervaringsdeskundigheid erbij, werk met hen samen en maak met hen een eigen agenda,’ hield hij zijn gehoor voor. Naar zijn mening wordt ervaringsdeskundigheid nog onvoldoende als kracht gezien.</p>
<p><strong>Eropaf</strong></p>
<p>Om die eigen kracht van mensen aan te spreken is er volgens publicist Jos van der Lans, een van de leukste sprekers op het congres, een ander soort professional nodig. De sociaal werker van de toekomst treedt niet bevoogdend op, maar houdt zich ook niet afzijdig. Hij of zij is &#8216;geen garagehouder die afwacht of iemand zich met panne meldt, maar wegenwacht,&#8217; zei Van der Lans. ‘De nieuwe sociaal werker gaat op mensen af en helpt hen met een klein zetje weer opgang.’</p>
<p>Misschien dat in wijken én op het volgende congres, Welzijn Nieuwe Stijl 2011, plekken  kunnen worden ingeruimd voor verdere toenadering tussen ervarings- en sociale professionals.</p>
<p><strong>Dit artikel verschijnt binnenkort in Deviant</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/06/17/congres-welzijn-nieuwe-stijl-2010.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Psychiatrische patiënten komen bij gemeenten pas in beeld als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 17 Apr 2010 08:44:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[cliëntenparticipatie]]></category>
		<category><![CDATA[financiering Ggz]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1382</guid>
		<description><![CDATA[De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  
Zorgvisie   -  april 2010
&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De begeleiding en dagbesteding van Ggz-cliënten werden voorheen uit één pot betaald, nu is de financiering versnipperd. &#8216;Afdelingen gooien cliënten bij elkaar over de schutting.&#8217;  <span id="more-1382"></span></p>
<p><strong>Zorgvisie </strong><strong> </strong> <strong>-  april 2010</strong></p>
<p>&#8216;Soms is lastig te beoordelen wie wat heeft. Wanneer gaat het om een psychosociaal en wanneer om een psychiatrisch probleem? Gemeenten definiëren niet wie in welke categorie past. Wij hebben bovendien veel deelnemers die niet in één hokje passen. Zij hebben meerdere problemen tegelijk.&#8217; Aan het woord is Rob van den Berg, directeur van Reakt Holding, organisatie voor dagbesteding en arbeidsreïntegratie in Zuid-Holland. Bij Reakt komen cliënten met psychiatrische of psychosociale problematiek. Zij kunnen bovendien verslaafd zijn, een justitiële achtergrond hebben, dakloos of werkloos zijn. Afhankelijk van wat een deelnemer heeft en kan, biedt Reakt ondersteuning bij het opbouwen van sociale contacten, verantwoordelijkheid nemen voor kleine of grotere taken en arbeidsmatige activiteiten.</p>
<p>In 2009 is de begeleiding van mensen met psychosociale problematiek uit de AWBZ gehaald. Met de komst van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is dat een welzijnstaak geworden en dus een verantwoordelijkheid van gemeenten. Sinds 1 januari van dit jaar moeten ook cliënten met ‘lichte’ psychiatrische problemen voor de begeleiding naar activiteiten aankloppen bij hun gemeente, of het nu gaat om dagbesteding of om een traject naar (vrijwilligers)werk. Verder is een aantal vergoedingen van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) gegaan. Voor voorzieningen die in de AWBZ blijven, geldt een strengere indicatiestelling.</p>
<p>Deze verschuivingen leiden in de praktijk tot verschillende problemen. Er is, om te beginnen, onduidelijkheid over de diagnose of definitie.</p>
<p>&#8216;Wat is bijvoorbeeld licht?&#8217;, zegt Wil Schilders, voorzitter van het landelijk Steunpunt dagbesteding en arbeid Ggz, dat als brancheorganisatie van de sector dagbesteding en arbeidsreïntegratie fungeert. &#8216;Bij zelfstandig wonende Ggz-cliënten die de dagbesteding bezoeken, gaat het meestal om mensen zonder baan, relaties en zinvolle dagtaken. Langdurig maatschappelijk uitgesloten zijn is geen lichte, maar zware problematiek.&#8217;</p>
<p><strong>Noodkreet uit een doolhof</strong></p>
<p>Is eenmaal vastgesteld wat iemand heeft, dan is door de huidige verscheidenheid aan financieringsregelingen vervolgens moeilijk vast te stellen welke problematiek en welke activiteit in welk budget thuishoort. Reakt moet voor de financiering van haar werk, behalve op de AWBZ en ZVW, nu ook een beroep doen op Wmo-geld, lokale participatie- en reïntegratiebudgetten, het persoonsgebonden budget (pgb) en/of speciale budgetten voor dak- en thuislozen in de vier grote steden.</p>
<p>Gemeenten voeren de regie over de Wmo-gelden, de participatie- en reïntegratiebudgetten en een deel van de pgb’s.  Maar volgens Van den Berg van Reakt weten vooral kleinere gemeenten niet precies wat ze, bijvoorbeeld, met  Wmo-geld moeten doen. &#8216;We worden van het kastje naar de muur gestuurd. De ene afdeling zegt dat onze cliënten passen in het budget voor maatschappelijke ondersteuning van dak- en thuislozen en de andere afdeling meent dat zij vallen onder het ‘granieten bestand’ van de Sociale dienst en dat we daar moeten aankloppen. Men gooit cliënten bij elkaar over de schutting. Wat dat betreft zijn er weer nieuwe schotten bijgekomen in plaats van neergehaald.&#8217;</p>
<p>En dan heeft Reakt ook nog deelnemers met wie op het oog weinig aan de hand lijkt. Van den Berg: &#8216;Zij kunnen wel wat, maar niet in een reguliere voorziening. In hun geval laten gemeenten zich helemaal moeilijk overtuigen van het nut of de noodzaak van begeleiding.&#8217;</p>
<p>Voor ongeveer 16 procent van haar cliënten kan Reakt momenteel moeilijk geld vinden voor de bekostiging van begeleiding en activiteiten.</p>
<p>Novadic Kentron, organisatie voor verslavingszorg in de provincie Brabant, helpt eveneens cliënten met complexe maatschappelijke, psychosociale of psychische problemen. Behalve (poli)klinische opvang en behandeling, biedt Novadic Kentron hulp bij arbeid, wonen en financiën, reclassering en werken op een zorgboerderij. &#8216;De problematiek van onze cliënten gaat dwars door de huidige financieringsstromen heen,&#8217; zegt Krijn in ’t Veld, voorzitter van de raad van bestuur. &#8216;Wij hebben met verschillende financieringssystemen te maken, ieder met hun eigen spelregels, indicatiestelling en verantwoordingsplicht.&#8217; Behalve met de verschillende wetten, regelingen en budgetten heeft Novadic Kentron, vanwege zijn forensische psychiatrie, te maken met het ministerie van Justitie. Net als Reakt stuit de organisatie op een gebrek aan kennis bij gemeenten. In ’t Veld: &#8216;Men weet nog niet goed welke problematiek waar thuishoort. Wat mensen met psychosociale, psychische en verslavingsproblematiek betreft, ligt de focus van gemeenten in veel gevallen op veiligheid en het terugdringen van overlast. Zij beseffen niet dat de activering en bevordering van maatschappelijke participatie van deze doelgroep nu ook hun taak is. Soms reageren gemeenten wantrouwend op ons contractvoorstel, omdat ze denken dat de verantwoordelijkheid voor financiering bij een zorgverzekeraar thuishoort.&#8217;</p>
<p>Wil Schilders van de brancheorganisatie dagbesteding en arbeid Ggz stelt het scherper: &#8216;Wmo-gelden gaan vooral naar andere doelgroepen, zoals ouderen. Ggz-cliënten komen pas in beeld bij gemeenten als er openbare ordeproblemen zijn.&#8217;</p>
<p><strong>Apart overtuigen</strong></p>
<p>Een ander knelpunt is dat de organisaties ieder jaar opnieuw over hun aanbod moeten onderhandelen, terwijl de problemen van de cliënten meestal chronisch zijn.</p>
<p>In het dagelijks leven werkt Wil Schilders bij een regionale instelling voor begeleid wonen, werken en welzijn (RIBW) in Brabant. Ook haar werkgever moet iedere gemeente apart overtuigen van de begeleiding en diensten die de cliënten nodig hebben. Zowel de ervaring van de RIBW als van de andere organisaties die bij het Steunpunt zijn aangesloten, is dat als gemeenten een indicatie afgeven voor begeleiding, die vooral voor collectieve dagbesteding is. Schilders: &#8216;Daar zitten de verslaafde jongere, de psychotische moeder en de depressieve oudere bij elkaar. Om maatschappelijk te kunnen participeren, hebben Ggz-cliënten individuele begeleiding nodig, denk aan het aangaan van sociale relaties, aan studie of aan werk.&#8217; Zij zou daarom graag zien dat die individuele trajecten naar studie, werk en sociaal verkeer ook uit de Wmo worden vergoed.</p>
<p>Door de versnippering kost het aanvragen van financiering erg veel tijd. Het afsluiten van contracten en de afrekening van diensten en activiteiten die daarbij horen, leveren extra bureaucratie op. Konden Reakt, Novadic Kentron en collega-instellingen voor AWBZ-gefinancierde begeleiding voorheen terecht op één of enkele adressen, namelijk op het zorgkantoor en in centrumgemeenten, tegenwoordig dienen zij met iedere gemeente apart een contract af te sluiten. Novadic Kentron sluit nu jaarlijks aparte contracten af met alle 68 Brabantse gemeenten. Eerst was dat alleen met de zeven centrumgemeenten.</p>
<p>&#8216;Ook als er maar enkele cliënten uit een gemeente komen en het om minder dan duizend euro per jaar gaat, moeten we met die gemeente een contract afsluiten. Dat is een behoorlijke taakverzwaring,&#8217; zegt Van den Berg van Reakt. &#8216;Het zou al veel schelen als gemeenten in regionaal verband samenwerken en wij zaken kunnen afhandelen op het niveau van de centrumgemeente.&#8217; Reakt heeft medewerkers vrij moeten maken voor het samen met cliënten uitzoeken hoe de ondersteuning en activiteiten gefinancierd kunnen worden. Van den Berg: &#8216;Cliënten zelf komen er niet uit. Ze vragen het aan ons en wij zien het als onze verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar geld.&#8217;</p>
<p><strong>Uitsluiting</strong></p>
<p>Onzekerheid over de financiering van hun activiteiten leidt bij aanbieders tot afname van investeringen, het opzeggen van de huur van dagactiviteitencentra en het ontslaan van medewerkers. En natuurlijk tot minder begeleiding en participatiemogelijkheden van mensen met meervoudige problematiek. Krijn in ’t Veld vreest voor maatschappelijke uitsluiting van de meest kwetsbare burgers. Wil Schilders wijst op langere wachttijden voor de cliënten en het ontslag van medewerkers door Ggz-instellingen. &#8216;Het komt erop neer dat we met minder geld meer trajectbegeleiding moeten bieden. Ggz-cliënten met zogenaamde lichte problematiek, die we niet meer mogen begeleiden, ‘verdwijnen’ via de achterdeur. Zij zullen weer geïsoleerd raken, hun dag- en nachtritme verliezen en op termijn via de voordeur weer bij de Ggz binnenkomen. Dan zien ook de indicatiestellers dat het hier om zware problematiek gaat.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/04/17/noodkreet-uit-een-doolhof.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Cliënten Ggz tussen de wal en het schip</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 13 Feb 2010 09:11:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[WMO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1268</guid>
		<description><![CDATA[Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?

Zorg + Welzijn - maart 2010
Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Mensen met psychiatrische problemen zijn onderbedeeld in het lokale Wmo-beleid, vinden belangenorganisaties. In het hele land zijn kritische geluiden te horen. Wat kan beter?</p>
<p><span id="more-1268"></span><strong></strong></p>
<p><strong>Zorg + Welzijn</strong> <strong>- maart 2010</strong></p>
<p>Mensen met psychiatrische problematiek die op zichzelf wonen vormen slechts één van de doelgroepen van de Wmo, maar wel een kwetsbare, moeilijk te bereiken en soms lastige. De overheid wil dat burgers zoveel mogelijk zelfredzaam zijn en betrokken bij de samenleving. Gemeenten moeten kwetsbare burgers als cliënten van de geestelijke gezondheidszorg (Ggz) daarbij helpen. Specifieke taken in dit verband zijn: zorgen voor laagdrempelige cliëntondersteuning (mensen helpen bij de verheldering van hun vraag en bij het voeren van regie over eigen leven, etc.) en maatschappelijke participatie bevorderen. Bij chronische psychiatrische cliënten gaat het daarbij vooral om steun bij het aangaan van sociale contacten, activering en/of het begeleiden naar (vrijwilligers)werk. De uit de AWBZ gefinancierde zorg die zij daarnaast nog krijgen, valt niet onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Wel komt steeds meer AWBZ-zorg op het Wmo-bordje van gemeenten terecht. In 2009 en 2010 is dat de begeleiding van mensen met psychosociale en lichte psychiatrische problematiek.</p>
<p><strong>Kritiek</strong></p>
<p>De klacht van de kant van cliëntenorganisaties is dat niet alle gemeenten op deze nieuwe taken zijn berekend. Ggz-cliënten zouden onvoldoende in beeld zijn. Ook zijn zij nauwelijks, en minder dan ouderen en gehandicapten, vertegenwoordigd in Wmo Adviesraden. ‘Hier en daar zitten Ggz-ínstellingen in de Wmo Adviesraad, in plaats van cliënten,’ aldus Trudy Jansen, die voor het Landelijk Platform GGZ cliëntenparticipatie opzette op plekken waar dat nog niet bestond. Een andere klacht is dat van het rijk overgehevelde Wmo-gelden niet zijn geoormerkt en niet alle gemeenten die besteden aan de zaken waarvoor de middelen bedoeld zijn, zoals ondersteuning van cliënten. Soms blijkt een investering in cliëntenparticipatie weggegooid geld te zijn. Trudy Jansen: ‘Ik heb met rijksgeld bijvoorbeeld enkele Ggz-cliëntenorganisaties opgezet in Flevoland. Die verdwenen weer toen de rijksregeling was afgelopen. Gemeenten en provincie waren niet meer geïnteresseerd.’ In andere provincies werken gemeenten in het kader van de Wmo vaak samen met algemene patiënten- en consumentenorganisaties, zoals Zorgbelang. Maar daarin komen Ggz-cliënten vaak niet boven het maaiveld uit.</p>
<p>In het licht van wat het rijk wil en gemeenten te doen staat, wekt het verwondering dat bovendien veel organisaties van en voor Ggz-cliënten in zwaar weer belanden, vooral wegens gebrek aan structurele financiering. Sommigen hebben al het loodje gelegd, zoals Basisberaad in de Rijnmond en recentelijk Stichting Pandora. Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak in de Kop van Noord-Holland houdt met moeite het hoofd boven water, anderen staan op het punt van omvallen, waaronder Trimaran in Twente. Terwijl deze organisaties precies doen (of deden) wat met de Wmo wordt beoogd. Zij zijn lokale gesprekspartner, leverancier van diensten aan gemeenten, Ggz-instellingen en zorgverzekeraars én ontmoetingsplaats, trainingscentrum en werkplek voor Ggz-cliënten. Ze scheppen zo de voorwaarden om mensen, die anders veelal geïsoleerd thuis zitten, te ondersteunen, mee te laten doen en zinvol bezig te zijn.</p>
<p><strong>Omvallende cliëntenorganisaties</strong></p>
<p>Cliëntenbelangenorganisatie De Hoofdzaak zag haar inkomsten – twee derde van gemeenten, een derde van Ggz-instellingen – flink teruglopen door bezuinigingen. Kleine gemeenten halveerden hun bijdragen, Ggz-instellingen zetten hun bijdrage helemaal stop. Er zijn medewerkers ontslagen en activiteiten gestopt.</p>
<p>Het Basisberaad Rijnmond is een grote belangenorganisatie voor Ggz-cliënten, daklozen en verslaafden, met straatadvocaten, een Migrantensteunpunt en Crisiskaart (een persoonlijke cliëntenpas met ‘Wat te doen in geval van crisis?’), etc. Het kreeg vooral subsidie van het rijk, gemeente Rotterdam en de provincie. Van de 22 Rijnmondgemeenten waar de organisatie voor werkte, betaalden er slechts vijf mee. Zomer 2009 kon men de eindjes niet meer aan elkaar knopen en werd faillissement aangevraagd. De dertig betaalde medewerkers verloren hun baan, honderden vrijwilligers hun bezigheden. De gemeente Rotterdam stond garant voor de helft van de benodigde middelen, maar kon het Basisberaad niet volledig overeind houden. ‘We financieren geen instituten,’ licht Rotterdams zorg- en welzijnswethouder Jantine Kriens desgevraagd toe. ‘Het gaat om de cliënten, organisaties zijn geen doel op zich.’</p>
<p>Trimaran, een vereniging van en voor Ggz-cliënten in Twente, met inloop, lotgenotencontact, belangenbehartiging en arbeidsmatige reïntegratieactiviteiten, staat op het punt van omvallen. De coördinator is al vertrokken, voor haar was geen geld meer. Vrijwilligers runnen enkele dagen per week de inloop, de belangenbehartiging moet Trimaran overdragen aan een provinciale koepelorganisatie. De AWBZ-zorgvernieuwingsgelden die de organisatie eerst ontving, werden in 2008 verdeeld over de veertien gemeenten waarvoor Trimaran werkt. De subsidie moest men per gemeente bij elkaar sprokkelen. In 2009 besloten de afnemende gemeenten Trimaran niet meer te subsidiëren. ‘Hengelo kan in zijn eentje niet de hele organisatie in de lucht houden,’ zegt de beleidsmedewerker zorg van gemeente Hengelo, waar Trimaran is gevestigd.</p>
<p>Wat De Hoofdzaak, het Basisberaad en Trimaran gemeen hebben is dat gemeenten hun werk zeer waarderen. Dat wordt zelfs vaak als onmisbaar beschouwd, mede omdat Ggz-cliënten voor gemeenten en reguliere voorzieningen zo moeilijk te bereiken zijn. In Hengelo zijn Ggz-cliënten volgens de beleidsmedewerker inderdaad ‘niet goed in beeld’. De gemeente wil de belangenbehartiging en cliëntenparticipatie van Trimaran dan ook graag behouden. Maar feitelijk financiert Hengelo in 2010 alleen de ondersteuning van Ggz-cliënten in de eigen Wmo Adviesraad.</p>
<p>Ook gemeente Rotterdam was er veel aan gelegen zoveel mogelijk diensten van het Basisberaad Rijnmond te redden. Dat is voor een deel gelukt: een aantal projecten en medewerkers is, met Rotterdamse steun, overgenomen door Zorgbelang Zuid-Holland. Andere projecten leiden een noodlijdend bestaan met enkele vrijwilligers of zijn opgeheven. Hoeveel mensen die eerst actief waren nu thuis zitten, is onbekend.</p>
<p><strong>Geen begeleiding meer</strong></p>
<p>In dezelfde periode dat cliëntenorganisaties omvallen, bezuinigt het rijk op de uit de AWBZ gefinancierde ondersteunende en activerende begeleiding van onder andere Ggz-cliënten. Uit het rapport <em>Begeleiding AWBZ 2009</em> van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) blijkt dat in de eerste drie kwartalen van 2009 al ongeveer 5000 mensen met lichte psychische problematiek te horen kregen dat ze in 2010 geen begeleiding meer vergoed krijgen. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze niet meer naar hun re-integratietraject of dagactiviteitencentrum kunnen. Het CIZ laat gemeenten weten om welke mensen het gaat, zo is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten afgesproken, zodat zij hen naar eventuele andere voorzieningen kunnen leiden.</p>
<p>Bekend is dat Ggz-cliënten zich niet altijd thuis voelen in reguliere (welzijns)voorzieningen en dat die, op hun beurt, niet allemaal openstaan voor deze doelgroep. Te vrezen is dat veel Ggz-cliënten met het verdwijnen van hun belangenorganisatie, inloop en begeleiding tussen de wal en het schip vallen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2010/02/13/ggz-clienten-buiten-beeld-gemeenten.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Pleeggezin gezocht voor Gert Jan (51)</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/01/16/gert-jan.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/01/16/gert-jan.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 16 Jan 2010 15:31:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Weblog]]></category>
		<category><![CDATA[pleeggezin voor volwassene]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1166</guid>
		<description><![CDATA[Gert Jan heeft schizofrenie en schreeuwt soms als hij lijdt. De buren stapten naar de rechter en die besliste tot huisuitzetting. Net nu het redelijk goed gaat. Mantelzorger Kiki plaatste een advertentie op Marktplaats.
De overheid wil dat burgers naar elkaar om kijken. Kiki, 61 jaar, is zo’n burger. Naast haar baan mantelzorgt ze al bijna twintig jaar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Gert Jan heeft schizofrenie en schreeuwt soms als hij lijdt. De buren stapten naar de rechter en die besliste tot huisuitzetting. Net nu het redelijk goed gaat. Mantelzorger Kiki plaatste een advertentie op Marktplaats.<span id="more-1166"></span></p>
<p>De overheid wil dat burgers naar elkaar om kijken. Kiki, 61 jaar, is zo’n burger. Naast haar baan mantelzorgt ze al bijna twintig jaar voor een nu 51-jarige man met de diagnose schizofrenie, Gert Jan. Zij woont in Amsterdam Oud-West, hij in De Pijp. Kiki gaat een paar keer per week iets met hem doen, bij voorkeur wandelen en fietsen in de natuur. Dat is wat Gert Jan het liefste doet. Ook eten ze af en toe samen en waakt Kiki over zijn behandeling. Onlangs kreeg Gert Jan van de rechter te horen dat hij wegens het veroorzaken van overlast uit zijn huis wordt gezet. Verhuurder De Key moet hem binnen een jaar passende woonruimte aanbieden. Zijn buurvrouw spande in 2007 voor de derde keer een rechtszaak tegen hem aan. Gert Jan schreeuwt als hij te lang alleen was, net als honden doen wanneer hun baasje te lang van huis is. De voorgaande keren kreeg Gert Jan de kans zijn leven als huurder te beteren. De rechter gebood hem medicijnen te slikken die hem rustig houden. Maar het ene medicijn had teveel bijwerkingen en van het andere kwam hij twintig kilo aan en kreeg hij suikerziekte. Hij stopte met de tabletten. Medicijnen houden hem ook geen gezelschap en nemen de eenzaamheid niet weg.</p>
<p>Het heeft heel wat voeten in aarde gehad maar in maart 2008 regelde Kiki een voldoende hoog persoonsgebonden budget (pgb) om meerdere begeleiders voor Gert Jan in te huren. Zij tafeltennissen met hem, gaan naar een lunchconcert en begeleiden de karweitjes die hij doet voor anderen. Kiki: ‘Ze mogen hem graag en weten, net als ik, dat hij niet het monster is waarvoor hij wordt gehouden.&#8217;</p>
<p>Kiki vond ook een passende behandeling voor hem. ‘De geluidsoverlast nam drastisch af,’ zegt ze. ‘De buurvrouw dacht zelfs dat hij op een onderduikadres zat.’ Zolang Gert Jan is ingebed in een zorgstructuur, is huisuitzetting eigenlijk niet nodig. ‘Meestal is hij kalm, geduldig en aanspreekbaar,’ aldus Kiki.</p>
<p>Maar de rechtszaak loopt al sinds 2007 en het pgb kan weg vallen. De buurvrouw is niet te vermurwen en handhaaft haar zaak. De rechter beslist tot huisuitzetting. Gert Jan heeft een indicatie voor AWBZ-zorg: beschermd wonen met intensieve begeleiding. Geen enkele instantie wil hem echter hebben. Gert Jan heeft slechte ervaringen in de instellingszorg en wil trouwens zelf ook niet.</p>
<p>De dreigende huisuitzetting doet hem natuurlijk geen goed, dus gaat het nog een keer goed mis. Geluidsoverlast is verschrikkelijk en niet aanvaardbaar, voor geen enkele buur. Daarom lijkt het wegnemen van de oorzaak effectiever dan het weghalen van Gert Jan. Naast hem is een woning vrijgekomen. Kiki vraagt De Key of zíj daar mag wonen, zodat ze, samen met anderen, zelf de benodigde bescherming en intensieve begeleiding kan bieden zonder dat het voor haar te belastend wordt. Een soort kangoeroeconstructie die ook wel wordt gebruikt voor het bij elkaar wonen van een driegeneratie gezin.</p>
<p>De woningcorporatie laat weten dat er tegenwoordig alleen studenten mogen wonen. Een uitzondering maken is niet mogelijk.</p>
<p>Kiki heeft nu een advertentie gezet op Marktplaats:</p>
<p><em>Gezellig en rustig, wat ouder pleeggezin of echtpaar gezocht dat een sportieve 50-er wil opnemen in huis. Bij voorkeur aan de kust, bij bos en duin. Een soort ouderlijk huis waar hij kan wonen en mee kan helpen. Samen fietsen en wandelen en andere dingen ondernemen. Hij is een psychiatrisch patiënt voor wie de grote stad te druk en te eenzaam is. Hij wil niet opgenomen worden in een instelling.<br />
Het pleeggezin kan rekenen op (witte) betaling uit zijn persoonsgebonden budget.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/weblog/2010/01/16/gert-jan.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Uitkeuring</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Dec 2009 15:07:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Lokaal sociaal beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Recente artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[bezuiniging AWBZ]]></category>
		<category><![CDATA[uitkeuring]]></category>
		<category><![CDATA[WMO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=1108</guid>
		<description><![CDATA[Bezuinigingen op uit de AWBZ betaalde activiteiten en begeleiding van mensen met psychiatrische problematiek leiden tot problemen in het land. Zij verliezen hun vergoeding en haken af. Menig aanbieder van zorg, ondersteuning, activiteiten en werk moet de deuren sluiten. Anderen zetten alle zeilen bij om hun begroting rond te krijgen. Een ronde langs Ggz-cliënten en zorgaanbieders in moeilijkheden. Uitvallen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Bezuinigingen op uit de AWBZ betaalde activiteiten en begeleiding van mensen met psychiatrische problematiek leiden tot problemen in het land.<span id="more-1108"></span> Zij verliezen hun vergoeding en haken af. Menig aanbieder van zorg, ondersteuning, activiteiten en werk moet de deuren sluiten. Anderen zetten alle zeilen bij om hun begroting rond te krijgen. Een ronde langs Ggz-cliënten en zorgaanbieders in moeilijkheden. Uitvallen versus participeren.</p>
<p>De overheid moet bezuinigen op de gezondheidszorg. Onder andere de AWBZ-uitgaven gaan met 800 miljoen euro per jaar omlaag. Teveel mensen met een beperking, chronische aandoening of psychische problematiek doen volgens het ministerie van VWS een beroep op voorzieningen waar de wet niet voor is bedoeld, waaronder begeleiding van activiteiten.</p>
<p>Vanaf 1 januari dit jaar kunnen mensen met psychosociale problematiek, zoals daklozen en verslaafden geen aanspraak meer maken op AWBZ-gefinancierde begeleiding en activiteiten. Op 1 januari 2010 komen daar chronische psychiatrische patiënten met lichte problematiek bij. Zij moeten volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in hun eigen omgeving of bij de gemeente aankloppen. Volgt de praktijk het beleid? En is er voldoende oog voor de specifieke problematiek van Ggz-cliënten?</p>
<p><strong>Indicatiestelling</strong></p>
<p>De indicering van Ggz-cliënten door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), die aanvragers al dan niet recht geeft op AWBZ-vergoeding, is in volle gang. Bij de bakkers van het Appeltaartimperium aan de Haarlemse Zoetestraat gaat het om hérindicering. Derk schudt niet-begrijpend zijn hoofd op de vraag of hij al opnieuw is gekeurd en of de vergoeding voor zijn werk doorgaat. Hij is een van de 25 taartenbakkers met psychische problematiek die enkele dagdelen per week werken in de bakkerij van zorgaanbieder Roads, onderdeel van Arkin. Nu wordt de begeleiding van Derk en zijn collega’s betaald uit de AWBZ. Het CIZ beoordeelt voor het eind van het jaar of Derks problematiek zwaar genoeg is om nog in aanmerking te komen voor begeleiding. Zo nee, dan moet Roads op zoek naar een ander ‘potje’, zoals voor sociale activering of een individuele reïntegratieovereenkomst (IRO). Past hij daar niet in, dan wordt Derk een ongefinancierde taartenbakker of werkloos.</p>
<p>‘Derk ziet op tegen het keuringsgesprek bij het CIZ, net als zijn collega’s,’ zegt zijn begeleidster. ‘Mensen zijn bang hun indicatie te verliezen. Ze zijn hier met hun herstel bezig, wij benadrukken hun gezonde kant. Maar om bij het Appeltaartimperium te mogen blijven werken moeten ze juist aantonen ernstige psychiatrische problemen te hebben.’ Dat willen veel mensen niet. Zij schuiven de brief van het CIZ, standaard voorzien van onheilspellende regels als “Als u niet&#8230;, dan &#8230;.” terzijde of openen de enveloppe in het geheel niet.</p>
<p>De persvoorlichter van zorgaanbieder Cordaan in Amsterdam, die twee dagactiviteitencentra (dac) voor Ggz-cliënten onder z’n hoede heeft, noemt een vergelijkbaar probleem. ‘Een indicatie bij het CIZ aanvragen is lastig voor deze cliënten, het blijkt een flinke drempel te zijn. Door hun psychiatrische problematiek zijn zij vaak achterdochtig. Sommige cliënten haken al af voordat de aanvraag is ingediend. Voorheen was een verwijzing van een psychiater naar begeleiding door een dac voldoende voor financiering.’</p>
<p>Nadira Rambocus, bestuurssecretaris van Reakt Groep, aanbieder van dagbesteding, educatie en arbeid in Midden-Holland, Den Haag, Haagrand en Rijnmond, wijst niet alleen op het belastende karakter van de huidige indicatiestelling, maar ook op de mogelijk averechtse werking ervan. ‘Ten eerste kost de aanvraag van een indicatie meer tijd en moeite dan voorheen, zowel van de cliënt als van zijn of haar begeleider. Ten tweede is de indicatie korter geldig. Reakt is voor mensen met psychiatrische of psychosociale problematiek. Zij kunnen zich hier verder ontwikkelen, van sociale contacten, via dagbesteding naar arbeidsmatige activiteiten of werk. Doel is dat zij, als dat mogelijk is, los komen van zorg en een uitkering. Maar met de huidige procedure vervalt hun indicatie als ze groeien. Ze moeten dan opnieuw door de molen. Dat geeft onrust. Als het hierdoor slechter met hen gaat, haken ze af. Mensen willen zich niet steeds bezighouden met wat ze níet kunnen. Deze wijze van indicering belemmert hun ontwikkeling en zet niet aan tot groei.’</p>
<p>Volgens Rambocus worden kwetsbare burgers in dit kader teveel op één hoop gegooid. ‘Bij mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking is duidelijk wat ze niet kunnen. Precies daarvoor krijgen ze een indicatie. Bij Ggz-cliënten is dat meestal anders. Zij kunnen veel en presteren goed, maar niet altíjd. Dat maakt het zo moeilijk hen een indicatie te geven. Zeker is wel dat de recreatieve en arbeidsmatige werkzaamheden die wij &#8211; en vergelijkbare organisaties &#8211; bieden preventief werken. Sociale contacten en dagbesteding voorkomen verergering van de problemen.’</p>
<p>De participatie van mensen met psychiatrische problematiek is broos, zo ervaart ook Roads. Anita van Luit, een van de managers, verwacht dat ongeveer 10% van de cliënten eind 2009 geen indicatie meer heeft voor dagbesteding of begeleiding. Problemen rond hun deelname ontmoedigt cliënten snel. Van Luit: ‘Mensen moeten zich 100% uitgenodigd voelen, anders komen ze niet meer.’</p>
<p><strong>Over de kop</strong></p>
<p>Meerdere aanbieders vielen de afgelopen tijd om als gevolg van achtereenvolgende stelselwijzigingen.  Niet alleen de verbouwing van de AWBZ, ook de invoering van het zorgzwaartepakket (zzp) en de diagnosebehandelcombinatie (dbc) schudden de Ggz-sector op. Als de indicatiestelling al zoveel teweeg kan brengen, wat moet het verdwijnen van zorgaanbieders dan voor Ggz-cliënten betekenen?</p>
<p>Het huidige Roads is een sterk afgeslankte versie van de zelfstandige, grotendeels door deelnemers en bezoekers zelf gerunde organisatie. Die ging in 2008 failliet. Er waren toen, over verschillende locaties verspreid, bijna driehonderd betaalde personeelsleden, van wie een derde met ervaring als patiënt in de psychiatrie, en ongeveer duizend vrijwilligers. Zij werkten in een drukkerij, houtbewerking, grafisch bureau, fietsenmakerijen, zorghotel, dansgroep, restaurant Freud (‘krankzinnig lekker’), groenwerkplaatsen en dagactiviteitencentra. Cliënten kregen, afhankelijk van wat nodig was, begeleiding, hulp of scholing. Er was dagbesteding, vrijwilligerswerk, een traject voor arbeidsreïntegratie en jobcoaching.</p>
<p>Roads paste niet naadloos in de bestaande financiële kaders, maar groeide desondanks uit tot professionele aanbieder van formaat. Én tot concurrent van grotere Ggz-instellingen in Noord-Holland Zuid, die de dagbesteding en arbeidsreïntegratie ooit afstootten. Toen Roads liquiditeitsproblemen kreeg, vooral door de verschuiving van AWBZ-financiering naar bekostiging uit de Zorgverzekeringswet en door gemeenten, namen Ggz-instellingen de boedel weer over.</p>
<p>Het grootste deel van Roads is nu, via omwegen, onderdeel van de Ggz-instellingen Arkin en Dijk en Duin. Veel projecten hebben in 2008 een doorstart gemaakt en de deelnemers konden, na enige onrust, verder. Roads/Arkin heeft honderd betaalde medewerkers (van wie een kwart ‘ervaringsdeskundig’) en 650 vrijwilligers. Door het wegvallen van AWBZ-financiering gaat Roads zich wel meer richten op kansrijke kandidaten. ‘Wil je als organisatie overleven, richt je dan op ‘goede cliënten,’ zegt Anita van Luit.</p>
<p> Hoeveel deelnemers er precies ‘kwijt’ zijn na het faillissement en de overname in 2008 is onbekend. Maar eind dit jaar komen er door de huidige AWBZ-uitkeuring in ieder geval rond de 75 nieuwe uitvallers bij.</p>
<p>Stichting Radar uit Zutphen biedt Ggz-cliënten vergelijkbare diensten en arbeidsmatige activiteiten als Roads en Reakt. Het zijn onder andere Ggz-instellingen die de ‘producten’ van Radar voor hun cliënten afnemen, voor hen is Radar onderaannemer. Ongeveer duizend mensen per jaar nemen, op verschillende locaties in provincie Gelderland, deel aan projecten als Radar bij de Boer, dagbesteding, inloop, activering en reïntegratietrajecten. Dat alles wordt nu afgebouwd.</p>
<p>In 2008 had de stichting te maken met zowel de zogeheten AWBZ Pakketmaatregel als met de invoering van de dbc in de Ggz. Begeleiding werd onderdeel van de behandeling in Ggz-instellingen en bekostigd uit de Zorgverzekeringswet. In 2009 kwam daar het beëindigen van AWBZ-financiering voor zorg op psychosociale grondslag bij, zonder dat daar Wmo-bekostiging door gemeenten tegenover stond. ‘Twee jaar konden we het wegvallen van indicaties en vergoedingen opvangen. Nu zijn we door onze reserves heen,’ zegt bestuurder Hugo Kuyper. ‘Ggz-instellingen willen geen afspraken meer met ons maken, zij gaan zelf dagbesteding en arbeidsrehabilitatie aanbieden. Eind 2009 stoppen we met Radar.’</p>
<p>Af en toe bereikt hem een noodkreet van voormalige deelnemers, maar de meeste cliënten verdwijnen uit beeld. Kuyper: ‘Ggz-cliënten eisen geen aandacht op in zo’n situatie. Het zijn angstige mensen die zich terugtrekken. Maar ik denk dat veel mensen verstoken zullen raken van sociale contacten.’</p>
<p>Reakt heeft zich ingedekt tegen de terugkerende veranderingen in de financiering van hun werkzaamheden en activiteiten. ‘Wij hebben meerdere financieringsbronnen, spreiden zo onze risico’s en zijn niet zo kwetsbaar als er een bron wegvalt,’ aldus Nadira Rambocus. ‘Maar helemaal uit de problemen zijn we niet. Zo zijn we bijvoorbeeld onzeker of we in 2010 nog ons deel krijgen van het Wmo-geld voor begeleiding van deelnemers met psychosociale problematiek, dat het rijk naar gemeenten overhevelde. ’</p>
<p><strong>Gemeenten</strong></p>
<p>Door de Wmo zijn het nu vooral de gemeenten die moeten waken over de participatie van kwetsbare groepen. Waar kunnen Ggz-cliënten die binnenkort geen vergoeding voor begeleiding en dagactiviteiten meer krijgen terecht? ‘De bedoeling van de wetgever is dat ‘lichte gevallen’ aankloppen bij familie en mantelzorgers,’ zegt de woordvoerder Wmo van gemeente Haarlem. ‘Zij moeten het zonder professionele ondersteuning af kunnen of zich wenden tot vrijwilligersorganisaties en het reguliere welzijnswerk.’ De gemeente zal checken of dat ook daadwerkelijk gebeurt. Het CIZ levert gegevens over mensen die geen aanspraak meer kunnen maken op AWBZ-gefinancierde begeleiding.</p>
<p>In september organiseerde de gemeente een werkconferentie met een groot aantal Haarlemse zorg- en welzijnsinstellingen, vrijwilligers- en cliëntenbelangenorganisaties, om te praten over het opvangen van de bezuinigingen. ‘We kregen inzicht in de mogelijkheden van organisaties om alternatieven voor Awbz-begeleiding te bieden of ontwikkelen,’ aldus de woordvoerder. Uit het schriftelijk verslag van die conferentie blijkt dat de aanwezigen signaleren dat tientallen Ggz-cliënten hun dagbesteding verliezen.  Vrijwilligers- en welzijnsorganisaties zeggen echter nvoldoende toegerust te zijn voor deze groep.</p>
<p>Ook Rotterdam gaat aan de hand van de adresgegevens van het CIZ mensen volgen die hun indicatie voor AWBZ-begeleiding verliezen.</p>
<p>Behalve gemeenten wijzen op hun verantwoordelijkheid, heeft VWS organisatie MEE, voor ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking, belast met nazorg voor de AWBZ-lozen. Daar melden zich tot nu toe vooral ouderen en mensen met een beperking, geen Ggz-cliënten.</p>
<p>Dat mensen met een psychiatrische achtergrond na het wegvallen van hun AWBZ-vergoeding elders aankloppen is een illusie, zeggen verschillende medewerkers en bestuurders uit de sector. MEE zou deze doelgroep nauwelijks kennen, voor veel gemeenten zijn Ggz-cliënten nog een relatief onbekende doelgroep en ook de welzijnssector is niet klaar voor hen. ‘De overheid kiest ervoor een heel nieuw stelsel voor cliëntenparticipatie op te bouwen in plaats van voort te bouwen op de bestaande kennis en ervaring,’ zegt Hugo Kuyper van het Gelderse Radar.</p>
<p>Toen vakblad <em>Psy</em> in mei dit jaar aankondigde dat het dac Alkmaar-Zuid om financiële redenen gaat sluiten (hetgeen eind 2009  z’n beslag krijgt), reageerde Patrick op de site van <em>Psy</em>: ‘Buurthuizen hebben geen getraind personeel. Ik ben zelf een regelmatige bezoeker van het dac Zaandam. Het personeel grijpt bijtijds in als iemand dreigt af te glijden. Buurthuizen kunnen dit gewoon niet. En ook de onvoorwaardelijke acceptatie van mensen met een psychiatrische achtergrond ontbreekt. Bovendien zitten buurthuizen (en veel van hun bezoekers) absoluut niet te wachten op mensen uit de psychiatrie.’ Een dac-bezoeker uit Rotterdam liet op dezelfde site weten: ‘In een buurthuis voel ik me niet op mijn plaats met mijn beperking.’</p>
<p>En dan is er nog het financiële probleem. Het Rijk compenseert de huidige AWBZ-bezuiniging niet, zeggen gemeenten. Het geld dat met de AWBZ Pakketmaatregel van het rijk mee is gekomen naar gemeenten, is niet geoormerkt en komt niet automatisch bij ons terecht, klagen aanbieders van activiteiten en begeleiding op hun beurt.</p>
<p>Staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS riep gemeenten tijdens het congres <em>Welzijn nieuwe stijl</em> op 24 september 2009 op om van de Wmo ‘een echte participatiewet te maken’.</p>
<p>Uit mijn ronde langs aanbieders van activiteiten, dagbesteding en arbeidsreïntegratie blijkt ook het omgekeerde te gelden. Een onbedoeld effect van opeenvolgende beleidswijzigingen is dat veel Ggz-cliënten, in plaats van participeren, buiten de boot vallen .</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/recente-artikelen/2009/12/11/gevolg-uitkeuring-clienten-psychiatrie.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Aangenaam kennis te maken</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/01/04/hier-komt-de-titel-van-je-bericht.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/01/04/hier-komt-de-titel-van-je-bericht.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 04 Jan 2009 20:24:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[kwartiermaken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=148</guid>
		<description><![CDATA[tekst-aangenaam-kennis-te-maken-de-client-als-burger-2007.
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.annemiekonstenk.nl/wp-content/uploads/2008/09/tekst-aangenaam-kennis-te-maken-de-client-als-burger-2007.pdf">tekst-aangenaam-kennis-te-maken-de-client-als-burger-2007</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2009/01/04/hier-komt-de-titel-van-je-bericht.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De power van Fatih Senel</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 07 Sep 2008 12:55:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Jeugdzorg]]></category>
		<category><![CDATA[Empowerment]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=118</guid>
		<description><![CDATA[Contrast &#8211; 2008
Fatih Senel is een gedreven en talentvolle man van 21, Nederlander van Turkse afkomst. In zijn puberteit was hij depressief, kon hij agressief worden en raakte in de problemen. Na een zelfmoordpoging werd Fatih opgenomen in een psychiatrische kliniek, daarna kreeg hij medicatie en therapie. Periodes van blowen en drinken wisselde hij af [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Contrast &#8211; 2008</h3>
<p>Fatih Senel is een gedreven en talentvolle man van 21, Nederlander van Turkse afkomst. In zijn puberteit was hij depressief, kon hij agressief worden en raakte in de problemen. Na een zelfmoordpoging werd Fatih opgenomen in een psychiatrische kliniek, daarna kreeg hij medicatie en therapie. Periodes van blowen en drinken wisselde hij af met bezoeken aan de moskee en de Koranschool. Hij heeft in Turkije en Amsterdam Noord gewoond, in internaten, een pleeggezin, instellingen en op straat. Deze heftige feiten zijn nu geschiedenis, zijn toekomst ziet er beter uit. Hij wil een baan met doorgroeimogelijkheden, gaat zich verloven en zet zich enthousiast in voor onder andere psychiatrische cliënten. Wat ging er mis in Fatih’s leven en hoe is hij er bovenop gekomen?</p>
<p>Aan zijn kamer is niet te zien hoe explosief hij kon en waarschijnlijk kan zijn. Zijn schoenen staan netjes twee aan twee in een rek, in een glazen kast zijn talloze flesjes parfum decoratief uitgestald en de dikke dossiers van hulpverlening en uitkeringsinstanties bewaart hij keurig in mappen. Zij herbergen z’n veelbewogen jeugd.<br />
Fatih is in Turkije geboren en komt op driejarige leeftijd met zijn moeder naar Nederland. Zijn vader en oudere broers wonen hier al. Hij gaat naar een gewone Nederlandse basisschool maar loopt al snel achter vanwege de taal. Thuis wordt er Turks gesproken, zijn moeder is bovendien analfabeet. Vanaf groep 5 bezoekt hij een islamitische school in Amsterdam Oost. Na schooltijd gaat Fatih vaak naar de moskee, later gaat hij er alleen in het weekend naartoe en blijft dan ook slapen vanwege de hulp die hij er bij zijn huiswerk krijgt. Zijn gelovige vader is zijn voorbeeld en beste vriend, Fatih wordt als jongste flink door hem verwend.<br />
In groep 7 moet hij onverwachts van school af omdat zijn vader ernstig ziek is: hij heeft leukemie en is uitbehandeld in Nederland. De familie keert terug naar Turkije in de hoop dat hij daar nog behandeld kan worden. In 1999 overlijdt zijn vader, hij weet het nog goed: ‘Mijn moeder houdt mij onwetend maar het hele huis zit vol huilende vrouwen en rouwende buurtgenoten.’ Fatih is dan twaalf.<br />
Het verlies lijkt niet echt tot hem door te dringen maar eenmaal terug in Nederland ontstaan al snel problemen. Hij heeft vaak ruzie thuis. Zijn analfabete moeder doet een zwaar beroep op haar zoon, waar Fatih agressief op reageert: ‘Ik kon niks meer hebben en met school erbij werd het erg druk in m’n hoofd.’ Met hulp van zijn broer gaat hij doordeweeks in een Turks internaat wonen. Dat vervangt zijn familie maar vanwege het strenge regiem loopt het na een paar maanden toch mis. Fatih wil meer vrijheid en keert terug naar zijn moeder. Zij vertelt hem in die tijd dat hij vroeger nog een oudere broer en zus heeft gehad, die door brand zijn omgekomen.<br />
Op zijn veertiende steekt hij op school de handdoeken in de wc in de fik, niets interesseert hem meer. ‘Ik was druk, eigenwijs en populair in de klas,’ zegt hij nu. Hij bekent de brand te hebben aangestoken als twee andere jongens er ten onrechte van worden beschuldigd. De politie wordt erbij gehaald. Later volgen meer akkefietjes met vuur en komt hij opnieuw in aanraking met politie en justitie. Ook zijn er problemen op school: zo wordt Fatih van aanranding beschuldigd, ‘ten onrechte’ zegt hij. Hij begint zichzelf te verwonden en doet een zelfmoordpoging. Hij heeft een vriendinnetje in Rotterdam en belt veel en lang met haar. Honderden guldens schuld heeft hij, die hij met een baantje bij Albert Heijn probeert af te betalen. Als een nieuwe vriendin na verloop van tijd geen verkering meer met hem wil, gaat hij door het lint. Fatih, die medicijnen in huis heeft in verband met stemmingswisselingen en slecht slapen, doet weer een zelfmoordpoging. Hij wordt gered maar als hij bij het verlaten van het ziekenhuis dreigt zijn vriendin en zichzelf om het leven te brengen, wordt hij gedwongen opgenomen. Ook wordt Bureau Jeugdzorg ingeschakeld, dat Fatih uit huis en onder toezicht plaatst.<br />
Een jarenlange tocht langs instanties begint. Hij ziet psychiaters, therapeuten en mensen die zich om zijn onderwijs, huisvesting en inkomen bekommeren. De diagnose luidt dat hij depressief en agressief is en een persoonlijkheidsstoornis heeft, waar hij met medicijnen en gesprekken voor wordt behandeld. Hij kan moeilijk omgaan met teleurstellingen. Er wordt een link gelegd met de onverwerkte dood van zijn vader. Hulpverleners en ook justitie stellen dat Fatih veel kan en zich voorbeeldig inzet maar dat hij telkens terugvalt.<br />
In een pleeggezin leert hij discipline en in een gewoon ritme leven. Maar hij blijft, naar eigen zeggen, een player, op school en op straat: ‘Ik was erg druk en hing de man uit.’ Tot een haast een religieuze ervaring hem weer naar de andere kant doet overhellen: in een droom roept zijn vader hem als een soort engel toe dat hij zijn leefwijze moet veranderen. Hij doet dat door op een leerwerkplek te beginnen en opnieuw de moskee te bezoeken. Hij is vroom, laat zijn baard groeien en wil zelfs imam worden. Met drinken en blowen houdt hij op. Hij gaat begeleid wonen en naar school. Maar als het weer druk wordt in zijn hoofd verlaat hij de stad en gaat naar een Koranschool, eerst in Duitsland, later naar een school in Arnhem. Als hij daar evenmin rust vindt, komt Fatih terug naar Amsterdam. Intussen is hij ook gaan hyperventileren en valt geregeld flauw.<br />
In 2005 is zijn laatste contact met politie en justitie als hij flauwvalt in een winkelcentrum en in het bezit blijkt van een stroomstootwapen. Na een taakstraf krijgt hij opnieuw een kans. Bij zijn familie kan hij niet meer terecht. Fatih is een klein jaar dakloos, maar Streetcornerwork en een coach ontfermen zich over hem; hij valt als 18-jarige niet meer onder jeugdzorg. Hij vindt werk bij een telecombedrijf waar hij een interne opleiding volgt en ontwikkelt zich tot kiene vertegenwoordiger. Hij heeft het gevoel dat het sinds die tijd de goede kant met hem opgaat en wat hem betreft voorgoed.</p>
<p>‘Medicijnen en die eindeloze gesprekken hebben niet geholpen,’ zegt Fatih, ‘wel mijn eigen motivatie om eruit te komen. Je moet de wíl hebben om te veranderen. Je bent zelf je grootste medicijn.’ Mohamed Saddouki, sinds 2006 een van zijn begeleiders, bevestigt dat Fatih veel te danken heeft aan zijn eigen doorzettingsvermogen. ‘Maar waarschijnlijk hebben ook de medicatie, gesprekken, een vaste structuur en een normaal dag- en nachtritme geholpen om tot rust te komen. Dat én zijn sterke wil iets te bereiken en daarvoor te vechten, hebben hem successen opgeleverd.’ In tegenstelling tot veel andere cliënten waar Mohamed mee werkt, ervaart hij die ook als zodanig. ‘Bij Fatih markeren zijn successen zijn vooruitgang, hij gaat positiever over zichzelf denken en kijkt vooral vooruit. Daar komt bij dat hij gemakkelijk praat over zijn problemen en zich niet schaamt voor zijn ziekte. Fatih uit zijn gevoelens en dat lucht op, terwijl anderen tegen zichzelf vechten in plaats van tegen hun beperking. Hij heeft een krachtige persoonlijkheid en heeft al veel bereikt,’ zegt Mohamed Saddouki.<br />
Toch blijft er altijd een risico dat het mis gaat. ‘In geval van stress ontstaan bij hem extra prikkels en dan kan hij doorschieten,’ zegt Mohamed. ‘De afspraak is dat hij mij &#8211; of de sociaal-psychiatrisch verpleegkundige die hem begeleidt &#8211; belt als er iets gebeurt, positief of negatief. Wij hebben een signaleringsfunctie. Fatih doet dat gelukkig uit zichzelf en belt bij elke stap die hij zet.’ Op dit moment zijn dat vooral sollicitaties en het doen van vrijwilligerswerk. Samen met anderen organiseert hij een buurtfestival in Amsterdam Noord om psychiatrische cliënten en bewoners dichter bij elkaar te brengen. Ook heeft hij zich aangemeld als voorlichter om scholieren en andere jongeren te vertellen over verslaving aan alcohol en softdrugs. ‘Ik ben een ondernemend en behulpzaam iemand’, zegt hij, ‘maar mijn focus is nu op betaald werk.’<br />
Na een korte periode in een HVO-woonproject voor jongeren met psychische problematiek, woont hij tegenwoordig met een andere jongen in een zogeheten satelietwoning. Het is een soort kangoeroeconstructie: als hij hulp nodig heeft gaat hij langs in het nabijgelegen woonproject of neemt hij contact op met een van zijn begeleiders. Fatih staat op de wachtlijst voor de volgende fase, vertelt Mohamed. ‘Dan krijgt hij een eigen woning die op den duur op zijn naam komt te staan. Hopelijk kan hij uit de uitkering (Wajong, AO) als hij werk vindt, met recht op terugkeer als ruggesteun. Hij is een voorbeeld voor anderen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/jeugdzorg/2008/09/07/de-power-van-fatih-senel-%e2%80%98een-opgever-wint-nooit-en-een-winnaar-geeft-nooit-op%e2%80%99.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ervaringsdeskundige managers zijn een oppepper</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/clienten-psychiatrie/2008/09/06/ervaringsdeskundige-managers-zijn-een-oppepper-voor-roads.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/clienten-psychiatrie/2008/09/06/ervaringsdeskundige-managers-zijn-een-oppepper-voor-roads.html#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 06 Sep 2008 13:38:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Zorg & welzijn]]></category>
		<category><![CDATA[Ervaringsdeskundige managers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=138</guid>
		<description><![CDATA[Zorgvisie &#8211; 2008
Steeds meer zorginstellingen voor mensen met een handicap of psychisch probleem zetten ervaringsdeskundigen in, als vrijwilligers én als betaalde krachten. Bij Roads werken ervaringsdeskundigen ook in leidinggevende functies: als bestuurder, manager en projectcoördinator. “Na dertig jaar cliëntenbeweging weet ik waar ik het over heb,” zegt Ed van Hoorn, lid van de Raad van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Zorgvisie &#8211; 2008</h3>
<p>Steeds meer zorginstellingen voor mensen met een handicap of psychisch probleem zetten ervaringsdeskundigen in, als vrijwilligers én als betaalde krachten. Bij Roads werken ervaringsdeskundigen ook in leidinggevende functies: als bestuurder, manager en projectcoördinator. “Na dertig jaar cliëntenbeweging weet ik waar ik het over heb,” zegt Ed van Hoorn, lid van de Raad van Bestuur. “Voor de buitenwacht maakt het niet uit of ik er zit of een andere bestuurder, maar mijn inbreng moet wel verschil maken.”</p>
<p>Van Hoorn studeerde sociale wetenschappen, was actief in de patiëntenbeweging en werkt al geruime tijd bij het Instituut voor Gebruikersparticipatie en Beleid (IGPB), een onderzoeks- en kenniscentrum voor vernieuwing in zorg en dienstverlening. Nu is hij bovendien de helft van een duo aan de top van Roads. Officieel heet het bestuursmodel duaal management. Ed van Hoorn vormt samen met Thea Over de directie en is onder andere belast met het uitwerken van ervaringsdeskundigheid als leidend beginsel. Thea Over is voorzitter van de Raad van Bestuur..<br />
Het bestuursmodel van Roads lijkt op dat van ziekenhuizen. Zijn het in ziekenhuizen, en ook verpleeghuizen, medisch specialisten en professionals die, samen met de algemene managers, verantwoordelijk zijn voor respectievelijk de zorgverlening en de bedrijfsvoering, in het geval van Roads staan ervaringsdeskundige professionals naast de algemene managers. Duaal management is ingevoerd op drie bestuurlijke niveaus: in de Raad van Bestuur, in twee regiodirecties en op een aantal locaties. Het is nu nog een experiment, voorlopig voor een periode van twee jaar, maar het principe is al vastgelegd in de langetermijnvisie van Roads.<br />
De ervaringsdeskundige managers moeten bij aanstelling voldoen aan de vereisten die voor een managementfunctie gelden. Zij hebben dezelfde salarisschaal en arbeidsvoorwaarden als hun algemene collega’s. “Af en toe neemt een van hen een dagje vrij, net als andere collega’s. Het verzuim ligt niet hoger dan gemiddeld,” zegt Thea Over.<br />
Cliëntenparticipatie en cliëntgestuurde projecten kent Roads al langer. Zo zijn een dagactiviteitencentrum in Amstelveen en een Zorghotel (voor een time-out) in Haarlem volledig door cliënten gerunde voorzieningen. Een groot deel van het personeel van Roads is zelf cliënt (geweest) en cliënten beslissen in de organisatie over alles mee.<br />
Dat ervaringsdeskundigen nu ook leidinggevende functies innemen, is dus niet meer dan een logische stap. Ervaringsdeskundig wil in dit verband overigens meer zeggen dan dat de managers zelf ervaring als cliënt hebben. “Het is geen automatisme dat ervaringsdeskundige managers anders werken,” zegt Saskia van Dorp, ervaringsdeskundig lid van de tweekoppige regiodirectie van Roads Oost, met locaties en projecten in West-Friesland, Amstelveen, Amsterdam, Waterland en de Zaanstreek. “We hebben een ervaringsdeskundige coördinator gehad die precies hetzelfde deed als de vorige, dat is niet de bedoeling. Het gaat niet alleen om de passieve ervaring. Ervaringsdeskundigen moeten kunnen reflecteren op de vraag wat cliënten nodig hebben en kunnen abstraheren van hun eigen ervaringen. Vanuit die deskundigheid kunnen zij een cliëntgestuurd aanbod ontwikkelen.” Zij worden bovendien alleen aangesteld als ze open zijn over hun eigen ervaringen. “Ze moeten bij ons uit de kast komen en hun ervaringsdeskundigheid kunnen en willen uitdragen,” aldus Thea Over. Ervaringsdeskundigheid krijgt pas meerwaarde als de expertise professioneel kan worden toegepast.</p>
<p>Hbo-opleiding<br />
Er is nog een aantal vacatures, maar tijdens een open sollicitatieprocedure voor een aantal ervaringsdeskundige locatiemanagers bleek dat weinig mensen aan alle eisen voldoen. Van de 34 sollicitanten kwamen welgeteld twee mensen in aanmerking voor de functie. Zij zijn in dienst genomen. Ed van Hoorn: “Het aantal geschikte kandidaten viel me tegen. Ik dacht vele talenten van buiten naar binnen te trekken, maar de meeste sollicitanten waren niet krachtig genoeg.” Daarom heeft Roads besloten zelf een opleiding op te zetten, als kweekvijver voor ervaringsdeskundige managers. “Onze jeugdopleiding,” noemt hij het. De eenjarige opleiding, georganiseerd in samenwerking met het IGPB, een opleidingsbureau en de Hogeschool van Amsterdam, is inmiddels gestart met één lesdag per week. Naast de twee nieuwe locatiemanagers en een aantal medewerkers van Roads, nemen ook anderen deel. Ed van Hoorn en Saskia van Dorp geven er allebei les over ervaringskennis en de omzetting daarvan in deskundigheid. Andere docenten geven algemene managementvaardigheden als motiveren, coachen en evalueren. De inhoud van de modules is nog in ontwikkeling, maar wanneer het lespakket is beproefd en uitgekristalliseerd vragen de initiatiefnemers erkenning als hbo-opleiding aan.</p>
<p>Goedkoop<br />
Roads verwacht met ervaringsdeskundige managers kwalitatief betere diensten te kunnen bieden dan voorheen en dat de deelnemers van Roads erop vooruit gaan. Die vooruitgang moet te zien zijn in bijvoorbeeld een goede aansluiting van het dienstenaanbod op de vraag, invloed van deelnemers en afname van het aantal mensen dat uitvalt tijdens een reïntegratietraject. “We bekijken ieder onderwerp vanuit klantenperspectief,” zegt Saskia van Dorp. “Bij intakegesprekken moeten medewerkers luisteren naar het verhaal van de klanten en ruimte maken voor de invulling hun wensen. Ze mogen ook meedoen mét hun beperkingen.” Ed van Hoorn benadrukt dat het inzetten van leidinggevende ervaringsdeskundigen ook maatschappelijk moet leiden tot meer waardering voor mensen met een psychiatrische achtergrond.<br />
Thea Over is tot nu toe tevreden over de resultaten van duaal management. “De prioriteiten komen anders te liggen, bijvoorbeeld bij informatievoorziening, keuzevrijheid en scholing van de klanten. Ik werk nu 35 jaar in de Ggz en weet uit ervaring dat veel instellingen focussen op protocollen. Als ze moeten bezuinigen passen ze hun visie aan de financiële mogelijkheden aan. Dat doen wij niet, wij maken andere keuzes.” Roads heeft het momenteel financieel moeilijk en moet bezuinigen. Het zou voor de hand liggen te beknibbelen op het experiment met de duo-managers (dat min of meer budgettair neutraal is ingevoerd, zo wordt mij verzekerd), maar dat doet Roads niet. “Het duaal management blijft,” zegt Thea Over. Het is ook niet per se duurder. “Omdat wij op alle niveaus van de organisatie managers hebben die vanuit de klant denken, komt Roads tot een vraaggestuurde invulling van de ondersteuning en zorg, en die is effectiever. De kosten dalen en zo wordt ons aanbod ook interessant voor het zorgkantoor. Verzekeraars willen tenslotte goedkoper werken en ze weten dat zelfregie kosten bespaart.”</p>
<p>Zorgverzekeraars, gemeenten en anderen kijken hier en daar nog onwennig aan tegen de ervaringsdeskundige managers waarmee zij nu zaken moeten doen. Saskia vindt dat ze zich soms extra moet bewijzen. “Mensen kijken je niet eens aan, die hóór je denken: ‘Dom blondje’.” Ed van Hoorn heeft daar geen last van, integendeel: Roads profileert zich met duaal management. “Het is een oppepper voor de organisatie”, zegt hij. Van Hoorn beschouwt Roads als koploper en is ervan overtuigd dat het ‘peloton’ ooit volgt. “Het is een kwestie van tijd dat ervaringsdeskundigen ook bij reguliere Ggz-instellingen in hogere functies terechtkomen.”</p>
<p>De Noord-Hollandse zorgaanbieder Roads ondersteunt mensen met psychische beperkingen bij het vinden van een plek in de samenleving. De organisatie streeft ernaar om in iedere grote woonkern in het werkgebied een breed scala van voorzieningen te bieden. Cliënten kunnen er terecht voor dagbesteding, begeleiding, werk en scholing. Roads heeft werk- en reïntegratieprojecten opgezet als Artotheek Meesterwerk in Haarlem, restaurant Freud in Amsterdam, Werken Aan Een Toekomst in Hoorn en een door cliënten bemande telefonische hulpcentrale. Als de cliënt dat wenst verwijzen medewerkers (intern) door naar crisisopvang, schuldhulpverlening, huisvesting of behandeling.<br />
Roads wil een organisatie zijn waar de vraag van de klant bepalend is voor wat er gebeurt, projecten zelfsturend zijn en gebruik maken van ervaringskennis en deskundigheid. Doel is een klantencratie: niet alleen vóór mensen met psychische problemen, maar ook ván hen. De aanduiding ‘cliënt’ vervangt Roads bij voorkeur door het neutrale ‘deelnemer’. Bezoekers kunnen als cliënt binnenkomen en doorstromen naar vrijwilligerswerk of betaald werk. Op dit moment zijn er 220 mensen in dienst, waarvan 30% een psychiatrische achtergrond heeft. Roads wil dat percentage binnen enkele jaren verhogen tot 50%. Jaarlijks maken ongeveer 3000 mensen gebruik van hun voorzieningen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/clienten-psychiatrie/2008/09/06/ervaringsdeskundige-managers-zijn-een-oppepper-voor-roads.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>In een pleeggezin is het veel gezelliger</title>
		<link>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/in-een-pleeggezin-is-het-veel-gezelliger.html</link>
		<comments>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/in-een-pleeggezin-is-het-veel-gezelliger.html#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Sep 2008 13:47:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Annemiek</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cliënten psychiatrie]]></category>
		<category><![CDATA[Meedoen met een beperking]]></category>
		<category><![CDATA[Publicaties]]></category>
		<category><![CDATA[Volwassenen in pleeggezinnen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.annemiekonstenk.nl/?p=266</guid>
		<description><![CDATA[Trouw &#8211; 2005
In de Belgische plattelandsgemeente Geel wonen honderden psychiatrische patiënten in pleeggezinnen. Vroeger waren het ‘sukkelaars&#8217; en ‘mannen van de kolonie&#8217;, ook de vrouwen. Tegenwoordig is het meneer en madam. Patiënten maken deel uit van de gemeenschap.Aan de gemeentegrenzen van Geel staan driehoekige waarschuwingsborden met het woord ‘gezinsverpleging&#8217;. Ze hebben vrijwel geen functie meer. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Trouw &#8211; 2005</h3>
<p>In de Belgische plattelandsgemeente Geel wonen honderden psychiatrische patiënten in pleeggezinnen. Vroeger waren het ‘sukkelaars&#8217; en ‘mannen van de kolonie&#8217;, ook de vrouwen. Tegenwoordig is het meneer en madam. Patiënten maken deel uit van de gemeenschap.Aan de gemeentegrenzen van Geel staan driehoekige waarschuwingsborden met het woord ‘gezinsverpleging&#8217;. Ze hebben vrijwel geen functie meer. Maar vroeger, toen er nauwelijks medicatie was, liepen de psychiatrisch patiënten zo de weg op. Zij waren niet afgezonderd en opgesloten in een inrichting, maar woonden bij gastgezinnen in het dorp of de stad. De ‘zotten&#8217;, zoals zij vroeger werden genoemd, en hun pleeggezinnen waren eerder in Geel dan het psychiatrisch ziekenhuis.<br />
René Dilliën (75) herinnert zich nog dat de patiënten zonder tussenkomst van hulpverleners bij gastgezinnen terecht kwamen. &#8220;Ze werden door hun familie of wie zich maar over hen ontfermde, naar Geel gestuurd. Wij haalden ze zo van het station.&#8221; René heeft zijn hele leven met patiënten in huis gewoond. &#8220;Eigenlijk van 1931 tot nu. Wij woonden op een boerderij. Ik was de jongste, bleef op de boerderij en nam de kostganger over. Wij accordeerden fantastisch. In de jaren vijftig kreeg ik zelf een gezin, maar onze gast bleef bij ons tot hij stierf.&#8221; Niet dat het altijd makkelijk was. &#8220;Hij had nog gevoelens. Hij had zes kinderen verwekt en viel ook mijn moeder wel eens lastig. Ik moest haar te hulp schieten en dreigen met de kachelpook!&#8221;<br />
Het is kenmerkend voor de Geelse gezinsverpleging. Men aanvaard de patiënten zoals ze zijn. Zij horen bij de familie. Zij doen met alles mee en vergezellen het gezin naar feestjes en partijen. Als vader en moeder te oud worden, gaan zij ‘over&#8217; op de kinderen.</p>
<p>René Dilliën heeft nu twee mannen in huis. Theo (73) woont er al 22 jaar en Guy (62) trok 12 jaar geleden bij de familie in. &#8220;Theo was geen gemakkelijke toen hij kwam. Hij kon niet werken en had een moeilijk karakter, hij wilde altijd gelijk hebben. Mijn vrouw, ook een boerendochter en gewend aan kostgangers, was hem soms niet de baas. Nu is het &#8216;n beste gast, een ruwe steen met een gouden hart. Als mijn kleinkinderen op bezoek zijn, zitten ze bij hém op schoot, niet bij mij.&#8221;<br />
Theo en Guy zijn allebei op de werkplaats, vergelijkbaar met de Nederlandse sociale werkvoorziening. Een bus haalt hen &#8217;s morgens af en brengt hen &#8217;s middags weer naar huize Dilliën. Zij steken gras en vegen op het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis. Theo, die eerder 30 jaar in een inrichting verbleef, hoeft niet lang na te denken over de vraag waar hij liever woont: &#8220;Bij René.&#8221; Ook Guy wil nooit meer weg bij de familie. Hij woonde een deel van zijn leven samen met zijn broer en kent de zorgen van zelfstandigheid. De mannen vertellen enthousiast over de vakantiereis die ze binnenkort gaan maken en het communiefeest waar ze zijn geweest. Theo kan goed zingen en zit in een kerkkoor. In het weekend drinken ze graag een pintje, thuis of ‘op café&#8217;. De mannen doen ook het een en ander in het huishouden en de tuin. René zegt wel eens gekscherend maar met serieuze ondertoon tegen z&#8217;n kostgangers, dat zij het huishouden draaiende moeten houden als hij eerder overlijdt dan zij.</p>
<p>Pleegouders en patiënten hebben geen therapeutische relatie. Dat is ook niet de bedoeling. De pleeggezinnen weten meestal weinig tot niets van de (medische) voorgeschiedenis van hun gasten. Hulpverlening en begeleiding laten zij over aan de wijkverpleegkundigen en doktoren van het psychiatrisch ziekenhuis. Het is niet alleen uit goedheid en gewoonte dat veel Gelenaren patiënten in huis nemen. Ook geld en economische redenen spelen een rol, zij het vroeger meer dan nu. De patiënten helpen op het land en in de huishouding. Niet zelden ook zijn de rollen op latere leeftijd omgedraaid. Dan verzorgen patiënten hun oude en hulpbehoevende pleegouders. Gezinnen verdienen wat bij met het kostgeld. &#8220;Vroeger waren het werkkrachten, we hadden het arm,&#8221; zegt René. &#8220;Voor het geld hoef je het nu niet te doen. Pleeggezinnen krijgen een vergoeding van 17 tot 19 euro per dag.&#8221;<br />
Behalve de hulp die patiënten kunnen bieden, zijn tegenwoordig vooral de affectie en gezelligheid reden een gast in huis te nemen. De wederkerigheid geeft de patiënten maatschappelijke betekenis.<br />
Professor Eugeen Roosens van Universiteit Leuven deed tweemaal uitgebreid onderzoek naar, wat hij noemt, het Geelse model. Hij wijst op de unieke vorm van sociale insluiting in Geel &#8211; ‘inclusie&#8217; in het Vlaams &#8211; terwijl lotgenoten elders vaak worden buitengesloten en in isolement leven.</p>
<p>Eugeen Roosens publiceert en spreekt geregeld over gezinsverpleging, mede om hulpverleners en medici de waardevolle elementen van de gezinsverpleging voor te houden. In april sprak hij op de landelijke manifestatie De Kunst van het Kwartiermaken in Utrecht, op 13 mei in Geel op een congres over rehabilitatie. &#8220;Wij moeten niet alleen jonge gezinnen overtuigen, ook psychiaters. De gezinsverpleging vindt slechts hier en daar navolging. Zo zijn rond Luik 184 patiënten op Geelse wijze in gezinnen opgenomen.&#8221;<br />
In Geel zelf is er een redelijke aanwas: jaarlijks komen er 13 nieuwe pleeggezinnen bij en worden gemiddeld 17 nieuwe mensen geplaatst. René Dilliën verwacht niet dat met hem de traditie in de familie stopt. &#8220;Misschien neemt mijn jongste zoon een patiënt in huis.&#8221;<br />
De Geelse gemeenschap is sinds jaar en dag gewend aan psychiatrisch patiënten. Men respecteert ze en gaat gewoon met hen om. Patiënten nemen hier en daar deel aan het verenigingsleven en zijn &#8211; zolang ze zich niet al te opvallend gedragen &#8211; welkom in de meeste cafés en restaurants. Toch heeft het wonen onder de mensen niks veranderd aan wat men als normaal en afwijkend beschouwt, zegt Roosens. &#8220;Men tolereert de patiënten. Maar wanneer zij afwijkend gedrag vertonen op straat of in een winkel, grijpt de Gelenaar in om de normale orde te herstellen.&#8221;<br />
&#8220;Je stelt je niet hoger op dan hen, maar zij zijn niet voor niks hier,&#8221; zegt ook René Dilliën. Hij heeft in z&#8217;n leven geen moment spijt gehad van z&#8217;n beslissing patiënten in huis te nemen. &#8220;Die mensen zijn gekraakt en moeten zich rechtzetten. Ik ben blij dat onze gasten zover zijn gekomen. Ik ben er fier op.&#8221;<br />
485 volwassenen in 400 pleeggezinnen<br />
Geel is een plattelandsgemeente met 33.000 inwoners. De gemeente heeft een centrum en verschillende omliggende dorpen. Middenin Geel ligt het grote complex van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis. Verschillende afdelingen behandelen en verplegen 750 patiënten, zorgen voor dagactiviteiten, werk en vrije tijdsbesteding. Een deel van hen heeft naast aandoeningen als schizofrenie en autisme, een verstandelijke handicap. De afdeling Rehabilitatie richt zich op volwaardig burgerschap van mensen die chronisch lijden aan een psychiatrische aandoening, op het gebied van wonen, leren, werken en vrije tijd. De voornaamste woonvorm is de gezinsverpleging. 485 van de huidige 815 patiënten wonen in een pleeggezin, vaak al tientallen jaren lang. Het komt regelmatig voor dat kostgevers hun 50 jarig bestaan als pleeggezin vieren. Voor de tweede wereldoorlog woonden er bijna 4000 mensen met ernstige psychiatrische problematiek in gastgezinnen, in de jaren zeventig nog 1000. Momenteel zijn er 400 pleeggezinnen, sommige met meerdere gasten in huis. Alleen volwassenen komen in aanmerking voor plaatsing in een gastgezin. Gezinsverpleging voor kinderen, zoals de Nederlandse therapeutische gezinsverpleging, een vorm van pleegzorg, is in Geel in ontwikkeling. De patiënten komen uit verschillende landen, niet alleen uit België. Er wonen 15 Nederlandse patiënten in een Geels pleeggezin.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.annemiekonstenk.nl/publicaties/2008/09/05/in-een-pleeggezin-is-het-veel-gezelliger.html/feed</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
