• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
Annemiek Onstenk Journalist

Annemiek Onstenk Journalist

tekst, redactie & research

  • Home
  • Tekst
  • Redactie
  • Research
  • CV
  • Klanten
  • Contact
  • Kanaalpost

Archief voor juli 2010

Bakkum

29 juli 2010 door Annemiek Onstenk

Elke zomer is het weer raak: een artikel of een programma over camping Bakkum aan de Noord-Hollandse kust, in Het Parool, op de Amsterdamse zender AT5, het Noord-Hollandse RTV NH of op een landelijke radio- of tv-zender. De aandacht is meestal nostalgisch van aard en het beeld van ‘Bakkum’ vrijwel altijd geromantiseerd. Praatjes en plaatjes van de Amsterdamse en Zaanse families, die er, generatie op generatie, tijdens de zomer bivakkeren, hun hele leven lang of van moderne yuppen met hun trendy huisjes of caravaninrichting. Journalisten of programmamakers zoomen in op de bekende caravan met tientallen tuinkabouters eromheen, die jaar in jaar uit voor veel bekijks zorgt. Of op de geschiedenis van kamp Bakkum, op tijden waarin vrouwen er nog niet in badpak mochten rondlopen en moeders met kinderen, afkomstig uit benauwde Amsterdamse bovenwoninkjes er maanden achtereen verbleven, waarbij de kinderen zelfs naar een schooltje gingen, terwijl pa dagelijks heen en weer reisde naar z’n werk.

Nu ís Bakkum een begrip, en een geliefde plek voor kampeerders. Het was en is er heerlijk toeven, met ruime kampeerplekken, in een omgeving van bos, duinen en strand. Wie één goed seizoen op Bakkum achter de rug heeft, loopt de kans verslingerd te raken en op zoek te gaan naar een eigen huisje of caravan. Ik kan het weten, ben zelf ‘verslaafd’ en kom er al vijftien jaar.

Toch heeft de camping ook keerzijden, die zelden tot nooit worden belicht. Op Bakkum is bijvoorbeeld een trouwe maar kritische kampeerder de toegang geweigerd omdat ze bleef strijden over afspraken die de beheerder/leiding en ‘haar’ kampeerdersvereniging lang geleden maakten over de reorganisatie ervan. De camping voert voortdurend campagne ter fatsoenering van het geheel. Wat de ene keer inhoudt dat kampeerders geen windschermen mogen neerzetten en de andere keer dat er geen ‘gekleurd Blokker speelgoed’ rond huisjes, tenten of caravans zichtbaar mag zijn. Een buurman die z’n huisje niet netjes hield en latjes in de boom spijkerde om z’n kleine kinderen naar hun boomhut te laten klimmen, werd zodanig achter de vodden gezeten dat hij het kamperen voor gezien hield. Het wordt kinderen verboden kikkervisjes te vangen of oud hout te sprokkelen. Allemaal vanwege ‘handen af van de natuur’. De camping zelf kapte echter een groot stuk bos om uit te breiden en een villadorp van o.a. luxe lodges aan te leggen. Ook is een deel van de camping gereserveerd voor het kamperen met auto.

Een andere keerzijde is de beperkte acceptatie en integratie van ‘nieuwkomers’. Autochtone Amsterdamse en Zaanse arbeidersgezinnen en middengroepen kregen vanaf vijftien/twintig jaar geleden gezelschap van telkens ander kampeervolk, waaronder kunstenaars, hbo’ers en academici, noem ze witte nieuwkomers (op Bakkum zijn nauwelijks allochtone kampeerders). Zij worden gedoogd en hun kinderen krijgen, net als die van de oorspronkelijke kampeerders, een pleister als ze vallen voor een autochtone deur. Maar er zijn ook scheve ogen, er is landjepik en geroddel over de ‘intellectuelen’, zoals autochtonen de nieuwkomers schamper onder elkaar noemen. Zij beschouwen Bakkum als hún kamp en de nieuwkomers als vreemdelingen. Het heeft veel weg van de reactie van veel autochtone bewoners in zogenoemde oude stadswijken op de verkleuring en multiculturele samenstelling van wat zij beschouwen als ‘hun’ wijk.

Er is op camping Bakkum bovendien oplichterij. Dienstverleners als de gasman, de accuman en de enkele boeren uit de omgeving die zorgen voor de winterstalling van de caravans, allen monopolisten, maken soms misbruik van het gebrek aan gehaaidheid van nieuwe stedelingen in het groen en draaien hen gerust een poot uit. Nieuwkomers moeten kennelijk hun plaats weten, zelfs als ze er alweer een generatie komen.

De rituele bewieroking van camping Bakkum in de media is terecht, maar ook erg gemakzuchtig en onkritisch.

Categorie: Amsterdam Centraal

“Oost-Europese vrouwen alternatief voor verpleeghuis”

29 juli 2010 door Annemiek Onstenk

Oost-Europese vrouwen bieden 24-uurs hulp in huis in Nederland. Krijgt na de bouw en de tuinbouw ook de thuiszorg te maken met Oost-Europese concurrentie? [Lees meer…] over“Oost-Europese vrouwen alternatief voor verpleeghuis”

Categorie: Arbeid en sociale zekerheid, Recente artikelen

Oorzaak zelfdoding Ggz onafhankelijk toetsen

7 juli 2010 door Annemiek Onstenk

Omdat zelfmoorden door cliënten in de geestelijke gezondheidszorg (Ggz) niet samen hoeven te hangen met tekortkomingen in de zorg, hoeven zorgaanbieders vanaf 2011 niet meer alle gevallen van zelfdoding te melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

In drie gevallen moeten de instellingen nog wel melden: wanneer de betrokken psychiatrische cliënten zijn opgenomen met een rechterlijke machtiging of een inbewaringstelling, als cliënten beperkingen zijn opgelegd, zoals separeren en ten slotte als de Ggz-instelling zelf denkt dat de suïcide te maken heeft met tekortschietende zorg.
Vooral die laatste voorwaarde is een ‘zachte’. Wat als de leiding van een psychiatrisch ziekenhuis meent dat de levensbeëindiging van een cliënt niets van doen heeft met de behandeling of bejegening en nabestaanden juist menen dat dat wél het geval is? In de nieuwe situatie wordt deze levensbeëindiging niet meer gemeld bij en onderzocht door de inspectie. De nabestaanden rest dan berusting of een lange gang door klachtencommissie en beroepsprocedures.

Het volgende voorbeeld laat zien dat zoiets niet denkbeeldig is. Een cliënte van een Ggz-instelling in Brabant maakte ruim een jaar geleden mee dat een vriendin en voormalig medepatiënte een einde aan haar leven maakte. Zij legt een direct verband tussen de zelfmoord en de onrust die ontstond op de afdeling waar zij beiden verbleven, over veranderingen in hun behandeling, vertrek van personeel en de uiteindelijke opheffing van de afdeling. Zijzelf is inmiddels opgenomen in een andere instelling, maar ze wil het lot van haar vriendin aankaarten. Ze meldt zich bij een provinciale patiëntenbelangenorganisatie, de cliëntenraad van de betrokken instelling, de patiëntenvertrouwenspersoon en de klachtencommissie. Ze doet haar verhaal, maar ze vindt uiteindelijk geen gehoor voor haar klacht dat onzorgvuldig is of zou zijn gehandeld.

De bewuste Ggz-instelling op haar beurt bevestigt dat er een klacht is geweest naar aanleiding van de, door cliënten omstreden, veranderde behandelwijze, de opheffing van hun afdeling en de zelfdoding. Maar stelt dat de klacht ongegrond is verklaard en de zelfdoding los stond van de situatie op de afdeling. De suïcide is, volgens het nog geldende protocol, gemeld aan de inspectie, maar die zag geen reden tot verder onderzoek. Einde verhaal, want er zijn geen verdere beroepsmogelijkheden.

Cliënte kan de zaak maar moeilijk afsluiten en vindt het zo frustrerend geen gehoor te vinden voor haar klacht dat ze zich tot een journalist wendt. “Het blijft aan me knagen. Voor mij blijft als ’n paal boven water staan dat mijn vriendin door haar depressie gesleept had kunnen worden als ze nog terecht had gekund op de afdeling waar ze zo vertrouwd was en waar ze met respect bejegend werd.”

De journalist kan geen vinger krijgen achter de zaak, zo die al een eenduidig verloop kende. Zij kan, vooralsnog, niets anders concluderen dan dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg de vraag of een zelfmoord in een Ggz-instelling samenhangt met de geboden zorg, getoetst moet worden door een onafhankelijke derde en niet door de instelling zelf.

Categorie: Weblog Tags: Ggz, zelfmoord

Het geheim van tante

1 juli 2010 door Annemiek Onstenk

Overal in de stad zijn de afgelopen jaren Denktanks sociale cohesie aan het werk geweest. Een denktank bestaat uit een groep meer of minder succesvolle wijkbewoners van diverse pluimage en is zelf een voorbeeld van actieve burgerparticipatie dat sociaal weeft. De deelnemers buigen zich op verzoek van hun stadsdeel over vragen als: hoe komen verschillende bevolkingsgroepen met elkaar in contact, hoe worden ze betrokken bij hun wijk en hoe kan radicalisering worden tegengegaan?

In juni 2010 presenteerde de Denktank sociale cohesie Zeeburg haar aanbevelingen. Plaats van handeling: een politieke markt in stadsdeelkantoor Oost, waar buurtbewoners, maatschappelijke organisaties en nieuwgekozen deelraadsleden kennis maakten en ‘handel’ dreven. De Denktank Zeeburg werd geleid door kinder/jeugdpsychiater Glenn Helberg, tevens voorzitter Overlegorgaan Caribische Nederlanders.

Om uitsluiting van mensen tegen te gaan en sociale samenhang te bevorderen keek de Zeeburger denktank vooral naar onderwijs, ondernemerschap/werkgelegenheid en eigen initiatieven van bewoners. Hiervan verwacht men meer bindende kracht dan van eenmalige projecten van buurtcentra of jaarlijkse barbecues. In overleg met wijkbewoners wees de denktank bijvoorbeeld scholen aan als plaatsen waar mensen al vanzelf samenkomen. Deze ontmoetingsfunctie kan worden uitgebreid (en hier en daar gebeurt dat al) door andere activiteiten in en om schoolgebouwen te organiseren dan het onderwijs waar een school voor is bedoeld, zoals buurtfeesten, toernooien en kindertheater. Migrantenouderen in schoolklassen hun levensverhaal laten vertellen en geïsoleerde allochtone vrouwen op de basisschool van hun kinderen koppelen aan autochtone taalmaatjes zijn andere voorbeelden die (kunnen) bijdragen aan wederzijds begrip en contact tussen verschillende groepen buurtbewoners.

Veel verwacht de denktank ook van het groeiend aantal maatschappelijk betrokken ondernemers, zzp’ers en kunstenaars in de wijk. De leefbaarheid, het zich thuis en veilig voelen van wijkbewoners komt mede onder druk te staan als er veel werk- en schoolloze jongeren op straat zijn. Ondernemers kunnen een rol vervullen als rolmodel, door het bieden van korte trainingen, stage- of leer/werkplekken en werk, etc.  In Zeeburg doen creatieve ondernemers van het Timorpleincomplex (StayOkay, Studio K) en Het geheim van tante Gerritje (buurtatelier voor kinderen) dat ook al.

Opvallend is dat de Zeeburger denktank bij het bevorderen van sociale samenhang geen taak lijkt te zien voor welzijnsorganisaties. Terwijl o.a. zij – in opdracht van gemeente of stadsdeel – de leefbaarheid en sociale cohesie in wijken moeten bevorderen (taak 1 in de Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo). Integendeel zelfs. ‘Productiehuizen’, zoals buurthuizen tegenwoordig heten, ‘realiseren overwegend incidentele projecten met een focus voor de korte termijn’, staat in het eindverslag van de denktank sociale cohesie Zeeburg. Diepte-investeringen in netwerken en terugkerende samenwerking tussen uiteenlopende mensen, vindt de denktank zinvoller omdat de resultaten daarvan meer beklijven.

Op het landelijke Wmo-congres over Welzijn nieuwe stijl, in mei 2010, pleitten verschillende lokale bestuurders ook voor koppeling van welzijn aan wonen, werk en onderwijs. ‘De Wmo moet breed worden ingevuld’, luidde het daar.

Nu is er niets mis met initiatieven op dit vlak van scholen en ondernemers zelf. Als een basisschool ouderen uit de buurt vraagt te komen voorlezen in de klas en daarmee mogelijk tegelijk iets doet aan hun eenzaamheid en isolement: uitstekend. Maatschappelijk bevlogen ondernemers die stage- en leer/werkplekken aanbieden of hun werknemers een dag in het jaar als vrijwilligers een kinderboerderij of speeltuin laten opknappen: prima. De buurt wordt er beter van, het sociaal weefsel hechter.

Maar onderwijs en bedrijfsleven vanuit de lokale overheid een extra maatschappelijke (en wettelijke Wmo-)taak geven, lijkt me niet de bedoeling. Over de kwaliteit van het basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs is veel te doen. Leerlingen in het voortgezet onderwijs blijken lang niet allemaal te beschikken over de kennis en vaardigheden waarmee ze de basisschool hadden moeten afsluiten. Scholen nemen bovendien al belangrijke extra taken voor hun rekening: opvoeding en zorg. Die moeten we niet nog meer belasten, behalve als zij er zelf voordeel van hebben, zoals bij (groot)ouderparticipatie in de klas.

Wijkgebonden bedrijven als winkels, garages, kantoren, kunstenaars en zzp’ers kunnen vanuit hun eigen core business en expertise bijdragen aan het bevorderen van sociale samenhang. Door mee te doen aan festiviteiten, kennis en vaardigheden te delen en over te dragen op jongeren, sponsoren en investeren in buurtvoorzieningen. Meer moeten we niet willen.

Maatschappelijke bemoeizorg uit andere dan daarvoor gekwalificeerde branches bevordert namelijk niet alleen sociale samenhang maar ook de deprofessionalisering van sociaal werk en competentiestrijd met professionals uit de sociale sector. Met die laatsten heeft de Zeeburger denktank kennelijk weinig op, maar kunnen zíj niet beter hun blikveld verbreden en uit hun productiehuizen komen dan meesters, juffen en ondernemers uit hún ‘productiehuizen’?

Categorie: Amsterdam Centraal, Weblog Tags: maatschappelijk betrokken ondernemer, productiehuis

Primaire Sidebar

    Artikelen

    Selecteer subcategorie
    category
    6a2775dc556a3
    1
    1
    27
    Loading....

    Volg mij op

    • LinkedIn

    © 2026 Annemiek Onstenk, journalist | Tekst, redactie & research | Techniek WordPress | Realisatie Zin in Webdesign